xxMarith:
DISCLAIMER: Dit verhaal is nog steeds alleen door mij vertaald, niet geschreven, die rechten heb ik nog niet weten te bemachtigen en… *staart droevig naar miserabel stapeltje muntjes* dat zal voorlopig ook zo blijven.
"I was lost till you were found, but I never knew how far down I was falling before I reached the bottom. I was cold and you were fire, but I never knew how the pyre could be burning on the edge of the ice-field."
Meatloaf, For Crying Out Loud
De beklimming in de bergpas bleek bijna drie dagen te duren, wat betekende dat Lizzy nog langer met haar benauwde voorgevoel zat opgescheept. De wolken die zij en Thorin bij zonsopgang vanaf de richel hadden gezien, bedekten al gauw de hele lucht – ze hielden de zonnestralen tegen en zadelden het gezelschap dagenlang op met regen, waardoor hun beklimming glad en gevaarlijk was. Gloin droeg droog brandhout met zich mee in zijn rugzak, maar de regen nam niet genoeg af dat ze het konden gebruiken, waardoor hun maaltijden uit niets meer bestonden dan zompig brood en harde kaas.
Het was dan ook niet zo verrassend dat iedereen zich ellendig voelde en dat de gemoederen hoog opliepen – niemand was echter zo erg als Thorin, die iedereen nu bij het minste of geringste af snauwde.
Wat hun ellende nog erger maakte was het complete gebrek aan onderdak. De vorige nacht had hun 'kamp' ingehouden dat ze tegen elkaar aangekropen tegen de rotswand van het smalle pad zaten, hun kleren volledig doorweekt en onbeschut voor de wind die om hen heen stormde. Zelfs haar watervaste jas hielp nauwelijks tegen het weer, aangezien de regen langzaam bij haar kraag in was gelekt en haar kleren dus doorweekt waren.
Lizzy was die nacht tussen Fili en Thorin geplet. Haar tanden hadden non-stop geklapperd en ze was uiteindelijk in een onrustige slaap gevallen op de schouder van de Dwergenkoning. Ze had zich niet eens gerealiseerd dat ze in slaap gevallen was totdat Thorin haar wakker had geschud en hen bars gezegd had dat het tijd werd om verder te trekken – de hele nacht was aan haar voorbijgegaan in een waas van onophoudelijke regen.
Op de ochtend van de derde dag stelde Balin voor om om te keren en te wachten tot het weer opklaarde voordat ze aan de pas begonnen, maar Thorin was vastbesloten door te gaan. Lizzy was zowel opgelucht als teleurgesteld bij die aankondiging; ze wist dat ze deze pas moesten nemen, maar was er tegelijkertijd bang voor en had een grote hekel aan dit weer.
Die middag begon het onweer, grote knallen vlak boven hun hoofd die vreselijk door de vallei echoden. Bliksem schoot in felle flitsen door de lucht, het enige licht in de donkere schemering van de wolken.
Ze strompelden over de bergrichel, half verblind door de regen, toen er nog een oorverdovende knal klonk en Lizzy uitgleed op het smalle pad en tegen Thorin aan struikelde. Hij wierp een arm naar achteren om haar weg te houden bij de rand, waarbij hij haar bijna raakte met zijn bijl die hij nu als wandelstok gebruikte. 'Oké, houd vast!' schreeuwde hij naar de rest terwijl hij haar weer in evenwicht bracht, zijn stem nauwelijks hoorbaar boven de echo's van de donder, ook al stond hij vlakbij hen.
Achter hen was Bilbo net zo geschrokken door de donderslag en hij was zelfs bijna van het pad gevallen dat plotseling onder zijn voeten verbrokkelde. Hij wist op een haar na te voorkomen dat hij naar beneden stortte en na een lange en dodelijke val in de vallei onder hen terecht zou komen.
'Dit werkt niet!' hoorde ze Thorin tegen zichzelf zeggen, hoorbaar in de pauzes tussen de donderslagen. 'We worden opgeblazen of we verdrinken, of we worden door de bliksem getroffen voordat we deze pas uit zijn.'
'Wat wil je dan dat we doen?' riep ze terug, een ondertoon van sarcasme in haar stem ondanks de ernst van haar vraag, half hopend dat hij hen zou vertellen om te keren. Thorin gaf echter geen antwoord en het was heel goed mogelijk dat hij haar reactie niet eens had gehoord.
Het donderde opnieuw om hen heen en Lizzy kon een gil van angst niet onderdrukken – het klonk alsof er twee enorme stormen aan het vechten waren om de macht in de vallei.
'We moeten onderdak vinden!' brulde Thorin naar het gezelschap, nadat ze nog een paar minuten hadden geprobeerd te lopen.
Lizzy herkende dit moment uit de film en tuurde meteen met samengeknepen ogen door de regen in een poging om de Steenreuzen te zien die ongetwijfeld zo zouden verschijnen. Ze was zo druk met regenwater uit haar ogen knipperen dat ze bijna het rotsblok over het hoofd zag dat hun kant op geslingerd werd. 'Kijk uit!' schreeuwde Dwalin van achter uit het gezelschap, en ze keken allemaal op om te zien hoe het enorme rotsblok boven hen tegen de berg ramde. Ze doken onmiddellijk tegen de wand, hun armen boven hun hoofd om hun gezichten te beschermen voor de stukken steen die naar beneden regenden.
'Dit is geen onweersstorm, dit is een onweersstrijd – kijk!' hoorde ze Balin roepen en ze keek op vanonder de arm die haar gezicht beschermde voor vallende stenen.
Daar waren ze, de Steenreuzen – minstens twee keer zo groot als ze verwacht had en oneindig keer zo angstaanjagend. Ze waren enorm, meer dan driehonderd meter lang, zonder gezichten en monsterachtig. Het leek alsof ze gemaakt waren van de berg zelf, puur bestaand uit gekartelde randen en verbrokkelend steen.
En – allemachtig – als ze het zich goed herinnerde stond het gezelschap bovenop een van die reuzen.
Ze strompelde naar voren en draaide Thorin met een ruk om zodat hij haar aan zou kijken, haar handen vastgeklemd in de voorkant van zijn mantel – ze had kunnen zweren dat ze een geschokte blik over zijn gezicht had zien glijden. 'We moeten hier weg, nu!' gilde ze in zijn gezicht, volledig in paniek.
'Wat?' schreeuwde hij terug door de regen, terwijl hij haar armen stevig vastgreep.
'Wel heb je me ooit, de legendes zijn waar!' hoorde ze Bofur vol ontzag zeggen. 'Reuzen! Steenreuzen!'
'Thorin, we moeten weg!' schreeuwde ze, maar zijn aandacht was gericht op Bofur die achter hen stond en op het grote rotsblok wat een Reus net in hun richting gegooid had.
'Kijk uit, idioot!' brulde hij naar de Dwerg, terwijl hij Lizzy met haar rug tegen de rotswand duwde en haar bedekte met zijn lichaam terwijl rotsen op hen neer regenden. Ze haalde paniekerig adem en ze voelde zijn baard tegen haar voorhoofd prikken, maar haar hoofd was vreemd leeg – ze vroeg zich af hoe zulke wezens in hemelsnaam uit steen konden bestaan: hadden ze stenen bloed in hun aderen, stenen harten die klopten, zoals die van hen?
Stomme dingen om te denken tijdens zo'n ervaring, wees ze zichzelf terecht, terwijl de grond schudde onder hun voeten. Stom dat ze Thorin niet verteld had wat ze in de pas konden verwachten, stom dat ze had geloofd dat ze dit aan zou kunnen en stom om te denken dat er ook maar een kleine kans was dat ze deze tocht zou overleven.
Stom, stom, stom… fluisterden haar gedachten terwijl de berg kraakte en de reus opstond.
Ik zou zo niets kunnen bedenken, had hun adviseur hem verteld, dacht Thorin bitter terwijl de berg schudde en verbrokkelde. Waren Steenreuzen niet interessant genoeg om opgeschreven te worden in de legende die ze over hun tocht gelezen had? Het feit dat ze had gesuggereerd dat er niets zou gebeuren in de pas had deel uitgemaakt van de reden dat hij het gezelschap had gedwongen om door te gaan, ondanks de steeds gevaarlijker wordende omstandigheden, maar nu er levende Steenreuzen rondliepen die stukken steen uit de berg rukten alsof ze brood doormidden scheurden en de brokken hoog door de lucht smeten, besloot hij het hele gezelschap om te keren en een andere route over de bergen te kiezen.
Hij wilde net roepen dat ze om moesten draaien toen er een enorm gekraak klonk - de berg begon te schokken en draaide plotseling scherp om terwijl zij zich allemaal vastklampten aan de rots.
Mahals ballen, we staan er bovenop, besefte hij vol afgrijzen toen de Reus overeind kwam.
Hij wierp een blik achterom op de rest van het gezelschap en zijn hart kromp ineen van plotselinge angst toen hij zag dat de groep in tweeën gesplitst werd, waarbij Fili en Kili hun armen nog half naar elkaar uitstaken over de steeds groter wordende spleet – een gapend ravijn van leegte dat dodelijk zou zijn als ze zich niet zouden weten vast te houden.
Een tweede Reus kwam op hen af en ramde zijn hoofd in hun Reus, die naar achteren kantelde terwijl zij zich uit alle macht vasthielden. Thorin klemde juffrouw Darrow nog steeds beschermend vast met zijn lichaam en hij kon net horen hoe er een stroom verrassend felle vloekwoorden over haar lippen vloog.
De Reus ramde tegen de stenen rotswand van de berg, hen hevig door elkaar schuddend, en Thorin zag hun kans en riep: 'Nu, nu, nu!' Hij sprong van de Reus op een richel en sleepte juffrouw Darrow zo ongeveer achter zich aan – haar voeten gleden weg op de natte rots en ze verloor haar evenwicht toen ze sprongen, waardoor ze hard met haar hoofd tegen de rots sloeg toen ze in een hoopje armen en benen op de grond terecht kwamen.
Hun helft van het gezelschap slaagde erin op de richel te komen, waarbij sommigen een stuk door de lucht moesten springen om in veiligheid te komen aangezien de Reus opnieuw in beweging kwam. Thorin keek neer op juffrouw Darrow en schrok toen hij zag dat er een spoortje bloed vanonder haar haar kwam, maar ze was bij bewustzijn en knipperde het water uit haar ogen, dus hij trok haar overeind en duwde haar zonder verder pardon in de richting van Bifur.
'Houd haar veilig,' beval hij. Hij werd gedwongen om te bukken toen de vuist van een Reus een paar meter boven hun hoofden tegen de rots sloeg, waardoor er opnieuw een regen van gekartelde scherven op hen neer daalde.
Hij zocht naar de rest van het gezelschap en vond ze vastgeklampt aan het been van de Reus waar zij net vanaf waren gesprongen. De reus strompelde naar achteren, tijdens het gevecht geslagen door een andere Reus, en zijn knieën schoten naar voren toen zijn lichaam in elkaar zakte – het gezelschap schoot met een afschuwelijke snelheid recht op de rotswand af en Thorin kon alleen maar vol afgrijzen toekijken.
Met een vreselijke knal sloeg de Reus tegen de berg, waarbij het gezelschap tegen de rots geramd werd.
'Nee!' riep Thorin toen de Reus opzij viel en de lege richel onthulde waar het gezelschap enkele seconden geleden nog gestaan had. Fili had daar ook gestaan – bij Mahal, was dit de dood van zijn neven waar juffrouw Darrow hem voor gewaarschuwd had?
'Nee, Fili!' schreeuwde hij in paniek, terwijl hij zo snel mogelijk over de smalle richel rende die nauwelijks een pad genoemd kon worden. Hij sloeg de hoek om en zijn hart sprong op toen hij zag hoe iedereen langzaam overeind kwam, schijnbaar ongedeerd.
'Het gaat goed, we leven nog!' hoorde hij iemand roepen, maar hij was te druk met over verschillende leden van het gezelschap klauteren om bij zijn neef te komen. Toen hij Fili eindelijk gevonden had, trok hij hem overeind en omhelsde hem stevig, zijn hart bonzend in zijn ribbenkast.
'Het gaat goed,' hoorde hij Fili zeggen, die hem net zo strak vasthield en onmiskenbaar geschrokken klonk. 'Het gaat prima, oom.'
In tegenstelling tot Kili, had Fili hem geen oom meer genoemd sinds hij een Dwergje was – sinds hij zijn eerste vlechten gekregen had, toen hij twintig was, had hij hem aangesproken met Thorin. Herinneringen aan de jeugd van de jongen kwamen bovendrijven en Thorin nam Fili's gezicht in beide handen, drukte hun voorhoofden tegen elkaar en liet zijn hart overlopen van opluchting dat zijn oudste neefje ongedeerd was.
'Ben je gewond?' vroeg hij dringend, terwijl hij het gezicht van zijn neef losliet.
Fili schudde zijn hoofd – maar het vaderlijke moment tussen hen werd verbroken toen ze geschreeuw van achter zich hoorden. 'Waar is Bilbo? Waar is de Hobbit?' riep Bofur terwijl ze paniekerig om zich heen keken. En daar was hij, bungelend aan de rand van de klif, zich slechts vasthoudend met zijn handen.
'Grijp hem!' beval Thorin, en in hun haast te doen wat hij vroeg sloegen ze hem nog verder naar beneden, zodat hij net buiten het bereik van hun grijpende handen hing.
Thorin zag geen andere mogelijkheid en sprong naar beneden, naar een smalle richel vlak onder de rand van de klif, en hees hun inbreker omhoog totdat de anderen hem over konden nemen – maar net toen hij omhooggetrokken werd, werd Thorin geraakt door een van de trappelende voeten van de Hobbit, waardoor hij van de richel afviel. Hij werd gered doordat Dwalin hem met vliegensvlugge reflexen bij zijn arm greep, waardoor zijn benen één vreselijk moment in de lucht bungelden voordat ook hij veilig omhoog gehesen werd.
'Âkmînruk zu, bâhel,' zei hij, overschakelend naar het formele Khuzdul terwijl hij zijn vriend bedankte.
Dwalin sloeg hem op zijn schouder als zwijgende erkenning van zijn dankwoord. 'Ik dacht even dat we onze inbreker verloren hadden,' zei hij, knikkend naar de ineengedoken meneer Baggins, die er nogal geschokt uitzag.
'Hij is al verloren sinds hij zijn huis verlaten heeft,' reageerde Thorin luid genoeg dat de Hobbit het kon horen, vol frustraties nadat hij bijna gevallen was door de onhandigheid van de Hobbit. Misschien was het onredelijk van hem, ieder lid van het gezelschap had van de klif kunnen vallen, maar in zijn hoofd was dit nog een punt in de lange lijst van redenen waarom meneer Baggins hier niet zou moeten zijn. 'Hij had nooit mee moeten gaan. Hij hoort niet thuis in dit gezelschap.'
'Hou op,' hoorde hij juffrouw Darrow zwakjes zeggen. Hij draaide zich om en zag dat ze tegen Bifur aanleunde, een verdwaasde blik op haar gezicht. Het bloed van haar slaap was over haar gezicht gelekt en had zich vermengd met het regenwater, waardoor haar verwonding er veel erger uitzag dan hij was. 'Het is niet zijn schuld.'
Hij stapte op haar af en zorgde ervoor dat hij zachtjes praatte zodat Bifur hem niet zou horen. 'Jij wist dat dit zou gebeuren.' Het was geen vraag en de grimmige, schuldige blik was bevestiging genoeg. Om een onverklaarbare reden had ze hem niet verteld over wat ze in de pas konden verwachten, ook al had hij het haar rechtstreeks gevraagd. 'Waarom heb je me niets verteld?'
Ze deed haar mond open om antwoord te geven, maar werd onderbroken door Kili, die het pad iets verder was gaan verkennen. 'Oom, er is een grot. Hij lijkt groot genoeg voor ons allemaal.'
Thorin besloot hun adviseur later te ondervragen en volgde Kili naar de ingang van de grot. Hij verlangde ernaar om onderdak te vinden, in de wetenschap dat het gezelschap nog steeds niet veilig was voor de Reuzen die nu verderop in de vallei aan het vechten waren. Op het eerste gezicht leek de grot inderdaad droog en ruim genoeg, maar hij wist dat dingen op het eerste gezicht bedrieglijk konden zijn.
'Dwalin,' zei hij, en hij gebaarde met zijn hoofd naar de ingang. Samen liepen ze de grot binnen en onderzochten hem vluchtig.
'Het ziet er veilig uit,' zei zijn vriend, een opgeluchte ondertoon in zijn stem.
'Zoek achterin, grotten in de bergen zijn zelden onbewoond,' beval hij, wetend dat zowel dieren als Goblins net als zij aangetrokken zouden worden door de grot.
Dwalin haalde hun lantaarn en stak hem vlug aan, waarna hij naar het achterste gedeelte van de grot liep en erop lette dat hij met zijn licht in elke hoek scheen. 'Er is hier niets,'zei hij na een paar lange minuten. Thorin slaakte een zucht van opluchting en gebaarde dat de rest van het gezelschap veilig naar binnen kon komen.
Na een paar minuten was het hele gezelschap binnen en maakte iedereen zich zoveel mogelijk op zijn gemak. Thorin zag dat Oin de hoofdwond van juffrouw Darrow behandelde, wat slechts een kras bleek te zijn nadat het bloed ervan af gewassen was.
'Goed, laten we een vuur maken,' zei Gloin, die de droge stukjes hout uit zijn tas viste. Er werd geglimlacht in het gezelschap, iedereen keek duidelijk uit naar warm eten en de kans om hun kleren wat te laten drogen, maar Thorin was gedwongen hen tegen te houden.
'Nee, geen vuur. Niet hier,' zei hij, terwijl hij door de grot beende. Hij wist uit ervaring dat een vuur allerlei problemen aan kon trekken in de bergen. 'Probeer wat te slapen, we vertrekken bij zonsopgang.'
'We moesten in de bergen wachten totdat Gandalf zich bij ons zou voegen, dat was het plan,' zei Balin, die afkeurend klonk. En inderdaad, als de Steenreuzen er niet geweest waren en hij niet het gevoel had gehad dat er onheil naderde, zou deze grot de perfecte plaats zijn geweest om op de Tovenaar te wachten, aangezien hij groot genoeg was voor het hele gezelschap.
'Plannen veranderen,' reageerde Thorin, wetend dat hij meer op zijn gemak zou zijn als hij het hele gezelschap de bergen uit wist te krijgen. De Tovenaar zou hen simpelweg in moeten halen als ze de oostenrand bereikten. Daarnaast was hij degene geweest die de Elven zo nodig een bezoek moest brengen.
Lizzy zat opnieuw met haar benen opgetrokken terwijl Oin de prikkende snee op haar hoofd schoonmaakte. Hij was niet diep en had erger geleken dan hij was doordat het bloed zich vermengd had met het regenwater dat over haar gezicht en nek liep. Fili, die haar niet meer gezien had sinds het gezelschap opgesplitst was, was behoorlijk bezorgd geweest bij de aanblik van haar bloederige gezicht, maar zij had de pijn nauwelijks gevoeld. Oin maakte de snee schoon en liep weg nadat hij haar een geïmproviseerd verband had gegeven dat ze tegen haar hoofd moest drukken, aangezien het nog steeds langzaam bloedde.
Ze keek de grond rond en onderdrukte de neiging om op te staan en tegen het hele gezelschap te schreeuwen dat ze moesten vertrekken. Thorins stem was zacht geweest van woede toen hij haar gevraagd had waarom ze hem niets had verteld over de Reuzen, en ze wist dat zijn woede nog erger zou zijn zodra (als, fluisterden haar verraderlijke gedachten) ze aan de andere kant van de berg kwamen en hij besefte dat ze al die tijd al van de Goblins geweten had.
Het zei bijzonder veel over Thorins charmante persoonlijkheid en angstaanjagende temperament dat ze half overwoog om het hele lot van Middle Earth te veranderen om zijn woede niet onder ogen te hoeven komen.
Ze werd zich ervan bewust dat Bilbo naast haar was komen zitten, ongetwijfeld om de rest van de Dwergen te negeren na wat Thorin tegen hem gezegd had. De Hobbit rilde in zijn natte kleren en leek volslagen ongelukkig.
'Hij meende het niet,' zei Lizzy zachtjes nadat ze een paar minuten in stilte hadden toegekeken hoe de Dwergen rondliepen in de grot en mopperend hun vochtige slaapmatjes uitspreiden.
'Ik denk dat hij het wel meent,' antwoordde Bilbo ellendig. 'En ik denk ook dat hij gelijk heeft.'
Ze hoefde echter geen antwoord te geven, want Thorin kwam op hen af. Hij beende van de andere kant van de grot naar hen toe en torende met een norse blik op zijn gezicht boven hen uit. Zowel Lizzy als Bilbo keek behoedzaam naar hem op, zich afvragend wie van beiden hij wilde spreken.
Hij richtte zich tot Bilbo. 'Laat ons alleen,' beval hij kortaf.
Bilbo sprong bijna overeind en haastte zich naar de andere kant van de grot, waardoor Lizzy opnieuw alleen met Thorin achterbleef.
Thorin ging langzaam naast haar op de grond zitten en er viel een stilte. Hij vroeg zich af waar hij moest beginnen – ze had zich opgekruld tot een balletje, rillend in haar natte kleren, en zag er zo terneergeslagen en ellendig uit dat hij haar niet echt een preek wilde geven over het feit dat ze hem niet verteld had wat hij in de pas kon verwachten. Haar snee was behandeld en ze hield een lapje tegen de wond om het bloeden te stoppen.
'Je had me over de Reuzen moeten vertellen,' zei hij uiteindelijk, zijn stem schor en net een tikkeltje berispend.
Juffrouw Darrow haalde diep adem voordat ze antwoord gaf. 'Ik wist dat het goed zou komen en jij zou een andere weg hebben gekozen als ik je hierover verteld had.'
'Ja, en blijkbaar met goede reden,' zei hij, niet begrijpend waarom de route die ze namen kennelijk zo belangrijk was, of op zijn minst belangrijk genoeg om het welzijn van het hele gezelschap op het spel te zetten.
'We moeten hierlangs,' drong ze zachtjes aan, terwijl ze haar hoofd schudde.
'Waarom?'
Ze gaf geen antwoord.
Thorin zuchtte. Ze leefden allemaal nog en niemand had een zwaardere verwonding opgelopen dan die van haar, dus hij besloot niet langer te proberen antwoorden uit haar te trekken – het zou waarschijnlijk nog makkelijker zijn om bloed uit een steen te knijpen dan haar aan het praten te krijgen als ze dat niet wilde. Er viel opnieuw een lange stilte, waarin de meeste Dwergen naar bed gingen. 'Weet je wanneer Gandalf zich weer bij ons zal voegen?' vroeg hij zachtjes.
'Vanavond,' zei ze, en haar stem trilde en brak. 'Voordat we de bergen uit zijn.'
De angst in haar stem zorgde ervoor dat hij haar eens nauwkeurig bekeek – er was duidelijk iets mis, naast natte kleren en een enge ervaring. 'Wat is er?'
Ze keek hem aan, knipperde met haar ogen en schudde toen hevig haar hoofd, waarbij een paar lokken haar die aan haar gebruikelijke paardenstaart ontsnapt waren, aan haar vochtige wangen bleven plakken. 'Niets.'
'Je bent bang,' besefte hij. Dit was anders dan de spanning die hij de afgelopen weken in haar gezien had – ze vertoonde nu tekenen van oprechte doodsangst. Haar gezicht was lijkbleek onder de achtergebleven vegen bloed en haar lippen waren bleek en gespleten omdat ze erop had gebeten. Ondanks zijn ergernis over het feit dat ze haar kennis voor hem had verborgen voelde hij de drang om haar te beschermen, net zoals de nacht ervoor, toen ze in haar slaap tegen hem aan had gerild.
'Je zou je excuses aan moeten bieden aan Bilbo,' zei ze plotseling, zonder hem aan te kijken.
Het was zijn beurt om zijn hoofd te schudden, haar woorden herkennend als een poging om het onderwerp van hun gesprek te veranderen. Hij kon niet bedenken wat haar zo bang gemaakt had: de Reuzen hadden hun gevecht allang naar een ander deel van de vallei verplaatst en de grot voorzag hen van een prima schuilplaats. 'Waar ben je bang voor?'
Ze gaf geen antwoord en beet opnieuw op haar volle onderlip. Ze zag er zo bang en kwetsbaar uit dat het een instinct was om haar te troosten – zijn hand reikte naar haar gezicht voordat hij zich er ook maar van bewust was dat hij de beweging gemaakt had, en zijn vingertoppen gleden over haar wang.
Ze trok zich geschrokken terug bij zijn aanraking, duidelijk verrast, en hij balde de aanstootgevende hand tot een vuist toen hij inzag hoe belachelijk zijn actie was.
'Ga slapen, juffrouw Darrow,' zei hij bruusk. 'Dwalin heeft gezegd dat de grot onbewoond is, we zullen hier veilig zijn.'
'Ik kan toch niet slapen,' mompelde ze, haar blik gericht op haar opgetrokken knieën.
'Wat is er aan de hand?'
'Niets,' antwoordde ze iets harder, opnieuw hevig haar hoofd schuddend.
'Juffrouw Darrow,' zei hij streng. Hij had genoeg gehad van haar geheimen.
'Ik zei dat er niets was, Thorin,' snauwde ze, waarna ze zich omdraaide om met haar rug naar hem toe te gaan liggen, ook al droeg ze haar rugzak nog. Hun gesprek was duidelijk voorbij. Nou, als zij in stilte wilde lijden zou hij haar die gunst graag verlenen, dacht hij terwijl hij terugliep naar de andere kant van de grot en daar zelf ook ging liggen. Hij wist echter dat het lang zou duren voordat hij de slaap zou kunnen vatten.
Zoals ze al verwacht had kon Lizzy niet slapen. Ze lag opgekruld in een klein balletje vol ellende, schuldgevoelens en hevige, misselijkmakende angst. De ellende en angst waren niet moeilijk te verklaren, de verwachting van wat de volgende paar uur met zich mee zouden brengen zorgden ervoor dat haar maag zich omkeerde, maar het schuldgevoel kwam door Thorins rustige vermaning dat ze hem niet gewaarschuwd had voor de Reuzen. Ze had volledig verwacht dat hij woedend zou zijn, maar hij had haar volkomen verrast door oprecht bezorgd om haar te lijken.
En hij had haar gezicht aangeraakt – soort van, maar ze kon niet zeggen waarom.
Ze had automatisch achteruit gedeinsd, zijn vingers hadden erg heet aangevoeld op haar koele huid, en hij had gedaan alsof de korte aanraking hem had vergiftigd en had zich teruggetrokken naar de andere kant van de grot.
Toch voelde ze zich na zijn bezorgdheid alleen maar slechter dat ze hem niet gewaarschuwd had voor de Goblins. Maar het was meer dan dat: sinds Rivendell hadden ze een soort voorzichtige vriendschap gevormd, of op zijn minst een tolerantie voor elkaar, ondanks het feit dat ze niet vaak met elkaar gepraat hadden, en dat wilde ze niet op het spel zetten.
Aan de andere kant van de grot hoorde ze hoe Bilbo langzaam overeind kwam om zijn zwaard om te gorden en ze onderdrukte een angstig geluidje, wetend dat het nu niet lang zou duren.
Ze was niet in staat de emoties die door haar heen raasden nog langer te verdragen en ging overeind zitten, waarna ze moeizaam naar de plaats kroop waar Thorin lag, nog steeds met haar rugzak en zwaard om. Hij was duidelijk wakker en luisterde naar Bilbo's gesprek met Bofur.
'Thorin!' siste ze. Ze porde hem in zijn schouder en hij draaide zich om om haar aan te kijken, een verraste blik op zijn gezicht. 'Ik moet je iets vertellen.'
'Je bent lijkbleek,' zei hij, terwijl hij rechtop ging zitten en haar schouders greep. Hij bracht hun gezichten dicht bij elkaar. 'In Mahals naam, vrouw, houd op met het vermijden van mijn vragen en vertel me wat er aan de hand is.'
'Toen je me vroeg wat we in de bergpas konden verwachten ben ik misschien niet helemaal eerlijk geweest,' ratelde ze, niet goed wetend hoe ze hem dit het beste kon vertellen.
'Ja, zoiets merkte ik al toen de Reuzen aan het vechten waren,' reageerde hij droogjes op strenge toon.
Lizzy schudde haar hoofd. 'Nee, er is nog meer – '
Ze werd onderbroken toen zijn handen pijnlijk verstrakten om haar schouders, zijn aandacht getrokken door iets dat er achter haar gebeurde. 'Wat is dat?' fluisterde hij, zijn ogen op de grond gericht.
Lizzy volgde zijn blik en keek vol afgrijzen toe hoe er een scheur verscheen in de grond waarop ze lagen en er zand in de spleet stroomde. 'Oh god, het spijt me…'
'Wakker worden! Wakker worden!' brulde Thorin tegen de rest van het gezelschap, dat meteen overeind kwam.
'Thorin, het spijt me zo –' was het enige wat ze uit kon brengen voordat de vloer onder hen openbarstte.
Kindle-the-Stars:
Dun dun DUN!
Jup, nog een clifhanger – zo evil ben ik wel.
Jullie kunnen alle updates en sneak peeks volgen en alle vragen stellen over mij, het verhaal, of de personages op mijn tumblr ~kindle-the-stars
Ik kan niet echt een vraag verzinnen voor dit hoofdstuk, dus ik zal iets vragen over het verhaal – wat verwachten jullie eigenlijk van Lizzy en Thorin, of wat willen jullie zien? Ik wil weten of jullie theorieën / verwachtingen overeenkomen met wat ik van plan ben. Dus, laat een reactie achter en laat me weten wat je van het hoofdstuk vindt!
Bedankt voor het lezen (:
xxMarith:
Ah ja, heel fijn, al die cliffhangers, don't kill me! School probeert dat al hard genoeg met alle tentamens en bergen leerwerk - heerlijk, zo'n examenjaar.
Die vraag van Kindle-the-Stars, daar ben ik bij jullie eigenlijk ook wel benieuwd naar. Lezen jullie het verhaal nu voor het eerst en kennen jullie de verhaallijn dus nog niet? Of kennen jullie het al in het Engels maar is dit slechts ter verduidelijking?
Anyway, ja, ik ben vastberaden om me aan de wekelijkse update te houden en jullie niet in de steek te laten, dus sowieso tot zondag! (:
