Het was een heerlijk dag en ik had me goed vermaakt, maar het werd al weer donker dus ik besloot naar huis te gaan. Tom, een jongen die ik op het strand had ontmoet en sindsdien aan me was blijven klitten, vroeg op hij met me mee mocht lopen en ik knikte.
'Woon je hier nou alleen?'
'Jep.' glimlachte ik naar hem en zuchtte in mezelf. Ik wist welk verhaal ik hem moest vertellen.
'Waar wonen je ouders?' vroeg hij nieuwsgierig.
'Mijn ouders leven niet meer.'
'O het spijt me.' stamelde hij en kwam bijna niet uit zijn woorden. 'Ik wou je niet kwetsen.'
'Geeft niet. Je kon het niet weten.' stelde ik hem snel gerust. 'Ze zijn een tijd geleden overleden. De pijn slijt.'
We waren bij mijn huis aangekomen en ik wenste hem een goede avond. Ik keek hem na. Ik kon hem niet vertellen hoe erg ik mijn familie miste. Hoe graag ik wou dat ik bij hen had kunnen blijven en een normaal leven kon lijden.
Ik had de geur direct geroken toen ik de straat in kwam lopen met Tom en dit keer was het hoogstens een kwartier oud. Even dacht ik na, maar ik besloot het te volgen. Misschien dat ik dit keer wel de persoon van de geur zou vinden. Het feit dat ik gevolgd en waarschijnlijk bekeken werd zonder dat ik wist door wie ergerde me enorm. Ik keek naar m'n voeten en zuchtte. Ik had geen tijd om m'n slippers om te ruilen voor gympen.
Op een mensen tempo rende ik de straat uit de geur volgend. Ik had al twintig minuten gerend en was ondertussen woedend geworden. Hoe durfde iemand zomaar mijn huis te bereden en in mijn spulletjes te snuffelen! Bij elke stap die ik nam voelde ik de woede toenemen.
Ondertussen was ik een industrieterrein op gerend. En ik stopte voor een leeg staand kantoor. Volgens mijn neus was de indringer hier naar binnen gegaan. Voorzichtig duwde ik de deur open. Ik kwam in een vierkante ruimte met aan de linkerkant een balie en tegenover me een trap. Even bleef ik stil staan om te luisteren of ik iets hoorde. Het was stil in het gebouw en ik liep naar de trap tegenover de deur. Zachtjes liep ik de treden op, nog steeds op m'n hoede. De geur werd steeds sterker en ik wist dat de indringer zich hier verborg. Bovenaan de trap bleef ik staan en nam de grote lege ruimte in mij op.
Voordat ik het wist werd ik tegen de grond gesmakt en m'n hoofd klapte tegen de grond. Ik voelde dat er iemand bovenop mij ging zitten. Ik was geschokt! Hoe kon ik dit niet gehoord hebben? Ik probeerde mezelf vrij te worstelen, maar het enige wat ik voor elkaar kreeg was dat ik mezelf omdraaide zodat ik nu op m'n rug lag. Ik keek woedend naar de jongen die mij tegen de grond had gewerkt. Hij keek me met grote ogen aan en de emotie die ik daarin zag kon ik op dat moment niet plaatsen. Zijn greep verslapte en dat moment greep ik aan om mijn armen vrij te krijgen. Ik gaf hem een flinke duw tegen zijn borst zodat hij naar achter vloog en van de trap af viel. Gespannen sprong ik overeind en dook in een aanvallende houding. De jongen kwam met een nog steeds geschokte blik de trap weer op lopen.
"Wat..."
Verder kwam hij niet. Met grauw sprong ik bovenop hem. Hij had dit klaarblijkelijk niet verwacht en door mijn plotselinge gewicht wankelde hij en weer tuimelde hij de trap af met mij bovenop hem. Zodra we de vloer raakten sprong hij op en rende weer naar boven. Grommend van kwaadheid ging ik hem achterna. Hij stond in het midden van de ruimte met zijn handen naar me toe.
'Wie...'
Weer kon hij zijn zin niet afmaken. Mijn hand klauwde in de lucht waar hij net nog had gestaan.
'Jemig!' vloekte ik in mezelf. Al die jaren vreedzaam leven was geen must voor m'n gevechtstechnieken. Ik had moeten blijven oefenen!
'Wacht nou!' riep de jongen.
'Jij viel mij aan!' schreeuwde ik woedend. 'En nu moet ik stoppen?'
Met een grote sprong die hij niet aan had zien komen had ik hem tegen de grond gesmakt.
'Ha, nu was ik degene die bovenop zat!' Dacht ik vol genoegen. Woedend keek hem aan en ontmoete zijn blik. De emotie die ik eerder had gezien in zijn ogen zat er nog steeds en plotseling begreep ik welke emotie dat was. Het leek het of alle kracht uit mijn lichaam vloeide. Het leek niet alleen zo, dacht ik paniekerig, het was ook zo! Wat gebeurde er? Ik keek nog steeds in zijn ogen en ik kon mijn blik niet afwenden. De jongen duwde mij zachtjes van hem af en draaide ons zo dat hij nu weer boven op mij zat. Hij hield mijn polsen tegen de grond gedrukt en ik keek verlamd van angst naar hem. Hij bleef in mijn ogen staren en glimlachte toen hij merkte wat voor invloed dat had op mij. Doordat glimlachje werd ik weer woedend. Woedend op mezelf, hoe kon ik dit toelaten? Niemand mocht deze macht over mij hebben. Hij zag de verandering in mijn gezichtsuitdrukking en boog zich voorover. Ik hield mijn adem in en ik voelde mijn woede wegsijpelen. 'Nee, nee woede kom terug!' Dacht ik wanhopig.
Zijn gezicht was nu nog maar een paar centimeter van mijn gezicht vandaan en ik voelde zijn zoete adem over mijn gezicht strijken. Zijn glimlach werd nog breder toen hij mijn hart tekeer hoorden gaan. Ik sloot mijn ogen om de tranen, van woede, die naar buiten wilden te bedwingen. Plotseling voelde ik twee warme en zachte lippen over mijne strijken. Ik opende verschrikt mijn ogen en staarde in de zijne. Hij kwam iets omhoog met zijn gezicht en hij lachte teder naar me. Hij boog zich weer voorover en drukte zijn lippen nu steviger op de mijne. Mijn hart sloeg zo hard dat ik bang was dat het oververhit zou raken en zou stoppen, maar het maakte mij niet uit en ik kuste hem terug. Eerst voorzichtig, maar al snel liet ik me gaan. Hij liet mijn polsen los en ik greep zijn haar vast. Plots tilde hij zijn gezicht op en ik keek met spijt naar hem op. Hij stond op. Nog even bleef ik naar adem happend liggen, wachtend totdat mijn hart weer in het gewone ritme zou gaan kloppen. Toen ik er zeker van was duwde ik me omhoog op m'n ellebogen.
De jongen zat 3 meter verder op zijn hurken en staarde naar mij. Ik werd er verlegen van en geloof mij, dat gebeurde niet vaak.
'Euhm...' Ik ging rechtop zitten. 'Wat betekende dat?' vroeg ik voorzichtig.
Hij kwam overeind, liep naar me toe en stak zijn hand uit. Na een korte aarzeling pakte ik zijn hand en hij trok me overeind. Hij boorde zijn ogen in de mijne.
'Volgens mij ben ik verliefd.' fluisterde hij en trok me in zijn armen.
Het werd al donker en nog steeds stonden we tegenover elkaar. We hadden beiden niet meer bewogen na zijn bekentenis. Ik legde mijn hoofd in mijn nek en ik staarde naar zijn gezicht. Nog nooit had ik zo'n perfect en prachtig gezicht gezien. Zijn ogen leken wel van vloeibaar goud en ze waren omlijst met een donkere rand lange wimpers. Zijn neus was perfect, ik kon niks anders zeggen. Mijn blik gleed naar beneden naar zijn mond waar een zachte glimlach om zijn perfecte lippen speelde en hij had zo'n prachtige strakke mannelijke kaaklijn waar ik zo van hield. Zijn haar was blond en gebleekt door de zon en zat warrig.
Ik dwong mezelf nog verder naar beneden te kijken. Zijn spieren golfden onder zijn strakke t-shirt. Hij was goed gebouwd! Meer dan goed eigenlijk! Het leek alsof mijn ogen weer naar zijn gezicht werden gezogen. Ik zag dat zijn blik op mijn mond rustte. Mijn lippen krulde tot een glimlach toen ik besefte dat hij mij net zo onderzoekend bekeek als ik hem. Toen hij mijn glimlach zag schoot zijn blik weer naar mijn ogen en staarde er diep in alsof hij er wat in probeerde te vinden.
Dit wordt al iets boeiender als het eerste hoofdstuk, vinden jullie niet.
Ben benieuwd wat jullie ervan vinden, laat me weten via het knopje! En chillax de Cullens komen er bijna aan!! :D
