We rende nu al een paar dagen door de bossen zonder dat er wat was gebeurd. Matthew's instinct dreef ons steeds verder voort. Het begon me eerlijk gezegd best te vervelen. We wisten niet waar we naar zochten, daardoor rende we eerst kilometers naar het zuiden, toen weer richting het westen. Op dit moment waren we bij een meer. Lake Mills had er op een bordje gestaan. In het park Olympic National Park. Dat had ook op een bord gestaan. Heel erg mooi allemaal, maar ik verlangde nu toch wel weer naar de bewoonde wereld.

Ik had nog nooit in mijn leven echt rond gezworven zoals we nu deden. En het beviel me niets, misschien was ik te verwend geworden in de loop van de jaren. Ik was nog nooit een andere vampier tegen gekomen die zich gesetteld had. De rest van ons zwierf altijd zo rond. Te belust op mensenbloed om in hun bijzijn te kunnen zijn zonder hen aan te vallen. Ik voelde medelijden voor hen, hoewel ze het niet echt verdiende. Ze konden kiezen voor een ander leven, dat kon ik zien als ik naar Matthew keek. Hij dronk alleen dierenbloed, maar was niet minder sterk of snel daardoor geworden. In mijn ogen was hij sterker dan alle anderen, juist door de keuze die hij had gemaakt.

In gedachten verzonken rende ik achter Matthew aan, maar plots rook ik iets bekends en ik stond abrupt stil. Ik had deze geur eerder geroken of in ieder geval het leek op iets wat ik eerder had geroken. Ik bleef nog even nadenkend staan. Hoe kon dat? Ik kende niemand hier in de buurt. Toch? Ik was hier nog nooit geweest.

Ik was zo plots gestopt dat Matthew het niet had gezien en ik een flits was hij me voorbij gerend. Verbaasd kwam hij terug lopen.

'Wat is er, Sara?' vroeg hij bezorgd.

Ik vertelde hem over de geur en hij fronste.

'Dat is inderdaad vreemd, maar kan het niet iemand zijn die je ooit bent tegen gekomen en hierheen verhuisd is?'

Ik schudde vertwijfeld mijn hoofd. 'Nee, deze geur ken ik niet. Ik herken wel een deel van de geur, maar het is op de een of andere manier veranderd.'

'En nu?'

'Ik weet het niet!' jammerde ik en ik gooide mijn handen in de lucht. 'Dit is zo frustrerend!'

Hij greep mijn handen en drukte die tegen zijn borst waardoor ik gelijk afgeleid werd. Ik zuchtte van binnen. Zou dit blijven, zou elke keer dat hij mij aanraakte mijn gedachten, hartslag en ademhaling van slag raken?

Hij grinnikte kort, maar keek toen weer serieus.

'Het is een geur van een vampier dus we moeten voorzichtig zijn.'

Ik knikte en keek naar mijn handen die tegen zijn borst lagen. Ik voelde het bloed naar mijn wangen trekken.

'Je bent zo makkelijk af te leidden.' grijnsde Matthew zelfingenomen.

'Ja, ja, ik weet het.' mompelde ik. 'En wat doen we nu?'

'Laten we maar gewoon doorlopen.'

Hij pakte mijn hand, negeerde mijn zuchten en begon weer te rennen.

Hoe dieper we het bos in gingen hoe sterker de geur werd, indringender en we roken nog meer verschillende geuren. Matthew stond opeens stil en omdat hij mijn hand niet hand losgelaten stond ik ook opeens stil. Ik struikelde bijna en keek hem verrast aan.

'Wat…' maar voordat ik m'n zin kon afmaken had hij zijn hand over m'n mond gelegd en keek me indringend aan.

'Luister.' dacht hij gespannen.

Ik bleef stil staan en bewoog niet meer. Ik luisterde naar de geluiden om me heen en opeens hoorde ik het ook. Een aantal honderd meter voor me hoorden ik ze. Ze waren met z'n achten en kwamen voorzichtig dichterbij. We hoorden ze gespannen fluisteren. Ze vroegen zich af wie wij waren en nog belangrijker wat we wilden.

Matthew trok mij naar achter zodat we met onze rug bijna tegen de bomen achter ons aanstonden. Zo was in ieder geval onze rug gedekt. Voor het geval dat ze kwaad in de zin hadden. Ze waren nu bijna bij ons en ze konden ieder moment achter de bomen voor ons te voorschijn komen. Mijn hart klopte in m'n keel. Matthew hoorde mijn hart versnellen en ging in een verdedigende houding voor me staan. Natuurlijk was dat nergens voor nodig. Ik kon mezelf prima verdedigen. Ik was niet bang, maar wel erg zenuwachtig. Matthew draaide zijn hoofd aan en glimlachte me bemoedigend aan.

Plots draaide hij zijn hoofd en ik volgde zijn blik. Voorzichtig en behoedzaam stapten er acht bleke, maar mooie wezens achter de bomen vandaan. Ik was al heel wat van hun soort tegen gekomen, maar wauw elke keer trof hun schoonheid me weer.

Oké oké, genoeg met dagdromen. Zei ik streng tegen mezelf. Dit is serieus, ze kunnen dan wel ontzettend mooi zijn, maar ze zijn nog steeds levensgevaarlijk. Vooral nu we zo in de minderheid zijn. Het verbaasde me dat ze in zo grote groep samen leefden. Dat zag je nooit bij onze soort.

Ik bekeek ze nog eens goed. Helemaal rechts stond een jongen met roestbruin haar. Hij keek boos en gefrustreerd, naast hem stond een meisje met donker lichtkrullend lang haar. Daarnaast stond een klein meisje met springerig donkerkort haar ze keek met een glimlach naar ons. Ze hield de hand vast van een jongen met blond krullend haar die Matthew fronsend en argwanend aankeek. Naast hen stond een lange gespierde jongen met donker kort haar dreigend naar ons toegebogen. Iets zei me dat ik hem eng zou moeten vinden, maar toch was ik niet bang van hem. Naast hem stond een meisje. De andere twee waren mooi, maar bij haar verbleek hun schoonheid. Ze had blond krullend haar tot halverwege haar rug en keek een beetje verveeld. Als twee - misschien wel – gevaarlijke vampieren hen plots tegen kwamen haar verveelde, dan was ik toch wel benieuwd waar ze wel van zou schrikken.

Weer naast haar stond een vrouw die bezorgd naar Matthew keek. Ze leek me een vriendelijk, moederlijk type.

De vampieren voor ons konden mij nog niet zien. Matthew hield me namelijk met één arm stevig achter zich en zijn lichaam schermde mij helemaal af.

Toen viel mijn blik op de volgende en laatste persoon. Hij was blond en erg knap, knapper dan iedere filmster die ik ooit had gezien.

Ik probeerde me los te worsten uit Matthew's greep, maar hij liet me niet los. Voor de eerste keer gebruikte ik mijn kracht tegen hem en bevrijde mij uit zijn greep. Ik had mijn blik niet van de blonde man afgewend toen ik om Matthew heen stapte.

'Hallo neefje.' grijnsde ik.