xxMarith:
DISCLAIMER: dit verhaal is niet van mij, het is geschreven door de lovely Kindle-the-Stars en zij krijgt alle eer en credit!
"Why, sometimes I've believed as many as six impossible things before breakfast."
Lewis Caroll, Alice in Wonderland
Lizzy werd suf en verward wakker. Ze kneep haar ogen samen en was verbaasd om bladeren en een donkere lucht boven zich te zien. Ze lag onder een soort deken en haar hoofd lag op iets zachts. Naast haar klonk een zacht geluid van stemmen, dat langzaam luider werd naarmate zij helderder werd.
'… dacht dat ze ze niet allemaal op een rijtje had, maar kijk eens naar al deze dingen, ik heb nog nooit zoiets gezien,' zei een van de stemmen. 'En vergeet niet hoe verbaasd ze was toen we Middle Earth noemden, ik denk niet dat ze uit deze wereld komt.'
'Ik wist niet eens dat zulke dingen konden,' zei een tweede stem. 'Hoe is ze hier gekomen?'
'Mahal mag het weten.'
Lizzy draaide haar hoofd om en zag dat Fili en Kili gehurkt bij het vuur zaten. De inhoud van haar tas was om hen heen uitgestald en ze bestudeerden verschillende dingen in het licht van het vuur. Ze bracht een hand naar haar hoofd, bedekte haar ogen en kreunde toen ze zich herinnerde wat er gebeurd was – op de een of andere onmogelijke manier was ze in Middle Earth.
'Ze wordt wakker.'
In een flits zaten ze allebei naast haar en Kili hielp haar overeind. De deken die ze had gebruikt viel weg en ze besefte dat ze een van hun mantels over haar heen gegooid hadden om haar warm te houden, terwijl een andere onder haar hoofd gevouwen was. Kili moest haar teruggedragen hebben naar het kamp nadat ze flauwgevallen was, besefte ze.
God, ze schaamde zich dood.
'Hoe voel je je?' vroeg Fili, die een poging deed haar gezicht te zien.
'Prima,' zei ze, nog steeds met één hand voor haar hoofd. 'Ik schaam me.' Ze liet haar hand vallen en gluurde naar de twee broers. 'Oh god, ben ik echt flauwgevallen?'
'Ik ben bang van wel,' zei Kili.
'Vertel dat alsjeblieft aan niemand,' beval ze bijna, beschaamd dat ze blijkbaar ineengestort was als een of andere zoetsappige, zwijmelende heldin.
'Onze lippen zijn verzegeld,' zei Fili en er speelde een flauwe glimlach om zijn mondhoeken.
Lizzy wierp een blik op het vuur, waar de volledig gare fazant aan het spit hing. Toen zag ze weer dat haar eigendommen overal verspreid lagen en besefte dat ze waarschijnlijk door haar tas hadden gerommeld terwijl zij sliep. 'Jullie hebben mijn tas doorzocht,' zei ze beschuldigend, en ze keek de broers aan.
'We waren nieuwsgierig naar je,' zei Kili schouderophalend. Het speet hem duidelijk niet.
'Kom je echt uit een andere wereld?' vroeg Fili, compleet serieus.
'Hangt ervan af,' zei ze terwijl ze zich terug liet zakken op haar geïmproviseerde kussen en naar het gedeelte van de nacht keek dat ze kon zien door de bladeren die door een licht briesje heen en weer waaiden. 'Is dit echt Middle Earth?' vroeg ze zonder hoop, niet echt verwachtend dat ze plotseling zouden verkondigen dat ze toch inboorlingen waren die haar in de maling namen.
'Ja.'
Ze zuchtte en ging weer overeind zitten, haar nieuwe werkelijkheid langzaam accepterend. 'Dan kom ik inderdaad uit een andere wereld. Ik kan het niet geloven – ik bedoel, dit is toch onmogelijk?'
'Hoe ben je hier gekomen?' wilde Kili weten.
Lizzy schudde haar hoofd, net zo verward. Het was niet alsof ze op ontdekkingstocht was gegaan in een mysterieuze klerenkast, of door de bliksem getroffen was, of opgeslokt was door een nijlpaard of zoiets belachelijks. Ze dacht terug en wist dat het gebeurd moest zijn terwijl ze door het bos wandelde, hoewel ze niet kon zeggen wanneer. 'Ik weet het niet. Ik liep door een bos in mijn wereld, en toen… kwam ik ineens Fili tegen,' legde ze uit, gebarend naar de blonde broer. Plotseling kwam een gedachte bij haar op en haar ogen werden groot van paniek. 'Hoe kom ik in godsnaam terug? Mijn broertje is helemaal alleen!'
Het idee dat Peter helemaal alleen in Nieuw-Zeeland was, zich afvragend wat er met haar gebeurd was, zorgde bijna voor een paniekaanval. Ze zou nu lang genoeg weg zijn dat mensen zich zorgen zouden maken: misschien had hij de politie gebeld, misschien waren mensen naar haar op zoek. Ze krabbelde onder de mantel vandaan en greep haar mobieltje, dat naast haar open rugzak lag. Ze keek op het scherm – geen berichten of gemiste oproepen, en al helemaal geen bereik.
'Misschien kan Gandalf haar helpen?' stelde Kili voor, die behoedzaam achter haar zat – blijkbaar waren beide broers ietwat geschrokken door haar plotselinge snoekduik naar haar tas.
'Goed idee,' zei Fili en ze keek op van haar deprimerend inactieve mobiel. 'We zijn op weg naar een ontmoeting met een Tovenaar, Gandalf the Grey. Ik weet zeker dat hij je kan helpen.'
'Jullie ontmoeten hem in de Shire?' vroeg Lizzy, die besefte dat ze bijna aan het begin waren van The Hobbit. Haar brein had net geaccepteerd dat ze in Middle Earth was, maar het was nog niet echt tot haar doorgedrongen dat ze in een verhaal zat, een van haar favoriete verhalen zelfs. Gandalf had echter behoorlijk wat magie, Kili's voorstel dat hij haar misschien zou kunnen helpen was logisch. 'Zouden jullie het erg vinden als ik mee kom?'
'Helemaal niet,' glimlachte Kili vriendelijk.
'Dank je,' zei ze. Ze glimlachte terug, voor de eerste keer sinds ze wakker geworden was. 'En ehm, sorry als ik toen straks een beetje… gestoord overkwam. Ik klonk vast heel raar.'
'Wel een beetje, maar achteraf gezien was je verwarring begrijpelijk,' zei Fili terwijl hij samen met Kili naast haar bij het vuur kwam zitten. 'Waarom zei je dat wij verkleed waren?'
'Dwergen bestaan niet in mijn wereld, het zag eruit alsof jullie… deden alsof,' legde ze uit. Ze besloot niet te vertellen dat er wel over Dwergen geschreven was; ze wist dat ze hen waarschijnlijk maar beter niets kon vertellen van het verhaal.
'En deze dingen?' ging Fili verder, knikkend naar de spullen die verspreid op de grond lagen – haar EHBO-setje, een zaklamp, haar mobiel en iPod, een aansteker, een sudokuboekje en een pakje kaarten.
'Technologie uit mijn wereld,' zei ze, niet echt in de stemming om hen te verbazen door te laten zien hoe alle vreemde spullen werkten – ze was nog steeds teleurgesteld dat haar mobieltje het niet deed, ook al was ze niet verbaasd. Langzaam pakte ze haar spullen weer in, bovenop haar kleren, fleecevest, regenjas en kleine voedselvoorraad. Het leek erop dat ze niet door haar hele tas gezocht hadden, anders zouden die spullen ongetwijfeld ook op de open plek liggen.
'Heb je honger, juffrouw Lizzy?' zei Fili, terwijl hij met een stok in het vuur porde.
'Ja, eigenlijk wel,' zei ze, zich afvragend hoe lang het geleden was sinds ze gegeten had. Kili sneed vlug met zijn mes wat vlees van de fazant en gaf haar een ruw bord met vlees en droog brood. Ze bedankte hem en at het zonder morren op, verbaasd over de malsheid van het rokerige vlees.
Kili gaapte luid terwijl zij aan het eten was. 'Denk je dat we vannacht de wacht moeten houden?' vroeg hij aan zijn broer.
Fili schudde zijn hoofd. 'Nee, we zijn vlak bij de Shire. Als we het vuur hoog genoeg opstoken dat het de hele nacht blijft branden, blijven de meeste dieren wel weg.'
'Zei je niet dat er wolven waren?' onderbrak ze met haar mond vol.
'Die komen niet bij het vuur in de buurt,' verzekerde hij.
Al gauw begonnen de twee Dwergen zich klaar te maken voor de nacht; ze rolden slaapmatten uit en gooiden nog een paar houtblokken op het vuur. Toen ze klaar was met haar simpele maaltijd zette ze het bord naast het vuur en begon door haar tas te rommelen. Haar broer mocht dan de tent aan zijn rugzak hebben hangen, zij had de voering van haar slaapzak, klein opgevouwen onderin haar tas. Nieuw-Zeeland was zo heet geweest dat de dunne voering voor genoeg warmte gezorgd had, hoewel het hier iets koeler was.
'Welke maand is het?' vroeg ze nieuwsgierig, terwijl ze de voering uitrolde en uitklopte.
'Het is eind april,' antwoordde Fili, die zijn mantel opvouwde om hem als kussen te gebruiken. Hij had al zijn kleren nog aan en leek zich niets aan te trekken van de koele lucht. Kili lag naast hem op zijn slaapmat, zijn armen onder zijn hoofd gevouwen.
Lizzy nam de tijd om haar slaapzakvoering aan de andere kant van het vuur uit te spreiden en haar tas als kussen neer te leggen. Tegen de tijd dat ze haar schoenen uit had getrokken en in de slaapzak was gekropen, lagen de twee broers volkomen stil, hun ogen gesloten.
'Welterusten,' zei ze zachtjes. Ze keek opnieuw naar de bladeren boven haar, maar het enige antwoord dat ze kreeg was een zacht gesnurk.
Ze was niet verbaasd toen ze niet in slaap kon vallen. Niet alleen waren haar gedachten onrustig, ook haar lichaam was simpelweg niet moe. Ze keek op haar horloge, dat haar vertelde dat het zes uur 's avonds was – duidelijk fout, nog steeds ingesteld op de Nieuw-Zeelandse tijd. Ze staakte haar pogingen om in slaap te komen en draaide zich om, starend naar de vlammen totdat ze bijna gedoofd waren en zijzelf duf genoeg was om in slaap te vallen.
Het was het geluid van vogels waardoor ze uiteindelijk wakker werd, de ochtendzang onaangenaam luid. Het voelde alsof ze nauwelijks geslapen had en ze had de neiging om zich tot een balletje op te krullen en haar hoofd te bedekken om terug te keren naar de heerlijke wereld der dromen. Dat idee werd uit haar hoofd verdrongen toen ze zachte stemmen naast zich hoorde. Ze kneep haar ogen nog stijver dicht toen ze de stemmen herkende als die van Fili en Kili – blijkbaar was haar uitstapje naar Middle Earth dus geen absurde en levendige droom. Ze sliep altijd opgekruld en had zich in haar slaap diep in haar slaapzak begraven, dus ze gluurde naar buiten en zag de twee Dwergenbroers bij het vuur zitten.
Kili zag dat ze haar hoofd naar buiten stak en versuft met haar ogen knipperde – ze zag er ongetwijfeld nogal verkreukeld uit nadat ze op de bosgrond had geslapen. 'Ah, je bent wakker,' zei hij opgewekt. Fili keek op van de pot boven het vuur waar hij in roerde. 'We wilden je net wakker maken.'
Ze gaf geen antwoord en ging rechtop zitten, gaapte en rekte zich uit, waarbij de spieren in haar rug licht protesteerden. 'Hoe laat is het?' vroeg ze, nadat ze op haar digitale horloge gekeken had en sterk betwijfelde of het elf uur 's avonds was – ze zou er even achter moeten komen wat de juiste tijd was en haar horloge daarop moeten aanpassen. Ze vroeg zich af of het mogelijk was om een jetlag te krijgen van het reizen tussen twee werelden en duwde die gedachte toen weg omdat hij iets te ver ging voor iemand die net wakker was.
'Nog vroeg, ongeveer een uur na zonsopgang,' zei Fili, die nog steeds intens naar de pot staarde. 'En de zon kwam op rond het zesde uur.'
Ze besloot dat het geen nut had om nog langer in haar warme slaapzak te blijven liggen en krabbelde onhandig naar buiten, waardoor ze blootgesteld werd aan de koele ochtendlucht. Haar handen raakten verstrikt in haar haar toen ze haar vingers erdoorheen probeerde te halen. Ergens in haar rugzak zat een kammetje, maar aangezien ze geen spiegel had, gaf ze het al gauw op, wetend dat het toch een slechte haardag zou zijn. Ze maakte er vlug een slordige knot van met het felgroene elastiekje dat ze om haar pols had. Ze rekte zich nogmaals uit, strekte haar armen boven haar hoofd en draaide tot dat ze iets hoorde knakken in haar rug.
Nu voelde ze ze zich iets beter en trok haar schoenen aan, een beetje op en neer huppend. 'Is er ergens een riviertje of zoiets?' vroeg ze terwijl ze haar veters strikte, omdat ze haar blaas begon te voelen.
'Die kant op,' zei Fili met een knikje. Hij schepte iets wat op pap leek van de vrolijk borrelende pot boven het vuur in twee houten schalen.
Ze liep de kant op waar hij heen knikte en het duurde niet lang voordat ze het riviertje vond, dat misschien twintig meter van het kamp lag. Ze keek behoedzaam om zich heen om ervoor te zorgen dat er niemand in de buurt was voordat ze… haar zaken regelde, om het zo maar even te zeggen, waarbij ze een blaadje gebruikte bij gebrek aan wc-papier. Riolering en hygiëne waren twee dingen uit haar eigen wereld waar ze nu al weer naar verlangde, dacht ze terwijl ze haar cargobroek weer omhoog trok, en ze was nog geen vierentwintig uur in Middle Earth.
Vervolgens gooide ze een plens koud water uit het riviertje in haar gezicht, waardoor ze helemaal wakker was. Het kon haar absoluut niets schelen dat ze geen make-up droeg; tijdens het reizen met haar broertje was ze die gewoonte helemaal kwijt geraakt. De flesjes waren lastig om mee te nemen door de douane op het vliegveld en tijdens hun trektochten had ze nauwelijks de gelegenheid om het aan te brengen.
Het koele water had haar vingers koud gemaakt en ze stak ze onder haar oksels om op te warmen terwijl ze terugliep naar het kamp. De zon stond nog niet hoog genoeg om de lucht te verwarmen, dus ze dook regelrecht in haar rugzak om haar fleecevest eruit te vissen. Ze ritste hem helemaal dicht zo dat de koele lucht haar lichaam niet raakte.
Kili had zijn pap op en schepte de schaal vlug weer vol voordat hij hem met een glimlach aan haar gaf. 'Alsjeblieft, juffrouw Lizzy. We hebben slechts twee schalen, dus ik ben bang dat we moeten delen.'
'Dank je,' zei ze, geroerd door het feit dat ze zo bewust stilstonden bij het delen van hun eten – warme pap was zeker weten beter dan een graanreep, die als alternatief in haar tas zat.
De pap was heel dun en flauw, omdat hij met water gemaakt was, maar het warmde haar wel op. Als ze thuis pap maakte, deed ze dat met melk en suiker, soms zelf met een schepje jam, maar toch at ze dit dankbaar op, genietend van de hete schaal die haar vingers opwarmde.
Terwijl zij at waren de broers met het kamp bezig – ze stampten het vuur uit en pakten hun tassen in. 'Kan ik iets doen?' vroeg ze toen ze klaar was met eten.
Fili tikte met zijn voet tegen zijn eigen schaaltje en tegen de twee borden die de vorige avond bij het vuur waren blijven staan. 'Zou je deze misschien af willen wassen?'
'Geen probleem,' zei ze. Ze raapte de afwas op en liep nogmaals naar het riviertje. Ze grinnikte even terwijl ze in het koude water over de borden schrobde, denkend aan het afwaslied van de Dwergen in Bilbo's huis. Ze vroeg zich even af of ze dat nog zou zien, of dat Gandalf haar direct naar huis zou sturen.
Toen ze terugkwam was het kamp volledig afgebroken en ze gaf de broers hun eigen bord en schaal terug terwijl ze voorbij liep. Het duurde niet lang voordat ze haar slaapzakvoering had opgerold en in haar tas had geschoven, en toen was ook zij klaar voor vertrek.
Het trio vertrok vanuit het bosje in de richting van de weelderige groene vlaktes die ze gisteravond vanaf haar uitkijkpunt gezien had. Ze kwamen al vlug op een oud, maar duidelijk zandpad wat de broers de Oude Noorderweg noemden, die aan de ene kant helemaal tot aan de bergen liep, en aan de andere kant uitkwam bij de Grote Oosterweg. Het bleek dat Fili en Kili daar al een paar dagen langs gereisd hadden, nadat ze vanuit hun thuis in de bergen vertrokken waren, en dat ze alleen maar in het bos overnacht hadden omdat ze brandhout nodig hadden. Het pad lag tussen groene heuvels en kronkelde iets, maar was wel vlak. Ze liepen in een stevig tempo maar ze was aangenaam verrast toen ze erachter kwam dat ze het makkelijk bij kon houden – al die trektochten in Nieuw-Zeeland hadden duidelijk hun vruchten afgeworpen. Ze was ongelooflijk blij dat ze goede wandelschoenen aan had.
Hun gesprek verliep eerst wat moeizaam, maar ze voelden zich al gauw meer op hun gemak bij elkaar. De ochtend verstreek met een luchtig gesprek, waarin Fili en Kili haar allerlei vragen stelden over haar wereld. Ze wist niet zo goed hoeveel ze ervan geloofden: de broers waren behoorlijk sceptisch over dingen als auto's en vliegtuigen, maar het gaf haar gedachten iets te doen.
Tegen de tijd dat ze de grens van de Shire bereikten was het een stuk warmer geworden, hoewel het nog steeds koeler was dan het klimaat van Nieuw-Zeeland waar ze vandaan kwam. Ze had haar fleecevest uitgetrokken en achter een van de hengsels van haar rugzak gestoken, aangezien de gelaagde T-shirts genoeg warmte boden. Terwijl ze liepen maakten de heuvels geleidelijk plaats voor akkers en Lizzy was heel enthousiast toen ze een glimp opving van haar eerste Hobbit, die met een pony en een ploeg over een van de akkers liep.
'Ik kan niet geloven dat ik echt in de Shire ben,' zei ze tegen zichzelf toen ze nog een kleine Hobbit tegen kwamen, nauwelijks één meter twintig lang, met een grote bos pijpenkrullen.
Natuurlijk hadden de broers haar gehoord. 'Het is vreemd,' zei Fili, die naast haar kwam lopen. 'Je komt uit een andere wereld en toch lijkt het alsof je deze plaatsen kent.'
'Oh, ik heb wel van Middle Earth gehoord, maar in mijn wereld is het een fictioneel land,' zei ze. Ze dacht dat ze hen dit best kon vertellen, zolang ze maar niet zei dat de broers zelf deel uitmaakten van een verhaal. 'Ik heb verhalen gelezen over deze wereld.'
'Wat voor verhalen?' vroeg Kili geïnteresseerd.
Ze dacht even na en probeerde een verhaal te bedenken waar ze hen wel over kon vertellen – wat best moeilijk was, aangezien de meeste verhalen plaatsvonden in de toekomst. 'Ooit gehoord van de Silmarils?'
'Ja, die vreemde Elvenjuwelen van lang geleden.'
'Dat is een van de verhalen die ik ken.'
'Wat nog meer?'
Lizzy glimlachte uitdagend, niet van plan nog meer te vertellen. 'Nou, dat is vertrouwelijke informatie. Maar door die verhalen weet ik aardig wat over de algemene dingen van Middle Earth. Er mogen dan wel geen Dwergen of Elven of Hobbits bestaan in mijn wereld, ik weet wel wat ze zijn.'
Het drietal kreeg een paar vreemde blikken van Hobbits toegeworpen terwijl ze door de Shire liepen, waarschijnlijk door Lizzy en haar vreemde kleren. Dwergen waren hier redelijk normaal, zo dicht bij de bergketen, en ze handelden vaak met de Hobbits. Het gebied werd steeds dichter bevolkt naarmate ze verder de Shire introkken, en ze kwamen langs talloze boerderijen.
Tegen het einde van de middag koelde de lucht weer af en Lizzy trok haar vest weer aan. Haar benen deden zeer na de lange dag lopen. Ze waren ook niet gestopt voor het middageten, maar hadden gewoon een paar appels gegeten die ze tijdens het lopen van bomen aan de kant van de weg hadden geplukt. Eindelijk, toen de zon onderging, bereikten ze het eerste echte dorp, wat Fili herkende als Geenhuijzen.
