Hoofdstuk 47:
Harry Potter
"Ik zweer het je, Hermelien! Hij liet Odius het Duistere Teken zien! Het is gebeurd, hij is er ook een!" zei Harry.
"Waarom zou Jeweetwel Malfidus als Dooddoener willen, Harry?" zei Ron.
"Ron heeft gelijk,"zuchtte Hermelien. "Malfidus is zestien, minderjarig dus, en hij zit nog op school…" zegt ze.
"Precies daarom. Omdat hij nog op school zit," neemt Erin het voor haar vriendje op. "Ik ben het met Harry eens, ook al weet ik niet zeker of het echt al gebeurd is… ik vermoedde vorig jaar al dat het er aan zat te komen, dat is ook de enige reden waarom ik Malfidus' brief niet gewoon negeerde," zei de blondine, ze leek zeker van haar zaak.
"Het moet wel gebeurd zijn," pleitte Harry. "Madame Mallekin mocht zijn linkermouw niet korter maken… hij was bang dat iedereen het Teken zou zien! En hij liet het zien aan Odius, daarom schrok hij!" fluisterde Harry.
"Hij wilde gewoon zo snel mogelijk weg bij Madame Mallekin's winkel, Harry," zei Hermelien.
Marcel kwam binnengelopen, en de vier vrienden stopten abrupt met praten. Marcel had twee enveloppen in zijn handen. Hij gaf er een aan Harry, en een andere aan Erin. "Ik moest hem aan jullie geven van Slakhoorn, toen ik hem tegen het lijf liep," legde hij uit.
Harry maakte de envelop open het was een uitnodiging van hem om naar coupé C te komen. Harry had de man afgelopen zomer ontmoet, en hij vond hem nou niet echt aardig. Hij had geen hekel aan hem, maar hij was een tikkeltje verwend, en bevooroordeeld over Dreuzelkinderen.
Erin keek hem vragend aan. "Kom op," zei Harry, die zich herinnerde dat Slakhoorn hem aardig moest gaan vinden.
Hij pakte haar hand en samen met Marcel ging hij naar de genoemde coupé. Toen ze daar aankwamen, zag hij al dat ze niet de enige genodigden waren. Maar Slakhoorn was zo te zien wel het meest blij om Harry te zien. Dan valt zijn oog op Erin, die Harry's hand vastheeft.
"Je boft, Harry, met zo'n charmante dame in je gezelschap," zegt Slakhoorn, en zijn snor krult omhoog als hij glimlacht.
Erin lacht vriendelijk. "Dank u wel, meneer," zegt ze beleefd. "Ik heb veel over u gehoord van Albus," vertelt ze.
Slakhoorn kijkt de rest van de kamer rond. "Kennen jullie iedereen?" vraagt de walrusachtige man.
Harry herkende een Zwadderaar uit hun jaar, met hoge junkbeenderen en een donkere huid, die zijn geamuseerde blik op Erin gericht had. Stoker, een laatstejaars Griffoendor, die groot en sterk was, en een tweeling die Harry niet kende.
"Niet iedereen, professor," antwoordde Erin.
"Dat is dan een mooie gelegenheid om kennis te maken, ook al heb ik Harry al leren kennen," lacht Slakhoorn.
Slakhoorn wees naar stoelen en maakte een handgebaar wat betekende dat ze moesten gaan zitten. Iedereen die er was, iedereen, was uitgenodigd om hun connecties. "Vertel me, Erin, heb je iets van de talenten van je peetvader?" vraagt de dikke man nieuwsgierig.
Erin lacht. "Ik weet niet zeker wat ik van Albus heb, maar er wordt vaak gezegd dat ik iets van Severus' talent voor Toverdranken heb," antwoordt ze.
"Ah, Severus was een van mijn beste leerlingen," antwoordde hij enthousiast.
Harry wist niet dat Sneep zo goed in Verweer Tegen de Zwarte Kunsten was. Want Slakhoorn zou de plek van Omber innemen, toch? "En jij, Marcel?" vroeg hij.
"Lijk jij op je ouders? Jij bent vast ook goed in Verweer Tegen de Zwarte Kunsten, net als je vader, of niet?" vroeg hij.
Marcel schudde zijn hoofd. "Ik hou meer van Kruidenkunde, professor," zegt hij, en hij verliest onmiddellijk Slakhoorn's aandacht.
"Marcel is één van de moedigste mensen die ik ken," zegt Erin lief en Marcel kleurt knalrood.
