xxMarith:
DISCLAIMER: Dit verhaal is niet van mij, Kindle-the-Stars is de geweldige schrijfster.


"It doesn't matter where you come from, it matters where you go. No one get's remembered for the things they didn't do."

Frank Turner, Peggy Sang the Blues


Ver ten oosten van Hobbiton, over hoge bergen en door groene bossen, stond een groepje zwaarbewapende mensen op een open plek gespannen te wachten. Ze stonden dicht bij elkaar, bijna tegen elkaar aangekropen alsof ze bescherming zochten en hun ogen gleden zenuwachtig langs de bomen.

Een witte gestalte gleed als een geest vanuit de schemering, gevolgd door talloze anderen. Het duurde niet lang voordat de groep omsingeld was en zowel de wargs als Orks gretig naar hun vlees staarden. Hoewel de wargs af en toe gromden, vielen de Orks niet aan, maar wachtten ze in stilte af.

De groep kromp ineen toen de Orks dichterbij kwamen, maar toen werd een van hen met tegenzin naar voren geduwd om het woord te nemen, en hij schraapte ongemakkelijk zijn keel. 'Ze zullen de komende weken door de wildernis tussen Ered Luin en de Misty Mountains reizen,' zei hij met bevende stem – hij voelde zich vreselijk schuldig om het bericht dat hij door moest geven, maar door dit te doen zou hun volk veilig zijn voor de rooftochten van Gundabag. 'Het wordt een klein gezelschap, niet zwaarbewapend. Zou voor jullie niet al te moeilijk moeten zijn om op te sporen.'

Heel langzaam verscheen er een kwaadaardige glimlach op Azogs gezicht en de metalen klauw van zijn geamputeerde arm streelde zachtjes over de vacht van zijn warg. 'Zeg jullie meester dat het hoofd van de Dwergenkoning van mij zal zijn,' zei hij zacht en raspend in gebroken Westron. Op zijn teken kwamen de wargs dichterbij, waardoor het groepje hun wapens stijf vastklemde. 'We moeten nog ver reizen en onze wargs hebben honger… er is maar één iemand nodig om een boodschap door te geven.'


Ze bonden hun pony's vast in Bilbo's tuin, naast twee andere pony's, en liepen naar de ronde deur, waar Gandalfs teken helder glom in het maanlicht. Fili en Kili hadden haar tot haar grote opluchting niet gevraagd hoe ze wist dat ze op weg waren naar Bag End, maar ze keken haar wantrouwig aan terwijl Kili aan de bel trok.

Even later deed Bilbo de deur open en Lizzy kon alleen maar grijnzen om zijn compleet geïrriteerde gezichtsuitdrukking – het was overduidelijk dat hij wenste dat ze mijlenver weg waren.

'Fili.'

'Kili.'

De twee broers keken samen naar haar, wachtend tot zij zich ook voor zou stellen. 'En Lizzy.'

'Tot uw dienst,' besloten de broers met een lichte buiging naar Bilbo. Lizzy wuifde onhandig.

'U bent vast meneer Boggins!' zei Kili vrolijk terwijl hij rechtop ging staan. Lizzy rolde met haar ogen om zijn enthousiasme.

'Nee, u kunt niet binnen komen, u heeft het verkeerde huis,' zei Bilbo stellig terwijl hij een poging deed de deur in hun gezicht dicht te gooien.

'Wat?' zei Kili, half in paniek. Hij hield de deur tegen met zijn hand en duwde hem weer open. 'Is het afgelast?'

'Daar heeft niemand ons iets over verteld,' bracht Fili in. Hij keek de opgejaagde Bilbo ernstig aan.

'Afgelast?' herhaalde hij verward. 'Nee, er is niets afgelast – '

'Oh, dat is een opluchting!'

'Man, dit is raar,' mompelde Lizzy zachtjes terwijl ze met zijn drieën Bilbo's huis binnenliepen – Fili en Kili ontmoeten was al apart geweest, maar scènes uit het verhaal die zich voor haar ogen afspeelden, dat was gewoon bizar.

'Doe hier voorzichtig mee, ze zijn pas geslepen,' deelde Fili mee terwijl hij zijn vele wapens in Bilbo's armen dumpte.

De Hobbit merkte dat zij nieuwsgierig rondkeek en fronste zijn wenkbrauwen. 'U bent geen Dwerg,' zei hij tegen Lizzy, naar haar opkijkend. Hij was op zijn minst vijftien centimeter kleiner dan zij, hoewel hij iets langer was dan andere Hobbits die ze in de Shire gezien had.

'Nope.' Ze kreeg medelijden met hem. 'Sorry dat we zo binnen komen vallen.'

'Dat… geeft niet.'

'Zou ik alstublieft uw badkamer mogen gebruiken?' vroeg ze met een vrolijke glimlach.

'Eh, ja,' antwoordde hij. Hij leek niet goed te weten hoe hij moest reageren op haar beleefdheid. 'Aan het einde van de hal.'

''t Is mooi, dit huis,' zei Kili toen hij terugkwam van zijn korte verkenning van een van de gangen, zijn ogen gericht op de balken die het dak ondersteunden. 'Heeft u dit zelf gemaakt?'

'Nee, het zit al jaren in de familie – dat is mijn moeders linnenkist, zou u dat alstublieft niet kunnen doen,' voegde hij eraan toe toen Kili de modder van zijn schoenen begon te schrapen.

'Fili, Kili, help eens even,' zei een zware stem vanuit de kamer naast hen. Een Dwerg die Lizzy herkende als Dwalin liep onder een boog door en gaf Kili een klap op zijn schouder. Hij werd gevolgd door een witharige Dwerg die dan Balin moest zijn.

'Meneer Dwalin,' zei Kili met een glimlach, terwijl hij de arm van de Dwerg vastgreep. Dwalin was kaal maar had een indrukwekkende baard en hij was een paar centimeter langer dan Kili. Lizzy ergerde zich aan het feit dat Balin tot nu toe de enige Dwerg was die kleiner was dan zij, ook al was zij een mens. Het was echter wel fijn om niet constant omhoog te hoeven kijken naar andere mensen, zoals in haar eigen wereld.

'Wie ben jij in Mahals naam?' vroeg Dwalin, die haar had opgemerkt.

'Lizzy,' stelde ze zichzelf voor. 'Vriendin van Fili en Kili.'

Er viel een oorverdovende stilte.

'Jongens…' zei Balin met duidelijke afkeuring.

'Niet wat je denkt.' Kili hield zijn handen op, palmen naar voren, in het universele teken van onschuldigheid.

'We kwamen haar onderweg tegen,' legde Fili vlug uit. 'Ze is op zoek naar een Tovenaar om haar te helpen met een… probleempje. Wij zeiden dat we er vanavond één zouden ontmoeten en dat ze best met ons mee mocht komen.'

'Een Tovenaar, wat voor Tovenaar?' vroeg een erg bezwaarde Bilbo, hoewel hij genegeerd werd.

De twee oudere Dwergen leken niet erg onder de indruk te zijn, dus Lizzy besloot de kamer te verlaten zodat de broers het uit konden leggen zonder dat zij om hen heen drentelde. 'Goed, Dwalin kijkt me vernietigend aan, dus ik laat dit verder aan jullie over,' zei ze. 'Ik ga op zoek naar Bilbo's badkamer.'

'Wat is er allemaal aan de hand?' vroeg Dwalin nors toen ze wegliep in de richting die Bilbo haar had aangewezen. 'En help ons even de tafel te verplaatsen terwijl jullie het uitleggen, anders past iedereen er nooit in.'

'Iedereen?' hoorde ze Bilbo piepen. 'Hoeveel komen er nog?'

Lizzy vond de badkamer, gooide haar rugzak op de grond en deed de deur op slot, waarna ze er met een zucht tegenaan leunde. De badkamer was warm en knus, en hoewel het zeker niet zo modern was als het sanitair wat zij gewend was, was het zoveel beter dan hurken achter een boom. Er hing zelfs een enorme koperen ketel boven een vuur, met een kraan waarmee ze het bad kon vullen. Ze ontdekte dat er een grote hoeveelheid heerlijk warm water in de ketel zat en draaide de kraan open om het bad te vullen.

Ze bestudeerde haar spiegelbeeld in de grote spiegel boven de wasbak, voor het eerst sinds ze in Middle Earth was. Haar haar, wat nog steeds in een knot zat, zag eruit als een rattennest en haar kleren waren stoffig, maar zij zag er nog hetzelfde uit. Het was vreemd, ze had half verwacht om iets anders te zien, een onuitwisbaar spoor in haar gezicht dat de emotionele verwarring van de afgelopen paar dagen liet zien, maar haar gezicht was niets veranderd – dezelfde grijze ogen, dezelfde lichte sproeten en hetzelfde haar dat niet kon beslissen of het nu blond of bruin was.

Ze rommelde door haar tas terwijl het bad volliep, op zoek naar schone kleren. Ze vond twee paar ondergoed en sokken, één beha, een T-shirt en een lichtblauw katoenen jurkje dat ze aan had willen doen naar de barbecue. Ook vond ze haar kam en toiletspullen – haar broer mocht dan wel de tandpasta hebben, maar zij had gelukkig hun twee-in-één shampoo en douchegel.

Het badwater begon te druppelen toen de ketel bijna leeg was en Lizzy trok vlug haar kleren uit. Ze gooide ze in een hoopje op de grond en stapte in het water. Ze gaf zichzelf een paar minuten om gewoon te ontspannen, maar toen ze de rumoerige geluiden hoorde van de Dwergen die een paar kamers verder zaten, begon ze het stof van de twee reisdagen van zich af te schrobben.

Iemand bonsde op de deur. 'Gandalf is er,' hoorde ze Fili roepen.

'Ik kom zo!' schreeuwde ze terug en ze stak haar hoofd onder water om het zeep uit haar haar te spoelen. Ze pakte twee handdoeken van een rek naast het bad en wikkelde er één om haar haar en één om haar lichaam. Vlug droogde ze zich af en stapte in schoon ondergoed, voordat ze haar cargobroek weer aantrok met een schoon T-shirt. Het duurde een paar minuten voordat ze de klitten uit haar haar wist te krijgen, maar na een poosje kwam ze de badkamer uit, met een handdoek nog wat water uit de uiteinden van haar lange haar wrijvend.

Ze kwam middenin een georganiseerde chaos terecht, waar verscheidene Dwergen heen en weer liepen tussen de voorraadkast, de keuken en de eetkamer en een grote voorraad voedsel met zich meesleepten. Bilbo stond in het midden van de chaos en gaf ze de ene keer een preek omdat ze zijn eten meenamen, smeekte ze de andere keer om iets terug te zetten, en deelde hen dan weer mee dat ze zijn antieke stoelen niet mochten gebruiken, waarbij hij zijn uiterste best deed om streng te klinken. 'Dat zijn mijn beste gasthanddoeken!' zei hij ontzet tegen Lizzy toen hij haar opmerkte, nog meer ontzet door het feit dat de handdoek nat was.

'Sorry,' zei ze. Ze zag nu pas dat er een ingewikkeld patroon op de handdoek geborduurd was.

'Heeft u ook mijn badwater gebruikt?' vroeg de Hobbit, die droevig naar haar schone haar keek. 'Ik wilde een fijn lang bad nemen na het avondeten, maar…' Hij zuchtte diep. 'Dit is niet hoe ik me mijn avond had voorgesteld.'

Ze hoefde gelukkig geen antwoord te geven omdat er op dat moment een vriendelijke hand op haar schouder landde. Ze draaide zich om en zag een glimlachende Dwerg die ze door zijn muts met flapjes gemakkelijk herkende als Bofur. 'Jij moet het spookje uit de andere wereld zijn dat Fili en Kili hebben gevonden.'

'Wie van hen noemde me een spookje?' vroeg ze, vol afschuw over die omschrijving. 'Ik krijg zin om hem te slaan.'

'Ha, heel mooi – jij hebt pit!' lachte Bofur. Hij leidde haar naar de eetkamer, waar ze nieuwsgierige blikken kregen van veel van de anderen. 'Kom, ik geloof dat je op zoek was naar Gandalf. Hij zit hier.'

De grote Tovenaar hield toezicht op het dekken van de tafel, instructies gevend aan de Dwergen die de vele borden en schalen met eten op tafel zetten. Zelf dronk hij uit een wijnglas dat ongeveer de grootte had van een shotglaasje. Hij keek op toen zij binnenkwam. 'Ah, juffrouw Darrow, wat fijn dat je er ook bij kunt zijn.'

Lizzy knipperde met haar ogen. '… Er ook bij kunt zijn?'

'Heren,' zei Gandalf, zijn stem verheffend zodat ook de Dwergen in de eetkamer het konden horen, die hun gesprek tot nu toe met interesse hadden gevolgd. 'Ik wil jullie bij deze graag voorstellen aan het nieuwste lid van jullie gezelschap, mejuffrouw Elizabeth Darrow.'

'Wat?'

'Het spijt me dat ik er niet was om je persoonlijk te verwelkomen bij je aankomst, ik had elders zaken te doen,' zei hij, haar geschokte uitroep negerend. 'Ik dacht dat Fili en Kili uitstekend in staat zouden zijn om je in mijn plaats hiernaartoe te leiden.'

De Dwergen keken als één man naar Fili en Kili, die net zo verbijsterd leken als Lizzy. 'Kijk niet naar mij, ik weet niet wat er aan de hand is,' zei Kili verdedigend.

'Wacht, jij bent de menselijke adviseur voor onze tocht?' zei Fili, die de implicaties van Gandalfs mededeling sneller doorhad dan de rest.

'Inderdaad,' bevestigde Gandalf. 'Ik heb juffrouw Darrow van over een behoorlijke afstand ingekocht zodat ze ons kan helpen bij onze tocht – uit een andere wereld, zelfs.'

'Je hebt me ingekocht?' herhaalde Lizzy en haar stem bereikte een hoogtepunt. Ze verzamelde al haar overgebleven zelfbeheersing, sloeg haar armen over elkaar en keek de Tovenaar boos aan. 'Gandalf. We moeten praten. Nu.'

Ze draaide zich met een ruk om een beende naar de voordeur, er volledig van uitgaand dat de Tovenaar haar zou volgen. Het duurde niet lang voordat hij zich in Bilbo's tuin bij haar voegde, op een klein bankje ging zitten dat een paar stappen naast de voordeur stond en zijn pijp tevoorschijn haalde. Lizzy bleef staan, te vol met nerveuze energie om ook maar aan zitten te denken.

'Gandalf,' zei ze ernstig toen de Tovenaar niet van plan leek te zijn het uit te leggen en zijn vingers over elkaar wreef om een vlammetje te creëren voor het aansteken van zijn pijp. 'Wat is er in godsnaam aan de hand?'

Hij nam een lange trek van de pijp en blies tevreden een rookkring door de tuin.

'Gandalf!' schreeuwde ze bijna.

'Ja, jongedame?'

'Heb jij me hierheen gebracht?' vroeg ze, wachtend tot hij dit zou bevestigen.

'Ja.'

'Waarom?'

Er viel een lange stilte waarin Gandalf zich bezighield met het blazen van een ingewikkeld rookpaard dat door de geleidelijk breder worden de ring kon galopperen – zij was te opgejaagd om onder de indruk te zijn van dit kunstje. 'Zoals ik binnen al zei, hoopte ik dat je ons zou vergezellen gedurende onze onderneming.'

'Nee.'

'Nee?'

'Nee, stuur me nu meteen terug,' eiste ze.

'Ik vrees dat dat eenvoudigweg niet mogelijk is,' zei de Tovenaar vriendelijk, hoewel ze iets afkeurends in zijn toon bespeurde over haar eisende gedrag.

'Ik geloof je niet, als je me hierheen kunt brengen dan kun je me net zo makkelijk terugsturen,' zei ze logisch.

'Maar natuurlijk,' beaamde Gandalf. 'Het zal echter een aantal weken duren voordat ik de voorbereidingen heb getroffen voor zo'n complexe spreuk en dan zijn er nog een aantal factoren die overwogen moeten worden tijdens een dergelijke uitvoering. Eén verkeerd woord en je zou jaren verwijderd kunnen zijn van het moment waarop je vertrok.'

'Een aantal weken?' piepte Lizzy. 'Maar ik kan niet – '

'Oh, jawel. En in de tussentijd ben jij de perfecte persoon om mee te reizen met ons gezelschap.'

Ze sloeg opnieuw haar armen over haar elkaar en keek hem sceptisch aan. 'En waarom denk je dat?'

'Kun je je ons laatste gesprek niet meer herinneren?' vroeg Gandalf, die haar vraag irritant genoeg beantwoordde door zelf een vraag te stellen.

'We hebben elkaar nog nooit eerder ontmoet,' zei ze, haar ogen tot spleetjes geknepen.

'Oh, maar dat hebben we wel degelijk, jongedame.'

'Ik denk toch echt dat ik dat wel onthouden zou hebben.'

'Ik zag er toentertijd nogal anders uit. Het was in die charmante boekwinkel waar je werkte.'

Lizzy dacht een poosje na voordat een herinnering van een aantal maanden geleden, van een dag in Augustus, omhoog kwam borrelen. 'Jij bent de oude man waar ik mee praatte over The Hobbit…' zei ze langzaam. Ze ging naast hem zitten, ontvouwde haar armen, perste haar lippen op elkaar en keek de Tovenaar geërgerd aan. 'Grijze gleufhoed, leuk detail.'

'Fijn dat je er zo over denkt,' zei hij glimlachend met een tikje op de rand van zijn grijze punthoed. 'Kun je je nog herinneren waar we het over hadden?'

'… Het einde?'

'Ik vind het niet zo'n prettig idee dat Dain Koning Onder de Berg wordt. De Dwergen uit de IJzeren Heuvels zijn een vreemd, somber volk,' zei Gandalf, nu volkomen serieus. Hij keek haar ernstig aan en bewoog zijn wenkbrauwen. 'Er klopt iets niet in dit verhaal en ik geloof dat jij voorbestemd bent om mij te helpen het op te lossen.'

'Je hebt het boek gelezen, je kent de toekomst,' zei ze fronsend. 'Waarom heb je mij nodig?'

'Ahh, maar ik kan niet voorspellen wat er zal gebeuren,' verbeterde hij haar. 'Jij maakt nu deel uit van dit verhaal en dat betekent dat alles zal veranderen.'

'Wat bedoel je?'

'De toekomst staat niet vast, zelfs niet in een boek,' zei de Tovenaar. 'Het verhaal dat jij kent is slechts één van de vele mogelijkheden – zelfs in jouw wereld zijn er een aantal verschillende versies van dit verhaal en er zijn er nog meer in andere werelden. Er zijn versies waarin Bilbo de draak zal doden, versies waarin de laatste slag niet plaatsvindt, een versie waarin de Dwergen nogal twijfelachtige wietsoorten roken en zelfs verscheidene versies waarin een vrouw het gezelschap vergezelt.'

Lizzy keek hem fronsend aan. Ze had nooit stilgestaan bij de mogelijkheid dat de versie van het verhaal die zij kende misschien niet klopte. 'Volgens mij komt die laatste versie uit fanfiction – en ik ben er vrij zeker van dat ik ooit gehoord heb van een fanfic die Vijftig Tinten Thorin heette, probeer je me nu echt te vertellen dat dat ook een mogelijkheid is?'

'Misschien niet, maar dat doet niets af aan mijn punt,' zei Gandalf. 'Niemand kan precies voorspellen hoe gebeurtenissen zich zullen ontplooien nu jij in ons midden bent.'

'Gebeurtenissen zullen zich helemaal niet ontplooien omdat ik dit niet ga doen – ik wil dit niet doen,' zei ze, een vleugje wanhoop in haar stem. 'Ik weet helemaal niets van vechten of draken of leven in het wild!'

'Als ik het goed begrepen heb, reisde je in het wild toen ik je naar Middle Earth bracht.'

'Kidnapte, zul je bedoelen,' beet ze hem toe. 'En ik was aan het backpacken! Een trektocht van het platteland naar een camping met tenten en stromend water, zelfs wifi! Dat is niet overleven in de wildernis!'

'Je kunt echter niet ontkennen dat je met uitstekend materiaal uitgerust bent voor deze reis,' wees Gandalf haar.

'Ja, echt heel erg handig,' snoof Lizzy, denkend aan haar rugzak met handige spullen zoals kleren, een kompas, een aansteker en een EHBO-doos.

'En als het gaat om het vechten, dat zul je onderweg kunnen leren.'

Lizzy keek hem aan en zag hoe bloedserieus hij was – en het engste was dat zij het idee begon te overwegen. 'En mijn familie dan, mijn vrienden? En mijn broertje, hij is nu helemaal alleen in Nieuw-Zeeland. Ze zullen denken dat ik vermist ben.'

'Niet als je terugkeert naar precies dezelfde plaats en tijd als vanwaar je vertrok.'

'Kun je dat?'

'Ja.'

'Ben je dat ook van plan?' drong ze aan.

'Ben jij van plan met ons mee te komen?' wierp hij terug. Toen hij haar aarzeling zag voegde hij eraan toe: 'Ik was in de veronderstelling dat je Middle Earth wilde zien.'

'Dat is ook zo,' zei ze. Ze had erg genoten van haar twee dagen met Fili en Kili en vond het echt leuk om de Shire te zien en Hobbits te ontmoeten.

'En dat je niets liever zou willen,' voegde hij er nog eens aan toe.

'Dat was ook zo, maar… God, wat nou als ik per ongeluk alles verpest?' zei ze, denkend aan de enorme verantwoordelijkheid die ze op zich zou nemen. 'Wat als ik alles verander?'

'Je zult een aantal zaken veranderen, dat is onvermijdelijk – ik wil zelfs dat je een aantal zaken verandert,' zei Gandalf, die zijn lege pijp opnieuw vulde met tabak uit een zakje en hem weer aanstak. 'Maar als het gaat om dingen verpesten, zoals jij het verwoordde, ik kan je verzekeren dat dat niet zal gebeuren.'

'Hoe weet je dat zo zeker?'

'Omdat jouw aanwezigheid in Middle-Earth hetzelfde is als de wind die door de bomen ruist, juffrouw Darrow,' zei hij, terwijl de rook om zijn hoofd kringelde. 'De takjes zullen heen en weer zwaaien, je zult misschien zelfs een paar blaadjes lostrekken, maar je zult de boom niet raken.'

'Erg poëtisch,' snoof ze, niet erg onder de indruk van zijn metafoor.

'Maar…'

Ze zuchtte. 'Een maar, natuurlijk is er een maar.'

'Het zou niet wijs zijn rond te bazuinen dat je potentiële kennis hebt over de toekomst,' zei hij, een vleug van een waarschuwing in zijn stem.

'Juist,' zei ze, zich afvragend hoe hij van haar kon verwachten dat ze dingen veranderde als ze het niet aan anderen mocht vertellen.

Iemand achter hen schraapte zijn keel. Ze draaiden zich om en zagen Fili en Kili, die in de deuropening stonden te treuzelen. Gandalf raakte lichtjes haar schouder aan. 'En nu zal ik eens kijken hoe het met onze gastheer gaat,' zei hij, zichzelf excuserend. 'Ik zal jullie alleen laten. Wacht niet te lang, het eten is zo klaar.'

Lizzy schonk de jongens een flauwe glimlach en ze kwamen naast haar op het bankje zitten, allebei aan één kant. Het was een poosje stil, totdat ze zuchtte en haar hoofd in haar handen legde: ondanks haar uitgebreide kennis van het verhaal, was het pas net tot haar doorgedrongen dat Fili en Kili dood konden gaan, en dat dat zeker zou gebeuren als ze niet zou doen wat Gandalf had gevraagd. Het was een plotselinge en erg overweldigende verantwoordelijkheid en ze was behoorlijk van streek.

'Gaat het wel?' vroeg Fili zachtjes.

'Nee.'

'Wil je erover praten?' vroeg Kili op dezelfde toon als zijn broer.

'Nee,' herhaalde ze, haar stem gesmoord door haar handen. Kon ze dit echt doen, met het gezelschap meegaan en proberen om dingen te veranderen? Had ze wel echt een keuze?

'Weet je, er is iets waar ik al een poosje mee zit,' zei Fili, op de manier van iemand die het onderwerp probeert te veranderen.

Lizzy zuchtte opnieuw, richtte haar hoofd op en leunde achterover tegen de houten leuning van de bank. 'Vertel.'

'Toen je daarstraks de weg vroeg wist je dat we op weg waren naar Bag End,' zei hij, zijn stem neutraal en zonder enige vorm van beschuldiging.

'Ik hoorde jullie het er laatst over hebben,' loog ze ogenblikkelijk.

'Wij wisten de naam van het huis niet.'

'Je leek ook te weten wie wij waren toen je ons ontmoette – je vroeg of we een verhaal naspeelden,' voegde Kili toe. 'En je gebruikte de voornaam van meneer Baggins toen je het over zijn badkamer had.'

Lizzy zweeg.

'We hebben het einde van jullie gesprek gehoord, over dingen veranderen en kennis van de toekomst,' zei Fili, die haar aandachtig aanstaarde.

'Heeft niemand jullie ooit verteld dat het onbeleefd is om af te luisteren?' wierp ze terug, haar ogen op haar handen gericht.

'Lizzy,' zei hij zacht. 'Wat is er aan de hand?'

Ze zuchtte weer. 'Is er nog een kans dat jullie dit laten rusten?'

Ze schudden allebei hun hoofd – okee, dacht ze, tot zover het geheimhouden, dat heeft wel dertig seconden geduurd.

'Dat dacht ik al,' zei ze, als antwoord op hun hoofdschudden. 'Goed, maar jullie moeten beloven dat jullie aan niemand vertellen wat ik nu aan jullie ga vertellen – niet aan het gezelschap, niet aan Thorin en zeker niet aan Gandalf.' De broers leken even te aarzelen bij het idee iets geheim te moeten houden voor hun oom, maar stemden er toch mee in. 'In mijn wereld is dit ook een van de verhalen waar ik jullie over vertelde, jullie zijn allemaal personages,' legde ze uit. 'Ik heb jullie verteld dat ik in een fictionele wereld was gestort, maar ik maak op dit moment eigenlijk gewoon deel uit van een verhaal.'

'Wij maken deel uit van een verhaal?' herhaalde Fili, die niet erg verbaasd leek – dit was waarschijnlijk de reden die ze al verwacht hadden. 'Waarover?'

'De tocht van dit gezelschap naar Erebor,' zei ze, zich afvragend hoeveel ze eigenlijk kon vertellen.

'Dus we slagen?' glimlachte Kili.

Ze glimlachte bedroefd terug, nog steeds ontzet door haar eerdere besef. 'Gandalf heeft me hiernaartoe gebracht om een aantal dingen te veranderen.'

'Zoals?'

Haar flauwe glimlach werd iets breder door zijn enthousiasme. 'Spoilers,' zei ze, op de toon van River Song.

'Maar jij weet wel dingen die gaan gebeuren?' vroeg Fili voor de duidelijkheid.

'Vandaar ook mijn rol als adviseur, blijkbaar.'

'Dus je gaat mee?' wilde hij weten.

Ze haalde diep adem en knikte. 'Het lijkt er wel op.'

Kili grijnsde naar haar en sprong overeind. 'Kom op dan, we gaan je aan iedereen voorstellen,' zei hij, waarna ze zich door Fili overeind liet trekken en terug naar binnen liet leiden.


Omdat zij het voorrecht hadden haar al twee dagen te kennen, hadden de Dwergbroertjes zichzelf de taak opgelegd om haar voor te stellen aan het gezelschap. Ze sleepten haar zo ongeveer naar de eetkamer en zagen erop toe dat ze elke Dwerg in het huis ontmoette. De meesten waren eerst erg beleefd – ze pakten haar hand, maakten een buiging en zeiden: 'Tot uw dienst, juffrouw Darrow'. Ori bloosde, Dwalin keek boos, Bofur en Bombur straalden, Dori keek afkeurend naar haar kleding en Oin vroeg of ze haar naam wilde herhalen, maar toen Kili vertelde dat ze inderdaad met hen mee zou komen, verdwenen bijna alle glimlachen als sneeuw voor de zon.

'Dat gaat Thorin niet leuk vinden,' zei Balin en er werd geknikt in de kamer.

'Laat Thorin maar aan mij over, Meester Dwerg,' zei Gandalf, die bukte terwijl hij de kamer in stapte. 'Ik heb juffrouw Darrow zelf uitgezocht voor deze taak en ze kan dit gezelschap iets heel unieks bieden.'

'Gandalf, deze tocht is niet geschikt voor een vrouw,' bromde Dwalin, die allesbehalve onder de indruk leek van haar.

'Wat bedoel je daar nu weer mee?' vroeg ze, nogal beledigd.

Gandalf legde een hand op haar schouder, een stil verzoek om rustig te blijven. 'In juffrouw Darrows wereld zijn vrouwen volkomen gelijk aan mannen,' legde hij aan de Dwergen uit. 'Tenzij jullie graag aan haar woede onderworpen willen worden, stel ik voor dat jullie niet impliceren dat het een probleem is dat zij een vrouw is.'

'Desalniettemin moet ik mijn broer gelijk geven,' zei Balin, zijn lippen samengeperst. 'Vrouwen blijven meestal beschermd thuis, ze reizen alleen als het absoluut noodzakelijk is. We kunnen niet beloven dat je veilig zult zijn, meisje.'

'Eigenlijk kunnen jullie waarschijnlijk garanderen dat ik niet veilig zal zijn,' zei Lizzy direct en ze stak haar handen diep in haar zakken. 'Geloof me als ik zeg dat ik precies weet waar ik me voor opgeef, ik weet dat dit geen simpele wandelvakantie is.'

'Inderdaad,' beaamde Balin. Plotseling leek hij zich iets te herinneren. 'Over opgeven gesproken, ik moet alle voornaamwoorden in je contract veranderen voordat je het ondertekent – toen we het opstelden dachten we niet aan een vrouw.'

'Dat kunnen we later wel regelen,' zei Gandalf, gebarend naar de tafel. 'Ik geloof dat het eten klaar is.'

Ze gingen allemaal zitten, Lizzy naast Gandalf, tegenover Fili en Kili, en al gauw liet iedereen vrolijk schalen rondgaan en schepten ze een grote berg eten op hun bord. Er was geen etiquette, iedereen viel aan, gooide eten over de tafel naar anderen en praatte luid. Lizzy bleef voor het grootste gedeelte stil, met het flauwe ongemakkelijke gevoel dat ze de enige vreemdeling was in een kamer vol goede vrienden. Ze sprak alleen wanneer iemand haar iets vroeg.

Fili was onhandig over de tafel geklauterd om meer bier te halen en deelde het uit. Lizzy kreeg een kroes in haar handen geduwd maar deed niet mee met de drinkwedstrijd. Ze nam slechts een paar slokjes terwijl de andere Dwergen hun kroezen achterover gooiden. Nori en Ori begonnen boeren te laten, tot groot vermaak van de anderen, dus Lizzy slikte een kleine hoeveelheid lucht door en boerde zelf ook – lang niet zo indrukwekkend of hard als de anderen, maar nog steeds hoorbaar.

Ze ontving een aantal geschokte blikken van de Dwergen en haalde simpelweg haar schouders op. 'Wat? Ik heb twee broers, ik heb vaak genoeg meegedaan aan boerwedstrijden.'

Bofur, die naast haar aan het hoofd van de tafel zat, brulde van het lachen en sloeg met zijn hand op haar rug, waardoor ze bijna voorover in haar bord belandde. 'Ik heb zo'n vermoeden dat ze prima in ons gezelschap zal passen, jongens!' De tafel barstte in lachen uit, zelfs Dwalin glimlachte flauwtjes, en een aantal toosten op haar met hun kroezen. Lizzy kon niet anders dan grijnzen.

De maaltijd liep langzaam ten einde. Een paar Dwergen dropen af naar de keuken op zoek naar toetjes en meer drank, terwijl anderen aan tafel bleven zitten. Ze ving delen van gesprekken op en hoorde hoe Bilbo Gandalf de schuld gaf voor de staat waarin zijn huis verkeerde. Lizzy schoof met een diepe zucht haar bord weg. 'Oh god, ik zit vol,' zei ze terwijl ze haar handen over de lichte bolling van haar normaal gesproken platte buik legde. 'Serieus, Hobbits weten wel hoe ze moeten eten.'

'Wen er maar niet aan, meid, onderweg krijgen we niet zulk eten,' zei Bombur triest van de andere kant van de tafel, terwijl hij voor de vijfde keer opschepte.

'Ah, hij is veel te bescheiden,' zei Bofur, die samen met Nori terugkwam uit de keuken en weer ging zitten, allebei met een halve slinger worstjes in hun handen. 'Mijn broer zal degene zijn die kookt en daar is hij toevallig geweldig in – vandaar zijn omvang!'

'Een kok moet altijd zijn gerecht uitproberen, hoe weet hij anders of zijn eten wel goed is?' zei de omvangrijke Dwerg met zijn mond vol.

'Zei je nou iets over een gerecht met peren?' vroeg Oin, die zijn oortrompet omhoog hield. 'Ik heb geen peren gehad, zijn er nog meer?'

'Wat dachten jullie van wat muziek na de maaltijd?' stelde Bofur voor, Oin negerend. Hij draaide zich om naar Nori. 'Heeft één van jullie een instrument meegenomen?'

'Ja, maar die liggen buiten bij de pony's,' antwoordde Dori. 'Ori, wil jij even vragen wat meneer Baggins wil dat we met de borden doen?'

'Dan zullen wij daar maar voor moeten zorgen,' zei Bofur, die een vork tussen zijn vingers draaide terwijl Ori wegliep om Bilbo te zoeken. Nori pakte ook een vork en ze sloegen met een kleng het bestek tegen elkaar. Al gauw vielen de andere Dwergen aan tafel hen bij en hadden ze een vrolijke melodie – Lizzy had een enorme grijns op haar gezicht: ze wist wat er ging komen.

'Eh-en zouden jullie dat niet kunnen doen?' riep Bilbo naar de eetkamer, een dreigende blik gericht op de Dwergen die met zijn bestek aan het spelen waren. 'Jullie maken ze stomp!'

'Ohh, horen jullie dat, jongens?' zei Bofur plagend. 'Hij zei dat we ze stomp zullen maken!'

De Dwergen begonnen te zingen en al gauw vlogen de borden alle kanten op. Lizzy dook aan de kant voor een van de messen die Kili gooide terwijl ze naar de keuken liep, vol verlangen om de Dwergen in actie te zien. Ze zag dat Bilbo rondjes liep in een poging om vliegend serviesgoed te vangen en greep hem beet om hem aan de kant te trekken.

'Je kunt ze beter hun gang laten gaan,' zei ze terwijl er een schaal langs haar oor scheerde.

'Maar ze zullen iets breken!'

'Kijk eens naar ze,' zei ze, gebarend naar de Dwergen die zich voortbewogen alsof ze meededen aan een dans. 'Denk je echt dat ze iets laten vallen?'

'Ja!' riep Bilbo uit. Hij rukte zich los en stormde de eetzaal binnen op het moment dat de Dwergen eindigden met de luide uitroep: 'That's what Bilbo Baggins hates!' Er werd nog meer gelachen toen Bilbo naar de schone tafel staarde en naar de afgewassen, keurig opgestapelde borden. De Dwergen waren duidelijk tevreden met zichzelf, maar hun feestvreugde werd verstoord door een luid geklop op de deur.

Iedereen viel stil en de sfeer werd onmiddellijk serieus. 'Hij is er,' zei Gandalf schor. Hij wist net zo goed als Lizzy wie er net gearriveerd was bij Bag End.

Er viel een lange stilte, maar toen kwamen de Dwergen allemaal in beweging en stoven naar de hal, verzamelden zich langs de zijkanten. Lizzy nam ongemakkelijk plaats naast Fili, nog steeds met een halfvolle kroes bier in haar hand. Gandalf liep naar de deur, trok hem met een licht gekraak wijd open en Lizzy ving haar eerste glimp op van Thorin, Koning Onder de Berg.


Kindle-the-Stars:

Yaaaaayyyy, Thorin komt eraan! En… dun dun DUN… wat Thorin POV :)

Blijf reviews sturen, ze zorgen voor een brede glimlach op mijn gezicht en motiveren me om door te schrijven – en als jullie toch een reactie plaatsen, vertel eens: wie is je favoriete Dwerg en waarom?

Daarnaast kun je alle updates volgen en vragen stellen op mijn tumblr, Kindle-the-Stars


xxMarith:

Zooo, hoe vinden jullie het verhaal tot nu toe? Het origineel is geweldig, dus als je na het lezen van dit hoofdstuk denkt 'ugh wat een vreselijk afschuwelijk verhaal' dan doe ik iets verkeerd hahaha (:

Zoals Kindle-the-Stars zei, reacties zijn altijd welkom! En de bovenstaande vraag beantwoorden natuurlijk ook, ik ben wel nieuwsgierig!