TRouwe lezers, ik zat een beetje vast hoe ik dit stuk wou schrijven. Ben er nog niet helemaal tevreden over maar anders gaat het nog wel erg lang duren voordat ik post. Ik ben erg benieuwd wat jullie ervan vinden!

Beneden werd de deur opengetrokken.

'Hank, dit pand is niet afgesloten. Loop je even mee?' Hoorde we een zware bas stem zeggen.

Verstoord keek ik naar de trap en gromde van ergernis. Ik wou niet dat dit moment verstoord werd. Ik had nog niet alles gezien! Toen ik mijn hoofd weer omdraaide was de jongen verdwenen. Geïrriteerd keek ik om me heen. Hoe deed hij dat toch?

'Psst.' Hoorde ik achter me en ik draaide me om. De jongen kleefde aan het plafond en grijnsde naar me. 'Blijf je daar staan?'

In één sprong hing ik naast hem aan het plafond. Ik staarde hem verwonderd aan. Alles aan hem trok mij aan. Letterlijk en figuurlijk! Ik had een hele andere plaats kunnen kiezen om me te verbergen. Ik zuchtte gefrustreerd.

Dit alles had nog geen tel geduurd en we hoorde de mannen de deur doorkomen en de trap oplopen. Het licht van zaklampen gleed door de ruimte. Gespannen keek ik naar de jongen naast me. Wat zou hij doen? Zou hij aanvallen? Ik kon niet vertrouwen op de kleur van zijn ogen. Ik had ook gewoon bruine ogen, maar dat zei niks. Vertouw nooit op vampieren, dat was mijn nummer één leefregel. Maar tegen mijn verwachting in hing de jongen heel ontspannen naast me en glimlachte naar me alsof hij me wou geruststellen.

De bewakers waren ondertussen naar bovengelopen toen ze op deze verdieping niks zagen en we wachten geduldig voordat ze het pand weer uit waren. Eindelijk hoorde we dat het slot op de voordeur dicht gedraaid werd.

Ik betrapte mezelf dat ik de jongen de hele tijd was blijven aankijken. Een beetje beschaamd liet ik mij vallen en kwam soepel op m'n benen terecht. De jongen liet zich ook vallen en kwam voor me staan.

'Matthew.' zei hij.

'Sara.' antwoordde ik hem.

Ik voelde hoe zijn armen om mij heen sloten en weer keek hij diep in mijn ogen. Ik voelde hoe mijn ergernis en schaamte wegsijpelden. Zijn zachte lippen ontmoeten de mijne en ik besefte dat ik naar Matthew toe was gebogen.

'Zullen we naar het strand lopen?' stelde hij voor.

Het was heerlijk weer en ik verlangde om de warmte van de zon op mijn huid te voelen dus ik knikte enthousiast.

De hele weg naar het strand keek hij niet weg van mij. Ik sloeg verlegen mijn ogen neer toen ik dat opmerkte.

Hij pakte mijn arm en draaide mij rond zodat ik tegenover hem stond. Hij legde zijn hand onder mijn kin en duwde mijn hoofd omhoog.

'Waarom kijk je weg?' vroeg hij.

'Euhm…je staart.' mompelde ik.

'Vind je dat vervelend? Ik heb het idee dat mensen wel vaker naar je staren.'

'Maar mensen staren niet zo.'

Hij trok zijn wenkbrauw op, wachtend totdat ik het zo uitleggen.

Ik durfde hem niet aan te kijken, bang dat ik het fout zou hebben. 'Je kijkt alsof…alsof…ik het mooiste ben wat je ooit hebt gezien.'

Ik bedoelde niet mijn uiterlijk en hij begreep me.

'Lieve Sara. Toen ik in je ogen keek in het kantoor wist ik dat ik mijn soulmate gevonden had. Zolang jij me bij je wilt hebben zal ik er zijn. Ik zal je nooit verlaten uit eigen wil. Ik hou van je.'

Ik staarde hem aan en probeerde, ondanks dat zijn gezicht nu maar een paar centimeter van mijn gezicht vandaan was, helder blijven. Terwijl ik zocht naar woorden zag ik hem ongeduldig worden, gefrustreerd door mijn zwijgen. Ik zag de angst in zijn ogen, de angst die eerder ook in mijn ogen te zien was maar nu door zijn woorden waren weggenomen.

Ik antwoordde hem simpel.

'Blijf bij me!'

Hij glimlachte, trok me in zijn armen en fluisterde in mijn haar. 'Voor altijd.'

Ik lag met m'n buik op het zand en m'n benen gekruist omhoog. Naast me lag de mooiste man die ik kende en hij lag hier met mij! Ik voelde een warm gevoel van binnen en ik zuchtte diep.

'Wat is er?' Hij draaide zich op zijn zij zodat hij me makkelijk aan kon kijken. Elke keer wanneer hij naar me keek, keek hij diep in mijn ogen. En ik voelde het warme gevoel rondstromen in mijn lichaam.

'Voel je wel eens gelukkig? Ik bedoel écht gelukkig?'

'Zoals nu? Nog nooit.' glimlachte hij terwijl hij nog steeds in mijn ogen staarde. De vlinders vlogen met grote snelheid door mijn buik. Ik hield van Matthew en ik hield van het gevoel dat ik van hem kreeg elke keer wanneer hij tegen mij praatte, naar me keek of me aanraakte.

Ik draaide me op mijn rug en sloot mijn ogen. Ik voelde hoe zijn blik over mijn lichaam gleed en ik trok een grimas toen mijn hartslag een beetje versnelde. In reactie daarop sloeg ik één oog open en ik zag hoe een genoegzame grijns over Matthew's gezicht gleed. Ik probeerde zijn aandacht af te leiden.

'Hoe kan je het dat je hier in de zon ligt?'

'Je legt een handdoek op het zand neer. Laat je zakken op je kont en buig dan naar achter zodat je met je rug op de grond ligt. Eerlijk gezegd klinkt het moeilijker dan het is.' grijnsde hij.

Ik glimlachte. 'En nu serieus? Hoe komt het dat je niet glinstert?'

Hij liet zich weer op zijn rug vallen. 'Ik weet het niet.' zei hij peinzend.

'Wie heeft je veranderd?'

'Dat weet ik ook niet.'

'Waarom drink je geen mensenbloed?'

'Ik wil geen moordenaar zijn.'

'Waarom volgde je me?' Stiekem was ik heel erg benieuwd wat zijn antwoord was.

'Je geur was fijn, maar niet zoals een vampier.' Hij glimlachte verontschuldigend. 'Ik was nieuwsgierig.'

Ik glimlachte, want ik herinnerde me hoe kwaad ik op het moment was geweest toen ik erachter kwam dat iemand mij volgde.

'Wanneer ben je getransformeerd?'

'Anderhalf jaar geleden.'

'Anderhalf jaar?' Mijn stem schoot een octaaf omhoog van verbazing en ik draaide me weer om om hem aan te kijken. Toen ik zijn blik ontmoette voelde ik de vlinders weer tot leven komen en rond razen in mijn lichaam. Met moeite trok ik mijn aandacht weer naar het onderwerp waardoor ik omhoog was geschoten. De jonge vampieren die ik was tegen gekomen in mijn leven waren over het algemeen wild tot onhandelbaar.

'Hoe kan het dat je geen mensen aanvalt? Nooit gedaan?'

Hij glimlachte om mijn reactie omdat hij die waarschijnlijk ook had verwacht. 'Ik heb nooit moeite gehad mensenbloed te weerstaan. Ik ben ook nog geen één keer over de scheef gegaan.' Hij klonk trots.

Ik streek met de toppen van mijn vingers over zijn kaaklijn. Hij verbaasde me elke keer weer.

We zaten nog urenlang op het strand en ik vroeg hem honderduit over van alles. Over zijn familie tot aan zijn vrienden, films en muziek waar hij van hield, eten wat hij lekker had gevonden, plaatsen die hij had bezocht en nog eindeloos veel meer vragen. Ik wist dat het misschien overdreven was om het allemaal in een keer te vragen, maar op de een of andere manier moest ik de antwoorden weten en ik luisterde oprecht geïnteresseerd in zijn antwoorden.

Ik stopte even om een slok water te drinken uit de fles die ik mee had genomen. Mijn mond voelde droog aan. Niet zo gek trouwens, want toen ik op mijn horloge keer zag ik dat er al drie uren voorbij waren gevlogen.

'Ben je klaar?' Hij lachte zijn scheve lach.

Ik schudde ontkennend mijn hoofd, maar voordat ik mijn volgende vragen kon afvuren legde hij zijn vinger op mijn lippen. Spontaan werd mijn hoofd leeg en wist ik niet meer wat ik had willen vragen.

'Mag ik?'

Ik knikte en nu was hij degene die de vragen op hoge snelheid op me afvuurde. Hij vroeg naar mijn lievelingskleur, mijn favoriete muziek, films, boeken totdat hij plotseling op de serieuze vragen kwam.

'Wat ben jij?'

'Auw!' Ik keek hem aan en ik kon de gekwetste uitdrukking op mijn gezicht niet helemaal verbergen.

Matthew trok me tegen zich aan en keek diep in mijn ogen met een serieuze en berouwvolle uitdrukking in zijn ogen.

'Vergeef me, ik bedoelde niet zo. Het spijt me heel erg. Dat was erg onbeschoft.'

Hij was nu duidelijk gekweld en ik streek de rimpel op zijn voorhoofd weg. 'Het geeft niet. Het is alleen dat ik er zelf lang mee heb gezeten dat ik anders ben.'

Hij haalde opgelucht adem en glimlachte, maar ik zag dat zijn ogen niet mee lachte.

'Oke, ik probeer je nu niet mee te beledigen, maar ik heb nog niemand zoals jou ontmoet. Want je ben geen mens, maar volgens mij ook geen vampier.'

'Je hebt het mis. Ik ben wel een vampier.' Ik deed m'n best om mijn stem zo luchtig mogelijk te houden. 'En technisch gezien ben ik jouw meerdere.'

'Leg uit, alsjeblieft.'

Het deed me nog altijd verdriet om terug te denken aan die gelukkige tijden met mijn familie. De familie die ik lang geleden had gehad en was verloren. Ik zoog mijn longen vol met lucht en stak van wal.

'Ik ben in de zeventiende eeuw in Londen geboren. Ik leefde met mijn ouders en broers waarvan ik zielsveel hield. Op een dag kwam ik bij toeval een vampier tegen die mij vertelde wat ik was.'

Ik keek even naar Matthew's gezicht om zijn reactie te lezen. 'Hij zei dat ik een volbloed was. Dat als vampier geboren was uit menselijke ouders. Dit betekend dat ik er uit zie als een mens, maar dat ik wel de krachten en gaven van een vampier heb. Toen ik dat hoorde ben ik weg gegaan bij mijn familie. Ik werd wel ouder, maar mijn uiterlijk veranderde niet meer dus ik moest wel weg!

Ik hoorde zelf hoe wanhopig die laatste zin klonk en ik staarde voor me uit. 'Ik ben gaan rondreizen in Azië, Afrika, Europa en ik heb ook een tijdje in Rusland gewoond.'

Nog steeds leunde ik tegen Matthew aan en ik voelde zijn koele adem in mijn nek strijken toen hij fluisterde. 'Wat erg voor je. Je zult je familie wel missen.'

'Ja, best wel.' beaamde ik en ik draaide m'n hoofd zodat ik hem kon aankijken. 'Maar het is nu niet zo pijnlijk meer. Jij vult de lege ruimte die er altijd heeft gezeten. Ik heb jou nu.'

Hij duwde me zachtjes op het zand en leunde over me. Zijn gebeeldhouwde en gespierde borst drukte licht tegen mijn lichaam aan en zorgde ervoor dat de spieren in mijn onderbuik zich aanspande en het bloed door mijn aderen joeg. En elke keer wanneer hij zijn adem uitblies en over mijn huid streek, voelde ik de rillingen over mijn ruggengraat lopen en liet mij lichtjes huiveren. Hij boog zijn hoofd en drukte zijn neus en mond tegen mijn hals en snoof diep in. Hij maakte een goedkeurend geluid en toen hij zijn hoofd weer ophief, waren zijn ogen weer open en keken ze naar me. Een snelle glimlach speelde om zijn lippen.

'Waar denk je aan?' Zijn lippen fluisterden tegen mijn kaak.

'Aan jou.' Dat was niet gelogen. Elke keer wanneer hij naar me keek vergat ik alles om me heen. Hij liet me vergeten waar ik was, als ik in zijn ogen keek zou de wereld om me heen kunnen vergaan en ik zou het niet door hebben. Zijn glimlach verblinde me en zijn stem maakte me doof voor alle andere geluiden. Ik bleef in zijn ogen staren en ik veerde verschrikt op toen er een strandbal tegen mij aan rolde. Verdwaasd keek ik op en gooide de bal weer terug naar het verlegen meisje dat een paar meter bij ons vandaan stond. Ik keek hoe het meisje weer wegrende naar haar familie met de bal in haar handen toen keerde ik me weer tot Matthew.

'Mis jij je familie niet?'

Zijn mooie gezicht vertrok even. 'Mijn moeder en zusje zijn omgekomen bij een vliegtuigongeluk toen ik nog jong was. Vader en ik bleven alleen over, maar hij was de meeste tijd dronken dus ik heb mezelf eigenlijk moeten opvoeden.'

'O, het spijt me!' fluisterde ik en ik sloeg mijn armen om hem heen.

'Dat hoeft niet. Dankzij de vampier die mij gebeten heeft kan ik nu samen met jou zijn en mijn leven heeft weer zin.'

Hij kuste zachtjes mijn lippen en grinnikte toen mijn ademhaling schichtiger werd.

Zijn mond lag nu op mijn hals en liet me huiveren toen hij weer begon te praten.

'Tot twee weken geleden woonde ik nog ik Canada. Ik rende door de bossen om te jagen toen ik opeens het gevoel kreeg dat ik naar Naples moest.'

'Dat is toevallig.' zei ik verbaasd.

Hij lachte zijn scheve glimlach. 'Dat denk ik niet lieve Sara. Ik heb altijd mijn gevoel vertrouwd.

Hij dacht even na. 'Ik denk dat dat mij ook heeft geholpen om mijn jeugd door te komen. Ik ben nog nooit een voorgevoel genegeerd.'

'Heb jij ook een extra gave?' vroeg hij nieuwsgierig. 'Naast de gave van schoonheid natuurlijk.'

Ik gaf hem een speels klapje tegen zijn been. 'Ja toevallig wel. Ik kan gedachten lezen.'

Ik wachtte totdat hij wat zou zeggen, maar het bleef stil dus ik vervolgde. 'Ik heb een soort schild over mijn gedachten. Zodra ik die uitzet kan ik iedereen zijn of haar gedachten horen. Maar als mijn schild weer optrek hoor ik niks.'

'Dat is best cool!' mompelde hij. 'Zet je je schild wel eens uit bij mij?' Hij klonk verlegen.

'Nee. Zelfs niet in het kantoor.' Ontdekte ik verbaasd. 'Normaal doe ik het alleen als er gevaar is of ik echt iets moet weten. Privacy is belangrijk voor mij dus ik neem aan dat voor andere ook belangrijk is. En iedereen heeft recht op privacy. Zelfs jij!' knipoogde ik.

'Jemig Sara! Je verbaast me de hele tijd weer!' Zijn toon was opgelucht.

'Trouwens jij hebt nog een gave.' herinnerde ik me. 'Ook een irritante trouwens!'

Matthew keek me verbaasd aan. 'Wat dan?'

'Toen je me besprong in het kantoor maakte je geen geluid.' Ik glimlachte bij de herinnering.

'Echt?' Hij keek peinzend.

'Handig zeg! Dan kan ik je nog eens laten schrikken!' lachte hij.

Ik gaf hem een tik tegen zijn achterhoofd. 'Als je dat maar laat!' lachte ik terug.

Loom leunde ik tegen hem aan en hij legde zijn armen om mij heen. Samen keken we hoe de zon onderging en ik wenste dat het altijd zo zou mogen blijven. Op hetzelfde moment besefte ik dat het ook zo zou blijven. Niet hier op het strand in Naples, maar in de jungle in Zuid-Afrika, op de bergen in Tibet, in de straten van Parijs of in de bossen van Canada. Ik zou voor de rest van mijn oneindige leven samen met Matthew blijven.


Love is in the air! XD

Pleaaaaaaaase druk op de knop!