xxMarith:
DISCLAIMER: Goed ja all right, dit verhaal is natuurlijk nog steeds niet van mij, working on that, maar Kindle-the-Stars zit in Australië op dit moment en ik ben een arme ziel uit den Nederlanden dus die kans zit er voorlopig nog niet in.
"Give me honourable enemies rather than ambitious ones, and I'll sleep more easily by night."
George R.R. Martin, A Song of Ice and Fire
Thorin was aan het piekeren toen hij terugkwam bij het kamp en zakte zwijgend voor het vuur op de grond. Hij haalde zijn zwaard uit zijn schede en legde het op zijn schoot, waarna hij zijn slijpsteen pakte en zich bezighield met het metaal in plaats van met de rest van het gezelschap. De vertrouwde beweging van het slijpen werkte kalmerend voor zijn zenuwen. Hij was meer verontrust door het gesprek met hun adviseur dan hij wilde laten merken; hij had nog nooit een vrouw gewelddadig vastgegrepen – ze had hem zelfs moeten vragen haar los te laten, tot zijn grote schaamte.
Er was gewoon iets aan haar dat onder zijn huid kroop en ervoor zorgde dat zijn woede onverwacht oplaaide. Dat betekende echter niet dat zijn gedrag acceptabel was.
Het probleem was dat hij de leugen in haar ogen gezien had toen ze vertelde dat ze niet wist wat er op de kaart stond: op de een of andere onmogelijke manier kende zij de antwoorden op hun vragen maar weigerde ze haar kennis te delen en het was hem niet duidelijk waarom.
Hij wierp opnieuw een blik in haar richting. Ze was Kili's pijlen aan het verzamelen, omdat het te donker was geworden om nog door te gaan met schieten, en keerde terug naar het kamp. Ze ging bij Bifur en Bombur zitten (die laatste was net weggestuurd door zijn broer toen hij naar het vuur sloop om een derde portie avondeten te halen) en liet Kili's boog naast zich op de grond rusten. Bijna meteen klonk er gelach vanuit dat deel van het kamp – haar opgewekte karakter werkte duidelijk aanstekelijk.
Een paar tellen later kwam Fili het bos uitrennen, en zijn gezichtsuitdrukking was ongebruikelijk ernstig. 'Een aantal pony's zijn gestolen door trollen,' zei hij luid, waarmee hij de aandacht kreeg van de hele groep. 'Meneer Baggins doet een poging om ze terug te stelen, maar hij zal vast onze hulp nodig hebben.'
Thorin sprong onmiddellijk overeind.
Het duurde niet lang voordat het hele kamp in touw was: alle Dwergen zetten hun eten neer en zochten hun wapens bij elkaar. Thorins wilde eerst weten waar Kili was, waarop Fili antwoordde dat hij veilig was en toezicht hield op meneer Baggins. Gerustgesteld begon Thorin meteen bevelen te snauwen tegen de rest van het gezelschap; dat ze onopvallend moesten zijn en hun wapens gereed moesten houden.
Lizzy was opgestaan met Kili's boog in haar hand, met de gedachte dat ze hem misschien aan Fili kon geven voor het geval Kili hem nodig had. Thorin vatte haar beweging duidelijk verkeerd op en hij beende op haar af en griste de boog uit haar handen. 'Waar denk je dat je mee bezig bent?' siste hij bijna, zijn gezicht dichtbij dat van haar.
'Ik wilde – '
'Hoe denk jij met die boog te kunnen helpen trollen te verslaan als je nauwelijks weet hoe je moet schieten en verder geen enkele vechtervaring hebt?'
'Eigenlijk wilde ik – '
Het leek erop dat Thorin vastbesloten was haar niet uit te laten praten. Met één hand stevig om haar bovenarm leidde hij haar met vlugge passen naar een van de boomstammen bij het vuur die ze als zitplaatsen gebruikt hadden. 'Blijf hier,' beval hij.
'Ik – '
'Dat was een bevel, juffrouw Darrow,' onderbrak hij bazig, waarschijnlijk verwachtend dat zij met een felle preek zou komen met redenen waarom ze wel mee zou moeten komen. 'Totdat wij terugkomen blijf jij op deze exacte plek staan.'
Lizzy plofte uitdagend op de boomstam neer en ging zo breed mogelijk zitten. Ze vond het helemaal prima dat ze in het kamp moest blijven, in de wetenschap dat het gezelschap na zonsopgang toch ongedeerd terug zou komen. 'Graag,' beet ze hem toe, eindelijk in staat om er een woord tussen te krijgen. 'Ik heb absoluut geen zin om gevangen te worden door drie hongerige trollen.'
Thorin keek haar ondoorgrondelijk aan en gaf haar de boog terug. 'Gebruik deze alleen in grote nood, als er iets gebeurt zul jij de grootste overlevingskans hebben door te rennen, niet door te vechten.' Hij keek dreigend op haar neer, zijn uitdrukking nog steeds onleesbaar. 'Als je van nut wilt zijn kun je alvast beginnen met het kamp afbreken – als meneer Baggins erin slaagt de pony's terug te stelen zonder de trollen te alarmeren, zullen we zo gauw mogelijk vertrekken.'
'Wat jammer nou dat we het kamp niet eerder hebben afgebroken,' zei Lizzy als laatste sneer tegen Thorins rug terwijl hij wegliep om zich bij de verzamelde Dwergen te voegen. Hij verstijfde, maar draaide zich niet om.
Het gezelschap sloop zachtjes achter Fili aan het bos in, hun wapens in de aanslag. Dwergen waren niet de meest lichtvoetige soort, maar als de nood hoog was konden ze toch echt zachtjes doen, ondanks hun grote, zware laarzen. Thorin kwam naast zijn neef lopen, zijn pasgeslepen zwaard in de aanvalshouding. 'Fili, hoeveel trollen zijn er?' vroeg hij zacht.
'Drie,' fluisterde hij terug.
Thorins frons werd dieper. Hij had juffrouw Darrow die avond onopvallend in de gaten gehouden (wat hij wel vaker deed, hoewel hij niet zou kunnen uitleggen waarom) en ze had het kamp niet één keer verlaten, dus hoe had zij kunnen weten hoeveel trollen ze tegen zouden komen? Deze gedachte wekte andere herinneringen op: hoeveel ze over hun zoektocht had geweten voordat hij haar ontmoet had en hoe zeker ze had geweten dat Bilbo met hen mee zou gaan. Het was bijna alsof ze kennis had van dingen die nog niet eens gebeurd waren.
Dit was echter niet het moment om te peinzen over hun mysterieuze adviseur, dacht hij toen ze dichter bij het vuur kwamen. Hij hoorde het gepraat van de trollen, evenals het angstige gehinnik van hun pony's en hij rook de stank van iets goors wat boven het vuur hing.
Ze vonden Kili op zijn hurken net buiten de cirkel die verlicht werd door kampvuur, zijn ogen strak gericht op het tafereel dat zich voor hem afspeelde.
'Hoe vergaat het onze inbreker?' vroeg Thorin zachtjes.
Kili schudde zijn hoofd om aan te geven dat ze er niet zo goed voor stonden, zonder zijn ogen van de trollen af te wenden. 'Het ging goed, maar nu probeert hij een mes te stelen van een van de trollen om de touwen door te snijden.'
Thorin vloekte zachtjes in Khuzdul – die idioot van een Hobbit zou hen allemaal nog vermoorden. Hij had terug kunnen sluipen naar het kamp om een mes te halen, of zelfs helemaal geen poging kunnen doen om de pony's terug te stelen: de trollen hadden er maar vier, waarvan één slechts gebruikt werd voor bagage. Ze hadden best verder kunnen gaan door een aantal van de Dwergen stukken te laten lopen of een pony te delen totdat de pony's vervangen konden worden.
Hij keek angstvallig toe hoe meneer Baggins uit probeerde te vogelen welke vorm het mes had en uit welke hoek hij het mes het beste van de riem van de trol kon halen en Thorin wenste stilletjes dat de Hobbit de moed zou verliezen en zich uit de gevarenzone terug zou trekken. De trol, die er zelfs voor hun stomme soort opmerkelijk onnozel uitzag, haalde diep adem alsof hij moest niezen en graaide toen achter zich om een vreselijk smerige zakdoek te pakken – in plaats daarvan greep hij echter meneer Baggins en hij snoot er zijn neus in zonder goed te kijken.
Thorin trok vol afkeer zijn neus op toen hij zag hoe hun inbreker bedekt was met smerig slijm en in de hand van de trol heen en weer kronkelde. 'Kili, op mijn teken,' zei hij zachtjes.
Kili keek hem aan en knikte begrijpend.
Bilbo werd de lucht in gehesen en bungelde op de kop tussen de drie trollen in. Ze vroegen hem of er nog meer van zijn soort in de buurt waren – verrassend genoeg verraadde meneer Baggins de groep niet om zichzelf te redden. Toen de trollen echter met martelingen begonnen te dreigen voelde Thorin dat het tijd werd voor actie. Hij seinde naar Kili, die uit zijn schuilplaats tevoorschijn sprong en met zijn zwaard in het been van een trol hakte, waarmee hij direct hun aandacht kreeg. 'Laat hem los!' schreeuwde hij, zijn zwaard arrogant ronddraaiend.
'Wat?' zei de trol die Bilbo vasthad verbaasd.
'Ik zei… laat hem los,' herhaalde Kili, die zijn zwaard stevig vasthield.
De trol gooide meneer Baggins recht op Kili af, waardoor zijn neef omver gekogeld werd met de Hobbit bovenop hem.
Thorin brulde en sprong met een strijdkreet naar voren.
Lizzy deed geïrriteerd wat Thorin haar verzocht had en brak het kamp zo goed als ze kon af. Dat bestond eigenlijk vooral uit de bedmatjes oprollen die een aantal Dwergen al hadden neergelegd, gretig naar de meest comfortabele stukken grond, en ze weer terugstoppen in verschillende zakken. Ze wist niet goed wat ze moest doen met de stoofpot die nog steeds vrolijk boven het vuur pruttelde. Ze wilde het niet zomaar allemaal weggooien, dus liet ze het staan – het zou daarnaast ook goed kunnen dat de Dwergen honger zouden hebben na hun aanvaring met de trollen.
Dit alles duurde nog geen uur, dus ze ging op een van de boomstammen zitten en beet op haar nagels. De Dwergen waren nu waarschijnlijk wel gevangen genomen, de idioten, hoewel Lizzy sinds ze vertrokken waren niets gehoord had, op het gekras van een uil na. De trollen moesten verder weg geweest zijn dan ze gedacht had, als ze het gevecht niet eens had kunnen horen. Ze kon niet voorkomen dat ze een beetje gespannen was, ook al wist ze dat alles goed zou komen. Als dit een fanfiction geweest was zou ze daar ongetwijfeld tevoorschijn zijn gesprongen en iedereen gered hebben met haar supercoole boogschietkunsten die ze in een paar dagen had opgedaan, of de trollen zelfs in haar eentje verslagen hebben met behulp van een of ander technologisch snufje uit haar wereld. Ze grijnsde bij de gedachte dat ze haar sudokuboekje naar het hoofd van een trol zou smijten.
Maar serieus, die fanfictionschrijvers wisten er niets van en het was echt belachelijk dat ze zo graag mee wilden op zulke tochten – er was absoluut niets aantrekkelijks aan het delen van een verdomd gat als wc met vijftien mannen en geen wc-papier.
Ze keek naar de lucht en gokte dat het misschien nog twee uur zou duren tot de zon op zou komen en het gezelschap terug zou keren. Ze mochten blij zijn dat het zomer was en dat de nachten zo kort waren – als ze in de winter gereisd hadden, dan zouden ze waarschijnlijk opgegeten zijn voordat de zon op zou komen en Gandalf hen kon redden.
Gandalf… waar was hij eigenlijk? dacht Lizzy, die haar blik over het verlaten kamp liet dwalen. Hij kende het verhaal dus hij moest geweten hebben welke rol hij speelde in de ontsnapping van de Dwergen aan de trollen, maar hij was toch gewoon weggestormd. Hij had gezegd dat dingen in het verhaal konden veranderen, dus wat als hij niet op tijd terug kwam?
Ze haalde de zaklamp uit haar rugzak en stond op, waarna ze Kili's boog onhandig over haar schouder sloeg. Gandalf zoeken gaf haar iets te doen en dat was veel beter dan braaf in het kamp zitten wachten, vond ze, vastberaden wegbenend in de richting waar de Tovenaar naartoe was gelopen.
Thorin was zich in zijn hele leven nog nooit zo vernederd geweest als toen de trollen het gezelschap spottend aanspoorden om zich tot op hun ondergoed uit te kleden. Een van de trollen prikte hen met een roestige lepel terwijl ze met tegenzin gehoorzaamden, terwijl de andere twee nog steeds meneer Baggins vasthielden als dreigement. Hun kleren en wapens werden allemaal op een hoop aan de andere kant van het kamp gegooid, buiten hun bereik achter de trollen, zelfs als ze erin zouden slagen zich te bevrijden. De vernedering ging verder toen ze allemaal vastgebonden werden in smerig ruikende zakken waarvan hij vermoedde dat ze recentelijk gebruikt waren om een soort aas in te vervoeren. Een aantal van hen werd lukraak op elkaar gegooid terwijl de anderen aan een spit gebonden werden.
Het was een ondraaglijke nederlaag dat hun tocht op deze manier zou eindigen, dacht hij terwijl hij een poging deed het touw door te bijten en zijn best deed de gore smaak te negeren. Hij, de koning van zijn volk, samen met zijn twee erfgenamen en beste, meest vertrouwde vrienden, zou aan zijn eind komen aan een trollenspit boven een kampvuur. Het was niet de dood die hij zich had voorgesteld – hij was niet oud, noch zou hij sterven in de hitte van een eervolle strijd. En zijn jonge neven, die hun jeugdigheid nauwelijks achter zich gelaten hadden, zouden niets meer met hun veelbelovende levens kunnen doen.
Zijn zus zou kapot zijn van verdriet, dacht hij. Ze zou nooit weten wat er met hen gebeurd was, alleen dat het hele gezelschap vermist zou zijn geraakt tijdens hun reis.
Het enige lichtpuntje dat hij kon zien in deze hele situatie was dat juffrouw Darrow veilig in het kamp gebleven was. Als zij zich bij hen zou hebben gevoegd, zou ze niet de luxe hebben gekregen van een zak en een korte adempauze. Vrouwen waren het lievelingseten van trollen, een soort delicatesse waar om gevochten werd. Ze zouden over haar gekibbeld hebben vanaf het moment dat ze gevangen was en zouden haar uiteindelijk rauw opgegeten hebben, als ze haar niet eerst als pleziertje hadden gebruikt. Die gedachte maakte hem ziek.
Kili draaide zich om in zijn zak om hem aan te kunnen kijken, zijn gezicht verdraaid in een poging om de angst te verbergen die ongetwijfeld door hem heen raasde. 'Thorin, waar is Lizzy?' vroeg hij zachtjes, met bezorgde stem.
'Ik heb haar gezegd dat ze in het kamp moest blijven,' zei hij, erop lettend dat hij zacht bleef praten om de trollen niets mee te laten krijgen van hun gesprek.
Kili knikte. Zijn ogen gleden terug naar waar de anderen boven het vuur werden gehangen om te roosteren en schoten toen door het trollenkamp, nog steeds tevergeefs op zoek naar een manier om te ontsnappen. 'Ze zou ons nooit kunnen helpen zonder gepakt te worden,' merkte hij met een zucht op.
'Nee,' zuchtte hij terug. Er viel een lange stilte terwijl ze hulpeloos toekeken hoe hun vrienden boven het vuur draaiden, waarbij verscheidene Dwergen zinloos klaagden dat het vuur te heet was. 'We zijn vlakbij Rivendell, ze zal veilig zijn bij de Elven,' stelde hij zijn neef gerust – hij stond hem graag deze troostende gedachte toe in hun benarde situatie.
Kili knikte weer. 'Zij is in ieder geval veilig,' zei hij zachtjes. Hij klonk daadwerkelijk bezorgd om het meisje en Thorin kon niet anders dan dit als bewijs zien voor de gevoelens die zijn neef voor haar had, ondanks dat zij een paar uur terug die mogelijkheid ontkend had.
Net toen de zaak er echt hopeloos uit begon te zien en de trollen ruzieden over de beste manier om hen te koken – of ze hen aan het spit moesten roosterden, sauteren of gewoon bovenop hen moesten gaan zitten om ze tot moes te maken, wat allemaal niet echt klonk als een fijne manier om dood te gaan – deed meneer Baggins plotseling zijn mond open. Hij sprak de trollen aan en vertelde ze dat ze een grote fout hadden gemaakt.
Ondanks protesten van het gezelschap dat de trollen zich niet zouden laten ompraten, ging meneer Baggins roekeloos verder. Thorin vroeg zich af wat hij probeerde te bereiken, maar toen de Hobbit begon over het geheim van het koken van Dwergen, besefte hij woedend dat het laffe kereltje probeerde zichzelf te redden door de trollen letterlijk te helpen hen in het vuur te gooien.
Pas toen de Hobbit iets riep om ervoor te zorgen dat Bombur niet rauw opgegeten zou worden, bewerend dat ze allemaal parasieten hadden, besefte hij dat meneer Baggins juist een poging deed om hen wat meer tijd te geven. De trollen hadden immers net gezegd dat ze bij zonsopgang in steen zouden veranderen. Hij wierp een blik op de lucht: de zon was nu waarschijnlijk al opgekomen, maar hoelang zou het duren voordat het zonlicht door zou dringen tot de open plek?
Iedereen in het gezelschap begon stellig te roepen dat ze geen parasieten hadden, wat Bilbo's poging om hen uit de penarie te praten zeker weten zou bederven. Thorin gaf Kili, die het luidst protesteerde, een trap in zijn rug om zijn aandacht te trekken. Alle hoofden schoten in zijn richting en hij zag in hun ogen dat ze begonnen te beseffen waar meneer Baggins mee bezig was. In plaats van te protesteren, maakten ze nu ruzie over wiens parasieten het grootst waren.
'Wat wil je dan dat we doen?' vroeg een van de trollen aan meneer Baggins, waarbij hij hoog boven hem uit torende. 'Ze allemaal laten gaan?'
'Nou…'
'Denk je echt dat ik niet weet wat je van plan bent?' zei de trol, Bilbo in zijn buik prikkend. 'Deze fret denkt dat we stom zijn!'
'Fret?' zei meneer Baggins verontwaardigd.
'Stom?' herhaalde een andere trol net zo verontwaardigd.
'Moge de dageraad jullie allen halen!' sprak een bekende stem luid. Gandalf stond op een grote rots aan de zijkant van het kamp, de lucht bleek achter zijn dreigende gestalte.
'Wie is dat?'
'Geen idee.'
'Kunnen we hem ook eten?'
Het gesprek van de trollen werd abrupt tot een einde gebracht toen Gandalf zijn staf hard op de rots liet neerkomen en de rots perfect doormidden kliefde om de prachtige zonsopgang achter hem te onthullen. Licht stroomde de open plek in en de trollen krompen ineen van de pijn. Hun ledematen verstijfden en kregen de grijze kleur van steen voordat ze bewegingloos werden en voor eeuwig rond hun kampvuur waren geketend.
Toen ze beseften dat ze waren gered, begonnen de Dwergen opgelucht te lachen en zelfs op Thorins gezicht verscheen een brede glimlach.
Bijna onmiddellijk hoorde hij geritsel in de bosjes en hij voelde iets achter zich. Hij draaide zijn hoofd om en keek recht in het gezicht van juffrouw Darrow, die naast hem op haar hurken zat en een poging deed het touw aan de bovenkant van zijn zak door te snijden met een klein mes waarvan hij niet wist dat ze het bezat.
'Nou, dat ging allemaal perfect,' zei ze met eigenwijze vrolijkheid, terwijl ze hem overeind hielp. Bij het gebrek aan het dichtgeknoopte touw viel de zak naar beneden toen hij opstond en haar blik gleed brutaal over zijn nauwelijks bedekte lichaam. 'Mooie outfit,' voegde ze er met een onbeschaamde grijns aan toe.
Hij negeerde haar opmerking en pakte het mes uit haar handen om Kili los te snijden, terwijl de andere Dwergen nog lachten en juichten, ondanks het feit dat ze vastgebonden waren. Haar mes was klein en erg bot, het was niet langer dan de helft van zijn vinger, en leek terug te vouwen in zijn eigen schede. Zodra zijn beide neven bevrijd waren van hun zakken, gaf hij haar het mes terug en beval dat ze de anderen moest bevrijden terwijl hij, Fili en Kili de Dwergen die boven het vuur hingen redden.
Zodra iedereen bevrijd was van hun touwen beende Thorin naar de berg met kleren en wapens en vond zijn eigen spullen in de slordige hoop. Hij trok vlug zijn kleren aan, opgelucht zijn zwaard weer aan zijn zijde te hebben. Hij zag dat Gandalf de stenen trollen aan het bekijken was en stapte op hem af.
'Waar ben jij geweest, als ik zo vrij mag zijn?' zei hij tegen de Tovenaar.
'Ik heb vooruit gekeken,' antwoordde Gandalf met opzettelijke onschuld.
'En waardoor ben je teruggekomen?'
'Door achterom te kijken,' zei Gandalf betekenisvol, waarna hij nadrukkelijk over Thorins schouder keek. Thorin draaide zich om en volgde zijn blik naar waar een lachende juffrouw Darrow Bifur hielp met aankleden, samen met zijn neven, haar haar stralend als glanzend goud in het ochtendlicht.
Thorin keek vragend terug naar Gandalf en trok een wenkbrauw op. De Tovenaar knikte, waarmee hij zonder woorden Thorins vermoeden bevestigde dat juffrouw Darrow achter hem aan was gegaan nadat hij haar gezegd had in het kamp te blijven. Hij wist niet of hij opgelucht moest zijn dat ze de beproeving allemaal overleefd hadden of geërgerd omdat ze zijn bevelen in de wind had geslagen.
Opluchting won en hij knikte dankbaar naar de Tovenaar omdat hij teruggekomen was, en hij dacht bij zichzelf dat hij ook juffrouw Darrow zou moeten bedanken voor haar rol in hun redding.
'Akelige ervaring, maar we zijn allemaal nog heel,' voegde Gandalf er opgewekt aan toe.
'Niet dankzij jouw inbreker,' benadrukte hij.
Gandalf keek hem scherp en vermanend aan. 'Hij had het lef om te proberen tijd te winnen, de rest van jullie had daar niet aan gedacht.' Hij liet zijn blik over de trollen glijden, duidelijk diep in gedachten verzonken. 'Ze moeten uit de Ettenmoors zijn afgedaald.'
'Sinds wanneer trekken bergtrollen zo ver naar het zuiden?' zei Thorin, die nog nooit gehoord had van zo'n aanval aan de Grote Oosterweg, die altijd als redelijk veilig bekend had gestaan.
'Niet sinds een lange tijd geleden, niet sinds een duisterdere kracht over deze landen heerste,' antwoordde hij onheilspellend, waardoor Thorin zijn verontruste gezichtsuitdrukking nauwgezet bekeek. 'Ze kunnen overdag niet verder trekken…'
'Er moet hier ergens een grot zijn,' zei Thorin, Gandalfs gepeins afmakend. Trollen stonden bekend om hun verzamelzucht, ze hielden alle bezittingen van hun slachtoffers en borgen ze ergens op. Een trollenhol was een vuile plaats, maar zou misschien voedselvoorraden bevatten zoals meel of groentes die trollen door hun walgelijke eetgewoontes als oneetbaar zagen, en wapens en misschien zelfs schatten.
Lizzy liep nog steeds met opgetrokken neus door het trollenkamp, terwijl ze verschillende Dwergen hielp bij het vinden van hun bezittingen. Ze had onderschat hoe erg de trollen stonken, een walgelijke mengeling van ontlasting, rottende dingen en bijzonder erge zweetvoeten die in de lucht van het kamp bleef hangen nog lang nadat de trollen in steen waren veranderd. Zelfs het gezelschap rook ietwat vreemd – de helft rook… nou ja, rokerig nadat ze bijna geroosterd waren, en de andere helft stonk naar de zakken waar ze in waren gestopt. De arme Bilbo was het ergst van allemaal, hij was nog steeds bedekt in opgedroogd trollensnot dat hardnekkig aan zijn jasje bleef kleven.
Ze wist dat de Dwergen haar aandrang om zich bij elke gelegenheid te wassen zowel grappig als overdreven vonden, maar als zij zich niet zouden wassen na deze gebeurtenis dan zou ze zich waarschijnlijk genoodzaakt zien om zelf maar emmers water over iedereen heen te gooien.
Ze vermaakte zich door zich voor te stellen hoe boos een kletsnatte Thorin zou zijn als ze een emmer water over hem heen zou gooien toen de desbetreffende Dwerg achter haar zijn keel schraapte. Ze draaide zich om om hem aan te kijken.
'Ik dacht dat ik gezegd had dat jij in het kamp moest blijven,' zei hij hooghartig terwijl hij op haar neerkeek.
'Nou, als ik dat gedaan had dan zouden de trollen genoten hebben van een barbecue-à-la-Dwerg en zouden jullie dood zijn,' wees ze hem erop.
'Inderdaad,' beaamde Thorin sympathiek. Hij leek te begrijpen wat ze bedoelde, ook al begreep hij haar woordkeuze misschien niet helemaal. 'Bedankt.'
Ze knipperde met haar ogen – één keer, twee keer, drie keer – en keek toen naar haar tenen. 'Graag gedaan,' zei ze met een glimlachje. Ze had geen dankbetuiging verwacht.
'Maar…' voegde hij eraan toe, zijn stem weer streng.
Dat zorgde ervoor dat ze geërgerd naar hem opkeek, het moment van vriendelijkheid razendsnel verdwijnend. 'Ah, natuurlijk is er een maar.'
'Hoe wist je van de trollen?' vroeg hij simpelweg, waarna hij zijn armen gebiedend over elkaar sloeg.
Lizzy glimlachte, absoluut niet van plan zijn vragen te beantwoorden. 'Misschien ben ik gewoon slimmer dan je denkt.'
'Probeer nog eens,' zei Thorin en ze kon voelen dat zijn frustratie groeide onder zijn ongeïnteresseerde uitdrukking.
Ze besefte dat hij niet in de stemming was voor een gevatte discussie en besloot hem iets voor te leggen dat hij misschien zelfs zou geloven. 'Het huis was duidelijk niet verwoest door vuur, aan de ene kant groeiden nog bloemen die anders verbrand zouden zijn – dus, het huis was afgebroken. Trollen waren een logische aanname.'
'Dat mag dan zo zijn,' erkende Thorin, 'maar hoe wist je dat het er drie waren zonder het kamp verlaten te hebben?'
Lizzy deed haar mond open maar er kwamen geen woorden uit. Thorin trok een wenkbrauw op – hij had duidelijk door dat ze daar geen antwoord op had. Ze werd gered uit haar netelige positie door Nori en Dori, die op hen afstapten om met Thorin te praten. 'Volgens mij zijn we hier klaar, wat is het plan?'
Hij keek weg van Lizzy en keek hen aan. 'Start opnieuw een vuur en begin met het ontbijt. We gaan die grot zoeken, een paar uur uitrusten en dan trekken we vanmiddag verder.'
'We gaan niet nu verder?' onderbrak Lizzy, die zich herinnerde dat er wargs achter hen aan zaten, zelfs nu op dit moment, wargs die hen al heel gauw in zouden halen.
'Nee.'
Ze beet zenuwachtig op haar lip. 'Ik denk echt dat we verder moeten trekken.'
'Niemand van ons heeft vannacht geslapen, juffrouw Darrow. Ik weet zeker dat de meesten voedsel, rust en de gelegenheid om zich te wassen wel zouden waarderen,' zei hij, dus hij was zich tenminste bewust van hoe erg het gezelschap op dit moment rook. Toen zag hij haar verontruste gezicht. 'Wat?'
'Niets,' zei ze. Ze schudde haar hoofd en liep vlug weg voordat hij opnieuw over de trollen kon beginnen. Na de vorige avond had ze het idee dat ze niet verder aan kon dringen op vertrekken zonder Thorin nog wantrouwiger te maken over haar voorkennis. Ze slaakte een gefrustreerde zucht – als gebeurtenissen net zo plaatsvonden als in de film zag het ernaar uit dat ze over een hele korte tijd zouden moeten rennen voor hun leven.
Het trollenhol was net zo goor als hij verwacht had: in de grot hing een geur van dood en rotting, en zwermde van de vliegen. Binnen lagen de treurige overblijfselen van de slachtoffers van de trollen, variërend van munten die verspreid over de grond lagen tot dingen die duidelijk tot de huisraad van verwoeste huizen behoorden.
Helemaal achterin de grot, tussen de uitwerpselen en rotzooi, vond Thorin een paar zwaarden, bedekt met een laag stof en spinnenwebben. Aangezien hij goed opgeleid was in de kunst van het wapens smeden, herkende hij ongeëvenaard vakmanschap wanneer hij het tegenkwam – deze zwaarden waren overduidelijk niet het werk van een trol.
Hij overhandigde Gandalf het langere, dubbelzijdige zwaard en bestudeerde zelf het enkelzijdige zwaard: de vorm en het gewicht, gecombineerd met de enkele scherpe rand, maakten het zwaard ideaal voor zijn vechtstijl. De schede was stoffig, maar leek gemaakt te zijn van licht hout en staal. Het handvat was een soort tand of bot, een stevig anker voor het gewicht van de kling. Een kleine, flauwe glimlach gleed over zijn gezicht toen hij het zwaard omdraaide om het handvat te bekijken, ongeveer anderhalve hand lang, waar vier kleine diamantjes in de knop gezet waren.
'Deze zwaarden zijn gesmeed in Gondolin, door de Hoge Elven van de Eerste Era,' zei Gandalf, een verraste ondertoon in zijn stem.
Thorin stopte even met het zwaard bestuderen, afkerig van het feit dat dit wonderschone staaltje vakmanschap gesmeed was door zijn vijanden. Hij wilde het terugzetten waar hij het had gevonden, maar werd tegengehouden door Gandalfs barse stem. 'Je zult nergens een beter zwaard kunnen krijgen!'
Hij trok het zwaard uit zijn schede en keek eens kritisch naar de stalen kling, waarbij hij moest vaststellen dat het perfect was. Er waren runen in het metaal gegraveerd en hoewel hij de letters herkende, waren de woorden hem onbekend. Het metaal glom helder, zelfs na vele jaren in het trollenhol te hebben gelegen, en de snede was nog geslepen en scherp. Hij kon niet anders dan zich afvragen hoe de Elven hun ijzer tot zulke goede zwaarden smeedden, zwaarden die door de tijd onaangeraakt bleven en in een strijd niet beschadigden.
Eerlijk was eerlijk, Gandalf had gelijk: voor een wapen dat zo voortreffelijk was als deze, kon hij de herkomst misschien door de vingers zien.
Gandalf, tevreden met zijn nieuwe zwaard, liep naar de andere kant van de grot om de verzameling te doorzoeken op zoek naar andere schatten, terwijl Thorin bij de zwaardenverzameling bleef staan. Met zijn nieuwe wapen naast zich op de grond, was hij de brokstukken aan het onderzoeken op zoek naar iets anders wat de moeite waard was, toen zijn blik op een ander zwaard viel.
Het was een kort, lichtgebogen zwaard, de kling zo'n zeventig centimeter lang, minstens vijftien centimeter kleiner dan zijn eigen nieuwe wapen. De knop was simpel, gemaakt van licht hout, en er was een witgouden draad om het handvat gesponnen met tussenstukjes van anderhalve centimeter. Het was erg licht en bedoeld om met één hand gehanteerd te worden, ideaal voor snelle pareerbewegingen en steken, niet geschikt voor de ietwat hardhandige Dwergse manier van vechten. Hij trok het zwaard uit de stoffige schede en zag dat het dun was en vlijmscherp, ook een Elfs wapen. Hij greep zijn flakkerende toorts en hield de kling in het licht: er liepen schuine runen over het blad, hoewel hij ze niet kon ontcijferen.
Hij draaide het wapen om in zijn handen en dacht diep na.
Hij werd afgeleid toen Gloin aan Dwalin vertelde dat ze een langetermijninvestering deden, druk bezig met het begraven van een deel van het geroofde goud. Hij voelde een milde afkeuring, het niet helemaal eens met het idee dat ze profiteerden van de wreedheid van de trollen, maar hij wist ook dat het meegenomen zou worden door rovers als ze het hier zouden laten – aan de andere kant deed hij precies hetzelfde door de wapens mee te nemen. 'Laten we weggaan uit deze vuile grot,' zei hij, terwijl hij naar de uitgang liep, plotseling vol verlangen om weg te zijn uit de grot. 'Kom op, we gaan. Bofur, Gloin, Nori.'
Hij bleef buiten de grot even staan, opgelucht om weer frisse lucht in te ademen, en de andere Dwergen liepen hem voorbij. Hij zag dat Kili samen met Bifur aan de kant stond, de schedel van een ram in zijn handen terwijl de oudere Dwerg een deel van de verzameling doorzocht waar nog niemand bijgezeten had. Thorin overhandigde het korte, dunne zwaard aan zijn neef, die het verbaasd aannam.
'Je vrouw heeft een wapen nodig, een wapen dat ze ook echt kan hanteren,' zei hij bars.
'Ze is niet mijn vrouw, Oom,' zei Kili, terwijl hij het handvat van het zwaard bestudeerde.
Thorin trok een wenkbrauw op en trok zijn woorden zwijgend in twijfel.
'Ik meen het, ze is zeker weten niet mijn vrouw,' herhaalde Kili stellig, hem recht in zijn ogen aankijkend. 'Ik zie haar als… een zusje.'
'Goed,' zei Thorin simpelweg.
Lizzy stond bij Fili en Dori, zonder enig verlangen om de stank van het trollenhol te trotseren, toen Kili naar hen toe kwam met een zwaard in zijn handen. Hij probeerde het aan haar te geven, maar zij bleef er simpelweg stomverbaasd naar staren. 'Thorin vroeg of ik dit aan je wilde geven,' zei hij bij wijze van uitleg, waarna hij Fili een grijns toewierp.
'Wat moet ik hier in vredesnaam mee doen?' vroeg ze, zonder de geschokte gezichten van Fili en Dori te zien. 'Ik dacht dat we er nu wel achter waren dat ik een zwaard nog niet eens vast kan houden.'
'Het is een stuk lichter dan die van ons, dus het moet een soort Elvenwapen zijn,' zei hij, het zwaard in zijn hand wegend. Hij veranderde zijn grip zodat hij de schede vasthield en bood haar het handvat aan. 'Hier, probeer maar eens.'
Ze pakte het gevest voorzichtig vast met haar rechterhand, voelde de koude draad en de stof onder haar vingers, en haalde het zwaard langzaam uit de schede. Het was inderdaad veel lichter dan het zwaard waarmee Fili haar had geprobeerd te trainen, en misschien net zo lang als haar arm. Het zwaard was lichtgebogen en glom helder in het vroege ochtendlicht.
Ze vond het eigenlijk wel heel mooi, ook al geloofde ze niet dat ze ooit in staat zou zijn het te hanteren – het was dodelijk, elegant en mooi tegelijkertijd.
Thorin had dit aan haar gegeven? Of had hij het gewoon gevonden en gedacht dat het wel iets voor haar was?
'Er komt iemand aan!' schreeuwde Thorin vanuit de opening van de grot en iedereen sprong in de aanvalshouding, waarbij Kili ook de schede in haar handen duwde.
'Blijf bij elkaar! Haast je, pak jullie wapens!' riep Gandalf, en nu kon ook zij horen hoe iets groots zich over de grond verplaatste – ze was echter niet bang en haastte zich ook niet om deze nieuwe tegenstander aan te vallen, wetend dat het slechts Radagast was.
Ze slikte hoorbaar – maar als Radagast hier was, betekende dat dat de Orks die hen achterna zaten niet ver weg waren.
Nadat de twee Tovenaars naar een heuveltje waren gegaan om hun tovenaarsachtige zaken in het geheim te bespreken, stond Thorin naar juffrouw Darrow te kijken. Het beviel hem dat ze het zwaard dat hij haar gegeven had in haar hand had, al was het ietwat voorzichtig. Fili en Kili zaten op hun hurken naast haar, proberend een manier te vinden om de zwaardgordel aan haar vreemde broek vast te maken. Hij keek een paar minuten heimelijk toe, waarin ze erin slaagden de gordel strak om haar heupen te spannen. Hij kon niet anders dan opmerken dat haar aandacht helemaal niet op de jongens gericht was, maar bijna angstig op de bomen om hen heen, haar wenkbrauwen diep gefronst.
Hij wachtte totdat zijn neven klaar waren en weg waren gelopen voordat hij op haar afstapte. 'Wat?' vroeg hij scherp.
'Wat?' herhaalde ze verbijsterd, zijn vraag duidelijk niet begrijpend.
'Je bent zenuwachtig, gespannen, alsof je ergens op wacht,' merkte hij op. 'Waar ben je bang voor?'
Ze schudde koppig haar hoofd en haar haar zwiepte in haar gezicht. 'Nee, ik… oké, jawel. Ik – '
Ze werd onderbroken door gehuil wat iets te dichtbij klonk om nog rustig te blijven.
'Was dat een wolf? Zijn er hier wolven?' hoorde ze Bilbo zenuwachtig vragen vanaf de andere kant van de open plek. Thorin stak instinctief een arm uit om juffrouw Darrow te beschermen, en hij trok haar achter zich terwijl hij met zijn ogen de bomen afspeurde.
'Wolven? Nee, dat is geen wolf,' zei Bofur zenuwachtig, zijn houweel gereed voor de aanval.
Er klonk een grom boven hen en plotseling sprong er een warg de open plek binnen. Thorin duwde juffrouw Darrow op de grond en zwaaide met zijn zwaard naar het beest. Hij raakte het dier precies in de nek maar kreeg het voor elkaar om de kling vast te slaan in het bot. Er klonk een nieuwe grom achter hem en er vloog een pijl langs zijn oor, die de tweede aanvallende warg dood neer deed vallen.
'Wargverkenners,' gromde hij, terwijl hij zijn zwaard los trok. 'Dat betekent dat een troep Orks niet ver weg is.'
'Wie heb je over jullie tocht verteld, behalve je familie?' vroeg Gandalf dringend.
'Niemand,' antwoordde hij ferm.
'Wie heb je hierover verteld?' herhaalde de Tovenaar.
'Niemand, ik zweer het,' beloofde hij plechtig, terwijl hij op de Tovenaar afstapte. 'Wat is er in Durins naam aan de hand?'
'Er wordt op jullie gejaagd,' antwoordde Gandalf grimmig.
Er werd op hen gejaagd. Iemand had hun tocht verraden, dat was de enige manier waarop de Orks hadden kunnen weten dat ze in het wild reisden. Hij dacht vlug diep na, zich proberend te herinneren wie hij over de zoektocht had verteld – het gezelschap, zijn zus, Dain – geen van hen zou hen verraden. Het was zelfs achtergehouden voor de Dwergen van Ered Luin, die geloofden dat hun koning wederom op een ambassadeursmissie was voor een ontmoeting met Dain.
Tot nu toe kon hij slechts één mogelijke verdachte bedenken die hen verraden zou kunnen hebben.
Hij draaide zich om om een woedende blik op hun adviseur te werpen, die door Dwalin overeind werd geholpen, en hield zijn zwaard strak in zijn hand geklemd.
Kindle-the-Stars:
Bedankt voor al jullie geweldige reacties – blijf ze schrijven jongens!
En als de vraag van deze week… ship je iemand in The Hobbit? Zo ja, wie en waarom?
xxMarith:
Woahh, de vertaalsnelheid schoot omhoog de afgelopen dagen, hier nog een hoofdstuk! Ik betwijfel ten zeerste of ik dit tempo zo kan houden haha, ga er maar niet van uit, maar ik doe mijn best en er komt zo snel mogelijk weer een update (:
