Hier het levensverhaal van Sara:
'Ik ben geboren in Londen in het jaar 1644. Mijn ouders waren erg blij, want met vier jongens hadden ze de hoop op een meisje verloren. Mijn vader was rechter en mijn moeder stuurde het huishouden aan. Ik groeide gelukkig op en had een fijne jeugd. We waren een hecht gezin in een hechte familie. Mijn broers waren mijn alles en Carlisle heb ik altijd meer als mijn broer beschouwd dan als mijn neef. Carlisle was enig kind en zijn moeder was overleden, daarom was hij veel bij ons thuis' Ik glimlachte even naar Carlisle en aarzelde even.
'Mijn oom was een fijne man voor zijn familie, maar ik was het niet met zijn overtuigingen eens. Hij en andere priesters jaagden op heksen, weerwolven en vampiers. Wezens die ik alleen in mijn fantasie wereld tegenkwam.
Op een dag – ik was negentien - kwam ik erachter dat de fantasie wereld toch realistischer was dan ik altijd had gedacht. Ik had altijd al wel geweten dat ik anders was. Ik moest me altijd en met alles inhouden. Het was gemakkelijk om iemand per ongeluk pijn te doen. Mijn herinneringen daarover gaan terug naar mijn babytijd. Zelf als pasgeborene wist ik dat ik niet iemands vinger moest verpulveren wanneer ze hun vingers in mijn handen duwde. Na een week had ik al kunnen praten, maar ik wist dat ik nog lang moest wachten voordat ik ook daadwerkelijk met en tegen mensen kon praten. Ook lezen, lopen, dansen en zingen kon ik na een paar weken. Verder was ik belachelijk snel, kon ik me geruisloos bewegen en als ik me concentreerde kon ik horen wat mensen dachten, maar vanaf die dag wist ik het zeker.
Ik bleef even stil totdat Emmett zijn keel schraapte Ik keek verstoord op en bloosde toen. Iemand had lampen aangedaan zonder dat ik het doorhad. Ik moest lang in gedachten verzonken zijn geweest.
'Sorry.' Verontschuldigde ik mezelf en ik ging verder. 'Op veertien december 1663 liep ik in mijn eentje door de straten van Londen. Mijn moeder had het mij verboden alleen door de stad te lopen, maar ik vond het heerlijk door de straten te slenteren. Na de kerkdienst had ik mijn broers makkelijk kunnen afschudden, maar het werd steeds later en donkerder dus ik besloot naar huis te gaan. Moeder zou nu wel erg ongerust zijn en ik vond het vreselijk haar verdrietig te zien. Bovendien zou ik flink op mijn kop krijgen en elke minuut later thuis zou nog meer straf veroorzaken.' Ik glimlachte toen ik aan die tijd terug dacht.
'Ik was nooit bang alleen op straat en ik liep een donkere steeg in om een stuk af te snijden. Twintig meter verder in de steeg zag ik iemand uit het riool omhoog komen. Ik was erg nieuwsgierig en liep voorzichtig op hem af. Het wezen wat soepel omhoog was geklommen keek me verbaasd aan toen ik voor hem stond. Hij had me niet aan horen komen.
Ik had nog nooit zo iemand gezien. Hij was duidelijk het mooiste wezen dat ik ooit had gezien. Zijn manier van bewegen was katachtig en zijn ogen stonden wild en schoten van mij naar en plek achter me en weer terug. Zijn irissen hadden een diep wijnrode kleur. En ze staarden me aan. Eerst zag ik dat ze dorstig stonden. Nog steeds was ik niet bang en ik vroeg me af wanneer de angst zou komen. Het gevoel dat ik had was…irritatie. De manier waarop hij me aankeek irriteerde me. Hoe durfde hij me op die manier aan te kijken! Ik liep nog een paar passen naar hem toe en zijn blik werd verbaasd, hij snoof en keek toen van mij weg.
'Wie ben jij?' vroeg ik.
'Mijn naam is Gabriël, lady.' zei de man en keek naar zijn voeten. Ik schatte hem een jaar of 40.
'Wat doe jij in het riool?'
'Wij wonen hier beneden. 's Nachts komen we naar boven om te jagen.'
Ik snapte niet wat hij zei en ik vuurde mijn volgende vragen op hem af. 'Wonen in een riool? Hoezo? En wat bedoel je met jagen? Op wat en waarom?'
Ik wist dat er mensen waren die het niet zo breed hadden, maar wonen in een riool? Nee, daar had ik nog nooit van gehoord.
Gabriël's blik werd berekenend. 'Weet u dan niks van wat hier gebeurt? Ik weet wat u bent. U hoort dit te weten!'
Nu snapte ik er niks meer van en vroeg om duidelijkheid.
'U bent een volbloed. Die weten altijd alles van iedereen. Hoe kan het dat u niks weet?'
'Vertel me alles.' commandeerde ik hem.
En hij vertelde alles. Over wat ze waren. Vampieren. En hij vertelde dat ze jaagden op mensen. Ze leefden in het riool omdat ze niet ontdekt mochten worden. Over de priester die fanatiek op hen jaagden, maar meestal onschuldige mensen oppakte en vermoorde. Hij zei dit met een glimlach en ik voelde een rilling over m'n rug lopen. Niet zozeer door wat hij vertelde over de onschuldige mensen, maar ik wist wie die priester was. Dit was mijn oom waar hij het over had.
'Maar je zegt dat ik een volbloed ben. Wat betekent dat?' vroeg ik met ingehouden adem.
Hij keek me verbaasd aan. En jammerde zacht in zichzelf. 'Waarom ben ik degene.…'
Zijn stem sterfte weg, hij haalde diep adem en begon te vertellen over mezelf.
'U bent één van ons, maar toch weer niet helemaal. Wij hier beneden zijn vampiers doordat we gebeten zijn. U daarin tegen bent een volbloed. U bent nooit gebeten. Dat klopt toch?' vroeg hij.
Ik knikte bevestigend.
'Hebt u nooit gemerkt dat u sterker en sneller bent dan ieder ander. Dat u beter kunt ruiken en horen dan anderen?'
Ik knikte weer niet in staat mijn mond te bewegen.
'Dat komt omdat u een vampier bent.'
Ik zakte verdwaasd tegen de muur van de steeg naar beneden totdat ik op mijn hurken zat. Dit kon niet, vampiers bestonden niet! Ik wou het niet geloven, maar ik wist dat hij de waarheid sprak.
Toch protesteerde ik nog. 'Maar ik zie er zo anders uit dan jij! Jij bent bleek en je hebt rode ogen! Ik ben gebruind en heb bruine ogen. Waarom heb ik dan geen rode ogen?'
Gabriël antwoord voorzichtig: 'Dat is een voordeel van een volbloed zijn. Ook al zou u op mensen jagen, dan zou u nog geen rode ogen krijgen.'
Ik schrok. Dit betekende dat hij mensen had vermoord! Ik legde m'n hoofd in m'n handen en zuchtte diep. Ik gluurde tussen mijn wimpers door naar Gabriël. Hij staarde me aan, maar toen hij opmerkte dat ik naar hem keek, sloeg hij snel zijn ogen neer. Wat was dat in zijn ogen? Angst?
'Gabriël, ben jij bang voor mij?' vroeg ik verbaasd.
Hij schoof nog een stukje bij me vandaan. 'U bent overweldigd door alles wat ik u verteld heb en u kent uw eigen kracht niet.' Hij ging verder toen ik niks zei. 'Ik wil niet degene zijn die zich daaraan bezeerd.'
Verbaasd hief ik m'n hoofd omhoog en keek ik hem aan. 'Maar jij bent een vampier. Jij bent dan toch ook sterk? En ik ben een meisje, je zou me makkelijk aan moeten kunnen.'
'Nee!' schudde Gabriël heftig zijn hoofd.
'Ah toe Gabriël. Je hebt nu wel nieuwsgierig gemaakt. Laten we gaan testen wie er sterker is!'
Ik zag dat hij niet wilde, maar ik bleef hem strak aankijken. Zuchtend gaf Gabriël toe en liep naar een waterton die een eindje verderop stond, tilde die op en zette die voor mij neer. Hij stroopte zijn blouse op en zette ze elleboog op de ton. Ik deed hetzelfde en pakte zijn hand vast.
'Bij drie.' zei ik toen er niks gebeurde.
'Eén…twee…drie!'
Ik duwde mijn hand richting de ton. En tot mijn verbazing kreeg ik zijn hand ook mee. Ik keek Gabriel aan in de veronderstelling dat hij een grapje met me uithaalde. Maar hij keek geconcentreerd naar onze handen. Nog een laatst zetje en ik had gewonnen.
Verbaasd keek ik Gabriël aan. 'Hoe kan dit?'
Hij haalde zijn schouders op.
De klok sloeg half 12 en ik schrok. 'Ik moet naar huis!' zei ik plots gehaast. 'Als ik nog meer wil weten, kan ik je dan hier opzoeken?'
Gabriël knikte en ik was gerust.
'Prima!' zei ik en ik rende weg. Niet te snel natuurlijk, dat zou opvallen hoewel er niet zoveel mensen op straat waren. Toen ik bijna bij mijn straat was hoorde ik mijn oom aan komen rennen en ik vertraagde mijn pas.
'Sara!' hijgde hij. 'Ik heb haar gevonden!' schreeuwde hij naar mensen achter hem.
'Nou Carlisle. De rest weet je. Je vader onderzocht me of ik niet gewond was. Eerlijk gezegd denk ik dat hij bang was dat ik ook een vampier of heks was geworden. En hij wist niet hoe waar zijn vermoedens waren. Alleen was ik niks geworden, maar was ik het altijd al geweest.
Ik heb daarna veel nagedacht en ik ben Gabriël nog een paar keer wezen opzoeken. Hij vertelde me onder andere dat ik niet meer zou veranderen en er altijd zo uit zou blijven zien. Ik zou niet ouder uit komen te zien dan dit.
Ik wist dat ik dit niet langer verborgen kon houden voor mijn familie. Ik besloot weg te gaan, ik kon niet langer blijven! Dus ik nam afscheid van mijn familie en zei dat ik op bezoek wou bij familie in Frankrijk.
Onderweg naar Frankrijk sprong ik in een zware storm overboord zodat iedereen zou denken dat ik dood was. Ik zwom achter het schip aan, klom weer aan boord en verborg me in het ruim. In Frankrijk ben ik 's nachts van boord geslopen en ben toen gaan zwerven. Het enige voordeel van het vampier zijn was, dat ik genoeg tijd had om te reizen. Ik heb in Afrika, Azië, Rusland en Europa gewoond, maar ik ben nooit meer terug gegaan naar Londen. Vorig jaar verhuisde ik naar Naples, Florida. Daar leerde ik Matthew kennen en sindsdien zijn we samen.'
Ik kneep in Matthew's hand en glimlacht naar hem. Hij sloeg zijn arm om me heen, trok me tegen zich aan en drukte een kus op mijn haar.
Carlisle staarde me aan en ik denk als hij kon huilen dat er nu tranen in zijn ogen hadden gestaan.
'Je weet niet half hoe erg ik je gemist heb!' fluisterde hij door emoties overmand. Ik boog me voorover en sloeg mijn armen om hem heen.
