Dit is het eerste gedeelte van een lang hoofdstuk
Hoofdstuk 77:
Erin Maria Vilijn
"Opstaan, stelletje tuig!"
Vreemde handen grepen Erin vast en trokken haar uit de tent. Het waren een stelletje Bloedhonden, met twee Dooddoeners die ze even niet kon onderscheiden door hun kappen. Harry zijn gezicht was strak, gezwollen en deed je denken aan een monsterlijke bijenbeet.
"Laat haar los!" schreeuwde Ron naar de Dooddoener die Hermelien vasthad.
Een Bloedhond gaf Ron een vuist in zijn maag. "Twee heerlijke meisjes, ik hou toch zo van een zachte huid," grinnikte Vaalhaar.
Nu wilde Harry ingrijpen, maar hij had zijn bril niet op en sloeg mis. "Wat is er met je gezicht gebeurd, bolle?" lachte een Bloedhond.
Harry antwoordde niet en kreeg een klap in zijn maag. Erin gilde. "Bijensteek," mompelde Harry.
"Je vriendje staan nog ergere dingen te wachten als hij zich niet gedraagt," blafte Vaalhaar.
Erin spuwde een pluk van haar nu pikzwarte haar uit haar mond. Als ze haar herkenden zouden ze honderd procent zeker zijn dat die anderen Harry, Ron en Hermelien waren. "Hij is mijn broertje," siste Erin.
Het zou makkelijk kunnen, zij en Harry hadden nu beide zwart haar.
"Ze zien er alle drie uit alsof ze nog op Zweinstein horen te zitten."
"We zijn dit jaar net afgestudeerd," zei Erin.
"Leek het jullie leuk de naam van de Heer van het Duister te gebruiken?" vroeg de andere Dooddoener, die volgens mij Kolier heette.
"Hij heeft die titel zelf gekozen, waarom zou niemand het mogen gebruiken?" snauwde Erin.
Ze was totaal niet bang voor hen, bovendien, ze moesten technisch gezien doen wat ze zei, Voldemort was nou eenmaal haar vader, of ze het nou leuk vond of niet. "Weet je wie die naam gebruiken, schat? De Orde van de Feniks, ken je die?" zei een Bloedhond uitdagend.
"Diet leuk. Ber ongeluk," zei Ron, en zijn mond zat vol bloed.
"Hoe heet je, rooie?" vroeg Kolier.
"Bardy Webel," kuchtte Ron.
"Een Wemel, hè? Dan ben je in ieder geval geen Modderbloedje. En jij, dikke?"
"Herman Liguster," zei Harry.
Stomste. Naam. Ooit. Die bestaat niet eens! "Petunia Liguster," zei Erin.
"En op welke Afdeling zat je, schat?" vroeg Vaalhaar uitdagend, terwijl hij met zijn harige vingers over haar nek streelde.
Het voelde vies. "Zwadderich," loog ze zonder na te denken.
"Vreemd. Ze denken altijd dat we dat willen horen. Maar niemand kan ons vertellen waar de leerlingenkamer is."
"In de kerkers, onder het meer. Het licht is er groen," zeiden Harry en Erin tegelijk.
"Misschien hebben we echt twee kleine Zwadderaars te pakken. Je hebt geluk, want maar weinig Zwadderaars zijn Modderbloedjes," zei Kolier.
"En jij meisje, kan jij je naam sneller herinneren dan die rooie?" vroeg een Bloedhond.
"Patricia Hazelaar. Halfbloed," zei Hermelien.
Ze klonk bang maar wel overtuigend. "Wacht eens, ben jij niet Griffel?" zei Kolier en hij hield een foto van haar voor haar neus.
"Dat ben ik niet!" zei Hermelien zo paniekerig dat het gelijk stond aan een bekentenis.
"Dan is die rooie Ronald Wemel!" lachte Vaalhaar. "Ik herinner me je broer nog, Wemel," grinnikte hij.
Erin gromde. Bill was nu een soort van halve weerwolf en dan kwam door hem. Zijn knappe gezicht zat onder de littekens. "En wie ben jij dan, schat? Er staat geen Liguster op de lijst," zei de leider van de Bloedhonden, met zijn slordige bruine haar in een paardenstaart en zwarte make-up rond zijn ogen.
Hij pakte haar gezicht vast en zijn lippen kwamen akelig dichtbij. Erin stond op zijn voet. "Ik krijg je, vuile slet!" gromde hij.
Harry rende op de Bloedhond af, maar knalde tegen een boom op. Hij zag nog steeds niks. "Zou dit geen litteken kunnen zijn, Kolier?" zei Vaalhaar, die verlekkerd keek naar het straaltje bloed dat over zijn voorhoofd stroomde.
Een andere Bloedhond vond het zwaard van Griffoendor. Ze waren er bij. Geen kans dat ze hier nog uitkwamen. "We brengen dit zooitje niet naar het Ministerie. Deze brengen we rechtstreeks naar Villa Malfidus," opperde Kolier. "Hun zoon, Draco heeft met Potter op school gezeten. Hij kan hem vast herkennen."
Alsjeblieft Draco, dacht ze smekend.
"Die kan misschien ook onze Petunia herkennen. Anders is ze van mij," lachte de Bloedhond met de paardenstaart. Ze Verdwijnselden.