In tegenstelling tot wat veel mensen dachten, woonden niet alle Hobbits in holen – alleen rijke Hobbits hadden die. Het dorpje Geenhuijzen bestond vooral uit lage houten en stenen gebouwen die bijna altijd gelijkvloers waren. Het duurde niet lang voordat de broers de herberg vonden, met de vrolijke naam "De Bijenkorf". Met zijn drieën doken ze naar binnen en werden meteen begroet door de heerlijke geur van eten, gemengd met rook en het kameraadschap van verscheidene Hobbits die bij elkaar waren gekomen voor een avonddrankje. Fili nam vlug de leiding en baande zich een weg naar de bar om eten en een kamer te regelen, terwijl Kili een poging deed de modder van zijn schoenen te trappen.
'Hmm, ik heb zin in een lekkere kroes bier,' zei Kili, die het café rond keek. 'Ik heb geen bier meer gehad sinds we uit Ered Luin vertrokken.'
Lizzy besefte plotseling iets en ze greep Kili's arm, trok hem dichter naar zich toe en fluisterde: 'Kili, ik heb geen geld.'
Hij keek haar vreemd aan. 'Je was aan het reizen zonder geld?'
Ze rolde met haar ogen. 'Ik heb wel geld, maar dat is geld uit mijn wereld. En ik denk niet dat ze hier creditcards accepteren.'
Fili, die terugkwam van de bar, had hun gesprek opgevangen. 'Je hoeft je geen zorgen te maken over geld, juffrouw Lizzy. Ze hebben slechts één kamer, dus we moeten hoe dan ook dezelfde prijs betalen.'
Opgelucht, maar nog steeds met het gevoel alsof ze de gulheid van de broers uitbuitte, liep Lizzy achter hen aan naar de hal, waar een kleine Hobbitvrouw de deur naar een zitkamer voor hen openhield, een kleine eetzaal waar het niet zo druk was als bij de bar. Ze gingen zitten en hadden hun rugzakken net onder de tafel geschoven toen er al een andere Hobbit aankwam. Hij balanceerde drie schalen met rundvleesstoofpot die ongelooflijk lekker rook. De Hobbit verdween, maar was even later weer terug met een bord vol dampend, vers gebakken brood in de ene hand, en drie kroezen (die hij vasthield bij de handvatten) in de andere hand.
Ze vielen aan, Lizzy's tafelmanieren iets beter dan die van de Dwergen, die net zoveel honger leken te hebben als zij. De stoofpot was heerlijk – hij zat vol met groentes en vlees dat in je mond uit elkaar viel, en het duurde slechts een paar minuten voordat ze de restjes opveegden met het brood. Lizzy nam een slok uit haar kroes om de maaltijd weg te spoelen. Ze was verrast toen ze erachter kwam dat het vaag naar honing smaakte en veel lekkerder was dan de Budweisers die ze af en toe op de universiteit gedronken had.
'Dat was heerlijk,' zei ze glimlachend tegen de Hobbitvrouw die terugkwam om hun schalen op te halen. Fili en Kili vielen haar vlug bij.
'Heel graag gedaan, lieverd,' zei de Hobbit, die even later terugkwam met een bord met kleine, zoete plakjes kruidkoek.
Toen ze klaar waren met eten en Lizzy aan de geschokte broers had uitgelegd wat een food-baby was, duidelijk makend dat ze niet echt bedoelde dat ze zwanger was, keerden ze terug naar de bar om nog wat te drinken. Zij kreeg nog een honingdrankje, terwijl Fili en Kili genoten van hun langverwachte bier.
Hobbits waren over het algemeen een vriendelijk volk, maar ze leken behoorlijk voorzichtig te zijn in de buurt van vreemdelingen, waardoor ze voor het grootste gedeelte met rust gelaten werden in de hoek. Halverwege haar derde kroes begon Lizzy het effect van de alcohol te voelen, een flauwe en aangename tinteling.
'Bedankt,' gooide ze er plotseling uit toen het café leeg begon te stromen en Fili voorstelde dat ze naar hun kamer zouden gaan. De broers keken haar vragend aan en ze verklaarde: 'Gewoon, bedankt voor het betalen van mijn eten, bedankt dat jullie me meenemen naar Gandalf, dat allemaal. Echt, ik weet niet wat er gebeurd zou zijn als ik jullie niet had ontmoet. Ik had waarschijnlijk nog steeds door dat bos gedwaald.'
'Geen enkel probleem, juffrouw Lizzy,' zei Kili terwijl Fili haar haar rugzak overhandigde.
'Laat dat 'juffrouw' maar weg, oké jongens?' zei ze. 'Gewoon Lizzy is prima.'
De vriendelijke Hobbitvrouw, de vrouw van de eigenaar, zag dat ze hun spullen bij elkaar raapten en haastte zich vlug naar hen toe om ze te laten zien waar hun kamer was. De kamer was klein en schoon, met een groot tweepersoonsbed in het midden, een kleine aangrenzende badkamer en ronde ramen. Zij mocht als eerste de badkamer gebruiken en ze was blij dat ze eindelijk haar tanden kon poetsen – haar broertje mocht dan de tandpasta hebben (ze hadden alle toiletartikelen gelijk verdeeld), maar zelfs poetsen met water zorgde er al voor dat haar mond wat frisser aanvoelde.
