Hoofdstuk 76:

Harry Potter

"Ik vind dat we naar meneer Leeflang moeten gaan. Hoe droeg per slot van rekening dit rare teken op de bruiloft en het duikt overal weer op!" zei Hermelien.

Ron had het lef niet om tegen haar in te gaan, omdat het net weer een klein beetje goed ging tussen die twee, en Harry vond het een redelijk goed idee. "Waarom niet?" zei een bekende stem achter hem.

Erin glimlachte naar hen, en Harry huiverde nog steeds een beetje toen hij de bloedvlek zag verspreiden en weer wegtrekken. "Goed je weer te zien, Ron," zei ze en ze kuste haar roodharige vriend op zijn voorhoofd.

Ze glimlachte naar Hermelien. Hermelien keek weg en ze haalde haar wenkbrauw op. Waarschijn besloot ze dat het kwam doordat ze chagrijnig was door Ron, dus ze omhelsde Harry stevig en kuste hem zachtjes. "Je vroeg me toch waar Voldemort mee bezig was toen hij bij Stavlov op visite ging?" vroeg ze.

Harry knikte. "Nou, Stavlov had iets wat de blonde die, Grindewald, gestolen heeft. Het teken van Grindewald heeft er iets mee te maken, het is een oud sprookje als ik me niet vergis," glimlachte ze.

"Heb je het stuk over Grindewald gelezen?" zei Hermelien, die in het exemplaar van Het Leven en de Leugens van Albus Perkamentus bladerde.

De blondine knikte. "Nog al onheilspellend, vind je niet? 'Het doel heiligt de Middelen?' Ik weet niet wat Perkamentus met hem moest," zei Hermelien uitdagend.

Sinds wanneer die haat en nijd? "Dat weet je inderdaad niet," zei Erin koeltjes.

Harry liet haar het kapotte medaillon zien. Ze glimlachte. "Zo vind ik hem veel leuker, ik kreeg er altijd een beetje de rillingen van. Vreemd ding, het fluisterde altijd naar me, in mijn hoofd…" zei ze.

Harry lachte. "Laten we naar meneer Leeflang gaan," zei Ron en ze Verschijnselden.

Ze zagen een vreemd bouwsel en Erin nam het voortouw en klopte op de deur. "Loena is vast thuis,"zei ze glimlachend.

Maar meneer Leeflang zelf deed open, en hij zag er verslonst uit. "Hallo meneer Leeflang, ik ben Erin Perkamentus, een klasgenootje van Loena," zei Erin alsof ze nog klein was en bij Loena kwam spelen.

Meneer Leeflang knikte voorzichtig. "We willen u een paar vragen stellen, meneer," zei Harry.

Schoorvoetend liet hij hen binnen. Ze kregen een kopje afgrijselijke thee dat ze liever lieten staan. Erin pakte Harry zijn hand, zij voelde ook dat er iets mis was. "Waar is Loena?" vroeg Ron.

"Die is vissen bij de Lage Brug, op Zoetwaterplimpy's. Ze heeft er zo wel genoeg om voor iedereen soep te maken," zei Xenofilus Leeflang zenuwachtig.

Hermelien trok wantrouwend een wenkbrauw op. "Waarmee kan ik u van dienst zijn, meneer Potter?" vroeg hij.

Hermelien liet het teken zien. "We vroegen ons af wat dit symbool voorstelt?" vroeg ze.

"Bedoelt u het teken van de Relieken van de Dood?" vroeg hij terug.

"Dat was het verhaal," zei Erin en ze knipte met haar vingers.

"Drie broers kwamen op hun reis bij een rivier, die te diep en gevaarlijk was om doorheen te waden. Omdat ze de toverkunst beheersten konden ze een brug over de rivier maken. Op het midden van de brug kwamen ze de Dood tegen.

Deze was kwaad omdat ze er in waren geslaagd ongedeerd de rivier over te steken terwijl de meeste reizigers hier omkwamen. Hij speelde blij te zijn dat er mensen overheen waren gekomen en zei dat elk van hen een prijs verdiende.

De oudste broer, die een strijder was, vroeg om een onoverwinnelijke toverstaf, die een overwinnaar van de Dood waard was. De Dood haalde een tak van een vlierboom en maakte er een toverstaf van, de Zegevlier.

De middelste broer, die nogal arrogant was, vroeg om een steen om doden mee tot leven te wekken, om de Dood nog meer te vernederen. De Dood pakte een steen op van de oever en zei dat deze nu de kracht had om doden tot leven te wekken, de Steen van Wederkeer.

De jongste broer, die de nederigste en verstandigste was, vertrouwde de Dood niet, en vroeg om iets om mee verder te gaan zonder door de Dood te worden gevolgd. De Dood deed zijn Onzichtbaarheidsmantel af en gaf het aan hem.

Hierna vertrok de Dood en gingen de broers verder op stap. Later volgden de broers ieder hun eigen pad. De oudste ging duels aan, die hij altijd won, en schepte op over zijn staf. Op een nacht, toen hij sliep, sloop een jaloerse tovenaar naar hem, sneed zijn keel door, en stal de staf.

De middelste had een huis, maar woonde alleen, en op een dag haalde hij zijn steen tevoorschijn en draaide hem drie keer in zijn hand, zoals de Dood gezegd had. De geest van zijn geliefde verscheen, maar ze kon daar niet blijven, en verdween weer. De broer, die hierdoor gek was geworden, pleegde zelfmoord om zijn geliefde te kunnen volgen.

De jongste broer bleef leven, want hij was voor de Dood onzichtbaar dankzij zijn mantel, en werd pas gevonden toen hij hem uit eigen vrije wil afdeed en aan zijn zoon gaf. Toen ontmoette hij de Dood en volgde hem. Hij was de enige van de drie broers die zelf besloot wanneer te sterven," vertelde ze.

"Wat heeft het Teken daar mee te maken?" vroeg Harry.

Xenofilus pakte een papiertje. "De Zegevlier," zei hij, en hij tekende een streep. "De Steen van Wederkeer," zei hij, en tekende een cirkel rond de streep. "De Onzichtbaarheidsmantel." Hij tekende een driehoek die de streep en cirkel omvatte en het veranderde in het Teken.

Ze bedankten meneer Leeflang en Verschijnselden terug naar hun schuilplaats. "Dat is waar hij naar op zoek is, datgene wat Grindewald heeft gestolen, de Zegevlier," zei Erin.

"Als hij al bestaat," zegt Hermelien schamper.

"Het is waar, Marten wist dat zijn stok en die van Harry elkaar niet kunnen doden, omdat ze een soort van tweeling zijn, snap je? Daarom zoekt hij een andere stok, en die van Lucius werd versplinterd… daarom wil hij de Zegevlier, de machtigste stok van allemaal!" antwoordde Erin fel.

"Waarom noem je hem Marten?" vroegen Harry, Ron en Hermelien tegelijk.

"Nou je weet dat we hem niet meer de door zijn zelf gekozen titel kunnen noemen," zei Erin, een beetje van haar stuk gebracht.

"Ik noem hem nog net zo lief Voldemort," zei Harry, maar toen klonken er ineens allemaal knallen buiten.

Hij was het helemaal vergeten. Het Taboe. Als iemand de naam van Voldemort zei, konden de Dooddoeners je automatisch vinden. Harry's gezicht werd een seconde lang witheet en hij voelde zijn gezicht pijnlijk opzwellen. Erin's blonde haar kreeg een donkere gloed en Ron pakte Hermelien stevig vast.

"Handen omhoog en kom naar buiten!" zei een rauwe stem.