Ik vond dat er te weinig over de Halfbloed Prins in zat... dus bij deze maak ik het weer iets meer canon.
Hoofdstuk 58:
Harry Potter
Harry, Erin, Hermelien en Ron waren inmiddels een middag in het Nest, ze zouden de kerstvakantie daar doorbrengen. Erin was overdreven vrolijk en dat kon maar één ding betekenen. Er zat haar iets goed dwars.
Ze waren net klaar met het avondeten. De blondine had al de hele tijd nerveus naar Lupos zitten kijken, die in de stoel bij de haard zat. Ze stond gelijk op en liep naar hem toe. "Ik heb iets voor je," zei ze.
Ze gaf hem een brief. "Hij is van Sirius, ik mocht hem alleen geven als hij er niet meer was," zei ze, en ze stortte in.
Lupos legde een hand op haar schouder en Harry pakte haar stevig vast. Hij had nooit iets begrepen van de band tussen Erin en Sirius. Maar hij was sterk. Ze veegde even haar tranen weg, snel en gewelddadig.
"Ik mocht niet huilen van Sirius, dat weet ik zeker," zei Erin snel. "Waar was je eigenlijk al die tijd? Ik was ongerust!" siste ze tegen Lupos.
Harry lachte even. Zij, het zestien jarige meisje die in problemen raakte waar ze haar voeten neerzette, geeft een volwassen man op haar kop voor onverantwoordelijk verdwijnen. "Ik zat ondergedoken, ik heb een tijdje onder mijn soortgenoten geleefd," legde Lupos uit.
Erin mompelde iets onverstaanbaars. "Ze staan allemaal achter Voldemort. Ze denken dat hij hen een beter toekomst kan bieden… en bovendien durft niemand tegen Vaalhaar in te gaan…" vertelde hij.
"Wie is Vaalhaar?" vroeg Harry.
"Hij is een vriend van de familie Malfidus! Draco had het over hem in Odius en Oorlof!" merkte Erin op.
"Hij heeft me gebeten," fluisterde Lupos zachtjes. "Ik had eerste medelijden met hem, omdat ik dacht dat hij er niets aan kon doen. Maar Vaalhaar doodt en veranderd mensen expres. Mijn vader had iets gedaan wat de Dooddoeners niet aanstonden, en hij zorgde dat hij in mijn buurt was met volle maan. Zodat hij normale mensen aan kan vallen," verduidelijkte de weerwolf hemzelf.
"Je bent normaal!" zei de blondine fel.
Lupos grijnsde verbitterd. "Wat weet jij er nou van…" mompelde hij op kille toon.
"Ik had hetzelfde lot als jou kunnen hebben!" zei Erin schril.
"Hoe bedoel je?" vroeg Harry.
Erin zuchtte. "Mijn moeder, Harry. Ze was een weerwolf. Albus liet jou herinneringen zien van Voldemort, en mij van Maria Collins, een jonge Ravenklauw, die mijn moeder blijkt te zijn. Ze was een weerwolf," legde ze uit.
Harry wist niet goed wat hij daar op moest zeggen. Hij wreef met zijn hand over haar rug. Ze had haar echte familie gehaat vanaf het moment dat ze wist wie haar vader was, zou het met haar moeder anders zijn?
Lupos wist wel wat hij wilde zeggen. "Hoe kan jij niet geïnfecteerd zijn?" vroeg de weerwolf verbaasd.
"Voor dat ik geboren was werd er een vloek over me uitgesproken, ik weet nog steeds niet precies welke, maar het is Oude Magie. Die vloek heeft me er op een of andere manier van weerhouden het gen te dragen," vertelde de blondine aarzelend.
"Het klinkt niet echt als een vloek, geen weerwolf zijn… ik zou er veel voor over hebben om normaal te zijn," zuchtte Lupos.
"Je bent normaal," herhaalde Harry. "Je hebt alleen een klein probleempje…" voegde hij toe.
Lupos lachte, nu wel hartelijk en gemeend. "Soms doe je me erg aan James denken, in gezelschap noemde hij het mijn 'harige probleempje.' Veel mensen dachten dat ik een stout konijn had of zo," grapte hij.
Het vallen van de naam van Harry's vader deed hem weer denken aan de Prins. Stiekem had hij gehoopt dat het zijn vader was. "Weet je iets over de Halfbloed Prins?" vroeg hij.
"Dacht je erover om die titel te gaan voeren? De Uitverkorene leek me ruim voldoende ," zei de weerwolf geamuseerd.
Harry keek verontwaardigd. "Ik heb zijn oude toverdrankboek," legde hij uit. "Er staan allemaal spreuken in, zoals Levicorpus,"
Lupos grinnikte even. "Die was heel populair in mijn tijd," zei hij.
"Mijn vader gebruikte die spreuk tegen Sneep," zei Harry.
Lupos snapte waar hij heen wilde. "Je vader was van zuiver bloed, Harry," zei zijn oud-leraar.
"En Sirius? Of jij?" vroeg Harry door.
"Absoluut niet," lachte Erin.
"Hoe oud is het boek, Harry? Misschien kun je daar uit afleiden wanneer de Prins op Zweinstein zat?" stelde Lupos voor.
"Het boek is vijftig jaar oud," zei Erin. "Toen zat mijn vader op Zweinstein, hij was goed in Toverdranken… en hij was Halfbloed…" fluisterde ze bijna onhoorbaar.
