Hoofdstuk 74:
Erin Maria Vilijn
Erin trok even een gezicht toen de giftand haar borstkas doorboorde. Het deed immens pijn, maar dat zou ze niet tegen Harry zeggen. Ze moest hem af en toe zien. Ze deed haar ogen open. Ze was in een schattig dorpje beland.
Een golf van bezorgdheid kwam in haar op. Hij moest wel voorzichtig doen!
Toen zag ze hem staan, midden op de begraafplaats. Het was misselijkmakend om te zien dat hij huilde. Ze rende naar hem toe. Ze bleef even achter hem staan. "Harry," fluisterde ze.
Hij draaide om. Zijn groene ogen waren rood van het huilen en de rode vlekken waren waar de tranen overheen rolden. Ze legde haar voorhoofd even tegen de zijne. Ze kuste hem op zijn wang en proefde zijn zoute tranen. Ze keek achter hem. Een witte, marmeren grafsteen, net als die van Albus.
Lily Potter 27 maart 1960-31 oktober 1981
James Potter 30 januari 1960-31 oktober 1981
De laatste vijand die overwonnen word, is de dood.
Erin bewoog even met haar toverstok, en een krans van witte kerstrozen verschenen op het graf. Harry snikte nog harder. Hij sloeg zijn armen om haar middel en hij rustte met zijn hoofd op haar linkerschouder, ze streelde zijn zwarte haar terwijl ze naar het graf blijf keken.
Ze voelde zich schuldig. Zij had de vloek niet uitgesproken, maar toch had ze het akelige gevoel dat ze bloed aan haar handen had. Haar vader had de zijne vermoord. En zijn moeder.
Harry schudde hevig, en Hermelien wreef ook over zijn rug. Erin had eigenlijk willen vertellen dat ze het Gruzielement had gedood, maar het leek nu zo onbelangrijk.
De sneeuw viel op haar haren, en op het stukje bevroren grond waar de laatste resten van Lily en James lagen. Tranen begonnen ook in haar ogen te branden. Tranen van medeleven voor Harry, maar ook verdriet. Vooral haat en schuld.
Dood was een grillig iets, klaar om iedereen van het leven te ontrekken. Geliefden, familie. De laatste vijand die overwonnen word is de dood. Die woorden verhulden niet dat ze weg waren, allemaal weg. Die woorden konden het bijna ondraaglijke verlies niet wegnemen, of verzachten. Het maakte het alleen maar erger.
De laatste vijand die overwonnen word is de dood. Het is de grootste vijand van ieder mens, dier. Maar Erin was er niet bang voor. Ze was niet bang voor de dood. Niet voor haar eigen dood tenminste. Als je zelf dood was, was het vredig. Een soort van diepe slaap.
Maar de dood van vrienden, familie of andere mensen van die je houdt, neemt alles van je af behalve het leven zelf. Alsof er een Dementor permanent vastzit in je hoofd. Dat was hoe het met Albus voelde. Alsof ze een leeg omhulsel was. De enige reden waarom ze niet dat lege omhulsel is gebleven is omdat Harry, Hermelien en iedereen die tegen Voldemort was haar nodig had.
Pas als die er niet meer waren, als er niemand meer was om voor te vechten, dan pas zou ze in vrede kunnen sterven. En als ze minder geluk had, als haar tijd eerder was, dan zou ze vechtend ten onder gaan.
Als was 't het laatste wat ze deed, ze moest en zou vechten. Vechten voor alles wat goed was in deze wereld. Zodat er nooit meer mensen zo bruut zouden worden weggerukt door de dood. Door Voldemort.
De tranen stroomden toch over haar wangen, gloeiend heet en tegelijkertijd ijskoud. Wat zou het uitmaken voor degenen die toch al gestorven waren? Ze balde haar vuisten. "Het is oké, Harry. Ze zijn niet echt weg," quoteerde ze Sirius.
Hij keek haar aan. Ze streek met haar rechterhand over zijn wang, en hij voelde het koude metaal van Sirius' ring tegen zijn wang. "Degene van wie we houden verlaten ons nooit echt. Je kunt ze altijd vinden, hier," zei ze en ze legde de hand op zijn hart.
"Lily en James zijn hier. Sirius is hier. Albus is hier," fluisterde ze.
Hij kuste haar zachtjes.
