xxMarith:
DISCLAIMER: Ja, ik ben druk aan het sparen voor mijn reis naar Australië en haal overal geld vandaan (laten we het erop houden dat mijn kamer nog nooit zo schoon geweest) maar ik ben slechts 48 cent rijker dus het zit er voorlopig nog niet in dat dit verhaal in enig opzicht van mij is.
"Many are stubborn in the pursuit of the path they have chosen, few in the pursuit of the goal."
Friedrich Nietzsche
Nou, ik zei het toch, dacht Lizzy terwijl iedereen haastig zijn spullen bij elkaar raapte en begon te rennen. Radagast was een paar tellen eerder al vertrokken en schoot weg door de bomen met zijn door konijnen getrokken slee. Hij werd al vlug gevolgd door het gehuil van wargs, wat van angstaanjagend dichtbij kwam.
Gandalf ging voorop en leidde het gezelschap tussen de bomen door de open vlaktes op, erop lettend dat ze bij de rotsen bleven voor dekking. Hun tassen stuiterden op hun rug terwijl ze renden en Lizzy's nieuwe zwaard hing onhandig aan haar zij en stootte bij bijna elke stap tegen haar been. Na een paar minuten rennen hapte ze zo ongeveer naar adem en strompelde ze naast Bombur en Bilbo, die ook nogal buiten adem waren, achter het gezelschap aan. Ze wenste dat ze een sportbeha aanhad en had tegelijkertijd spijt dat ze het afgelopen jaar op de universiteit niet met haar kamergenoten meegegaan was om te joggen, maar in plaats daarvan warm binnen was gebleven om BBC drama's te kijken.
Ze struikelde en viel bijna plat op haar gezicht, maar Bifur greep haar hand om haar weer in evenwicht te brengen en zorgde ervoor dat ze bleef rennen.
Ze moesten plotseling stoppen achter een grote rots terwijl de Orks een stukje voor hen langs reden. Lizzy stond voorovergebogen met haar handen op haar knieën en hapte naar adem. 'Oh god, au,' kreunde ze en ze drukte één hand tegen haar zij. 'Au, enorme steek.'
Bifur gromde iets tegen haar in Khuzdul.
'Huh?' zei ze, omhoog glurend vanuit haar nog steeds dubbelgeslagen positie.
Hij mimede heel overdreven dat ze moest ademhalen.
'Juist, ademhalen, dat kan ik wel,' zei ze, maar een paar seconden later kreunde ze omdat ze Gandalf hoorde zeggen dat het gezelschap bij elkaar moest blijven en Thorin beval dat iedereen weer moest gaan rennen.
Ze renden nog een paar minuten, maar het leek alsof ze de Orks elke keer weer tegen kwamen, welke kant ze ook opgingen. Voor zich zag ze dat Thorin Ori bij de kraag greep en hem weer terugtrok toen hij hun schuilplaats bijna voorbij rende.
'Allemaal, kom op, kom op! Vlug!' beval Gandalf, gebarend dat ze een andere kant op moesten gaan. Lizzy liep simpelweg achter Bifur aan, ze liet zich meetrekken terwijl ze hijgend en zwoegend over de vlaktes rende, haar kuiten hevig protesterend.
Ze lette er nauwelijks meer op waar ze heen ging, richtte zich simpelweg op het plaatsen van de ene voet voor de andere, toen ze plotseling samen met de rest van het gezelschap tegen een muur gedrukt werd: ze scholen achter een grote rots terwijl er één wargruiter dichterbij kwam. Ze slaakte een verrast kreetje toen Bifur haar tegen de rots drukte.
'Stil!' siste Thorin haar toe. Lizzy probeerde wanhopig haar luide ademhaling te beheersen, maar ze had geen controle over de happen naar lucht.
Met een zachte grom sloeg Thorin een ferme hand over haar mond, bijna strak genoeg om zeer te doen, en hij dwong haar om door haar neus te ademen. Ze bleef stokstijf staan, haar ogen ongetwijfeld groot en angstig boven Thorins hand terwijl ze over de vlakte schoten, op zoek naar nog meer Orks. Het was niet zozeer dat ze hem zag, maar meer voelde knikken naar Kili, ten teken dat hij de warg neer moest schieten.
Kili gehoorzaamde en schoot hem met een enorm lawaai naar beneden. Bifur, die naast haar stond, sprong naar voren met zijn bijl in de aanslag en smeet het wapen in de gewonde nek van het beest. De strijd was al na enkele seconden voorbij en zowel de Ork als de warg lag dood in het gras, maar het gehuil achter hen vertelde het gezelschap dat ze niet onopgemerkt waren gebleven.
'Ga,' beval Gandalf en Thorin liet haar los, met de flauwe smaak van stof, zweet en leer op haar lippen. 'Ren!'
Thorin gaf haar een harde duw naar voren, waardoor ze opnieuw struikelde en Bombur greep haar hand om haar te helpen rennen, en deze keer rende het gezelschap in een volledige sprint.
Ze hadden nog geen minuut gerend toen ze Gloin achter zich hoorde roepen: 'Daar zijn ze!'
'Deze kant op, vlug!' brulde Gandalf, terwijl hij hen naar een grote, gespleten rots leidde die ze herkende en waardoor ze bijna huilde van opluchting – de Verborgen Pas. De Dwergen stopten met lopen vlak voor de pas en trokken hun wapens, niet beseffend dat de redding vlak voor hen was.
Lizzy en Gandalf sprongen meteen op de rots en doken de helling af. Lizzy schaafde de hele zijkant van een van haar armen op de ruwe grond terwijl ze naar beneden rolde – ze had immers een T-shirt met korte mouwen aan – en ze kromp ineen van de pijn.
Gandalf hielp haar overeind en ze bestudeerde de schaafwond in het schemerlicht. Het zag er vies uit en was langzaam begonnen te bloeden, maar het was niets ernstigs. 'Ze volgen ons niet, of wel?' vroeg Gandalf, omhoogkijkend naar het licht van de vlaktes boven hen. Ze hoorde de Dwergen tegen elkaar schreeuwen en het gegrom van de wargs.
'Nope,' zei Lizzy, die tegen de muur aanleunde en haar hand tegen de hevige steek in haar zij aandrukte. Ze kreeg het eindelijk voor elkaar om haar ademhaling weer een beetje onder controle te krijgen.
Gandalf zuchtte en legde zich er geërgerd bij neer dat hij de steile helling met behulp van zijn staf weer op moest klimmen. 'Deze kant op, dwazen!' riep hij zodra hij bovenaan was.
'Kom op, hierheen! Vlug, allemaal!' hoorde ze Thorin boven schreeuwen.
Een paar seconden later begonnen Dwergen naar beneden te rollen terwijl Gandalf ze telde. Zodra iedereen beneden was, Kili en Thorin als laatste, hoorden ze het heldere geluid van een hoorn en galopperende hoeven. De Dwergen keken verbaasd op, strekten hun nekken uit en luisterden naar het geluid van de strijd die zich boven hen afspeelde, maar Lizzy bleef bij de rotswand staan, wetend dat het de Elven van Rivendell waren.
Het lijk van een Ork kwam de helling afrollen en kegelde haar bijna omver, waardoor ze aan de kant sprong. De Dwergen hadden onmiddellijk hun wapens op de Ork gericht en controleerden of hij wel echt dood was. Het was de eerste keer dat ze een Ork in het echt van dichtbij had gezien en ze trok verafschuwd haar neus op bij zijn leerachtige huid die bedekt was met slijm en de smerige stank.
Thorin bukte zich, trok een pijl uit de nek van de Ork en bestudeerde de punt. 'Elven,' spuwde hij vol afschuw, waarna hij de pijl wegsmeet alsof hij hem gebrand had en zich omdraaide om Gandalf beschuldigend aan te kijken.
'Ik kan niet zien waar het pad naartoe gaat,' riep Dwalin, die een stukje de tunnel in was gelopen. 'Volgen we het of niet?'
'Natuurlijk volgen we het!' riep Bofur, die de anderen voorging.
Lizzy wilde achter ze aanlopen, maar werd tegengehouden door Thorin die een hand strak om haar pols sloeg en haar tot stilstand bracht. Ze keek hem vragend aan, denkend dat hij iets wilde omdat hij haar nog steeds vasthield, maar zijn ogen waren op de ruggen van het gezelschap gericht totdat de laatsten de hoek om liepen, waardoor ze zich alleen bij de ingang van de pas bevonden.
'Thorin, wat – '
Ze werd onderbroken toen hij haar hard tegen de rotswand aanduwde en haar tegen haar rugzak plette. Met zijn onderarm over haar keel en zijn andere hand om haar verwonde arm, klemde hij haar strak tussen de wand en zijn lichaam, zijn ogen vol ijzig vuur.
'Heb jij onze tocht verraden?' siste hij terwijl ze iets sputterde van verbazing en de pijn in haar arm. 'Geef antwoord, nu!'
'Wat?' zei ze, geschokt en verward. 'Nee!'
'Heb je aan iemand verteld waar we heen reisden?' wilde hij weten, zonder de druk op haar arm en keel te verlichten.
Ze schudde wild haar hoofd, nu echt bang voor hem. 'Nee!'
'Je was zenuwachtig, je wist dat de Orks eraan kwamen – hoe?' vroeg hij, zijn greep op haar arm pijnlijk verstrakkend. Ze slaakte een kreetje van de pijn en sloot haar ogen, bijna verwachtend geslagen te worden.
Zijn greep op haar arm werd plotseling lichter en toen liet hij hem volledig los, hoewel hij de druk op haar keel in stand hield. Ze deed haar ogen open en zag dat hij naar zijn hand keek, die onder haar bloed zat, en de woede in zijn ogen doofde iets en werd vervangen door verbazing. 'Je bent gewond,' merkte hij op.
'Het gaat prima, niet dankzij jou,' zei ze koppig, op haar beurt boos nu de shock wat weg begon te zakken. Ze drukte tegen zijn arm totdat hij haar keel losliet en probeerde hem toen achteruit te duwen. 'Waar denk je in godsnaam dat je mee bezig bent, mij tegen die muur duwen?'
'Hoe wist je dat de Orks eraan kwamen?' herhaalde hij. Hij greep haar polsen en hield ze tussen hen in terwijl zij tegen zijn borst duwde, en de woede in zijn ogen laaide weer op.
Lizzy slikte en schudde haar hoofd, weigerend om antwoord te geven.
'Geef antwoord, juffrouw Darrow,' zei Thorin dreigend, terwijl hij gevaarlijk over haar heen boog.
'Thorin!' Gandalf was om de hoek verschenen, gevolgd door een verbaasde Fili en Kili. Ze hadden zich waarschijnlijk afgevraagd waarom ze het gezelschap niet gevolgd hadden. De tovenaar staarde woedend naar de Dwergenkoning die haar nog steeds zo ongeveer tegen de rotswand geplet had. 'Laat haar los.'
Thorin hield zijn ogen strak op haar gericht, zonder zich ook maar om te draaien bij Gandalfs onderbreking, maar hij liet langzaam haar armen los, die slap langs haar zij vielen. Op één pols stond een bloederige, rode handafdruk. 'Denk je dat ik dom ben? Jij hebt kennis die je niet zou moeten hebben,' zei hij, nu zacht en meer beheerst. 'Je weet van de kaart, je wist van de trollen en je wist van de Orks. Je zult al mijn vragen beantwoorden, nu onmiddellijk, totdat ik genoeg gehoord heb.'
Lizzy wierp een blik op Gandalf en schudde toen opnieuw haar hoofd.
Thorin ramde zijn vuist naast haar hoofd tegen de rotswand en ze kon een klein, jammerend geluidje van angst niet tegenhouden.
'Thorin!' zei Fili met verbazingwekkende strengheid.
'Lizzy, vertel het hem gewoon,' voegde Kili eraan toe, die extreem verontrust leek door de daden van zijn oom.
Gandalf draaide zich ontzet om naar de twee jonge Dwergenbroers. 'Je hebt het aan Fili en Kili verteld?' vroeg hij aan Lizzy.
'Niet alles!' hield ze verdedigend vol van onder Thorins arm, en nu was het zijn beurt om verbaasd te zijn. 'Ze hebben het een soort van… geraden.'
'Hebben wat geraden?' gromde hij vlak naast haar oor, het blijkbaar niet eens met het feit dat hij erbuiten werd gelaten en hun gesprek niet kon begrijpen.
'Dat was heel gevaarlijk, Elizabeth,' zei Gandalf vermoeid, zwaar leunend op zijn staf.
'Het was niet haar schuld,' zei Fili verdedigend.
Thorin liet zijn arm zakken en wierp een woedende blik op het drietal aan de andere kant van het pad. 'Jullie weten wat er aan de hand is,' zei hij tegen zijn neven, zijn stem strenger dan ze hem ooit had gehoord. 'Vertel op, nu.'
Fili en Kili wisselden een ongemakkelijke blik uit en zagen er vaag zenuwachtig uit. 'We hebben gezworen niets te zeggen, het is aan Lizzy om haar geheim te vertellen,' zei Kili uiteindelijk na een korte stilte.
'Maar ik kan je wel beloven dat ze ons niet verraden heeft,' voegde Fili er ernstig aan toe.
'Dat zien we nog wel,' zei Thorin hooghartig. Hij draaide zich weer om naar Lizzy, die niet kon helpen dat ze lichtjes ineen kromp tegen de muur bij het zien van zijn woeste gezicht. 'Leg uit.'
Lizzy haalde een paar keer diep adem en keek op om de Dwergenkoning recht in zijn blauwe ogen te kijken. Gandalf had verder niets gezegd, dus ze nam aan dat hij het niet erg vond als ze een aantal dingen aan Thorin uitlegde. Na zijn hardhandige ondervraging was ze echter behoorlijk pissig op hem, dus toen Bilbo om de hoek kwam kijken om te zien wat er aan de hand was, greep ze die kans om hem als straf nog wat langer te laten wachten.
'Wat is er aan de hand? Hoorde ik geschreeuw?' vroeg Bilbo onschuldig en hij keek nieuwsgierig de groep rond – van Gandalf, Fili en Kili's hardvochtige gezichten, tot Thorins moordzuchtige en Lizzy's grote ogen.
'Helemaal niets, het gaat hier absoluut perfect,' zei ze terwijl ze tussen Thorin en de rotswand wegdook en naar Bilbo toeliep om hem bij zijn arm te pakken, om te draaien en hem zo ongeveer weer naar het pad te duwen. 'Kom op, we gaan.'
Ze hadden nauwelijks tien stappen gezet toen ze Thorin achter zich voelde lopen en ze verstijfde. 'Denk maar niet dat dit gesprek voorbij is, juffrouw Darrow,' snauwde hij in haar oor. 'Je bent me een uitleg verschuldigd.'
Lizzy knikte zonder zich om te draaien dat ze het begreep.
Na hun adviseur ervan verzekerd te hebben dat hun gesprek nog lang niet voorbij was, voegde Thorin zich weer bij zijn vastberaden zwijgende neven. De Tovenaar liep in een wolk van afkeuring achter hen aan. Het zou een enorm understatement zijn om te zeggen dat zijn humeur slecht was – niet alleen had juffrouw Darrow voorlopig zijn vragen weten te ontwijken, het leek er ook nog op dat er een of ander groot geheim was dat zijn familie had gezworen voor hem achter te houden.
Terwijl ze door de tunnel liepen en hij voortdurend woedend naar haar rug staarde, zag hij het bloed aan een van haar polsen dat langzaam opdroogde van felrood tot bruin. Hij begon zich te schamen om hoe hij haar behandeld had: hij had niet alleen haar wond verergerd, ze was zelfs ineengekrompen alsof ze verwacht had dat hij haar zou slaan. Toen hij de tunnel binnen was gelopen was hij ervan overtuigd geweest dat zij hen verraden had en hij had volgens die gedachte gehandeld. Hij zou elke verrader zo behandeld hebben, ongeacht hun geslacht, als ze de veiligheid van het gezelschap in gevaar hadden gebracht.
Maar nu, nu zowel zijn neven als de Tovenaar beweerden dat ze onschuldig was – en op de een of andere, onuitstaanbare manier haar geheim kenden – vroeg hij zich af of zijn manier van ondervraging niet te ruw was geweest.
Voor zich zag hij licht aan het einde van het pad: meneer Baggins en juffrouw Darrow bleven staan, een blik van verwondering op hun gezichten. Toen hij de tunnel uitliep zag hij waar ze zo door in beslag werden genomen.
Rivendell, de grote buitenpost van de Elven. Een enorm, uitgestrekt huis vol hallen en balkons aan het einde van een smalle klif, met de rivier Bruinen die als een waterval tussen de rotsen doorstroomde en rustig door de vallei kabbelde, overdekt door smalle bruggetjes. Zonlicht stroomde de vallei binnen en werd weerspiegeld door het zilver, het glas en het water, en felle bogen licht werden weerkaatst en verlichtten het hele huis met een heldere glans.
De aanblik maakte hem woest en hij boorde geërgerd het handvat van zijn bijl in de grond.
'De vallei van Imladris,' kondigde Gandalf aan, en hij leek irritant tevreden met zichzelf te zijn. 'In de gemeenschappelijke taal staat het bekend onder een andere naam.'
'Rivendell,' zeiden meneer Baggins en juffrouw Darrow tegelijk, die nog steeds verrukt naar het huis keken.
'Het is nog mooier dan in de film,' voegde ze er onzinnig aan toe.
Thorin draaide zich om naar Gandalf, zijn bijl strak vastklemmend. 'Dit was altijd al je plan, om toevlucht te zoeken bij onze vijand,' beschuldigde hij, hoewel hij door zijn geagiteerde humeur misschien iets barser klonk dan anders.
'Jij hebt hier geen vijanden, Thorin Oakenshield – juffrouw Elizabeth inbegrepen,' antwoordde Gandalf, terwijl hij op hem neerkeek. 'Het enige kwaad dat in deze vallei te vinden is, is het kwaad dat je zelf hebt meegebracht.'
'Denk je echt dat de Elven onze tocht zullen zegenen?' zei hij cynisch. 'Ze zullen ons proberen tegen te houden.
'Ik geloof niet dat er iets is wat jou zou kunnen tegen houden als je eenmaal iets besloten hebt, Thorin,' zei juffrouw Darrow scherp, nog steeds uitkijkend over de vallei.
Thorin wierp haar een woedende blik toe en ze zweeg onmiddellijk.
'Helemaal waar, en er zijn vragen die beantwoord moeten worden,' beaamde Gandalf, die eens goed rechtop ging staan en zijn volle en aanzienlijke lengte weer aannam. 'Als we succesvol willen zijn moeten we dit met tact behandelen, en met respect, en een aanzienlijke hoeveelheid charme… en daarom laat jij mij het woord doen.'
Thorin klemde zijn kaken op elkaar om verdere protesten tegen te gaan en volgde de Tovenaar over het smalle rotspad de vallei in. Er zaten zeker voordelen aan het stoppen bij deze buitenpost en die zag hij ook wel – ze konden inderdaad voedsel krijgen, en rust en misschien zelfs nieuwe pony's, maar hij vond dat de deuk die zijn trots op zou lopen door de Elven om hulp te vragen nadat zij hen verraden hadden zwaarder woog dan de voordelen.
Het gezelschap daalde af naar de vallei, omringd door dennenbomen die de ochtendlucht een frisse geur gaven en het geluid van zingende vogels. Ook al bevonden ze zich eigenlijk liever onder de grond, verscheidene leden van het gezelschap keken toch vredig naar het rustgevende bos. Meneer Baggins leek wel te stralen en ratelde tegen juffrouw Darrow over de Elven die hij in de Shire ontmoet had.
Hun wandeling werd onderbroken door plotseling gelach en helder, vrolijk gezang barstte los uit de boomtoppen boven hen.
O! Wat ben je aan 't doen en,
Waar ga je henen?
Je pony's zijn moe en
Stroom snelt tussen stenen!
O! Tral-lal-derei
hier in de vallei.
.
O! Waar ga je heen met
Je wapperende baarden?
Van ons weet geen het
Wat toch meneer Baggins
En Balin en Dwalin
hier naar de vallei voert
in juni! Ha! Ha!
.
O! Waar is 't dat je dwaalt en
Waar staat toch je huis?
Schone dame van goud,
Uit een wereld ver weg!
O! Tral-lal-derei,
vertel je verhalen,
hier in de vallei!
Meneer Baggins lachte verrukt om hun lied, maar juffrouw Darrow keek ietwat verward, alsof ze niet begreep hoe de Elven wisten dat ze niet uit deze wereld kwam – alsof haar vreemde kleding haar niet verraadde. Gandalf richtte zich echter tot de boomtoppen en zei: 'Ssst, goede lieden, ssst! Sommige Elven hebben al te uitbundige tongen. Goedendag!' en het gezelschap liep verder.
Ze kwamen bij een smalle brug die hun Hobbit en adviseur ietwat schoorvoetend overstaken, maar waar de Dwergen geen problemen mee hadden; ze waren immers gewend aan zulke smalle loopbruggen in hun eigen Hallen. Nadat ze de brug waren overgestoken en tussen twee grote en dreigende Elvenkrijgerstandbeelden waren doorgelopen kwamen ze op een binnenplaats terecht, waar ze ongemakkelijk bij elkaar gingen staan terwijl ze wachtten tot hun gastheren zouden arriveren.
Een paar seconden later verscheen er een Elf in een gewaad dat tot aan zijn kin dichtgeknoopt was en hij daalde de trap voor hen af. 'Mithrandir,' zei hij verwelkomend tegen Gandalf toen hij bij hen was.
'Blijf alert,' fluisterde Thorin tegen Dwalin. Hij mocht de elf nu al niet.
De Elf en de Tovenaar praatten even met elkaar en het gezelschap leek genegeerd te worden, totdat er achter hen een bekende hoorn klonk. Ze draaiden zich om en zagen dat er een Elfse strijdtroep terugkwam, zwaarbewapend en vlaggen dragend, op de ruggen van enorme paarden die in snel tempo dichterbij kwamen. Toen het er niet op leek dat ze van plan waren zachter te gaan rijden hief Thorin zijn bijl. 'Gelederen sluiten!' beval hij, toen hij een bedreiging voelde opkomen.
De Elven hadden hen al vlug omsingeld; ze reden in een kleine cirkel om hen heen en dwongen hen dichter bij elkaar te gaan staan. Behalve een aantal neerbuigende blikken die zijn bloed deden koken vertoonden ze echter geen verdere tekenen van een aanval.
'Gandalf,' riep een van de Elven vanaf zijn paard tegen de Tovenaar.
Het duo omarmde elkaar en praatte kort, voordat de Elf, heer Elrond, de meester van dit huis, zijn aandacht op het gezelschap richtte. Thorin kende zijn plicht als leider en stapte met tegenzin naar voren om hem te begroeten.
'Welkom, Thorin, zoon van Thrain,' zei Elrond bij wijze van groet.
'Ik geloof niet dat wij elkaar al eens hebben ontmoet,' antwoordde Thorin kortaf, ietwat verontrust doordat deze Elf hem kende.
'Je hebt het uiterlijk van je grootvader,' zei de Elf. 'Ik kende Thror toen hij onder de berg regeerde.'
'Is dat zo?' reageerde hij, gespannen door de verwijzing naar hun voormalige koninkrijk, het koninkrijk waarbij de Elven hadden toegekeken hoe zij het verloren. 'Hij heeft het nooit over jou gehad.'
Zijn woorden waren misschien niet zo beleefd als had gekund, vooral gezien het feit dat hij kort hierna gedwongen zou zijn de Elf om gastvrijheid voor het gezelschap te moeten vragen, maar heer Elrond keek hem simpelweg ringschattend aan voordat hij iets in het Elfs zei. Zijn Elfs was niet wat het geweest was (zijn grootvader en vader hadden erop gestaan dat hij verschillende talen leerde in zijn jeugd) omdat hij het al meer dan een eeuw niet meer had gesproken, maar hij begreep het goed genoeg om te weten dat ze voedsel en onderdak aangeboden kregen.
'Wat zegt hij, beledigt hij ons?' wilde Gloin weten, zijn bijl in de aanslag.
'Nee, meester Gloin, hij biedt jullie eten aan,' legde Gandalf uit, en Thorin durfde te zweren dat hij een zweem van een glimlach over het gezicht van de Elf zag schieten.
De Dwergen hadden een vlugge discussie, wat voornamelijk bestond uit "ik vind dat we het aanbod aan moeten nemen" en "het kan geen kwaad". Thorin hoorde juffrouw Darrow snuiven en mompelen: 'Ik kan niet geloven dat jullie hier nog over discussiëren, natuurlijk nemen we het aanbod aan.'
'Nou, in dat geval, ga maar voor,' zei Gloin, zijn toon nog steeds ietwat vijandig.
De hand van juffrouw Darrow schoot recht de lucht in en trok de aandacht van heer Elrond. 'Ja, jongedame?' vroeg hij, beseffend dat ze iets wilde vragen.
'Zou ik ook een bad mogen nemen, alstublieft?' smeekte ze bijna. 'Ik bedoel, dat zou echt geweldig zijn.'
Er gleed een toegeeflijke glimlach over heer Elronds gezicht. 'Natuurlijk. Lindir,' zei hij, gebarend naar de Elf die achter hem stond. 'Leid vrouwe…' Hij pauzeerde afwachtend.
'Eh, Elizabeth,' vulde ze aan.
'Vrouwe Elizabeth naar het gastenverblijf en laat een bad voor haar vollopen. Zie er ook op toe dat iemand haar verwondingen behandelt,' zei de Elvenheer. Thorin voelde een vlaag van ergernis jegens juffrouw Darrow toen hij inzag dat dit haar poging was om hun gesprek nog even uit te stellen en onder een situatie uit te komen waar ze geen controle op had.
'Zeker, mijn heer,' zei de andere Elf en hij stapte naar voren. Hij wierp het gezelschap een lichte blik van afkeer toe. ' Misschien zouden haar vrienden ook graag een bad willen nemen voordat ze gaan eten,' stelde hij voor, terwijl hij zijn neus een paar millimeter optrok.
'Ja, alstublieft!' zei meneer Baggins vlug – Thorin kon het hem niet kwalijk nemen, aangezien hij nog steeds trollenslijm op zijn kleren en in zijn haar had zitten, maar hij kon niet anders dan beledigd zijn doordat de Elven hen zo ongeveer vertelden dat ze zich moesten wassen.
'Laten we dan later weer bijeenkomen,' zei heer Elrond simpelweg. 'Schuif alsjeblieft bij mij aan voor lunch zodra jullie klaar zijn in het badhuis.'
Juffrouw Darrow stapte naar voren om Lindirs uitgestoken arm aan te nemen, maar stopte bij het geluid van zijn stem. 'Juffrouw Darrow, we zullen ons gesprek straks voortzetten.'
'Thorin,' zei Gandalf, een waarschuwende ondertoon in zijn stem.
'Alleen,' voegde Thorin eraan toe.
'Prima,' zei ze met de hooghartigheid van een koningin, waarna ze door de lange Elf het gebouw in werd geleid.
Lizzy dacht dat ze nog nooit zoiets fijns had gevoeld als gloeiend heet badwater na een maand lang reizen in de wildernis en wassen in ijskoude riviertjes. Haar geschaafde arm prikte een beetje toen ze hem onderdompelde, maar de pijn verdween al gauw. Ze bleef een aantal minuten gewoon in het heerlijk warme water liggen, starend naar het prachtig gewelfde plafond boven haar terwijl haar verstrikte haar in een zwierige wolk om haar hoofd dreef.
Frustrerend genoeg kwam ze erachter dat ze zich niet volkomen kon ontspannen, ondanks haar vredige omgeving. Ze was in Rivendell, een van de prachtigste plaatsen in Middle Earth, het 'perfecte huis', zoals het in de boeken beschreven werd, maar ze kon niet ophouden met denken aan een zekere lastige Dwergenkoning. Haar geest spon van de gedachten en verwachtingen van het komende gesprek met Thorin – hoeveel kon ze hem vertellen, en hoeveel zou hij per se willen weten? Ze dacht na en beet op haar lip. Zou hij genoegen nemen met iets wat niet de volledige waarheid was?
Ze zuchtte zacht en ging overeind zitten. Toen zag ze dat het badwater lichtbruin getint was door al het stof op haar huid en haar. Ze trok een gezicht om hoe vies ze geweest was, greep een van de washandjes en begon haar lichaam van top tot teen schoon te schrobben voordat ze haar haar uitspoelde met schoon water uit een kan.
Het water was al aardig afgekoeld toen ze uit het bad stapte en zich in een enorme, donzige handdoek wikkelde. Ze liep naar de grote kamer, aangezien ze achter een doorschijnend scherm in een hoek een bad genomen had, en rommelde door de rugzak op haar bed. De kamer was prachtig, open en luchtig met een balkon met uitzicht op de vallei en waterval en een groot bed dat er oneindig veel comfortabeler uitzag dan de harde grond.
De Elven hadden haar ondergoed, T-shirts en cargobroek meegenomen om ze te wassen, waar ze ze ongelooflijk dankbaar voor was. Ze hadden een prachtige, doorschijnende jurk achtergelaten die ze niet aan durfde te raken uit angst dat ze hem kapot zou scheuren, dus ze haalde haar reserveondergoed uit haar tas en de lichtblauwe jurk die ze aan had willen doen naar de barbecue in Nieuw-Zeeland, een hele wereld verderop. Ze hadden ook haar stevige wandellaarzen meegenomen om ze schoon te maken en hadden geveterde sandalen van zachte zijde achtergelaten.
Ze klopte de jurk uit en fronste bij het zien van de vele kreukels die in de stof zaten doordat het jurkje onderin haar tas gepropt had gezeten. Ze trok hem aan zonder beha, hopend dat ze niet opnieuw zou moeten rennen voor haar leven totdat haar andere kleren terugkwamen. Ze negeerde de sandalen en liet haar voeten bloot – de koele stenen vloer voelde geweldig aan nadat haar voeten wekenlang in laarzen gezeten te hebben. Haar benen waren erg bleek vergeleken bij haar armen en gezicht, aangezien ze haar hele verblijf in Middle Earth al bedekt waren geweest. Ze waren ook ongeschoren, maar dat maakte Lizzy eigenlijk niet zoveel uit – ze had geluk dat het haar dat er zat toch blond was, zodat het niet zo op viel. Daarnaast waren Dwergen gewend aan harige vrouwen, ze zouden waarschijnlijk bezorgd zijn als ze geen harige benen had.
Het duurde een aantal minuten voordat ze de knopen uit haar natte haar gekamd had en tegen de tijd dat ze klaar was, was Lizzy zo ongeveer tegen de kam aan het grommen – ze had per ongeluk een aantal plukken haar meegetrokken toen ze een knop tegenkwam.
Ze was net klaar met het borstelen van haar haar toen iemand zacht op de deur klopte.
Lizzy slikte hoorbaar en liep ernaartoe, haar hart bonzend van de spanning.
Thorin vond de Elfse badhuizen bijzonder vreemd. In Ered Luin was hij gewend aan donkere stenen grotten met warmwaterpoelen die water aangevoerd kregen van heetwaterbronnen en verlicht waren door flakkerende toortsen. Hier werden ze gedwongen te baden in een open gebouw met koud water en een rij bomen voor privacy. De Elven boden aan hun kleren te wassen, maar ze weigerden omdat ze in de tussentijd geen Elvendingen wilden dragen.
Hij baadde en trok vlug zijn kleren weer aan, stiekem dankbaar om weer schoon te zijn na hun onderonsje met de trollen, maar hij verlangde ernaar om juffrouw Darrow op te zoeken en de antwoorden te krijgen die hij zocht.
'Thorin,' zei Fili toen hij op het punt stond om het badhuis uit te lopen, nog steeds halverwege zijn wasbeurt. 'Wees niet te streng voor haar, oké?'
Hij wierp hem een boze blik toe, maar antwoordde niet. Hij was behoorlijk geërgerd door hun absolute overtuiging van haar onschuld en vroeg zich af welk fantasierijk verhaal ze verzonnen had dat zijn neven haar zo blindelings vertrouwden.
Het duurde een poosje voordat hij het gastenverblijf vond, hij dwaalde een tijdlang door het doolhof van gangen en balkons voordat hij zijn trots genoeg opzij wist te zetten om de weg te vragen. Toen hij eindelijk wist waar hij heen moest stond hij al gauw bij haar kamer en hoorde gepraat van binnen komen.
Hij klopte hard op de deur.
'Kom binnen,' hoorde hij juffrouw Darrow roepen.
Hij duwde de deur open en fronste meteen zijn wenkbrauwen, aangezien hij haar comfortabel op het bed zag zitten met dezelfde Elf die haar naar haar kamer gebracht had. Haar haar hing vochtig over haar schouders, de eerste keer dat hij het los had zien hangen sinds ze Bag End verlaten hadden, en ze droeg een erg kort, hemelsblauw jurkje – schandalig kort, hij kwam nog niet tot op haar knieën, het leek meer op een nachtjapon voor een getrouwde vrouw dan op een jurk die in het openbaar gedragen kon worden.
De Elf was haar geschaafde arm aan het verbinden. 'Echt, het is maar een schaafwond, Lindir, ik heb geen medische aandacht nodig,' zei ze tegen de Elf en ze draaide zich om om te zien wie er binnen was gekomen – haar gezicht, roze van het schrobben, verbleekte lichtjes toen ze hem zag staan.
'Goed, vrouwe Elizabeth,' zei Lindir, die Thorin nu ook opgemerkt had en opstond. 'Ik zal de kamer verlaten, ik hoop dat we ons gesprek over uw wereld tijdens uw verblijf hier nog eens voort kunnen zetten, het klinkt als een fascinerende plaats.' Hij pakte haar hand en maakte een buiging, en Thorins frons werd dieper.
De Elf zweefde bijna de kamer uit en knikte Thorin toe terwijl hij voorbij liep. Hij trok de deur achter zich dicht en liet hen met zijn tweeën alleen in de slaapkamer achter.
Kindle-the-Stars:
Sorry, nog een cliffhanger… maar hun gesprek komt in het volgende hoofdstuk!
Ik vond dit eigenlijk een behoorlijk lastig hoofdstuk om te schrijven – de zoektocht naar het evenwicht tussen een boze Thorin en een ronduit gewelddadige Thorin was best moeilijk. Houd even in gedachten dat hij zeker wist dat ze hen had verraden en dat het voor hem dan niet uitmaakte dat ze een vrouw was.
Reacties zijn welkom, laat vooral weten wat jullie van het verhaal vinden! Daarnaast kunnen jullie alle updates en sneak peeks volgen en vragen stellen op mijn tumblr ~KindletheStars
De vraag van deze week… Smaug vs de Balrog, wie zou er winnen?
xxMarith:
Okee, misschien ligt het tempo hoger dan ik verwacht had, maar ik durf nooit beloftes te maken over wanneer ik update (ik ben namelijk een van die chaotische en vergeetachtige mensen die zulke beloftes zou verbreken) dus hier- verrassingshoofdstuk! (:
