Ik werd wakker van de zon die op mijn gezicht scheen. Even wist ik niet waar ik was, maar ik lag tegen Matthew aan en zolang dat het geval was kon het mij niet heel veel schelen waar ik was. Ik draaide me om zodat ik met mijn hoofd op zijn borst kwam te liggen. Mijn gedachten gingen weer terug naar gisteravond en ik voelde een gelukzalige grijns op mijn gezicht komen. Het was nog beter dan dat ik in al die jaren had durven hopen.
'Lekker geslapen?' hoorde ik een fluwelen stem vragen.
'De beste nacht die ik in jaren heb gehad!' Ik duwde mezelf overeind zodat ik zijn gezicht kon zien. Hij schoot in de lach. 'Malloot!' Hij tuitte zijn lippen en ik gaf hem een kus. Hij trok mijn gezicht in zijn nek en fluisterde in mijn haar. 'Je was geweldig!'
'Pff dank je. Jij ook!' Ik probeerde me uit zijn greep te bevrijden en grijnsde. 'Ik weet alleen niet of je het oordeel van een driehonderdvijftig jarige maagd helemaal kan vertrouwen!'
Matthew's lach bulderde door het bos en in de struik naast ons vlogen een paar vogels verschrikt op.
Hij trok me op zich. Ik legde mijn hoofd op zijn borst sloot mijn ogen en luisterde naar zijn ademhaling. We lagen een tijd stil en ik zag aan de zon hoe de tijd verstreek. Ik zuchtte gelukkig en sloot mijn ogen, concentrerend op Matthew's ademhaling.
Plots verbrak Matthew de stilte. 'We moeten weg.'
Verbaasd hief ik mijn hoofd op.
'Wat?'
'Hoe deed je dat?'
'Hoe deed ik wat?'
Mijn ogen werden kleiner. 'Ik hoorde je gedachten. Onder mijn schild.'
Hij keek mij nadenkend aan. 'Ik heb geen idee wat ik deed. Jij bent degene hier die er verstand van dat soort dingen heeft.'
Ik haalde mijn schouders op. 'Ik weet het niet precies. ik heb wel eens een theorie gehoord toen ik rondreisde. Als een vampier met een gave zoals iemand zou vinden waar hij of zij de rest van zijn of haar leven mee zou willen delen, dat hun gedachten op een gegeven moment op dezelfde golflengte zouden zijn.'
'En?'
'Ik geloofde er niet in. Degene die me erover vertelde was een fantast, hij verzon wel vaker vreemde dingen.'
Matthew verstrakte naast me.
'Hij?'
'Jawin, ik leefde een tijd met hem toen ik in Nepal woonde.' Ik grinnikte toen ik weer aan hem terug dacht.
'Jawin.' herhaalde Matthew langzaam.
De toon in zijn stem deed mij opkijken.
'Wat is er?'
'Niks.' Zijn gezicht stond ondoorgrondelijk, maar zijn ogen stonden verscheurd.
'Wat?' zei ik op luidere toon.
'Niks.'
'Onzin Matthew. Zeg niet dat er niks is!' ik werd een beetje kregel van zijn afstandelijk houding.
'Jawin?'
Ha daar ging het dus om. Hij was jaloers op Jawin. Ik schoot in de lach.
'Je bent jaloers op Jawin?'
'Niet lachen, Sara.' Hij klonk boos waardoor ik nog harder door moest lachen en dat zorgde er weer voor dat hij nog bozer ging kijken.
'Je hoeft niet jaloers te zijn, lief.'
'Je woonde samen met een andere jongen!'
'Ja een paar jaar.'
'Maar je zei eerder nog dat…'
'Ik maagd was?' maakte ik zijn zin af.
'Ja.' Hij klonk niet boos meer, eerder zielig.
'Dat ben ik, was ik.' verbeterde ik en ik lachte naar hem.
'Maar wat..'
'Jawin was homo!'
De blik op Matthew's gezicht was geweldig. Niet te omschrijven.
'Homo?'
Ik knikte en drukte een kus op zijn mond. 'Ik zei toch dat je niet jaloers moet zijn!'
Hij zuchtte. 'Het spijt me.' Hij klonk berouwvol en zijn ogen stonden triest. Het deed me pijn om hem zo te zien.
'Het geeft niet. Echt niet.'
'Ik weet niet wat me bezielt. Ik weet dat je nooit tegen me zal liegen. Toch ben ik iedere dag weer bang dat ik je zal verliezen. Dat je genoeg van me zal hebben en van me weg gaat.'
Met mijn ogen ving ik zijn blik en liet deze niet meer los. 'Lieve Matthew, luister goed naar wat ik je nu ga zeggen. Ik heb meer dan driehonderd vijftig jaar zonder jou geleefd. Ik heb met verschillende mensen en vampieren samen geleefd, maar nooit ben ik iemand tegen gekomen waarmee ik mijn leven wou delen. Het ging, het was te doen, maar toch voelde ik van binnen iets knagen. Ik voelde me eenzaam, maar ik geloofde dat er niemand voor mij zou zijn. Met mensen kon ik geen hechte band houden, omdat elke keer ik weer afscheid moest nemen. Het deed me teveel pijn. En met de meeste vampieren wou ik niks te maken hebben. Ze waren harteloos en gemeen. Maar de belangrijkste reden was, dat ik nooit echte liefde voor iemand voelde. In ieder geval niet de liefde die ik voor jou voel.
' Toen ik jou de eerste keer zag, voelde ik dat er van binnen een gat gevuld werd. Ik was opeens helemaal heel. Pas toen kwam ik er achter hoeveel ik miste en hoe leeg ik van binnen was geweest. Ik geloof dat jij mijn tweede helft bent, je vult me aan in een manier niemand anders zou kunnen doen. Mijn levensdoel is nu om jou lief te hebben, jou aan te vullen en er voor jou te zijn wanneer jij me nodig hebt. Wanneer jij mij, om welke reden dan ook, verlaat zal mijn leven geen nut meer hebben.'
'Sara!' in zijn stem waren verschillende emoties te horen. Hij was duidelijk geraakt door mijn woorden, maar hij was ook geschrokken door mijn laatste zin.
'Zorg er maar gewoon voor dat je er niet vandoor gaat, dan hoef je ook niet bang te zijn dat ik mezelf omleg!' ik probeerde het wat luchtiger te maken met een grapje.
Hij boog zich naar mij voorover zonder zijn blik van mijn ogen af te halen en hij kuste me. Deze kus was niet zoals alle andere kussen ik had gehad, deze kus was vol overtuigingskracht. Mijn ademhaling ging in horten en stoten en mijn harte bonkte in een grillig, onregelmatig ritme. Ik voelde elke centimeter van zijn lichaam tegen de mijne en zijn handen liefkoosden mijn gezicht.
Toen mijn hartslag angstaanjagend snel ging pakte hij mijn schouders beet en duwde me zachtjes maar resoluut van zich af. Ik liet me weer op mijn rug zakken en wachtte ongeduldig totdat mijn hart en ademhaling weer tot rust kwamen. Hij streek door mijn haar heen.
'O, trouwens,' zei hij tussen neus en lippen door, 'ik ga niet weg. Niet zonder jou.'
Ik sloeg mijn armen om zijn nek. 'Je had het over weggaan?'
Hij keek me even verbaasd aan, maar grijnsde toen. 'Ik heb je toch verteld over mijn voorgevoelens?'
'Ja, dat klopt.'
'We moeten het vliegtuig naar Seattle Washington pakken.
'En dan?'
Hij grinnikte. 'Dan ga ik vanaf daar mijn neus achterna.'
'Oké.' Ik sprong op en trok en overeind. 'Let's go!'
'Heb je er geen moeite mee?' vroeg hij verbaasd.
'Nee, als dat gevoel jou naar mij heeft geleid heb ik er het volste vertrouwen in dat het ons dit keer ook ergens goeds heen brengt.'
We renden hand in hand naar de auto. We waren wezen jagen in Picayune Strand Forrest waar beren en panters leefden. Matthew vond het saai om steeds maar weer op herbivoren te jagen. Ze waren minder sterk en ze waren makker. Nu waren de laatste tijd veel mensen aangevallen in het bos door panters en dat was een goede reden om hier te jagen. We moesten ook oppassen dat we de hertenbevolking niet te veel uitdunde.
We waren aangekomen bij onze auto, een witte Audi R8, die we zes dagen geleden op de parkeerplaats hadden achtergelaten.
Toen we in de auto zaten keerde Matthew zich naar mij.
'Wil je nog spullen halen van huis?'
Ik dacht even na. 'Nee laat maar. Ik bel mijn huisbaas op dat ik niet meer terug kom en dat hij alle spullen mag hebben. De belangrijkste dingen heb ik toch al in de auto gelegd'
'Mooi dan rijden we nu direct naar het vliegveld.'
Hij streek spijtig met zijn hand over het dashboard. 'Denk je dat we 'm over kunnen laten vliegen?'
Ik grinnikte. Jongens!
'Ik koop wel een nieuwe voor je. Laten we deze eerst verkopen aan een auto dealer.'
Hij opende zijn mond alsof hij er eerst nog tegen in wou gaan. Toen besefte hij dat dat het beste zou zijn en sloot zijn mond weer met een zucht.
'Nog even afscheid nemen dan.' En met die woorden drukte hij het gaspedaal diep in waardoor de auto naar voren schoot en ik diep in de leren stoel werd gedrukt.
