Ik heb hard aan dit hoofdstuk gewerkt, hoop dat jullie het wat vinden!
Hoofdstuk 87:
Erin Maria Vilijn
Dus dit was het dan.
Harry moest sterven zodat Voldemort kon sterven, en hij zou Erin in zijn val meenemen.
Harry leek in strijd met zichzelf. Ze wist wat hij dacht. Het was een dilemma. Hij wilde niet dat zij stierf, maar Voldemort moest hoe dan ook dood. Hij wilde niet verantwoordelijk zijn voor nog meer doden. Hij zou niet kunnen leven, zijn ziel zou weg zijn zonder dat er een Dementor aan de pas hoefde te komen.
Hoe graag ik hem ook in leven wilde houden, hij zou niet meer zichzelf zijn. Voor altijd depressief, dan is hij dood beter af.
"We gaan," zei ze simpelweg.
"Dan sterf je," zei hij.
"Jij ook," herinnerde ze hem.
"Dat maakt niet uit. Jij moet leven," zei hij.
"Mijn leven is niets waard vergeleken met Voldemort zijn dood," fluisterde Erin.
Hun voorhoofden raakten elkaar en ze had zijn armen om haar nek. Harry's handen trillend om haar middel. "Ik kan niet van je vragen…" sputterde hij tegen.
"Dit gaat niet om jou. Denk aan Ron en Hermelien, en alle anderen. Zij verdienen een wereld zonder Voldemort. Die kunnen wij ze alleen geven, Harry. Ik ben klaar om te sterven."
Harry knikte. "Ik ben klaar om te sterven."
"Zo mag ik het horen," zei Erin glimlachend.
"Maar er is nog steeds de slang," zei hij.
"Ik zal doen wat ik kan, als hij bezig is met jou, krijg ik haar wel dood."
Harry leek gerust gesteld. "Blijf je bij me?" vroeg hij.
"Tot het laatste moment," zei Erin.
Een traan stroomde over haar wangen. "Als het je niet lukt de slang te doden, Erin…" begon hij.
"Dat lukt me wel!" zei ze verontwaardigd.
"Maar als. Dan wil ik dat je mij zo snel mogelijk vergeet en doorgaat met je leven. Wordt gelukkig. Zelfs met Zabini voor mijn part, hij is beter dan ik had gedacht. Maar blijf alsjeblieft niet eeuwig rouwen, Erin. Treur niet om mij," zei Harry.
Erin snikte, Harry hield haar dicht tegen zich aan, maar ze kon hem nog wel aankijken. "Weet je nog wat ik vorig jaar zei?" snikte ze.
"Ik houd van je tot je hart stopt met kloppen," zei ze.
"Maar ik weet nu, ook nog er na," zei Erin vastberaden.
Zelfs bij Harry rolde nu een traan over zijn wangen. Ze deelden nog een laatste kus, die lang was, vol met rauwe passie.
Erin proefde zoute tranen, waarvan ze niet wist of die van haar of van Harry waren. Waarom kan dit moment niet eeuwig duren? Het liefst wil Erin nooit gescheiden worden van het leven en van Harry.
Maar ze weet dat de dood niet het ergste is. De dood is de laatste vijand die overwonnen word, en dat doet ze samen met Harry. Hun harten kloppen als één, en hun zielen versmelten bijna.
Maar ze zullen nooit echt weg zijn. Zij en Harry zullen altijd voorleven in de harten van degenen van wie ze houden. De dood is niets anders dan het volgende avontuur. En Erin wilde dat avontuur maar wat graag met Harry beleven.
Ze brak los van de kus. "We moeten echt gaan, voor het uur om is," zei ze.
"Ik houd van je," zeiden ze in koor.
Hand in hand liepen ze naar beneden, naar het Verboden Bos. Ze hadden de Onzichtbaarheidsmantel om, het leek hen beter om geen afscheid te nemen. Dat zou het alleen maar moeilijker maken. Diep in haar hart had Erin al afscheid genomen van Ron en Hermelien.
Harry haalde opeens de oude Snaai uit zijn zak. "Ik ben klaar om te sterven," zei hij en hij drukte zijn lippen tegen het goud.
De Snaai barstte open. "Ah, jij ving je eerste Snaai met je mond," lachte Erin.
"Ving hem met mijn mond? Ik slikte hem bijna in," grapte Harry.
Wij zijn denk ik het enige koppel die zelfs seconden voor hun dood nog geintjes kan maken, dacht Erin.
Ze keek wat er in de Snaai zat. Een driehoekige steen. De Steen van Wederkeer. Erin pakte hem vast en draaide hem drie keer in haar hand.
Er verschenen vier personen. Albus, Sev, Maria en Sirius. "Wat gebeurt er?" vroeg Harry.
Erin antwoordde niet. Ze liet Harry zijn hand los en wilde Sev omhelzen, maar ze ging dwars door hem heen. Ze waren een soort geesten, gokte ze. "Het spijt me zo, Sev," zei ze.
Hij glimlachte. "Je kon het niet weten, Voldemort moest me volkomen vertrouwen," antwoordde hij.
"Ik.. ik had je bijna vermoord, Sev!" snikte ze bijna.
"Je bent zo sterk, Erin. Je loopt je eigen noodlot tegemoet met opgeheven hoofd. Ik kan nooit trotser op iemand zijn dan ik nu op jou ben," zei hij.
Erin trilde. "Ik houd van je, Sev. Jij en Albus waren als twee vaders voor mij. Jullie waren mijn echte ouders, behalve in bloed," zei ze.
Toen draaide ze om naar Albus. Ze had woedend kunnen zijn omdat hij de ring had gedragen, maar nu wist ze dat hij geprobeerd had de Steen van Wederkeer te gebruiken. "Je miste ze, was het niet? Je vader, je moeder en bovenal Ariana?" vroeg ze.
"De Relieken van de Dood. Kun je het me vergeven dat ik er zo erg mee geobsedeerd was geraakt?" vroeg Albus op een beschaamde toon.
"Vergeven? Ik weet niet hoe ik je ooit terug kan betalen voor wat je allemaal voor me gedaan hebt!" zei Erin.
Albus deed of hij het niet hoorde. "Meester van de Dood, ben ik wel een haar beter dan Voldemort als je er zo over denkt?" zei hij schamper.
"Natuurlijk ben je beter dan Voldemort! Je was jong, slim…" zei ze.
Hij had Erin het verhaal verteld, ergens in haar zesde jaar. Albus had al die tijd al geweten dat ze zou sterven en hij wilde dat zij zijn levensverhaal zou weten. "Je wilde Relieken, Albus. En geen Gruzielementen."
Hij glimlachte een beetje, maar er blonken nog steeds tranen in zijn blauwe ogen. "Relieken en geen Gruzielementen. Maar ik zocht nog steeds naar een manier om de Dood te overwinnen. Jij en Harry zijn betere mensen dan ik. Jullie accepteren het."
"Je was een jonge, slimme, misschien een tikkeltje arrogant," glimlachte ze naar hem voor de doorging. "jongen die in de verleiding werd gebracht door Gellert Grindewald. Je hebt geen schade aangericht. Het is niets om je voor te schamen," zei ze.
"Je kunt me niet meer verachten dan ik mezelf doe. Ik had me nooit in de verleiding moeten laten brengen…" jammerde hij.
"Je hield van hem," zei Erin zachtjes. "Liefde maakt blind."
Albus begon nu echt te huilen. "Hoe wist je het?" vroeg hij.
"De manier waarop je over hem sprak," zei ze.
"Hij liet me Ariana vermoorden, Erin."
"Niemand weet wie Ariana heeft vermoord. Niemand weet wie de Vloek heeft afgevuurd. Volgens mij heeft ze zichzelf per ongeluk om zeep geholpen, met haar ongecontroleerde, maar sterke magie," stelde Erin hem gerust.
"Ik ben altijd al trots dat jij mijn vader bent geweest. Voor mij ben jij mijn echte vader," zei ze.
"Ondanks dat je de waarheid kent?"
"Ondanks dat ik de waarheid ken," glimlachte ze.
Ze draaide zich om naar Maria. Haar knappe gelaatstrekken stonden droevig. "Het spijt me dat ik je nooit heb kunnen zien opgroeien," zei Maria.
"Had je me wel willen hebben, wetend wie de vader was?" vroeg Erin.
"Absoluut. Je bent zo dapper, kind," zei haar moeder.
Erin knikte en wendde zich tot Sirius. Hij was jonger en knapper dan Erin hem ooit gezien had, met zijn handen in zijn zakken en een grijns op zijn gezicht. "Ik zie toch dat het goed zou komen," grijnsde hij.
"Je had al die tijd gelijk, Sirius."
"Het doet geen pijn hoor, net als in slaap vallen," zei hij.
"Het is niet jou schuld, Erin. Ik verwijt je niets," zei hij.
"En Remus, hij heeft een kind! " zei Erin.
"Je bent net zo'n roekeloze peetouder als ik," zei Sirius.
"Ben je niet kwaad?" vroeg Erin.
"Ik gun hem alles," zei Sirius. "Zorg jij nou maar dat je die slang doodt, Erin. Succes."
"Sirius, toen je Vloek des Doods je raakte… het nam niet alleen je leven, maar ook een deel van mij ziel."
"Ik ben altijd bij je geweest, diep van binnen," zei hij.
"En ik zal altijd bij je blijven," voegde hij er aan toe.
"Ik hou van je, Sirius." Erin keek de doden een voor een aan.
"Ik hou van jullie allemaal," zei ze.
