xxMarith:
DISCLAIMER: Misschien kan ik een leuke quote vinden voor een disclaimer, ik zal eens op Google gaan kijken – tot die tijd, same old, same old: dit verhaal is niet van mij, het is geschreven door de fantastische Kindle-the-Stars, ik heb het alleen vertaald!


"I am the master of my fate, I am the captain of my soul."

Invictus, William Earnest Henley


Het huis van Beorn werd binnen verlicht door tientallen flakkerende kaarsjes van bijenwas, die gelekt hadden op elk meubelstuk waar ze stonden. Bijna alles was gemaakt van hout en een paar muren werden ondersteund door grote stenen die bijna net zo groot waren als Bilbo. Bovenin de muren zaten ramen, waardoor het laatste middaglicht in een hoek naar binnen viel en rechthoekige patronen vormde op de stenen vloer, die tussen de geweven tapijten in bestrooid was met stro. Boven hen bevonden zich gewelfde pilaren en balken, waar allemaal ingewikkelde en prachtige dierpatronen in gekerfd waren.

Lizzy liep naar de tafel toe en terwijl ze vol verbazing om zich heen keek, liet ze haar hand voorzichtig over de afbeelding van een gedetailleerd everzwijn glijden, die compleet met slagtanden in een van de vier hoeken gekerfd was.

Beorn klapte in zijn handen en van achteruit de hal draafden twee prachtige witte pony's naar binnen, gevolgd door enkele honden. Hij zei iets tegen ze in een vreemde, dierlijke taal en ze gingen onmiddellijk aan het werk in het huis: de honden stookten het vuur op met houtblokken die ze in hun bek droegen, en de pony's neusden door een kastje totdat ze tevoorschijn kwamen met een groot kleed dat ze over de tafel gooiden en met hun tanden op de goede plek trokken, om vervolgens via de achterkant van de zaal weer te verdwijnen.

Een van de grote, grijze honden stopte even toen hij voorbij liep om haar nieuwsgierig te besnuffelen. Ze wreef met haar hand over zijn gladde oren en hij likte speels aan haar vingers voordat hij weer naar de anderen toe rende.

De enorme man bood Lizzy zijn hand aan en ze accepteerde hem, vol verbijstering toekijkend hoe zijn gigantische, harige vingers die van haar, die veel kleiner waren, volledig opslokten. Ze liet zich naar de andere kant van de tafel leiden, naar een plaats op de bank naast zijn grote, gekerfde stoel aan het hoofd. De Dwergen volgden haar en Thorin ging tegenover haar zitten, aan de andere kant van de tafel naast Beorn, terwijl Gandalf de tweede grote stoel nam aan het uiteinde van de tafel.

Zodra ze allemaal zaten keerden de pony's terug, samen met een paar schapen die dienbladen op hun ruggen droegen. Na een paar minuten stond de tafel vol met schalen groenten die geroosterd waren in honing, manden met vers tarwebrood, en potten room en honing. Het gezelschap begon naar hartenlust aan te vallen, maar ze werden onderbroken doordat de pony's twee grote tonnen honingwijn naar binnen rolden, die onder groot enthousiasme van de Dwergen al vlug verdeeld werden over de kroezen op de tafel.

Terwijl ze hongerig begonnen te eten vertelde Beorn verhalen met zijn diepe, galmende stem; hij vertelde verhalen over de bergen en het verre noorden waar ze bijna kippenvel van kregen. Een steeds terugkerend onderwerp van zijn verhalen was het enorme bos van Mirkwood. Hij vertelde over enge aanvaringen met gigantische, vervormde dieren met misvormde lichamen die hun zinnen hadden gezet op de houthakkers, over insecten en spinnen van kolossale grootte, en over mensen die van het pad waren afgeweken, waarvan sommigen gek geworden waren en anderen nooit meer waren gezien.

Toen Beorn erachter kwam dat Thorin nog steeds van plan was met hen naar het zuiden te reizen om via het Oude Bospad te reizen, schudde hij zijn hoofd. 'Ik zou die weg niet aanraden. Hij is overwoekerd en nogal vervallen, aangezien de weg naar het oosten is opgegaan in moerassen. Ik heb ook gehoord dat hij vaak gebruikt wordt door Goblins. Ik zou het Elvenpad voorstellen, een route ten noorden van hier,' zei hij gebiedend, duidelijk in de verwachting dat zijn advies opgevolgd zou worden.

Thorin knikte hem toe als antwoord, kennelijk diep in gedachten na zijn woorden.

Het licht was weggeëbd en zodra hun borden leeg waren en pijpen waren opgestoken, zodat er rook naar het plafond kringelde, begonnen de Dwergen op hun beurt verhalen te vertellen, als reactie op de verhalen van Beorn. Ze vertelden over bergen en goud en prachtige juwelen, en over grote veldslagen tussen Dwergen en Goblins. Lizzy luisterde gefascineerd, aangezien er veel verhalen bij zaten die ze nog niet gehoord had tijdens het reizen, maar Beorn zat vaag knikkend op zijn stoel, duidelijk ongeïnteresseerd.

'Vertellen ze altijd zulke verhalen? Saaie vertellingen over goud en zilver en dat soort dingen?' vroeg de beerman uiteindelijk, zich vooroverbuigend om haar aan te spreken met een gedempte stem en een glimlachje onder zijn baard

Lizzy kreeg plotseling een idee en grijnsde. 'Ik ken een verhaal dat je misschien wel leuk zou vinden, als je het zou willen horen.'

Beorn trok één borstelige wenkbrauw op in een uitnodiging om door te gaan.


Het was al laat op de avond en Thorin luisterde naar Gloins verhaal over een van hun voorouders, het verhaal van Durin de vierde en zijn veldslagen tegen Goblins uit de Grijze Bergen, toen hij afgeleid werd door een zacht gegrinnik rechts van hem. Juffrouw Darrow vertelde hun gastheer zachtjes een eigen verhaal dat hij erg leuk leek te vinden, aangezien hij om de paar minuten in de lach schoot. Thorin luisterde mee en ving op dat het een verhaal was over een jonge prinses die haar moeder per ongeluk in een beer had veranderd.

Binnen een paar minuten waren alle gesprekken aan de tafel gestopt en luisterde iedereen nieuwsgierig naar haar verhaal. Ze merkte haar nieuwe publiek al vlug op en aarzelde even, waarbij er een charmante blos op haar wangen verscheen, maar ze herstelde zich en ging verder, nu iets luider zodat iedereen het kon horen.

Ze was erg levendig als ze zo sprak: ze gaf elk personage een eigen unieke stem en gebaarde veel met haar armen op zo'n manier dat ze allemaal in beslag genomen werden. Het was een verhaal dat ze nog nooit eerder gehoord hadden, aangezien juffrouw Darrow nog nooit verhalen uit haar wereld met hen gedeeld had. Ori krabbelde verwoed in zijn dagboek in een poging om al haar woorden op te schrijven.

Ze sloot haar verhaal af en Beorn klapte in zijn handen zodra ze klaar was. 'Bravo, jongedame,' zei hij met de eerste echte glimlach die Thorin bij de enorme man gezien had, waardoor zij naar hem teruggrijnsde. 'Een prachtig verhaal, al zeg ik het zelf.'

Toen wierp hun gastheer een blik op de tafel, kijkend naar de lege borden en volle kroezen in de handen van de Dwergen die er zaten, en naar Bilbo die met zijn hoofd op de tafel diep lag te slapen. 'Als jullie me nu zouden willen excuseren, beste gasten, ik heb zaken die ik moet afhandelen,' zei hij en Thorin vroeg zich af wat hem zo laat in vredesnaam nog van huis zou kunnen roepen. Beorn stond op en gebaarde naar een kleine verhoging aan de zijkant van de hal. 'Jullie zullen zien dat de honden bedden voor jullie hebben uitgespreid. Geniet alsjeblieft nog van jullie maal en ga naar bed zodra jullie klaar zijn.' Zijn stem werd ernstig. 'Ik moet jullie echter waarschuwen, ga niet naar buiten voordat de zon op is, voor jullie eigen veiligheid,' voegde hij eraan toe, en toen beende hij door de hal heen de deur uit, zonder verder nog iets te zeggen.

Er viel een korte stilte na zijn vertrek, waarin het gezelschap toekeek hoe Beorns honden nog wat houtblokken op het grote vuur gooiden en de pony's de toortsen aan de muren doofden, zodat het licht in de kamer gedimd werd tot een helder, flakkerend geel licht dat aan de muren likte. Er werden zacht mompelend nieuwe gesprekken gevoerd en binnen een paar minuten stonden verscheidene leden van het gezelschap op van tafel om met hun kroezen bij het vuur te gaan zitten.

Uiteindelijk zat Thorin in zijn eentje nog aan tafel, luisterend naar de langzame, zware liederen die het gezelschap achter hem was begonnen te zingen, af en toe onderbroken door gelach. Hij reikte naar zijn tas, die hij met zijn voet onder de tafel had geduwd, en rommelde erin rond totdat hij twee stukken perkament gevonden had. Eén was de kaart van Erebor en de ander een kaart van het Wilderland en met name Mirkwood. Hij trok een van de flakkerende bijenwaskaarsjes dichter naar zich toe, boog zich over de tafel heen om allebei de kaarten te bestuderen en liet zijn ogen over het perkament schieten.

Beorn had het Elvenpad aangeraden en hij vond het al snel, waarbij hij merkte dat het hen bijna rechtstreeks naar de berg leidde, handig was en hen een lange mars naar het noorden zou besparen. Thorin vroeg zich af of dit het pad was dat het verhaal van juffrouw Darrow zei dat ze zouden nemen, of het besluit over hun route al voor hem gemaakt was in het boek waar ze het steeds over had.

Hij keek op en zag al vlug dat ze in de kleermakerszit met Ori bij het vuur zat, een kroes losjes in haar hand. Het leek erop dat ze hem meer verhalen uit haar wereld aan het vertellen was, te oordelen naar de manier waarop hij nog steeds gretig aantekeningen aan het maken was in zijn dagboek.

Haar eerdere woorden over het terugkeren naar haar eigen wereld hadden hem overrompeld. Hoewel ze geen hechte band hadden, was hij na die lange tijd van samen reizen gewend geraakt aan haar aanwezigheid. Hij vroeg zich af waarom ze eigenlijk had besloten om mee te gaan op deze zoektocht, als ze er niets voor terug leek te krijgen: ze leek nauwelijks interesse te hebben in de materiële beloning en was niet bezig met een poging om een thuis te heroveren. De enige reden die hij voor haar komst kon bedenken was haar wens om de uitkomst van de tocht te veranderen, maar als dat het geval was, dan liep ze hierbij zelf een groot risico en het was ook niet bepaald comfortabel: ze stortte zich doelbewust middenin het gevaar - ze wist immers welke problemen ze tegen zouden komen.

Hij wist niet of dit haar nu dapper maakte of ongelooflijk dom.

Thorin rukte zijn gedachten los van hun adviseur en verzonk in een nieuwe stroom van gedachten. Hij staarde naar de map terwijl hij nadacht over de gevolgen en mogelijkheden van de twee wegen die voor hen lagen. Ze waren allebei op hun eigen manier gevaarlijk, maar het Oude Bospad was een weg die hij al verscheidene keren had afgelegd, terwijl hij nog nooit over het Elvenpad had gereisd. Hij wist niet zeker of de schaal van zijn Wilderlandkaart klopte, maar het Elvenpad zag er een stuk smaller uit dan het Oude Bospad. Aangezien de Men-i-Naugrim slechts breed genoeg was voor twee pony's of vier Dwergen naast elkaar, zouden ze op het Elvenpad misschien met moeite op één rij achter elkaar kunnen lopen.

Aan de andere kant zou het Oude Bospad de logische keus zijn als ze uit de Hoge Pas kwamen en het zou de eerste plaats zijn waar Azog hen zou gaan zoeken. Als ze op het pad gevonden werden, hadden ze geen ontsnappingsroute en zouden ze moeten vechten; de Bleke Ork had meer volgers en hij had wargs, dus zo'n aanvaring zou buitengewoon onaangenaam zijn. Als ze daarentegen naar het noorden trokken, zou het met een beetje geluk dagen of zelfs weken kunnen duren voordat de Bleke Ork hun spoor weer terug vond.

Hij moest daarnaast ook rekening houden met de spinnen. De laatste keer dat hij over het Oude Bospad gereisd had, had hij tekenen van spinnenwebben gezien in het kreupelhout, maar als zijn kaart de locatie van de spinnennesten juist weergaf, dan liepen ze op het Elvenpad veel meer risico op een aanvaring. Hoewel op het zuidelijke pad het risico op Goblins groter was, kenden ze die vijand en konden ze daar waarschijnlijk gemakkelijker tegen vechten dan tegen reusachtige spinnen.

Lange uren gingen voorbij terwijl hij voorovergebogen over de kaart zat en het was nu diep in de nacht. Achter hem zat het gezelschap nog steeds te zingen bij het vuur dat langzaam doofde, zich niet bewust van zijn innerlijke tweestrijd. Thorin meende dat hij naast het lage, galmende geluid van hun bekende liederen buiten het gekras van uilen in de duisternis kon horen en een zachte fluistering tussen de balken boven hem, zoals de wind ook tussen de takken doorwaaide. Hij keek nog eens om zich heen en zag dat juffrouw Darrow het vuur verlaten had en nu op haar knieën in de hoek zat, in een vergeefse poging om een paar jonge katjes met een schaaltje room uit hun mandje te lokken.

Blijkbaar voelde ze zijn blik, want ze tilde haar hoofd op en keek hem recht in zijn ogen. Ze pakte haar kroes, die ook op de vloer stond, krabbelde overeind en trippelde naar hem toe. Hij merkte dat ze ergens op de avond haar schoenen uit had getrokken zodat haar voeten nu weer bloot waren en geen geluid maakten op de stenen vloer. 'Wat doe jij nog helemaal hier?' vroeg ze zachtjes, om de rest van de groep niet te storen.

'Ik denk na,' antwoordde hij bewust vaag, terwijl hij zijn hand op de kaart van het Wilderland legde.

Ze liet zich met een kleine, scheve glimlach op de stoel naast hem zakken. 'En waar dacht je over na?'

Thorin bestudeerde haar nauwgezet; de rode gloed van de vlammen werd weerkaatst door haar loshangende, goudbruine haar terwijl ze hem op haar beurt ook bestudeerde, haar hoofd scheef. Hij moest onwillekeurig denken aan hoe ze had verteld dat Beorn hen zou wantrouwen en zelfs wat voor eten ze hier zouden krijgen. De nauwkeurigheid van haar kennis verontrustte hem af en toe.

'Je wist wat voor eten we zouden krijgen,' zei hij, zijn gedachten verwoordend als antwoord op haar vraag. 'Brood, room en honing, zei je.'

'Dus?' vroeg ze, lichtjes haar schouders ophalend.

Hij boog zich over de tafel naar haar toe en keek haar strak aan. 'Vertel me alles, alles wat je weet over onze tocht,' beval hij zacht.

Ze gaf niet meteen antwoord, maar keek hem aan met haar grote, asgrijze ogen, en in de stilte die op zijn vraag volgde hoorde hij het gezelschap een bekend lied zingen met diepe, lage stemmen.

'De wind woei dorre heiden plat,

maar in het bos bewoog geen blad;

daar heerste schaduw, dag en nacht,

daar lag van duistere dingen 't pad.'

'Ik… dat kan ik niet,' antwoordde ze uiteindelijk. Ze trok een moeilijk gezicht, net als toen in Rivendell, toen hij haar vreemde voorkennis voor het eerst ontdekt had. 'Je weet dat dat niet kan. Het zou gevaarlijk zijn als je dingen wist.'

Hij had dit antwoord half verwacht, maar wist ook dat ze misschien meer zou onthullen als hij verder aandrong. 'Beorn raadde het Elvenpad aan,' zei hij. Hij haalde zijn hand van de kaart en schoof hem iets haar kant op, hun hoofden dicht naar elkaar toe gebogen om het licht van het enige kaarsje te delen. Het vuur was uitgedoofd tot flakkerende houtrestjes en de rest van het gezelschap werd scherp afgetekend tegen de kring van licht bij de haard, terwijl zij met zijn tweeën zachtjes praatten in de duisternis. 'Nemen we die weg?'

Ze knikte langzaam en voorzichtig en liet haar ogen over de kaart glijden.

Thorin wreef met een hand over zijn baard en keek nogmaals naar de kaart. 'Mirkwood is gevaarlijk, al helemaal als de Men-i-Naugrim onbegaanbaar is geworden en geteisterd wordt door Goblins. En ik heb nog niet eerder over het Elvenpad gereisd,' peinsde hij hardop, met zijn vingers op het perkament tikkend.

'Sst,' zei ze plotseling en ze hield een hand omhoog om te voorkomen dat hij nog iets zou zeggen, haar blik gericht op iets op de vloer. Hij keek naar beneden om haar blik te volgen en zag dat een van de kittens die ze had geprobeerd te lokken haar naar de tafel was gevolgd en nu nieuwsgierig haar voeten aan het verkennen was en met zijn pootje tegen de rafelige zoom van haar broek tikte. Het was een klein katje, met een zwart lichaampje, grote blauwe ogen en witte voetjes. Thorin werd genegeerd terwijl Lizzy langzaam haar hand liet zakken om het katje aan haar vingers te laten snuffelen en het diertje te laten weten dat het haar kon vertrouwen. Toen het katje met zijn kopje langs haar hand wreef in een verzoek om geaaid te worden, tilde ze hem op en wreef zijn zachte vacht langs haar wang terwijl de kitten tevreden spon in haar handen.

Het was vreemd om haar zo ontspannen te zien, besefte Thorin, die haar bestudeerde terwijl ze liefhebbende gezichten trok naar het katje. Zelfs in Rivendell was ze gespannen geweest, maar hier, weg van de zorgen van het reizen, speelde er een warme glimlach om haar lippen en danste het overgebleven licht van het vuur in haar haar, en ze leek veel vrediger.

Hij keek weer terug naar de kaart.

'Welke gevaren kunnen we verwachten op het Elvenpad, juffrouw Darrow?' vroeg hij vastberaden, terwijl hij een vinger over de route liet glijden en op de Lonely Mountain tikte.

'Lizzy,' herinnerde ze hem. De kat kromde zijn rug in haar hand en ze aaide eroverheen. Ze keek weg van de kitten en staarde hem bedachtzaam aan, haar hoofd wederom scheef, waarschijnlijk innerlijk afwegend hoeveel van haar kennis ze moest onthullen. 'Heb je ooit gehoord van de wet van Murphy?'

Hij voelde zijn wenkbrauwen samentrekken van verwarring bij haar woorden.

'Het is een uitdrukking uit mijn wereld,' legde ze uit, toen ze zag dat hij het niet begreep. 'Het betekent eigenlijk gewoon: als er iets mis kan gaan, dan gaat het ook mis.'

Hij stopte, denkend aan haar woorden en aan alle gevaren die in Mirkwood verscholen lagen. 'Spinnen?' gokte hij, aangezien hij al gezien had hoe dicht de getekende webben bij het Elvenpad lagen.

Ze maakte een nietszeggend geluidje en wreef opnieuw met haar wang langs het katje.

'Elven?' gokte hij verder, wetend dat het pad hen regelrecht langs de hallen van de Elvenkoning in de bosgrotten zou voeren.

Het enige antwoord dat hij kreeg was een glimlach die zijn hard deed zinken.

'Thranduil is niet op mij gesteld,' zei hij met een diepe zucht. 'Als we daadwerkelijk Elven tegenkomen, dan zullen ze ons proberen te hinderen.' Maar als ze Goblins tegen zouden komen op de Men-i-Naugrim, dan zouden die hen proberen te vermoorden.

'Met de nadruk op proberen,' reageerde ze luchtig.

Thorin versmalde zijn ogen. 'Dus we komen ze echt tegen,' concludeerde hij. Er verscheen een blik van pure onschuld op haar gezicht; ze was vastbesloten niet alles te onthullen wat ze wist, maar hem alleen wat frustrerende hints en glimpen te geven. Hij schudde zijn hoofd. 'Je gezicht is een open boek, hoe lang worden we vastgehouden?' vroeg hij met een zucht.

Ze leek ietwat geïrriteerd – waarschijnlijk omdat hij goed gegokt had, dacht hij. 'Waarom denk je dat we vast worden gehouden?'

Hij trok lichtjes één wenkbrauw op. 'Ik ken Thranduil al een lange tijd, hij zou onze zoektocht niet goedkeuren en zou alles doen wat hij kon om ons te stoppen,' zei hij met een gespannen stem. Hij balde zijn hand tot een vuist, terugdenkend aan de laatste keer dat hij de Elvenkoning gezien had, meer dan een eeuw geleden, toen hij vanaf een veilige, hoge richel neerkeek op Erebor, dat onder hem afbrandde.

'Het zal niet zo moeilijk zijn om te ontsnappen, Elven zijn niet de meest oplettende wezens, ondanks al hun wijsheid en gratie,' zei ze, nog steeds met een ontevreden ondertoon in haar stem om het feit dat hij zoveel uit haar had weten te trekken. 'Ik heb je al verteld dat we de berg gewoon zullen bereiken en dat is op dit moment alles wat je moet weten.'

'Ik ben niet zo'n voorstander van het idee om recht in de handen te lopen van Elven en spinnen,' zei hij eerlijk. Dat was eigenlijk nogal een understatement, aangezien hij deze route die ze blijkbaar moesten nemen minder en minder aangenaam begon te vinden.

'Nu heb je tenminste een idee van wat je kunt verwachten,' wierp ze logisch tegen en ze schonk hem een flauwe glimlach. 'Ik weet bijvoorbeeld dat we gevaarlijk dicht in de buurt komen van een voedsel- en watertekort, dus nu weten we dat we ons proviand goed moeten rantsoeneren.' Het katje begon onrustig te worden in haar handen en ze zette het weer op de grond, waar het terugrende naar de rest van zijn familie. 'Je zou het blindelings moeten doen als ik er niet was,' besloot ze terwijl ze rechtop ging zitten.

Thorin verstijfde. Als zij er niet was… peinsde hij langzaam. Maar ze was er wel, met het doel de zaken te veranderen. Tijdens hun gesprek op de Carrock had hij beseft dat ze slechts van plan was om bepaalde dingen te veranderen, dingen die blijkbaar aan het einde van hun tocht gebeurden, en ze had gezegd dat het veranderen van andere dingen een kettingreactie zou veroorzaken. Hij had echter ook gemerkt dat ze niet zeker was van haar vermogen om zijn neven te kunnen redden – de enige zaak die ze kennelijk absoluut wilde voorkomen – en dat baarde hem zorgen. Hij voelde zich niet prettig bij het idee dat alles uitgestippeld was in een route die naar dit onbevredigende einde leidde, een einde waarvan ze niet zeker wist dat ze het kon veranderen.

Misschien was een kettingreactie precies wat ze nodig hadden.

'Ga naar bed,' beval hij plotseling, diep in gedachten terwijl hij wederom staarde naar de kaart die de twee routes door Mirkwood afbeeldde. Als ze een andere route zouden nemen dan het Elvenpad zou het risico aanzienlijk zijn; niet alleen voor de reis, maar voor de hele uitkomst van de zoektocht – ze zouden het blindelings moeten doen, zoals ze had gezegd.

Hij wist dat hij Koning zou worden als hij haar verhaal en advies volgde en dat betekende dat er inderdaad een manier was waarop Smaug gedood zou kunnen worden en ze Erebor weer in konden nemen, ook al had ze hem daar nog niets over verteld. Maar zelfs als ze wel alles veranderden wat zij wist, moest ze nog steeds de kennis hebben over hoe ze de draak versloegen en misschien kon dat deel van haar verhaal nog steeds nagespeeld worden.

Hij trommelde met zijn vingers op de tafel. Hij was altijd zeker geweest van zijn weg in het leven, maar nu was het pad troebel.

Als hij zijn poging de berg te heroveren doorzette, waarmee zou hij zijn neven dan eerder kunnen redden: door alles te veranderen of door te proberen één ding te veranderen?'

Juffrouw Darrow had haar wenkbrauwen opgetrokken bij zijn nogal abrupte woorden en kwam veelbetekenend overeind. 'Ja, jij ook welterusten,' zei ze nadrukkelijk, een ondertoon van sarcasme in haar stem om duidelijk te maken dat ze het niet helemaal eens was met zijn botte gedrag.

Thorin negeerde haar terwijl ze terugschreed naar het gezelschap, dat nog steeds bij het dovende vuur zat, en naast Fili en Kili en de grond ging zitten. Zijn neven glimlachten naar haar en binnen een paar minuten leunde ze gemakkelijk tegen Fili aan met haar blote voeten in Kili's schoot, en luisterde ze met een glimlach naar hun gezang.

Twee wegen, twee mogelijke routes die voor hen lagen. Eén met bekende gevaren die ze zeker tegen zouden komen, maar waar ze het levend vanaf zouden brengen, en één die mogelijk minder gevaarlijk was, maar geen garantie had van slagen. Eén die het verhaal van juffrouw Darrow tot aan het onbevredigende einde zou volgen, en één die alles zou veranderen. Het pad dat Beorn, Gandalf en zijn adviseur wilden dat hij nam, dat tegenstrijdig was met zijn originele plan. Het bekende, of het risico op groot gevaar.

De woorden van het lied van het gezelschap zweefden in het duister naar hem toe.

'De wind woei neer uit bergen koud,

en brullend kwam hij aangerold;

onder gesteun en houtgekreun,

en bladeren vielen in het woud.'

En toen, starend naar de kaart van het Wilderland, kwam er een nieuw idee bij hem op.


Kindle-the-Stars:
Bonuspunten voor degene die Thorins idee kan raden. Reacties zijn altijd welkom, en wat de vraag van deze week betreft… is er een ship die je echt niet kun verdragen?

Jullie kunnen alle updates en sneak peeks volgen en vragen over het verhaal of de personages stellen op mijn tumblr ~kindle-the-stars.

Knuffel voor jullie allemaal!


xxMarith:
Hi there, sorry sorry voor de week van uitstel, maar goed, de examens zijn nu voorbij (thank goodness) en hier is dan toch hoofdstuk 21 (:

Voor de oplettenden onder ons, de titel van dit hoofdstuk, "Ritselende bladeren", was natuurlijk oorspronkelijk "Stirring the leaves", wat ook de titel is van de hele fanfic en wat dit naar mijn idee dus een best belangrijk hoofdstuk maakt.

Reacties en opbouwende kritiek zijn altijd welkom! En ik moet zeggen, ik zou het bijzonder knap vinden als iemand Thorins idee daadwerkelijk kan raden (iemand die het Engelse verhaal niet heeft gelezen dan, anders is het valsspelen natuurlijk!).