Hoofdstuk 79:

Harry Potter

"Dobby, niet doodgaan," smeekte Harry.

Hij deed zijn best om niet te snikken. Het gevest van het zilveren mes stak uit Dobby zijn borst en de bloedvlek werd steeds groter. Dobby keek even om zich heen. "Wat een mooie plek," zei hij.

Hij klonk zwak. "Wat een mooie plek om met vrienden te zijn," zei de huis-elf zacht.

"Dobby is blij dat hij bij zijn vriend is… Harry Potter."

Dobby's blik werd glazig en hij bleef doodstil liggen. Doodstil hier in de letterlijke zin van het woord. Harry trilde. Zijn bezorgdheid om Erin en de woede van Voldemort die hij nog in zijn hoofd voelde, werden overspoeld door zijn verdriet om Dobby.

Hij toverde een schop tevoorschijn en begon zelf een graf te graven. Dobby had dat verdiend. Hij pakte een van de twee toverstokken uit zijn zak, degene die het meest vriendelijk aanvoelde, en begon woorden een zelfgemaakte grafsteen te krassen.

Hier rust Dobby, een Vrije Elf.

Harry wankelde naar binnen en zag Hermelien in een witte badjas van Fleur op de bank zitten. Ron zijn gezicht zat nog onder de kleine krasjes, maar ze zagen er allebei goed uit. "Ik wil Olivander en Grijphaak zo overbrengen naar het huis van tante Marga. Er zit een Fidelius bezwering op," zei Bill.

"Nee. Ze moeten hier blijven. Ik moet ze spreken," zei Harry resoluut.

"Ka je 'anden even wassen, 'Arry," zei Fleur. "Je zit onder 'et bloed."

Toen Harry naar zijn handen keek zag hij inderdaad dat ze besmeurd waren met een mengeling van elfenbloed en modder. Hij ging de badkamer in. Zijn gedachten dreven langzaam af naar Erin en opeens kon hij duidelijk meemaken wat er met Voldemort gebeurde.

Voldemort had zijn dochter meegenomen naar het eilandje waar oorspronkelijk het medaillon lag. Voldemort gooide Erin neer op de rotsen. Ze was zwak. "Ik dacht dat je hem zocht. Maar je wist al die tijd al waar hij was. Nu zul je boeten," zei Voldemort.

Hij trok de ketting met de giftand van haar nek en gooide die in het water. Even leek het of Erin er achteraan wilde springen, maar zo te zien besefte ze dat het niet verstandig was.

Voldemort haalde een bekertje van de verschrikkelijke groene vloeistof tevoorschijn die Perkamentus een jaar terug voor niets had gedronken. Voldemort wilde zijn Gruzielement controleren. Als hij zou ontdekken dat er niets lag… en Erin moest de drank opdrinken.

De drank die je de ergste herinneringen die je had liet herbeleven. Bij het eerste kopje begon ze te trillen. Bij het tweede te snikken. Bij de derde moest Voldemort het in haar mond kiepen met veel geweld. Voldemort lachte. Zij was slechts nog een miezerige verschijning van wie ze ooit was.

"Sirius," snikte ze. "Ik had je moeten redden, Sirius. Het spijt me, het spijt me zo. Ik had mezelf moeten opofferen. Sirius het is mijn schuld.."

Voldemort kiepte een vijfde beker in haar mond. "Het is mijn schuld, ik mis je Sirius ik mis je zo. Ik had dood moeten zijn," zei ze.

Harry huiverde. Een zesde beker. "DOOD ME! DOOD ME!" schreeuwde ze.

Ze pakte Voldemort bij zijn gewaad vast. "Alsjeblieft. Heb medelijden, heb medelijden alsjeblieft! Dood me, dood me!" smeekte ze.

De zesde beker was de laatste geweest. Voldemort zag dat het Gruzielement weg was. Zijn woede stak als een zwaard door Harry zijn voorhoofd, zijn litteken. Hij wist dat Harry op Gruzielementen joeg. Hij wist ook dat er al drie verwoest waren.

Voldemort was ongerust, maar dit maakte hem alleen nog maar gevaarlijker. "Ik zou je eigenlijk moeten vermoorden," zei Voldemort koeltjes tegen Erin.

"Alsjeblieft," smeekte ze.

"Maar dat zou te makkelijk zijn," siste hij. "Je verdient het hiermee te leven."

Erin draaide haar hoofd naar het water en waagde de sprong. Voldemort hield haar tegen. Harry trilde. Hij haatte het haar zo te zien. "Harry, gaat het?" vroeg Hermelien aan de deur.

Harry deed hem open. Het gaf niet dat Ron en Hermelien zagen dat hij gehuild had.

"Hij weet het. Hij weet dat wij op zoek zijn naar Gruzielementen. Hij martelt Erin. Hij voelt nog gevaarlijker aan dan ooit. We moeten naar Goudgrijp, er ligt iets in Bellatrix haar kluis. Ze was ongerust, ze vroeg wat we nog meer gepakt hadden. En ik weet zeker dat er iets op Zweinstein ligt."