Hoofdstuk 64:

Harry Potter

Toen Harry het kantoor van Perkamentus in kwam zat Erin al gespannen in haar gebruikelijke sofa. Haar lange, witte knokige vingers tikten op de leuning. Harry knikte even naar Perkamentus als groet.

"Ik wil je een laatste herinnering laten zien, Harry, en die moet Erin ook zien. Erin heeft haar theorieën gedeeld. Ze zijn waar, Harry, en daarom wil ik je dit laten zien. We gaan in de gedachten van Hompy kijken, de huiself van een steenrijke, oude heks, genaamd Orchidea Smid," legde het schoolhoofd rustig uit.

Harry keek in de Hersenpan. Een oude vrouw die zo roze was gekleed dat ze hem een beetje aan een gesmolten roze koek deed denken, poederde haar wangen, zodat ze nog roziger werden. "Zie ik er goed uit, Hompy?" vroeg ze.

Hompy knikte, en Harry dacht dat ze blijkbaar getraind werd om te liegen. De deurbel ging. "Daar heb je hem! Vlug, doe de deur open, Hompy!" piepte Orchidea enthousiast.

De deur ging open, Marten Vilijn stond half glimlachend voor de deur. Zijn donkere, golvende haar was iets korter dan de vorige keer, zijn gezicht was bleker, en hij droeg een sober zwart pak. Maar dat maakte hem alleen maar knapper. Erin wilde Marten beter bekijken.

"Kom binnen, Marten, kom binnen," lachte Orchidea terwijl Vilijn een kus op haar hand drukte.

"Ik heb bloemen gebracht," zei Voldemort verleidelijk en hij liet een fraaie bos witte rozen zien.

"Ze zijn prachtig, Marten!" zei de oude vrouw blij verrast.

Harry legde zijn handen op Erin's heupen. "Ik ben gekomen voor een nieuw bod van meneer Oorlof voor het koboldenharnas. Vijfhonderd Galjoenen leek hem redelijk," legde Vilijn uit terwijl hij zich op de bank nestelde.

Hij was er overduidelijk vaker geweest. "Oh, Marten, dadelijk denk ik nog dat je alleen maar komt voor mijn spulletjes," giechelde de oude heks. "Neem een cakeje, Marten, ik heb ze speciaal voor jou gemaakt,"

Harry wist dat ze waarschijnlijk door Hompy gemaakt waren, en Erin dacht er net zo over, die siste tussen haar tanden. Op Hermelien na was er niemand die zo fel tegen huiselven slavernij was. "Ik ben maar een arme winkelbediende mevrouw," zei Voldemort kalm. "Ik doe wat meneer Oorlof me opdraagt…" voegde hij toe.

Hij lachte timide. Het had iets weg van hoe Erin lachte als ze zich niet op haar gemak voelde. "Maar je hebt wel een ongelofelijke academische prestatie verricht! Niemand, op Perkamentus na heeft ooit zo hoog gescoord voor zijn Zweinstein eindexamen, waarom ben je in de winkel gaan werken?" vroeg Orchidea.

Ze knipperde met haar wimpers, wat verleidelijk had moeten zijn, maar het zag er nog al lomp uit. "Ik hou van historische voorwerpen," zei Vilijn terloops, alsof dat een reden was om een carrière bij het Ministerie te verruilen voor een slecht betaald winkelbaantje.

Harry gokte dat er nog een reden kon zijn… "Ik heb er toevallig een paar! Breng ze, Hompy!" commandeerde Orchidea en ze liet Voldemort trots een medaillon en een beker zien.

Toen stopte de herinnering. "Erin heeft denk ik de voorwerpen wel kunnen identificeren?" vroeg Perkamentus.

Ze sloot even haar ogen. Haar wimpers leken enorm. "De beker van Huffelpuf en het medaillon van Zwadderich," antwoordde ze.

Haar lichtblauwe ogen keken even in Harry's groene. Haar wijsvinger streek even zachtjes over zijn kaak. "Twee dagen na dit schouwspel werd Orchidea Smid dood aangetroffen in haar huis, en die twee voorwerpen waren verdwenen. En aansluitende op mijn theorie betekent dat…" vertelde Perkamentus en Erin verstijfde.

Harry drukte even een kusje op haar oor. "Dat het Gruzielementen zijn geworden, heeft hij er twee gemaakt?" vroeg ze.

"Zeven, als ik het goed heb," zei het schoolhoofd vriendelijk.

"Dus het is duidelijk wat we moeten doen?" zei Harry.

"We moeten al die zeven dingen vernietigen, of niet soms?" zei Erin.

Ze klonk niet als zichzelf, ze klonk zo bot en kil. Perkamentus knikte geamuseerd. "Willen jullie dit samen doen?" lachte hij.

"Als we doodgaan, dan maar samen!" zei Erin.

Harry knikte. "Het medaillon is trouwens officieel van mij, als enige nog levende vrouwelijke erfgenaam van Zalazar Zwadderich…" fluisterde Erin.

"Ik zal het tegen hem zeggen als ik hem zie," grapte Harry terloops.

Ze grijnsde en zoende hem.