Hoofdstuk 2
POV Rachel
Rachel liep door het poortje dat Peter had gemaakt. Hij is best wel aardig! En leuk... De deur van de kast zat dicht, en Rachel deed het open. Ze keek naar de bedden van haar broertje en zusje. Haar broertje Stan veerde op toen hij haar zag, maar haar zusje Kairi niet. Ze was bezig op haar mobiel. Rachel zuchtte. Stan keek nieuwsgierig en verbaast naar Peter, die achter Rachel aan was gekomen. "Wie is dat?" vroeg hij. Kairi keek op. Verbaast staarde ze naar Peter.
"Ik ben Peter." Zei Peter, en hij stak zijn borst vooruit. Rachel grinnikte, omdat ze zag dat Stan heel diep na dacht. "Peter…" mompelde hij. "Peter Pan?" Hij keek naar Peter, die naar een stoel vloog en op de rugleuning ging zitten. "Wauw!" riep Stan. "Jij bent Peter Pan!" Rachel keek naar Kairi. Zij geloofde sinds de dood van haar vader niet meer in sprookjes, en luisterde er ook niet meer naar. Maar nu keek ze verwonderd naar Peter. "Maar…" zei Stan. Hij was uit bed gekomen, en keek rond. "Is Tinkerbell er ook?" Peter grinnikte. "Ja, maar ze wilde niet binnen komen."
Rachel liep naar het raam, en deed het open. Opeens schoot er een lichtbal op haar af. Geschrokken dook Rachel weg, en de lichtbal vloog naar Peter. Rachel stond op, en keek aandachtiger naar de lichtbal. Nu ze beter keek zag ze dat het een elfje was, en ze gaf licht. Wauw, ze is nog mooier dan ik me had voorgesteld! Het elfje begon te rinkelen. "Niet boos zijn Tink!" zei Peter tegen het elfje. "Ze wist niet dat jij er was." Het elfje vloog naar Rachel toe, die dichterbij was gekomen. Kwaad begon het elfje voor Rachels gezicht te rinkelen. "Hallo Tinkerbell." Stamelde Rachel. Tinkerbell werd stil. "Je bent mooier dan ik me had voorgesteld." Zei Rachel zacht. Tinkerbell begon te blozen, en vloog achter de schouder van Peter.
Rachel glimlachte, en stak haar handen in de zakken van haar jurk. Ze voelde een klein zakje, die ze die middag had gebruikt om het oude knuffelaapje van Stan te repareren. In het zakje zat een vingerhoed, een naald en wat draad.
Ze keek op, en Peter keek haar aan. "Klaar om te gaan?" vroeg hij. "Waarheen?" vroeg Kairi. "Naar Nooitgedachtland." antwoordde Peter. Kairi keek Rachel verbaast aan. "We gaan weg?" stamelde ze. Rachel knikte. Kairi glimlachte vrolijk, en pakte de handen van haar broertje en begon met hem te dansen. "We gaan weg, we gaan weg!" riep ze, en Stan begon te lachen om zijn gekke zus. "Gaan we?" vroeg Peter ongeduldig. Rachel knikte, en Kairi en Stan stopten met dansen. "Gaan wij ook vliegen?" vroeg Stan. Peter knikte. "Met behulp van Tinkerbell." Hij keek naar Tinkerbell. "Ga jij het doen of moet ik het doen?" vroeg hij. Tinkerbell vloog boven Stan en Kairi en strooide wat goudkleurige, elfenstof over hun hoofd heen. Daarna vloog ze naar Rachel en circelde rondjes om haar heen. Rachel voelde het elfenstof op haar neer komen. Peter vloog naar haar toe. "Nu moet je aan leuke dingen denken." zei hij. Rachel keek naar haar zusje en broertje, die al vlogen. Elfen, sprookjes. Ze keek naar Peter. Peter Pan. Ze voelde zich los van de grond komen. Lachend vloog ze rondjes om Peter heen, en hij volgde haar glimlachend met zijn ogen.
Opeens hoorden ze voetstappen op de gang. Geschrokken keek Rachel Peter aan. Oh nee! Madame Gothel bonsde op de deur. "Zijn jullie nou eindelijk stil!" Stan en Kairi vlogen naar Peter en Rachel toe. "Tijd om te gaan!" zei Kairi. Rachel knikte. Kairi pakte de hand van Stan en vloog uit het raam. Rachel hoorde de sleutel in de deur omdraaien. Peter greep haar hand, en ze vlogen samen het raam uit.
Rachel keek nog een keer achterom, en zag madame Gothel hun nastaren in het raam.
Ze keek lachend naar Peter, die haar hand nog steeds vasthield. Hij glimlachte, en zijn blauwe ogen fonkelden door de lichtjes in de huizen. "Bedankt dat we meemogen, Peter." zei Rachel. "Graag gedaan hoor." zei Peter, hij liet haar hand los en maakte een paar salto's.
Rachel keek naar haar zusje en broertje, die samen over de Londense daken vlogen.
De sterren boven hen glommen wit en geel en blauw. De wolken waren donzig en koel, de maan was vol, helder en nog nooit zo dichtbij geweest als nu.
Met z'n allen stegen Peter, Rachel, Kairi en Stan op in de nachtelijke hemel. Ze stegen en stegen en stegen, totdat ze van de grond gezien nog maar vier schaduwen waren. Die schaduwen vlogen met een duizelingwekkende snelheid naar een zee van maanverlichte wolken. Toen ze de wolken binnendoken, gebruikte Peter zijn armen om zich in de lucht om te draaien. Nu raceten ze naar de poolster, fonkelend als een baken in de nacht. Peter keek Rachel aan en zei: "Hou dit vast." Peter hield Rachel zijn enkel voor. Rachel greep hem stevig vast. "Geef het door." commandeerde Peter. Rachel draaide zich om naar haar broertje. "Hou mijn enkel vast." riep ze door de fluitende wind. Stan stak zijn arm uit en greep het been van zijn oudste zus.
"Wat er ook gebeurt." waarschuwde Peter hen. "NIET... LOS... LATEN!"
Met een klap als een vliegtuig dat door de geluidsbarrière gaat, schoot Peter vooruit in een withete streep van snelheid. Rachel hield Peters enkel stevig vast, en voelde Stan hetzelfde met haar enkel doen. De lucht die voorbij schoot, dreigde hen los te trekken. Kairi gilde, want zij was de staart van deze menselijke slinger. Ze doken met z'n vieren het hart van de poolster binnen. Een oorverdovende explosie teisterde hun oren, toen het hemellichaam in stukken uit elkaar leek te spatten. Opeens werden ze een tunnel van verblindend licht ingezogen. Peter ging maar door en leidde hen door het middelpunt van de ster. Lichtbundels glinsterden op zijn hoofd en schouders. Hij trok zijn hoofd in en hield vol. Toen werd alles opeens rustig. Ze schoten de lichttunnel uit en tolden door een Melkweg van schijnende sterren.
Rachel keek verbaast naar een uitgestrekte rustige oceaan, waar ze over heen vlogen.
Het water glansde donker onder hen, en er was geen kust te zien. Ze vlogen door tot ze in de verte iets tegen de horizon zagen. Het was een gekartelde bergpiek met sneeuw erop. Hij baadde in gouden stralen en torende hoog boven een eiland uit, dat helemaal bedekt was met groene jungels. "Nooitgedachtland." Riep Rachel, vol verbazing, toen ze over de golven met sterren naar het groene eiland raceten. Toen ze een vallei bereikten, wezen Kairi en Stan vol verbaasde uitroepen naar wat ze daar zagen.
Er stonden tientallen teepee's, indianententen. Honderden indianenkinderen renden rond en speelden in een groot veld vol bloemen. Stan snakte vol verbazing naar adem.
Een paar indianen keken naar boven en zwaaiden. Het groepje zwaaide terug.
Ze vlogen over een meer heen, en Kairi vroeg: "Hoe heet dit meer?" "De Zeeroversbaai." Antwoordde Peter. Rachel keek over de Zeeroversbaai heen en zag een schim van een boot. Ze kwamen wat dichterbij, en ze zag dat het een groot schip was. "Peter?" vroeg Rachel. Peter keek haar aan. "Ja?" "Haak is er toch niet meer?" Peter knikte glimlachend. "Hij is opgegeten door de inktvis." Rachel knikte afwezig, en keek naar het schip, die steeds dichterbij kwam. "Maar van wie is dit schip dan?" Peter keek naar het schip. "Van Jones." Rachel keek hem vragend aan. "Hij was een van de bemanningsleden die het overleefd had." Legde Peter uit. "Hij heeft zichzelf als kapitein benoemd." Rachel knikte.
Ze vlogen over het schip heen, en een paar piraten keken omhoog en wezen. Snel vlogen ze door naar het bos. "VUUR!" zei iemand, en ze hoorden een paar kanonschoten. Rachel keek achterom en zag een kogel op haar afkomen. Peter greep haar hand, en trok haar net op tijd weg. Rachel keek naar haar zusje, die haar broertjes hand had gepakt en snel vooruit vloog. "Volg mij!" riep Peter tegen Kairi, en hij trok Rachel de jungle in. "Waar gaan we heen?" vroeg Rachel. "Naar de schuilplaats." Antwoordde Peter.
Wat vonden jullie ervan?
Voor het geval dat jullie het nog niet gemerkt hadden, Peter is in ons verhaal 17 jaar.
Lijken Peter en Tinkelbell op de Peter en Tinkelbell uit het boek/film?
Review!