Ze hadden een discussie toen de broers haar ervan probeerden te overtuigen het bed te nemen, maar Lizzy hield koppig vol dat zij op de grond zou slapen. 'Als ik hier niet zou zijn, zouden jullie samen in dat bed slapen, toch?'
'Ja, maar – ' begon Kili, maar ze liet hem niet uitpraten.
'Precies, en omdat ik niet voor de kamer betaald heb, slaap ik op de grond.'
Fili keek ongemakkelijk rond en wreef met een hand over zijn achterhoofd. 'Echt, juf- Lizzy,' verbeterde hij. 'Het is geen enkel – '
'Fili, als je nog één keer zegt dat het 'geen enkel probleem' is, is de kans groot dat ik je ga slaan,' zei ze. 'Jullie hebben al zoveel voor me gedaan, jullie verdienen dat bed. En wanneer hebben jullie voor het laatst binnen geslapen?'
Ze keken elkaar aan, wetend dat ze deze discussie waarschijnlijk niet konden winnen. 'Meer dan een week geleden, toen we vertrokken uit de Blue Mountains.'
'Terwijl ik twee nachten geleden nog in een bed geslapen heb,' wees ze hen terecht. 'Jullie krijgen het bed.'
'Maar… jij bent een vrouw,' zei Kili verontrust – blijkbaar verstoorde ze hier een of ander cultuurbegrip.
Ze maakte zich zo groot als ze maar kon (met haar één meter vijfenvijftig was ze klein voor een mens, waardoor ze ongeveer net zo groot was als de Dwergen) en sloeg haar armen over elkaar. 'Wat jullie ook zeggen, ik slaap sowieso op de vloer,' zei ze op een toon die hen uitdaagde ertegenin te gaan. 'Dus of jullie slapen ook op de grond en geen van ons ligt lekker vannacht, of jullie kunnen je koppige trots opzij schuiven en gewoon in dat stomme bed gaan liggen.'
Wetend dat ze zich hier niet meer uit konden redden, stemden ze met tegenzin toe – Lizzy dacht dat ze Kili iets hoorde mompelen over haar eigen koppige trots, maar ze kon het niet helemaal goed verstaan. Ze maakten omstebeurt gebruik van de kleine badkamer terwijl zij haar slaapzakvoering uitrolde op de vloer en deze keer haar fleece vest als kussen gebruikte.
Fili en Kili trokken hun laarzen en leren jassen uit voordat ze gingen slapen en Lizzy ontdekte dat ze daaronder tunieken droegen. Vanaf haar plek op de grond kon ze vaag de onaangename geur van hun voeten ruiken, maar omdat ze wist dat ze zelf waarschijnlijk ook niet al te fris rook besloot ze er niets over te zeggen. Daarnaast was ze opgegroeid met broers en had ze op de universiteit een huis gedeeld met een aantal niet-zo-nette vrienden, waardoor ze wel gewend was aan onaangename geuren.
'Slaap lekker,' zei ze liefjes toen de broers met de ruggen naar elkaar toe op het bed gingen liggen.
'Trusten.'
'Welterusten, Lizzy.'
Fili blies de kaars op het nachtkastje uit en de kamer stroomde vol met duisternis. Na een uitputtende loopdag en met een buik vol eten en de aangename tinteling van alcohol in haar bloed, viel Lizzy bijna meteen in slaap.
De volgende ochtend rekte ze zich uit en draaide zich beide kanten op, luisterend naar het kraken van haar rug. Fili keek haar met een blik van afschuw aan. 'Jij had het bed moeten nemen,' merkte hij op.'
'Pff.' Ze haalde haar schouders op en probeerde de slaap van zich af te schudden. 'Gaan we direct weer weg?'
'Nee, we moeten nog een aantal dingen doen voordat we vertrekken,' zei Fili, die in zijn rugzak aan het rommelen was. Lizzy schrok op toen hij plotseling een zakje munten in haar richting gooide en ze ving het onhandig op. 'Zou jij misschien ontbijt willen regelen terwijl wij ons klaarmaken?'
'Tuurlijk, wat wil je hebben?' vroeg ze. Zij was al in de badkamer geweest (en had gebruik gemaakt van het warme water zodat ze zich snel kon wassen, hoewel het niet echt bevredigend was) en ze was klaar om te gaan, vol verlangen om Gandalf te ontmoeten en naar huis te gaan. De broers, daarentegen, liepen nog steeds rond op blote voeten.
'Eieren en spek?' stelde Kili voor, een geeuw onderdrukkend.
'Ook worstjes, als dat mogelijk is.'
'Dat lijkt me wel, de eetgewoonten van Hobbits kennende,' zei ze luchtig, terwijl ze haar rugzak over haar schouders hees en de kamer uitliep. Ze liep door de gang naar de kleine eetzaal waar ze de avond daarvoor gezeten hadden en drukte op het belletje. Even later verscheen de kleine gastvrouw, haar handen afvegend aan haar schort.
'U bent mooi vroeg wakker,' zei ze. Terecht, aangezien Fili hen wakker had gemaakt bij het eerste teken van daglicht. 'Een lange afstand te gaan vandaag?'
'Hobbiton, volgens mij,' zei Lizzy, die zich afvroeg of ze haar wakker hadden gemaakt met al hun gestamp door de kamer. Dwergen waren zeker niet de meest geruisloze soort.
'Prachtige streek,' zei ze. 'Ik neem aan dat jullie graag ontbijt willen?'
'Ja, eieren, worstjes en spek voor de twee Dwergen en ik zou graag toast en thee willen, alstublieft.'
'Is over tien minuten klaar,' zei de vrouw met een glimlach.
Lizzy ging aan de tafel zitten om te wachten en keek nogmaals tevergeefs op haar mobiel om te zien of ze bereik had, zonder er echt op te hopen. Ze vroeg zich opnieuw af hoe het met haar broer ging en of hij hun ouders al had verteld dat zij vermist was. Toen kwam er plotseling een gedachte bij haar op: misschien werkte dit wel net zo als Narnia, waar jaren voorbij konden gaan maar ze toch naar hetzelfde moment terug zou keren. Dat hoopte ze maar, ze wilde niet dat haar familie zich zorgen zou maken.
Fili en Kili arriveerden een paar tellen voordat het eten klaar was en begonnen enthousiast aan de maaltijd. Bij het ontbijt werd boter en aardbeienjam geserveerd, wat ze dik op haar toast smeerde. Ze genoot van het bruine brood, iets heel anders dan het witte supermarktbrood wat haar moeder kocht. Zij was snel klaar, maar de Dwergen bestelden een tweede ontbijt en ze krulde haar vingers om de mok met thee, genietend van de warmte.
'Wat moeten we eigenlijk doen voordat we kunnen vertrekken?' vroeg ze, terwijl ze een slokje van de zoete thee nam.
'Ik wil naar een smid om mijn wapens te laten slijpen en we hebben iemand nodig die pony's verkoopt,' zei Fili.
'Pony's?'
'Ja, die zullen we nodig hebben voor de rest van de reis,' zei Kili met zijn mond vol. Hij slikte het vlug door en vervolgde: 'De kans dat we een stuk of dertien pony's in één dorp kunnen kopen is best klein – au!'
Het bleek dat Fili hem onder de tafel een trap gegeven had. 'Waar was dat voor?'
'Ik denk niet dat het wijs is om het te hebben over wat er na onze ontmoeting met Gandalf gaat gebeuren,' zei Fili nadrukkelijk, met een knikje naar Lizzy.
Lizzy verschool haar grijns achter haar mok – zij wist veel meer over de dingen die gingen gebeuren dan de broers zelf.
Kili keek beteuterd, maar herstelde zich snel. 'Dus, heb je zin om met mij mee te gaan om pony's te zoeken?'
'Tuurlijk,' zei ze.
'Kan ik jullie nog een ontbijt aanbieden?' vroeg de gastvrouw, die naar hun tafel toe kwam.
'Nee, dank u,' zei Fili. 'Maar als u ons zou kunnen vertellen waar de dichtstbijzijnde boerderij is die pony's verkoopt, zouden we dat erg op prijs stellen.'
Tien minuten later liep ze samen met Kili naar de rand van het dorp, terwijl Fili op zoek was naar een smid. Er waren al een paar Hobbits wakker en ze zag verscheidene gezinnen die vrolijk aan het ontbijten waren in hun tuinen. Ze vonden de boerderij waar de vrouw van de herberg het over had gehad en Lizzy bleef wat aan de kant staan. Ze leunde tegen een hek terwijl Kili de potentiële pony's bestudeerde en hun hoeven en tanden bekeek. De koeien in het weiland leken nieuwsgierig te zijn en kwamen dichterbij om over het hek te gluren. Ze stak haar arm uit om er één aan te raken en de koe probeerde haar hand te likken – ze lachte en dook weg voor de lange tong.
Na een paar lange minuten, waarin de koeien hun belangstelling verloren hadden en weer weggelopen waren, kwam Kili weer terug. In zijn hand had hij de leidsels van drie ruwharige pony's, compleet met zadels, één grijze en twee bruine.
'Waar heb ik een pony voor nodig?' vroeg ze verbaasd toen een van de bruine pony's zijn neus in haar hand stak en snuffelde. 'Als het goed is stuurt Gandalf me meteen naar huis.'
'Dan kunnen we hem aan een van de anderen geven. Het zorgt er gewoon voor dat je ons bij kunt houden als we naar Hobbiton rijden,' legde hij uit. 'Ooit eerder gereden?'
'Ik heb een paar paardrijlessen gehad toen ik klein was, maar ik heb het al snel opgegeven.'
'Waarom ben je gestopt?' vroeg hij, terwijl hij zijn rugzak op het zadel van de tweede bruine pony vastbond.
'Ik had een gemene leraar,' zei ze, zonder te vertellen dat ze ook een aantal keer spectaculair van haar paard gevallen was, wat haar behoorlijk ontmoedigd had. 'In plaats daarvan ben ik op ballet gegaan.'
'Wat is ballet?'
Lizzy trok een gezicht. 'Een soort dans. Ik moet echt elke verwijzing naar mijn wereld uitleggen, of niet?'
'Waarschijnlijk wel, ja,' reageerde hij opgewekt. Hij zag vanuit zijn ooghoek dat zijn broer hun kant op kwam lopen. 'Daar is Fili.'
Ze bonden vlug de rest van hun rugzakken op de pony's en ze steeg voorzichtig op, wat eleganter ging dan ze verwacht had. De rustige looppas van de pony was ook anders dan het nogal enthousiaste paard waar ze tijdens haar lessen op gereden had en ze ontdekte dat ze er meer van genoot. Af en toe moest ze de pony wel zachtjes de sporen geven om hem in beweging te krijgen als het dier besloot dat het liever wat gras wilde eten.
Fili had hetzelfde probleem – zijn pony bleek erg van bloemen te houden. 'Volgens mij vindt Daisy je leuk,' zei hij toen ze stopten voor lunch en zijn pony aan haar haar snuffelde. Ze hadden een flink stuk gereden die ochtend: ze hadden de rand van de zompige Rusjes Ven bereikt en besloten om een half uurtje pauze te houden zodat ze iets konden eten en echt konden gaan zitten.
'Je hebt je pony Daisy genoemd?' vroeg ze. Die naam klonk niet echt als iets wat Fili zou bedenken, met zijn leren jas en pasgeslepen zwaarden.
'Wat is er mis met Daisy? Het is een prima naam voor een pony,' zei hij, licht beledigd. 'Daarnaast eet ze graag bloemen.'
'Hoe heb je die van jou genoemd?' vroeg ze aan Kili, die met zijn pijp aan het prutsen was.
'Cotton,' bromde hij. 'Ga je die van jou ook een naam geven?'
'Ik weet het niet.' Ze dacht even na en overwoog verschillende namen. Het eerste wat bij haar opkwam was Shadowfax, want die naam had ze altijd al mooi gevonden, maar ze besloot dat niet te doen voor het geval Gandalf de naam herkende. Pegasus schoof ze ook aan de kant, dat was veel te groots voor zo'n kleine bruine pony. 'Wat vinden jullie van Binky?' vroeg ze aan de broers, denkend aan het paard van de Dood uit de boeken van Pratchett – ze wilde een of andere link naar haar eigen wereld, ook al was het maar op zo'n kleine manier.
'Binky, klinkt goed.'
Toen ze hun eten ophadden klom Lizzy op de zojuist gedoopte Binky en ze reden verder. De middag verstreek op dezelfde manier als de dag ervoor, hoewel de vragen deze keer over haar familie en leven gingen. Ze vertelde hen over haar ouders en haar twee broers, één die ouder was dan zij en al getrouwd, en haar jongere broer die ze per ongeluk had achtergelaten in Nieuw-Zeeland. De Dwergen vertelden haar op hun beurt iets over hun leven in Ered Luin, hoe ze als metaalsmeden gewerkt hadden en getraind waren op het gebied van wapens.
Tegen de tijd dat ze Hobbiton bereikten begon het al te schemeren. Net als Geenhuijzen bestond een groot deel van Hobbiton uit lage stenen huizen en achter die huizen kwam de heuvel boven het dorp uit. Fili en Kili legden uit dat ze op zoek waren naar een huis met een teken op de deur, wat zij eigenlijk al wist. Ze wist ook dat ze het huis bovenaan de heuvel zouden vinden, maar dit kon ze niet vertellen zonder de broers te laten weten dat zij iets wist. Nee, zij moest geduldig achter de broers aanlopen terwijl ze hun pony's van de ene kant van het dorp naar de andere kant leidden, maar geen stap in de richting van de heuvel zetten.
'Weet je zeker dat dit het goede dorp is?' vroeg Kili uiteindelijk.
'Ja.'
Het was een poos stil. 'Zijn we verdwaald?'
'Nee,' zei Fili geïrriteerd. 'Ik weet alleen niet welke kant we op moeten.'
Wetend dat ze hen niet zomaar kon vertellen waar Bilbo's huis was, besloot ze het initiatief te nemen en net te doen alsof ze de weg vroeg. Lizzy tikte op de schouder van een voorbijlopende Hobbit. 'Sorry, maar kunt u ons misschien vertellen hoe we bij Bag End kunnen komen?'
'Helemaal boven op de Heuvel, het is het hoogste punt van het dorp. Grote groene voordeur, u kunt het niet missen,' antwoordde de Hobbit behulpzaam.
'Dank u wel,' zei ze, waarna ze de broers een plagerige glimlach toewierp. 'Was dat nu zo moeilijk?'
Kili keek nu net zo beledigd als zijn broer. 'Wij waren er ook wel achter gekomen hoor.'
Lizzy rolde met haar ogen – mannen en de weg vragen, sommige dingen leken gewoon niet samen te gaan, in welke wereld je ook was. 'Natuurlijk. Kom op, laten we gaan.'
Ze liepen de Heuvel op, met Lizzy voorop. Achter zich hoorde ze Fili zachtjes tegen zijn broer zeggen: 'Hoe wist ze dat we op weg zijn naar Bag End?'
Oeps, dacht ze.
Kindle-the-Stars:
Bedankt voor alle reacties die ik tot nu toe heb gehad, ik ben blij dat jullie het verhaal leuk vinden! Blijf ze sturen, reacties en opbouwende kritiek zijn altijd welkom :)
Daarnaast kun je alle updates volgen en vragen stellen op mijn tumblr, Kindle-the-Stars
xxMarith:
Ahh, hallo, mensen die dit lezen. Ik hoop dat jullie het verhaal leuk vinden, ook al heb ik het niet zelf geschreven - ik mocht willen dat ik zo kon schrijven, I'd be rich!
Goed, ook voor mij geldt dat alle reacties en opbouwende kritiek welkom zijn en mochten jullie opmerkingen hebben over de schrijfstijl, of dingen over het verhaal zelf, gewoon sturen! Alle complimenten over het verhaal zullen worden doorgestuurd naar Kindle-the-Stars (:
