ALERT: er staat een achtervolging gepland...


Hoofdstuk 46:

Ron Wemel

"Ik kan niet geloven dat ze dat serieus gezegd heeft!" zegt Erin kwaad als ze weer op de Wegisweg lopen.

Harry is ondertussen al afgekoeld, maar Erin blijft boos. "Je bent mooi als je boos bent," probeert de zwartharige jongen haar af te leiden.

De blondine zucht even. "Ik krijg haar nog wel," mompelt ze en verder heeft ze het er niet meer over.

Verderop zien ze de twee witblonde stipjes weer verschijnen. "Vind je niet dat Draco en zijn mammie eruit zien alsof ze niet gevolgd willen worden?" vraagt Ron.

Dan slaan de Malfidussen linksaf, de Verdonkerde Maansteeg in. Harry gooit de Onzichtbaarheidmantel over hen heen. "Je ziet onze voeten, Harry," fluistert Erin.

"Één van ons moet er onder vandaan," berekent Hermelien.

Erin stapt onder de mantel vandaan. "Jij moet er juist onder, Erin!" zegt Ron. "Ze herkennen jou!" legt hij uit.

Erin zucht en ze zwaait even met haar toverstaf. Haar blonde haren kleuren zwart. "Da's goed genoeg, toch?" lacht ze.

"Briljant," mompelt Ron.

Ze volgden Malfidus op de voet, en ze zagen dat hij Odius en Oorlof binnenliep. Ze vonden een plekje waarop zij naar binnen konden kijken, maar niemand ze van buiten kon zien. Malfidus stond met zijn rug naar hen, toe en ze konden alleen het gezicht van Odius zien. "Konden we ze maar verstaan!" zei Hermelien wanhopig.

Ron liet grijnzend de Hangoren zien die hij van George gekregen had.

"… weet je hoe je het moet repareren?" vroeg Malfidus.

Hij bedoelde een grote, zwarte kast die in de hoek van de winkel stond. "Misschien, maar ik denk het niet," zei Odius onverschillig.

"O nee?" zei Malfidus schamper. "Misschien brengt dit je op andere gedachten," zei hij, maar ze zagen niet wat Odius op andere gedachten moest brengen.

Het werkte blijkbaar wel, want Odius leek geschrokken. De oude man likte nerveus langs zijn lippen. Erin vloekt hardop, waarna ze vlug haar hand voor haar mond deed. Odius keek even naar de plek waar ze zaten, maar zag niks dus deed net alsof hij niks gehoord had.

"Als je het tegen iemand vertelt, zal dat gewroken worden… Ken je Fenrir Vaalhaar? Hij is een goede vriend van de familie, hij wipt af en toe even langs om te zien of je voldoende aandacht aan het probleem besteed…" zei Draco.

Uit de toon van de blonde jongen zijn stem kon je opmaken dat hij zichzelf duidelijk beter vond dan de kalende winkeleigenaar. "Het is echt niet nodig," protesteerde de oude man.

"Dat beslis ik," antwoordde Malfidus brutaal. "En houd deze bij je, en o wee als je hem verkoopt!" dreigde de blonde tiener.

Daarna liep hij de winkel uit. "Heb je gezien wat hij aan Odius gaf?" fluisterde Ron.

"Alleen waar hij het neerlegde, dus als ik de winkel in zou gaan…" fluisterde Erin terug.

Ze sprong van de verhoging af en wandelde de winkel binnen. "Hallo, meneer," groette ze de eigenaar.

Odius zijn ogen vormden zich tot kleine spleetjes. "Je komt me bekend voor," zegt hij achterdochtig.

Erin lacht even. "Ik ben Amelia Goedleers," zegt ze, alsof het de normaalste zaak van de wereld is. "U kent misschien een van mijn nichtjes, want het is een grote familie," legt ze vriendelijk uit.

Ze kijkt even rond en loopt dan richting een groen fluwelen, kussen waar een voorwerp op ligt wat Ron, Hermelien en Harry niet kunnen zien. "Hoeveel kost die?" vraagt Erin met grote ogen.

Odius schrikt. "Eruit!" zegt hij vinnig. "Eruit!"

En dat laat Erin zich geen twee keer zeggen.