xxMarith:
DISCLAIMER: Not mine, not mine, not mine – alle credits gaan naar Kindle-the-Stars!
Geweld en gevloek in dit hoofdstuk. Ook een mogelijke trigger – bevat verwijzingen naar marteling en bedreigend gedrag.
'Beauty in distress is much the most affecting beauty.'
Edmund Burke, On the Sublime and Beautiful
De vloer spleet open onder hun voeten en het hele gezelschap tuimelde een lange gang in, waarbij ze constant tegen de muur of elkaar botsten. Het duurde slechts een paar vreselijke seconden, maar tegen de tijd dat ze in een hoop op de grond vielen, allemaal bovenop elkaar, zat Lizzy onder de blauwe plekken en schrammen en bonsde haar hart wild van misselijkmakende angst. Alleen de rugzak op haar schouders had haar weten te behoeden voor ergere verwondingen toen ze de muur had geraakt.
Ze kregen geen moment de tijd om bij te komen en werden onmiddellijk besprongen door Goblins. Het was de eerste keer dat Lizzy Goblins in het echt zag en ze waren een stuk kleiner dan de Orks die het gezelschap naar Rivendell had gejaagd. Hun huid was donkerbruin, dik en leerachtig en bedekt met wratten. Ze hadden lange, dunne vingers die eindigden in scherpe klauwen en grote, uitpuilende ogen, waarmee ze goed konden zien in de duisternis waar ze zich vaak in bevonden.
Er waren minstens zes Goblins voor elk lid van het gezelschap en ze hadden geen kans om hun wapens te trekken voordat hun rugzakken van hen af werden getrokken en hun handen hardhandig voor hun lichamen werden vastgebonden met dikke, ruwe touwen.
Een van de Goblins trok het groene elastiekje uit haar haar, maar hij trok ook een pluk haar los en ze slaakte een kreet van schrik en pijn.
'Heee, dit is een meisje,' kakelde een Goblin toen haar haar voor haar gezicht viel.
De Goblins die haar omringden begonnen haar te knijpen en te prikken en hun vreselijke vingers porden in haar heupen en borsten.
'Meisje,' rochelde een Goblin tegen haar, zijn mond met puntige tanden wijd open in een spottende uitdrukking. 'Zoet en zacht…'
Ze voelde een felle, pijnlijke steek aan de binnenkant van haar bovenbeen en nog een op haar borst, en toen bracht een Goblin zijn gezicht dicht bij dat van haar. 'We kunnen dermee spelen, we kunnen der eten, we kunnen – '
'Blijf van me af,' snauwde ze instinctief. Ze gaf een Goblin een mep met haar vastgebonden handen.
De Goblin gromde naar haar en reageerde met een felle klap in haar gezicht, waardoor haar hoofd achteroverklapte en ze bijna op de grond viel. De klap was recht op haar mond beland, waardoor haar lip spleet en fel begon te prikken. Ze proefde bloed en begon zich meteen af te vragen of het wel zo verstandig was om Goblins boos te maken. Verscheidene Dwergen omsingelden haar toen ze de mishandeling zagen en ze werden verder geleid door de gangen – met Bomburs grote figuur achter zich en Bifur en Bofur beschermend voor zich, werd ze beschermd tegen de knijpende vingers en mishandeling van de Goblins.
Ze werden vlug voortgedreven – de Goblins lieten hun zwepen klappen en zongen met krakerige, korzelige stemmen die vreselijk echoden in de smalle doolhofgangen.
'Klak! Knars! De zwarte barst!
Pak, grijp! Pik, knijp!
Langs het pad naar Goblinstad
Ga jij, mijn knaap!
.
Sleur en sla! Jammer en blaat!
Wijl Goblin drinkt en Goblin klinkt,
Rond en rond, diep onder grond,
Omlaag, mijn meid!'
Ze werden gedwongen te rennen om de zwepen te ontwijken en Lizzy hapte naar adem tegen de tijd dat ze een enorme grot instormden in de kern van Goblinstad. De grot hing vol met gammele bruggetjes van rottende houten balken, die allemaal naar een grote stenen spits leiden. Boven hen en om hen heen stonden Goblins op de looppaden en bruggen, allemaal juichend en fluitend naar het gezelschap, dat omhoog werd geduwd naar de stenen toren en de geïmproviseerde troon van hout en botten.
Lizzy zag dat Thorin met een blik van pure walging om zich heen keek in Goblinstad, zijn lip opgekruld van afkeer – toen, alsof hij haar blik voelde, draaide hij zich om naar haar. Hij fronste zijn wenkbrauwen tot een boze blik, zijn gezicht duister en woedend: hij had duidelijk beseft dat zij al die tijd had geweten dat dit zou gebeuren en als ze niet ernstig in de problemen hadden gezeten had hij veel meer gedaan dan simpelweg boos kijken.
Ze werden voor de troon gebracht, die bezet was door de Grote Goblin. Hij was een stuk groter dan de andere Goblins en smerig en afstotelijk. Het gezwel aan zijn hals zwaaide walgelijk heen en weer terwijl zijn lichaam overvallen werd door een hoestbui. Zijn huid was bedekt met wratten en zweren, waarvan verscheidene pas opengebarsten waren zodat er gore vloeistof uitstroomde, wat kennelijk de oorzaak was van zijn bijzonder erge stank.
'Wie waagt het gewapend mijn koninkrijk binnen te treden?' wilde hij weten, terwijl hij van zijn troon stapte, bovenop een stapeltje Goblins die daar leken te liggen als handig voetensteuntje. 'Dieven? Spionnen? Moordenaars?'
Lizzy staarde omhoog – hoe walgelijk hij ook was, de Grote Goblin kwam ietwat belachelijk over. Ze vroeg zich af of hij alleen maar tot Grote Goblin was uitgeroepen omdat hij groter was dan de rest en erger stonk.
'Dwergen, uwe kwaadwilligheid. En dit,' zei een van de Goblins, waarna hij hard aan het touw trok waar haar handen aan vastgebonden waren, zodat ze voorover op haar knieën viel. 'Een meisje.'
'Dwergen?' herhaalde de Grote Goblin alsof dat het vreemdste was wat hij ooit had gehoord.
'We vonden ze in het voorportaal,' legde de kleine Goblin die voor haar stond trots uit.
'Nou, blijf daar niet dom staan, fouilleer ze! Elke kier, elke spleet!' schreeuwde de Grote Goblin vrolijk. Ze werden opnieuw besprongen door Goblins, die aan hun kleren trokken en in hun huid knepen. Lizzy werd weer overeind gerukt om gefouilleerd te worden en nu prikten haar knieën net zoals haar lip, van waaruit een straaltje bloed over haar kin liep. De Goblins gooiden hun bezittingen op de grond en er ontstond een kleine stapel spullen naast hun wapens – in de stapel zag Lizzy Oins primitieve gehoorapparaat, Bofurs muts en (haar hart trok samen van plotselinge angst) Thorins sleutel.
Ze had kunnen zweren dat dat niet gebeurde in de film of het boek – ze wierp nog een blik op Thorin en zag dat hij kookte van woede dat zijn sleutel was afgepakt; zijn wenkbrauwen waren gefronst en zijn voorhoofd was diep gerimpeld. Zijn ogen staarden geconcentreerd naar de sleutel alsof hij hem door pure wilskracht naar zich toe zou kunnen trekken.
Lizzy begon in paniek te raken. Als ze de sleutel niet hadden, konden ze de berg niet in en dan viel hun hele zoektocht in het water.
De spullen lagen slechts een paar meter voor haar, als er nou een manier zou zijn waarop ze kon bukken om de sleutel te pakken zonder dat de Goblins het doorhadden…
'Wat doen jullie in deze streek?' wilde de Grote Goblin weten, haar gepeins onderbrekend. Het gezelschap zweeg en bleef uitdrukkingsloos staan, hoewel ze allemaal met een woedende blik naar het walgelijke wezen keken. 'Niemand?' voegde hij er glunderend aan toe, blijkbaar verheugd dat ze weigerden te praten.
Er gleed een valse glimlach over zijn gezicht en hij richtte zich tot een van zijn Goblinbevelhebbers. 'Breng het meisje naar voren.'
Lizzy had nauwelijks de tijd om naar adem te happen voordat ze naar voren werd gesleurd, weg bij het gezelschap totdat ze vlak voor hun stapeltje bezittingen stond. Ze werd opnieuw op haar knieën geduwd en er stonden twee Goblins elk aan een kant van haar die hun klauwen in haar schouders drukten om haar op de grond te houden. De Grote Goblin bukte zich om haar met zijn wilde, uitpuilende ogen aan te kijken en ze werd overweldigd door de stank van zijn adem op haar gezicht. Ze kokhalsde bijna toen de geur haar bereikte.
'Spreek,' beval hij, zijn gezicht dicht bij dat van haar.
Ze was haar spraakvermogen volledig kwijt en staarde hem simpelweg aan, haar ogen groot van doodsangst. Hij leek te beseffen dat ze niets zou zeggen en ging weer rechtop staan om zich nogmaals tot de Dwergen te richten. 'Iemand nog een woord om jullie knappe vriendin te redden?' vroeg hij aan hen, en hoewel ze een zacht geschuifel van voeten hoorde, bleven de Dwergen stil.
'Prima! Als zij niets zeggen willen, dan zullen we haar doen gillen!' riep hij tegen de bijeengekomen Goblins, die begonnen te juichen van gretige verwachting. 'Breng de negenstaart!'
De negenstaart? dacht ze toen de Goblins krijsten van plezier. Oh god, dit was niet wat ze had verwacht – haar aanwezigheid had hier duidelijk dingen veranderd, besefte ze in paniek, nu had ze geen idee wat er komen ging.
Toen ze had geloofd dat Goblinstad precies zo zou zijn als het boek of de film had ze het nog een beetje kunnen verdragen, tenminste genoeg om door te blijven gaan en niet om te draaien en terug te gaan naar Rivendell. Nu raasde de angst voor het onbekende echter door haar lichaam en haar maag keerde om bij het idee dat gebeurtenissen door haar zouden veranderen.
Ze wierp opnieuw een blik op de sleutel. Als ze die niet terug wisten te krijgen zou er veel meer veranderen dan alleen Goblinstad, alles zou anders zijn.
Ze trok haar hoofd met een ruk achteruit toen de Grote Goblin haar wang aanraakte en het bloed op haar kin met zijn geklauwde duim uitsmeerde. 'Het zou bijna zonde zijn om zo'n mooie huid te ontsieren, maar ik zal het met plezier doen,' kirde hij bijna. 'Zeg eens, wat deden jullie nu eigenlijk in de bergen, en waar kwamen jullie vandaan, en waar gingen jullie heen?'
Ze schudde van nee en trok haar hoofd los uit zijn hand. Was het niet de bedoeling dat Thorin tussenbeide zou komen? In de film was hij naar voren gestapt op het moment dat de Grote Goblin begonnen was over martelwerktuigen, maar nu bleef hij zwijgend achter haar staan.
Lizzy slikte hoorbaar en vroeg zich af of hij zo woedend op haar was dat hij toe zou staan dat ze gemarteld werd.
'Laatste kans, meisje. Ik durf te wedden dat je heerlijk schreeuwt,' zei hij, terwijl hij haar een valse glimlach toewierp, kennelijk verheugd dat ze weigerde. Hij was met haar aan het spelen, besefte ze in een vlaag van woede.
Ze had pestkoppen nooit gemogen – haar eerste gesprek met Thorin was begonnen doordat ze opkwam voor Bilbo toen de Dwergenkoning bot tegen hem deed, en ze was op school twee keer in de problemen gekomen omdat ze ruzie gekregen had met pestkoppen (één keer toen ze zeven was en een jongen had gebeten omdat hij haar broertje plaagde, en één keer toen ze iets ouder was en voor zichzelf was opgekomen tegen een groepje meisjes, wat geëindigd was in een haartrekgevecht).
Ze deed haar mond open om iets te zeggen maar er kwam geen geluid uit.
'Ja?' vroeg de Goblin spottend, terwijl hij zich over haar heen boog.
Eindelijk wisten de woorden die ze had geprobeerd te zeggen over haar lippen te komen, op zachte, schorre toon, maar toch hoorbaar en fel. 'Donder een eind op.'
De zweep waarvan ze niet had geweten dat hij zich achter haar bevond kwam op haar bedekte rug terecht en haar huid ontplofte van pijn. Het was de ergste pijn die ze ooit gevoeld had en ze schreeuwde het uit, waarna ze voorover in hun stapel bezittingen viel en zich instinctief opkrulde in de foetushouding in een poging zich te beschermen.
'Wacht!' hoorde ze Thorin roepen door een waas van pijn.
Thorin keek toe hoe jufrouw Darrow weg werd getrokken en opnieuw op haar knieën werd geduwd, en hij onderdrukte de neiging om naar voren te stappen en haar terug te rukken naar de relatieve veiligheid van het gezelschap. Hij onderdrukte die neiging om twee redenen: ten eerste zouden de Goblins gebruik maken van alle beschermende gevoelens die de Dwergen vertoonden en ze zouden het alleen maar erger maken voor haar als zij tussenbeide kwamen; en ten tweede was hij woedend op haar.
Het was pijnlijk duidelijk dat ze had geweten dat dit allemaal zou gebeuren, maar net zoals met de Reuzen had ze er niets over genoemd – en hij begreep simpelweg niet waarom. Toen ze gevangen werden genomen door de Goblins had er een blik op haar gezicht gestaan van gelaten angst, de blik van iemand die wist waar het lot haar heen zou leiden. Pas toen de Goblins haar waren begonnen aan te raken en te knijpen was ze onrustiger geworden, en gelijk had ze: hij had anderen horen fluisteren over de gruweldaden die Goblins en Orks bij vrouwen pleegden.
Nu, geknield voor de Grote Goblin, zag ze er absoluut doodsbang uit – het smerige wezen had het over martelwerktuigen en Thorin dwong zichzelf zijn mond te houden.
Haar lip was gespleten toen ze gevangen werden genomen en er liep een straaltje bloed over haar kin. De Goblin nam haar wang in zijn hand en veegde met een geklauwde duim over haar lippen op een bespottend tedere manier, bewust het bloed over haar gezicht uitsmerend. Als hij op dat moment zijn zwaard in zijn handen had gehad, was de Grote Goblin een van zijn handen kwijtgeraakt.
De helft van zijn aandacht was echter gericht op hun kleine stapel bezittingen die de Goblins van hen af hadden gepakt, en hun rugzakken lagen allemaal aan de andere kant van het kleine platform waar ze zich bevonden. De Goblins hadden de sleutel tot Erebor losgerukt van de gouden ketting die om zijn nek had gehangen en hadden hem op de stapel gegooid – gelukkig wisten ze niet wat ze precies van hem hadden afgenomen.
En als ze de sleutel niet terug konden krijgen zou hun tocht ten einde zijn.
'Oom,' zei Kili bezorgd, zacht en gespannen, zijn ogen gefocust op juffrouw Darrow – hij vroeg zich duidelijk af waarom hij nog niet tussenbeide was gekomen, maar door nu te spreken zou hij haar geen plezier doen en een klein, wraakzuchtig deel van hem wilde dat ze de gevolgen van haar daden, namelijk het voor hem verbergen van deze gebeurtenissen, zou ondergaan.
Hij zag dat de Goblinbewaker achter haar kwam staan met een lange, akelig uitziende zweep in zijn handen – het uiteinde splitste zich op in negen staarten, die allemaal eindigden met een metalen punt, ontworpen om diepe, evenwijdige strepen op de huid achter te laten – en zijn hart stopte bijna met kloppen. Hij kreeg onmiddellijk spijt van zijn eerdere gedachten: toen hij had gedacht dat hij wilde dat ze de gevolgen zou ondergaan, had hij alleen maar bedoeld dat ze bang zou zijn en in zou zien hoe stom haar acties waren geweest, niet dat ze gemarteld zou worden.
De Goblin achter haar huiverde zo ongeveer van opwinding en verlangen. De zweep trilde in zijn handen en de metalen haakjes dansten heen en weer, glinsterend rood door het licht van het vuur – hij kon niet toestaan dat ze zo behandeld zou worden en besloot zijn mond open te doen.
Toen hoorde hij plotseling hoe zij zelf sprak, zacht en ferm, en de Grote Goblin vertelde dat hij een eind op moest donderen, op haar eigen unieke en felle manier.
'Wacht!' riep hij meteen, terwijl hij uit het gezelschap naar voren stapte – maar hij was te laat, de zweep was al geslagen.
De Goblins krijsten van woede door haar belediging en degene die de zweep vast hield had gegromd en hem op haar rug geslagen op het moment dat de woorden over haar lippen waren gekomen. De zweep scheurde dwars door de shirts die ze droeg en ze had geschreeuwd, luid en hartverscheurend, en zich losgerukt uit de greep van de Goblins die haar schouders vasthielden, en was kronkelend van de pijn voorover in hun stapel bezittingen gevallen.
De Grote Goblin keek glunderend toe hoe hij naar voren stapte, aangezien hij hem eerst niet opgemerkt of herkend had in het gezelschap. 'Kijk eens aan! Wie hebben we hier?'zei hij, terwijl hij rechtop ging staan. 'Thorin, zoon van Thrain, zoon van Thror, Koning Onder de Berg,' besloot hij met een spottende buiging, maar Thorin was te afgeleid om echt beledigd te zijn door dit gore schepsel. Hij keek naar juffrouw Darrow, die langzaam overeind kwam uit het beschermende balletje waarin ze zich had opgekruld, toen ze besefte dat de zweep niet onmiddellijk opnieuw zou slaan. De zweep had haar shirts gescheurd en er verschenen langzaam bloedvlekken in de stof. Ze bewoog zich alsof ze vreselijk veel pijn had en hij zag dat ze trilde en dat er tranen over haar wangen liepen, hoewel ze zich goed genoeg voelde om haar hoofd op te heffen en verwijtend naar de Goblin te staren.
Toen deed de Grote Goblin net alsof hij zich iets herinnerde. 'Oh, maar ik vergeet iets, je hebt helemaal geen berg, en je bent geen koning, dus eigenlijk ben je… niemand.'
'Hij is een tien keer betere koning dan jij, klootzak,' snauwde juffrouw Darrow zachtjes tegen de Goblin vanaf haar geknielde houding op de grond. Haar eerdere angst was vervangen door woede – haar ogen glinsterden van razernij achter haar tranen en haar vastgebonden handen waren gebald tot vuisten.
De Goblinbewaker met de zweep maakte een beweging alsof hij haar nog eens wilde slaan, maar de Grote Goblin hield hem tegen met een zwaai van zijn hand en een valse lach. 'Je verdedigt hem fel, meisje,' merkte hij op, terwijl hij met groeiend begrip van de een naar de ander keek. 'Heb je een vrouw genomen, Durinszoon?'
Thorin wierp opnieuw een blik op juffrouw Darrow, die verbaasd met haar ogen knipperde bij de veronderstelling van de Goblin, maar hij reageerde niet.
'Het is waar!' zei de Goblin opgetogen, die zowel hun stilte als de hun blikuitwisseling verkeerd interpreteerde. 'En nog een mensenbruid ook – mijn hemel, wat zou je grootvader zeggen?'
'Laat haar gaan,' beval Thorin, kokend van woede bij de woorden van de Grote Goblin.
'Je bevindt je niet in een positie om eisen te stellen, Dwerg,' herinnerde de Goblin hem eraan. Toen leek hij zich iets te realiseren en hij grinnikte onheilspellend. 'Ik ken iemand die een flinke prijs zou betalen voor jouw hoofd – dat van haar misschien ook wel. Alleen het hoofd, zonder de rest.'
Thorin verborg zijn verwarring goed – hij kon geen levende vijanden bedenken die hem genoeg haatten om een prijs op zijn hoofd te zetten.
'Misschien weet je wel over wie ik het heb, een oude vijand van je,' vervolgde de Goblin, genietend van Thorins onwetendheid. 'Een Bleke Ork, de ruiter van een witte warg.'
Het bloed bevroor in Thorins aderen bij de bekende beschrijving – een van de enige redenen waarom hij 's nachts rustig kon slapen was de wetenschap dat het gruwelwezen dat de Grote Goblin beschreef dood was. Het was niet mogelijk dat dat monster het verlies van zijn hand overleefd zou kunnen hebben, niet in die smerige omgeving – de Goblin speelde duidelijk maar wat met hem. 'Azog de Vervuiler is vernietigd,' zei hij zelfverzekerd, aangezien hij zelf de doodslag had uitgedeeld om zijn familie te wreken. 'Hij is lang geleden verslagen in de strijd.'
'Dus jij gelooft dat zijn vervuilende dagen over zijn, of niet?' voeg hij met wat alleen maar omschreven kon worden als een wrede, gestoorde giechel, en hij draaide zich om naar een kleine Goblinsecretaris. 'Stuur een bode naar de Bleke Ork en vertel hem dat ik zijn prijs gevonden heb,' zei hij, waarna de Goblin de duisternis in stoof.
De Goblin richtte zijn aandacht weer op zijn gevangenen, nog steeds grinnikend. Hij reikte naar voren om juffrouw Darrows gezicht nog eens aan te raken maar hield zijn ogen op Thorin gericht om zijn reactie af te wegen. 'Je zult dat niet lang meer denken, Durinszoon – wie zal het zeggen, misschien zal de Bleke Ork je lang genoeg in leven houden om getuige te zijn van zijn ontmoeting met je knappe bruid. Hij zou niet blij zijn als ik eerst een beurt nam, zo zonde,' voegde hij er brutaal aan toe, terwijl hij met zijn hand langs haar nek streek.
'Raak me niet aan,' zei ze, terwijl ze zich losrukte van zijn geklauwde hand en toen ineenkromp omdat de beweging de wonden op haar rug duidelijk verergerde.
De Grote Goblin gromde en duwde haar naar achteren. Door haar vastgebonden handen verloor ze haar evenwicht en maakte een ongemakkelijke draai, waardoor ze op haar zij belandde en naar adem hapte van de pijn. 'Ik raad je aan te leren je mond te houden, meisje,' dreigde de Goblin terwijl ze met moeite weer overeind kwam. 'Anders zou Azog je tong er nog wel eens uit kunnen snijden.'
Thorin zag dat juffrouw Darrow haar mond dichtklapte bij die bedreiging en dat de angst in haar ogen toenam, en Thorin voelde het eerste spoortje van twijfel. De Grote Goblin leek in ieder geval te geloven dat Azog nog leefde, en hoewel hij een doodslag had uitgedeeld, had hij de Ork niet persoonlijk zien sterven…
De Grote Goblin grinnikte opnieuw bij de plotselinge stilte, aangezien zijn bedreiging gewerkt had. 'Ik heb de rest van je gezelschap niet nodig dus laten we voor wat vermaak zorgen voordat onze verwachte gast arriveert. Ik zal jullie laten toekijken hoe jullie vrienden sterven voordat ik jullie aan de Bleke Ork geef,' beloofde hij voordat hij zich omdraaide en zich met luide stem en uitgestrekte armen tot de verzamelde Goblins richtte. 'Breng de Hakselaar! Breng de Bottenbreker!'
Thorin maakte gebruik van de afleiding van de Goblin door juffrouw Darrow overeind te trekken, een tikkeltje moeizaam omdat zijn eigen handen ook vastgebonden waren, en haar een paar stappen naar achteren te trekken zodat ze niet langer zo blootgesteld waren en weer bij het gezelschap stonden.
'Maak je geen zorgen, Gandalf komt eraan,' fluisterde ze zachtjes tegen hem, op gespannen toon.
Thorin keek haar aan. Haar gezicht was wit van de pijn en besmeerd met tranen, waardoor het bloed op haar mond en kin vreselijk opviel. Er groeiden donkere, plakkerige bloedvlekken tussen haar schouderbladen en ze stond in een ongemakkelijke houding terwijl haar ogen door de grot schoten.
'En dit weet je precies, of niet?' fluisterde hij terug. Hij zag haar woorden als bevestiging dat ze had geweten dat dit allemaal zou gebeuren. Toen hij haar had geconfronteerd na hun aanvaring met de Reuzen, had ze hem verteld dat ze deze kant op moesten gaan. Waarschijnlijk had ze bedoeld dat ze gevangen genomen moesten worden om een reden die blijkbaar belangrijk was voor hun zoektocht, maar hij kon op het moment niets bedenken wat hen bij de tocht zou kunnen helpen en hij begon dan ook hevig aan haar redenen te twijfelen.
Ze knikte met een hele kleine beweging van haar hoofd om geen aandacht te trekken. 'Hij komt zo, het kan nu ieder moment gebeuren.'
'Waar zijn die martelwerktuigen? Ik wil deze Dwergen horen huilen voordat ze sterven!' De Grote Goblin schreeuwde tegen de Goblins terwijl zij zachtjes met elkaar praten, en toen begon hij te zingen.
'We breken de botten en wurgen de nekken!
Slaan je en stompen je, hangen je aan rekken!
Niemand zal je vinden, zover van het pad!
Hier in de diepte van Goblinstad!'
De Goblins die hen omsingeld hadden werden nog feller, aangespoord door hun leider. Het gezelschap werd gepord en geknepen en naar voren geduwd, waar de martelinstrumenten werden aangedragen, terwijl de Dwergen zich allemaal los probeerden te worstelen van de Goblins.
Plotseling klonk er gekrijs van opzij – verscheidene Goblins hadden gretig over hun wapens gekibbeld en ze gestreeld. Een van hen had Orcrist gedeeltelijk uit de schede getrokken en het zwaard kennelijk herkend, waarna hij het vol afgrijzen aan de kant had gesmeten.
'Ik ken dat zwaard!' zei de Grote Goblin, die angstig achteruitdeinsde en half terugklom op zijn troon. 'Het is de Goblinkliever, de Bijter! Het zwaard dat duizenden nekken heeft afgehakt!'
In hun woede vielen de Goblinbewakers hen nu echt aan – degene met de zweep sloeg hem in hun richting en Thorin draaide zich om om juffrouw Darrow te beschermen en ving de klap op op zijn geharnaste schouder.
'Splijt ze, sla ze, schil ze!' beval de Goblin. 'Dood ze allemaal, maar ik wil Thorin en het meisje levend!'
Het duo werd afgezonderd van de rest van het gezelschap, waar iedereen met zijn blote handen voor zijn leven vocht, allemaal met een stuk of zes Goblins bovenop zich. In het strijdgewoel zag hij hoe juffrouw Darrow paniekerig gilde en ronddraaide terwijl Goblins aan haar kleren klauwden en scheuren trokken in haar zwarte broek.
Toen was er plotseling een verblindend wit licht en een krachtige wind, en de Goblins om hem heen werden losgerukt van zijn lichaam.
Alle lichten waren gedoofd – er was niets meer behalve duisternis en stilte.
Kindle-the-Stars:
Oh jee, nog een cliffhanger…
Reviews zijn welkom, ik zou graag horen wat jullie van dit hoofdstuk vinden, en wat de vraag van deze week betreft… welk personage in Middle Earth zou je absoluut NIET willen ontmoeten?
Jullie kunnen alle updates en sneak peeks volgen en vragen over het verhaal of de personages stellen op mijn Tumblr ~kindle-the-stars
xxMarith:
Wat gaan die weken toch eigenlijk ook snel tegenwoordig - anyway, ja, hier het wekelijkse hoofdstuk! (:
