Hoofdstuk 7
POV Kairi
Het was middag. Rachel en Peter waren nu officieel samen en op dit moment waren ze met z'n tweeën op het strand. De Slimme Jongens en Stan (die nu ook een van de Slimme Jongens was) waren zoals altijd aan het jagen en spelletjes aan het spelen zoals Zoek De Schat en Verstoppertje.
Voor de zoveelste keer was Kairi alleen. Altijd als ze alleen was, ging ze of naar de Zeeroversbaai, omdat ze daar William hoopte te zien, of naar de waterval, waar soms meerminnen waren. Meerminnen wisten alles over piraten.
Vandaag ging ze naar de Zeeroversbaai. Ze liep door de jungle naar de omringde baai. Ergens, midden op zee, dobberde het piratenschip. Kairi bleef voor een van de bomen staan, waar ze goed zicht had op het schip. Ze aarzelde. Piraten waren niet te vertrouwen en als ze haar zagen... Wie weet wat er dan zou gebeuren.
"Hey!"
Kairi draaide zich om. William kwam net aanlopen en ze merkte dat ze rood werd.
William glimlachte breed en liep naar haar toe.
"Hoi, William." zei ze verlegen. William grijnsde en zei: "Hey, Kairi. Zin om even te wandelen?"
Kairi knikte en William pakte haar hand. Zijn hand voelde warm, maar wel een beetje ruw aan.
Zo liepen ze samen naar de watervallen.
"Ooit hier geweest?" vroeg William en hij stopte aan de rand van de jungle. Kairi knikte.
"Ja."
"Wist je dat hier vaak zeemeerminnen zitten?"
Kairi knikte weer.
"Zal ik ze aan je voorstellen?" vroeg hij glimlachend.
"Verdrinken ze me dan niet? Peter zei -"
"Vertrouw me, dat doen ze niet."
Kairi aarzelde. Een piraat vertrouwen?
Zonder op antwoord te wachten trok hij haar mee naar de rand van het meer.
"Giselle, Milla, Emy, Clara en Lyanne!" riep William. "Ik wil iemand aan jullie voorstellen!"
Meteen kwamen er vijf hoofden tevoorschijn, met allemaal (op een tweeling na) een andere kleur haar en staart. Toen ze een stukje omhoog waren, zag Kairi dat er twee een groene staart hadden, één een blauwe, één een roze en eentje met een gouden staart.
"Wat is er William?" vroeg het meisje met de gouden staart en bruine haren met een zachte, zoete, verleidelijke stem.
"Ik wilde iemand aan jullie voorstellen, zoals ik al zei, Giselle."
William trok Kairi een beetje naar voren.
"Dit is Kairi."
De meermin met de roze staart en roze haar glimlachte, net als de anderen, alleen was bij haar en het meisje met de blauwe staart te zien, dat zij het echt meenden.
"Hallo, Kairi. Jij bent toch een van de nieuwelingen op dit eiland?" vroeg Giselle. Kairi knikte.
"Welkom in ons midden." zei het meisje met de blauwe staart en blonde haren. "Ik ben Emy en dit is Milla." Emy gebaarde naar het roze meisje. "En dit zijn de tweeling, Clara en Lyanne."
Ze gebaarde naar de twee meisjes met de groene staarten en zwarte haren.
"Aangenaam." zei Kairi.
"Willam? Waarom kom he nooit meer langs?" vroeg Giselle verleidelijk.
William glimlachte.
"Druk." zei hij alleen. "Kom Kairi."
"Moet je nu al gaan?" vroeg Lyanne of Clara teleurgesteld. William knikte.
"Druk programma. Nou, dag."
William trok Kairi weer mee, de jungle door. Ergens bij een houten blokhut stopte hij.
"Dit is het huis, waar ik met mijn moeder woonde. Ze is helaas gestorven, dus ging ik de zee op."
Hij opende de deur en zei: "Dames gaan voor."
Kairi liep aarzelend naar binnen.
Binnen was het net zo groot, als de buitenkant. Dat was dus niet heel groot, maar ook niet klein. Het was kleiner dan de Holle Boom, maar nou ook weer niet heel klein. Er was ruimte voor een tweepersoons bed, een sofa, een tafel, een kleine keuken en zo te zien was er nog een kleine badkamer. Kortom alles wat je nodig hebt om te overleven.
"Ga toch zitten!" zei William en hij liep naar een stoel, die hij vervolgens achteruit schoof. Kairi ging zitten en William nam naast haar plaats.
"Wat te drinken?"
Kairi schudde haar hoofd. William haalde zijn schouders op. "Dan niet."
Hij keek haar aan.
"Vertel eens wat over jezelf."
Kairi keek hem verbaast aan. Wat zou hij nou van haar willen weten.
"Zoals wat?"
William dacht na.
"Hm, zoals, wat vind je lekker?"
Waarom zou hij dat van haar willen weten?
"Nou, eh... kersen en eh... Chocola."
William knikte bedenkelijk.
"Hm, oké. En wat vind je leuk?"
"Hoezo?" vroeg Kairi.
William keek haar doordringend aan. Toen boog hij zich naar haar toe en drukte zijn lippen op die van haar.
Kairi schrok en liet het gebeuren.
Zijn lippen verdwenen van de hare.
"Omdat ik je leuk vind." zei hij een beetje speels en verleidelijk.
Kairi wist niet wat te doen. Dus stond ze op en zei: "Ik weet het niet, William."
Ze liep weg, en liet William verbaast achter.
POV William
Wat had hij verkeerd gedaan? Was hij te overhaast geweest? Hij had haar meegenomen naar een speciale plek... Hij had haar niets gegeven! Misschien wilde ze gewoon iets van hem hebben...
William schudde zijn hoofd.
Nee, dat kon het niet zijn. Kairi was niet zo hebberig type.
Maar wat dan wel?
Hij sloot de deur van de hut en verliet die. Peinzend liep hij terug naar zijn houten roeiboot, waarmee hij op het schip kon komen.
Toen hij weer op het schip was, had hij het antwoord nog steeds niet gevonden.
Peinzend liep hij naar zijn kajuit en liep bijna een bemanningslid omver.
Toen hij in zijn kajuit was, zocht hij zijn laatjes en kasjes door naar ideeën.
Hij trok de bureaula open. Niets, afgezien van Perkament, ganzenveren en inkt. Volgende la. Leeg. Laatste bureaula. Vol met spullen, zoals zegels en foto's.
Hij knielde op de grond neer en pakte een hutkoffer. Hier had hij een paar spullen ingedaan, die hij ooit had gevonden op het strand of ergens anders in Nooitgedachtland.
William rommelde wat in de kist. Schelpen, aansteker, doos, en nog een paar prullen. Plots viel zijn oog op een zilver ding. Hij viste er een zilveren ketting uit, met een zilveren doodskop met mooie groene saffieren in de gaten waar ogen in hoorden zitten. De ogen deden hem een beetje denken aan Kairi's ogen. Misschien… Misschien vind ze dit leuk…
William haalde zijn schouders op en stopte het in zijn zak.
POV Kairi
Kairi keek van een afstand naar het piratenschip. Ze was net weggerend bij William, en had daar nu al spijt van. William was heel aardig en ze dacht dat ze hem leuk vond, maar dit ging haar iets te snel. Ze woelde met haar handen door haar haren en sloot haar ogen. Ze hoorde de zee ruisen en een vogel tjirpen. Plotseling hoorde ze gespetter en een zoete stem die zei: "Hallo, Kairi."
Kairi keek op. Milla en Emy zwommen voor haar.
"Gaat het?" vroeg Milla. Kairi knikte. "Ja, ik ben alleen een beetje in de war."
Emy glimlachte. "Dat snap ik."
Kairi keek haar verbaast aan.
"Met zo'n knappe piraat bij je." Vervolgde Emy. Kairi glimlachte.
"Volgens mij," begon Milla, "ziet hij je wel zitten."
Kairi zuchtte.
"Dat weet ik."
De meerminnen keken haar vragend aan.
"Waarom ben je niet blij?" vroeg Emy.
Kairi haalde haar schouders op.
"Ik… hij nam me mee, naar zijn hut in het bos en toen…"
Emy en Milla keken haar gespannen aan.
"Ja? Jullie hebben toch niet…?"
Kairi schudde haar hoofd.
"Hij kuste me. Ik wist niet wat te doen, en rende weg."
De twee meiden keken haar aan.
"Vind je hem nou leuk of niet?" vroeg Emy in de war.
Kairi aarzelde. Ze kende deze meiden niet. Wie weet wat ze met deze informatie deden.
Milla en Emy merkten blijkbaar haar twijfels, want Emy zei: "Ik snap dat je ons niet vertrouwd, maar we vertellen het echt niet door. Dat beloof ik."
Emy haalde haar rechterarm uit het water en stak twee vingers op met blauw gelakte nagels.
Milla volgde haar voorbeeld, en keek Kairi glimlachend aan.
"Zijn we vriendinnen?" vroeg Milla. Kairi knikte.
"Goed vertel: Vind je William leuk?"
Kairi knikte weer.
"Waarom liep je dan weg en kuste je hem niet terug?"
"Omdat ik het nogal snel vind gaan. Ik ken hem niet goed. Ik heb hem vóór deze keer, nog maar één keer gesproken. Ik weet niet of dat hier normaal is, maar in Londen is dat het niet."
Emy knikte begripvol.
Het was even stil.
"Zeg, mag ik wat vragen?" vroeg Kairi.
De meerminnen knikte.
"Hoe zit het met jullie? Hebben jullie meermannen of zo?"
Emy knikte.
"Ja, een paar. Maar die zijn allemaal voor de leider van ons."
"Is Giselle die leider?"
Milla knikte.
"En met hoeveel zijn de jongens en met hoeveel zijn de meisjes?"
"We zijn niet met veel." Zei Milla.
"Misschien 7 jongens en 15 meisjes." Zei Emy.
Kairi keek hun verbaast aan. "Zo weinig? Bij ons op aarde leven er zo 7 miljard mensen, waarvan de meerderheid mannen zijn!"
Emy en Milla glimlachten.
"Het word al laat. Moet je niet naar Peter, je zus en je broertje?"
Kairi haalde haar schouders op.
"Rachel is bij Peter en Stan is bij de Slimme Jongens. Mij missen ze vast niet."
"Je hebt niets te klagen, meisje. De knapste piraat van heel Nooitgedachtland is verliefd op jou!"
Kairi glimlachte triest.
"Hij wil me nu vast niet meer."
"Hij is een piraat. Die krijgen alles wat ze willen." Zei Milla.
"Dus hij komt terug en dan kan je hem zoveel zoenen als je wilt." Zei Emy.
Kairi stond op en zei: "Ik ga terug. Zie ik jullie nog terug?"
"Als je ons nodig hebt, hoef je maar te roepen." Zei Milla.
"Maar wel in de buurt van het water." Voegde Emy eraan toe.
