xxMarith:
DISCLAIMER: Soms vraag ik me af: zijn er mensen die de disclaimers lezen? Die verhalen bij langs gaan en controleren of er wel een disclaimer op staat? Wat een vreselijke baan. Anyway, áls die mensen er zijn, dit verhaal is niet van mij, het is geschreven door de lovely Kindle-the-Stars.
Mogelijke triggers in dit hoofdstuk voor martelingen
"Courage isn't just a matter of not being frightened, you know. It's being afraid and doing what you have to do anyway."
Doctor Who, Derde Doctor
Lizzy werd schreeuwend en schoppend weggesleurd bij het gezelschap door Goblins die haar krabden, aan haar haren trokken en met hun scherpe klauwen scheuren maakten in haar broek. Ze spartelde hevig tegen, wat de pijnlijke wonden op haar rug nog erger maakte, maar het was tevergeefs. Ze werd vastgehouden door tenminste zes Goblins, die allemaal niet bijzonder voorzichtig met haar deden, en ze werd weggetrokken uit de relatieve veiligheid van haar groep.
Plotseling ontplofte de grot in een felwit licht en de Goblins werden bij haar weggerukt door een warme, krachtige wind. De wind brandde ook de touwen van haar polsen, maar liet haar huid ongedeerd, op de schaafplekken van de touwen na. Lizzy's hart sprong op en slaakte een opgeluchte zucht, wetend dat Gandalf toch eindelijk gearriveerd was.
Ze had geweten dat hij elk moment kon komen, maar ze was vreselijk bang geweest dat de Goblins de sleutel zouden ontdekken die ze in haar hand had geklemd, voordat hij hen zou komen redden.
Een aantal minuten geleden, toen ze zich na de zweepslag ongelukkig had losgerukt van de Goblins die haar schouders vasthielden, was ze voorover in de stapel bezittingen gevallen en had ze zich opgekruld tot een beschermend balletje. Toevallig had ze het koude metaal van de sleutel tegen de rug van haar gebonden handen gevoeld en ze had hem vlug gegrepen en tussen haar vingers verborgen terwijl ze weer overeind kwam. De wetenschap dat de Goblins hun zoektocht niet onbewust tot een vervroegd einde hadden gebracht, had haar de moed gegeven om rechtop te gaan zitten en ondanks haar pijn een uitdagende en boze blik naar de Grote Goblin te werpen.
Ze was niet bang geweest voor de duisternis die na de lichtflits kwam en ze tuurde met samengeknepen ogen naar de plek waar Gandalf uit de schemering naar voren stapte. Ze greep haar kans om de sleutel diep in een zak van haar ongelukkig gescheurde cargobroek te duwen terwijl iedereen afgeleid was.
'Grijp jullie wapens,' beval Gandalf met een diepe, galmende stem. 'Vecht… Vecht!'
De Dwergen schoven de Goblins meteen van zich af en doken naar hun stapel wapens, die ze naar elkaar doorgooiden. Bofur duwde Naethring in haar hand, schede en al, terwijl hij zijn muts van de grond opraapte. Ze haalde het zwaard onhandig uit de schede en de beweging zond een steek van pijn door haar zere rug.
'Hij heeft de Vijandhamer!' zei de Grote Goblin angstig, zijn blik op de Tovenaar gericht. 'De Slachter, zo fel als het daglicht!'
Verscheidene Goblins waren van het platform gevlucht bij de aanblik van Gandalf met zijn grote, glimmende zwaard, maar de rest herstelde zich van de schrik en bereidde zich voor om te vechten. Degene met de zweep stormde op Lizzy af, zijn afstotelijke gezicht vertrokken tot een snauw. Ze voerde instinctief een steekbeweging uit die Dwalin haar had geleerd en stak de Goblin diep in zijn buik met de punt van haar zwaard. De Goblin krijste en strompelde achteruit, één geklauwde hand tegen de bloedende wond gedrukt. Ze zag de pijn in zijn uitpuilende ogen, terwijl het bloed tussen zijn vingers doorstroomde, en voelde zich onmiddellijk misselijk. Het gevoel vervloog echter snel toen de Goblin opnieuw op haar afdook. Deze keer raakte ze zijn keel en hij viel dood neer aan haar voeten.
Ze zakte door haar knieën en kokhalsde, en het zwaard viel uit haar gevoelloze vingers. Ze had nu echt iemand van het leven beroofd, besefte ze misselijk van afschuw. Gelukkig hoefde ze dit moment van zwakte niet met haar leven te bekopen, aangezien de Goblins druk bezig waren met het vechten tegen Gandalf en de Dwergen, die hen met woeste razernij aanvielen.
Ze zag dat de Grote Goblin zich herstelde van zijn angst en zijn staf opraapte, een lange stok die eindigde in een gehoornde schedel. Hij ging klaarstaan om Thorin ermee te verpletteren.
'Thorin!' riep ze om hem te waarschuwen en hij draaide zich op tijd om om de klap op zijn zwaard op te vangen. De kracht van zijn arm zorgde ervoor dat de Goblin achterover kantelde en zo over de rand van het platform struikelde.
Hierdoor stoven de Goblins die hem omsingelden angstig aan de kant, waardoor Thorin een ogenblik had waarin hij niet aangevallen werd. Lizzy zag dat hij op de grond dook en vlug met zijn hand door hun stapel bezittingen veegde. 'De sleutel! Waar is hij?' hoorde ze hem schreeuwen, maar ze kreeg niet de kans om hem te vertellen dat zij hem had, aangezien een andere Goblin opmerkte dat ze op de grond geknield zat en op haar af stormde.
Ze greep haar zwaard en stak hem omhoog, en door de snelheid van de rennende Goblin wist ze hem zonder al te veel moeite te doorboren. Hij viel bijna bovenop haar en ze trok haar zwaard moeizaam terug. Ze hoorde een slijmerig geluidje, keek naar het zwarte bloed en voelde dat haar maag zich opnieuw omkeerde.
Het gezelschap had de meeste Goblins op het platform gedood, maar er liepen tientallen nieuwe op de loopbruggen boven hen, die krijsend van woede en haat vlug naar beneden kwamen. Ze hadden even de tijd om hun rugzakken te grijpen, waarbij Bifur naast zijn eigen tas ook die van haar greep, en volgden toen Gandalf van het platform af.
Als je de martelpijn van de zweep niet meetelde, zorgde het gedwongen rennen voor een pijn die ze nog nooit eerder had gevoeld. Elke stap die ze nam zond steken door de wonden op haar rug, totdat het allemaal samengevoegd werd tot een vreselijke, kloppende pijn die zich uitstrekte tot haar schouder en over haar ruggengraat liep. Als Nori haar niet steeds een zetje van achteren had gegeven als ze struikelde of langzamer ging lopen, had ze het misschien niet eens gehaald.
Ze hadden een paar seconden waarin ze gewoon renden en voor zichzelf een voorsprong creëerden, maar de Goblins kenden hun paden veel beter dan zij, dus ze haalden hen al gauw in en het gezelschap werd opnieuw aangevallen.
Lizzy bleef dicht achter Dwalin tijdens het rennen – zijn brute en woeste vechtkunsten hielden de meeste Goblins die hen aanvielen bij hen uit de buurt. Eén Goblin glipte langs hem en dook op haar af, en ze schoof hem met al haar kracht achteruit, waardoor hij achterover over de armzalige reling duikelde. In de nanoseconde voordat hij viel zag ze de doodsangst in zijn ogen.
Dwalin kwam plotseling met een ruk tot stilstand en ze kon zich maar net tegenhouden voordat ze tegen zijn rug knalde. Ze keek over zijn schouder en zal verscheidene Goblins op hen af rennen – teveel om tegen te vechten. Dwalin hakte een van de touwen door die de reling vormden en ze grepen allemaal het touw vast, dat ze vervolgens gebruikten om de Goblins van het pad te vegen terwijl Dwalin een strijdkreet brulde.
Lizzy had de Dwergen nog nooit in actie gezien, behalve in de films – en het echte leven was toch net iets anders. Goedgemanierde en kieskeurige Dori was veranderd in een ervaren en sterke krijger, die zijn wapen hoog boven zijn hoofd rond slingerde en verscheidene Goblins tegelijk omver zwaaide. Ook Balin leek niet zo oud als gewoonlijk toen hij in zijn eentje meerdere aanvallers uitschakelde met grote zwaaibewegingen van zijn zwaard. Het was echter Thorin die haar aandacht greep – elke keer dat ze een glimp van hem opving zwierde hij rond en stak hij zijn zwaard met zoveel sierlijkheid om zich heen dat het leek alsof hij danste, en zijn mantel wapperde rond zijn lichaam. Als ze de tijd had gehad, zou ze betoverd zijn geweest door zijn wilde staat: hij baande zich hakkend en stekend meedogenloos een weg door de Goblins, zijn ogen glinsterend van woede.
Plotseling stonden ze op een looppad en een van de Dwergen sneed de touwen door zodat ze boven een grote afgrond zwaaiden. Iemand greep haar hand en ze werd gedwongen om te springen toen het looppad omkantelde, en ze rolde onhandig over de grond bij de landing. Ze slaakte een kreet van pijn, maar kreeg niet de tijd om zich te herstellen voordat de rest van het gezelschap over de afgrond sprong en zich bij hen voegde. Ze werd overeind getrokken en opnieuw gedwongen om te rennen, werd zo ongeveer achter Gloin aangesleurd terwijl ze protesterend kreunde van de pijn.
Ze liep ergens achteraan het gezelschap en probeerde alleen nog maar de Dwergen bij te houden, die een rotsblok voor zich uit duwden dat Gandalf met een flits van magie had losgeschoten, waarmee ze de Goblins op het pad verpletterden. Het voelde nu alsof ze puur op adrenaline rende; haar benen waren verzuurd en haar rug brandde pijnlijk elke keer dat ze naar adem hapte.
Ze hadden even een adempauze toen ze een bruggetje overstaken naar een nieuw pad en niet aangevallen werden – toen barstte plotseling de Grote Goblin door de grond en het gezelschap kwam met een ruk tot stilstand. Het pad werd voor en achter hen al vlug gevuld door Goblins. Ze vielen echter niet aan, maar keken in plaats daarvan gretig toe wat hun leider zou doen.
'Dachten jullie dat jullie aan mij konden ontsnappen?' wilde hij weten. Hij haalde met zijn schedelstaf uit naar Gandalf, die de klap ontweek. 'Wat ga je nu doen, Tovenaar?'
Als antwoord stak Gandalf vlug zijn eigen staf omhoog, waarmee hij de Grote Goblin in zijn oog stak. Hij huilde van de pijn en Gandalf maakte gebruik van het feit dat hij nu niet verdedigd was door met zijn zwaard in zijn buik te hakken. Het sneed dwars door het vetweefsel en de Goblin viel op zijn knieën.
'Ja, dat werkt,' zei de Grote Goblin, met tegenzin onder de indruk. Gandalf maakte het af door vlug zijn keel door te snijden.
De brug waar ze op stonden kreunde protesterend toen de Goblin voorover viel, en barstte bijna uit zijn voegen. Lizzy herinnerde zich wat er nu kwam en greep vlug een van de palen vast, terwijl de Dwergen allemaal probeerden hun evenwicht te bewaren op de kantelende brug. 'Hou je vast!' riep ze toen de laatste touwen knapten en de brug een paar meter naar beneden viel. Haar maag schoot omhoog, maar toen werden ze opgevangen door de rotswand en begonnen ze de diepe afgrond in te glijden.
Elke schokkende beweging van de rots zond steken van vreselijke pijn naar haar schouderbladen en er dansten zwarte vlekken voor haar ogen. Dit ga ik nooit overleven, was haar laatste gedachte toen de grond razendsnel dichterbij kwam.
Thorin kon bijna niet geloven dat ze na die val allemaal nog leefden. De brug waar ze op hadden gestaan was ingestort en in een enorme kloof naar beneden gevallen, totdat hij met een schok tot stilstand was gekomen tussen de steeds smaller wordende rotswanden. Wonderbaarlijk genoeg was het hele gezelschap bij elkaar gebleven tijdens het vechten door Goblinstad, hoewel elke stap voor hem erg zwaar was geweest omdat hij wist dat hij de sleutel naar Erebor ergens achter zich liet in de grot.
Hij schoof boos een plank aan de kant en bevrijdde zich uit de ravage van de brug, zijn bloed nog kokend door de hitte van de strijd. Hij was woedend, wetend dat ze nu met geen mogelijkheid de sleutel terug zouden kunnen krijgen – betekende dat dat hun tocht ten einde was? Hij wilde juffrouw Darrow vinden en eens flink wat antwoorden uit haar trekken.
Om hem heen keken de Dwergen verdwaasd om zich heen; ze leken verbaasd te zijn dat ze allemaal nog leefden. 'Nou, dat had erger gekund,' zei Bofur op zijn gebruikelijke directe en droge toon.
De woorden waren nog maar net over zijn lippen toen het lichaam van de Grote Goblin naar beneden stortte, bovenop degenen die nog onder het puin lagen. Er klonk gekreun vanuit het gezelschap terwijl ze worstelden om onder zijn gewicht uit te komen. 'Dit meen je niet,' hoorde hij Dwalin grommen.
Thorin zag plotseling een slanke, gebruinde hand zwakjes tegen een balk drukken en hij stapte naar voren, schoof de balk opzij en onthulde een erg verfomfaaide en bloederige Elizabeth Darrow. Ze zag er vreselijk uit: ze zat onder de blauwe plekken en schaafwonden en haar kleren waren vuil en gescheurd. De snee op haar voorhoofd van eerder was weer open gegaan en haar warrige haar had zich vermengd met het bloed. Daarnaast zat de hele onderkant van haar lijkbleke gezicht onder het bloed van haar gespleten lip, wat in bruine sporen op haar nek was opgedroogd. Stof en vuil had zich in de tranensporen op haar wangen genesteld en haar normaal gesproken sprankelende ogen waren dof als grijze stenen.
'Sta op,' beval hij, terwijl hij nog een paar stukken hout van haar af trok.
'Kan ik niet…' fluisterde ze zachtjes, haar stem gespannen van de pijn doordat zijn bewegingen haar gewonde lichaam heen en weer schudden. Haar oogleden vielen half dicht, gevaarlijk dicht bij het verliezen van haar bewustzijn.
Hij zag de horde Goblins die in de verte op hen af kwam stormen, duidelijk razend door de dood van hun koning. Gandalf zei dat ze nu alleen nog gered konden worden door daglicht en hij hees de rest van het gezelschap overeind en vertelde hen dringend dat ze moesten rennen.
Hij bracht zijn gezicht dicht bij dat van haar, nam haar kin tussen zijn vingers zodat ze hem wel aan moest kijken en ze knipperde gedesoriënteerd. 'Als je nu niet overeind komt zullen ze je martelen, verkrachten, vermoorden en opeten,' gromde hij zachtjes, terwijl hij haar bevrijdde van het laatste puin. 'Raap jezelf bij elkaar, juffrouw Darrow, er is later wel tijd om hysterisch te doen.'
Ze stootte een zachte kreun uit, maar deed toch een poging om overeind te komen – veel te langzaam, ze zou met geen mogelijkheid kunnen rennen in haar huidige staat.
Thorin vloekte zachtjes in Khuzdul en tilde haar met een zwaai op in zijn armen, met zwaard en al, en rende achter de rest van het gezelschap aan. Hij hoorde een zacht kreetje van verrassing en toen lag ze slap in zijn armen. Hoe woedend hij ook op haar was (het was immers haar schuld dat hij de sleutel verloren had), hij kon haar met geen mogelijkheid achterlaten.
Lizzy had serieus het bewustzijn verloren – was flauwgevallen – bezweken – hoe je het ook wilde noemen, en toen ze weer bij bewustzijn kwam besefte ze dat ze gedragen werd door… iemand, hoewel ze niet kon zien wie het was omdat haar oogleden te zwaar aanvoelden om open te doen. Ze voelde zacht bont onder haar wang en ze begroef haar hoofd dieper in de borst van haar drager. Ze haalde diep adem en rook zweet, leer, tabak en (minder aangenaam) bloed. Ze knipperde langzaam met haar ogen en fronste bij het zien van de wapenuitrusting – kleine, zeshoekige zilveren plaatjes met metalen noppen, gedeeltelijk bedekt door een donkerblauwe tuniek – ze wist meteen wie het was.
Het laatste wat ze zich kon herinneren was dat Thorin tegen haar praatte, haar kin tussen zijn duim en wijsvinger, hoewel ze zich niet kon herinneren wat hij had gezegd – nu leek het erop dat hij haar droeg terwijl hij rende.
Ze werd bij elke beweging door elkaar geschud en haar rug prikte, maar ze voelde zich toch veilig in zijn armen, wetend dat ze bijna vrij waren uit Goblinstad. Ze barstten het zonlicht in en ze kneep haar ogen meteen weer dicht door de felheid, en begroef haar hoofd dieper in het bont van zijn jas. De steken van pijn verergerden doordat Thorin over rotsen sprong, van een heuvel rende en bomen ontweek, hoewel hij haar strak tegen zijn borst klemde en haar zo behoedde voor de ergste schokken.
Ze stopten met lopen en ze hoorde hoe Gandalf iedereen telde. 'Waar is Bilbo? Waar is onze Hobbit?' hoorde ze hem zeggen toen hij één iemand tekort kwam. 'Waar is onze Hobbit?'
Lizzy voelde hoe ze voorzichtig op de grond werd gelegd en plotseling hoorde ze Fili's stem recht boven haar, en een hand veegde haar warrige haar uit haar gezicht. 'Gaat het goed met haar?' hoorde ze hem vragen.
'Maak haar wakker, ik moet zo gauw mogelijk met haar spreken,' hoorde ze Thorin nors antwoorden, zwaar hijgend na het geren. Het drong tot haar door dat hij waarschijnlijk laaiend op haar was. Daarom hield ze haar ogen gesloten totdat ze hem weg voelde gaan.
Lizzy?' hoorde ze Kili zachtjes en bezorgd zeggen en ze deed haar ogen een stukje open. Zowel Fili en Kili zaten over haar heen gebogen en keken haar bezorgd aan. Fili ondersteunde haar half op de grond en half in zijn armen en ze zuchtten allebei van opluchting toen ze zagen dat ze haar ogen opendeed.
'Het gaat… goed,' zei ze. Haar stem beefde en ze was niet helemaal zeker van de waarheid van die uitspraak. Haar rug klopte van de pijn en ze voelde de kleverigheid van grote hoeveelheden bloed onder haar T-shirts, wat waarschijnlijk de oorzaak was van haar duizeligheid. Haar maag draaide nog steeds van misselijkheid omdat ze die Goblins vermoord had en haar lichaam was bedekt met talloze prikkende sneeën.
Ze had gezegd dat het goed ging, maar eigenlijk geloofde ze dat ze zich nog nooit zo slecht had gevoeld, zelfs niet die keer dat ze buikgriep had gehad op de universiteit.
Ze worstelde gedesoriënteerd om rechtop te gaan zitten, nog steeds ondersteund door Fili, en liet haar blik over het gezelschap glijden om te controleren of niemand gewond was. Op een paar schaafwonden en blauwe plekken na leek het erop dat ze het er ongedeerd vanaf hadden gebracht.
Gandalf had zojuist ontdekt dat geen van de Dwergen wist waar Bilbo was, hoewel Nori dacht dat hij hem weg had zien glippen toen ze voor het eerste gevangen werden. 'Wat is er precies gebeurd? Vertel het me!' eiste de Tovenaar.
Het was Thorin die antwoord gaf, zijn stem getint door boosheid, zijn zwaard nog steeds getrokken. 'Ik zal je vertellen wat er gebeurd is: meester Baggins zag zijn kans en hij heeft hem aangegrepen! Sinds hij een voet over de drempel van zijn huisje zette heeft hij aan niets anders gedacht dan zijn zachte bed en warme haard. We zullen onze Hobbit niet meer terug zien, hij is al lang weg.'
Lizzy keek om zich heen, hopend dat Bilbo inderdaad uit de grotten ontsnapt was, zoals het hoorde – anders was heel Goblinstad voor niets geweest.
En inderdaad, ze zag hem achter een boom vandaan stappen en werd overspoeld door een golf van opluchting. 'Nee hoor,' zei Bilbo, zijn blik op Thorin gericht. De overige Dwergen leken verrast, maar vooral blij om hem te zien. Thorin plantte echter simpelweg de punt van zijn zwaard in de grond en keek de Hobbit boos aan, zijn handen om de knop van Orcrist geklemd.
'Bilbo Baggins, ik ben nog nooit zo blij geweest om iemand te zien,' zei Gandalf, terwijl de bezorgdheid wegebde uit zijn stem.
'Bilbo, we dachten dat we je kwijt waren!' zei Kili, die de Hobbit een grijns toewierp.
'Hoe ben je in vredesnaam langs de Goblins gekomen?' vroeg Fili.
'Inderdaad, hoe?' wilde Dwalin weten, die Bilbo achterdochtig aankeek.
Er viel een stilte en toen lachte Bilbo zenuwachtig, zwaaiend met zijn vinger alsof hij het niet zou gaan vertellen. Hij stak zijn hand in zijn zak – en alleen maar omdat ze er goed op lette zag ze de flits van goud toen hij de ring in zijn jaszak liet glijden.
'Wat doet het ertoe?' zei Gandalf op een vastberaden nonchalante toon, ook zijn ogen gericht op de zak van Bilbo's vest, dat verscheidene bronzen knopen miste. 'Hij is terug.'
Thorin wierp vlug een blik op de Tovenaar. 'Het doet er wel toe. Ik wil het weten.' Hij leek duidelijk moeite te doen om zijn stem onder controle te houden toen hij vroeg: 'Waarom ben je teruggekomen?'
Bilbo staarde Thorin simpelweg een paar seconden aan en zijn borstkas ging met elke ademhaling op en neer. Uiteindelijk sprak hij. 'Ik weet dat je aan me twijfelt. Ik weet dat… Ik weet dat je dat altijd gedaan hebt. En je hebt gelijk, ik denk vaak aan Bag End,' zei hij met wrange zelfspot. 'Ik mis mijn boeken, en mijn leunstoel, en mijn tuin. Want weet je, dat is waar ik hoor te zijn, dat is mijn thuis. En dat is waarom ik terug kwam, omdat… jullie dat niet hebben. Een thuis. Dat is van jullie afgepakt.' Er viel een lange stilte en Lizzy merkte dat Thorin verbijsterd leek door deze toespraak en dat alle Dwergen meeluisterden. 'Maar ik ga jullie helpen jullie thuis terug te krijgen, als ik kan,' besloot Bilbo en er viel een lange stilte na zijn toespraak.
Thorin voelde zich… nederig door de woorden van de kleine man. Ja, de Hobbit was nog steeds een last en het was echt een wonder dat hij het tot nu toe overleefd had, vooral als hij alleen was geweest onder de berg, maar hij had nog nooit bedacht dat meneer Baggins zijn eigen thuis had opgegeven om hen te helpen dat van hen terug te winnen. Hij had meneer Baggins boos gezegd dat hij aan niets anders dacht dan zijn thuis, maar deed hij eigenlijk niet precies hetzelfde? Bilbo deed zijn best om hen zo goed mogelijk te helpenen hij had absoluut geen reden om in het gezelschap te zijn – hij was hier simpelweg uit goedheid.
'Goed,' zei hij uiteindelijk, om de woorden van de Hobbit te erkennen en zelf zo min mogelijk te hoeven zeggen. Hij draaide zich om naar Elizabeth Darrow en zag dat ze weer bij bewustzijn was gekomen en nu rechtop tussen zijn neven zat. Hij richtte zijn bebloede zwaard op haar, tot Fili en Kili's grote verbazing. 'Nu jij.'
Ze kromp ineen en haar gezicht verbleekte onmiddellijk bij het horen van de woede in zijn stem. 'Het spijt me – '
'Laat die verontschuldigingen maar zitten, ik wil uitleg horen,' onderbrak hij. Hij hield zijn stem zacht en beheerst, hield zijn woede onder controle, ook al stond hij op het punt van uitbarsten.
De rest van het gezelschap was logischerwijze verward door zijn plotselinge, schijnbaar onverdiende vijandigheid tegenover hun adviseur. Ze wisselden blikken van verbazing uit en hij zag dat de Tovenaar zwaar op zijn staf leunde, een blik van gelatenheid op zijn gezicht.
Balin deed zijn mond open. 'Thorin, wat – '
Hij keek hem vlug boos aan en legde zijn vriend halverwege zijn zin het zwijgen op, en richtte zijn ogen toen weer op juffrouw Darrow. Ze haalde diep adem en zag er verontschuldigend en ongelukkig uit, haar gezicht vertrokken van de pijn. Ze keek een keer het verwarde gezelschap rond voordat ze zachtjes antwoord gaf, alsof ze niet wilde dat de anderen het hoorden. 'Je weet dat ik een poging doe om dingen te veranderen, maar sommige dingen moeten gebeuren.'
'Omdat het in een verhaaltje staat?' gromde hij, terwijl de rest van de Dwergen hun gesprek met verbijsterde bezorgdheid volgden.
Juffrouw Darrow schudde haar hoofd. 'Het is niet alleen het verhaal; wat er onder die berg gebeurd is is belangrijk voor heel Middle Earth,' zei ze ellendig.
'Dat kan ik maar moeilijk geloven,' spotte hij. Hij begon de controle te verliezen over zijn ingehouden woede. 'Begrijp je niet hoe dwaas je hebt gehandeld?'
'Ik – '
'Door jouw kennis achter te houden heb je de levens van dit hele gezelschap op het spel gezet!' ging hij verder. Zijn stem veranderde in een schreeuw en ze kromp nogmaals in elkaar.
'Ik wist dat jullie er allemaal levend uit zouden komen,' reageerde ze verdedigend, alsof dat een excuus was voor haar handelingen. Haar ogen, de enige schone plek op haar vuile gezicht, waren groot en smeekten hem om het te begrijpen.
'Maar je durfde dat risico gewoon te nemen?'
'Ja!' zei ze meteen, zelf nu ook luider als reactie op zijn woede, hoe zwak en beverig ze ook nog was.
'Waarom?'
Er leek iets in haar te knappen bij zijn gebrulde vraag. 'Om hem!' gilde ze bijna, wild wijzend naar meneer Baggins.
Bilbo, die net als de anderen volledig verbijsterd was door hun gesprek, knipperde geschrokken met zijn ogen nu hij aangewezen was. 'Ik?'
Juffrouw Darrow begroef haar gezicht in haar handen, plotseling doodmoe, en ze leek spijt te hebben van haar uitbarsting. 'Bilbo, wat jij in die grot gedaan hebt – het wezen dat je ontmoet hebt, wat je gezegd hebt en wat je gevonden hebt… het is allemaal zo belangrijk, je weet niet half hoe belangrijk het allemaal is.'
Meneer Baggins stond als aan de grond genageld en één hand vloog naar de zak van zijn nu knooploze vest. 'Hoe weet jij in vredesnaam – '
'Belangrijker dan de levens van mijn mannen?' vroeg Thorin kortaf, Bilbo overstemmend. Hij wist niet waar juffrouw Darrow het over had toen ze de Hobbit aan had gesproken. Meneer Baggins was al van hen gescheiden voordat ze voor de Grote Goblin waren gebracht, en ze was kennelijk in de veronderstelling dat hij gedurende die tijd iets belangrijks had gedaan.
Hij zag echter niet in hoe er iets kon zijn dat meneer Baggins had gedaan dat belangrijker was dan de sleutel van Erebor, die hij door haar handelingen was verloren.
'Ja!' wierp ze onmiddellijk terug en hij was verbaasd door haar ongevoeligheid, dat ze hun veiligheid op het spel zou zetten alleen maar om een verhaal te volgen. Het was echt een wonder dat ze het er allemaal levend vanaf hadden gebracht en dat haar verwondingen de ergste waren. Ze begon onhandig overeind te krabbelen en werd automatisch geassisteerd door zijn neven. 'En nu moeten we hier weg!'
'Ik – wat is er aan de hand?' vroeg Bilbo, die van de een naar de ander keek. 'Hoe weet je in vredesnaam wat er met mij is gebeurd daar beneden?' vroeg hij aan juffrouw Darrow.
'Ik geloof dat dat iets is wat we allemaal graag willen weten, jongen,' zei Balin, zijn gezicht ongewoon ernstig. 'Jullie praten allebei onzin, Thorin. Hoe kan het juffrouw Lizzy's schuld zijn dat we gevangen zijn genomen?'
'Thorin…' zei ze smekend, zwaar leunend op Kili, en haar ogen vroegen hem stilletjes om het niet te vertellen.
Hij draaide zich om naar de rest van het gezelschap. 'Zoals jullie weten komt ze uit een andere wereld, maar in die wereld is onze tocht een legende,' onthulde hij bot, aangezien hij op dit moment absoluut niet in de stemming was om haar stille smeekbedes te verhoren. Fili en Kili keken hem allebei half afkeurend aan omdat hij haar geheim zo open en bloot had verteld, maar in tegenstelling tot zijn neven had hij geen eed tot geheimhouding afgelegd. 'Ze heeft voorkennis over wat er zal gebeuren op onze reis, maar ze heeft het nagelaten om iets te zeggen over de Steenreuzen, en later nogmaals toen we op het punt stonden gevangen te worden genomen door Goblins.'
De reactie van het gezelschap was gemengd; sommigen keken sceptisch en anderen schonken haar wisselende blikken van shock en afkeer. 'Is dat waar?' vroeg Bombur zachtjes, die een akelige snee in zijn arm had opgelopen en deze aan het bekijken was.
'Ja,' zuchtte juffrouw Darrow. Ze wierp een blik op Gandalf, die zwijgend en vastbesloten stond toe te kijken, en legde zich er kennelijk bij neer dat ze het uit zou moeten leggen. Ze zag er klein uit, haar schouders waren opgetrokken en ze trok haar ellebogen dicht naar zich toe – het was duidelijk dat ze nog pijn had. 'Er is een boek in mijn wereld over deze tocht en… jullie zijn allemaal personages.'
Dwalin keek haar boos aan en zijn hand was strak om het handvat van zijn bloederige bijl geklemd. 'Dus je wist dat we gevangen genomen zouden worden?'
Ze knikte ongelukkig, vermeed iedereens blik en keek naar haar tenen, zichzelf nog kleiner makend. 'Het spijt me – het was belangrijk en het moest gebeuren.' Ze leek zichzelf weer bij elkaar te rapen en keerde terug naar haar eerder gemaakte punt, waarbij ze haar ogen weer op die van hem richtte. 'Maar nu moeten we hier echt weg.'
'Belangrijk?' herhaalde Thorin schamper, opnieuw zijn stem verheffend. 'We zijn verdomme de sleutel kwijtgeraakt!' brulde hij naar haar. Hij had nu eindelijk de kern van zijn problemen bereikt en deed een aantal stappen naar haar toe.
'Wat?' onderbrak Gandalf scherp. Dit was de eerste keer dat hij sprak sinds Bilbo gearriveerd was.
'We kunnen de berg niet in zonder die sleutel en aangezien je zoveel voorkennis hebt over alles, zou ik het erg op prijs stellen als je me zou vertellen hoe we nu nog verder kunnen gaan op onze tocht!' donderde hij in haar gezicht, de uitbarsting van de Tovenaar negerend, en ze kromp voor de derde keer in een minuut ineen.
'Je bent de sleutel kwijtgeraakt?' kwam Gandalf weer tussenbeide.
'Die werd van me afgenomen toen we gefouilleerd werden,' snauwde Thorin bij wijze van uitleg, zonder zijn blik van juffrouw Darrow af te wenden.
'Elizabeth…' zei de Tovenaar langzaam, op een erg bezorgde toon.
'Oh, dat maakt nu even niet uit,' zei ze, zich herstellend van haar schrik en zich losschuddend van Kili's ondersteunende arm. Ze leek zich geen zorgen te maken dat ze de sleutel naar Erebor hadden verloren, waardoor hij alleen nog maar bozer werd. 'We moeten hier nu echt weg!'
'Nee, ik wil een fatsoenlijke uitleg,' gromde hij. Hij stapte opnieuw boos op haar af zodat hij met zijn gezicht slechts centimeters van dat van haar op haar neerkeek. 'Je had het over meneer Baggins en iets wat hij in de grotten gevonden heeft, ik wil dat je me vertelt wat er kennelijk zoveel belangrijker is dan de levens van dit gezelschap en waarom je toe hebt gestaan dat onze enige kans om de berg in te komen van ons werd afgepakt.'
Ze schudde koppig haar hoofd en haar ogen schoten langs de bomen. 'Niet nu, we moeten weg!'
'Dat was een bevel, juffrouw Darrow, geen verzoek,' verduidelijkte hij. Hij herkende haar pogingen om het gezelschap in beweging te brengen als een plan om zijn woede nog even te vermijden, net zoals ze in Rivendell gedaan had, na hun aanvaring met de trollen.
'En ik zeg je dat ik het nu niet ga uitleggen, luister je eigenlijk wel naar me?' vroeg ze geïrriteerd. 'We moeten gaan!'
Thorin verloor zijn laatste restje geduld en richtte zich tot meneer Baggins, die lichtjes ineenkromp onder zijn boze blik. 'Meneer Baggins, wat heb je gevonden?'
'Geen antwoord geven, Bilbo,' kwam juffrouw Darrow onmiddellijk tussenbeide.
'Je gaat wel antwoord geven,' gromde hij tegen de Hobbit.
Arme Bilbo keek wild van de een naar de ander en zag er extreem ongemakkelijk uit. 'Ik… ik wil liever geen kant kiezen,' zei hij oncomfortabel.
'Heel goed, en nu moeten we echt weg,' zei ze, terwijl ze een paar stappen om hem heen deed.
Hij was het niet eens met haar pogingen om dit simpelweg even van tafel te vegen en greep haar elleboog om haar om te draaien zodat ze hem aan keek. 'Niet totdat ik genoeg gehoord heb, ik sta nu namelijk op het punt om je hier per direct uit het gezelschap te verbannen!' dreigde hij. Hij greep ook haar andere arm en hield haar stevig vast zodat ze elkaar aan moesten kijken en hij zag hoe ze ineenkromp van de pijn. 'De manier waarop je vandaag gehandeld hebt was vreselijk en ik heb tot nu toe nog niets gehoord wat ook maar in de buurt komt van een acceptabel excuus – '
'Thorin, wil je nu even je kop dichthouden en naar me luisteren?' schreeuwde ze, waardoor hij met zijn ogen knipperde, geschokt door haar gebrek aan respect. Ze maakte gebruik van zijn korte moment van stilte. 'Dit is nog niet voorbij, het wordt al nacht en Azog de Vervuiler staat klaar om een hele troep wargs over de heuvelrug te leiden, dus we – moeten – nu – gaan!'
'Azog is vernietigd…' zei hij langzaam, na zijn gesprek met de Grote Goblin lang niet meer zo zeker van dat feit.
Juffrouw Darrow schudde haar hoofd bij het zien van de twijfel op zijn gezicht. 'Nee, dat is hij niet. Daar had de Grote Goblin gelijk in en je staat op het punt om het met je eigen ogen te zien – je kunt me later zoveel preken geven als je wilt, maar kunnen we nu alsjeblieft ophouden met kletsen en gaan rennen?'
Haar woorden werden gevolgd door het onmiskenbare geluid van een Orkhoorn die veel te dichtbij klonk om geruststellend te zijn.
'Van de regen…' zei Thorin zachtjes, haar ellebogen loslatend.
'…in de drup,' maakte Gandalf voor hem af. 'Ik geloof dat het nu erg wijs zou zijn om het advies van juffrouw Darrow op te volgen – ren.'
Kindle-the-Stars:
Reviews en opbouwende kritiek zijn welkom. Jullie kunnen alle updates en sneak peeks volgen en vragen stellen op mijn tumblr ~kindle-the-stars
De vraag van deze week gaat over mijn verhaal… als jullie een vraag zouden kunnen stellen aan welk personage uit mijn versie dan ook, wat zou je vragen?
(Is het te merken dat mijn ideeën voor vragen bijna op zijn? We schrapen nu echt het onderste uit de kan!)
xxMarith:
Woah, de update van de week is een tikkeltje laat, maar het is nog zondag dus het telt! Sorry, ik moest het hoofdstuk nog doorlezen om de rare spelfouten eruit te halen (serieus, soms staan er echt belachelijke dingen in - zo schrijf ik bijzonder vaak Bioblio in plaats van Bilbo).
In ieder geval, enjoy reading! Hoewel dat eigenlijk een hele domme uitspraak is want de auteursnoot staat aan het einde van het hoofdstuk dus eh. Ja. Dan heb je het al gelezen. Dus... hope you enjoyed? (:
