xxMarith:
DISCLAIMER: Nog steeds niet van mij en dat is het ook nooit geweest en ja okee – ik geloof dat dat nu zo ongeveer wel duidelijk is.


"I wondered what you'd have on the side with a plate of Deep Fried Anxiety. Pickles? Coleslaw? Potato-strychnine mash?"

Robin McKinley, Sunshine


Op het moment dat de zon opkwam in de vallei van Imladris, was de Witte Raad net tot een nogal onbevredigend einde gekomen. De nacht was lang en vermoeiend geweest voor Gandalf, die de nacht daarvoor ook niet had geslapen door de aanvaring met de trollen. Al zijn zetten, plannen en veronderstellingen werden zo meedogenloos uit elkaar gepluisd en afgewezen door Saruman dat het bijna voelde alsof hij een klein kind was dat een standje kreeg. De enige lichtpuntjes waren dat het gezelschap vertrokken was voordat Saruman zich kon bemoeien met hun zoektocht (de Valar zij dank voor Thorins koppige karakter en wantrouwen als het om Elven ging) en dat de Witte Tovenaar zich niet bewust leek te zijn van de aanwezigheid van juffrouw Darrow in Middle Earth.

Toen de bijeenkomst voorbij was, was Gandalf achtergebleven met Vrouwe Galadriel, in de hoop dat de vrouwe hem raad zou geven. En ze had inderdaad onthuld dat ze zijn zorgen deelde en dat hij er goed aan deed de Dwergen te helpen, waardoor zijn twijfels weggenomen werden.

'Mithrandir,' zei ze toen hij zich omdraaide om weg te gaan, opnieuw zijn aandacht trekkend. 'Waarom Elizabeth Darrow?'

Dat de Vrouwe zich bewust was van Elizabeth en ongetwijfeld ook van haar afkomst was geen verrassing voor hem; hij zou niet verbaasd zijn als de Vrouwe haar de vorige dag had opgezocht. 'Ik weet het niet,' zei hij eerlijk, aangezien hij, toen hij Elizabeth had ontmoet in een boekenwinkel in haar wereld, simpelweg het gevoel had gekregen dat zij degene was die Thorin moest assisteren bij zijn zoektocht.

'Je riskeert het lot van Middle Earth door haar hierheen te brengen,' benadrukte de Vrouwe, zonder ook maar enigszins beschuldigend te klinken.

'Nee,' was Gandalf het niet met haar eens. 'Als je één steen verwijdert, blijft de toren staan. Hij zal pas vallen als je de hoofdsteen verwijdert.'

'Je spreekt nog steeds in raadsels, mellon nin,' zei Vrouwe Galadriel glimlachend. 'Je gelooft dat de Halfling de hoofdsteen is.'

'Ja. Saruman gelooft dat kwaad slechts tegengehouden kan worden door grote kracht, maar dat denk ik niet. Ik ben van mening dat het de kleine dingen zijn, alledaagse dingen van het gewone volk, die het duister tegenhouden. Simpele gebaren van vriendelijkheid… en liefde,' voegde hij er bedachtzaam aan toe. 'Je vroeg waarom ik Elizabeth Darrow gekozen had en het eerlijke antwoord is dat zij mij hoop geeft, waar ik eerst alleen maar twijfelde, en wat Bilbo Baggins betreft…' Hij zweeg even en dacht na. 'Misschien omdat ik nog steeds bang ben, ondanks de aanwezigheid van Elizabeth… en hij geeft me moed.'


Lizzy gaapte terwijl ze de vallei uitklommen – ze had niet goed geslapen die nacht, ondanks haar zachte matras en heerlijke donskussen. Ze bleef maar woelen en draaien en de beelden die ze in de spiegel had gezien, hadden zich keer op keer afgespeeld in haar hoofd, voordat ze uiteindelijk in een onrustige slaap was gevallen. Ze was zelfs dankbaar geweest toen Thorin haar wakker had gemaakt midden in de nacht en haar nachtmerries onderbroken had.

Nadat hij was vertrokken had ze niet meer willen slapen uit angst voor verdere dromen, dus ze had zich aangekleed, haar tas ingepakt voor de volgende ochtend en was op het balkon gaan zitten om toe te kijken hoe de halve maan langzaam haar baan door de lucht volbracht. Ze moest in slaap gevallen zijn in haar stoel, aangezien ze in de kille ochtendlucht wakker was geworden, toen de zon net op begon te komen.

Ze had haar rugzak, zwaard en schoenen gegrepen, zonder de moeite nemen om ze aan te trekken, en was op haar tenen op blote voeten naar de binnenplaats gelopen, zonder haar bed zelfs maar op te maken. Ze was net op tijd geweest om te zien hoe de Dwergen hun rugzakken vastsjorden en Thorin had haar een nadrukkelijke, geërgerde blik toegeworpen omdat haar aankomst zo vlak voor vertrek was.

'We wilden net iemand sturen om je te gaan zoeken, hield een donskussen je gevangen?' had Bombur met een brede grijns gevraagd.

'Dat zou je kunnen zeggen, ja,' had ze geantwoord, waarna ze op de grond was geploft om haar sokken en laarzen aan te trekken. Het kostte slechts een paar minuten om haar veters te strikken, Naethrings zwaardgordel om haar heupen te gorden en haar rugzak op haar schouders te hijsen. 'Ik ben klaar,' had ze gezegd, terwijl ze haar haar vastmaakte in een slordige knot.

Ze verlieten de binnenplaats en bleven zachtjes praten terwijl ze door Rivendell liepen. Technisch gezien deden ze niets verkeerd door te vertrekken, maar ze wilden toch niet dat de Elven hen zouden hinderen. Gezien de grootte van de vallei was de zon echt opgekomen tegen de tijd dat ze aankwamen bij een van de bergpaadjes aan de top.

'Wees op je hoede, we steken zo de Rand van de Wildernis over,' zei Thorin van boven hen. 'Balin, jij kent deze paden, leid de weg.'

Lizzy zag dat Bilbo bleef staan en nog één keer achterom keek. Ze deed hetzelfde en staarde verlangend naar het vredige huis dat licht glom in de ochtendzon. Rivendell was een prachtige en rustige plaats en ze wilde dat ze er langer had kunnen blijven dan slechts één dag.

'Ik ga deze plaats missen,' zei Bilbo zachtjes tegen haar. 'Ik… het voelt gewoon alsof ik er wel zou kunnen wonen.'

Ze schonk de Hobbit een veelbetekenende glimlach. 'Misschien gebeurt dat ooit wel.'

'Meneer Baggins, juffrouw Darrow, ik zou jullie aanraden ons bij te houden,' klonk een diepe, barse stem van boven hen, en ze draaiden zich om om te zien hoe Thorin hun melancholische stemming gadesloeg, zijn armen afkeurend over elkaar geslagen.

Lizzy trok een wenkbrauw op naar Thorin terwijl ze hem voorbijliepen, maar besloot niet op te merken dat zij en Bilbo niet ver achter waren gebleven. Ze wilde geen discussie beginnen en daarmee de voorzichtige wapenstilstand die ze hadden gesloten in gevaar brengen. Hun relatie was een veranderingsproces doorgaan gedurende de afgelopen vierentwintig uur – de afgelopen paar weken in de wildernis hadden ze elkaar grotendeels genegeerd, op een paar gespannen gesprekken (die meer op discussies leken) na, maar nadat ze gisteren het grootste gedeelte van de dag samen hadden doorgebracht, waren ze plotseling bondgenoten die een enorm geheim deelden – en Lizzy wist niet meer zo goed hoe ze zich bij hem in de buurt moest gedragen.

Het was vreemd, hij was in het verhaal altijd een van haar favoriete personages geweest, maar sinds ze in Middle Earth was mocht ze Thorin minder graag. Piekeren mocht dan wel prima zijn in boeken, maar bij Thorin zelf kwam het over als stug en chagrijnig, en hij bedierf het humeur van het hele gezelschap als hij dagenlang achter elkaar door piekerde. Goed, ze had een paar van hun discussies misschien leuk gevonden, maar ze had tijdens het reizen niet echt zijn gezelschap opgezocht, ze kon het beter vinden met de anderen. Fili en Kili waren meer van haar leeftijd en hadden ongeveer hetzelfde temperament, en ze vond het verfrissend hoe de gebroeders Ur geen gebruik maakten van voorwendselen – ze waren gewone burgers zoals zij en op geen enkele wijze gerelateerd aan het geslacht van Durin, in tegenstelling tot de meeste leden van het gezelschap.

Maar de nacht daarvoor, toen hij haar aangestaard had nadat ze hem de kaart terug had gegeven, waren haar eerste indrukken van Thorin uit de film weer bij haar opgekomen. Dat ze hem, ondanks de grijze strepen in zijn haar, erg aantrekkelijk gevonden had. Ze was zich er plotseling heel goed van bewust geweest dat ze alleen waren in haar slaapkamer en ze was opgelucht geweest toen hij zich herpakt had en de kamer verliet.

Het gezelschap trok te voet door de wildernis en naarmate de dag voorbijging begon Lizzy te begrijpen wat Thorin bedoeld had met 'de Rand van de Wildernis oversteken'. Ze bevonden zich niet langer in het lage landschap tussen de Shire en Rivendell, maar klommen nu omhoog in de bergketen, wat betekende dat ze door rotsvalleien en dennenbossen liepen.

Toen hun eerste dag na Rivendell ten einde liep had Lizzy zere benen – ze miste Binky en hoopte dat haar trouwe pony niet gevangen was genomen door wargs of andere dieren. Na een paar weken op de rug van een pony te hebben gereden was ze niet meer gewend aan lange stukken lopen en ze wist dat het een paar dagen zou duren voordat haar lichaam opnieuw zou wennen aan het rondtrekken.

Ze was aan het uitrusten bij het vuur en wreef een lichte kramp uit haar benen toen ze achter zich hoorde dat iemand een zwaard uit zijn schede trok, en ze draaide zich geschrokken om. Dwalin stond achter haar, een mes in zijn hand dat bijna lang genoeg was om een zwaard genoemd te worden. Hij gebaarde met zijn hoofd naar een plek buiten het kamp. 'Kom mee,' zei hij bars, in de verwachting dat ze hem zou volgen.

Aangezien niemand in het gezelschap verbaasd leek te zijn door Dwalins gedrag, slikte Lizzy haar benauwdheid weg en liep achter de intimiderende Dwerg aan het kamp uit.

'Het heeft weinig nut om een zwaard te hebben als je niet weet hoe je het moet hanteren,' zei Dwalin, die met zijn mes naar Naethring wees. 'Ga in de houding staan.'

Ze besefte dat hij haar wilde leren hoe ze een zwaard moest gebruiken en volgde zijn bevel op: ze trok haar zwaard uit de schede en nam de positie aan die Fili en Kili haar hadden laten zien toen ze haar een paar weken terug hadden geprobeerd te leren hoe ze een wapen moest gebruiken. Naethring was een stuk gemakkelijker omhoog te houden dan het zwaard van Fili, hoewel ze het nog steeds wat voorzichtig vasthield. Dwalin verbeterde haar greep en stand en begon haar toen een aantal basisdrilbewegingen te leren. Hoewel hij vooral gebruik maakte van de enorme bijlen die hij met zich meedroeg, was hij duidelijk erg bedreven in alle vormen van bewapening en vechten.

Blijkbaar moest ze eerst bewegingen leren, voordat ze met anderen kon oefenen. Hij had elke drilbeweging een nummer gegeven en riep ze in willekeurige volgorde, en zij moest dan de bijbehorende bewegingen maken zodat ze samengevoegd werden tot een volgorde die ze van hem moest herhalen.

Ze bleven meer dan een uur doorgaan, totdat het te donker was en hij er een eind aanmaakte door haar te vertellen dat ze elke avond vijf nieuwe drilbewegingen zou leren, die toegevoegd zouden worden aan de volgordes die ze nu aan het leren was.

Ze onderdrukte een kreun bij dat idee en bedankte hem beleefd voor de les voordat ze terugkeerde naar het kampvuur, waar het avondeten net rondgedeeld werd.

'Jij ziet er niet al te goed uit,' merkte Fili op toen ze naast hem neer plofte, kijkend naar het flauwe laagje zweet op haar gezicht en het haar dat aan de knot ontsnapt was.

'Dwalin is een harde leermeester,' zei ze. Ze dacht dat ze nog nooit zoveel met de norse Dwerg had gecommuniceerd als tijdens deze les, aangezien hij normaal golven van afkeuring uitstraalde als zij in de buurt was.

'Ah, ja, ik herinner me nog goed dat hij met onze lessen begon,' knikte Fili, flauw glimlachend bij de herinnering.

'Het is goed dat je leert hoe je een zwaard moet gebruiken, je weet nooit wanneer we opnieuw aangevallen worden en je zult mijn boog niet altijd kunnen gebruiken,' bracht Kili in, zijn mond vol eten.

Lizzy glimlachte omdat ze precies wist wanneer ze weer aangevallen zouden worden, wetend dat ze door Goblinstad heen zouden moeten vechten – de glimlach bevroor op haar gezicht toen ze plotseling besefte dat zij ook aanwezig zou zijn in dat gevecht. Dit was niet meer zomaar een film of een verhaal, als de Goblins haar te pakken kregen zou ze op de meest vreselijke manier gemarteld en vermoord worden. Ze had nauwelijks vechtervaring en haar overlevingskans zou er wel eens af kunnen hangen van hoeveel ze oefende in de komende paar weken.

Ze slikte hoorbaar om de vreselijke brok van angst in haar keel weg te krijgen en besefte dat ze geen trek meer had.


Ze brachten bijna drie weken door in de Wildernis tijdens hun trektocht naar de Misty Mountains. Ze trokken, vanuit Rivendell gezien, naar het noordwesten en de bergen lagen schuin voor hen, zodat de ondergrond geleidelijk rotsachtiger en gevaarlijker werd. Ze trokken niet langer over de Grote Oosterweg, maar meer over kleine paadjes die de neiging hadden om dagenlang te verdwijnen en ze zouden hopeloos verdwaald zijn als Balin niet voorop was gegaan.

Blijkbaar leidden er vele wegen naar de Misty Mountains en waren er veel manieren om ze over te steken, maar de meeste waren vals – bedrieglijke paden die doodliepen of naar ongunstige plaatsen leidden. De Dwergen vertelden haar dat de Hoge Pas, de route die zij namen, door velen als veilig gezien werd. Lizzy had iets onverstaanbaars gemompeld, wetend dat zij de pas niet op die manier aan zouden treffen, en behoorlijk bang door dat idee.

Ze had overwogen om Thorin te vertellen dat hij een andere route over de bergen moest nemen, maar had die gedachte ook al gauw weer aan de kant geschoven. Ze had hem in Rivendell verteld dat hun zoektocht ongelooflijk belangrijk was en van ongekende invloed zou zijn op het lot van Middle-Earth: Bilbo moest de Ring vinden als ze door de Misty Mountains trokken, anders zou er van alles kunnen gebeuren.

Voor Lizzy waren die weken uitputtend en ongelukkig. Ze was haar eetlust volledig kwijtgeraakt en de nachtmerries die in Rivendell waren begonnen kwamen nu elke nacht terug – ze vervloekte stilletjes de Vrouwe Galadriel en wenste dat ze nooit in die ellendige spiegel had gekeken.

Ze praatte lang niet zoveel als eerst, veel te druk met haar gedachten, en bracht haar avonden door met het ijverig beoefenen van haar vecht- en boogschietkunsten totdat het te donker werd, waarna ze terugkeerde naar het kamp, het kleine beetje eten dat ze kon verdragen naar binnen werkte en zich tot een balletje opkrulde om te gaan slapen. Als ze zichzelf niet uitputte, lag ze urenlang wakker, grimmig wachtend op wat haar dromen met zich mee zouden brengen.

Het weer werd geleidelijk kouder naarmate ze hoger de bergen in trokken, ondanks de felle zon van juli. Dwergen waren een taai volk en konden goed tegen zowel kou als hitte, dus zij hadden niet bijzonder veel last van de temperatuursverandering. Bilbo en Lizzy daarentegen kropen zo dicht mogelijk bij het vuur zodra zij klaar was met oefenen en bleven rillen.

Verscheidene leden van het gezelschap leken samen te zweren om haar overeind te houden: Bombur probeerde haar er constant van te overtuigen om meer te eten; Bifur leende haar zijn jas en Bofur zijn muts als de nachten echt koud waren; Dori vond een aantal bladeren en maakte netelthee voor haar, die haar handen verwarmde en die ze tot haar verrassing beter kon verdragen dan vast voedsel; en Fili en Kili liepen altijd naast haar tijdens het reizen en zorgden voor een constante stroom van conversatie, haar terughoudendheid negerend. Ondanks haar depressie en angst wisten ze af en toe een glimlach uit haar te trekken.


Vlak na het einde van de eerste week dat ze weer op weg waren besloot Thorin dat hij het zat was. Hij pakte een van hun ruwe borden en schepte het vol met wat gedroogd brood en een stuk gebakken fazant die Kili eerder die dag had neergeschoten, en stapte op hun adviseur af. Ze stond een stukje buiten het kamp haar boogschietkunsten te oefenen. Haar intensieve oefensessies hadden haar techniek enorm verbeterd als je bedacht hoe hopeloos ze eerder geweest was: ze raakte nu bijna altijd wat ze dan ook als doelwit gekozen had, hoewel er nog niet erg veel precisie bij betrokken was.

'Hier,' zei hij, terwijl hij het bord naar haar uitstak – de eerste keer dat ze elkaar spraken sinds Rivendell.

'Ik heb geen honger,' antwoordde juffrouw Darrow. Ze keek niet op en het leek er niet op dat ze van plan was het bord aan te nemen terwijl ze nog een pijl oplegde.

'Je eet niet voldoende, juffrouw Darrow,' zei hij grimmig. Hij had gemerkt hoe haar eetlust afgenomen was sinds ze Rivendell verlaten hadden. 'Denk niet dat we dat niet gemerkt hebben.'

'Nou, ik heb geen zin in fazant,' snauwde ze brutaal terug terwijl ze de pijl losliet, en zijn woede laaide op.

'Dit is alles wat je krijgt, en nu ga je je niet meer gedragen als een klein kind en eet dit op,' zei hij op een toon die geen weigering goed zou keuren.

Een flits van ergernis schoot door haar ogen en ze draaide zich met een ruk om om hem aan te kijken. 'Ik gedraag me niet als een…' Plotseling stopte ze. Alle vechtlust stroomde uit haar weg en ze liet Kili's boog tussen hen in zakken. 'Nee, je hebt gelijk. Dat was kinderachtig.'

Ze liep weg om een paar meter verder op een rots te gaan zitten en wreef met haar hand over haar gezicht. Ze zag er bleek en afgetobd uit – alle natuurlijke schoonheid die haar gezicht bevatte werd overschaduwd door haar vermoeide huid en de donkere vegen onder haar ogen die veel slapeloze nachten suggereerden.

'Het spijt me, het was niet mijn bedoeling om me te gedragen als een verwend nest,' zei ze en ze keek met hele grote ogen naar hem op. 'Ik ben gewoon… moe.'

Hij ging zwijgend naast haar zitten en overhandigde haar het bord, dat ze met een zucht aannam. 'Ik heb die arme Bombur waarschijnlijk beledigd de afgelopen paar dagen, hij denkt nu vast dat ik zijn kookkunsten niet lekker vind,' voegde ze er ellendig aan toe terwijl ze kleine stukjes afbrak van haar eten.

Hij zag erop toe dat ze elke hap doorslikte en keek toe hoe ze kleine stukjes afscheurde, die ze zichzelf leek te moeten dwingen voorzichtig te kauwen en door te slikken. Hoewel ze geen bestek had, waren haar tafelmanieren erg netjes, in tegenstelling tot de meeste leden van het gezelschap.

Hij wachtte totdat ze haar bord leeg had voordat hij opnieuw zijn mond open deed, wat verrassend lang duurde. 'Hoewel ik je toewijding bewonder, vroeg ik me af waarom je zo vastberaden bent om bij elke gelegenheid te oefenen?'

'Het is een goede afleiding,' zei ze, haar ogen op haar bord gericht. 'Ik heb nagedacht over wat je zei in Bree, over dat ik een last zou zijn – ik ben me er heel goed van bewust dat we deze zoektocht niet zullen voltooien zonder tenminste één keer tegen Orks en Goblins te moeten vechten. Deze vaardigheden zouden mijn leven kunnen redden, en hopelijk doen ze dat ook.'

Hij knikte langzaam en dacht bij zichzelf dat het goed was dat ze zichzelf zou kunnen verdedigen, ondanks dat het gezelschap haar best zou doen om haar in een gevecht voor gevaar te behoeden. Hoewel ze misschien bescherming nodig zou hebben, zag hij haar niet langer als een last: met haar kennis was ze een aanwinst voor hun gezelschap.

'Desalniettemin put je jezelf uit,' benadrukte hij afkeurend. 'Je gaat vanaf nu afwisselen met boogschieten en zwaardvechten, dat is een bevel.'

'Het is niet het oefenen waardoor ik zo moe ben.' Ze schonk hem een erg trieste glimlach. 'Ik slaap niet zo goed.'

'De meeste nachten slaap je als een blok,' zei hij. En inderdaad, sinds ze Rivendell verlaten hadden, had ze zich na haar zware training elke avond eerder teruggetrokken dan de rest van het gezelschap.

'Dat betekent niet dat ik goed slaap.'

'En daarom heb je afleiding nodig,' concludeerde hij, zich realiserend dat haar slaap gekweld werd door nachtmerries. Hij had voor Rivendell geen onrust opgemerkt in haar slaappatroon en hij vroeg zich af of haar slaap verstoord werd door wat de Elvenheks haar dan ook in die spiegel had laten zien. 'Wat kwelt je?'

'Alles,' zei ze zachtjes, het woord bijna onhoorbaar. Plotseling stond ze op, gaf hem het lege bord terug en raapte Kili's boog weer op. 'Bedankt voor het eten,' zei ze, met oprechte dankbaarheid. Toen ging ze weer in de houding staan voor haar doelwit en legde een nieuwe pijl op de boog, en hun gesprek was duidelijk ten einde.


Met Thorins bevel in haar achterhoofd was ze begonnen haar oefeningen af te wisselen en ze dwong zichzelf elke avond te eten, wetend dat haar eerdere gewoontes niet gezond waren. Het resultaat was dat ze niet langer zo moe was wanneer ze naar bed ging - het duurde langer voordat ze in slaap viel en de nachtmerries waren erger. Ze schrok midden in de nacht hevig wakker en kon dan niet meer in slaap komen. Degene die de ochtendwacht nam was eraan gewend geraakt dat zij voor zonsopgang opstond en stilletjes bij hem ging zitten, waarna ze een paar drilbewegingen met haar zwaard zou oefenen terwijl het kamp langzaam wakker werd.

Haar zwaardkunsten werden steeds beter, hoewel ze het nog met niemand uitgeprobeerd had – ze had het gevoel dat iedereen in het gezelschap (met uitzondering van Bilbo) haar in twee slagen zou ontwapenen als ze tegen hen zou oefenen. Veel drilbewegingen werden nu steeds instinctiever en ze begon het prettig te vinden om ze 's ochtends te oefenen. Ze hield haar ademhaling onder controle en zwaaide Naethring langzaam van positie naar positie: het leek wel wat op de yoga die ze een zomer lang had uitgeprobeerd, maar dan iets dodelijker.

Op een avond, tegen het einde van hun tocht naar de bergen, had ze een bijzonder erge nachtmerrie, veroorzaakt door het misselijkmakende besef dat ze slechts enkele dagen verwijderd waren van hun uitstapje naar Goblinstad. Ze had nauwelijks twee uur geslapen voordat ze wakker schrok en bij Dori ging zitten, die nog maar net begonnen was aan de tweede wacht. De zorgzame Dwerg stond erop netelthee voor haar te maken, wat ze zonder protest opdronk, dankbaar voor de warmte die door haar rillende lichaam trok.

Ook al had ze weinig slaap gehad, ze was toch vastbesloten om de avond erna te oefenen. Dwalin was bezig haar een heleboel nieuwe drilbewegingen te leren en ze weigerde te stoppen totdat ze ze allemaal kende.

Dat zorgde ervoor dat ze, toen ze terugkeerde naar het kamp, net zo uitgeput was als in de eerste week van het reizen na Rivendell. Ze ging naast Bifur zitten, kreunde en strekte haar vermoeide spieren.

Hoe gaat het? gebaarde Bifur, die haar vermoeidheid opmerkte.

'Ik ben gesloopt,' zei ze vermoeid, waarop de wilde Dwerg haar een verwarde blik toewierp. 'Ik bedoel dat ik moe ben. Ik denk dat ik maar gewoon naar bed ga.'

Bifur gromde en gebaarde nee, door zijn middel- en wijsvinger naar beneden te bewegen om zijn duim aan te raken.

'Waarom niet?' vroeg ze, een geeuw onderdrukkend.

'Ablug.'

'Ablug?' herhaalde ze, het Khuzdulwoord niet begrijpend. 'Wat betekent dat?'

Bifur wees naar Bombur en deed alsof hij at.

'Eten?' gokte ze en hij knikte. 'Oh, oké,' zei ze, terugdenkend aan haar belofte aan zichzelf om tenminste te proberen 's avonds wat te eten – maar ze lag met haar hoofd op Bifurs schouder diep te slapen lang voordat het eten klaar was.


Thorin nam de tweede wacht die nacht en ging op een richel zitten, iets boven het kamp, waardoor hij goed zicht had op de vallei beneden hen en het pad dat zich voor hen uitstrekte, verlicht door de bijna volle maan. Het zou nog een paar uur duren tot de zon op zou komen en de nacht was stil, op het gesnurk van het gezelschap na.

Hij bespeurde beweging in het kamp onder hem en keek naar beneden om te zien hoe juffrouw Darrow wakker werd en rechtop ging zitten in haar slaapzak. Ze was die avond bij het vuur in slaap gevallen en was door Bifur en Bofur naar haar geïmproviseerde bed gedragen. Het was de eerste keer dag hij haar midden in de nacht wakker had zien worden, hoewel het nu algemeen bekend was in het gezelschap dat ze niet goed sliep.

Hij keek stilletjes toe hoe ze opstond en haar blik over het kamp liet glijden tot ze Fili en Kili zag liggen, alsof ze wilde controleren of alles goed met ze ging – door deze handeling vermoedde hij dat hij de reden van haar nachtelijke onrust wel kon raden. Het leek erop dat de Elvenvrouwe haar een deel van hun lot had laten zien dat haar nachtmerries bezorgde.

Ze keek de rest van het kamp rond en zag hem uiteindelijk op de richel zitten. 'Goedemorgen,' zei ze zachtjes, om niemand wakker te maken.

'Het is nog nacht,' wees hij haar erop. 'Het zou verstandig zijn om weer te gaan slapen, juffrouw Darrow.'

'Ik ga niet meer slapen,' zei ze, terwijl ze haar hoofd schudde. Ondanks de afstand tussen hen hoorde hij plotseling een zacht gegrom en ze drukte geschrokken haar handen tegen haar buik. 'Ik heb honger,' zei ze schaapachtig, bij wijze van uitleg.

'Dat verbaast me niet, je lag gisteravond voor het avondeten al te slapen,' zei hij, een ondertoon van afkeuring in zijn stem.

'Niet expres deze keer,' fluisterde ze glimlachend terug, en een spoortje van de humor die Rivendell van haar had weggenomen keerde terug. 'Is er nog iets over?'

Hij schudde zijn hoofd, hun rantsoenen werden schaarser en ze hadden domweg aangenomen dat ze zo moe was dat ze door zou slapen tot het ontbijt, dus ze hadden niets voor haar achtergehouden. 'Je zult moeten wachten tot het ontbijt, het is te vroeg om het vuur aan te steken.'

Ze leek lichtelijk teleurgesteld en toen lichtte haar gezicht plotseling op. Ze rommelde door haar rugzak en klom toen naar de richel om bij hem te gaan zitten, iets kleins en rechthoekigs in haar hand. 'Ik was alweer vergeten dat ik deze had,' zei ze, terwijl ze naast hem zakte en haar benen over de rand liet bungelen.

Er klonk een zacht geritsel toen ze het pakketje openmaakte: de reep die erin zat leek een soort voedsel te zijn, aangezien ze een groot stuk afbrak en het in haar mond stopte. 'Jij ook iets?' vroeg ze, het pakketje naar hem uitstekend. 'Het is eten uit mijn wereld.'

Hij nam het pakketje aan en bestudeerde het nieuwsgierig. Het was iets wat een vezelrijke graanreep heette en het rook naar appel en kaneel. Hij brak voorzichtig een stukje af en proefde, aangenaam verrast door de zoete smaak van het gepureerde fruit en de koekachtige structuur.

'Bedankt,' zei hij, waarna hij haar de rest van de reep teruggaf – zij had het eten meer nodig dan hij.

Er viel een stilte terwijl ze at en ze keken allebei simpelweg uit op de vallei. Het was nog erg donker, hoewel er een heel zwak licht in de lucht verscheen in het oosten, boven de bergen.

Plotseling snakte ze zachtjes naar adem.

'Wat?' vroeg hij dringend, denkend dat ze een bedreiging gezien had, maar haar ogen keken op naar de lucht.

'Ik kan niet geloven dat ik dit nu pas zie…' fluisterde ze vol ontzag, nog steeds omhoogkijkend.

Thorin volgde haar blik maar kon niet ontdekken waardoor ze zo onder de indruk was – boven hen was niets te zien, behalve de maan en de sterren. 'Wat is er, juffrouw Darrow?'

Ze keek hem verbijsterd aan. 'De sterren hier zijn hetzelfde als in mijn wereld,' zei ze, opnieuw omhoogkijkend naar de lucht. 'Het is een andere wereld, maar wel dezelfde planeet… op de een of andere manier.'

Thorin zweeg en dacht hierover na. Hij had nooit echt nagedacht over hoe het reizen tussen twee werelden precies werkte, maar nu hij erover nadacht waren er een aantal vreemde overeenkomsten. Het feit dat zijn tocht in haar wereld bekend was en opgeschreven, suggereerde een soort verbinding tussen de werelden, evenals hun gedeelde taal. Nu leek het er ook op dat ze dezelfde sterrenstelsels deelden, ondanks dat hun sterren aangestoken waren door de Valar; als hij zich haar beschrijvingen van haar wereld goed herinnerde van de eerste dagen van hun tocht, was er niemand die in haar wereld zorgde voor die kosmologie.

'Bestaan er namen voor de sterren in jouw wereld?' vroeg hij, geïntrigeerd door de diepte van deze overeenkomsten.

'Eh… we noemen die de Grote Beer, ook wel het Steelpannetje,' zei ze, wijzend naar de Sikkel van de Valar, een van de helderste sterrenbeelden in de lucht. Toen verplaatste haar vinger zich naar een andere heldere, bekende sterrenverzameling. 'En dat is het Zevengesternte.'

'Die noemen wij Durins Kroon, het is het embleem van ons huis,' zei Thorin zachtjes, zijn ogen op de sterren gericht – dat sterrenbeeld had zijn aandacht altijd lang vastgehouden als hij 's nachts niet kon slapen en lag te piekeren over zijn tocht en het koninkrijk. Hij schudde de gedachte van zich af. 'Ken je er nog meer?'

'Nee, ik heb nooit echt astronomie geleerd,' antwoordde ze. 'Ik zou waarschijnlijk een paar sterrenbeelden kunnen noemen, maar ik kan ze niet aanwijzen.'

Hij noemde nog een aantal sterren op, wees ze aan in de lucht en vertelde hun verhalen. Ze luisterde vol aandacht naar zijn woorden en naarmate de zonsopgang dichterbij kwam, viel er opnieuw een stilte tussen hen. De lucht was felrood terwijl de zon opkwam achter de Misty Mountains, een voorbode van slecht weer.

'Morgen beginnen we aan onze klim in de Hoge Pas,' zei hij, voor de eerste keer in ruim een uur de stilte doorbrekend.

'Fijn, nog meer klimmen,' zei juffrouw Darrow, haar stem gespannen.

Thorin draaide zich om om haar aan te kijken en vroeg zich af waar haar spanning vandaan kwam. 'Weet jij wat deze wolken met zich meebrengen? Een storm in de Pas zou erg ongunstig zijn.'

Ze rolde lichtjes met haar ogen. 'Er staan niet echt details in het boek, zoals het weer, ik ben niet alwetend,' zei ze. Het was de eerste keer sinds Rivendell dat ze het over het boek had.

Hij draaide zich weer terug om over de richel te staren. 'Nog iets wat we moeten verwachten in de pas?' vroeg hij. 'Er is altijd een groot Goblingevaar in de bergregio's.'

Als hij haar had aangekeken zou hij gezien hebben hoe ze hevig ineenkromp. Er klonk een lichte aarzeling. 'Ik zou zo niets kunnen bedenken,' zei ze op een bedrieglijk neutrale toon – en omdat hij geen reden had om aan haar te twijfelen, geloofde Thorin haar.


Kindle-the-Stars:
Bedankt voor al jullie geweldige reacties, blijf ze sturen jongens!

Wow, het begint ook steeds moeilijker te worden om vragen voor jullie te verzinnen… um… waar kijken jullie het meest naar uit in The Desolation of Smaug?

Ik kan zelf niet wachten om doorweekte Dwergen te zien en Benedict Cumberbatch! Met Thorin, Thranduil en Smaug wordt de volgende film een genot voor het oor!

Jullie kunnen alle updates en sneak peeks volgen en vragen over het verhaal of de personages stellen op mijn tumblr ~Kindle-the-Stars

xxMarith:
Tijd voor de wekelijkse update! (:

Hmm, toen Kindle-the-Stars dit hoofdstuk postte was The Desolation of Smaug nog niet uit blijkbaar, en nou ja, de dingen die zij graag wilde zien waren ook zeker het kijken waard, toch? Kwamen jullie verwachtingen ook uit tijdens het kijken naar de film?