Deze is voor , als dank voor het reviewen constant. Ik waardeer het heel erg. Hoop dat je dit net zo spannend vind
Hoofdstuk 89:
Erin Maria Vilijn
Harry zijn handen werden slapper, net als zijn lippen. Ze voelde hem achteruit vallen. Met een doffe klap kwam hij neer. Nog een doffe klap. Voldemort was ook omgevallen. Erin kon het allemaal niets schelen. Ze trilde.
Ze sloeg haar hand voor haar mond en dacht: Niet huilen, ga nu niet huilen!
Maar ze had de kracht er niet voor. Haar knieën begaven het en ze zat geknield naast Harry. Zijn ogen stonden nog open, met dezelfde emotie als hun laatste blik hadden gegeven. Liefde. Spijt. Verdriet.
Een mix van dat alles. Erin sloot zijn ogen, ze kon de doordringende blik van zijn ogen niet langer aan. Ze pakte zijn bril op die was afgevallen en zette hem weer op zijn neus. Dood. Weg. Dat was Harry nu. Ergens waar zij niet bij kon. Nog niet.
Maar ze bedacht zich ook dat ze had gefaald. Haar kans om de slang te doden was nu weg. Als Voldemort toch nog bleef bestaan, waarom had Harry dan moeten sterven?
"Waarom nu al, Harry?" fluisterde ze. "Waarom niet over een hele lange tijd, als je oud en grijs bent, met mij bij je zijde? Met hordes kleinkinderen die rondrennen, met groene ogen en blond haar?"
Waar ze bij Sirius immense pijn had gevoeld, en bij Albus enorm verdriet, voelde ze niets bij het sterven van Harry. Haar vermogen om te voelen was haar afgenomen. Ze zou nooit meer kunnen lachen, nooit meer een Patronus op kunnen roepen… nooit meer huilen.
Ze zou zich moeten schamen dat ze nooit eens fatsoenlijk om Harry zou kunnen huilen. Als ze zich nog schamen kon tenminste. Ze was leeg.
Armen trokken haar achteruit maar ze liet zich gewoon meeslepen. Er was geen nut meer. Er was geen leven meer. "Dood me," zei ze zonder na te denken.
Voldemort zag er verstrooid en vies uit, alsof hij net op de grond was gevallen. "Nu kun je je eindelijk bij mij aansluiten," zei hij.
"Je hebt niets aan mij. Ik ben praktisch dood," zei Erin.
"Dat is niet waar," zei Voldemort. "Je leeft. En je bent van mij."
"Ik ben van niemand. Ik ben niemand," zei Erin. "Ik ben niemand zonder Harry."
"Stel je niet aan! Nu is het moment om je bij mij aan te sluiten! Ik heb Harry Potter vermoord! Crucio!"
Erin gilde. Harry's lichaam werd de lucht in gegooid. Ze had moeten weten dat het nooit ongeschonden had kunnen blijven liggen. "Nee!" schreeuwde Erin en ze richtte haar toverstok op Voldemort.
Bellatrix hield haar van achteren in bedwang en drukte het o zo bekende zilveren mes tegen haar keel. Het mes dat Dobby vermoord had. "Doe het," zei Erin. "Je zou me een grote gunst doen!"
Voldemort hief zijn hand op naar Bellatrix. "We gaan naar het kasteel en laten hun zien wat er van hun held geworden is," zei hij. "Wie wil het lijk meeslepen?"
Zijn rode ogen gleden langs zijn Dooddoeners. Ze stopten bij Erin. "Draag jij hem maar," zei Voldemort.
Erin liep met lood in haar schoenen terug naar zijn lichaam. Ze ging op haar knieën zitten en deed Harry's slappe arm over haar schouder. Toen tilde ze hem op. Zijn hand was nog warm, net zo warm als toen Erin hem net nog vasthield.
Harry lag op haar rug en even dacht ze dat ze Harry's adem in haar nek voelde. Het zal wel verbeelding zijn geweest.
Ze was maar een niet al te sterk meisje van zeventien, dus ze moest Harry half slepen naar Zweinstein. Ze stonden op de binnenplaats, met Voldemort naast haar en de Dooddoeners er achter. Zijn magisch versterkte stem galmde over de binnenplaats.
"Harry Potter is dood! Hij is gedood toen hij probeerde te vluchten,"
"Niet waar," zei Erin maar haar stem was nauwelijks hoorbaar.
"zichzelf in veiligheid probeerde te brengen terwijl jullie je leven voor hem opofferden. We brengen jullie zijn lijk als bewijs dat jullie held dood is. Wij hebben de slag gewonnen.
De helft van jullie strijders is gesneuveld, wij zijn in de meerderheid en de Jongen Die Bleef Leven is dood. De strijd moet nu beëindigd worden. Wie zich blijft verzetten, man, vrouw of kind, zal worden afgeslacht, samen met zij familie.
Kom naar buiten en kniel voor mij, dan zal jullie leven worden gespaard. Jullie ouders en kinderen, broers en zussen zullen blijven leven en vergeven worden, en samen met mij een nieuwe wereld opbouwen."
Harry's gewicht werd Erin te zwaar en ze zakte door haar knieën, dus ze liet Harry zijn hoofd tegen haar borst rusten en hield zijn lichaam vast. Ze wilde zo graag dat hij niet dood was dat ze dacht dat ze zijn hart voelde kloppen.
Langzaam kwamen er mensen het schoolplein op lopen. Erin zag Ron en Hermelien als eerste, die elkaar wanhopig vasthield. Benno hinkte en werd ondersteund door Ginny. Loena had de hand van Marcel vast.
Professor Anderling had er grappig uitgezien als Erin niet wist dat ze net had gevochten. Haar altijd strakke knot was uitgezocht en ze zag er havelozer uit dan ooit.
Hermelien zag Erin ook. "Jij!" snikte ze. "Al die tijd al, we waren we bang dat jullie je zouden opofferen!"
Toen zag Hermelien ook Harry en sloeg ze haar hand voor haar mond. Ginny gilde. "Nee!" schreeuwde ze. "Nee!"
"Harry Potter is dood!" zei Voldemort.
"Mag ik iets zeggen?" vroeg Marcel.
"Jij bent van zuiver bloed, jongen. Ga je gang," antwoordde Voldemort, maar zijn toon was ongeduldig.
"Dat Harry dood is maakt niet uit," zei Marcel.
Voldemort lachte schamper. Hermelien liet een luide snik horen. "Er gaan elke dag mensen dood! Vrienden, familie. Ja, we hebben Harry verloren vannacht. Maar hij is nog steeds bij ons," zei Marcel, en hij keek Erin aan.
"Hierbinnen."
Hij legde zijn vrije hand op zijn hart. "Dat geld ook voor Fred, Tops en Remus… ze zijn niet voor niets gestorven. Maar JIJ wel."
Marcel wees naar Voldemort. "Want je hebt het fout! Harry's hart klopte voor ons allemaal! En het is niet voorbij!" schreeuwde hij.
Hij trok het zwaard met robijnen uit de oude, stoffige hoed. Erin bewonderde Marcel zijn moed. "Strijders van Perkamentus!" schreeuwde ze.
Opeens voelde ze Harry bewegen. Hij richtte zijn stok op Nagini en schreeuwde: "Confringo!"
De slang landde recht voor Marcel die zijn kop eraf hakte. Nu alleen nog het stukje ziel in Voldemort zijn lichaam. Voldemort had zijn stok weer op Harry gericht. Erin Ontwapende haar vader. Er was een hoop chaos.
Een hoop Dooddoeners Verdwijnselden en Voldemort was van de kaart gebracht. Harry had Erin haar hand gepakt. Ze renden over de binnenplaats en ontweken de vele vloeken die naar hun hoofd vlogen, met Voldemort op hun hielen.
Ze zag hoe Jeegers tegen de grond werd geslagen door Leo en George, Ron maakte Fenrir Vaalhaar van kant. Voldemort stond nu achter hen met Anderling, Slakhoorn en Wolkenveldt tegelijk te duelleren, en Bellatrix had ook drie tegenstander, vijftig meter er vandaan.
Hermelien, Loena en Ginny waren maar net opgewassen tegen Bellatrix, toen een Vloek Des Doods Ginny op een haar na miste.
"NIET MIJN DOCHTER, KRENG!" schreeuwde mevrouw Wemel.
Ze begonnen te duelleren, op leven en dood. "Wat komt er van je kindertjes als jij nu sterft? Als het met mammie net zo afloopt als met Freddie?" vroeg Bellatrix treiterend. "Jij raakt mijn kinderen nooit meer aan!" antwoordde mevrouw Wemel woedend en ze vermoordde Bellatrix.
Erin kon wel juichen. Voldemort wilde mevrouw Wemel vervloeken maar Harry gebruikte een Schildspreuk. Toen Voldemort keek wie die gedaan had, bleef zijn blik woedend op Harry hangen. "Ik wil dat niemand me probeert te helpen!" zei Harry luid.
"Zo moet het eindeigen," zei hij.
Voldemort siste. "Dat meent hij niet. zo gaat hij niet te werk. Wie ga je vandaag als schild gebruiken, Potter? Je modderbloed vriendinnetje? Je roodharige bloedverrader vriend? Of misschien mijn dochter dit keer?"
"Niemand," zei Harry. "Er zijn geen Gruzielementen meer. Het gaat nu alleen nog tussen ons. De een kan niet voortleven als de ander niet dood is… een van ons moet sterven."
"Dat ben jij! Liefde zal je niet redden Potter!"
"Maar probeer nu eens een beetje berouw te voelen, Vilijn."
Voldemort was geschokt. "Het is je allerlaatste kans. Wees een man… probeer berouw te voelen…" zei Harry.
"Durf je?" zei Voldemort.
"Ja, dat durf ik," zei Harry.
"Avada Kedavra!"
"Exprelliarmus!"
De groene en rode lichtspreuken raakten elkaar wederom en versmolten tot een prachtig goud. Het goud kronkelde terug richting Voldemort en nam bezit van de Zegevlier, die begon te barsten, te splijten…
Toen viel Voldemort neer, met zijn rode ogen nog tollend in zijn oogkassen.
