Carlisle POV
Ik kwam vanuit de garage het huis binnen en wandelde rustig naar de woonkamer. Ik was net klaar van mijn vroege dienst in het ziekenhuis. Al mijn gezinsleden zaten in de woonkamer en ik bleef even staan om naar ze te kijken. Esmé had de kleine Renesmee op haar schoot en Bella en Rosalie zaten naast hen. Emmett en Jasper keken een baseball wedstrijd op tv en Edward en Alice hadden zich over een schaakspel gebogen en bewogen zich niet. Ik grinnikte stilletjes om ze. Alice had natuurlijk allang gezien welke zetten Edward zou doen en Edward hoorde in haar gedachten welke zij overwoog. Dit kon een lang potje worden. Ik glimlachte nog eens. Edward keek me plots aan.
'Ooit ga ik van haar winnen!' grijnsde hij voordat hij zich weer over het spel boog.
'Hi lieverd' Esmé stond op van de bank en liep naar me toe. Ik omhelsde haar en gaf een kus op haar wang. Wat had ik het getroffen met haar als mijn vrouw. Ze drukte Renesmee, mijn kleinkind, in mijn armen. Nessie, wat haar bijnaam was geworden, drukte haar kleine handjes op mijn wangen en gaf me een kusje op het puntje van m'n neus. Ik glimlachte en gaf haar een kusje terug op haar neus. Dit was onze vaste begroeting geworden. Nu legde ze haar handje op mijn kaak en liet me haar dag zien. Ze had een leuke morgen gehad. Ze was met Emmett in het bos gaan rennen. Emmett deed alles voor de kleine meid. Hij had een paar keer gedaan alsof hij struikelde om haar zo aan het lachen te maken en ze grinnikte toen ze er weer aan dacht. Bella had haar tussen de middag naar hun huisje gebracht om te slapen. Nu was ze klaar wakker en ze vroeg zich af waar Jacob bleef.
'Bella, komt Jacob haar zo ophalen?'
Ze knikte. 'Hij kan ieder moment binnen komen vallen.'
'Wat denken jullie er van om dan met z'n allen te gaan jagen? Het is lang geleden dat we met de hele familie gingen.'
Iedereen stemde enthousiast in en zodra Jacob er was, gaven we Nessie allemaal een afscheidszoen en liepen de deur uit. Emmett en Edward hadden er zin in en deden een webstrijd wie het eerst bij de rivier was. Edward begon te rennen, maar werd al snel getackeld door Emmett die bovenop hem knalde en hem vast greep.
'Lekker slim, schat!' lachte Rosalie. 'Zo kom je zelf ook nooit bij de rivier!'
Nu dook Jasper er ook bovenop en er ontstond een vriendelijk stoeipartij. Ik greep Esmé haar hand, ze keek bezorg naar de jongens.
Ik trok haar na me toe en fluisterde in haar oor. 'Je weet toch dat ze zich niet bezeren!'
Ze had een diepe frons op haar mooie voorhoofd en ik streek er met m'n vinger overheen en de frons verdween.
'Ja.' zuchtte ze. 'Macht der gewoonte denk ik.'
Jasper, Emmett en Edward waren nog aan het stoeien, maar ze kwamen al vlug achter ons toen we dieper het bos in gingen. We kwamen wat herten tegen en hoewel dit niet helemaal bevredigend was deed het ons goed.
Jasper rende voorop toen hij opeens tot halt kwam. Hij gebaarde ons te blijven staan waar we stonden. Ik was direct op mijn hoede toen hij ons bij elkaar wenkte.
'Ruiken jullie dat?' vroeg Jasper.
Iedereen haalde diep adem en tegelijkertijd keek iedereen verschrikt op. Ik rook twee verschillende geuren. Eén geur was overduidelijk van een vampier, maar die andere geur… De geur was niet van een vampier. Het was ook niet de stinkende lucht van een weerwolf of de zoete allesoverheersende geur van een mens. Als je het ergens moest plaatsen leek het nog het meest op een vampier. Ik probeerde de geur te herkennen, ik wist zeker dat ik deze geur ooit eerder had geroken. Maar hoe hard ik ook nadacht het bleef een vage herinnering. Alsof er een dikke mist overheen hing. Ik snoof nog eens diep in en bleef met mijn ogen dicht staan zodat ik me beter kon concentreren. Het was een muskusachtige geur met aroma's van peer, zwarte bessen, mandarijnen en bloedsinaasappel. Ook ontdekte ik gemberbloemen, fresia's, houtaccenten en vanille. Het frustreerde me enorm dat ik het niet terug kon brengen. Ik wist dat de herinnering nog ergens in mijn hoofd zat, maar elke keer wanneer ik dacht dat ik op de goede weg te zitten dan glipte het weer weg.
Ik zag uit mijn ooghoeken dat Edward mij aankeek met een opgetrokken wenkbrauw, maar ik besloot hem op dit moment even te negeren. Verward, mijn hoofd nog half bij de geur, keek ik om me heen en mijn hoofd werd weer helder toen ik zag dat mijn familie leden mij verwachtingsvol aankeken. Ze wachtte allemaal totdat ik de leiding op zou pakken.
'We moeten kijken wat het is.' zei ik zacht maar vastbesloten. 'Misschien is er gevaar, maar we zijn met acht man. En vrouw.' zei ik vlug toen Alice afkeurend siste.
'Ze zijn achthonderd meter voor ons tot stilstand gekomen. Ik denk dat ze ons ook gehoord hebben.' zei Jasper. 'Het slimste wat we nu kunnen doen is hen rustig naderen zodat ze snappen dat we geen kwade bedoelingen hebben.'
Behoedzaam liepen we richting het noorden waar de geuren steeds sterker werd. Het was een aantrekkelijke geur en ik was benieuwd of de rest dat ook vond. Edward knikte eenmaal als antwoord op mijn stille vraag, maar bleef gespannen voor zich uitkijken. Hij maakte een gefrustreerde uitdrukking, maar hij kon me nu niet antwoorden zonder dat de vreemdelingen ons konden horen.
Toen we op de plek kwamen waar de vreemdelingen halt hadden gehouden, stapten we voorzichtig achter de bomen vandaan. Voor ons stond een jongeman die verdedigend in elkaar was gedoken, klaar om toe te springen mocht het nodig zijn. Emmett boog zich ook dreigend voorover, maar de jongen leek niet onder de indruk. Niet zo vreemd aangezien hij bijna even groot was als Emmett.
Opeens hapte er iemand naar adem en ik richtte me naar Alice. Haar ogen waren leeg en dof. Nog geen halve seconde later gleed er een grote glimlach over haar gezicht en haar ogen werden weer helder. Mijn blik gleed snel naar Edward, maar hij had een verwarde en gefrustreerde uitdrukking op zijn gezicht. Het leek erop dat Alice hem niet liet zien wat ze net zelf gezien had. Het luchtte me op, als er gevaar dreigde zou ze het hem wel laten zien en ik richtte mijn blik weer op de jongen.
Voordat ik m'n mond open kon doen, worstelde zich een meisje achter de rug van de jongen vandaan. Hij probeerde haar nog vast te grijpen, maar ze schudde hem gemakkelijk van zich af. Mijn ogen werden groot van verbazing toen ik haar herkende. Dit kon niet waar zijn, het moest gezichtsbedrog zijn of het was een vampier met een vreselijke gave. Maar ik wist dat dat allemaal niet waar was en het meisje keek me grijnzend aan.
'Hallo neefje'
Voor me zat Sara, mijn dood gewaande nichtje en ze had net haar verhaal verteld. Vanaf het begin, toen ze nog gewoon mijn menselijke nichtje was. In ieder geval dat was wat ik toen dacht.
Ze kneep zachtjes in Matthew's hand. Hij trok haar tegen zich aan en gaf haar een kus. Ze zag er erg gelukkig uit en ik was blij dat ze een partner had kunnen vinden. Ik voelde me emotioneel worden en slikte een niet bestaande brok in mijn keel weg.
Natuurlijk voelde ze dat aan, zoals ze me altijd had kunnen lezen alsof ik een open boek was en ze leunde voorover om mij te omhelzen.
Toen ik weer kalm was geworden leunde ze weer naar achter en keek me afwachtend aan. Zij had haar verhaal gedaan en nu was het de beurt voor mijn levensverhaal.
'Al snel nadat jij naar Frankrijk was gegaan, stopte mijn vader met zijn werk. Hij verwachte dat ik het over zou nemen, maar zoals je weet - we hebben het daar vaak over gehad - was ik het niet met zijn werkwijze eens. Hij pakte namelijk veel onschuldige mensen op en liet hen doodden. Ik deed mijn uiterste best om hen te sparen en alleen achter de echte vampieren aan te gaan. We kregen inderdaad een paar vampieren te pakken.
Op een nacht werd ik aangevallen door een vampier die me voor dood op straat achterliet. Ik besloot om niet terug naar huis te gaan, ik wist dat mijn vader mij nooit zou accepteren hoe ik zou worden en me zouden doden. Ik verborg me drie dagen totdat de transformatie compleet was.
Ik vond het vreselijk wat ik was geworden, ik probeerde een paar keer zelfmoord te plegen. Het mislukte telkens. Ik was bang dat ik mijn dorst naar bloed op een dag niet meer zou kunnen beheersen, en dat ik dan onschuldige mensen zou doden. Dezelfde onschuldige mensen die ik in mijn menselijk leven had beschermd. Dus ik vastte. Hierdoor werd ik steeds zwakker. Op een nacht kon ik me niet beheersen toen er een kudde herten langs mijn schuilplaats renden. Ik viel ze aan en dronk totdat de dieren leeg waren. Ik voelde me direct een stuk sterker, zo ontdekte ik dat ik dat ik geen mensen hoefde te doden en dat dierenbloed ook voldeed. Ik zwoor mezelf dat ik mijn dorst naar mensenbloed op een dag totaal kon beheersen en toen het zo ver was besloot ik een dokter te worden.'
'Een dokter? Ben jij een dokter?' onderbrak Sara me verbijsterd. Ik knikte glimlachend, haar reactie was niet zeldzaam, elke vampier die het hoorde was geschokt, verbijsterd, verbaasd.
'O Carlisle. Als ik had geweten dat je nog leefde had ik je veel eerder opgezocht!' ze pakte mijn handen en keek me aan met tranen in haar ogen.
'Dat weet ik lief nichtje. Als ik het van jou had geweten….' mijn stem stierf weg en ik dacht na over alles wat zij in haar leven alleen had moeten verwerken.
