(A/N) Dit hoofdstuk kwam er met veel moeite, maar het is mij toch gelukt om er een vervolg aan te schrijven. Tijdens het schrijven leefde ik me te veel uit om mij echt te houden aan het originele verhaal van Jane Austen. Een beetje high schooldrama kan geen kwaad toch? ;) Ik hoop dat de inspiratie blijft komen voor hoofdstuk 3. Bedankt om te lezen xoxo
Het huis is stil wanneer Liz thuis komt. Haar vader is nog niet terug van zijn werk en er is niemand anders die de stilte van het huis kan verstoren. Het is heerlijk om niet meer het geroep van haar moeder te moeten aanhoren. Ze is nog altijd verbaasd over haar eerste schooldag. In één dag tijd is het haar gelukt om een vriendin te vinden, een jongen zijn nummer te krijgen en de twee meest populaire leerlingen razend te maken. Dat is meer dan wat ze in haar hele schoolcarrière ooit gepresteerd heeft. Liz is bang voor de tegenreactie van Caroline, zij is niet zomaar iemand die zich laat vernederen en dan verder gaat alsof er niets gebeurt is. Liz is niet dom en ze weet dat een kat in het nauw rare sprongen maakt. Toen ze woedend de gang verlaten had, was George achter haar aan gelopen. Hij kon zijn lach niet inhouden en vertelde dat de hele school Liz nu als een held ziet. Ze wil geen held zijn, ze wil niet dat mensen weten wie ze is. Ze wil gewoon lucht zijn, maar dat is blijkbaar te veel gevraagd met iemand als Caroline Bingley op haar school. Ze was zo hard in gedachten verzonken dat ze niet eens opgemerkt had dat George zijn gsm-nummer in haar handen had gedrukt. Verstomd liet hij haar achter en Liz besloot dat het de vreemdste dag was die ze ooit meegemaakt had.
Terwijl ze een muesli reep naar binnen speelt, twijfelt Liz om hem een bericht te sturen. Het zou misschien te opdringerig zijn om nu al iets te sturen, zou ze een dag wachten? Of twee? Oh god, ik heb hier geen ervaring mee. Ze zou het morgen eens vragen aan Jane, zij zou wel raad weten. Bestond er maar een handboek voor zo'n dingen, dan kan ik het lezen en weet ik tenminste wat ik moet doen met jongens. Het leek alsof George aan het flirten was met haar, maar zeker was ze niet. Ze kent hem amper 12 uur. Om haar gedachten te verzetten besluit ze te gaan lopen. De zon schijnt en het is niet te warm, perfect weer dus. Een paar wolken beginnen al te verschijnen aan de hemel, maar Liz maakt zich geen zorgen. Het weer zou niet zo snel omslaan, ondertussen kan ze Hertfordshire ontdekken. Na een paar kilometer voelt ze al de kalmte van het lopen. Haar hoofd wordt licht en haar denken beperkt zich tot het minimum, het is als een drug voor haar. Ze is niet meer Liz, ze is het bloed dat door haar aderen pompt, de lucht die door haar longen ventileert, de hartslag die op het ritme van haar bewegingen klopt. Door haar enthousiasme merkt Liz niet op dat de heldere blauwe lucht nu al bijna volledig bedekt is door grijze wolken, de zon verdwijnt en een wind steekt op. Abrupt stopt Liz en kijkt verschrikt om haar heen. Ze herkent de weg niet meer en ze heeft geen flauw benul van waar ze is. Shit, shit, shit, het kan elk moment beginnen regenen en jij geraakt de weg kwijt? Elizabeth Bennet, je bent nog dommer dan ik dacht. Ze kan haarzelf wel slaan. De eerste druppels beginnen nu al te vallen en een rilling loopt over haar rug, Liz loopt de weg terug die ze denkt genomen te hebben. De buitenwijken zijn hier dunbevolkt en alle velden en wegen lijken op elkaar.
Het wordt nu al stilaan donker, harde regendruppels beuken op haar in en met moeite kan ze haar ogen open houden. Haar mond spuwt een paar vloeken uit. Ze schaamt zich voor haar domheid en onoplettendheid. In tegenrichting komt een auto op haar af en Liz gaat aan de rechterkant van de weg lopen. Ze wil de auto laten stoppen en de bestuurder om hulp vragen, maar ze heeft nog steeds de speech van Caroline in haar hoofd. De auto lijkt eerder op een toonzaalmodel waar mannen alleen van kunnen dromen. Hij is waarschijnlijk meer waard dan haar hele huis bij elkaar. En wat ze vandaag geleerd heeft, is dat alle rijke mensen hun neus ophalen voor mensen als zij. Eén vernedering per dag is meer dan genoeg voor haar. Toch vertraagt de auto en hij stopt vlak voor haar. "Stap in." Liz herkent de stem, maar kan hem niet bij iemand plaatsten. Twijfelend blijft ze staan en kijkt door het raam naar de bestuurder, het is te donker om hem te zien. Ik kan toch niet zomaar bij een wildvreemde in de auto stappen? Hij merkt haar twijfels op en zijn ongeduld klinkt door in zijn stem. "Je mag natuurlijk ook buiten blijven als je zo van de regen houdt, niemand houdt je tegen." Liz schraapt haar keel en trekt dan de deur van de passagierskant open.
Haar moeder was altijd zot van dure dingen. Hoe lelijk iets ook is, zolang het veel geld waard is en zolang anderen dat kunnen zien, zal haar moeder het kopen. Liz is niet zo materialistisch, alleen als het gaat over boeken en films, maar ze vindt dat zoiets niet telt. Toch voelt ze zich verschrikkelijk slecht wanneer ze als een verzopen kat in de peperdure auto zit. De lederen zetel is al bijna kletsnat en Liz probeert zo weinig mogelijk aan te raken. Terwijl de auto weer begint te rijden, kijkt ze naar de bestuurder. Zijn scherpe ogen zijn gericht op de weg en hij lijkt geconcentreerd, zijn ene hand gaat door zijn zwarte haren en een grijns staat op zijn gezicht. Door de gezichtsuitdrukking herkent Liz hem amper, maar na een paar seconden snakt ze toch naar adem.Oh God, zeg dat dit een grap is, van alle personen in deze stad, is hij degene die mij hier vindt? Het liefste van al zou ze de auto terug willen uitstappen en verder lopen in de regen. Moest iemand haar een uur geleden verteld hebben dat ze in da auto zou zitten met William Darcy zou ze hard gelachen hebben. Toch is hij de bestuurder die haar net van dit hondenweer gered heeft. Liz weet niet of ze iets moet zeggen, ze heeft zijn vriendin vandaag voor schut gezet en ze heeft hem bespot voor de hele gang. Toch is hij gestopt voor haar."Euh… Bedankt." Ze kan haarzelf wel slaan, kan ze nu echt niets originelers bedenken? Zijn grijns wordt nog breder alsof ze hem net een geweldige grap verteld heeft. "Ben je niet bang dat deze bedanking mijn ego schaadt?" Liz lacht schaapachtig. Wat doe je? Stop met lachen. "Oke, ik verdien dit. Het spijt me voor wat ik gezegd heb." Dit is maar een halve leugen, het spijt haar niet voor wat ze tegen zijn vriendin gezegd heeft. Ze vergeeft het hem ook nog niet voor zijn gemeen gedrag.
"Is er nog iets waar je spijt van hebt?" Liz fronst. "Euh… Het spijt me dat ik je zetel aan het vernielen ben." Hij lacht nu voor het eerst luidop. Het is de prachtigste lach die ze ooit gehoord heeft en diep vanbinnen wil ze dat hij nog eens lacht. Wat? Stop die onzin, je vindt hem niet eens leuk. Hij is gemeen, hij is het vriendje van Caroline. Hij lacht je gewon uit. Will merkt haar tweestrijd niet op. "Die zetels kunnen mij geen moer schelen, ik heb het over dat je bent gaan lopen terwijl ze hevig regen uitgaven."
"Ow, dat. Ik wist het niet, het leek zo'n mooi weer." Ze voelt hoe zijn blik over haar natte kleren gaat, haar wangen worden rood. Ze ziet er natuurlijk niet uit. Haar haar is doornat en druppels rollen langs haar nek, haar T-shirt plakt tegen haar sport-bh en haar shortje is omhoog gekropen. Snel wendt hij zijn blik af als hij haar schaamte ziet. "Wedden dat je het fantastisch vindt dat je mijn auto kan vernielen."
Liz rolt met haar ogen. "Tuurlijk, dat is mijn hobby. Ik loop hele dagen rond in de regen en hoop dat er een ridder in zijn auto mij komt redden zodat ik zijn zetels kan vernielen." Haar sarcasme ontgaat hem niet, maar hij speelt het spelletje braaf mee. "Je ziet er wel een crimineel type uit." Voor ze kan antwoorden wordt ze afgeleid door de omgeving. "Euh… Waar breng je me naartoe?" Will werpt haar een verwarde blik toe. "Naar huis. Je verwacht toch niet dat ik je ontvoer?"
"Nee, daarvoor ben je er veel te slecht in. Je had me moeten blinddoeken en vastbinden terwijl je enge dingen zegt."
"Waarom zou ik enge dingen doen? Dan verklap ik toch al dat ik je aan het ontvoeren ben." Liz kan het niet laten om met haar ogen te rollen. "Dat hoort zo."
Hij grijnst spottend en ze herkent de blik die hij haar toewerpt. Het is dezelfde als die in de klas. "Je kijkt te veel films, je hebt een te rooskleurig beeld van de maatschappij."
Liz verlaagt haar stem en slikt een brok in haar keel door. "Het is de enige manier om te overleven in een wereld als deze." Ze draait haar hoofd nu om uit het raam te kijken en hoopt dat Will niet verder praat. Ze heeft zich op glas ijs begeven en het laatste wat ze nu wil is dat Will lucht van haar... Mijn wat? Mijn mentaal gestoordheid? De stilte hangt zwaar in de auto, maar Liz begint al de omgeving te herkennen en weet dat ze bijna thuis is. Het verbaast haar niet dat Will weet waar ze woont, in dit kleine stadje weet iedereen, iedereen wonen. Traag stopt hij voor haar deur en Liz trekt een grimas. Waarschijnlijk weet de hele buurt morgen dat er een peperdure auto Elizabeth Bennet heeft afgezet thuis. Binnen twee dagen zou iedereen weten dat de auto van William Darcy was en tegen het einde van de week zouden ze verloofd zijn. Roddels zijn hier hardnekkiger dan het onkruid langs de weg. Will schraapt zijn keel. "Euh, dan zie ik je morgen?" Liz kijkt in zijn donker bruine ogen, vanochtend dacht ze nog dat zijn ogen pikzwart waren. Maar in dit licht zijn ze donkerbruin en bijna vriendelijk. "Ja, morgen…" Stuntelig stapt ze de auto uit met gloeiende wangen en kijkt hoe hij wegrijdt. In de gietende regen laat ze haar gedachten afdruipen. De man die ze op school ontmoet heeft en de man die haar vandaag gered heeft van de weergoden, lijken twee totaal andere personen. Heeft hij een tweelingbroer? Misschien wisselen ze wel van identiteit. Oké ik moet echt stoppen met al die films. Na een paar minuten trekt haar vader de deur open en hij kan zijn hilariteit niet onderdrukken. "Is er een kans dat mijn dochter mij wil vertellen waarom ze kletsnet voor haar eigen huis staat?" Natuurlijk zegt hij niets over de auto. Hij wil echt geen gesprek hebben met zijn dochter over jongens. Dit stelt hij het liefst van al ooit tot zijn dochter 30 is. Liz zucht, zonder twijfel is dit de raarste dag van haar leven. Een stemmetje in haar achterhoofd lijkt haar te waarschuwen dat er nog velen zullen volgen, maar ze is te verward om het op te merken.
Pas wanneer Liz in bed stapt, beseft ze dat ze nog altijd niets gestuurd heeft naar George. Na een paar seconden twijfelen, neemt ze haar gsm en stuurt een sms voor ze zich kan bedenken.
Hey, cava? Grtjs Lizzzzz (Hey, Alles goed? Groetjes Liz)
Bijna onmiddellijk krijgt ze een bericht terug.
Hey Schoonheid, beter nu ik jou hoor ?See you tomorrow? (Hey schoonheid, beter nu ik jou hoor. ? Zie ik je morgen?)
Liz kan een glimlach niet onderdrukken. Wat een slijmbal. Maar het ergerde haar niet. Ze is het niet gewend om op zo'n manier aandacht te krijgen van een jongen. En plagen kan geen kwaad, toch?
Misschien… x Liz
Ze zet haar wekker voor morgen en rolt zich dan in haar dekens. De dag heeft haar uitgeput en het duurt niet lang voor ze in slaap valt. Haar dromen zijn verwarrend en haar moeder speelt de hoofdrol. Liz ziet zichzelf weglopen in een lange donkere hal, maar ze kan haar eigen niet achtervolgen. Waarom kan ze zichzelf niet achtervolgen. "Kom terug." Een echo weergalmt, maar niemand reageert. Al snel ziet ze niemand meer, maar het gevoel dat een deel van haarzelf weggerukt is, blijft. Wanneer Liz de volgende ochtend wakker komt, kan ze het gevoel niet onderdrukken dat een deel van haar zelf nog steeds weg is. De hele weg naar school piekert ze over haar droom. Welke Liz heeft ze zien weglopen in het donker? De bange, stille Liz onder het juk van har moeder? Of de Liz die ze hoopt te worden? Het is maar een droom. Dromen zijn slechts dingen waar je aan denkt of in je hoofd kruipen. Je bent nog steeds de oude Liz.
"Liz? Hoor je wel wat ik zeg?" Jane kijkt haar vragend aan. Opgeschrikt uit haar gedachten, kijkt Liz de tafel rond. Iedereen kijkt nu naar haar en ze krijgt het warm. Ze moet echt stoppen met zomaar te dromen. "Wat was je aan het zeggen, Jane?" De hele voormiddag is voorbij gevlogen en de lessen waren redelijk saai. De meeste leerstof had ze al gezien en haar gedachten waren vooral gericht op Caroline ontlopen. Voorlopig had ze in de gangen nog geen blond haar gespot. "Ik was dus aan het vertellen," begon Jane geduldig. "dat de meneer en mevrouw Bingley dit weekend weg zijn. Natuurlijk is dat voor hun 3 kinderen de uitgelegen kans om een feest te geven. Velen zeggen nu al dat het de fuif van het jaar wordt." Het kleine meisje waarvan Liz vermoedt dat ze Kathy heet, valt in. "En natuurlijk moeten wij daar aanwezig zijn. Voor geen geld ter wereld zou ik hiervan iets willen missen." Liz zucht, ze haat feesten. Vroeger ging ze alleen als het niet anders kon en dan nog bleef ze altijd dicht bij haar vriendin Charlotte. George merkt haar terughoudendheid op en leunt voorover. "Je bent toch niet van plan om ons alleen te laten in het huis van de Bingley's? Dat overleven we niet, Caroline lust ons rauw." Liz lacht. "Sorry, ik heb zaterdag al plannen." Hij lacht zijn tanden bloot. "Ja inderdaad, je hebt een feest bij de Bingley's."
"Dat bedoelde ik niet…" Hij neemt duidelijk geen nee als antwoord en ze geeft een beetje toe. "Ik zal het overwegen."
George leunt achterover met een overwinningsgrijns op zijn gezicht. Haar wangen worden nog roder, nog nooit had een jongen haar meegevraagd naar een feest. Hij vraagt je niet mee, hij vraagt of je komt. Dat is niet hetzelfde. Harry daarentegen, werpt George een geïrriteerde blik toe en Jane perst haar lippen zachtjes op elkaar. Haar blik is veelzeggend. Wanneer ze samen hun plateau gaan afruimen legt haar vriendin een hand op Liz's arm. "Wees voorzichtig met George, hij staat hier bekend als een hartenbreker." "Oh, je bedoelt dat hij meerdere meisjes heeft gehad?" Jane knikt zachtjes. "Ik weet niet precies hoe ver hij met hun ging, maar ik heb er veel zien komen gaan. Ik wil niet dat mijn vriendin hetzelfde lot te wachten staat."
Liz kan niets anders doen dan glimlachen. "Maak je geen zorgen, ik hou mijn hoofd er wel bij. Bedankt voor de raad." Het feit dat Jane zonder aarzelen haar vriendin heeft genoemd, verwarmt haar hart en zonder aarzelen lacht ze terug. Toch blijft de waarschuwing hangen in haar hoofd, Hoeveel meisje zou hij zo afgewerkt hebben? Tenzij het natuurlijk slechts roddels zijn, maar Jane zou nooit zomaar iets geloven zonder bewijs of sterke vermoedens. Is Liz de volgende die George van zijn lijstje wil schrappen? In gedachten verzonken beseft ze niet dat iemand naar haar toe komt.
"Liz, fantastisch om jou weer te zien." Een suikerzoete stem doet haar van kop tot teen verstijven en al haar instincten roepen haar aan om weg te lopen. Traag draait Liz zich om en kijkt in de kille ogen van Caroline. Achter haar staat haar vriendje William Darcy en rechts van hem staat iemand die Liz niet herkent. Zijn gezicht lijkt op dat van Caroline, maar zijn ogen staan vriendelijk en hij heeft een oprecht gezicht. Het kan niet anders dan dat dit de Bingley zoon is, maar de gelijkenissen tussen Caroline en hem lijken te groot.
Liz laat haar ogen terug op het meisje voor haar rusten en ze trekt haar mondhoeken met veel moeite omhoog. "Hallo Caroline."
"Kom, kom, mijn beste Lizie, niet zo'n zuur gezicht. Dat past niet bij jouw uitgemergeld lichaam."
Liz trekt beledigt een wenkbrauw omhoog. Ze weet dat haar lichaam aan de magere kant is en dat haar vormen niet al te groot zijn, maar uitgemergeld zou ze haarzelf nu niet noemen. Wat een lef heeft dit kind om zoiets in mijn gezicht te durven zeggen.
"Nog een fijne dag, Caroline." Liz is het beu om zichzelf steeds te moeten verweren tegen dit gemeen meisje. Ze wil weglopen, maar een hand sluit zich pijnlijk om haar pols en Caroline trekt Liz terug naar haar toe. Ze wil zich lostrekken, maar haar greep is te stevig en Carolines nagels boren zich in haar vel. De hele eetzaal lijkt stil te zijn gevallen en iedereen hun ogen zijn gericht op het tweetal. Paniek rijst op in haar keel.Ik wil hier weg, laat mij. Asjeblieft. Maar Liz zou niet smeken, nu niet, nooit niet. "Je loopt niet zomaar van mij weg, klein dom meisje. Als je denkt dat je beter bent dan mij, dan heb je het fout. Ik beslis wat er op deze school gebeurt en niemand kan mij tegenhouden." Zonder aarzelen gritst Caroline een Cola flesje van de tafel naast haar en ze gooit het leeg over Liz's hoofd. Een schokgolf gaat door de zaal en Caroline begint luid te lachen. Een paar mensen doen met haar mee, maar de rest lijkt met open mond te staren naar het tafereel. Het plakkerige spul druipt van haar haar en doorweekt haar kleren. Tranen wellen op in Liz's gezicht, maar ze zou niet beginnen huilen, niet voor iedereen. Ze werpt een blik op Will, maar ze kan zijn emoties niet aflezen. De man die gisteren nog zo vriendelijk was, is terug verandert in Carolines vriendje. Niemand zou haar hier hulp aanbieden. Liz stormt de eetzaal uit naar de toiletten en sluit de deur achter zich. Haar ademhaling hapert in haar keel. Ze is belachelijk gemaakt voor de hele school, Caroline heeft gelijk, met haar zoek je geen ruzie. En Will, ze heeft geen idee wie die man is. Het ijzige rijke kind die zich te goed voelt voor iedereen of de man die geen zier heeft om de zetels van zijn auto en een brede oprechte lach heeft. De bel is ondertussen al gegaan, maar de lessen kunnen haar geen moer meer schelen. Ze moet hier gewoon zo snel mogelijk weg. Twee dagen. Slechts twee dagen heeft ze nodig om haar nieuw leven al op te fucken. Dit heb je weer mooi voor elkaar gekregen. Je kan je grote bek niet voor één keer dicht houden. Nee, je bent te koppig natuurlijk. Dit is je eigen schuld.
Stille tranen trekken strepen over haar plakkerige wangen. Liz heeft de moed niet eens meer om ze weg te vegen, mentaal is ze compleet gebroken.
Zachtjes gaat de deur van meisjestoiletten open en ze hoort iemand binnen komen. Liz houdt haar adem in. "Liz? Ik weet dat je hier bent." Het is de enige persoon die ze op dit moment wil horen. Ze trekt de deur van haar toilet open en komt oog in oog te staan met Jane. "Oh lieverd, gaat het? Je ziet er vreselijk uit. Die trut, hoe durft ze. Maak je geen zorgen, iedereen vindt het verschrikkelijk wat Caroline gedaan heeft. Kom, ik breng je naar huis." Liz lijkt geen controle meer te hebben over haar lichaam en ze voelt dat haar knieën het gaan begeven. "Naar… Naar huis?" Haar vriendin glimlacht flauwtjes en neemt Liz bij de arm. "Ik heb het kunnen regelen met die heks van het secretariaat. Ze leek het te begrijpen. Gelukkig haten zelfs de leerkrachten Caroline." "En toch loopt ze hier rond en speelt ze de baas over iedereen? Hoe is zoiets in hemelsnaam mogelijk?"
Het lieve meisje laat een zucht ontsnappen. "Geld, Liz. Ik vrees dat geld nog altijd een te grote rol speelt in de 21ste eeuw. Haar vader is een grote sponser van deze school. Caroline weet dat en gebruikt dit in haar voordeel."
Liz wordt zachtjes weggeloodst door de verlaten gangen en op de parking haalt Jane haar sleutels uit. "Euh… Mijn auto is redelijk… oubollig." Nerveus schraapt ze haar keel en wijst dan naar een bak schroot die aan de zijkant naast een boom geparkeerd staat. Liz kan het niet laten om te lachen. Auto is een te groot woord. Het is eerder een bak op wielen. "Wel, het kan mij eerlijk gezegd niet schelen dat dit je auto is, maar euh… het is toch veilig? Ik wil gewoon nog niet doodgaan." Jane lacht. "Volledig veilig, dit ding is niet klein te krijgen. Geloof me, hij rijdt alle andere auto's zo voorbij." De auto heeft maar plaats voor 1 bestuurder en 1 passagier, maar in Liz haar ogen is hij perfect. Zelf heeft ze geen auto en ze zou alles geven voor zelfs een schroothoop als die van Jane. Wanneer de motor ronkend tot leven komt kijkt Liz naar haar vriendin. "Bedankt, je bent echt fantastisch." Jane lijkt geflatteerd. "Daar zijn vrienden voor."
De rest van de rit verloopt in stilte. Net als Will, weet ook Jane waar het huis van Liz is. Na nog een bedanking stapt Liz uit en ze kan niet snel genoeg binnen zijn. Nog nooit heeft ze zo verlangt naar een douche.
Het water klaart haar hoofd op en het lukt Liz om haar gedachten op een rijtje te zetten. Het is tijd voor haar school overlevingsmodus. Niet opvallen, geen problemen zoeken en vooral niet opvallen. Vroeger was dat zo gemakkelijk, het was haar tweede natuur. Vroeger was er ook nog geen Caroline.
Terwijl ze haar woede loslaat op de borstel in haar haren, hoort Liz de deurbel. Het is nog geen 15u. Haar vader kan nog niet thuis zijn en hij heeft een sleutel om binnen te geraken. Als iemand haar nodig heeft, kan die persoon wel bellen. Ze besluit om gewoon niet open te doen en het te negeren. Toch gaat na 1 minuut de bel opnieuw. Het is misschien belangrijk. Iets wat geïrriteerd loopt ze de trap af en doet voorzichtig de deur open. Voor haar staat Will Darcy die met opgetrokken wenkbrauwen naar haar verschijning kijkt. Liz staat voor hem in een veel te kort shortje met daarboven een laag uitgesneden T-shirt. Het liefst van al wil ze de deur recht in zijn gezicht gooien of iets naar hem schreeuwen, maar haar lichaam lijkt niet mee te werken.
"Mag ik binnen komen?" Zijn gezicht is nu serieus en zijn stem is iets wat je met een beetje verbeelding vriendelijk kan noemen.
Nee, wat denk je wel? Ik ben al genoeg vernedert in twee dagen. Ik wil je gezicht en je stomme veel te dure auto niet meer zien. Zou je niet bij je fantastische vriendin moeten zijn?
"Ja tuurlijk."
Ze stapt opzij en laat de knappe verschijning binnen in haar huis.
