Hoofdstuk 66:

Harry Potter

Harry gooide de keukendeur open en begroette zijn bezoekers. Ron sloeg hem vriendelijk op zijn schouder, Hermelien omhelsde hem en Erin kuste hem. Hij herinnerde zich dat hij het nog ergens met haar over wilde hebben, maar dat doet hij later wel. Er waren nog andere leden van de Orde aanwezig.

Erin greep onmiddellijk zijn hand. "Ik heb je ongelofelijk veel gemist. Het was niet uit te houden daar," fluisterde ze.

"Ter zake," zei Dwaaloog Dolleman meteen. "We zijn genoodzaakt de enige vorm van transport te gebruiken die het Ministerie niet kan detecteren. We gebruiken bezems, Terzielers en Hagrid zijn motorfiets," legde hij uit.

"Voldemort weet dat. We verwachten een aanval vannacht," zei Erin.

"We gaan allemaal in groepjes van twee naar zeven van de twaalf onderduikhuizen waar we een Viavia nemen naar het Nest," vertelde Dolleman verder.

Harry vond dat het plan volgens hem nog een gigantische tekortkoming had. "Ze nemen natuurlijk het huis waar ik naartoe vlieg!" zei Harry verontwaardigd.

"Vanavond zullen er zeven Harry Potter's de lucht doorklieven," lachte Dolleman terwijl Erin vlug een pluk haar uit zijn kruin trok.

"Jullie riskeren je leven voor mij!" schreeuwde Harry.

"Want dat zou voor ons allemaal de eerste keer zijn," glimlachte Erin.

Ze haalde een flacon uit de zak van haar leren jack een gooide de haren in de drank. De Wisseldrank kleurde goudgeel. "Je ziet er lekkerder uit dan het vloeibare snot van Kwast, Harry," lachte Ron.

"Imitatie Potters in de rij!" Ron, Hermelien, Fred, George en Fleur gingen staan.

"We komen er eentje te kort," zei Lupos.

"Perkamentus, ga jij maar," zei Dolleman.

Erin verstijfde even bij het horen van haar aangenomen achternaam. "Ik ben beschermer," zei Erin.

Levenius werd naar voren geduwd, onder luid protest werd hij de zesde Potter. Harry zag de zes een slok nemen en veranderen in zijn evenbeeld. Hij pakte Erin haar hand. "Ik ga met jou mee," fluisterde hij.

"Nee. Dat verwachten ze," fluisterde ze terug. "De Potter op de bezem die met mij meegaat loopt het meeste gevaar," zei Erin iets luider.

"Ik lach naar gevaar," zei Fred.

Harry kneep zijn ogen even tot spleetjes, en liet toen haar hand los. Erin draaide zich om en kuste hem. Haar tong wikkelde zich zachtjes om de zijne, haar linkerhand ging nog even zachtjes door zijn haar…

Harry stapte in de zijspan bij Hagrid. Erin knikte even gemoedelijk naar hem toen ze op haar Vuurflits klom. Fred nam achter haar plaats en sloot zijn armen om haar middel. Harry trok een gezicht en Erin's lippen vormden de woorden 'Oh, kom op!'

Toen vlogen ze. Ze gingen boven de wolken en waren toen plots omsingeld. Gegil en groene lichtflitsen. Hedwig zat op zijn schoot en krijste, ze viel op de bodem van haar kooi. "Nee! Hedwig!" snikte Harry en hij voelde een overweldigend verdriet.

Hagrid versnelde en Harry zag nog even een schim van Erin die vervloekingen afvuurde naar Dooddoeners, met Fred achter haar die zich met alle macht aan haar vasthield. "Het is die bij Vilijn! Dat is de echte!" schreeuwde een Dooddoener en hij hoorde Erin gillen.

Ze dachten dat Fred hem was… alle zwarte gedaantes vlogen richting zijn vriendin. Even was er een grote, paarse knal en een paar Dooddoeners vielen naar beneden.

Harry schrok even toen hij de hand van Sjaak Stuurman gevaarlijk dicht bij zijn hoofd zag. "Expelliarmus!" schreeuwde Harry, die zo snel niet op een andere spreuk kon komen.

"Dat is hem!" riep een Dooddoener die het zag. "Dit is de echte Potter!" voegde hij toe.

En toen verdwenen alle Dooddoeners. "Volgens mij bennen we ze kwijt, Harry!" zei Hagrid. "We zijn d'r bijna," zei hij nog, maar Harry voelde zijn litteken steken.

De slangachtige ogen van Voldemort doken op uit de mist, hij vloog. Zonder bezem of Terzieler vloog hij. Twee vloeken des Doods misten hem op een haar. op dat moment ging zijn toverstok een eigen leven leiden.

Harry sloot zijn ogen, maar voelde iets uit zijn stok komen en hij hoorde een luide krak en toen een hoop gevloek. "Geef me je stok, Zagrijn," siste Voldemort.

Volgens mij vlogen ze toen de betovering in, want Harry hoorde niets meer. De motorfiets begon hoogte te verliezen en ze landden in een plasje modder.


Veroorzaakt dit bij het lezen net zo'n chaos in je hoofd als het bij mij deed tijdens het schrijven?