Sara POV
'Ik ben zo blij dat ik jullie allemaal ontmoet heb en ik zou graag al jullie verhalen willen horen! Maar Matthew herinnerd mij er net aan dat ik misschien wat moet eten en ik ben bang dat hij gelijk heeft, ik moet echt wat eten.
Ik zag iedereen verbijsterd kijken naar ons en ik legde uit. 'Matthew en ik kunnen op de één of andere manier met gedachten communiceren zonder dat ik mijn schild hoef te laten zakken. En alleen de dingen die ik wil dat hij hoort, hoort hij en andersom geldt dat ook.'
Matthew grijnsde naar me. 'Je hoeft niet alles te weten, lief.'
'Jemig ik wou dat het zo ook werkte bij Edward! Je snapt vast wel dat we er soms helemaal gek van worden!' verzuchte Alice naast me.
'Alice, vertel eens aan haar wat jij kunt en dan kan zij beoordelen of dat ook niet enorm vervelend kan zijn.' sneerde Edward beledigd.
Nieuwsgierig keek ik Alice aan. Ze rolde met haar ogen.
'Dat komt later wel, Sara. Je moet eerst eten. Esmé hebben we nog iets aan mensenvoedsel in huis?'
'Ja, we hebben nog genoeg! Sara wat lust je graag?' bemoederde ze. 'Matthew eet jij ook….'
'Nee, ik eet geen gewoon voedsel.' hij haalde zijn neus op. 'Ik vind het stinken!'
Ik lachte en porde hem met m'n elleboog in zijn zij. 'Stel je niet zo aan! En Esmé? Het maakt mij niks uit wat ik eet. Ik ben wel een gemakkelijke eter!' knipoogde ik.
Ik schrok toen iemand mij een harde klap op mijn rug gaf. 'Whahaha!' bulderde Emmett. 'Jij bent het meest vreemde wezen wat ik ooit ben tegen gekomen!'
Door zijn klap was alle lucht uit mijn lichaam geslagen en ik hapte naar adem om daarna in hoesten uit te barsten. Carlisle liep bezorgd naar me toe en ik gebaarde dat het wel ging. Esmé was naar de keuken gevlogen en reikte me een glas water aan. Ik verslikte me toen ik zag hoe Alice met een kwaad gezicht Emmett op zijn schouder stompte. Toen ik eindelijk weer een beetje lucht in mijn longen had perste ik eruit: 'Ik geloof dat ik net mijn mild eruit gehoest heb.'
Iedereen schoot in de lach en ik grinnikte naar hen toen ik Esmé naar de keuken volgde.
In de keuken gekomen dartelde Esmé direct naar de koelkast.
'Esmé, laat mij m'n eten zelf maar maken. Ik weet dat jullie het vies vinden.'
'O dat is geen probleem hoor!' ze straalde. 'Mijn kleindochter eet ook gewoon eten.'
Ik keek haar verbaasd aan. 'Kleindochter?' herhaalde ik met een hoge stem. 'Jullie kunnen toch geen kinderen krijgen?' Ik klapte mijn mond beschaamd dicht toen mijn woorden mijn oren bereikte en ik sloeg mijn hand verschrikt voor mijn mond. Ik was hier nog maar net en ik begon nu al mensen te beledigen.
'Het geeft niet, je hebt gelijk.' glimlachte ze vriendelijk. 'Edward en Bella werden verliefd toen zij nog een mens was. Ze trouwden, werd zwanger, beviel van Renesmee en dat werd bijna haar dood.'
Ze keek somber en het was duidelijk dat ze aan die tijd terug dacht. Toen ze weer begon met praten straalde haar gezicht. 'Edward heeft haar gered door haar te bijten. Renesmee is dus half mens en half vampier.'
Ze draaide haar hoofd naar mij. 'Ze zal je hart veroveren. Geloof mij!'
'Waar is zij nu dan?' Ik was nu wel erg nieuwsgierig haar.
'Jacob heeft haar deze middag opgehaald, vandaar dat we nu ook met z'n allen konden jagen.'
Ze zag dat mijn gezicht nog verbaasder werd toen ze de naam Jacob zei en ze glimlachte naar mij. 'O lieverd, er is nog zoveel te vertellen.
'Je zult Jacob wel zien wanneer hij Nessie terug brengt.' hoorde ik een stem achter me. 'Ik ben benieuwd wat je daarvan denkt!'
Het klonk een beetje kregel en ik draaide me om naar Edward. Ik glimlachte naar hem. 'Het klinkt alsof je het niet fijn vindt dat er een jongen met je dochter weg is. Je klinkt als een echte vader!'
Edward grijnsde. 'Ja, dat heb je goed, maar misschien dat er net zo over denkt als je Jacob ziet.'
Ik knipoogde. 'Ik zal het je direct laten weten en met direct bedoel ik ook direct.'
Ondertussen had Esmé een heerlijk eitje gebakken voor me en ik ging aan de keukentafel zitten. Matthew kwam ook de keuken in gelopen gaf me een kus op m'n kruin en ging naast me zitten.
'Ik hou van je.'.
'Ik ook van jou! Ik ben zo blij dat je met me bent mee gegaan!'
'Wat denk je van dit alles?' Hij klonk nieuwsgierig maar ook bezorgd.
'Euhm het is zo overweldigend, maar ik ben zo blij dat mijn neef nog leeft, min of meer.' Grapte ik. 'En dat jij hem nu ook kan leren kennen. Hij was vroeger al zo'n fijn persoon. Het deed pijn mijn ouders en broers te verlaten, maar hij was als een broer voor mij. We waren closer dan dat ik met m'n eigen broers was. Het heeft me veel pijn gedaan hem te verlaten. Als ik nog een jaartje had gewacht hadden we samen weg kunnen gaan!' Ik zuchtte.
'Maar dan waren wij elkaar misschien nooit tegengekomen.' Hij klonk een beetje angstig.
Ik kon hem niet snel genoeg gerust stellen. 'Nee, het heeft inderdaad zo moeten zijn. Ik had het niet anders gewild en ik kan me geen leven meer voorstellen zonder jou. En dat wil ik ook niet!' Dacht ik er krachtig achteraan. 'Maar ik heb zo lang op jou moeten wachten en ik was zo'n lange tijd eenzaam…' mijn gedachten stierven weg in mijn hoofd.
Matthew zat onbewegelijk naast me en ik voelde dat er wat aan de hand was met hem, dat hij ongerust was. Ik at rustig m'n broodje ei op. Hij zou er vanzelf wel mee komen.
Ik keek om me heen. Esmé was nergens meer te bekennen en ik vermoedde dat ze ons wat privacy wou geven.
'Het spijt me dat ik verhaal nooit in detail heb willen vertellen.'
'Dat geeft niet schat. Ik snap dat het te pijnlijk was om er aan te denken.'
Hij bleef peinzend voor zich uit staren en vroeg zichzelf af waarom hij zijn familie niet kon herinneren.
Ik sloeg me armen om hem heen en ik keek diep in zijn ogen. De mooiste ogen die ik ooit had gezien. Ik kon hem niet verdrietig zien. 'Ik ben je familie en ik ga nooit meer bij je weg.' fluisterde ik.
Hij nam mijn hoofd tussen zijn handen en drukte een kus op mijn lippen. Het was een kus vol met hartstocht. Ik voelde dat mijn hartslag versnelde en harder begon te bonken. Ik voelde dat zijn mond in een glimlach krulde als reactie daarop. In het begin had ik het heel vervelend gevonden dat, elke keer als ik mij kuste, hij mijn hart hoort bonken alsof het een weg naar buiten zocht. Ik was niet makkelijk van m'n stuk te brengen, maar elke keer als hij me kuste of diep in m'n ogen keek was ik als was in zijn handen. Ik schaamde mij ervoor, maar hij verzekerde mij er elke keer van dat hij dit juist schattig vond.
Hij duwde mij zachtjes van zich af. 'We hebben toeschouwers.'
'Ik wil je nog niet loslaten.' ik keek hem wanhopig aan en hij grinnikte.
Ik draaide me om naar Alice die huppelend in de deur opening stond.
'Komen jullie naar de woonkamer?' vroeg ze enthousiast. 'Jacob belde dat hij Nessie zo thuisbrengt.'
Matthew stond op en trok mij mee. 'Alice, wie is Jacob en wie is Nessie?'
Alice vertelde hem hetzelfde als wat Esmé mij eerder had verteld. Toen ze Jacobs naam uitsprak veranderde haar gezichtsuitdrukking.
'Mag jij Jacob ook niet zo?' vroeg ik nieuwsgierig.
'O dat is het niet. Jacob is erg aardig en ik denk dat jullie hem ook wel mogen. Ik kan hem alleen niet zien dus dat is erg frustrerend voor mij.' zuchtte ze.
'Hoe bedoel je, je kunt hem niet zien. Bedoel je dat letterlijk?'
'Nee gekkie!' haar lach klaterde door de keuken en ze stak een arm door de mijne. 'Ik kan in de toekomst kijken, maar hij en zijn soortgenoten zijn blinde vlekken voor mij.'
Ik keek gefrustreerd naar Matthew die achter mij stond.
'Snap jij er net zoveel van als ik?'
'Nog minder ben ik bang.' en trok een gekke bek.
Ik schoot in de lach, maar trok snel mijn gezicht weer in de plooi toen ik Alice me bevreemd aan zag kijken.
'Sorry, onderonsje.' wees ik op Matthew en mij en ik keek haar verontschuldigend aan.
