xxMarith:
DISCLAIMER: Niet van mij, niet van mij, niet van mij, ik doe slechts het vertaalwerk.


"When you tear out a man's tongue you are not proving him a liar, you are only telling the world you fear what he might say."

George R. R. Martin, A Song of Ice and Fire


Thorin leek behoorlijk beledigd door de benadering van de Elvenvrouw en verplaatste zich om zo ongeveer voor Lizzy te gaan staan alsof hij haar achter zich wilde verbergen, maar Lizzy was vervuld van ontzag. Vrouwe Galadriel was simpelweg beeldschoon: haar huid was zo wit als lelies en haar gouden haar viel in zachte golven tot op haar heupen, nog stralender door de witgouden cirkel op haar hoofd. Ze droeg een jurk van wit en zilver, die in een lang spoor achter haar aan sleepte. Stralen zonlicht leken om haar heen te dansen en werden als ragfijne draden gevormd tot een hemelse, schitterende sluier.

'Wat voor zaken kan een Elf in vredesnaam te bespreken hebben met een lid van mijn gezelschap?' vroeg Thorin op een nogal onbeleefde manier, zijn wenkbrauwen gefronst.

'Thorin, alsjeblieft zeg,' siste Lizzy geërgerd, terwijl ze met moeite de neiging om er een kop dicht aan toe te voegen onderdrukte en om hem heen stapte. 'Ja, vrouwe Galadriel, wat kan ik voor u doen?'

De vrouwe maakte een elegant handgebaar met één witte hand en ze volgden haar tussen de bomen door, op weg naar een rustig kabbelend stroompje. Thorins hand bleef op haar arm liggen en hield haar half tegen. 'Waar denk je dat je mee bezig bent?' fluisterde ze tijdens het lopen.

'Ik vertrouw haar niet,' antwoordde hij, niet de moeite nemend om zachtjes te praten.

Lizzy rolde met haar ogen en schudde zijn hand weg. Vrouwe Galadriel had hen meegenomen naar een kleine waterval die het riviertje van water voorzag. Het water viel als zilver in een kristalheldere poel voordat het over de rand stroomde om zich bij het stroompje te voegen en langs de groene bomen weg te stromen. Ze bleef naast het kleine, natuurlijke bassin stilstaan en keek hen zwijgend aan.

'Hoewel ik je niet terug kan brengen naar jouw wereld, kan ik je wel een blik in de leegte aanbieden, als je dat graag zou willen,' zei ze uiteindelijk tegen Lizzy, haar stem diep en overtuigend. 'Ik heb begrepen dat je al bekend bent met de aard van mijn krachten.'

Ze knikte, zich afvragend wat de vrouwe haar zou kunnen laten zien - zou ze haar familie misschien kunnen zien, haar broertje Peter, dat ze alleen achter had gelaten in Nieuw-Zeeland? Ze had haar best gedaan om niet teveel aan ze te denken tijdens haar tijd in Middle-Earth, maar nu haar wereld genoemd werd stroomde haar hoofd vol met herinneringen en een vreselijke, verlangende heimwee.

Ze deed een stap naar voren, maar werd opnieuw tegengehouden doordat Thorin een hand op haar arm legde.

'Ik kan je verzekeren dat het veilig is, Thorin Oakenshield,' zei vrouwe Galadriel, niet beledigd door zijn gedrag. 'Ook jij bent welkom om in de spiegel te kijken.'

'En wat zullen we zien als we kijken?' vroeg Thorin achterdochtig, terwijl hij haar nog steeds beschermend tegenhield.

'Dingen die waren, dingen die zijn en dingen die nog komen moeten.'

Zowel Thorin als Vrouwe Galadriel keken haar aan - de één wierp haar een verbaasde blik toe en de ander verborg een geamuseerde en wetende glimlach. 'Sorry, ik kon het niet laten,' voegde Lizzy er zachtjes aan toe, een beetje beschaamd na The Lord of the Rings geciteerd te hebben.

Vrouwe Galadriel richtte haar glimlach weer op Thorin. 'Je metgezellin heeft gelijk. De spiegel toont veel dingen, waaronder de weg die voor je ligt.'

'Ik dacht dat de spiegel in Lothlorien was?' vroeg Lizzy met een lichte frons.

De vrouwe boog haar hoofd, haar punt erkennend. 'De spiegel is slechts een concentratiemiddel, de kracht komt van mij,' zei ze, een witte hand op haar borst. Lizzy zag de prachtige zilveren en diamanten ring om haar vinger, stralend als een eenzame ster. 'Zou je willen kijken?'

'Ja,' zei ze en ze stapte naar voren – deze keer probeerde Thorin haar niet tegen te houden, maar ze was zich ervan bewust dat hij achter haar bleef staan terwijl zij naar de poel stapte. Ze stapte omhoog naar het stroompje en keek voorzichtig in het natuurlijke waterbassin, maar ze zag alleen de gevlekte stenen op de bodem en de weerspiegeling van het bladerdek boven haar. Ze wierp een blik op Vrouwe Galadriel, maar de aandacht van de Elvenvrouw was op de spiegel gericht.

Toen ze weer terug keek zag ze de weerspiegeling van de bladeren bewegen en dansen alsof het heel hard waaide. Een briesje gleed over het wateroppervlak en liet een nieuwe afbeelding achter. Ze zag zichzelf als kind, thuis in hun achtertuin, en ze had een stok vast als geïmproviseerd zwaard terwijl ze samen met haar broers deed alsof ze vocht, haar jurk bespet met modder. Ze zag een uitgebreid kerstdiner van een paar jaar geleden, toen haar grootouders en neven en nichten waren komen eten en ze allemaal belachelijke truien droegen. Ze zag zichzelf over de universiteitscampus lopen op een zonnige dag en toen tijdens het uitgaan, drinkend en dansend met haar vrienden.

Beelden verschenen steeds sneller – de bruiloft van haar broer, haar diploma-uitreiking, de familie in het ziekenhuis op de dag dat haar nichtje werd geboren, zij en Peter die werden uitgezwaaid op het vliegveld en toen, tenslotte, zij die rondjes draaide op een heuvelrug in Nieuw-Zeeland, hoog boven een schitterend meer.

Het briesje keerde terug, vervormde de beelden en veranderde ze. Nu zag ze zichzelf lachen met Fili en Kili terwijl ze haar probeerden te leren boogschieten, ze zag hoe ze een glimlachende Bombur hielp met koken, hoe ze Bofurs muts stal, hoe ze samen met Ori in zijn dagboek keek en hoe ze gebarentaal gebruikte met Bifur, allemaal gebeurtenissen van de afgelopen weken in de wildernis. Het laatste beeld was eentje die ze niet herkende – ze lag op een zonnige dag te slapen in een weide en Thorin zat naast haar, zijn zwaard op zijn schoot alsof hij over haar waakte.

Lizzy keek vragend op naar Vrouwe Galadriel.

Er liggen veel keuzes voor je in het verschiet, Elizabeth Darrow, hoorde ze de vrouwe in haar hoofd zeggen. En veel beproevingen.

Ze keek weer terug naar het water en zag dat het vredige beeld was vervangen door een scène die duidelijk een slagveld voor moest stellen. Ze herkende Fili, bijna zwart door opgespat bloed, in gevecht met een reusachtige Ork. Hij hield het goed vol totdat er een andere Ork kwam die hem van achteren aanviel en meedogenloos een akelig uitziend kromzwaard door zijn rug stak.

'Nee,' fluisterde ze verafschuwd toen het beeld veranderde in Kili die schreeuwde van verdriet terwijl hij het lichaam van zijn broer tegen zich aandrukte en hopeloos om zich heen keek, met drie zwartgevederde pijlen die zijn eigen gehavende wapenuitrusting doorboorden. In zijn moment van rouw merkte hij niet dat er een Ork aankwam, zijn zwaard gereed voor de doodslag.

Dit is wat er zal gebeuren als je faalt, zei Vrouwe Galadriel in haar hoofd en het beeld veranderde opnieuw, dit keer in Thorins lichaam dat gedragen werd op een brandstapel, gevolgd door een bedroefde stoet, de Arkensteen in zijn handen op zijn borst. Het leek er bijna op dat hij gewoon sliep, ware het niet dat zijn huid en lippen een lijkbleke kleur hadden.

'Oké, oké, ik snap het,' zei Lizzy, haar stem getint door angst en ontzetting. Met moeite rukte ze zich los van de aantrekkingskracht van het water en deed struikelend een paar stappen naar achteren totdat ze opgevangen en rechtgezet werd door Thorin. Hem zien – zo vast en levend, terwijl hij haar bezorgd aankeek – na haar visioen was simpelweg teveel. Ze schoof zijn handen van zich af. 'Ik zie je straks wel weer,' mompelde ze, ondertussen al achteruit lopend.

'Waar ga je heen?' wilde hij weten.

'Ik… ik moet gewoon even alleen zijn,' zei ze, volledig overspoeld door zowel angst als de plotseling verdubbelde verantwoordelijkheid die er op haar schouders rustte. Zonder ook maar één keer terug te kijken naar de Vrouwe draaide Lizzy zich om en vluchtte weg.


Thorin keek toe hoe ze zich als een geschrokken ree tussen de bomen door weer terug haastte naar Rivendell en in een flits van blauw verdween toen de zoom van haar jurk na een boom om de hoek zwiepte. Hij had haar bekeken terwijl ze in het water keek en de visioenen die ze gezien had waren duidelijk gelukkig begonnen: ze had met een verraste glimlach naar het water gekeken, die toen plotseling veranderde in verdriet en wanhoop voordat ze angstig achteruit gestruikeld was. Ze werd duidelijk gekweld door wat de spiegel haar had getoond en had hem nauwelijks in zijn ogen kunnen kijken voordat ze weggerend was.

'Wat heb je haar laten zien?' gromde hij tegen de Elvenheks, zijn hand onbewust op de knop van zijn zwaard.

'Dat is slechts voor haar ogen bestemd,' zei de vrouw en haar stem bevatte een vleugje droefheid. Ze wendde haar felblauwe blik af van de bomen waar juffrouw Darrow net in gevlucht was, en keek hem doordringend aan. 'Wil jij ook kijken?'

Hij deed zijn mond open met de bedoeling om bot te weigeren, maar herinnerde zich toen wat ze gezegd had over dat de spiegel hem mogelijk de weg die voor hem lag zou kunnen laten zien. Hij vroeg zich af of hij een manier zou zien waarop hij Fili en Kili zou kunnen redden van welk lot het boek van juffrouw Darrow hen dan ook toeschreef en besefte toen dat hij het zich niet kon permitteren om dit aanbod van de Elvenvrouw af te slaan.

Hij deed met tegenzin een stap naar voren en keek omlaag in het bassin, waar hij alleen stenen zag in het heldere water. Hij wilde zich net weer terugtrekken en deze Elvenmagie afschrijven als oplichterij toen de donkergrijze kleur van de stenen in het water leek te sijpelen totdat de hele poel inktzwart was en ronddraaide. Een eenzaam stralende ster brandde in het midden van de duisternis en het beeld ging geleidelijk over in de troonzaal van Erebor, waar de ster, die de Arkensteen bleek te zijn, helder schitterde op zijn trotse plaats boven de troon.

Hij zag zichzelf voor de troon staan en met Fili en Kili praten, met een kleine, donkerharige jongen die hij niet herkende naast zich. De jongen hield zijn hand vast en keek met zilverkleurige ogen naar hem op terwijl hij met zijn neven praatte. Ze droegen allemaal rijke kleren en hij droeg de kroon van Thror, overduidelijk Koning Onder de Berg.

'Papa!' hoorde hij van ver weg, de stem vervormd door het water. Een klein meisje kwam de troonzaal binnenrennen en hij zag hoe hij haar lachend in zijn armen zwierde.

'Is dit de toekomst?' vroeg hij verrast aan de vrouwe toen hij besefte dat hij zowel koning was als vader van deze twee kinderen.

'Het is een mogelijke toekomst,' antwoordde ze, haar stem melodieus, maar nog steeds lager dan de stemmen van de meeste vrouwen. 'Jij bent een van de weinigen in deze wereld die volkomen vrij is een eigen bestemming te kiezen.'

Terwijl hij nadacht over de woorden van de vrouwe veranderde het beeld van familie in vuur – hij zag dat Lake Town aan werd gevallen door Smaug en mensen die schreeuwden en renden voor hun leven terwijl huizen en gebouwen in luttele seconden tegen de grond werden gesmeten.

Plotseling hoorde hij de stem van de vrouwe luid en duidelijk in zijn hoofd. Je zou er goed aan doen het advies van je metgezellin op te volgen gedurende deze reis. Ze weet veel en is sterker dan je denkt.


Zodra ze gestopt was met rennen dwaalde Lizzy doelloos tussen de bomen, en het felle zonlicht en de zachte geur van geplette dennennaalden werkte rustgevend voor haar opgejaagde zenuwen. Ze was onmiskenbaar getraumatiseerd door wat ze in de spiegel had gezien en de beelden van de dood van Fili en Kili speelden zich tijdens het lopen keer op keer af in haar hoofd. Ze had vanaf het begin al geweten dat Gandalf wilde dat ze hen redde – of op zijn minst één van hen, zodat de stamboom van Durin zich voort zou zetten, of zoiets onzinnigs – maar nu ze in levendig, grafisch detail had moeten toekijken hoe ze stierven, was de verantwoordelijkheid die de Tovenaar op haar schouders had gelegd alleen maar groter geworden.

Thorin had haar die ochtend nog gevraagd wat er zou gebeuren als ze faalde en ze had geen antwoord gegeven – het antwoord dat ze zichzelf nu kon geven was dat ze het zichzelf nooit zou vergeven als ze toch niet in staat zou zijn om hen te redden.

Toen ze dichter bij het huis kwam zag ze hoe Bilbo langzaam over een balkon slenterde en ze riep zijn naam om zijn aandacht te trekken. Zodra hij bleef staan om op haar te wachten, haastte ze zich de kleine trap op om bij hem te komen, haar nieuwe zwaard nog steeds onhandig in haar hand.

Hij fronste onmiddellijk zijn wenkbrauwen en zijn gezicht rimpelde van bezorgdheid. 'Wat is er, waarom huil je?'

Lizzy raakte haar gezicht aan, voelde de natte sporen op haar wangen en besefte dat de tranen stilletjes over haar wangen gelopen moesten hebben zonder dat ze het gemerkt had. 'Allergieën,' antwoordde ze zo normaal mogelijk, terwijl ze ze haastig met de rug van haar hand aan de kant veegde. 'Al die pollen, weet je?'

Bilbo bood haar de netjes opgevouwen zakdoek aan die hij in Bree had gekocht. 'Pasgewassen door de Elven,' verzekerde hij haar met een vriendelijke glimlach.

'Bedankt,' zei ze. Ze nam de zakdoek dankbaar aan en verwijderde alle restanten van haar tranen. 'Wat was je aan het doen?' vroeg ze aan de Hobbit.

'Gewoon op ontdekkingstocht, eigenlijk,' antwoordde hij, dromerig om zich heen kijkend.

'Ik ook, vind je het erg als ik met je meeloop?' vroeg ze snel, op zoek naar een afleiding na de beelden van de spiegel.

'Natuurlijk niet,' zei Bilbo, die beleefd zijn arm aanbood terwijl ze verder liepen. Ze moest iets bukken, maar haakte haar arm in die van hem. Ze liepen langzaam langs de ene kant van het gebouw, over verscheidene balkons, loopbruggen en prieelachtige structuren, ademloos starend naar de verbazingwekkende architectuur en het prachtige landschap van de vallei. Er hoefde niet veel gepraat te worden, ze gingen allebei op in de vredigheid van hun omgeving. Ze kwamen verscheidene Elven tegen, die hen gastvrij toeknikten en stilletjes glimlachten nadat ze voorbij waren, geamuseerd door het ongebruikelijke tweetal van een Hobbit en een vrouw die beiden op blote voeten liepen.

'Wat vind je ervan?' vroeg Lizzy toen ze naar binnen liepen.

'Ik vind het prachtig,' zei Bilbo met een gelukzalige uitdrukking op zijn gezicht. 'Ik vond daarstraks een grote hal die de Hal van Vuur heette, waar altijd een vuur brandt. Je kunt er gewoon heen gaan om stilletjes na te denken of te schrijven, maar tijdens vieringen wordt het gebruikt als verzamelplaats.'

Bilbo begon vrolijk over de Elven te praatten terwijl ze het huis ontdekten en vertelde haar alles over de Elven die hij in de Shire had ontmoet en de verhalen die ze hem hadden verteld. Ze liet hem maar al te graag praten; zijn opgewekte en zorgeloze stem werkte kalmerend. Ze liepen langs verscheidene hallen en kamers en kwamen per ongeluk bij Gandalf en Elrond terecht in zijn studeerkamer, voordat ze in een grote kamer uitkwamen met een verzameling schilderijen, standbeelden en relikwieën.

Ze bestudeerde een opmerkelijke helm die eruitzag als een draak, voordat ze verder liep naar de schilderijen. Er hingen er veel aan de muur en toen ze erlangs liep besefte ze dat ze de geschiedenis van Middle Earth afbeeldden.

Ze bleef een poosje voor een verzameling schilderijen staan die het verhaal afbeeldden dat zij kende als de Silmarillion. Ze liet haar hand over een schilderij glijden van Melkor met zijn kroon waarin de drie Silmarillen zaten en keek toen naar het schilderij dat liet zien hoe ze uiteindelijk van hem werden teruggeroofd. De drie schilderijen die haar het meest interesseerden beeldden het lot van elk van de drie juwelen af: één werd op de borst van een grote witte vogel geplaatst en werd over zee naar een schip gedragen - dat schip reisde vervolgens door een duistere tunnel, waarna de Silmaril eindigde als de Morgenster; één werd in zee gegooid terwijl een droevige Elf langs de kusten liep, rouwend om het verlies; en de laatste werd in de vurige afgrond van de aarde geworpen.

Lizzy stond verbaasd over de enorme geschiedenis die er te vinden was in Middle Earth. Ze vroeg zich af hoe dat allemaal kon – had Tolkien deze wereld op de een of andere manier gecreëerd, of bestond de plek al voor de boeken? Misschien had ook hij, op de een of andere manier, deze wereld bezocht.

Ze liep naar de andere kant van de kamer om de meer recente afbeeldingen te bekijken en vond er een die ze herkende als de ondergang van Sauron, waarop Isildur het glanzende, gebroken zwaard van zijn vader verdedigend omhoog hield. Ze draaide zich om en zag een standbeeld van een vrouw, haar armen uitgestoken, het gebroken zwaard op een voetstuk ertussenin.

Ze probeerde niet naar adem te happen en daalde een trapje af om goed naar het zwaard te kijken, verbijsterd door het stukje geschiedenis dat er voor haar lag en vol ontzag dat zij wist wat er in de toekomst mee gedaan zou worden.

'Dit moet Elendils zwaard zijn,' zei Bilbo, die achter haar kwam staan en van het gebroken zwaard naar het schilderij keek.

'Inderdaad,' zei ze zachtjes en ze raakte voorzichtig het handvat aan.

Plotseling kreeg ze het gevoel dat ze bekeken werden en Lizzy draaide zich vlug om om een klein, donkerharig kind te zien staan, zo'n tien jaar oud, dat hen met lichte ogen nieuwsgierig aankeek, een dun boek in zijn hand.

'Estel?' hoorde ze iemand roepen vanuit een andere kamer en de jongen keek over zijn schouder, grijnsde nog een keer en rende toen weg. Lizzy keek glimlachend toe hoe hij wegrende, de naam herkennend als de naam die Aragorn gebruikte in zijn jeugd. Het was één ding om middenin The Hobbit te leven, maar het was heel anders en opwindend om jonge personages uit The Lord of the Rings tegen te komen.

'Wat is er?' vroeg Bilbo, die van de wegrennende jongen naar haar dwaze glimlach keek.

'Niets, een binnenpretje,' zei ze, waarna ze Bilbo's arm weer vastgreep. 'Kom op, laten we de bibliotheek gaan zoeken.'


Nadat hij de Elvenheks in het bosje had achtergelaten dwaalde Thorin een poosje door de enorme tuinen van Rivendell, en hij moest met tegenzin hun schoonheid en vredigheid erkennen. Verscheidene keren hoorde hij het vrolijke gezang van Elven in de verte en dan ging hij een andere kant op om te kunnen blijven lopen. Op die manier had hij al gauw een grote afstand afgelegd en was zo vaak van richting veranderd dat hij geen idee meer had welke richting hij op moest om bij het huis te komen.

Hij stond naast de rotswand van de vallei en volgde de wand in de richting waar hij dacht dat het huis stond, totdat hij bij een grote waterval kwam die in een van de vele rivieren stortte. Achter het stromende water vond hij een kleine, door de natuur gevormde grot en hij schuifelde langzaam naar binnen, waarbij hij het voor elkaar kreeg om niet al te nat te worden. Het resultaat was een stenen cocon, door het stromende water geïsoleerd van de rest van de wereld. Zonlicht, vervormd door de waterval, viel naar binnen en danste over de wanden van de grot.

Hij ging tegen de muur van de grot zitten om na te denken. Er was veel te veel gebeurd die dag en hun aanvaring met de trollen die ochtend leek wel eeuwen geleden. Hij was uitgeput na de enorme verscheidenheid aan emoties die hij die dag ondergaan had, en ze hadden bijna allemaal te maken gehad met hun mysterieuze adviseur.

Ze was nu echter niet zo mysterieus meer, hij kende haar geheim. Hoe vreemd en vergezocht het ook klonk, ze had inderdaad voorkennis van hun zoektocht omdat de tocht beschreven stond in een boek in haar wereld.

De visioenen van de Elvenvrouw hadden hem simpelweg met meer vragen achtergelaten. Vooral het visioen over de twee kinderen in de mogelijke toekomst die ze hem had laten zien was erg intrigerend. Hij had nooit gedacht dat hij een vrouw zou hebben, was altijd te druk met het leiden van zijn hallen in Ered Luin. Hij had altijd aangenomen dat Fili hem op zou volgen, aangezien hij zelf geen kinderen had, maar nu was het blijkbaar een mogelijkheid die overwogen moest worden.

Hij bleef een paar uur rustig zitten en luisterde naar het stromende water, peinzend over wat juffrouw Darrow had gezegd over zijn neven en over het feit dat hij wel degelijk Koning Onder de Berg zou worden. Toen hij zijn ogen weer open deed zag hij dat de hoeveelheid licht minder was geworden en hij besloot terug te keren naar het huis, zich herinnerend dat juffrouw Darrow had gezegd dat hij naar de kaart moest vragen.

Met de zonsondergang als richtingspunt liep hij zonder problemen naar de westkant van de vallei, waar hij het huis gemakkelijker vond dan hij verwacht had, hoewel het donker was tegen de tijd dat hij terugkwam. Toen hij over de balkons en trappen liep vond hij de binnenplaats waar het gezelschap zich verzameld had en waar Bofur en Bifur voor iedereen vlees aan het bakken waren na hun niet erg bevredigende lunch.

Hij zag dat juffrouw Darrow klein opgekruld naast zijn neven zat, haar armen strak om haar knieën geslagen en haar zwaard naast zich op de grond. Ze zag er nog steeds verontrust uit, gekweld zelfs, haar grijze ogen waren erg groot terwijl ze voor zich uit staarde naar de steeds donker wordende lucht.

'Balin,' zei hij zacht om de aandacht van zijn vriend te trekken zonder het hele gezelschap op de been te brengen. 'Kom.'

'Waar gaan we heen?' vroeg de oudere Dwerg terwijl hij overeind krabbelde.

'Op zoek naar Gandalf en onze gastheer,' antwoordde hij.

'Eerder vandaag waren ze in de studeerkamer,' bracht Bilbo in vanaf zijn plek naast Balin.

'In dat geval, ga maar voor, meneer Baggins,' beval Thorin, die niet wist waar de studeerkamer was en ook geen zin had om de Elven voor de derde keer die dag de weg te vragen. Meneer Baggins kwam ook overeind en het drietal glipte stilletjes weg, het huis in.

'Waar hebben we de Elf voor nodig?' vroeg Balin tijdens het lopen.

'Om de kaart te lezen,' zei Thorin kortaf.

'Thorin, nee,' zei zijn oude vriend geschrokken. 'Het is het erfgoed van ons volk, die geheimen gaan Elven niets aan.'

Er was een tijd waarin hij het misschien eens zou zijn geweest met zijn vriend en koppig geweigerd zou hebben om de kaart aan de Elf te laten zien, maar na zijn gesprek met juffrouw Darrow was hij bereid zijn trots op te offeren om de Elven om hulp te vragen. 'Het is de enige manier,' antwoordde hij, waarna hij hard op de deur klopte die volgens de Hobbit naar de studeerkamer leidde.


Het was steeds donkerder geworden en Bilbo was over het avondeten beginnen te praten, dus hij was voorop gegaan naar een kleine binnenplaats die de Dwergen die avond in beslag hadden genomen, blijkbaar niet bereid om de gastverblijven te accepteren. En inderdaad, ze hadden de Dwergen aangetroffen bij een kampvuurtje, waar ze vlees aan het roosteren waren om de vegetarische maaltijd die ze als lunch gekregen hadden aan te vullen. Thorin was echter nog afwezig.

Lizzy liep zwijgend naar een bankje, waar Fili en Kili zaten te roken. De aanblik van het duo, levend en zorgeloos, na haar visioen van die middag, deed vreemde dingen met haar hart – het sprong op van vreugde en zakte tegelijkertijd wanhopig in haar schoenen. Zwijgend zakte ze naast hen neer, trok haar benen omhoog en liet haar kin op haar knieën rusten.

'Jij en Thorin leken beter met elkaar op te kunnen schieten tijdens lunch,' merkte Fili op na een paar minuten van comfortabele stilte, zonder op te kijken van het prutsen met zijn pijp.

'We hebben een aantal dingen opgehelderd,' reageerde ze expres vaag.

'Hoe ging dat?' vroeg Kili nieuwsgierig.

'Nou ja, ik leef nog, of niet?' zei Lizzy met een kleine zijwaartse glimlach, en verlaagde haar stem toen tot een fluistertoon. 'Ik heb hem verteld over het verhaal in mijn wereld en hij leek me zelfs echt te geloven.'

'Goed,' zei Fili, die nog steeds tabak in zijn pijp aan het stoppen was. Plotseling keek hij op, zijn ogen scherp. 'Lizzy, ik hoop dat je weet dat hij je nooit zo behandeld zou hebben als hij niet gedacht had dat je…' Hij stopte ongemakkelijk.

'Dat weet ik,' zei ze, terugdenkend aan dat ze haar verteld hadden dat Dwergenvrouwen in hun cultuur beschermd en gerespecteerd werden.

Er viel opnieuw een stilte, waarin Thorin op de binnenplaats arriveerde en zachtjes met Balin praatte voordat ze samen met Bilbo het huis in glipten. Ze nam aan dat ze naar de kaart gingen vragen, maar had geen zin om met ze mee te gaan. Lizzy staarde leeg voor zich uit in het duister, weg van het licht van het vuur. Veel Dwergen begonnen zich klaar te maken om naar bed te gaan – ze trokken hun jassen uit en spreidden hun slaapmatjes uit.

'Gaat alles goed?' vroeg Fili zachtjes toen hij eindelijk zijn pijp opborg. 'Je ziet er… verdrietig uit.'

'Het gaat prima,' antwoordde ze automatisch, maar toen zuchtte ze en schudde haar hoofd. Eigenlijk niet. Ik denk dat ik gewoon… een beetje heimwee heb. Ik mis mijn familie,' zei ze eerlijk, terwijl ze haar knieën dichter tegen zich aan trok zodat haar lichaam tot een balletje was opgekruld. De levendige vertoning van haar herinneringen eerder die middag had haar verlangen naar huis op doen laaien.

'Ik weet zeker dat ze jou ook missen,' zei hij troostend, maar Lizzy schudde opnieuw haar hoofd.

'Nee, Gandalf zei dat hij me terug zou sturen naar precies dezelfde tijd en plaats als waar ik vandaan kwam,' legde ze bedroefd uit. 'Ze zullen niet eens gemerkt hebben dat ik weg ben.'

De gedachte dat ze terug zou keren naar haar familie als een totaal ander mens, vol nieuwe verhalen en ervaringen die ze nooit met hen zou kunnen delen, maakte haar nogal van streek, hoewel ze wel begreep dat het beter was dan dat haar familie dacht dat ze vermist was en zich zorgen om haar maakte. Plotseling verlangde ze er weer naar om alleen te zijn en ze krabbelde overeind. 'Weet je wat? Ik denk dat ik maar naar bed ga, ik ben best moe.'

'Je blijft niet hier bij ons?' vroeg Kili verrast toen ze de binnenplaats over begon te steken.

'Ben je gek? De Elven hebben me een matras gegeven en echte kussens met dons, ik zou voor geen goud hier blijven om naar jullie gesnurk te luisteren,' zei ze ongelovig, haar onrustigheid verbergend onder sarcasme. Ze blies een kus naar het gezelschap terwijl ze wegliep. 'Trusten, jongens.'


Na zijn gesprek met heer Elrond keerde Thorin terug naar de binnenplaats, zijn hoofd tollend van de nieuwe dingen die hij geleerd had. De deur in de berg bestond echt en kon slechts geopend worden op een bepaalde dag, wat betekende dat ze nu een strak schema hadden voor hun reis, als ze tenminste op tijd wilden komen. Durinsdag was nog enkele maanden weg, maar hij wilde zo gauw mogelijk weer op weg zijn, vooral nadat de Elf hem verteld had dat hij hun zoektocht "onverstandig" vond: hij vreesde dat ze hen op de een of andere manier zouden proberen te hinderen.

Toen hij terugkwam bij de binnenplaats zag hij dat het grootste gedeelte van het gezelschap nog wakker was. Hij bracht ze fluisterend op de hoogte van wat er op de kaart stond, vertelde ze over de maanrunen en het belang van Durinsdag. Ze waren het er allemaal over eens dat ze zo snel mogelijk moesten vertrekken, gretig om weg te zijn uit deze vreemde en zonderlinge Elvenplaats. Bilbo's gezicht betrok toen hij hoorde dat ze zo snel verder zouden trekken, maar hij hield zich wijselijk stil.

Thorin besefte wie er miste en keek de binnenplaats rond. 'Waar is juffrouw Darrow?' vroeg hij, aangezien ze niet langer opgekruld op de bank zat met zijn neven. Hij voelde een kleine steek van bezorgdheid, zich herinnerend hoe bleek en gekweld ze er eerder die avond uitgezien had.

'Die is teruggegaan naar haar kamer, ze zei iets over slapen zonder het geluid van ons gesnurk,' legde Bombur uit vanaf zijn slaapmat.

'Weet ze niet dat ze zelf ook snurkt?' vroeg Bofur met een grijns.

'Ja, maar niet zo luid als wij,' zei zijn grote broer. ''t Zal beter zijn het meisje daar niets over te vertellen, het zal haar waarschijnlijk alleen maar van streek maken.'

Thorin liet hen al pratend achter en glipte opnieuw stilletjes de binnenplaats af. Hij vertelde zichzelf streng dat hij juffrouw Darrow alleen maar wilde informeren dat ze bij zonsopgang zouden vertrekken, maar eigenlijk maakte hij zich zorgen om haar. Toen ze eerder die dag het bos uit gevlucht was, was hij bezorgd geweest dat ze zichzelf misschien zou bezeren in haar geschrokken staat en toen hij haar daarstraks met Fili en Kili had gezien was het duidelijk geweest dat de middag haar stemming niet veel verbeterd had.

Bovendien wilde hij na zijn gesprek met Elrond weten of haar kennis van de kaart overeenkwam met wat hij net ontdekt had – een laatste test om haar vreemde verhaal te bevestigen.

Rivendell was grotendeels uitgestorven op dit nachtelijke tijdstip en hij zag slechts een paar Elven die zachtjes door het duister gleden. Hij had geluk dat hij de weg naar de gastenverblijven nog wist en niet opnieuw de weg hoefde te vragen.

Hij klopte zachtjes aan om zo min mogelijk aandacht op zichzelf te vestigen. Hij kreeg niet meteen antwoord, dus klopte hij nog een keer, deze keer harder.

Ze deed gapend de deur open en hij wendde onmiddellijk zijn ogen af.

'Had je jezelf niet even fatsoenlijk aan kunnen kleden, juffrouw Darrow?' vroeg hij, nog steeds starend naar het ingewikkeld gekerfde patroon in de deurpost boven haar hoofd. Ze had de deur open gedaan met haar haar los en warrig en ze droeg slechts een van haar vreemde shirts als nachtjapon, waardoor haar blote dijen niet eens bedekt waren.

'Ik sliep en ik verwachtte nou niet bepaald gezelschap,' zei ze verwijtend, maar ze stapte wel opzij om hem binnen te laten.

Hij zag dat er een mantel aan een haakje naast de deur hing, pakte hem en stak hem nadrukkelijk in haar richting, nog steeds zonder naar haar te kijken. Hij voelde dat ze het kledingstuk met een zucht van hem overnam.

'Is er ook nog een reden voor dit late bezoek?' vroeg ze zodra ze wat fatsoenlijker gekleed was in de mantel, haar armen om haar lichaam geslagen alsof ze zichzelf bij elkaar wilde houden. Nu hij zichzelf toestond om naar haar te kijken zag hij dat ze bleker was dan gewoonlijk en dat haar ogen lichtelijk rood getint waren. Daarnaast lagen de lakens op haar bed volledig overhoop en hij vroeg zich af of ze in haar slaap gekweld was door nachtmerries.

'Ik wilde graag zien of jouw informatie overeenstemt met de kennis die ik net van heer Elrond gekregen heb,' zei hij, terwijl hij haar de kaart gaf.

Ze nam de kaart aan en liep naar het balkon van haar kamer. Ze wist duidelijk hoe ze hem moest lezen, aangezien ze hem direct in het maanlicht hield, waar de maanrunen een flauwe, maar duidelijke gloed vertoonden door het licht dat achter hen scheen. 'Nou, ik kan geen Oud-Dwergs lezen en zoals ik eerder al zei weet ik de exacte woorden niet meer, maar er staat iets over een kloppende lijster en het laatste licht van Durinsdag.

'Inderdaad,' zei Thorin, die instemmend zijn hoofd boog. Het feit dat ze wist hoe ze de runen moest lezen en haar samenvatting van waar zij het over hadden gehad was genoeg om alle resterende twijfels die hij over haar opmerkelijke verhaal had gehad weg te nemen.

'Betekent dit dat je me gelooft?' vroeg ze, zo ongeveer zijn gedachten lezend terwijl ze naar voren stapte om hem de kaart terug te geven.

'Je hebt me geen reden gegeven je woorden in twijfel te trekken en het lijkt erop dat ik mijn neven alleen zal kunnen redden door jou te vertrouwen,' bromde hij, en maakte zijn stem toen streng. 'Het zou echter verstandig zijn om deze kennis van jou voor jezelf te houden, het is niet iets wat de rest van het gezelschap hoeft te weten.'

Na die woorden rolde ze met haar ogen. 'Dat weet ik, daarom had ik het ook niet aan jou verteld.'

Thorin keek haar even aan – deze vreemde en teer uitziende vrouw die zoveel geheimen had was blijkbaar de sleutel tot hun succes. 'Ik hoop dat je weet dat ik niet wilde geloven dat je een verrader was,' zei hij oprecht. Dat nieuws zou niet alleen zijn neven gebroken hebben, die een hechte vriendschap met het meisje hadden gesloten, maar ze had zichzelf in het gezelschap weten te nestelen. 'Ik heb vanmorgen tegen je gesproken op een toon die ik niet had mogen aannemen, en daarvoor bied ik mijn excuses aan.'

Ze keek hem glimlachend aan, zijn excuses accepterend. 'Dus nu kunnen we vrienden worden?'

'We zijn bondgenoten, juffrouw Darrow, wat volgens mij een stuk effectiever zal zijn voor jou,' verbeterde hij haar. Er viel een korte stilte terwijl ze elkaar aanstaarden, haar armen opnieuw beschermend om haar lichaam geslagen. Thorin riep zichzelf bij de les en stapte de kamer weer uit. 'We vertrekken bij het eerste ochtendlicht, zorg ervoor dat je klaar bent.'


Kindle-the-Stars:
Kunnen jullie geloven dat er slechts ÉÉN DAG zit tussen nu en de trollen?

Reacties en opbouwende kritiek zijn welkom – en wat de vraag van de week betreft, wat is je favoriete stuk in The Hobbit?

Jullie kunnen alle updates en sneak peeks volgen en vragen over het verhaal / personages stellen op mijn tumblr ~Kindle-the-Stars

xxMarith:
Ahh ja, een nieuw hoofdstuk. Ik wil minstens één keer per week uploaden en streef naar de zondag, maar als het allemaal soepel verloopt en leraren niet besluiten tien essays, twaalf PO's en zes presentaties in één keer op te geven, kan het natuurlijk ook dat ik iets vaker update, maar dat zou niet zo'n probleem moeten zijn toch? (: