Sorry voor mijn afwezigheid... ik hoop dat dit hoofdstuk aan de verwachtingen voldoet
Hoofdstuk 78:
Erin Maria Vilijn
"Wie is ze, Draco? Ze zegt dat ze een Zwadderaar is… wie is ze?" vraagt Bellatrix een tikkeltje enthousiast.
Ooit… denkt Erin duister. Of het nou indirect of direct is, ik zorg dat je vervroegd aan je eind komt, beloofd ze zichzelf. Voor Sirius.
Haar blauwe ogen keken smekend in de grijze van Draco. Hij herkende haar, ze zag het aan zijn blik. Verraad me niet, Draco, dacht ze. Bellatrix pakte Hermelien en Ron. "Dit zijn zeker Griffel of Wemel. Dat is waarschijnlijk Potter. Wie is zij?" vraagt Bellatrix.
Erin hield stug haar mond. "Stop haar en de jongens in de kelder. Ik wil even met het Modderbloedje praten, vrouw tot vrouw."
Erin probeerde zich los te rukken uit de greep van de Dooddoener. "Nee! Neem mij, neem mij!" gilde ze.
Bellatrix lachte en liet Hermelien los, die haar verbaasd aankeek. Pippeling nam Harry en Ron mee naar de kerkers. Bellatrix greep Erin bij de keel. "Je moet wel heel veel om dat Modderbloedje geven, als je in haar plaats gemarteld wilt worden," lachte de zwartharige vrouw.
Haar ogen straalden complete krankzinnigheid uit. "Neem mij," smeekte Erin.
Ze wist wat Bellatrix met Hermelien kon doen. "Voldemort zou het verzoek aannemen. Als de beschaafde heer die hij zegt dat hij is," zei Erin iets krachtiger.
Bellatrix trok een gezicht bij het horen van de naam Voldemort. Het gaf nu niet veel meer of ze zijn naam gebruikte of niet, ze waren toch al tussen de Dooddoeners. Wormstaart nam Hermelien ook naar de kerkers. "Hoe durf je zijn naam te gebruiken, jij smerige slet!" schreeuwde de vrouwelijke Dooddoener.
"Angst voor een naam vergroot alleen maar de angst voor het ding zelf."
Bellatrix trok een wenkbrauw op. Ze gooide Erin op de grond en hield haar er tegen aan gedrukt. Ze haalt een plukje blond haar van achter haar oor vandaan. Zeker een plukje gemist, in alle haast. "Finite," zei Bellatrix en haar haren kleurden weer blond. "Jij!" schreeuwde ze.
"Ik ben ook niet bijzonder blij om jou hier te zien," antwoordde Erin.
"Al die tijd wist je al waar Potter zat!"
Erin lachte. "Crucio!" schreeuwde Bellatrix en haar lichaam begon te kronkelen van de pijn.
Ze gilde even. "ERIN!" hoorde ze Harry gillen van beneden.
"Je verraad je eigen vader!"
"Albus Perkamentus is mijn vader!"
"Crucio! Perkamentus is dood!"
Ze gilde nog harder, en begon te snikken. Albus was dood, de pijn was ondraaglijk en Harry was een paar minuten van zijn lot… Vaalhaar kuchte even. "Laat je nog wat van haar over?" vroeg hij gedecideerd.
"Val dood, smerige weerwolf die je er bent!" schreeuwde Erin.
Ze kon alleen maar denken aan wat hij Remus had aangedaan…
Een Bloedhond liet het zwaard van Griffoendor vallen. Ze hadden het gevonden. Ze hadden daar mee het medaillon vernietigd. Hoe hadden ze het ook al weer gevonden? Haar hoofd deed pijn. Denken deed pijn. "Hoe kom je daar aan!" gilde Bellatrix verontwaardigd, die rood was geworden van kwaadheid, of woede.
"Het zwaard presenteerde zich aan ons toen we het nodig hadden! Zo werkt zijn magie!" zei Erin, hopend dat ze het zou geloven.
Het was half waar, maar dat werkte alleen maar als hij in de Sorteerhoed zat. "Je liegt, smerige bloedverraadster! CRUCIO!"
Erin gilde nog harder. "Ik spreek de waarheid," smeekte ze. "Alsjeblieft,"
Haar stem klonk gebroken. Ze moest iets doen… ze moest Harry, Ron, Hermelien en de anderen hier weg krijgen, voor Voldemort hier was. Bellatrix haalde een mes tevoorschijn. "Spreek de waarheid of ik zweer dat ik je aan dit mes rijg!"
"Ik heb het niet gestolen, gewoon gevonden! Het lag in een vennetje!" snikte Erin.
Bellatrix had het mes gepakt en begon letters in haar arm te snijden. Verraadster, stond er in bloedrood. "Je bent in mijn kluis in Goudgrijp geweest! Wat heb je nog meer gestolen, wat!"
"Niets! Ik heb niets gestolen!"
Er was een luide knal te horen in de kelder. "Wormstaart, ga kijken," zei Lucius Malfidus op zijn normale, lijzige toon.
Wormstaart gehoorzaamde. Het bleef even stil. "Gaat alles goed, Wormstaart?" riep Lucius naar beneden.
"Alles is prima hier," piepte iemand.
Het was een redelijke imitatie van Wormstaart, maar Erin hoorde dat het Ron was. Haar hart klopte even weer sneller. Ze hadden Wormstaart overmeesterd. Er was een kans dat ze konden ontsnappen.
"We kunnen ons nu wel van deze bloedverraadster ontdoen, Vaalhaar neem jij haar maar als je wilt."
"NEEEEEEEEE!" schreeuwde Harry.
Ron Ontwapende Bellatrix met waarschijnlijk Wormstaart zijn stok en Harry ving die van Bellatrix op. Lucius viel Verlamd neer voor de haard en Draco, Narcissa en Vaalhaar vuurden nog slappe lichtflitsen af, die Harry ontweek door achter de bank te duiken.
Erin voelde opnieuw een hand tegen haar keel en dit keer ook scherp metaal. "STOP OF ZE STERFT!" gilde Bellatrix.
Harry keek hijgend van achter de bank, zijn groene ogen stonden ernstig. "Vlucht," fluisterde Erin met alle kracht die ze nog had.
Toch lieten Harry, Ron en Hermelien hun toverstok zakken. "Doe niet," zei ze zwakjes. "Vecht…"
Toen trok Bellatrix haar achteruit om de vallende kroonluchter te ontwijken. "U mag Erin Perkamentus of Harry Potter geen kwaad doen!" piepte een bekende stem.
"Dobby," lachte Erin zwakjes. "Goed je te zien Dobby."
"Dood hem, Cissy!" schreeuwde Bellatrix tegen haar zus, maar Dobby Ontwapende haar.
"Hoe durf je je meesteres van haar toverstok te beroven!" zei ze verontwaardigd.
"Dobby heeft geen meesters," zei Erin.
Haar stem trilde. "Dobby is een vrije elf!" schreeuwde de huis-elf. "Dobby is gekomen om Harry Potter en zijn vrienden te redden!"
"Verdwijnsel, hij is bijna hier!" smeekte Erin.
"Ik laat je niet achter," zei Harry.
"Houd je van me?"
Harry knikte. "Dan laat je me gaan," zei Erin.
Dobby greep de handen van het Gouden Trio vast en ze Verdwijnselden. Bellatrix gooide haar mes en Erin gilde toen het met hun verdween. Iemand zou er door geraakt kunnen worden…
Bellatrix gooide Erin op de grond. Ze landde precies voor twee karakteristieke witte voeten. Ze keek omhoog. In het gezicht van Voldemort. Ze waren net op tijd, dacht Erin. Maar voor haar is het te laat.
