Dat is lang geleden dat ik geupload heb! Ik weet niet of er nog mensen zitten te wachten op het vervolg van het verhaal, maar ik heb het zo goed als af en ga toch wat hoofdstukken uploaden! :P
Veel plezier met lezen!
Iedereen draaide zijn of haar hoofd naar de blonde man. Mijn neef keek met grote ogen naar mij en deed een stap vooruit. De grote brede jongen en de blonde jongen deden tegelijkertijd ook een stap vooruit uit bescherming. De blonde man stak hun hand naar hem op als teken dat ze konden blijven staan zonder naar ze te kijken. Zijn ogen waren nog geen moment van mij geweest sinds ik voor Matthew was gaan staan.
'Sara?' stamelde hij geschokt.
'Ja Carlisle. Ik ben het.' fluisterde ik nu, overmand door emoties. Hij was het die ik had geroken eerder in het bos, de geur die ik had herkend.
'Hoe, hoe … hoe…' stamelde hij.
Ik rende naar hem toe na een keer geruststellend in Matthew's arm te hebben geknepen en viel in zijn armen. De tranen stroomden over m'n wangen. Ik was zo blij hem te zien. Ik had altijd gedacht dat hij dood was. Hij drukte me stevig tegen zich aan.
'Sara..hoe kan dit? Hoe is het mogelijk. Je bent het echt! Je bent niks veranderd!' fluisterde hij met een stem dik van emotie. Ik had een brok in mijn keel en ik kon niks uitbrengen om hem te antwoorden. Na een tijdje duwde hij me weer iets van hem af om me beter te bekijken. Alle herinneringen van vroeger kwamen terug toen ik in zijn ogen keek. Opeens waren alle beelden weer heel duidelijk. Ik kon de gezichten van mijn ouders en broers weer helder zien. Jaren had ik geprobeerd niet aan ze te denken en wanneer ik hen voor de geest probeerde te halen waren hun gezichten wazig.
We hadden een hele tijd in elkaars ogen gestaard en het viel me opeens op dat zon een stuk lager stond. De tijd was voorbij gevolgen en ik was onze toeschouwers helemaal vergeten. Ik liet Carlisle los en draaide me, met een beetje schuldgevoel, om naar Matthew.
'O Matthew, het spijt me!' ik huppelde naar Matthew toe die nog steeds bij dezelfde boom stond waar ik hem had achtergelaten, pakte hem bij zijn hand en trok hem mee.
'Matthew, dit is mijn neef Carlisle. Carlisle, dit is Matthew.'
Verbijsterd schudde Matthew de uitgestoken hand van Carlisle.
'Aangenaam kennis te maken, Matthew.'
'Wie zijn dat?' vroeg ik nieuwsgierig terwijl ik naar de andere vampieren achter Carlisle keek.
Hij liep naar de vrouw die naast hem had gestaan en hij legde zijn hand op haar schouder. Ze had een hartvormig gezicht dat omlijst werd door zacht golvend karamel kleurig haar.
'Dit is mijn vrouw Esmé.'
Esmé stapte op ons af en omhelsde eerst mij en toen Matthew, haar ogen straalden.
'Naast haar staan Rosalie en Emmett, Jasper en Alice en Bella en Edward.'
'Hallo.' Begroette Matthew en ik hen tegelijkertijd.
Iedereen liep naar ons toe om ons te begroeten. Ze waren allemaal erg hartelijk – Alice omhelsde ons en Emmett sloeg Matthew op zijn schouder. Alleen Rosalie was terughoudend, ze gaf ons een slap handje.
Na dat we iedereen begroet hadden sprak Carlisle.
'We wonen hier vlakbij. Laten we daarheen gaan en dan kan je me alles vertellen. Je snapt dat ik heel veel vragen heb!'
'Dank je, Carlisle.' glimlachte ik naar hem.
Ik keek naar Matthew en kneep in zijn hand die ik nog steeds niet had losgelaten. Matthew keek me glimlachend aan.
'Je bent toch niet zo alleen zoals je dacht.'
Ik kon alleen maar gelukkig glimlachen.
Iedereen draaide zich om en begon te lopen. Carlisle ging naast me lopen en kneep in m'n schouder.
'Euhm, Carlisle. Kunnen jullie niet harder?' vroeg ik met een grijns.
Hij keek een beetje verbaasd. 'Wij wel, maar jij?'
'Wees maar niet bang, ik houd je wel bij. Ga maar voor.'
En weg was hij. Ik zette de achtervolging in en ik hoorde de rest achter me aankomen. Even was ik bezorgd om Matthew en ik luisterde even naar hun gedachten. De meeste waren nog steeds een beetje verward, maar bij geen van hen kon ik negatieve gedachten vinden. Ze waren allen net zo verbaasd als dat Carlisle en ik waren geweest. Alleen Rosalie's gedachten waren negatief, maar ik had geen zin om naar ze te luisteren. Ik schakelde m'n schild snel weer in. Ik liet mijn schild niet vaak zakken, maar het vermogen om het aan en uit te kunnen zetten wanneer ik wilde was nu wel weer handig gebleken.
Ik richtte me weer op Carlisle die voor me liep en haalde hem met gemak in. Opeens liep aan m'n rechterkant de jongen met roestbruin haar die Carlisle had aangewezen als Edward. Hij rende me met gemak voorbij. Dat kon niet, niemand rende harder dan ik! Dus ik deed er nog een schepje bovenop om hem weer in te halen.
Edward keek achterom en grijnsde. Snel lieten we de anderen achter ons en rende we samen verder. Ik haalde hem niet in, maar hij liep ook niet meer verder van mij af. Ik zag aan hem dat dit hem verbaasde maar ook ergerde en ik grijnsde.
We kwamen tot stilstand op een open plek waar een mooi oud huis met een grote veranda stond. Het huis was tijdloos, elegant en waarschijnlijk wel honderd jaar oud. Het was geschilderd in zachte, ivoorwitte kleur en drie verdiepingen hoog. De ramen en deuren waren of authentiek of perfect gerestaureerd. Zes grote cipressen overschaduwden het enorme gazon en ik hoorde een rivier vlakbij.
'Wauw.'
Edward die me met een peinzende blik had aan gekeken, glimlachte nu.
'Ja, we wonen erg mooi. We zijn nu een aantal kilometer van Forks vandaan. Hier hoeven we ons niet te verbergen en kunnen we onszelf zijn.'
We stonden nog steeds met z'n tweeën, maar ik hoorden de andere al. Ze zouden er nu snel zijn. Toen ik weer naar Edward keek, keek hij net snel weg, maar ik had nog net zijn gezichtsuitdrukking kunnen zien. Hij had er verward uitgezien, ik probeerde nieuwsgierig zijn blik te vangen. Hij ontweek mijn blik en nu werd ik wel heel erg nieuwsgierig. Weer liet ik mijn schild zakken. Op hetzelfde moment dat ik dat deed veranderde zijn gezichtsuitdrukking. Ik luisterde naar zijn verwarde gedachten.
'Wat is dit?Net kon ik haar nog niet horen, maar nu hoor ik ze wel. Hoewel wel wazig. Dit is me nog nooit overkomen.'
Ik hoorde zijn gedachten nu, maar ik hoorde ook mijn gedachten in zijn gedachten. We keken elkaar stomverbaasd en geschokt aan. Hij hoorde mij ook? Kon hij gedachtelezen?
'Wacht eens even!' zei ik geschokt. 'Hoorde je nou net mijn gedachten?'
'Ja, maar ik hoorde net wat ik dacht in jouw gedachte. Kan jij ook gedachten lezen?'
Op dat moment kwam de rest van de groep uit de bosrand tevoorschijn. Matthew lachte om iets wat Emmett had gezegd en draaide zijn hoofd naar mij. Zijn gezichtsuitdrukking bevroor toen hij mijn gezicht zag. Hij liep snel naar me toe en pakte mijn hand vast.
'Wat is er gebeurt?' hij draaide zich half om naar Edward. Klaar om zichzelf op Edward te storten als ik hem zou vertellen dat Edward mij iets probeerde aan te doen.
'Nee, nee dat is het niet!' riep ik vlug voordat de boel escaleerde. 'Hij hoorde mijn gedachten, ik liet mijn schild zakken omdat ik benieuwd was. En hij hoorde mijn gedachten.'
Matthew draaide zich weer naar mij om en keek me verbaasd aan.
'Hoe kan dat?'
Ik haalde mijn schouders op ten teken dat ik het niet wist.
Carlisle liep rustig naar me toe en legde zijn rechterhand op Matthew's schouder en zijn linkerhand op mij schouder.
'Laten we naar binnen gaan. Er is genoeg tijd voor iedereen om zijn of haar verhaal te doen. Ik en mijn familie hebben in ieder geval genoeg vragen.'
Een klein duwtje liet ons richting het huis lopen, maar opeens viel me iets op in wat hij gezegd had en ik stopte.
'Familie?'
Carlisle knikte naar me. 'Ik heb een nieuwe familie gevonden.'
Hij glimlachte vaderlijk en drukte een kus op mijn voorhoofd.
Alice, het kleine drukke meisje, huppelde naar me toe en stak haar arm door de mijne. Toen we binnen waren duwde ze me op de bank en ging stralend naast me zitten. Ik was door iedereen - behalve Rosalie - hartelijk verwelkomd, maar Alice was het toppunt van hartelijkheid. Het was moeilijk om naast haar te zitten en niet te worden aangestoken door haar opgewektheid. We hadden nog geen tien woorden met elkaar gewisseld, maar ik wist nu al dat we goede vriendinnen zouden worden.
'Ja, ja, Alice. Nu weet ik het wel.' mompelde Edward opeens.
Verbaasd keek ik naar Edward en toen naar Alice. Had ik wat gemist, ik had haar niks horen zeggen. Maar toen herinnerde ik me dat Edward ook een gedachtelezer was. Ik was benieuwd wat ze gedacht had, maar het was nu te laat om er achter te komen.
Matthew ging naast de andere kant van mij zitten en ik pakte zijn hand. Emmett, Jasper en Esmé gingen in de stoelen zitten. Bella, Edward en Carlisle bleven staan. Rosalie ging voor Emmett op de grond zitten en keek me nog steeds met een vreemde blik aan, maar niet meer zo kwaad als eerder – eerder afstandelijk.
Carlisle liep naar me toe en ging op het puntje van de salontafel zitten.
'Sara, vertel. Hoe kan dit? Voor zover ik wist was je overleden in Frankrijk.' vroeg hij en ik hoorde nog steeds de verbijstering in zijn stem.
In een flits ging heel mijn vroegere leven aan mij voorbij en ik zuchtte diep. Ik had nog nooit het hele uitgebreide verhaal aan iemand verteld, dit zou lastig worden. Ik staarde naar de grond toen ik begon te vertellen.
Het volgende hoofdstuk is het verhaal van Sara.
Hoop dat jullie dit hfst leuk vonden? Let me know!
