xxMarith:
DISCLAIMER: Ik geloof toch echt dat mensen tegen deze tijd wel begrijpen dat als geen enkel hoofdstuk van het verhaal van mij is, hoofdstuk 16 dat niet ineens wel zal zijn – maar goed, voor de duidelijkheid: niet van mij! Kindle-the-Stars krijgt alle eer (:


Mogelijke triggers voor geweld


"Every flight begins with a fall."

George R. R. Martin, A Game of Thrones


De Dwergen begonnen allemaal onmiddellijk verder de heuvel af te rennen, achter de Tovenaars lange passen aan, en Lizzy bleef achter, verrast dat er daadwerkelijk naar haar geluisterd werd, in tegenstelling tot een paar minuten geleden, toen haar woorden constant genegeerd werden. Haar hart bonsde als een gek in haar borstkas, opgejaagd door haar discussie met Thorin en de plotselinge angst voor Azog. Ze was niet vergeten dat er een ontmoeting met de Bleke Ork boven haar hoofd hing, maar ze had zich gericht op hoe ze levend door Goblinstad moest komen voordat ze haar hoofd brak over hoe ze in vredesnaam de troep wargs en Orks die op hen af kwam zou gaan overleven.

Als ze nu al nauwelijks kon staan, hoe moest ze dan in vredesnaam rennen en in bomen klimmen?

'Hier, op mijn rug,' zei Fili dringend, terwijl hij zijn rug naar haar toekeerde en lichtjes door zijn knieën zakte.

'Wat?' vroeg ze domweg toen de lucht in de verte verscheurd werd door het gehuil van een warg.

'Je kunt nauwelijks staan, je kunt zeker niet rennen – kom op!' zei hij ongeduldig, een perfecte weerspiegeling van haar eigen gedachten een paar seconden geleden.

Lizzy slaakte een verrast kreetje toen ze Thorins grote, sterke handen om haar middel voelde en gemakkelijk opgetild werd, waarna ze zonder pardon op Fili's rug gedumpt werd alsof ze niet meer woog dan een pop. Ze klampte zich wanhopig vast aan zijn nek om niet direct onbevallig naar beneden te glijden toen Fili weg begon te sprinten, kennelijk niet gehinderd door het feit dat ze als een zak zout om zijn nek hing.

Ze renden een paar lange minuten, waarin ze merkte dat het licht langzaam wegebde. Ze maakte een paar vlugge berekeningen in haar hoofd: de onweersbui en de Steenreuzen hadden plaatsgevonden in de vroege middag, en Thorin had het gezelschap in de grot laten rusten ondanks het feit dat het nog uren zou duren voordat de avond zou vallen. Dat betekende dat het nu de avond was van dezelfde dag en dat hun avontuur onder de berg slechts een paar uur geduurd had.

Het leek wel eeuwen geleden dat Thorin haar angsten had geprobeerd te kalmeren in die grot; dat hij zachtjes tegen haar gepraat had en zijn hand lichtjes op haar gezicht licht had gelegd.

De lucht achter hen werd opnieuw verscheurd door gehuil. Lizzy draaide zich pijnlijk om om over haar schouder te kijken en gilde onmiddellijk door de aanblik van verscheidene ruiterloze wargs die hen op de hielen zaten. 'Fili, achter ons!'

Kili hoorde haar uitroep en legde tijdens het rennen een pijl op zijn boog, waarna hij zich abrupt omdraaide om te schieten en de dichtstbijzijnde warg recht in zijn borst raakte, waardoor hij struikelde en viel. De andere wargs werden vlug afgemaakt door andere leden van het gezelschap, maar de Orks naderden nog steeds.

'De bomen in,' beval Gandalf, die besefte dat hun pad ophield bij de rand van de klif en dat ze letterlijk nergens heen konden. 'Allemaal! Kom op, klimmen!'

Fili stopte bij de stam van de boom waar Kili zich sierlijk omhoog zwierde. 'Niet deze!' zei Lizzy haastig, beseffend dat dit een van de bomen was die om zou vallen.

'Wat?'

'Die!' schreeuwde ze, wijzend naar de boom aan de rand van de klif waar Gandalf zichzelf omhoog hees.

'Waarom?' vroeg Fili, zijn ogen gericht op zijn broer boven hen.

'Verhaalgedoe, vertrouw me,' zei ze smekend in zijn oor en hij jogde vlug naar Gandalfs boom, waar hij haar pijnlijk van zijn rug liet glijden.

'En Kili dan?' vroeg hij toen hij bukte en zijn handen in elkaar sloeg zodat zij ze als opstapje kon gebruiken, en hij gaf haar een zetje naar de onderste tak.

'Dat komt goed,' beloofde ze, maar haar stem brak af in een snik van pijn toen ze zich naar de tak probeerde te hijsen en vast te houden. Haar armen trilden en haar rug protesteerde bij elke beweging. Gandalf zag haar hulpeloos bungelen en daalde vlug een paar takken af om haar te helpen, terwijl Fili zich op dezelfde manier als zijn broer de boom in zwierde. Omdat ze haar allebei hielpen door te tillen en te duwen, kregen ze het voor elkaar om hoog genoeg te klimmen dat ze even veilig waren. Hoewel ze niet heel veel moeite had hoeven te doen om te klimmen, aangezien het meeste werk door de Dwerg en de Tovenaar gedaan werd, trilde ze toch van de uitputting en de pijn.

'Hier,' zei Gandalf, die een hand heel licht tussen haar schouderbladen op de wond legde. Hij sloot zijn ogen en mompelde iets – warmte spreidde zich uit van zijn hand naar haar rug en haar getril en duizeligheid verminderde. De pijn was er nog, maar verdoofd, alsof de verwonding een paar dagen oud was in plaats van minder dan een uur.

'Bedankt,' zei ze. Ze draaide haar schouders om de kramp te verminderen die ze had opgelopen door sinds Goblinstad haar spieren aan te spannen en beschermend ineen te duiken.

Het was even stil in hun boom. Fili keek naar de andere bomen en richtte zijn ogen stuk voor stuk op alle leden van het gezelschap, en hij bewoog zijn lippen tijdens het stille tellen. Toen hij iedereen gevonden had richtte hij zijn blik op de klif onder hen en staarde door de takken heen naar de lange en dodelijke val in de vallei.

'Dat is een hoge klif,' merkte hij droogjes op, waarna hij zich tot Lizzy richtte. 'Waarom deze boom?'

'De anderen vallen om,' zei ze, terwijl ze wat comfortabeler op de hoge tak ging staan. Ze was ongelooflijk dankbaar dat ze nooit last had gehad van hoogtevrees of valangst.

'Wat?' schreeuwde hij bijna, en hij viel van schrik bijna uit de boom. 'Je zei dat alles goed zou komen!'

'Het komt ook goed, de bomen vallen om en zij springen van tak naar tak totdat het hele gezelschap in deze boom zit,' legde ze geduldig uit. Ze moest toegeven dat ze haar vorige antwoord niet erg handig geformuleerd had en dat ze hem waarschijnlijk had laten schrikken. 'Daar had ik zelf niet zoveel zin in, ik denk niet eens dat ik die takken vast had kunnen houden,' voegde ze er met een grimas aan toe bij de gedachte dat ze van tak naar tak zou moeten slingeren als ze zichzelf niet eens in een boom kon hijsen.

Terwijl ze praatten keek Gandalf angstvallig naar de grond, waar Bilbo eindelijk zijn kleine zwaard los had weten te trekken uit de schedel van een warg. 'Elizabeth, zeg me dat jij de sleutel hebt,' zei de Tovenaar plotseling, een bezorgde ondertoon in zijn zware stem.

Lizzy knikte, haar aandacht ergens anders. Er waren nu meer wargs afgedaald naar het kleine groepje bomen en Bilbo klom voor zijn leven terwijl ze naar zijn voeten hapten.

Gandalf slaakte een opgeluchte zucht, ondanks het gevaar waar ze zich in bevonden. 'Ik maakte me flink zorgen, Elizabeth.'

'Jij hebt hem?' vroeg Fili, die met een hoopvolle blik haar kant op leunde na mee te hebben geluisterd naar hun gesprek.

Ze knikte weer. 'Ik heb hem opgeraapt nadat – je weet wel,' besloot ze, gebarend naar haar rug.

Fili sloot even zijn ogen. 'Mahal zij dank,' verzuchtte hij eerbiedig.

Het duurde niet lang voordat de wargs die naar Bilbo's boom aan het snauwen en happen waren ook de bomen roken waar de andere Dwergen zich in bevonden. Lizzy had verwacht dat ze op zouden springen om ze te proberen te bereiken, maar de wargs bleven akelig stil en bekeken slechts in welke bomen Dwergen zaten, waarna ze er geduldig onder bleven wachten.

Gandalf, altijd de rust zelve, stak zijn staf uit naar een mot die zijn vleugels aan het gladstrijken was op een tak, lokte hem dichterbij om iets te fluisteren en zond hem fladderend de duisternis in.

Afgeleid door het gedrag van de wargs, had Lizzy de naderende Orks niet gezien totdat Fili naast haar geschrokken naar adem hapte. Ze volgde zijn blik en zag hoe Azog op zijn grommende witte warg zat en het gezelschap met een blik van wrede voldoening bekeek.

'Dat is Azog,' zei hij zachtjes. Lizzy had nog nooit zo'n uitdrukking van pure haat gezien als die nu op Fili's normaal gesproken glimlachende en vriendelijke gezicht stond.

'Ja,' fluisterde ze terug, haar aandacht op Thorin gericht, die een paar bomen verderop zat. Ze kon wel raden hoe vreselijk dit moment voor hem moest zijn – zonder ook maar een spoortje twijfel te moeten zien hoe de vijand die hij dacht verslagen te hebben, inderdaad nog leefde.

'Hij heeft mijn grootvader en oom vermoord,' ging Fili verder, alsof hij het tegen zichzelf had, zijn ogen samengeknepen tot spleetjes terwijl hij fel naar de Bleke Ork staarde. Hij haalde een paar keer diep adem in een poging zijn woede te beheersen en schudde toen zijn hoofd. 'Wat zegt hij?'

'Hij zegt dat Thorin naar angst stinkt, net als Thrain,' fluisterde ze terug, zich Azogs woorden herinnerend van de film.

Fili keek haar nogmaals scherp aan. 'En hoe weet je dat?' vroeg hij. Hij had duidelijk geen antwoord verwacht op zijn eerdere vraag.

'Verhaalgedoe,' antwoordde ze. Het leek alsof Fili haar nog meer wilde vragen, maar Azog wees met zijn grote knots naar Thorin en gaf een bevel aan zijn troepen, die meteen bovenop hen doken.

Een paar ademloze seconden later schudde hun boom door elkaar toen de wezens angstaanjagend hoog sprongen en takken afbraken met hun krachtige kaken terwijl hun poten over de schors krasten en klauwden. Gelukkig had de boom die zij hadden gekozen verscheidene takken uit zijn stam steken, zodat ze aardig hoog hadden weten te klimmen, verscheidene meters buiten het bereik van de hongerige muilen van de wargs. De andere Dwergen hadden minder geluk en een aantal slaakte geschrokken kreten toen de kaken van de monsters vlak onder hun voeten dichtklapten.

Hun boom werd heen en weer geschud met elke aanval en Lizzy klampte zich wanhopig vast aan de stam. Elke beweging zond steken naar haar rug, hoewel het na Gandalfs genezing niet meer zo pijnlijk was. Fili's aandacht werd verscheurd tussen zijn pogingen om zijn evenwicht te bewaren en paniekerig toekijken hoe zijn broer heen en weer zwaaide op zijn tak en vervolgens de tak boven zijn hoofd vastgreep voor evenwicht.

'Kili!' riep hij angstig, precies op het moment dat er een enorm gekraak klonk en verscheidene Dwergen schreeuwden omdat de eerste boom ontworteld werd.

Toen viel de eerste boom om – hij kantelde als in slow motion naar de andere bomen toe. Lizzy keek met grote ogen toe hoe de Dwergen van de takken sprongen en op het nippertje de wargs onder hen wisten te ontwijken. Het duurde niet lang voordat ook de tweede boom omviel en de anderen het voorbeeld van degenen in de eerste boom volgden door ook van de takken te springen en te slingeren terwijl hun boom ontworteld werd.

Binnen een paar minuten stonden er nog maar twee bomen aan de rand van de klif – één met Gandalf, Fili en Lizzy, en de andere met de rest van het gezelschap. De wargs kozen voor de grotere groep en vielen al gauw de andere boom aan. Een aantal wargs werd met zwaarden en bijlen aan de kant geslagen aangezien een aantal leden van het gezelschap te laag bij de grond was om hun scherpe tanden te ontwijken, maar het duurde niet lang voordat ook die boom uit de grond gerukt werd.

Lizzy klemde de boomstam nog harder vast in afwachting van de klap toen de andere boom langzaam hun kant op viel. De lucht werd gevuld met geschreeuw en gegrom terwijl de Dwergen sprongen en ze sloot haar ogen uit angst dat een aantal het misschien niet zou halen. Haar boom schokte hevig door de botsing met zijn gevallen kameraad, waardoor ze bijna haar grip verloor en een kreet van pijn slaakte.

De tak waarop ze zich in evenwicht probeerde te houden schudde heen en weer en ze deed haar ogen weer open om te zien hoe Thorin er met zijn brede borst bovenop lag en zichzelf met zijn armen omhoog hees totdat hij er een been overheen kon slaan voor meer steun. Voorzichtig maakte ze één arm los uit de doodsgreep die ze op de boom had en stak hem uit om Thorin te helpen. Hij greep de arm met een grom die misschien dankjewel had kunnen betekenen en trok zichzelf overeind zodat hij naast haar stond. Zodra hij stevig stond liet hij haar hand los alsof hij zich gebrand had en ze sloeg haar arm weer om de boomstam terwijl de boom onder hen kraakte.

Fili had Kili opgevangen en in evenwicht gebracht toen hij gesprongen had. 'Je hebt de goede boom gekozen,' hoorde ze Kili zeggen. Zijn stem trilde nauwelijks, ondanks het feit dat de wargs onder hen nog steeds aan het aanvallen waren.

'Blijkbaar,' reageerde zijn broer, die een blik op haar wierp.

De boom kraakte nog eens en zwaaide onder het gewicht van het hele gezelschap. Lizzy slikte hoorbaar en sloot haar ogen, haar voorhoofd tegen het hout van de boom gedrukt. Ze keek absoluut niet uit naar wat er nu zou komen.

Net als in Goblinstad wist ze dat het gezelschap het er hopelijk levend vanaf zou brengen, maar ze begon te beseffen dat ze voor zichzelf niets kon garanderen. Ze kon hier gemakkelijk dood gaan: ze kon haar greep verliezen als de boom viel en in de vallei storten, of ze kon afgemaakt worden door een warg of Ork in het komende gevecht.

Ze onderdrukte een kreun, zich voor de eerste keer afvragend wat er met haar zou gebeuren als ze in Middle Earth zou sterven. Zou ze simpelweg terugkeren naar dat bosje in Nieuw-Zeeland of zou ze daar ook dood zijn?

In de verte hoorde ze Azogs diepe, wrede gelach. Iets in haar hart werd vastberaden en ze liet haar angstige greep op de boomstam los, zich omdraaiend om dat monster te bekijken.

Ze mochten hier dan wel gevangen zitten (zestien vogeltjes in een spar, fluisterden haar gedachten, het liedje uit het boek citerend) en er was geen garantie dat ze het zou overleven totdat de adelaars kwamen, maar ze weigerde te sterven als een of ander laf en jammerend weggekropen zielig meisje.


Het moment waarop Thorin Azog vol zelfvertrouwen op zijn witte warg de open plek in had zien rijden was een van de ergste momenten in zijn leven geweest. In het maanlicht was de Ork net zo bleek als de geest die hij hoorde te zijn en hij keek spottend naar de plekken waar ze zielig in de bomen boven hem zaten. Hij had de metalen klauw van zijn prothesehand treiterend over de vacht van zijn warg laten glijden om Thorin uit te dagen – het leek erop dat de slag die hem had moeten afmaken hem alleen maar voorzien had van een nieuw wapen.

Zijn gedachten keerden naar zijn koninklijke grootvader, de man die hij lief had gehad en had bewonderd, die door dit monster in de dood met zo'n gebrek aan respect was behandeld – Azog had zijn naam in het afgehakte hoofd gekerfd en het toen naar zijn soortgenoten geworpen. Hij dacht aan zijn afstandelijke, maar zorgzame vader, wiens lichaam nooit meer teruggevonden was, en toen aan zijn vrolijke, glimlachende broer, die gestorven was in de strijd waarvoor hij te jong was om in mee te strijden… Hun doden waren ongewroken.

Hij had ze gefaald.

Hij luisterde met een brok in zijn keel naar de woorden van de Vervuiler, alleen in staat de Orkse woorden te begrijpen door de lessen van zijn grootvader. Net zoals Elfs en verscheidene mensentalen, was hij aangemoedigd om ook de Zwarte Taal te leren. Deze vaardigheid had hem in de strijd meerdere keren het leven gered, of de levens van zijn mannen, aangezien hij in staat was om de bevelen te verstaan die aan de troepen gegeven werden en daar vervolgens effectief op kon reageren.

Azog zei dat zijn vader naar angst gestonken had… Ze hadden nooit geweten wat er met zijn vader gebeurd was na die slag. Oh Mahal, zeg dat hij niet levend gevangen is genomen, dacht Thorin wanhopig, aangezien de Vervuiler zijn naam niet zonder reden gekregen had.

De Bleke Ork beval zijn troepen aan te vallen en ze werden onmiddellijk belaagd door wargs. Thorin zag geen mogelijke uitweg en de moed begon hem in de schoenen te zakken. Hij had niet alleen de sleutel naar Erebor verloren, het leek er ook nog eens op dat Azog vanavond zijn eed om de stamboom van Durin uit te roeien zou vervullen.

Thorins gedachten zweefden naar Elizabeth Darrow. In Rivendell had ze hem verteld dat hij zou slagen in zijn zoektocht, dat hij inderdaad opnieuw Koning Onder de Berg zou worden – maar ze had hem pas iets verteld over zijn succes nadat hij had gedreigd dat hij het gezelschap om zou draaien. Eerst had ze alleen maar vaag gezegd dat ze hem geen spoilers wilde geven.

Was het soms een wanhopige leugen, geïmproviseerd om ervoor te zorgen dat ze verder zouden trekken en op deze plek uit zouden komen?

Hun discussie nadat ze uit Goblinstad waren ontsnapt had hem laten zien dat ze er niet voor terug deinsde om haar kennis te gebruiken om de zaken voor zichzelf goed te laten verlopen. Blijkbaar kwam het haar goed uit dat ze hier zouden sterven, zonder uitweg en niet in staat om fatsoenlijk te vechten, als lafaards. Hij voelde zich een idioot – hij had zich laten misleiden door een paar verleidelijke ogen en een mooie glimlach die haar kwaadaardigheid verborg. En dan te bedenken dat hij zich zelfs beschermend had gevoeld tegenover haar, dat hij om haar was begonnen te geven als een lid van het gezelschap, terwijl ze hem al die tijd naar zijn dood had geleid.

Maar nee… dat was niet logisch: daar zou ze niets mee winnen. Van hen allemaal had zij het meest geleden in Goblinstad en ze zou hier samen met hen sterven. Erger nog: als vrouw zou ze in leven worden gehouden, nog lang nadat de rest was afgeslacht.

Ze had echter geweten dat dit zou gebeuren, maar niet de moeite genomen het te vermijden – hij begreep haar gewoon niet.

Er klonk een vreselijk gekraak en de boom waar hij zich in bevond begon te kantelen. Instinctief sprong hij door naar de volgende boom, greep een tak en slingerde zichzelf erin, maar ook die boom kantelde om.

Aangezien hij toch al met haar in zijn gedachten zat, dacht hij tijdens het springen aan juffrouw Darrow. Ze was ernstig gewond na de marteling in Goblinstad, ze zou met geen mogelijkheid van tak naar tak kunnen springen zoals de andere Dwergen. Zelfs met haar volle gezondheid en kracht zou ze daar misschien niet toe in staat zijn geweest; haar slanke en vrouwelijke lichaam miste de spierkracht die de rest van het gezelschap had. Hij kon haar nergens vinden in de bomen om hem heen, was tijdens de ontworteling van de bomen al in de diepte gestort?

Wat maakt jou dat uit? vroeg een klein stemmetje in zijn achterhoofd.

Hij sprong naar de laatste boom aan de rand van de klif toen de boom ervoor viel en werd verrassend genoeg op de tak geholpen door juffrouw Darrow zelf. Hij gromde een bedankje, haar hulp erkennend, hoe woedend hij ook op haar was. Zijn woede werd echter vermengd met de zoete smaak van opluchting door het feit dat ze nog leefde, samen met de totale verwarring over haar handelingen van de afgelopen paar uur. Hij kwam overeind zodat hij naast haar stond, met één hand de tak boven hem vasthoudend, waar Fili, Kili en Bilbo op stonden, en de andere voor evenwicht vlak boven haar hoofd tegen de boomstam. Ze zag er doodsbang uit – en terecht – en klemde zich na hem omhoog geholpen te hebben meteen weer vast aan de boomstam, terwijl de boom onder hen dreigend kraakte.

Beneden op de open plek hoorde hij Azog diep en wreed lachen, en juffrouw Darrow zette zich plotseling schrap, rechtte haar rug en trok zich terug uit de doodsgreep die ze op de boom had, zodat ze met een vastberaden blik naar de open plek beneden keek. Ze keek even naar hem en leek op zijn gezicht een deel van de angst en twijfel of ze dit konden overleven te zien. 'Maak je geen zorgen, ik beloof dat we hieruit komen,' zei ze ferm.

'Hoe?' fluisterde hij terug. Hij zag geen uitweg – maar als zij, met haar voorkennis, zei dat er een manier was…

Er vloog een brandende dennenappel langs hen heen, waardoor de wargs onder de boom schrokken en een paar droge blaadjes in brand vlogen. Het vuur was duidelijk magisch, het verspreidde zich sneller en heter dan een normale vlam. 'Fili!' riep Gandalf van boven hen, terwijl hij een tweede dennenappel naar zijn neef liet vallen, die daarmee de dennenappel van Bilbo aanstak. Al gauw gooide het hele gezelschap brandende dennenappels en brulde iedereen spottende strijdkreten naar de vluchtende wargs. Thorin ontblootte woest zijn tanden naar ze: als ze de ruiterloze wargs konden doen vluchten, zouden hun kansen in het gevecht enorm verbeterd zijn.

Hun korte moment van overwinning werd abrupt afgebroken toen de boom opnieuw kraakte en toen vreselijk over de rand van de klif begon te kantelen, met de wortels op knappen. Binnen een paar seconden klemde het hele gezelschap zich hulpeloos vast aan de takken terwijl ze boven de angstaanjagend diepe afgrond bungelden.

Naast hem hapte juffrouw Darrow naar adem, half gesteund door de stam van de boom, maar haar benen bungelden. Haar gezicht was wit van de pijn en hij zag hoe de met bloed doorweekte stof van haar shirt strak over haar gewonde rug gespannen was. Hij veranderde zijn houding zodat hij zo ongeveer over zijn eigen tak heen lag, stak zijn arm naar haar uit en greep haar arm. Hij hees haar verder omhoog totdat ze een been over de stam kon zwaaien zodat ze er bovenop zat en niet langer op het punt stond om naar beneden te vallen.

Ze keek hem aan, maar het felle vuur van een paar meter verderop danste in haar ogen zodat hij haar gezichtsuitdrukking niet af kon lezen, en toen richtte ze haar blik op Azog. De Bleke Ork keek van achter de vlammen toe en er gleed een langzame en kwaadaardige glimlach over zijn gezicht toen de Ork zag hoe Thorin juffrouw Darrows arm stevig vasthield en hoe hij haar had geholpen.

Thorin liet haar los en staarde hatelijk naar het vuile monster voordat hij langzaam overeind klom, zijn hand strak om Orcrists gevest geklemd. Hij was de Koning van zijn volk en hij zou niet aan zijn einde komen door uit een boom te vallen. Als hij zou sterven, dan was dat met een zwaard in zijn hand om zijn familie te wreken en hij zou uit alle macht proberen om dat gedrocht met zich mee te nemen in het graf.

Hij hoorde vaag hoe juffrouw Darrow iets naar hem schreeuwde, maar hij klom al door de vlammen naar beneden om de Bleke Ork te confronteren.


Thorins gevecht met Azog was vreselijk om te zien. Lizzy hield haar adem in en haar hart bonkte wild toen zijn doelbewuste passen veranderden in een volle sprint, zijn zwaard in de aanslag. Azog spreidde zijn armen en er gleed een verdorven glimlach over zijn gezicht omdat hij Thorin in een gevecht had weten te lokken. Op het laatste moment kneep ze haar ogen dicht, ze wilde niet zien hoe de warg van de Bleke Ork bovenop hem sprong. Ze hoorde het echter wel, Azogs gebrul en Thorins schreeuw van pijn. Thorin was normaal gesproken zo onverstoorbaar en zwijgzaam – soms sprak hij dagenlang niet meer dan vijf woorden in totaal. Het was op zijn zachtst gezegd verontrustend om te horen hoe hij zo gekleineerd werd dat hij het uitschreeuwde van de pijn.

Ze deed haar ogen open en zag dat hij koppig overeind krabbelde terwijl de Ork zich omdraaide voor een tweede aanval, maar hij werd meedogenloos weer tegen de grond geslagen door Azogs grote knots. 'We moeten hem helpen,' hoorde ze Bilbo van achter zich zeggen. De ogen van de Hobbit waren groot en angstig.

Ze keek wanhopig om zich heen en zag toen dat Kili links van haar aan een tak bungelde, zijn boog en pijlenkoker in hun gordel op zijn schouder. 'Kili, je boog,' wist ze uit te brengen, terwijl ze naar hem toe schuifelde en haar hand uit stak.

Kili richtte zijn ogen op haar in plaats van op Thorin, die hij wanhopig aan het bekijken was. 'Kun je erbij komen?' vroeg hij, niet in staat hem haar aan te reiken aangezien hij zich met beide handen vasthield aan de tak.

'Maar net,' hijgde ze, terwijl ze de gelukkig nog gespannen boog uit de gordel trok en per ongeluk verscheidene pijlen in de vallei onder hen liet vallen. Ze greep ook een pijl en krabbelde onhandig overeind, gevaarlijk wankelend op de gekantelde boomstam.

Ze prutste onhandig met de pijl en er tikten kostbare seconden weg terwijl ze hem recht op de pees legde. Uiteindelijk hief ze de boog en trok haar arm naar achteren. De beweging zond een steek van pijn naar haar schouders en ze kon niet zo ver naar achteren trekken als normaal.

De warg had Thorin tussen zijn kaken en Thorins schreeuw van pijn echode door de vallei. Lizzy keek tijdens het richten woedend naar Azog, die zelfgenoegzaam en zelfverzekerd op zijn warg zat.

Plotseling herinnerde ze zich wat Thorin haar weken geleden verteld had. Je concentreert je teveel op het doelwit, had hij haar gezegd. Je maakt fouten omdat je je concentreert op het doel en niet op je acties.

'Thorin, nee!' hoorde ze Dwalin achter zich zeggen, maar ze dwong zichzelf om haar omgeving te negeren.

Negeer Azog even, zei ze tegen zichzelf. Goed gaan staan nu, anders werkt dit niet.

Ze beet hard op haar lip om de pijn te verdragen en dwong zichzelf om haar arm nog verder naar achteren te trekken en haar elleboog laag te houden. Ze hield beide ogen open, richtte en liet los, en haar rug klopte pijnlijk door de plotselinge ontlading van de spanning in haar spieren.

De pijl vloog ver over het hoofd van de Vervuiler heen, maar hij draaide zich om toen de pijl voorbijschoot. Thorin maakte gebruik van zijn afleiding en stompte hard op de snuit van de warg. De warg kromp ineen en huilde van de pijn en smeet Thorin uit reflex een paar meter weg, waardoor hij met een klap neerkwam.

Azog bracht zijn dier weer onder controle en draaide zich in hun richting. Hij zag haar met de boog in haar handen en gromde, ontblootte woest zijn tanden. Achter zich trok Bilbo zijn zwaard en ze hurkte om nog een pijl te zoeken. Ze ging weer staan en legde een pijl op; Azog concentreerde zich nu volledig op haar, hij leunde uitdagend naar voren terwijl hij haar bekeek, afwachtend om te zien wat ze zou doen.

Ze klemde haar kaken op elkaar en trok de boog nogmaals naar achteren. Ze richtte op zijn brede borst en liet de pijl los terwijl hij nauwgezet toekeek.

Opnieuw miste de pijl, hij vloog bijna een meter langs de Ork heen en belandde in zijn gezelschap. Azog lachte zacht en diep en richtte zijn aandacht weer op Thorin – zij was bestempeld als ongevaarlijk.

Hij gaf een Orks bevel aan een van zijn volgers en Lizzy kon wel raden dat het een verzoek was om Thorins hoofd, waarvan de eigenaar bewusteloos en kwetsbaar op de grond lag.

'Fuck,' mompelde ze, beseffend dat pijlen nu nutteloos waren. Ze richtte zich tot Bilbo en gaf hem de ruimte om haar te passeren op de stam. 'Ga maar, ik haal de anderen op.'

'Ga maar?' herhaalde Bilbo, die haar doodsbang aanstaarde, zijn zwaard strak in zijn hand geklemd.

Ze legde haar handen op de schouders van de Hobbit. 'Bilbo, dit kun je,' zei ze ferm, hem recht aankijkend. 'Thorin heeft je verteld dat ik dingen weet over de toekomst en geloof me, dit kun je.'

Bilbo knikte een keer, plotseling vastberaden, haalde een keer diep adem en rende toen door de vlammenzee naar beneden. Lizzy stak haar hoofd door Kili's boog zodat ze hem niet zou laten vallen, met de pees strak over haar rug en de houten boog over haar borst. Toen bukte ze zich om Dwalin te helpen, die aan een razendsnel dunner wordend takje hing. De norse Dwerg accepteerde haar hand en gebruikte hem om zijn evenwicht te bewaren terwijl hij zich overeind trok. Ze kromp ineen bij zijn handelingen – Gandalf mocht de tergende pijn dan wel wat verdoofd hebben, maar hij was er nog wel.

Zodra hij op de stam stond, hielp Dwalin Fili en Kili overeind, net als een aantal anderen. De arme Bilbo had de Ork die Thorins hoofd kwam halen vermoord en stond nu in zijn eentje tegenover Azog en al zijn troepen, maar hij bleef niet lang alleen – de Dwergen sprintten al door de vlammen en vielen de Orks aan met een luide strijdkreet.

Lizzy aarzelde, keek even naar de Dwergen die nog aan de tak hingen en toen naar Thorin. Het zag er niet uit alsof ze elk moment konden vallen (behalve Dori en Ori, maar ze wist dat de adelaars hen zouden vangen) en ze rende de krakende boomstam af, één hand op de knop van haar zwaard, en ontweek zowel het vuur als de vechtende Dwergen en Orks.

Na een paar gespannen seconden wist ze Thorin te bereiken en ze wierp zich naast hem op haar knieën. Hij was bewusteloos en bloed stroomde uit een paar sneeën in zijn gezicht; ze durfde niet na te denken over welke ergere verwondingen er misschien onder zijn wapenuitrusting zaten, nadat hij tussen de krachtige kaken van de warg geklemd was en met Azogs knots geslagen was. 'Thorin?' fluisterde ze zachtjes, terwijl ze zich over hem heen boog en een hand op zijn wang legde, waarbij zijn baard tegen haar vingers prikte. Ze hield vanuit haar ooghoek mogelijke bedreigingen in de gaten, vastbesloten hem te beschermen als er iets op hen af kwam.

Bij het geluid van haar stem gleden zijn ogen iets open en er kwam een rasperige zucht over zijn lippen. Zijn normaal gesproken scherpe en azuurblauwe ogen waren troebel en knipperden in haar richting alsof hij haar niet kon herkennen.

Achter zich hoorde ze het plotselinge geschreeuw van Dori en Ori toen ze vielen en toen het almachtige geklapwiek van een adelaar toen ze op zijn rug belandden. Er kwamen meer adelaars uit de lucht; ze reten met hun krachtige klauwen de wargs open en plukten de Dwergen uit de hitte van de strijd.

Ze waren gered.

Lizzy sloot haar ogen en zond een stil, eerbiedig bedankje naar welke god er dan ook mocht luisteren, of hij of zij nou uit Middle Earth kwam of niet, en boog zich toen nogmaals over de Dwergenkoning. 'Thorin,' zei ze, terwijl ze zijn haar wegveegde van het bloed op zijn gezicht. Hij had zijn ogen gesloten en was weer buiten bewustzijn. Ze betwijfelde of hij haar kon horen, maar ze bracht haar gezicht dicht bij dat van hem en sprak hem toch aan. 'Thorin, de adelaars komen eraan.'


Kindle-the-Stars:
Bedankt voor het lezen – wat dachten jullie van dat kleine knopje hieronder om een reactie achter te laten? :)

Een paar van mijn favoriete vragen van het vorige hoofdstuk waren aan Lizzy: "Als je de kans zou krijgen, zou je dan nu onmiddellijk teruggaan naar huis?" Daarop zou ze volmondig ja zeggen, aangezien ze ongelukkig is, overal pijn heeft, Thorins woede zal moeten verdragen en weet dat er nog een gevecht aankomt, vlak na Goblinstad.

En aan Thorin, over of hij Lizzy mooi vindt of niet… deze was moeilijker te beantwoorden, maar ik zou zeggen dat hij altijd geweten heeft dat ze knap is, ook al is ze geen Dwerg, maar hij heeft haar nooit als prachtig gezien. Hoewel, nu hij erover nadenkt moet hij toegeven dat haar haar een best mooie kleur heeft, als het er niet uitziet als een rattennest na weken in de wildernis – bijna als glanzend goud… maar hou nu op met die belachelijke vragen over onze adviseur en ga de pony's in de gaten houden.

Deze week hebben we geen vraag over Middle Earth, maar laten we het eens hebben over jullie – uit welk land komen jullie?

Jullie kunnen alle updates en sneak peeks volgen en alle vragen stellen op mijn tumblr ~kindle-the-stars

xxMarith:
Woah woah sorry jongens, dit is een dag te laat en ik weet het - maar ik kon er niets aan doen, ik zweer het. Onze internetverbinding lag eruit en ik kon dit weekend dus eigenlijk niets (je beseft tijdens zulke dagen pas hoeveel er tegenwoordig eigenlijk via internet gaat). Dit hoofdstuk upload ik nu op school dus ik hoop dat alles goed gaat en dat de schoolcomputer niet de hele inhoud wijzigt in rare tekentjes of zoiets.