Hoofdstuk 4

POV Rachel

Toen Rachel de volgende ochtend wakker werd, sliep er niemand meer. De Slimme Jongens waren Stan aan het inleiden, Kairi zat achter haar mobieltje en Peter was nergens te bekennen.

"Goede morgen!" zei Rachel tegen de anderen. "Jij ook!" riepen ze terug. Rachel glimlachte en vroeg: "Waar is Peter?" "Weg. Rondje vliegen of zo." zei Kairi schouderophalend. "O." zei Rachel teleurgesteld. Ze had best graag met hem willen praten.

Op dat moment vloog Peter naar binnen.

"Hoi, Peter!" riepen de Slimme Jongens, plus Stan, in koor.

Peter landde bij zijn troon en zei: "Gegroet, Slimme Jongens, Moeder en Kairi." Kairi zwaaide even ongeïnteresseerd en Rachel liep naar Peter toe.

"Ik heb iets voor je." zei hij glimlachend tegen haar. "Echt?" Peter knikte en haalde iets uit zijn zak. Het was een blauwe bloem, en hij was prachtig. "Dank je." zei Rachel ademloos en ze haalde een naald uit haar jurk. Die had ze toevallig bij haar gehad. Ze prikte er een gat in en maakte hem vast aan haar halsketting. Peter glimlachte blij. Rachel zag vanuit haar ooghoeken dat Kairi even met haar ogen rolde.

"Slimme Jongens, in positie!" Alle jongens sprongen overeind en gingen in een rij staan.

Peter liep naar Stan.

"Dus jij wil een Slimme Jongen worden." Stan knikte heftig en Rachel lachte.

"Goed. Dan moet je eerst een test doorstaan?" Kairi stopte haar mobiel weg en vroeg ongerust: "Wat voor test?" "Toch niet iets gevaarlijks?" vroeg Rachel. Peter antwoorde niet en ging verder:

"Je moet een opdracht volbrengen. De opdracht is: Vind de schat voordat de avond valt." Stan knikte. "Slimme Jongens, help hem." beval Peter. De jongens knikte ook. "En gaan!"

De Slimme Jongens, en Stan, stoven de holle boom uit. Kairi, Rachel en Peter bleven alleen achter. Peter steeg op.

"Ik ga naar de schat en wacht op hun." Tinkerbel vloog naar Peter toe en Rachel vroeg: "Mag ik mee?" Peter knikte. "Jij moet me straks verhalen vertellen." Rachel glimlachte en kreeg wat elfenstof over haar heen. Rachel begon te zweven. Samen met Peter verliet ze de holle boom.

POV Stan

Stan rende samen met de Slimme Jongens door het bos.

Ze keken om de beurt in een holle boom, en keken of daar de schat lag. Plotseling stond Ietsie stil en Stan botste tegen hem aan.

"Ssst. Ik hoor wat." fluisterde hij. Alle jongens spitste hun oren.

"Snel, ze komen deze kant op!" riep Biets en hij rende naar een struik. De anderen volgde hem en hielden hun pijl en boog in de aanslag. Stan had er nog geen, dus raapte hij een paar steentjes op.

Het geluid van voetstappen en hoefgetrappel kwam snel dichterbij en al snel konden ze zien wie dat geluid had gemaakt. Het waren vijf indianen te paard en ze stopte precies tegenover de jongens. Stan en de Slimme Jongens hielden hun adem in en richtte hun wapens op de indianen.

Stan bekeek de indianen eens goed en zag dat Tijgerlelie ertussen zat. Ze keek recht voor zich uit en wachtte tot de dikke indiaan voor haar weer ging rijden.

De andere indianen keken om zich heen en zochten blijkbaar naar iets. Na een hele lange tijd vertrokken ze weer en de jongens wachtte tot ze uit het zicht waren verdwenen. Toen ze wilden opstaan, schrokken ze van een geluid.

"Boe!"

Snel draaiden ze zich om. Hert stond glimlachend achter hun. Hij was uit de boom boven hen gesprongen.

"Hoi, jongens!" zei hij vrolijk. "Hoi, Hert." zei Stan.

"Wat doen jullie?" vroeg Hert.

"We zoeken de schat." zei Ietsie trots. Hert fronste even met zijn wenkbrauwen.

"O, en al succes?"

De jongens schudde triest hun hoofd.

"O, Ik kan helpen!" stelde Hert voor.

"Wil je dat?" vroeg Stan. Hert knikte.

"Oké!" zeiden de Tweeling enthousiast.

"Goed, waar hebben jullie al gezocht?" "In bos." zei Doedel en de jongens knikten. "Verder nog ergens?" vroeg Hert fronsend. "Nee, zover zijn we nog niet gekomen." zei Biets.

"Nou, in het Indianendorp hoeven jullie niet te zoeken. Dan zou ik het wel weten."

"Waar zullen we dan nu zoeken?" vroeg Bobby.

"In de Schedelrots!" riepen de Tweeling in koor.

Bobby huiverde.

"Waar is dat?" vroeg Stan. "Vlakbij het Indianendorp." antwoordde Hert. "Alleen ligt het in zee..."

"Dan hebben we elfenstof nodig!" riep Bobby. "Dus dan moeten we naar het elfendorp." Zei Ietsie. "Eh… Waar is het elfendorp?" vroeg Stan. " Eh…" zei Bobby.

"Ik weet het wel, maar… eh…" begon Ietsie. Hert begon te lachen.

"Volg mij maar."

De Slimme Jongens en Stan volgden Hert door het bos naar een hele grote struik. Achter de stuik stond een boom. Je zag alleen de top van de boom, en hij gaf licht. De rest was bedekt achter een struik. Hert duwde de bladeren van de struik weg en liep er doorheen. De jongens volgden hem, en snakten naar adem. Ze zagen honderden elfjes dansen. Op de boom bevonden zich allerlei elfenbankjes, waar ook elfjes op dansten. De elfjes leken net verschillende kleuren lichtjes, die heen en weer bewogen, met hun twinkelende vleugels.

Een goudkleurig elfje vloog naar Stan toe. Ze gaf zo veel licht dat het bijna pijn deed aan zijn ogen. "Hallo, ik ben koningin Clarion." Stan keek verbaast naar het pratende elfje. Hij wist niet dat elfjes konden praten, want hij kende alleen Tinkerbell. "Wat leuk dat jullie ons komen bezoeken." Zei de koningin tegen de jongens. "Hallo koningin, ik ben Stan, en ik ben nieuw hier." Zei Stan. De koningin glimlachte. "Dat weet ik." "O, ja?" vroeg Stan verbaast. De koningin glimlachte weer. "Koningin," zei Ietsie, en hij boog. "mogen we wat elfenstof?" De koningin knikte. "Ja. Timo?" Er kwam een elfje naar hen toe. "Ja koningin?" zei hij, terwijl hij boog. "Kan je deze jongens wat elfenstof geven?" vroeg de koningin. Timo knikte en wendde zich tot de jongens. "Volg mij." Zei hij vriendelijk. Hij vloog weg, en de jongens volgden hem.

Timo vloog naar de lichtgevende boomtop van de grootste boom. De jongens keken elkaar even aan, en begonnen te klimmen in de boom. Stan bleef even aarzelend staan, maar klom na een van de Tweeling de boom in.

Toen hij boven was zag hij een soort van waterval, die van een paddenstoel in een en grote ronde plas van elfenstof viel.

Alle jongens staarde er met open mond naar, behalve Hert, die hun glimlachend aankeek. Timo glimlachte ook en vloog naar het meertje. Hij haalde er wat stof uit en strooide die een voor en op de jongens. Stan voelde de stof langs zijn huid naar beneden glijden. Het voelde zacht en warm aan. Hij begon te zweven. Het voelde raar, alsof je in een keer zo licht als een veertje was.

Ze vlogen naar beneden, om de koningin te bedanken.

"Bedankt, koningin!" riepen de jongens in koor en ze bogen. De koningin glimlachte en zei: "Graag gedaan."

Toen ze wilden vertrekken, vloog er een elfje naar hun toe. Hij had een blauw pakje aan en een soort eikeldopje op zijn hoofd. Zijn blonde haren staken er piekerig onderuit.

"Ik help jullie bij jullie zoektocht. Ik heb toestemming om jouw elfje te zijn. Het is zelfs mijn plicht. Mijn lotsbestemming, om jou te helpen." Het elfje boog diep en Stan was verbaast.

"Oh, eh, oké. Wat is je naam?"

"Jimmy." Rinkelde het elfje.

"Nou, eh, aangenaam."

"Kom!" riep Ietsie ongeduldig. "We moeten snel zijn."

Ze verlieten snel het dorp en liepen naar de zee, waar de Schedelrots zich bevond. Ze liepen zodat de elfenstof lang bleef werken.

Ze stonden aan de waterrand. Ze keken aarzelend naar de Schedelrots.

Jimmy vloog vooruit en de anderen volgden hem aarzelend.

Ze vlogen over het meer heen. Een groene vis sprong uit het water en leek even met Stan mee te zweven, totdat hij weer daalde en in de zee belandde.

Stan en de Slimme Jongens vlogen een rondje voor de lol om de schedelrots heen, en vlogen toen door het oog van de schedel, waar Jimmy en Hert op hun wachtten.

In de grot was het donker. Stan liet zijn voeten op de stenen neer komen en keek vanaf het oog van de schedel naar beneden. Beneden lag een enorme stapel goud. Er waren meer dan vijf schatkisten, honderden sieraden, miljoenen munten... Allemaal in de grot. Omdat de grot in het water lag, leken de schatten op een soort eiland te liggen. Om het eiland was water en ergens in het water, zag je een vin. Een haaien vin.

"Is dat een haai?" vroeg Stan. Hert knikte.

"Ik denk het wel." zei hij.

Ietsie ging recht op staan en zei: "Ik ben niet bang voor haaien!"

"Ik ook niet!" zeiden de andere Slimme Jongens en Stan door elkaar heen.

Hert lachte.

"Kom, we gaan naar beneden."

Ze vlogen één voor één naar beneden met Hert en Jimmy voorop.

Toen ze allemaal beneden waren klonk er een stem: "Goed gedaan!"

Rachel en Peter kwamen uit het andere oog van de rots gevlogen.

"Jullie hebben er maar anderhalf uur over gedaan! O, hallo Hert!" zei Rachel glimlachend. Hert glimlachte.

Peter pakte een kroon en zette die op zijn hoofd. Daarna pakte hij een zwaard.

"Stan, kom hier."

Meteen gingen de Slimme Jongens in een rij staan en Stan liep bang naar Peter toe. Hij zou hem toch niet onthoofden he? Nee, dat zou Rachel nooit goed vinden en Kairi ook niet.

Peter hief zijn zwaard op en zei: "Kniel."

Stan knielde voor Peter neer en keek naar beneden.

"Ik, Peter Pan, benoem jou, Stan Boots, tot de zevende Slimme Jongen!" Hij hoorde de anderen juichen en applaudisseren en voelde het zwaard zijn schouders en zijn hoofd raken.

Stan stond op en Rachel omhelsde hem.

"Gefeliciteerd, broertje!"

Daarna werd hij ingesloten door de juichende Slimme Jongens.

Maar waar was Kairi eigenlijk?

Review!