xxMarith:
DISCLAIMER: Natuurlijk is ook dit hoofdstuk niet van mij, ik doe alleen de vertaling!
"We are all strangers in a strange land, longing for home, but not quite knowing what or where home is. We glimpse it sometimes in our dreams, or as we turn a corner, and suddenly there is a strange, sweet familiarity that vanishes almost as soon as it comes."
Madeleine L'Engle, The Rock That Is Higher
Het gezelschap scheerde door de lucht en bracht verscheidene lange uren door op de ruggen van de adelaars. Lizzy vloog in haar eentje, nadat ze door een adelaar was weggeplukt van Thorins lichaam en toen pijnlijk op een andere adelaar was gedumpt, ongeacht haar verwondingen. Ze had vaag meegekregen dat ze door de bergen vlogen en dat er donkere landschappen ver onder hen lagen, waar het land hier en daar geraakt werd door het maanlicht dat op een rots of een riviertje scheen. Het had echter niet lang geduurd voordat het te donker geworden was om nog iets te kunnen zien met haar mensenogen, dus ze had haar hoofd op de zijdeachtige gladde veren van de adelaar gelegd en was in een onrustige slaap gevallen, ingedommeld door het voorzichtige, ritmische geklapwiek van de vleugels.
Vlak voor zonsopgang werd ze versuft wakker, net toen de lucht in het oosten licht begon te worden. Haar hoofd voelde ongelooflijk zwaar aan, ongetwijfeld door dehydratie en bloedverlies, en haar mond was droog van de koude wind. Ze likte langs haar lippen om ze nat te maken en voelde dat de snee in haar onderlip weer openging onder haar drukkende tong. Haar uitgedroogde mond werd gevuld met de smaak van muntjes en roest.
Ze ging in gedachten al haar verwondingen bij langs en besefte al vlug dat het waarschijnlijk gemakkelijker zou zijn om te bedenken waar haar lichaam geen pijn deed. Haar oren leken het nog prima te doen, haar handen ook, maar op die twee dingen na wist ze zeker dat voor de rest haar hele lichaam bedekt zou zijn met sneeën en blauwe plekken.
Tussen haar schouders deed het het zeerst, maar na Gandalfs behandeling was dat verminderd tot een doffe, bonzende pijn die de andere prikkende sneeën en blauwe plekken op haar lichaam goed aanvulde. Het bloed op de achterkant van haar shirt was opgedroogd tot een vreselijke korst waardoor de stof aan haar rug kleefde, wat ongelooflijk smerig voelde als ze zich bewoog. Ze zag nu al op tegen het moment dat ze haar shirt uit zou moeten trekken om naar de wonden te kijken, maar ze ging nu rechtop zitten en keek vanaf de rug van de adelaar om zich heen.
Het was prachtig. Ze keek toe hoe de donkere lucht langzaam een vervormde, pastelblauwe kleur kreeg, met vleugjes lavendel en felrood in de dunne wolkenflarden. Dit werd uiteindelijk gevolgd door de zon die uit de horizon barstte in een schitterende zonsopgang, die de rotswanden van de berg onderdompelden in zacht wit licht.
Het licht viel op de kastanjebruine veren van de adelaar, die glad aanvoelden onder haar handen, en ze besefte plotseling dat ze op een adelaar vloog. Van alle dingen die ze al gezien en gedaan had in Middle Earth, was dit misschien toch wel het meest bijzonder en onvoorstelbaar. Ze liet de veren voor zich los en stak voorzichtig haar armen uit totdat ze ze wijd naast zich uitstrekte. De koele wind blies tussen haar vingers door en de zorgen van de afgelopen uren – weken, zelfs – werden tijdelijk weggeblazen door de ochtendwind.
Een ademloze (bijna hysterische, na alles wat ze zojuist had meegemaakt) lach borrelde naar boven en kwam over haar lippen, en de adelaar reageerde door te spreken. 'Je voelt je verrassend op je gemak, kleine jongeling,' zei hij met een schorre, krakende stem. 'Je metgezellen klampen zich strak vast aan de veren van mijn broeders.'
'Ik heb al eerder gevlogen, maar nog nooit op deze manier. Het is ongelooflijk,' antwoordde ze, zich opnieuw voorover buigend om de veren licht vast te houden en over de zijkant van de grote vogel naar de grond ver beneden te kijken. Ze vlogen nu over rotsachtige heuvels, het laatste gedeelte van de bergen, en voor hen lagen brede, groene vlakten voordat de horizon uiteindelijk wit en wazig werd.
'Hoe vliegt een mensenvrouw?' vroeg de adelaar nieuwsgierig.
'Ik kom uit een andere wereld en wij hebben machines uitgevonden waarmee we kilometers hoog boven de wolken kunnen vliegen. We gebruiken ze om op andere plaatsen te komen,' legde ze kort uit, terwijl ze haar hoofd achterover kantelde en haar ogen sloot terwijl de wind door haar haar waaide. 'Maar dit is veel fijner.'
Peter zou dit geweldig hebben gevonden, dacht ze plotseling. Ze herinnerde zich met een bedroefde glimlach hoe opgewonden haar broertje was geweest toen hij in Nieuw-Zeeland mocht parachutespringen. Haar oudere broer Jamie, een intimiderende en stevige rugbyspeler, had een beschamende fobie voor vogels en zou het in zijn broek hebben gedaan van angst als hij haar nu had kunnen zien. Ook die gedachte zorgde voor een bedroefde glimlach – ze miste ze allebei tegelijkertijd zo erg.
Door het praten over haar wereld was er een vreselijke heimwee bij haar opgekomen. Het besef dat deze absurde en geweldige momenten herinneringen zouden zijn die ze nooit met haar familie en vrienden zou kunnen delen, kwam plotseling met volle kracht terug en ze voelde haar moed in haar schoenen zakken. Als ze de rest van de tocht al zou overleven, voegden haar gedachten eraan toe. Er waren gedurende de afgelopen paar uur meerdere momenten geweest waarop ze oprecht gevreesd had voor haar leven. Ze wist niet precies hoe dit reizen tussen twee werelden precies werkte: zou ze ook dood zijn in haar wereld? Wat zou er met haar lichaam gebeuren? Haar familie zou denken dat ze simpelweg verdwenen was, ze zouden nooit weten wat er met haar gebeurd was.
'Ik vraag me af of ik ze ooit weer terug zal zien,' zuchtte ze bij zichzelf, en wimpelde de gedachte toen af als onzin – de macabere gedachten van een overwerkte, oververmoeide geest. Gandalf zou ervoor zorgen dat er niets met haar gebeurde en dan zou er geen reden zijn waarom ze niet naar huis zou kunnen gaan.
'Je hebt ver gereisd,' merkte de adelaar op, haar melancholische gedachten onderbrekend. 'Maar ik geloof dat de wind die je naar huis zal dragen nog niet is begonnen met waaien.'
Lizzy wist niet goed hoe ze daarop moest reageren, dus ze bleef stil.
In het nieuwe ochtendlicht wist ze Thorin te herkennen, die in de machtige en scherpe klauwen van een andere adelaar bungelde, duidelijk nog bewusteloos. Haar hart zonk en voegde zich bij de steenachtige brok moed die zich al in haar schoenen genesteld had. Hij was woedend op haar geweest toen ze de berg uit waren gekomen en had eruit gezien alsof hij haar simpelweg door elkaar had willen schudden om de antwoorden die hij zocht uit haar te krijgen, en ze was half bang bij het idee dat ze met hem zou moeten praten als hij wakker werd.
Haar andere helft wilde wanhopig graag haar excuses aanbieden en alles aan hem uitleggen, hem de sleutel geven die ze nog in haar broekzak had en controleren of alles goed ging met hem na zijn gevecht met Azog.
Lizzy kon zijn woede makkelijk begrijpen – jemig, ze was deels boos op zichzelf: hoewel ze wist dat ze volgens haar de goede keuze gemaakt had, had ze gehaat dat ze deze rol had moeten spelen. Ze had immers bewust dingen voor Thorin verborgen en hij wist nog steeds niet precies met welke gedachte ze dat gedaan had, dus ze durfde niet te bedenken wat hij op dit moment van haar dacht.
Een klein stemmetje in haar hoofd vroeg waarom het haar zoveel kon schelen, zowel hijzelf als wat hij van haar vond, en ze moest met tegenzin toegeven dat ze sinds Rivendell om de hooghartige en piekerende koning was begonnen te geven– natuurlijk was hij af en toe nog steeds een chagrijnige zak en was het grootste gedeelte van hun gesprekken op zijn hoogst gezegd beleefd, maar ze was hem toch begonnen te respecteren.
Ze hoopte maar dat ze zijn vergiffenis zou kunnen verdienen, dat hij haar op zijn beurt ook nog zou respecteren.
Ze stak haar hand in haar zak en kneep geruststellend in de sleutel, alsof het haar laatste hoop was. Ze wenste dat ze de tijd had gehad om hem terug te geven voor het gevecht, maar hij was zo druk geweest met tegen haar schreeuwen en zij was zo bezorgd geweest over Azog die eraan kwam dat ze er stom genoeg niet eens aan gedacht had om hem de sleutel terug te geven, zelfs toen hij tegen haar aan het grommen was omdat hij het ding door haar was kwijtgeraakt.
Voor zich zag ze een groot rotsblok dat ze herkende als de Carrock en de adelaars begonnen langzaam af te dalen in trage, grote cirkels. Na een paar lange minuten landde haar adelaar op de rots en hief een vleugel, zodat ze naar beneden kon glijden, en de beweging herinnerde haar er pijnlijk aan dat er naar haar rug gekeken moest worden. 'Bedankt voor het dragen,' zei Lizzy beleefd, twijfelend over de etiquette in deze situatie.
'Graag gedaan,' reageerde de adelaar hooghartig, terwijl hij haar van opzij met één kraalachtig oog aankeek. Ze voelde zich plotseling erg klein en misschien zelfs eetbaar onder zijn nauwgezette blik. 'Je bent ver van je nest, kleine jongeling, maar onthoud goed dat je ook een nieuw nest kunt bouwen in plaats van simpelweg het oude te renoveren.'
Ze knipperde met haar ogen en keek hem aan. 'Wat betekent dat?'
'Het betekent wat ik zei,' antwoordde de adelaar, waarna hij de lucht in schoot en zij in een windvlaag achter bleef.
Achter zich was Gandalf Thorin aan het onderzoeken terwijl de rest van het gezelschap bezorgd om hem heen draalde en Lizzy bleef in haar eentje achteraan de groep staan. Ze wist dat Thorin nog steeds woedend op haar zou zijn als hij wakker werd en ze was plotseling doodmoe en volkomen uitgeput bij het idee dat ze nog een discussie met hem moest voeren. Het idee zorgde er bijna voor dat er tranen opwelden. Ze wilde gewoon geen ruzie meer met hem maken, ze wilde me hem praten en het uitleggen. Ze raapte de laatste restjes zelfbeheersing die ze in haar bijzonder gespannen zenuwen kon vinden bij elkaar en zette zich met tegenzin schrap voor het geschreeuw dat ze wist dat nu zou komen.
Het eerste waar Thorin aan dacht toen hij wakker werd was Elizabeth Darrow: het laatste wat hij zich kon herinneren voordat alles zwart werd was de flits van rode vlammen die in haar gouden haar dansten, het vage gevoel van haar bloederige, vuile handen die voorzichtig zijn gezicht aanraakten en de zachte fluistering van haar stem. Toen herinnerde hij zich meneer Baggins, hoe de Hobbit op de Ork was afgestormd die op het punt stond hem te onthoofden; een dwaze, dappere daad die ongetwijfeld zijn leven gered had – maar was Bilbo omgekomen bij zijn poging?
'De halfling…' fluisterde hij toen zijn ogen focusten op de Tovenaar die bezorgd over hem heen gebogen stond.
'Alles is goed, Bilbo is hier. Hij is veilig,' zei Gandalf geruststellend, en Thorin werd overeind geholpen. Bij Mahal, alles deed zeer, vooral zijn borstkas en ribben, waarvan er een paar mogelijk gebroken waren.
Hij keek vlug om zich heen: ze bevonden zich niet langer op de brandende klif in de bergen, maar stonden op een grote, hoge rots, kennelijk aan de oostkant van de bergen, als hij de schitterende zonsopgang moest geloven. Hij vroeg zich even af hoe ze hier gekomen waren en hoe lang hij bewusteloos geweest was, maar kon zijn eigen vraag beantwoorden toen hij de enorme adelaars zag die wegscheerden in de lucht. De gefluisterde woorden van juffrouw Darrow, daar in het brandende dal, over dat de adelaars eraan kwamen, waren plotseling een stuk logischer.
Ongeduldig schudde hij de helpende handen van zich af en keek om zich heen, op zoek naar meneer Baggins.
'Jij, waar was je in vredesnaam mee bezig? Je hebt jezelf bijna de dood in gejaagd,' gromde hij. Hij wist zonder hulp van de anderen zijn evenwicht terug te vinden. Bilbo had een halve glimlach op zijn gezicht gehad, kennelijk blij om te zien dat hij nog leefde, maar bij zijn woorden betrok het gezicht van de Hobbit onmiddellijk. 'Heb ik niet gezegd dat je een last zou zijn, dat je niet zou overleven in het wild, dat je hier niet thuis hoorde…'
Hij keek de Hobbit aan, die nu zowel ongelukkig als geïrriteerd naar de grond staarde. Thorin was niet vergeten wat meneer Baggins had gezegd over zijn eigen thuis en het besef dat hij dat had opgegeven om hen te helpen om hun thuis terug te winnen, terwijl hij absoluut geen reden had gehad om dat te doen, aangezien ze elkaar nog nooit ontmoet hadden voordat het hele gezelschap bij hem op de stoep gestaan had.
Hij had deze zwakke, kleine man werkelijk onderschat: onder zijn milde Hobbituiterlijk zat een kern van staal, die net zoveel waard was als welke Dwerg dan ook. Meneer Baggins had hem met gevaar voor zijn eigen leven gered, en Thorin was hem zijn leven en dank verschuldigd.
'Ik heb het nog nooit zo fout gehad,' besloot hij. Hij deed een stap naar voren en drukte de geschrokken Hobbit even tegen zijn lichaam als oprecht teken van dankbaarheid, niet te strak, aangezien hij zich goed bewust was van zijn eigen verwondingen. Achter zich hoorde hij verscheidene instemmende geluidjes van het gezelschap, die dit gebaar van waardering en vriendschap duidelijk goedkeurden. 'Het spijt me dat ik aan je heb getwijfeld,' zei hij ernstig tegen Bilbo toen hij zich terug trok, met oprechte verontschuldiging. Hij was niet zo vervuld van trots dat hij niet kon toegeven wanneer hij in de fout was, en hij erkende dat hij de Hobbit te hard had behandeld.
'Nee, ik zou ook aan mij getwijfeld hebben,' zei Bilbo haastig, hem direct vergevend. 'Ik ben geen held, of een krijger… niet eens een inbreker,' voegde hij er wrang aan toe, zijn blik op de Tovenaar gericht, en Thorin glimlachte. Nee, hij mocht dan wel geen van die dingen zijn – maar op de een of andere manier was hij precies wat dit gezelschap nodig had.
Zijn blik gleed langzaam over de schouder van de Hobbit en zijn mond viel open van verbazing. Daar, ver aan de horizon, stond de Lonely Mountain. Hij was afgelegen en prachtig in de ochtendzon, en hij had zich hoog en stevig op het landschap geprent.
'Is dat… wat ik denk dat het is?' hoorde hij Bilbo vragen, terwijl de rest van het gezelschap naar voren stapte om samen met hem in de verte te staren.
'Erebor,' bevestigde Gandalf, en de naam van zijn koninkrijk echode door de lucht. 'De Lonely Mountain. Het laatste grote Dwergenkoninkrijk van Middle Earth.'
'Ons thuis,' fluisterde Thorin, genietend van het vreemde, fijne gevoel van vertrouwdheid dat hij kreeg bij het zien van de berg. Het was alles waar hij jarenlang naar gestreefd had en het was nu eindelijk in zicht.
Toen volgde de plotselinge, kille herinnering aan het feit dat ze de sleutel verloren hadden, de enige manier waarop ze de berg in konden komen, en zijn vreugde veranderde in as. Alles wat hij ooit gewild had, zijn thuis, zijn koninkrijk, het leven dat zijn volk verdiende en de schatten van hun voorouders, was nu voor altijd buiten zijn bereik.
'Een raaf! De vogels keren terug naar de berg,' zei Oin, wijzend op een lijster die langs het gezelschap vloog. Thorin zag het als een slecht voorteken: de vogels keerden terug naar de berg, maar het waren niet de vogels die de herleving van hun koninkrijk aankondigden. 'Het is net zoals in de voortekenen.'
Het gezelschap viel stil bij deze uitspraak, maar de stilte werd verbroken door een zwakke vrouwelijke stem achter hen.
'Thorin,' zei juffrouw Darrow simpelweg en haar stem brak bij zijn naam. Hij draaide zich om om haar aan te kijken; ze was wat achtergebleven terwijl het gezelschap naar het oosten had gestaard, had zichzelf afgescheiden van de rest van de groep en prutste met iets in haar handen. Ze zag eruit als een ravage: haar normaal gesproken vastgebonden haar hing in een donkere en doffe warboel om haar nog steeds bebloede, vervuilde gezicht. De snee in haar onderlip was weer opengegaan en haar mond was bevlekt met een lugubere, bloedrode kleur.
'Waag het niet ook maar één woord tegen mij te zeggen,' beval hij zacht en dreigend, terwijl hij haar met samengeknepen ogen fel aankeek.
Ze slikte en zag er zowel bang als vastberaden uit. 'Het spijt me. Je moet het begrijpen, ik deed wat ik dacht dat goed was – '
'Begrijpen?' onderbrak hij schamper. 'Je hoort onze adviseur te zijn, maar tot nog toe heb je louter voor problemen gezorgd. Als je me verteld had over de Goblins hadden we een andere route kunnen nemen, de sleutel kunnen verbergen, wat dan ook,' zei hij, haar luid overstemmend toen ze haar mond opendeed om nog iets te zeggen. Hij deed een stap naar voren zodat hij vlak voor haar stond en ze keek op naar zijn gezicht, haar ogen helder en glimmend in het zonlicht, haar hoofd nauwelijks gekanteld door hun gelijke lengtes. Het gezelschap bleef achter hem staan terwijl hij haar confronteerde – ze wilden niet tussenbeide komen en luisterden zwijgend naar hun gesprek. 'Maar dankzij jouw handelingen is Erebor nu voor eeuwig verloren.'
'Thorin – '
'Ik weiger onderbroken te worden, houd je mond dicht en luister,' snauwde hij. Hij wilde niet ten prooi vallen aan haar grootogige smeekbedes of lege verontschuldigingen. Eigenlijk wilde hij haar uit zijn zicht hebben voordat hij besloot zijn wraak om het verliezen van zijn thuis op haar los te laten, ongeacht het feit dat ze een vrouw was. Haar aanwezigheid had niets dan onrust met zich meegebracht en hij kon niet wachten om van haar af te zijn. 'Elizabeth Darrow, ik verban je uit dit gezelschap.'
'Wat?' Haar mond viel open en ze hapte naar adem, duidelijk geschrokken.
'Keer terug naar je eigen wereld,' beval hij nors, waarna hij langs haar heen beende en zowel haar als de Lonely Mountain in de verte de rug toekeerde. Hij voelde er op dat moment niets voor om die dingen te zien. 'Onze tocht is voorbij en je hebt hier verder geen nut of plaats.'
'Thorin,' zei ze achter hem op smekende en wanhopige toon, en het klonk alsof ze op het punt stond in huilen uit te barsten. Hij draaide zich om met het plan om haar voor eens en voor altijd te vertellen om haar mond dicht te houden – en daar, in haar uitgestoken vuile hand, lag de sleutel van Erebor.
Misschien wel voor het eerst in zijn lange leven viel Thorin geschokt stil. Ze staarde hem simpelweg aan; haar onmogelijk grote ogen waren gespannen en vulden zich met tranen terwijl haar uitgestoken hand zichtbaar trilde.
Hij kon zijn ogen niet geloven en stak langzaam zijn eigen hand uit. Hij pakte de sleutel uit haar hand en hun vingers streken lichtjes langs elkaar.
Terwijl hij naar de sleutel van zijn koninkrijk staarde, zo vast en echt in zijn handen, draaide ze zich om en liep beverig naar de uiterste rand van de rots. Ze liep tussen de geschrokken en stille leden van het gezelschap door en stopte alleen nog even om de boog van haar schouders te halen en hem terug te geven aan Kili toen ze daar voorbijliep.
Thorin hief zijn verbijsterde blik van de sleutel om te zien hoe ze zich op de grond liet zakken en in haar eentje ging zitten, met haar rug naar hen allen toegekeerd. Ze trok haar knieën naar zich toe, sloeg haar armen eromheen en liet haar hoofd zakken, zodat ze opgekruld zat in een beschermend balletje. Het heldere zonlicht viel nadrukkelijk op de donkerbruine plek van opgedroogd bloed die zich onder de scheuren in haar shirt bijna had uitgebreid tot het onderste gedeelte van haar nu ineengedoken rug.
Hij klemde de sleutel strak in zijn vuist en luisterde met een bijzonder vreemd gevoel in zijn maag hoe ze plotseling zachtjes begon te snikken, het silhouet van Erebor nog steeds afgetekend in de verte die voor haar lag.
Kindle-the-Stars:
Dit was korter dan de bedoeling was omdat ik van plan was om hun komende gesprek op te schrijven na Lizzy's inzinking, maar dit voelde als een heel natuurlijk afbreekpunt en als ik mijn oorspronkelijke plan had gevolgd was dit hoofdstuk bijna 8000 woorden lang geweest!
Dus ja, hun gesprek komt eraan, en ik denk dat we ook wat Bifur pov krijgen :)
En voor degenen die zeiden dat ze een Carrockzoen wilden toen Thorin wakker werd… sorry mensen, dit was een scène die ik al vanaf het begin gepland had! :p
Blijf die reacties sturen… en wat de vraag van deze week betreft, wat is je favoriete quote? Dat kan Tolkien zijn of iets anders, ik houd gewoon heel erg van quotes (zoals jullie misschien gemerkt hadden aan de hoofdstukquotes) en nieuwe zijn altijd leuk om te horen.
Jullie kunnen alle updates en sneak peeks volgen en vragen over het verhaal of de personages stellen op mijn tumblr ~kindle-the-stars
xxMarith:
Vrolijk Pasen mensen! (: Ik moet zeggen, het is wel een ietwat droevig hoofdstuk voor een feestdag, maar goed, het Gesprek in het volgende hoofdstuk volgt zo snel mogelijk haha!
Oh ja, wat ik jullie wilde vragen, nu hierboven toch iets staat over de hoofdstukquotes - willen jullie dat ik die vertaal, als dat kan? Liedjes zou ik natuurlijk gewoon laten staan, maar quotes uit series of boeken zijn prima te vertalen. Als dat fijner leest, laat het dan even weten, dan ga ik dat veranderen!
