xxMarith:
DISCLAIMER: Bij gebrek aan een catchy openingszin (sommige mensen hebben echt hele leuke disclaimers, hoe doen ze dat?): dit verhaal is niet van mij, ik heb het slechts vertaald. Alle credits gaan naar Kindle-the-Stars!
"Love is a better teacher than duty."
Albert Einstein
Thorin zweeg tijdens de afdaling van de Carrock. Zijn gedachten lagen overhoop en cirkelden bijna allemaal om hun adviseur, iets wat bijna een gewoonte leek te worden na een problematische situatie voor het gezelschap. Hij peinsde over de politieke gevolgen van het feit dat juffrouw Darrow geadopteerd was in de Urs-tarâg barufzurk, iets wat ongehoord was voor een mens. Hij geloofde niet dat zoiets ooit eerder gedaan was in de hele geschiedenis van de stammen en hij betwijfelde of zij de volle gevolgen van haar acceptatie begreep.
Toen hij zich na zijn gesprek met haar weer bij het gezelschap had gevoegd, was iedereen net in onderlinge discussies verwikkeld geweest. Oin had hen verteld over Bifurs aanbod en de reacties hadden sterk uiteengelopen. De Gebroeders Ur waren overtuigd dat ze de juiste beslissing hadden gemaakt, ongeacht gepastheid, en Oin had moedig verklaard dat hij er geen problemen mee had, voordat hij ineenkromp onder de boze blikken van zijn broers. Fili en Kili hadden geschrokken geleken door Balins ongebruikelijke boze frons en de strakke greep waarmee Dwalin zijn bijl vasthield, te jong om het probleem volledig te begrijpen. Ondertussen volgde Bilbo het gesprek met een gerimpelde frons van verwarring.
'Genoeg,' had hij luid gezegd toen hij dichterbij kwam, waardoor iedereen stilviel en hem zijn volledige aandacht schonk. 'Een dergelijk aanbod kan zonder reden niet eervol ingetrokken worden, zelfs als de Urfamilie dat zou willen, tenzij de stamoudere weigert de adoptie goed te keuren,' zei hij met een knikje richting Bifur, Bombur en Bofur, waarmee hij hen stilletjes meedeelde dat hij hun aanbod als Koning niet officieel tegen zou houden, zoals hij wel had kunnen doen.
Het leek alsof Balin iets wilde zeggen, maar Thorin zond hem een blik en begon te spreken voordat hij de kans kreeg. 'Ik stel voor dat jullie je hier allemaal bij neerleggen,' zei hij met een strenge blik tegen iedereen in het gezelschap.
Overtuigd dat niemand zich nu hardop tegen haar uit zou spreken, had hij naar de grote traptreden gebaard die vanaf de Carrock naar beneden liepen. 'Kom op, we beginnen aan de afdaling.'
De situatie had erger kunnen zijn, dacht hij tijdens het lopen bij zichzelf. Hun afdaling verliep moeizaam, aangezien de treden gemaakt waren voor iemand die veel groter was dan de Dwergen; zelfs Gandalf had er af en toe moeite mee.
De Vuurbaarden waren een redelijk kleine stam die zelf weinig hallen had, dacht hij, een stam die grotendeels verspreid was over de Dwergengebieden. Het was zeker beter dat ze daar geadopteerd zou worden dan dat Fili en Kili haar achteloos een plek aangeboden hadden bij de Langbaardstam, waarmee ze door hun stamboom ook direct bij het regerende Huis van Durin zou horen. Als ze dat gedaan hadden, zou ze wettelijk zijn nichtje zijn geworden. Zijn maag keerde om bij de gedachte.
Ze liep achter hem en zocht moeizaam haar weg over de grote treden, en hij kon het niet helpen dat hij meeluisterde met haar gesprek met Bofur en Bombur, waarvan de laatste haar tas voor haar droeg.
'Je hebt ja gezegd,' zei Bofur tevreden.
'Natuurlijk,' zei ze luchtig, half struikelend over een erg versleten trede. 'Bedankt voor het aanbod.'
'Ach ja, Bifur is niet de enige wiens affectie je hebt weten te winnen, meid,' zei hij, en Thorin kon de glimlach in Bofurs stem bijna horen. 'Voel je je al wat beter? Je was daarstraks ietwat van streek,' voegde hij er met zijn gebruikelijke droge eerlijkheid aan toe.
Van streek was misschien nogal zacht uitgedrukt. Hij geloofde dat ze op de Carrock getuige waren geweest van een uitbarsting van haar wekenlang opgebouwde stress en spanning, die door zijn geschreeuw voor een volledige instorting hadden gezorgd. De reden voor haar sombere stemming en gebrek aan eetlust nadat ze uit Rivendell waren vertrokken was hem plotseling duidelijk geworden: nu hij terugdacht besefte hij dat ze zich zorgen had gemaakt om de tocht door de bergen.
Hij nam aan dat ze geknikte had als antwoord, aangezien ze Bofurs vraag verder niet erkende. 'Hoe gaat het met je arm?' vroeg ze zachtjes aan Bombur, die een verwonding had opgelopen tijdens hun ontsnapping uit Goblinstad.
'Dat komt wel goed meid,' zei hij hijgend en puffend.
'Dus hoe werkt het precies?' vroeg Bofur vrolijk. 'Jouw kennis over de toekomst,' voegde hij eraan toe na een vragend geluidje van haar kant.
'Er is een boek in mijn wereld dat deze tocht beschrijft. Het was mijn lievelingsverhaal toen ik klein was,' antwoordde ze. Thorin vroeg zich af wat haar zo aangesproken had aan hun tocht, niet in staat zich voor te stellen hoe ze als kind geweest was. In de paar verhalen die hij als rondtrekkende smid had gehoord over mensenvrouwen, hielden kleine meisjes van verhalen over Elven, magie en prinsen; niet over trollen, Goblins en Draken.
'En hoeveel weet je?'
'Veel,' reageerde ze onmiddellijk droogjes.
'Weet je wat ik nu ga zeggen?' vroeg Bofur, die het kennelijk niet helemaal serieus nam.
Juffrouw Darrow was even stil. 'Je gaat vragen "hoe wist je dat?"'
'En hoe – leuk geprobeerd,' lachte Bofur, en Thorins mondhoek trok bijna ook omhoog.
'Maar om antwoord te geven op je vraag, ik weet niet echt wat mensen gaan zeggen,' legde ze uit. 'Ik weet waar we heen gaan, welke weg we zullen nemen, wie we zullen ontmoeten. Dat soort dingen.'
'Hoe rijk we zullen worden?'
'Nou ja, dat ook,' voegde ze er luchtig aan toe.
Thorin fronste zijn wenkbrauwen bij het horen van haar nonchalante toon en ging sneller lopen zodat hij haar niet langer kon horen. De levens van Fili en Kili rustten op haar schouders en na hun afgelopen gesprek betwijfelde hij of ze wel echt wist waar ze mee bezig was. In Rivendell had ze gezegd dat ze hoopte dat ze hen kon redden en nu had ze zojuist nog "zo ongeveer" gezegd toen hij aannam dat ze hen zou kunnen redden zolang het verhaal hetzelfde zou blijven. Hij vond haar gebrek aan zelfvertrouwen verontrustend.
Hij begon ook te beseffen hoe weinig ze hem eigenlijk had verteld van wat ze konden verwachten: hij had sinds Rivendell geweten dat ze kennis over de toekomst had, maar het was nog niet bij hem opgekomen dat ze wist welke weg ze zouden nemen, al helemaal nu ze zich op paden bevonden die hij niet kende. Ze waren nu veel verder naar het noorden gereisd dan hij had gewild – hij was van plan geweest om de Hoge Pas door de bergen te nemen en dan via de Oude Bosweg door Mirkwood te reizen. Nu wist hij echter niet meer zo zeker hoe ze verder moesten gaan.
Hij vond het niet zo prettig dat zijn hele tocht al beschreven was, ongeacht de grotendeels succesvolle uitkomst. Het zorgde ervoor dat hij zich afvroeg of zijn besluiten wel echt van hem waren of dat ze al gemaakt waren door een of andere dubbelganger in een boek in een andere wereld. Het voelde plotseling alsof hij geen controle had over zijn reis, alsof de hele missie uit zijn vingers begon te glippen.
Uiteindelijk bereikten ze de grond naast de Carrock en zagen recht voor zich een heldere, glimmende rivier met een ondiepe kiezelbodem die hun de weg versperde. Daarachter lagen vlakke graslanden.
Juffrouw Darrow richtte zich onmiddellijk tot hem, een verlangende blik op haar gezicht. 'Kunnen we stoppen? We kunnen stoppen, toch?' smeekte ze.
'We moeten door,' antwoordde hij met een boze blik op de rivier, zich afvragend hoe ze hem het beste over konden steken. 'We zijn nog steeds vlakbij de bergen, ik vrees dat het niet lang zal duren voordat Azog ons spoor terugvindt.'
Ze schudde vastberaden haar hoofd. 'Nee, alles gaat goed hier,' verzekerde ze hem vol zelfvertrouwen. 'Alsjeblieft? Ik wil me zo graag wassen.'
Dit was zeker waar – toen Oin haar rug aan het behandelen was had ze een poging gedaan om haar gezicht schoon te maken met het kleine beetje water dat ze over hadden gehad, maar die pogingen hadden simpelweg gezorgd voor vuile vegen die nu iets vager en uitgestreken waren. 'We zijn pas net begonnen aan onze dagmars, we kunnen niet stoppen tot zonsondergang,' antwoordde hij, besluitend dat ze hun waterzakken bij zouden vullen en dan verder zouden trekken. Hoe verleidelijk het water er ook uit zag, het was de vertraging niet waard.
'En waar gaat die dagmars precies heen, als ik vragen mag?' vroeg Gandalf.
Thorins mond klapte dicht en hij zweeg.
'In dat geval, laten we stoppen om uit te rusten,' stelde de Tovenaar voor na een moment van stilte, toen hij doorhad dat Thorin geen antwoord had. 'Ik ben altijd van plan geweest om jullie veilig over de bergen te leiden – '
Juffrouw Darrow snoof erg luid en ondamesachtig en Thorin kon niet anders dan het eens zijn met de achterliggende gedachte. De Tovenaar was achtergebleven in Rivendell en had zich in Goblinstad pas weer bij hen gevoegd, waardoor hij nou niet bepaald veel moeite gedaan had om hen veilig de bergen over te leiden.
Gandalf was verdergegaan alsof hij niet onderbroken was. '- maar nu zijn we al een stuk verder oostwaarts dan ik van plan was met jullie mee te komen, ik heb dringende zaken waar ik me mee bezig moet houden en dit is niet mijn avontuur.'
'Je gaat ons verlaten?' vroeg Thorin scherp.
'Ik zal niet nu onmiddellijk verdwijnen, maar inderdaad,' antwoordde hij.
Bilbo leek verafschuwd door deze onthulling en de rest van het gezelschap was niet veel vrolijker. Verscheidene Dwergen drukten hun gevoelens uit en boden hem goud en juwelen aan om te blijven.
Gandalf overstemde ze. 'Zoals ik je vele maanden geleden verteld heb, Thorin, mogen jouw handelingen dan wel van het grootste belang lijken voor jou, maar ze zijn slechts één draad van een enorm web. Daarnaast geloof ik dat ik al een klein deel van jullie Drakengoud verdiend heb, zodra jullie het hebben,' voegde hij eraan toe als reactie op de smeekbedes van de Dwergen.
Terugdenkend aan dat gesprek, vele manen terug in het conclaaf in Ered Luin, herinnerde Thorin zich dat Gandalf niet beloofd had dat hij bij hun gehele reis aanwezig zou zijn, dus hij schonk de Tovenaar met tegenzin een begrijpend knikje, waarop deze vervolgde: 'Ik kan jullie nog een paar dagen vergezellen en jullie van jullie huidige voedsel- en bagagetekort afhelpen, aangezien ik zelf ook hulp nodig heb.'
'En wat stel je voor?' vroeg hij gebiedend.
'Ik ken iemand die hier dichtbij woont, dezelfde persoon als degene die de treden gehakt heeft en de Carrock zijn naam gegeven heeft,' zei Gandalf, knikkend naar de rotstoren achter hen. 'Hij is echter een onvoorspelbare man en is niet bijzonder gesteld op bedelaars. Het zou niet helpen als we in onze huidige toestand bij hem voor de deur zouden gaan staan, dus het voorstel van juffrouw Elizabeth om te stoppen en een bad te nemen is zeer verstandig,' besloot hij, en juffrouw Darrow begon te stralen.
Het gezelschap leek hier voor het grootste gedeelte tevreden mee te zijn en als Gandalf het een goed idee vond, vond Thorin het niet zo erg meer om de zaak goed te keuren. De Dwergen mochten dan wel niet zo overdreven zijn met wassen tijdens het reizen als juffrouw Darrow, maar na hun avontuur onder de berg wist hij dat ze een bad allemaal op prijs zouden stellen. 'Nou, waar wachten we nog op?' zei Kili met een grijns, waarna hij in de richting van de rivier stoof en al gauw gevolgd werd door andere leden van het gezelschap.
Thorin hoorde de luide kreten en het plotselinge gespetter en aarzelde om zich bij hen te voegen. Als hij dat deed zou hij de wonden op zijn borst en rug moeten onthullen die hij onder het gewicht van zijn wapenuitrusting kon voelen, verwondingen die waarschijnlijk behandeld moesten worden. Hoewel littekens en verwondingen in hun cultuur grotendeels werden beschouwd als tekenen van eer, was hij niet bepaald trots op zijn confrontatie met Azog: het zat hem dwars dat het monster nog leefde en hij schaamde zich dat hij het in een gevecht tegen hem had moeten afleggen.
Aangezien hij bovendien wist dat Oin er een gedoe van zou maken, besloot hij zijn verwondingen zelf te behandelen en hij beende weg om een ander deel van de rivier te vinden waar hij in zijn eentje een bad zou kunnen nemen.
Er had een brede grijns op Lizzy's gezicht gestaan toen Gandalf Thorin had overtuigd dat ze moesten stoppen om een bad te nemen. Ze had nog nooit zo erg verlangd naar een bad, ze voelde zich vreselijk smerig en vies door een walgelijke mengeling van zweet, vuil, bloed en as.
Ze werd echter teleurgesteld toen de Dwergen allemaal direct naar het water stormden en verscheidene zich tijdens het rennen al begonnen uit te kleden, terwijl Gandalf hen wat rustiger volgde. 'Shit,' mompelde ze tegen zichzelf terwijl ze toekeek hoe ze wegrenden.
'Wat is er?' vroeg Bilbo, die niet meedeed in de stormloop naar het water.
'Ik wilde ook een bad,' zei ze bedroefd terwijl de rest tussen de bomen verdween, en ze ging om de grond zitten om met tegenzin haar beurt af te wachten.
'Nou, waarom ga je dan niet?' zei Bilbo, die met een verwarde frons op haar neerkeek.
Lizzy trok een wenkbrauw op. 'Ik weet niet of het je ontgaan is, Bilbo, maar ik ben een vrouw en ik ben niet zo'n voorstander van het idee dat ik me volledig uit zou moeten kleden voor de ogen van het hele gezelschap.'
'Ah,' zei de Hobbit, met een lichte blos op zijn jukbeenderen.
Er viel een lange stilte tussen hen. Bilbo keek haar aan, maar keek toen weer weg en schuifelde met zijn voeten. Toen deed hij zijn mond open alsof hij iets wilde zeggen, maar sloot hem vervolgens weer en prutste aan de overgebleven knoop op zijn vest, terwijl hij haar af en toe een heimelijke blik toewierp.
'Gaat alles goed, Bilbo?' vroeg Lizzy bezorgd nadat ze hem dit een poosje had zien doen. 'Je kijkt me zo raar aan.'
De Hobbit plofte onmiddellijk naast haar op de grond, zijn bewegingen schokkerig en onhandig. 'Toen we Goblinstad verlieten zei je…' Hij stopte en schudde zijn hoofd. 'Het is gewoon niet logisch, zelfs als je weet wat er met het gezelschap gaat gebeuren, kun je met geen mogelijkheid weten wat er daar beneden met mij gebeurd is.'
Ze grijnsde naar hem. 'Dacht je dat? Zeg eens, Bilbo, wat heb je in je smerige… kleine… zaksjes?' siste ze in haar beste imitatie van Gollum.
Bilbo kromp hevig ineen en een van zijn handen vloog naar de zak van zijn vest. Lizzy glimlachte bij zijn reactie. 'Je begint echt te wennen aan de rol van "dief", of niet?' voegde ze er met haar normale stem aan toe.
'Ik heb hem niet gestolen,' drong hij hevig aan, zijn hand om zijn zak geklemd.
'Dat weet ik.'
'Echt, ik heb hem niet – '
'Dat weet ik,' herhaalde ze. Er viel opnieuw een korte stilte. 'Mag ik hem zien?' vroeg ze uiteindelijk.
Bilbo aarzelde even en stak toen langzaam zijn hand in zijn zak. Zijn vuist was gebald toen hij hem weer tevoorschijn haalde. Hij stak zijn vuist naar haar uit en opende langzaam zijn vingers om de simpele, glanzende gouden ring te onthullen die onschuldig in het midden van zijn hand lag.
Lizzy staarde er een poosje naar, zonder ook maar even te proberen hem aan te raken. Hij was zo eenvoudig en simpel en glansde helder in de ochtendzon. Ze kon maar moeilijk geloven dat zoiets moois zo kwaadaardig kon zijn – maar goed, dat was dan ook allemaal onderdeel van de aantrekkingskracht van de ring, dacht ze, waarna ze haar blik losscheurde en de andere kant opkeek.
Bilbo liet de ring een keer half in zijn hand stuiteren en liet hem toen weer in zijn zak glijden. 'Is hij echt zo belangrijk als je zei?' vroeg hij nieuwsgierig.
'Een ring die je onzichtbaar maakt… denk je niet dat zoiets ongelooflijk handig zou zijn op een tocht als deze?' vroeg ze zachtjes, nog steeds een andere kant opkijkend.
Bilbo hoefde geen antwoord te geven aangezien Gandalf terugkeerde van zijn haastige wasbeurt in de rivier. Het leek erop dat de Tovenaar slechts het stof van zijn gezicht en uit zijn baard had gewassen, die nu op zijn grijze mantel drupte. Hij zag dat zij nog steeds met zijn tweeën bij de ingang van de grote kiezelgrot stonden waar ze onderaan de Carrock gestopt waren.
'Elizabeth, we moeten praten,' zei hij toen hij dichterbij kwam.
'Ga jij je maar wassen, ik ga wel als jullie klaar zijn,' zei ze tegen Bilbo, die knikte en wegrende.
Gandalf liet zich naast haar op de grond zakken en haalde zijn lange pijp tevoorschijn. Hij nam uitgebreid de tijd om hem te vullen en de tabak aan te drukken terwijl Lizzy wachtte tot hij zou spreken. Ze had al sinds Rivendell niet meer echt met de Tovenaar gepraat en was benieuwd wat hij vond van het feit dat ze het gezelschap gevangen had laten nemen.
'Nou?' vroeg ze uiteindelijk, toen het er niet op leek dat hij gauw zou gaan praten.
Gandalf stak zijn pijp aan met een vlammetje dat uit zijn vingers kwam en nam toen een diepe trek van de lange steel, terwijl rook om hem heen begon te kringelen. Het deed Lizzy denken aan al die weken geleden, toen ze met hem in Bilbo's tuin had gezeten en de Tovenaar zwijgend had gerookt terwijl zij eiste dat hij haar naar huis zou sturen.
Uiteindelijk sprak hij. 'Ik geloof niet dat ik je hoef te vertellen om voorzichtig te zijn in mijn afwezigheid – je handelingen hebben bewezen dat je een scherp inzicht hebt in de last die ik op je schouders gelegd heb.'
'Je bent het dus eens met wat ik gedaan heb?' reageerde ze onmiddellijk. 'Ons gevangen laten nemen zodat Bilbo de ring zou vinden?'
'Natuurlijk,' zei hij, terwijl hij een rookkring blies.
Lizzy voelde een vlaag van ergernis. 'Nou, echt heel erg bedankt dat je voor me opkwam, hè,' zei ze boos. Het zou een stuk gemakkelijker zijn geweest als ze Gandalf aan haar kant had gehad terwijl ze alles wanhopig aan Thorin probeerde uit te leggen.
'Je deed het prima in je eentje tegen Thorin, Elizabeth,' zei de Tovenaar simpelweg met een spoortje humor in zijn stem.
'Ik barstte in tranen uit,' herinnerde ze hem kortaf, terwijl ze met haar vingers aan een van de scheuren in haar broek prutste.
'Zelfs de sterkste krijgers zijn zelden kalm na hun eerste strijd en ik weet dat ik erop kan vertrouwen dat je sterk genoeg bent voor wat er nog komen gaat,' zei Gandalf sussend. Hij blies nog een rookkring en draaide zich toen naar haar om, zijn ogen bijzonder helder. 'Ik ben trots op je, je hebt de situatie bijzonder elegant en krachtig aangepakt.'
Ze snoof. 'Zo voelt het niet altijd,' mompelde ze.
Er viel een lange stilte tussen hen, waarin Gandalf nog een paar rookkringen de lucht in blies om ze tussen de anderen te laten dansen, vlak onder het dak van de grot. 'Gandalf… ik weet echt niet wat ik moet doen,' zei ze heel zachtjes. Het besef van hoe weinig ze eigenlijk wist over wat er nu zou komen was tijdens het lopen tot haar doorgedrongen, aangezien ze niet eerder had beseft hoeveel ze vertrouwd had op de beelden uit de film. Ze kon zich het boek redelijk goed herinneren, maar het was niet alsof ze het bij zich had om dingen te controleren.
'Het pad ligt al voor je, je hoeft het alleen nog maar te volgen,' zei hij op een erg wijze en gewichtige toon.
'Juist,' zei ze, niet bepaald onder de indruk van die nogal lege en simpele uitspraak. Ze trommelde met haar vingers op haar knie en besloot toen iets te vragen waar de Tovenaar misschien wel een duidelijk antwoord op zou geven. 'Hoe ver is het nog naar Beorn?'
'Als we stevig doorlopen hoop ik zijn huis aan het eind van de middag nog te bereiken,' antwoordde hij. 'Het zou niet goed zijn om na zonsondergang vlakbij zijn grond te zijn zonder ons aan hem voorgesteld te hebben.'
Lizzy herkende het onderliggende voorstel om hier te vertrekken zodra iedereen klaar was en krabbelde onhandig overeind. Haar wonden deden nog steeds zeer, ondanks het verband dat eromheen zat. 'Ik denk dat ik dan maar gewoon wat verder stroomafwaarts loop om me te wassen in plaats van te wachten totdat de anderen klaar zijn, ik kan niet wachten om weer schoon te zijn,' zei ze.
Gandalf reageerde niet, hij was druk bezig met het blazen van een ingewikkelde keten van ineengeslagen kringen, die alle logica en natuurkrachten te boven ging – maar niet magie, voegde ze er mentaal aan toe. Lizzy rommelde door haar tas en wist uiteindelijk haar kam en de jammer genoeg behoorlijk lege fles twee-in-één limoenshampoo en -zeep te vinden. Vervolgens liep ze naar de bomen om een rustig deel van de rivier te vinden waar de Dwergen haar niet per ongeluk zouden storen.
Ze bekeek haar omgeving terwijl ze rondslenterde. Het leek erop dat de Carrock een soort toreneiland was dat opdook uit de rivier, die zich daaromheen in twee takken had opgesplitst. Dit zorgde ervoor dat de rotsen omgeven waren door een weelderige oase van bomen en planten. Dit was ook een tactisch voordeel voor hen: Thorin mocht dan wel bezorgd zijn dat Azog hen in zou halen, maar de Bleke Ork zou met geen mogelijkheid de adelaars hebben kunnen volgen en hun geur zou nergens te vinden zijn aan de westkant van de rivier. Aangezien er zoveel verschillen waren tussen het boek en de film, betwijfelde ze of dit de laatste keer was dat ze de Bleke Ork zouden zien tijdens hun tocht, maar als ze geluk hadden zouden ze al een paar honderd kilometer verder zijn tegen de tijd dat de Orks hun spoor terugvonden.
Lizzy snoof zachtjes – een paar weken geleden zouden zulke gedachten nooit bij haar zijn opgekomen, ze begon duidelijk wat trekjes over te nemen van de Dwergen.
Ze opende haar fles en rook eraan terwijl ze verder liep. De geur van citrusvruchten deed haar altijd denken aan thuis en hoewel ze er tijdens het reizen zo zuinig mogelijk mee gedaan had, had ze nog maar iets meer dan een derde over.
Ze ging er zo in op dat ze niet meer zoveel aandacht besteedde aan haar omgeving terwijl ze richting een smal stuk van de rivier liep. Het tafereel voor haar kwam dan ook als een verrassing en ze kwam met een ruk tot stilstand.
Thorin zat geknield aan de rand van het water, met zijn wapenuitrusting, tuniek en jas op een hoopje naast hem. Zijn donkere suède broek hing laag op zijn heupen en zijn torso en armen waren volledig ontbloot. Hij zat half met zijn rug naar haar toegekeerd en boog zich over het water. Zijn armen waren gespierd en over zijn rechterbicep liep een tattoo met een ingewikkeld vlechtwerk. Het Dwergse patroon deed haar denken aan Keltische knopen en stamtekens.
Ze moest een of ander geluid gemaakt hebben, want toen zij eraan kwam draaide hij zich om.
Ze staarden elkaar aan.
'Sorry,' bracht ze uit. 'Ik dacht dat iedereen…' Haar hand maakte een vaag gebaar stroomopwaarts.
'Dat blijkt, ja,' zei hij schor.
Lizzy's ogen gleden onwillekeurig naar beneden; ze keken naar de vorm van zijn torso, bleven even hangen bij de brede schouders die uitliepen in een borstkast die bijna net zo breed was. Hij was bijzonder gespierd en zijn borst was bedekt met donker haar dat in een spoor over zijn platte buik naar beneden liep om vervolgens onder de rand van zijn broek te verdwijnen.
Ze snakte echter geschrokken naar adem toen ze de donkerblauwe plekken en talloze sneeën zag die zijn bronskleurige huid bedekten. 'Waarom heb je Oin hier niet naar laten kijken?' vroeg ze, terwijl ze een paar stappen naar voren deed om het beter te kunnen zien.
'Het is niets,' antwoordde hij korzelig, waarna hij zich weer omdraaide naar het water – en hierdoor toonde hij haar zijn rug, die net zo verkleurd was door blauwe plekken en opgedroogd bloed van de kleine verwondingen die nog niet behandeld waren. Er liep nog een tattoo over zijn bovenrug: ze herkende de zeven sterren van Durin, met de grootste bovenaan, vlak onder zijn nek, en de andere zes liepen in een omgekeerde V-vorm richting zijn schouderbladen naar beneden. Onder de sterren stond een zin in Dwergse runen.
'Niets?' herhaalde ze ongelovig. Ze liet haar ogen over de talloze wonden glijden. 'Thorin, je bent bont en blauw!'
'Ik zei dat het niets was,' herhaalde hij kortaf. Hij bracht een handvol rivierwater naar zijn gezicht om het schoon te schrobben – de betekenis achter zijn handelingen was duidelijk: ik ben hier bezig, ga weg.
Lizzy schudde haar hoofd om zijn koppigheid en wees naar een klein rotsblok naast de rivier. 'Ga zitten,' beval ze.
'Pardon?'
'Ga daar zitten, ik ben zo terug.' Zonder te wachten om te zien of hij deed wat zij had gezegd, haastte ze zich het bosje weer in en liep terug naar de kleine grot waar ze hun spullen hadden achtergelaten. Gandalf trok een wenkbrauw op toen ze terugkwam en meteen door haar tas begon te rommelen, maar Lizzy keek expres niet zijn kant op.
Ze vond haar EHBO-doos en liep terug naar de rivier. Thorin zat inderdaad op het rotsblok, zoals ze hem gezegd had, maar hij was bezig zijn donkerblauwe ondershirt weer dicht te knopen.
'Doe uit,' beval ze terwijl ze dichterbij kwam.
'Juffrouw Darrow, ik kan je verzekeren dat je hulp niet nodig is,' zei hij ferm, zijn blik gericht op het witte doosje in haar hand.
'Trek je shirt uit, Thorin,' herhaalde ze, terwijl ze recht voor hem kwam staan.
'Juffrouw Darrow – '
'Thorin.'
Ze staarden elkaar fel aan en geen van beide krabbelde terug.
Uiteindelijk slaakte Thorin en zucht en gaf toe. 'Je gaat dit niet laten zitten, of wel?' zei hij. Hij trok het shirt ruw weer over zijn hoofd en kromp zichtbaar ineen. 'Je bent net zo hardnekkig als een vlieg met een pot stroop,' voegde hij er nors aan toe, terwijl hij zijn shirt weer op de stapel gooide.
'Maar het is zulke lekkere stroop,' grijnsde Lizzy, die getrakteerd werd op de aanblik van zijn gespannen buikspieren terwijl hij zich uitkleedde – Thorin mocht dan af en toe wel een ongelooflijke zak zijn, maar zij was een warmbloedige vrouw en kon schoonheid zeker waarderen als het zich recht voor haar neus bevond.
Toen hij zich weer uitgekleed had boog ze licht voorover om de sneeën te bekijken. Ze waren allemaal opgehouden met bloeden en waren ook niet bijzonder diep, wat getuigde van de taaiheid van Dwergen. 'Heb je ze schoon gemaakt?' vroeg ze en Thorin knikte als antwoord. 'Je mag blij zijn dat er geen hechtingen nodig zijn.'
Zijn stilte was bijna neerbuigend, alsof hij zijn niveau verlaagde door haar verpleegster te laten spelen. Tot nog toe leek hij niet onder de indruk te zijn van haar behandeling.
Ze bestudeerde zijn borst en buik en zag dat de blauwe plekken een soort vegenpatroon hadden. Ze herinnerde zich dat haar oudere broer net zulke blauwe plekken had toen hij zijn ribben geblesseerd had tijdens een rugbywedstrijd. De dokter die hem behandelde had als voorafgaand onderzoek lichtjes op zijn borstbeen geduwd om te zien of zijn ribben gebroken waren, voordat hij aangekondigd had dat hij een röntgenfoto moest laten maken.
Ze imiteerde de handelingen van de dokter en steunde met één hand op Thorins schouder (die bijna onmerkbaar ineenkromp bij de aanraking) en duwde heel zachtjes op het midden van zijn borst, zijn huid warm onder die van haar.
Thorin haalde scherp adem.
'Deed dat zeer?' vroeg ze bezorgd.
'Het doet alleen zeer als jij erop duwt, vrouw,' gromde hij boos en hij sloeg haar hand weg.
Hij was duidelijk vastberaden om een moeilijke patiënt te zijn en ze begon zich af te vragen of het inderdaad beter zou zijn geweest als ze gewoon weggelopen was en het hem alleen had laten doen. 'Je hebt je ribben verwond,' deelde ze hem koeltjes mee.
'Daarvan was ik me bewust,' reageerde hij kortaf. Het was duidelijk dat hij nog pijn had, aangezien hij een hand in zijn zij zette. 'Ik geloof dat er één of meerdere gebroken zijn, of in ieder geval gekneusd,' voegde hij er onwillig mompelend aan toe.
'Wat doen we daarmee? Moeten we je borstkas verbinden?' vroeg ze, zijn torso nogmaals bestuderend.
Thorin schudde zijn hoofd. 'Nee, dat bemoeilijkt de ademhaling, ze moeten zelf genezen,' zei hij, kennelijk proberend zich weer te beheersen nadat hij tegen haar gesnauwd had. 'Je zult je moeten beperken tot de sneeën, als je erop staat me te behandelen.'
Lizzy besloot dit advies op te volgen en opende de EHBO-doos om de desinfecterende doekjes tevoorschijn te halen. 'Deze zijn antiseptisch, dus als het goed is zullen ze niet gaan ontsteken,' deelde ze hem op zakelijke toon mee terwijl ze een zakje openscheurde.
Ze boog naar voren om zijn borst te behandelen, maar toen viel haar blik op een paar verwondingen die lager lagen, bij zijn stevige buikspieren en de scherpe V-vorm van zijn heupen. Hoe aantrekkelijk hij ook was, ze wilde absoluut geen wonden behandelen die zo ver naar beneden lagen en betwijfelde ook of ze dat zou kunnen zonder te blozen. Ze duwde hem het doekje in zijn handen en pakte er nog een. 'Doe jij deze maar, dan doe ik je rug.'
Ze liep om hem heen en begon aan de sneeën op zijn rug. Deze waren minder schoon en sommige waren nog bedekt met opgedroogd bloed dat ze voorzichtig wegveegde. Er viel een lange stilte tussen hen terwijl ze bezig waren. Thorin was eerder klaar dan zij, aangezien de wonden aan de voorkant al eerder schoongemaakt waren. Hij bleef verrassend stil en geduldig zitten terwijl zij verder ging.
'Wat betekenen deze runen?' vroeg ze uiteindelijk om de stilte te verbreken, terwijl ze met haar doekje over een van de getatoeëerde sterren veegde.
'Plicht is eindeloos,' antwoordde Thorin, die naar voren bleef kijken. 'Het zijn de woorden van het volk van Durin, mijn huis.'
Op de een of andere manier verbaasde het haar niet dat hij zijn familiemotto op zijn rug getatoeëerd had. De Dwergen hadden haar het verhaal van Durin de Onsterfelijke verteld, Thorins voorouder die de beginselen had gelegd voor de Dwergen in Middle Earth. Het woord plicht leek Thorin perfect te omschrijven: met zijn poging om zijn koninkrijk te heroveren vervulde hij zijn plicht tegenover zowel zijn volk als zijn familie.
'Je hebt zoveel littekens,' zei ze zachtjes, terwijl ze een snee schoonmaakte die dwars door een lang litteken kruiste dat van zijn heup tot zijn ruggengraat liep. 'Je moet veel gevochten hebben.'
'Inderdaad, in onze cultuur worden littekens gezien als tekenen van eer,' vertelde hij.
'Heb je ook littekens waar grappige verhalen aan vast zitten?' vroeg ze nieuwsgierig. Ze vond het niet zo'n fijn idee dat al deze bleke, witte littekens, de geesten van eerdere verwondingen, veroorzaakt waren door geweld. 'Ik heb er één op mijn knie van toen ik ervan overtuigd was dat ik kon vliegen en van een tafel sprong.'
Thorin zweeg.
Lizzy liet haar adem in een zucht ontsnappen. 'Dit is wat vrienden doen, Thorin. Ze delen grappige verhalen uit hun verleden,' legde ze geduldig uit.
Hij zuchtte en tikte tegen zijn slaap, waar een klein litteken vlak onder zijn haarlijn liep. 'Toen Frerin en ik nog Dwergjes waren kwamen we erachter dat we op een schild van de trap konden glijden. Hij daagde me uit om een van de grotere trappen in Erebor te nemen en ik verloor de controle en rolde helemaal naar beneden.'
'Dat had ik graag willen zien,' glimlachte ze, terwijl ze het met vuil en bloed doorweekte doekje verfrommelde in haar hand.
'Ben je klaar?' vroeg hij na een paar tellen van stilte, aangezien ze niet langer bezig was met zijn rug.
'Ja.'
Hij stond onmiddellijk op om zijn shirt weer aan te trekken. Wederom genoot ze van de aanblik van zijn aanspannende arm- en borstspieren toen hij het over zijn hoofd trok. Hij raapte zijn wapenuitrusting en jas op, maar hij maakte geen aanstalten ze aan te trekken. 'Geniet van je bad, juffrouw Darrow,' zei hij, opvallend nors na hun bijna-aangename gesprek en begon weg te lopen van de rivier.
'Lizzy,' riep ze zonder na te denken achter hem aan.
Thorin draaide zich om en keek haar vragend aan.
'Het lijkt vreemd dat jij me de hele tijd juffrouw Darrow blijft noemen als de rest me allemaal Lizzy noemt,' verduidelijkte ze. 'Al helemaal als we vrienden gaan worden.'
Hij knikte langzaam, haar verzoek verwerkend. 'Goed,' stemde hij in, waarna hij zich omdraaide en tussen de bomen verdween.
Kindle-the-Stars:
*onschuldige blik*Zei ik dat we uiteindelijk shirtloze Thorin zouden krijgen? Ik bedoelde in het volgende hoofdstuk…
Voor elke reactie trekt Thorin een kledingstuk uit… ik zeg het maar even.
Thorins tattoos kwamen van een mengeling van mijn eigen verwachtingen en jullie suggesties, dus bedankt daarvoor!
De vraag van deze week… als jullie elk personage uit Tolkiens werk konden ZIJN, wie zou het zijn en waarom?
Blijf reacties sturen jongens, ik vind het geweldig om te horen wat jullie van het verhaal vinden :)
Jullie kunnen alle updates en sneak peeks volgen en vragen over het verhaal of de personages stellen op mijn tumblr ~kindle-the-stars
xxMarith:
Hi there guys, het is weer zondag, dus hier een nieuw hoofdstuk! Ook veel Lizzy/Thorin interactie hier, altijd goed natuurlijk haha (:
Fijne bevrijdingsdag morgen iedereen!
