xxMarith:
DISCLAIMER: Op de vertaling na is niets uit dit verhaal van mij, noch Middle-Earth, noch haar inwoners – als dit wel het geval was zou ik een heel ander leven leiden!


"That the last two letters in her name were the first two in his, a silly thing he never mentioned to her but caused him to believe that they were bound together."

Unaccustomed Earth, Jhumpa Lahiri


Lizzy werd de volgende ochtend wakker, deed haar ogen open en zag dat er helder zonlicht door de hoge ramen naar binnen viel en op de vloer straalde. Het was de eerste keer in weken dat ze had uitgeslapen en niet bij zonsopgang op hoefde te staan om het kamp af te breken, en het gevoel van de cocon van warme dekens was één en al luxe. Ze knipperde met haar ogen om helemaal wakker te worden, ging overeind zitten en rekte zich uit met haar handen boven haar hoofd. Ze kromde haar rug (de sneeën tussen haar schouderbladen protesteerden lichtjes, maar niet zo erg als gisteren) en voelde zich meer uitgerust dan ze in weken gedaan had.

Ze bevrijdde zich uit haar slaapzak, krabbelde overeind en keek om zich heen. Alle Dwergen sliepen nog en ze besefte dat het eerder moest zijn dan ze had gedacht. Ze wierp een blik op de tafel, half verwachtend om Thorin daar nog te zien zitten, ineengedoken piekerend boven de kaart. De tafel was leeg – er stond slechts één afgebrand kaarsenstompje dat aangaf waar ze de vorige avond gepraat hadden.

Ze keek weer terug naar de slapende Dwergen, telde vlug de bulten en besefte dat Thorin er niet bij lag en dat er ook geen teken was van Gandalf; de grote dubbele deuren stonden open en ze waren nergens te zien.

Een van de grijze honden van gisteravond trippelde met kwispelende staart naar haar toe toen ze van de lage verhoging afstapte waar ze hadden geslapen.

'Hé, jochie,' zei ze, terwijl ze op haar hurken ging zitten om ter begroeting om zijn oren en over zijn rug te wrijven. 'Is er nog ergens eten?'

Ze had niet echt een antwoord verwacht op haar retorische vraag, maar de hond sprong opgewonden door de hal en stopte toen om zich om te draaien en te kijken of zij hem wel volgde. Verbijsterd liep Lizzy hem achterna en ze kwamen door een deuropening in een gigantische voorraadkast en keuken terecht, met een groot aanrecht in het midden. Helemaal aan de andere kant stond een kleioven en een tweede open haard, groot genoeg om tegelijkertijd een ketel en een grote pan te verwarmen. Er hingen talloze houten planken aan de muur, die allemaal vollagen met fruit en groentes, potjes van aardewerk met honing en jam, versgebakken brood, kaas en room. Onder de planken stond een aantal tonnen. Toen ze die onderzocht ontdekte ze dat de grootste drie vol zaten met meel, haver en suiker, terwijl een veel kleinere ton vol bleek te zitten met de grootste schat die ze maar had kunnen vinden: ze opende de deksel en haar zintuigen werden onmiddellijk overweldigd door de hemelse geur van koffiebonen.

Ze grijnsde van opwinding, dacht even na en haastte zich toen de ruimte uit, terug naar het slaapplateau, met de hond op haar hielen. Het duurde niet lang voordat ze de grootste stapel dekens wist te vinden en ze knielde ernaast neer. 'Bombur, Bombur, word wakker,' fluisterde ze.

Bombur kreunde en draaide zich naar haar om, knipperend met zijn ogen terwijl hij wakker werd. 'Goeiemorge, meid,' gaapte hij.

'Kom mee, ik heb een verrassing voor je,' zei ze, nog steeds glimlachend. Ze had geaarzeld of ze hem wel wakker moest maken, maar wist hoeveel waarde hij hechtte aan zijn rol als de kok van het gezelschap. Elke keer dat ze hun proviand hadden aangevuld was hij gretig geweest om de beste maaltijden te maken die hij maar kon met hun beperkte voedselvoorraad.

De grote Dwerg bromde en mopperde over het feit dat hij wakker was gemaakt terwijl hij zijn dekens van zich af schudde en achter haar aan de hal uitliep. Zodra hij de voorraadruimte in de gaten kreeg klaarde zijn gezicht op alsof ze hem de zon zelf had laten zien en elk spoor van slaperigheid verdween als sneeuw voor de zon. Lizzy's glimlach werd breder en ze wist dat ze de juiste beslissing had genomen door hem wakker te maken.

Hij begon de planken te inspecteren en haalde er verscheidene dingen af om ze op het aanrecht te zetten. 'Jammer dat er geen worstjes of spek zijn,' mijmerde hij terwijl hij rond bleef kijken.

De hond, die hen weer terug gevolgd was naar de voorraadkast, begon meteen luid te grommen. 'Ik denk dat we ook wel zonder kunnen,' zei Lizzy sussend. Ze legde een kalmerende hand op de rechtopstaande nekharen van de hond.

Bombur leek niet gemerkt te hebben dat de hond gromde en was nog steeds bezig met het onderzoeken van het beschikbare voedsel. 'Meel, brood, jam… zijn er ook eieren?' vroeg hij om zich heen kijkend.

De hond blafte en Lizzy keek naar beneden. 'Weet jij waar de eieren zijn?' vroeg ze, aangezien ze al beseft had hoe intelligent Beorns dieren eigenlijk waren. De hond blafte nogmaals en gaf haar een zetje in de richting van de deur. 'Ik ben zo terug,' lachte Lizzy tegen Bombur terwijl ze weggeleid werd.

De hond trippelde voor haar uit en liep door de openstaande deuren de zonnige binnenplaats op. Ze liepen om de vleugel van het huis heen totdat ze bij een verzameling lage, houten stallen en schuurtjes kwamen. Ze hoorde getok en besefte dat ze naar een kippenhok geleid werd dat grensde aan een kleine, stoffige tuin waar hennen naar graantjes pikten die voor ze uit waren gestrooid. Haar nieuwe hondenvriend ging op zijn achterpoten staan en legde zijn beide poten op een grendel aan het kippenhok, die hij met zijn neus bestudeerde.

Lizzy opende de grendel en zag tientallen eieren in kleine nestjes liggen, duidelijk pas gelegd aangezien een aantal nog warm waren. Ze grijnsde bij de aanblik, aangezien ze alleen maar eieren in de supermarkt had gekocht en ze nog nooit zelf had geraapt. Ze gebruikte de zoom van haar shirt als geïmproviseerde mand en raapte zoveel mogelijk eieren als ze kon dragen. Daarna liep ze langzaam terug naar het huis, zachtjes "Boer wat zeg je van mijn kippen" neuriënd tijdens het lopen, met de hond nog steeds achter haar aan.

Toen ze om de vleugel heen liep om weer naar het grote huis te gaan kwam ze Thorin tegen, die ook de binnenplaats op kwam lopen. 'Oh, goedemorgen,' zei ze opgewekt. 'Bombur en ik maken ontbijt.'

'Dat zie ik,' antwoordde hij, zijn ogen gericht op de smalle strook van haar huid die onthuld werd door de berg eieren die ze in haar shirt droeg.

Ze keek hem aan en zag de diepe rimpels in zijn voorhoofd. Afgelopen nacht, toen ze aan tafel gezeten hadden en gepraat hadden bij het flakkerende kaarslicht, had ze zich voor het eerst gerealiseerd hoe oud hij er eigenlijk uitzag. Hoewel hij nog steeds knap was, werd zijn gezicht getekend door strenge lijnen om zijn ogen en mond en er waren een paar grijze strepen aanwezig in zijn donkere haar.

'Waar was je?' vroeg ze nieuwsgierig, aangezien hij net vanuit de velden op de terugweg was naar het huis.

'Onze gastheer is nog niet terug, dus ik heb de grens gecontroleerd zodra de zon opkwam,' antwoordde hij kortaf, zijn blik nu gericht op haar gezicht.

'Ik heb je al gezegd dat we hier veilig zijn,' zei ze, hem licht afkeurend aankijkend.

Zijn mond verstrakte als reactie. Ze zag de schaduwen onder zijn ogen en de manier waarop hij zo ongeveer stond te zoemen van de spanning. 'Heb je wel geslapen?' vroeg ze verder, nu met een ondertoon van bezorgdheid in haar stem.

Thorins stilzwijgen was antwoord genoeg – hij had ongetwijfeld de hele nacht over zijn kaart zitten piekeren, ondanks haar geruststellingen dat ze het Elvenpad zonder problemen (grotendeels dan) af zouden leggen. Ze zuchtte toen duidelijk werd dat hij geen antwoord zou geven. 'Kom mee en eet wat, hoe wil je je eieren?' vroeg ze, terwijl ze weer naar het huis begon te lopen.

Hij kwam naast haar lopen terwijl ze naar binnen stapten. 'Gebakken, niet gepocheerd – en let erop dat je de dooiers niet breekt,' beval hij met alle hooghartigheid van de Koning die hij was.

Lizzy trok haar wenkbrauwen op. 'En door die arrogante opmerking mag je ze helemaal zelf maken, uwe majesteit.'

Thorin zond haar een scherpe blik toe, maar gaf verder geen antwoord.

Verscheidene andere Dwergen begonnen tekenen van leven te vertonen op hun slaapmatjes en werden al vlug ingeschakeld bij de voorbereidingen van het ontbijt. Ori, Fili en Kili dekten in enkele minuten de tafel met de grote broodmanden, potten met hete pap en bakjes honing en jam die Bombur had klaargemaakt.

Het eerste wat Lizzy deed was zich bezighouden met de koffie die ze in de voorraadkast had gevonden. Hoewel ze zichzelf niet beschouwde als een cafeïneverslaafde, had ze geen koffie meer gehad sinds ze een paar maanden geleden uit Bilbo's huis waren vertrokken. Ze gebruikte een vijzel en stamper en viel de bonen aan met een gretige razernij, totdat ze goed gemalen waren. Vervolgens roerde ze het poeder door water dat net boven het vuur was gekookt en zeefde het om de restjes poeder eruit te halen, om uiteindelijk trots tevoorschijn te komen met een verse kan koffie, tot groot genoegen van het gezelschap.

De avond ervoor was het goed duidelijk geworden hoe verdeeld het gezelschap eigenlijk was over haar en haar adoptie in de Vuurbaardstam. De jongere Dwergen (Fili, Kili en Ori) maakte het niets uit, terwijl haar felste tegenstanders Balin, Dwalin en Dori waren. En wat de rest van het gezelschap betrof, Oin had geen mening laten blijken na zijn eerste verbazing en onbehaaglijkheid toen Bifur haar het aanbod gedaan had, waarschijnlijk uit medelijden met haar verwondingen; ze had Gloin naar haar kant weten te lokken door voorzichtig te onthullen dat zijn zoontje Gimli een van de meest bekende en gerespecteerde Dwergen in Middle Earth zou worden, zelfs zo groot dat zelfs de meeste mensen uit haar wereld zijn naam kenden; en Nori moest zijn mening nog bekend maken, aangezien hij de meningen van de rest nog uit de spreekwoordelijke boom aan het kijken was.

Het kwam dan ook niet als verrassing toen ze Dwalin vrolijk een kopje koffie aanbood en als reactie een boze blik kreeg voordat hij de hal uit beende.

Gelukkig had alleen Bofur deze uitwisseling gezien. 'Hij draait wel bij,' zei hij zachtjes en geruststellend met een flauwe glimlach.

'Het is Dwalin, die kerel is een klerenkast,' zei Lizzy, die hem door de deuropening nog steeds nastaarde. 'Ik denk niet dat er iets is dat hem van zijn pad kan brengen zodra hij iets in zijn hoofd heeft.'

Bofur keek haar hoogst verbijsterd aan. 'Jij hebt soms toch zo'n vreemde manier van praten.'

Lizzy rimpelde haar neus, wetend dat dit waar was in vergelijking met de Dwergen uit Middle Earth: vooral Fili en Kili hadden de afgelopen maanden een paar uitdrukkingen van haar overgenomen en het was simpelweg hilarisch om te horen hoe ze af en toe woorden als 'dude' en 'cool' gebruikten in hun relatief formele manier van praten. 'Dat besef je nu pas?'

'Nee, maar ik dacht dat ik het nog maar eens zou zeggen,' zei hij met een grijns. Toen merkte hij dat haar ogen weer naar de deur gleden en hij legde zijn hand troostend op haar schouder. 'De beste manier om Dwalin te benaderen is direct, om hem te laten zien dat je je niet laat kennen.'

'Gemakkelijker gezegd dan gedaan,' reageerde ze met een grimas.

'Bovendien heb je Thorin aan jouw kant, dat scheelt,' voegde Bofur eraan toe.

Lizzy keek hem verrast aan. Stond Thorin aan haar kant? Hij had zich niet echt tegen haar uitgesproken, maar hij had ook niet vreselijk enthousiast geleken over het idee. Ze wierp een blik op de Dwergenkoning die aan tafel zat, op een afstandje van de anderen, en met zijn vork in een bord met minstens zes eieren zat te prikken zonder echt iets te eten.

Ze beet even op de binnenkant van haar wang en zette haar volle kop koffie toen neer. 'Ik ben zo terug,' zei ze tegen Bofur voordat ze door de kamer racete om haar tas en zwaard te halen en achter Dwalin de deur uit te lopen.

Ze vond hem op de veranda, waar hij een van zijn vele wapens aan het slijpen was. Ze haalde diep adem, liep recht naar hem toe en wachtte toen totdat hij zou besluiten om op te kijken en haar aanwezigheid te erkennen. Na een lang moment deed hij dat en zijn blik schoot omhoog om haar een blik toe te werpen die overduidelijk zei: ga weg.

'Wil je me helpen met een aantal steekbewegingen?' vroeg ze, als aanleiding tot een echt gesprek.

Het enige antwoord dat ze kreeg was een blik van minachting.

'Alsjeblieft?' voegde ze eraan toe.

Hij kwam met stille tegenzin overeind en liep voor haar uit naar het gras, op een afstandje van het huis. Ze begonnen met het herhalen van alle drilbeweging die hij haar de afgelopen weken had geleerd, en toen voegde hij ze samen tot lange volgordes, veel langer dan ze gewend was. Hij ratelde de nummers één keer op en weigerde daarna ze te herhalen met de mededeling dat deze bewegingen instinctief moesten worden en dat ze niet kon gaan vertrouwen op iemand die de nummers naar haar toe zou schreeuwen. Ze volgde zijn bevelend woordeloos zo goed als ze kon op, zonder toe te geven aan de neiging om tegen hem in te gaan.

Ze oefenden ingespannen, minstens een half uur lang, en ze had nauwelijks iets gezegd nadat ze hem verzocht had om haar te helpen, niet zeker hoe ze erover moest beginnen. De zon was heet geworden en er lag een laagje zweet over haar hele lichaam. Dit voelde niet als oefenen, dit voelde als straf.

Ze knapte bijna toen hij haar voor de veertiende keer beval om sneller te gaan. 'Ik probeer te voorkomen dat ik mijn rug nog verder bezeer,' zei ze met geforceerde kalmte. Hun sessie had gezorgd voor een brandende pijn tussen haar schouderbladen en ze vermoedde dat één of twee van de sneeën misschien weer open waren gegaan.

'Denk je dat Orks en Goblins ook maar een klein beetje rekening houden met jouw rug?' gromde hij als antwoord, totaal niet onder de indruk. 'Ze zouden alle zwaktes gebruiken die ze kunnen vinden.'

'Dat weet ik,' zei Lizzy met opeengeklemde taken, terwijl ze haar zwaard bewust langzaam over liet vloeien in een andere drilbeweging. 'Maar denk je niet dat het langer duurt voordat ze genezen als ik ze nu overbelast?'

'Misschien had je daaraan moeten denken voordat je ons Goblinstad inleidde,' kaatste Dwalin bitter terug.

'Ik wist dat het goed zou komen,' antwoordde ze, met het gevoel dat de discussie die sinds gisteren al broeide nu begonnen was.

'Je hebt ons allemaal in gevaar gebracht!'

'Ik wist dat het goed zou komen!' snauwde ze – ze was niet langer bezig met oefeningen en stond nu recht tegenover hem. Ondanks het feit dat Dwalin haar enorm overtrof als het ging om bouw en spieren, was ze tevreden dat ze hem door hun gelijke lengtes op zijn minst recht aan kon kijken.

'Goed? Heb je Thorins gevecht met Azog niet gezien?'

'Natuurlijk wel, maar – '

'Heb je geen mededogen, vrouw?' gromde hij en hij verhief zijn stem tot een brul. 'Het heeft hem bijna zijn leven gekost!'

'Ik probeer zijn leven hier juist te redden!' schreeuwde ze terug zonder na te denken.

Er viel een stilte.

Lizzy's mond hing open bij de woorden die ze niet had willen zeggen. Dwalin staarde haar verrast aan en hun discussie was momenteel gestaakt. 'Dat had ik niet moeten zeggen,' fluisterde ze tegen zichzelf.

'Thorin gaat dood?' herhaalde Dwalin ernstig, zijn stem nu zacht van afgrijzen.

'Shit, dat had ik niet moeten zeggen,' zei ze. Ze liet haar zwaard op de grond vallen en verborg haar gezicht in haar handen.

'En jij probeert hem te redden… Is dat waarom Gandalf je hierheen heeft gebracht?' hoorde ze hem concluderen, waarschijnlijk nog steeds met een geschokte blik naar haar.

'Ik – soort van,' zei ze, terwijl ze haar handen liet zakken en fel op haar lip beet. Ze had al besloten dat ze Fili en Kili sowieso ging redden, zoals ze Thorin verteld had, maar ze wist echt niet of ze hem ook kon redden. Het was niet alleen de Slag van de Vijf Legers, ze moest ook rekening houden met de goudziekte; de problemen die Thorin aan het einde van het verhaal tegenkwam waren zowel fysiek als geestelijk. Trots, hebzucht, arrogantie… ze leidden allemaal tot zijn ondergang.

Kon ze hem redden?

Ze proefde bloed in haar mond en besefte dat ze door op haar lip te bijten de snee daar weer had geopend. Ze likte met haar tong langs de snee en keek Dwalin weer aan. 'Maar ik kan waarschijnlijk wel wat hulp gebruiken,' besloot ze, half haar schouder ophalend.

De Dwerg voor haar haalde diep adem, duidelijk van slag door wat ze per ongeluk onthuld had. 'Hoe? Hoe gaat hij – hoe gebeurt het?' vroeg hij, en dat was de eerste keer dat ze de stoïcijnse en zwijgzame Dwerg ooit over zijn woorden had zien struikelen.

Ze schudde haar hoofd. 'Ik – ik vertel het je wel als het moment dichterbij is, maar voor nu is hij veilig,' zei ze.

Het leek alsof Dwalin ertegenin wilde gaan, maar op dat moment stormden Fili en Kili de grote zaal uit en de veranda op, lachend om een of andere grap. Hij sloot zijn mond en zond haar een ernstige, doordringende blik. 'We zijn klaar voor vandaag,' gromde hij. Hij bukte zich om haar gevallen zwaard op te rapen en het aan haar terug te geven voordat hij weer naar het huis begon te lopen.

'Niets tegen hem zeggen,' riep ze hem na, Naethring slap in haar hand. Dwalin draaide zich om en keek haar aan. 'Beloof me dat je niets tegen hem zegt.'

Zijn blik was ringschattend. Hij gaf één kort knikje en liet haar toen alleen op het gras achter.

Lizzy slaakte een trillerige zucht, nog steeds met de smaak van bloed in haar mond. Ze stak haar zwaard onhandig terug in zijn schede en greep toen haar rugzak, die ze mee had genomen om haar kleren in de rivier te gaan wassen. De Dwergen die buiten op de veranda zaten negeerden haar toen ze verder afdaalde in een van Beorns weides, waar onderaan een riviertje en een paar bomen stonden.

Het voelde alsof ze op een heel gevaarlijk randje balanceerde. Ze had geen idee hoeveel kennis ze moest onthullen en hoeveel ze verborgen moest houden, wetend dat één misstap van haar kant zou kunnen leiden tot de mislukking van de hele tocht en misschien zelfs tot een verandering in het lot van Middle Earth. En nu Thorin eiste dat ze hem details van de tocht gaf, voelde het alsof de zaken ieder dag gecompliceerder werden.

Ja, een heel gevaarlijk randje.


Thorin besefte dat hij met geen mogelijkheid zou kunnen eten, schoof zijn onaangeraakte bord met koude eieren van zich weg en zuchtte. Het grootste gedeelte van het gezelschap was al opgestaan van tafel en zat nu thee en koffie te drinken op de veranda, maar hij voelde er op het moment niets voor om bij ze te gaan zitten. Hij was afgelopen nacht niet veel later naar bed gegaan dan de rest van het gezelschap, maar had wakker gelegen totdat hij uiteindelijk maar was opgestaan en teruggekeerd naar de tafel om bij het licht van één kaarsje naar de kaarten te staren.

In de donkere uren van de ochtend had hij een vreemd gesnuffel en gekras aan de deur gehoord, gevolgd door een zacht gegrom. Aangezien hij dacht dat het Beorn was in beervorm, had hij met zijn hand op de knop van zijn zwaard klaargestaan, toekijkend en afwachtend, zich afvragend of hij de deur open moest doen en het wezen moest confronteren. Na een poosje verdween het geluid en de rest van de nacht was het stil, op het gesnurk van het gezelschap na.

De reden voor zijn gepeins was een idee dat een paar uur daarvoor bij hem was opgekomen, een idee dat buitengewoon riskant was. In het verre noorden, vlakbij de Grijze Bergen, woonde een kleine Dwergenkolonie, de enige overblijfselen van een van de zeven Dwergkoninkrijken. De Grijze Bergen werden op bepaalde plaatsen bijna overspoeld door Goblins: recente verslagen van de afgezanten die hij een aantal maanden geleden had ontmoet, hadden hem verteld dat de kolonie vaak werd aangevallen en geplunderd door Goblins, zelfs zo vaak dat ze overwogen om de vesting helemaal te verlaten.

Maar het fort van Ered Mithrin was gevestigd in een kleine groep mineraalrijke bergen, op enige afstand en ten zuiden van het hoofdgebergte. Het fort was diep in de berg gebouwd en bijna ondoordringbaar. Er ontsprong een zijrivier van de uiteindelijke Woudrivier van Mirkwood in de berg, en op de hoofdpoorten na was de riviergrot een van de enige toegangen tot de berg, geblokkeerd en bewaakt door een waterpoort.

Als ze naar het noorden zouden gaan, zouden ze boten kunnen krijgen en over de diepe en snel stromende Woudrivier kunnen varen, om zo de spinnen en de betoverde rivier te vermijden.

Het enige nadeel aan dit plan (afgezien van het feit dat ze volledig af zouden wijken van de route die juffrouw Darrow wilde nemen) was dat de rivier hen gevaarlijk dicht bij de hallen van de Elvenkoning zou brengen. Hij had echter ook gemerkt dat de rivier in tweeën splitste voor de bergachtige regio waarin Thranduil zijn koninkrijk had gevestigd: het was mogelijk dat ze ongezien en ongehinderd langs de tweede tak van de rivier zouden kunnen glippen.

Het was zeker een risico, maar het was ongetwijfeld beter dan de van tevoren vaststaande gevangenneming die hen op het Elvenpad te wachten stond.

Tot nog toe was dit de beste optie die hij voor hen zag. Het zou te lang duren om om de zuidkant van het woud heen te reizen, ze zouden de kleine kans missen die Durinsdag hen had gegeven om in de Berg te komen. Op dezelfde manier was het bijzonder gevaarlijk om om de noordkant van het woud te trekken en Erebor vanuit het noorden te benaderen: hoewel ze ver genoeg verwijderd waren van Gundabad om veilig te zijn zolang ze voorzichtig deden, zou die route hen veel te dicht bij de Dorre Heide brengen, en daarmee bij de broedplaats van draken.

Hij wist echter dat Gandalf dit plan waarschijnlijk niet goed zou keuren, maar als Thorin zijn woorden moest geloven zou hij het gezelschap in korte tijd verlaten. Als hij hen bij Beorn achterliet, of vlak voordat ze het woud in gingen, zouden ze naar het noorden kunnen trekken zonder dat de Tovenaar hier iets vanaf wist.

Het zou nu echter niet zo moeilijk zijn om erachter te komen wanneer de Tovenaar hen precies zou verlaten.

Nu hij zijn beslissing gemaakt had, stond hij vlug op van de bijna lege tafel en beende naar de deuren. Hij had verwacht om juffrouw Darrow op de veranda te vinden met de anderen, aangezien ze een van de eersten was die de hal had verlaten, maar ze was nergens te zien.

'Ze was op weg naar de rivier, voor het geval je het je afvroeg,' bromde Dwalin. Hij zat aan de kant, afgezonderd van de rest van het gezelschap, en was bezig met een van zijn wapens, zijn blik neergeslagen.

Thorin keek zijn vriend vreemd aan. Afgezien van de vechtlessen die Thorin hem verzocht had haar te geven, had hij nooit veel moeite gedaan om hun adviseur te erkennen en hij had zijn ongenoegen over haar nieuwe adoptie duidelijk laten merken. Dwalin was ook een van de Dwergen geweest die hem gesteund hadden in zijn afkeuring van de gemakkelijke band die zich al vlug gevormd had tussen haar en zijn neven, maar nu vertelde hij hem waar hij haar kon vinden zonder dat hem ook maar iets gevraagd was.

'Bedankt,' antwoordde hij bruusk met een kort knikje naar zijn vriend, voordat hij van de veranda stapte en naar de velden liep die allemaal bij Beorns landerijen hoorden.

Het duurde niet lang voordat hij de kleine, borrelende rivier vond waar Dwalin het over had gehad, ongetwijfeld een zijrivier uit de weides die erachter lagen, die zich uiteindelijk bij de Anduin zou voegen. De rivier bevond zich onderaan een kleine weide, begroeid met gras en vol klavertjes en madeliefjes, met aan de zijkant een kleine groep bomen.

Aan een van de boomtakken hingen verschillende kledingstukken, allemaal druipnat en duidelijk herkenbaar als de hare. Hij vond haar niet ver daarvandaan, slapend in de heldere zon; ze droeg het korte jurkje dat ze in Rivendell had gedragen en dat precies dezelfde kleur had als de lucht boven hen, met haar zwaard en rugzak naast zich.

Thorin wilde haar niet wakker maken alleen maar om haar naar de Tovenaar te vragen, dus hij ging een stukje verderop zitten. Hij had gewoon weg moeten gaan en haar laten slapen, zodat hij haar er later naar kon vragen, maar hij vertelde zichzelf dat hij de wacht over haar zou moeten houden, en daarom bleef hij.


Lizzy werd uit haar onbedoelde slaap gewekt door het gerasp van een slijpsteen over metaal, een geluid dat zowel vertrouwd als geruststellend was, aangezien het erg gebruikelijk was in hun kamp. Nadat ze haar kleren stevig in de rivier had geschrobd, zowel in een poging om het overgebleven bewijs van wekenlang reizen en hun trip naar Goblinstad weg te wassen als om de emoties weg te spoelen die door haar heen raasden na haar gesprek met Dwalin, was ze in het gras gaan liggen om even te ontspannen. Ze moest in slaap gevallen zijn aangezien ze nu, met haar ogen knipperend tegen de felle Augustuszon, zag dat Thorin niet zo ver van haar af in het gras zat, zijn ogen op zijn zwaard gericht. Er speelde een flauwe glimlach om haar lippen bij die aanblik.

'Je zou niet in je eentje weg af moeten dwalen,' zei hij zacht; hij had haar ongetwijfeld wakker horen worden. Hij keek echter niet op, maar richtte zich op het slijpen van zijn zwaard. Het felle zonlicht benadrukte de zorgelijke rimpels in zijn gezicht nog meer dan het kaarslicht van de nacht ervoor gedaan had; ze vroeg zich af hoe oud hij eigenlijk was, wetend dat hij waarschijnlijk meer dan een eeuw oud was.

Ze ging half rechtop zitten zodat ze nu achterover op haar ellebogen leunde. 'We zijn op Beorns land en ik ben in het zicht van het huis,' antwoordde ze met een knikje richting het gebouw.

Thorin voelde met zijn duim aan de rand van zijn zwaard. 'Nu onze gastheer afwezig is weet ik niet hoe goed de grenzen hier beschermd worden.'

'Nou, ik wel, en ik heb je al verteld dat we hier veilig zijn,' wierp ze hem nogmaals voor, met het gevoel alsof ze een vastgelopen plaat was. Ze ging rechtop zitten, kruiste haar benen en plukte een paar madeliefjes uit het gras naast zich.

'Natuurlijk,' zei hij op neutrale toon. Het leek erop dat hij niet tevreden was met de rand van zijn zwaard, aangezien hij de slijpsteen weer ophief en langs zijn zwaard haalde dat op zijn schoot lag. De bewegingen waren duidelijk instinctief, want hij keek haar nu voor het eerst echt aan. 'Desalniettemin zou je er goed aan doen om bij het gezelschap te blijven, Elizabeth.'

Er gleed een brede glimlach over haar gezicht. 'Dus je weet wel dat ik een voornaam heb.'

'Ik zou ook gewoon terug kunnen gaan naar juffrouw Darrow, als je dat liever hebt.'

'Elizabeth is prima,' zei ze met een licht hoofdschudden. Ze begon gaatjes te maken in de steeltjes van de madeliefjes en ze aan elkaar te rijgen om een ketting te maken.

Er viel een korte stilte, waarin haar madeliefjesketting een paar decimeter groeide. De stilte ging gepaard met het vrolijke getjilp van vogels, het gerasp van de steen en het gekabbel van het beekje achter hen, en toen sprak Thorin weer. 'Je naam klinkt Dwergs, trouwens.'

Ze richtte haar blik op hem en keek weg van haar rode T-shirt, dat aan een van de takken hing en dat ze aan het bekijken was tijdens het maken van de bloemenketting. Ze had gemerkt dat er nog steeds een bruine bloedvlek op de achterkant zat die koppig geweigerd had om eruit geschrobd te worden. 'Wat?'

'Darrow. Het lijkt op Dwarrow, de correcte meervoudsvorm van Dwergen,' zei hij, terwijl zijn hand ritmisch over de lengte van zijn zwaard bewoog. 'De ware naam van Moria is Dwarrowdelf, wat Hal der Dwergen betekent, of Kahazd-dum, Delfplaats der Dwergen.'

'Dus mijn achternaam betekent eigenlijk gewoon Dwergen?' zei ze, verbijsterd hierdoor – en door het feit dat Thorin Khuzdulse woorden met haar deelde, iets wat hoogst ongebruikelijk was voor zijn doen. Het was ook vreemd dat hij haar blijkbaar alleen maar had opgezocht voor haar gezelschap en een gesprek: sinds ze de rivier bij de Carrock hadden verlaten had ze zich afgevraagd of ze hem haar vriendschap had opgedrongen door hem te vragen om verhalen uit zijn verleden te delen, maar nu was hij hier en deed op zijn beurt een poging om vriendelijk tegen haar te doen.

'Inderdaad,' antwoordde hij, bijna brommend. Toen keek hij haar nieuwsgierig aan. 'Betekent je naam ook iets in jouw wereld?'

Lizzy grijnsde breed bij die vraag.

'Wat is er zo grappig?' vroeg Thorin, en zijn gezicht verduisterde tot een frons bij haar vrolijke glimlach.

'Niets, ik realiseerde me net alleen iets,' zei ze, nog steeds in een poging haar grijns te onderdrukken, waardoor ze er waarschijnlijk totaal gestoord uitzag.

'En dat is?' vroeg hij met een ondertoon van ongeduld.

'Nou, je vroeg wat mijn naam betekent,' begon ze uit te leggen. 'Elizabeth betekent iets saais als 'de eed van God' of 'gift van God', maar Darrow… Ik heb een paar voorouders uit Schotland – een land ten noorden van waar ik woon – en in het Kelts, hun oude taal, betekent Darrow eigenlijk…' Ze stopte en grinnikte, haar hoofd schuddend. 'Ik kan niet geloven dat ik me dit nu pas herinner.'

'Dat je je wat herinnert?'

Haar glimlach werd breder bij het zien van zijn ergernis. 'Darrow betekent eigenlijk… eikenboom,' zei ze, toekijkend hoe hij zou reageren.

Thorin keek haar met hele grote ogen aan, een lichtere kleur blauw dan de heldere lucht boven hen. 'Elizabeth… eikenboom?' herhaalde hij, half verbijsterd.

'Inderdaad, Thorin Oakenshield,' antwoordde ze plagerig, met een onmiskenbaar ondeugende grijns.

Toen, voor het eerst sinds ze hem van de trollen had bevrijd, zag ze de witte flits van zijn tanden toen hij glimlachte, een luchtige en speelse glimlach, die zijn gezicht jaren jonger leek te maken. Hij verdween bijna voordat ze hem kon zien en zijn gezicht werd abrupt weer duister.

'Ik ben niet langer Thorin Oakenshield,' zei hij met lage stem, zijn ogen neerslaand naar het zwaard op zijn schoot.

Ze keek hem verward aan en hij verklaarde: 'Ik heb het schild niet meer.'

'Doe niet zo belachelijk, dat verandert niets,' zei ze. Er verscheen een vouw in haar voorhoofd toen ze haar wenkbrauwen fronste.

Thorin zweeg.

'Het verandert niets aan je identiteit en het verandert niets aan het feit dat je de Bleke Ork hebt geconfronteerd met een tak als enig wapen,' zei ze ferm, terwijl ze hem doordringend aankeek. 'Jij staat niet gelijk aan een… aan een object, je bent niet minder heldhaftig omdat je het schild niet meer hebt.'

Hij zweeg nog steeds, maar na haar woorden verscheen er een bedachtzame blik op zijn gezicht.

'Weet je, ik heb het altijd gezien als een metafoor,' voegde ze er nonchalant aan toe, terwijl ze verder ging met het aan elkaar rijgen van haar madeliefjes.

Dat zorgde ervoor dat hij haar aankeek. 'Een metafoor,' herhaalde hij, zijn stem gevaarlijk neutraal.

'Toen je het schild voor het eerst kreeg was het het enige dat je had om je te beschermen, maar nu heb je het gezelschap dus heb je het niet meer nodig,' legde ze uit. Ze voegde er maar niet aan toe dat ze de symbolische kant van het verlies van het schild pas gezien had toen ze de film voor de tweede keer bekeek: de eerste keer had ze haar best moeten doen om de tranen te onderdrukken die dreigden op te wellen.

Hoe vreemd was het dat ze nu in het verhaal leefde waar ze zoveel van hield.

'Er zijn geen metaforen in de werkelijkheid, Elizabeth,' zei Thorin, die lichtjes en afwijzend zijn hoofd schudde. 'Dat mag je dan misschien wel geloven, maar dit is het echte leven, niet zomaar een verhaal.'

'Is iedereen uiteindelijk niet gewoon een verhaal?' legde ze hem voor, terwijl ze nog een paar bloempjes plukte om aan haar ketting te rijgen. 'Ik neem het in jouw geval alleen iets letterlijker.'

'Ik heb een vraag over dat verhaal van jou,' zei hij na een korte stilte. Lizzy kreeg plotseling de indruk dat hun hele gesprek simpelweg hiernaartoe had geleid, dat hij niet alleen maar naar haar toe was gekomen om van een gesprek met haar te genieten.

'Ik heb je al verteld dat ik je verder niets over Mirkwood ga vertellen,' zei ze fronsend.

'Ik wil niets weten over Mirkwood,' antwoordde hij vlug, een spoortje ergernis in zijn stem bij haar veronderstelling. Hij hief zijn kin. 'Ik wil weten wanneer Gandalf ons zal verlaten.'

'Oh,' zei ze. Ze zag niet in hoe het kwaad kon om dit te onthullen. 'Bij de rand van het woud.'

'Hij gaat niet met ons mee het woud in?' vroeg hij met een dringende ondertoon in zijn stem en hij keek haar doordringend aan.

Ze schudde haar hoofd, verward door die vraag. De beweging zorgde ervoor dat haar losse haar lichtjes voor haar ogen viel – ze was haar elastiekje verloren in Goblinstad en wist dat ze zich zou gaan ergeren aan het feit dat ze het niet vast kon binden als ze weer zouden vertrekken.

Thorin zweeg nogmaals, diep in gedachten verzonken. 'Was dat… alles?' vroeg ze voorzichtig, terwijl ze de uiteinden van de madeliefjesketting aan elkaar knoopte om een cirkel te maken.

'Ja,' reageerde hij afwezig.

De stilte tussen hen werd al vlug ongemakkelijk toen Thorin naar het noorden staarde, zijn ogen tot spleetjes geknepen tegen de zon en een peinzende uitdrukking op zijn gezicht. Lizzy wist niet goed wat ze moest zeggen, hoe ze het gesprek weer moest beginnen nu hij plotseling zo verzonken was in zijn gedachten. Daarom besloot ze hem alleen te laten piekeren.

'Goed… nou, ik denk dat ik Bombur maar ga helpen met de lunch,' zei ze met geforceerde vrolijkheid, prutsend aan haar madeliefjesketting, maar ze kreeg geen reactie van de Dwergenkoning.

In een opwelling die ze zelf ook niet goed kon verklaren boog ze naar voren en plaatste de madeliefjesketting op zijn hoofd, zonder te merken hoe hij lichtjes ineenkromp bij haar handeling. Toen krabbelde ze overeind, greep haar zwaard en rugtas en liet haar kleren drogen in de bomen.

'Ik zie je later wel,' zei ze over haar schouder terwijl ze weg begon te lopen en de koning gekroond met bloemen zittend in het gras achterliet.


Thorin bleef heel stil zitten terwijl ze bij hem wegliep, bijna op dezelfde manier als hoe een hert verstijfde als hij een roofdier aan hoorde komen. Hij geloofde dat hij in zijn hele leven nog nooit zo verbijsterd en geschokt was geweest als toen ze de bloemen op zijn hoofd had gelegd – zelfs niet toen ze hem die ochtend ervoor de sleutel van Erebor had overhandigd.

Bij Mahal, dat meisje slaagt er altijd in me te verrassen, dacht hij, terwijl hij voorzichtig een hand omhoog bracht om de bloemenkring op zijn hoofd aan te raken.

In de Dwergencultuur werden bloemen gezien als een groot geschenk en ze waren op sentimenteel gebied meer waard dan goud of juwelen; in sommige bergregio's waar ze woonden, was het bijna onmogelijk om verse bloemen te krijgen, vandaar hun waarde.

Hierdoor werden ze dan ook gezien als een serieuze manier om je liefde te laten blijken.

Door de schaarsheid van Dwergenvrouwen was het niet ongebruikelijk dat een vrouw door verschillende Dwergen tegelijkertijd het hof gemaakt werd, voordat ze een echtgenoot koos. Een geschenk van bloemen werd vaak gezien als een teken van de voorkeur van een vrouw, dat ze hem verkoos boven de andere kandidaten.

Betekent dat dat ze mij als kandidaat ziet? vroeg hij zich met mild afgrijzen af. Hij had in zijn leven nog nooit nagedacht over een huwelijk, hij was er eigenlijk zeker van dat hij nooit zou gaan trouwen – hij had Fili en Kili als erfgenamen, en Dain. Bovendien, als één van hen zou proberen haar het hof te maken, dan zou dat wel Fili of Kili zijn, hoe stellig ze ook verklaarden dat ze haar als een zusje zagen.

Maar nee, hij gedroeg zich belachelijk, besefte hij in een vlaag van opluchting. Hij haalde de ketting van zijn hoofd, erop lettend dat hij hem niet kapot maakte. Ze kwam uit een andere wereld en kende hun gebruiken niet. Ze had ongetwijfeld geen idee wat ze gedaan had door hem bloemen te geven.

Aangezien hij haar niet naar binnen wilde volgen, stak hij zijn zwaard in zijn schede en begon langs de grenzen van Beorns landerijen te lopen, diep verzonken in gedachten over haar en over het pad dat ze zouden nemen. Er was nog steeds geen spoor te bekennen van hun gastheer, op een paar berensporen na die hij in de zachte modder had gevonden. Hij liep twee keer om het hele landgoed heen en het was al laat in de middag tegen de tijd dat hij terugkeerde naar de hal. Toen hij arriveerde zag hij dat Oin en Gloin een van de grote tafels de deur uit schoven en hem op de veranda zetten. Bombur had Bilbo en juffrouw Darrow ingeschakeld – Elizabeth, herinnerde hij zichzelf nogmaals – om hem te helpen met het koken van het avondeten en er kwam een hemelse geur uit de keuken.

Hun maaltijd was die avond vrolijk, ondanks zijn zorgen en de afwezigheid van zowel Gandalf als hun gastheer. Fili en Kili hadden verscheidene tonnen honingwijn gevonden in een van de schuren, dus het grootste gedeelte van het gezelschap praatte en lachte luid, terwijl Thorin grotendeels in stilte aan het hoofd van de tafel zat.

De kaarsen brandden af tot stompjes naarmate de avond vorderde en er begonnen motten om ze heen te fladderen. Er werden tweede en derde porties opgeschept en toen werd het dessert naar buiten gebracht: zoete kruidkoekjes, honingraten en luchtige cakejes die die middag vers gebakken waren.

Hun feestmaal was zo gezellig dat ze niet merkten dat de schaduwen onheilspellend langer werden in Beorns tuin terwijl zij aten en dronken, noch merkten ze dat de lucht een donkerrode kleur kreeg terwijl de zon langzaam achter de Misty Mountains zakte.


Kindle-the-Stars:
Dit was eigenlijk een hoofdstukidee dat al gepland was voordat ik ook maar begon met schrijven, toen ik Lizzy als OC aan het opzetten was, en dan vooral haar naam.

Het gaat ook nog vooraf aan de bloemenkroonfase van tumblr, als jullie dat geloven!

Even iets heel anders, ik heb mijn vliegtickets voor Australië geboekt! Ik breng een jaar door in het buitenland en reis dan door Australië, Nieuw-Zeeland, Fiji en Amerika. Nog maar 50 dagen tot mijn vertrek! :D

Reviews zijn welkom!

Wat de vraag van deze week betreft, hebben jullie nog headcanons over Dwergencultuur (of die van een andere soort) die je graag zou willen delen? Zoals dat met de bloemen?

Jullie kunnen alle updates en sneak peeks volgen en vragen stellen op mijn tumblr ~kindle-the-stars


xxMarith:
Whew, lang hoofdstuk! Maar het is nog steeds zondag, ik ben nog op tijd! Oh, en het is natuurlijk wel duidelijk dat Kindle-the-Stars' "50 dagen tot vertrek" ondertussen al lang voorbij zijn, maar dit hoofdstuk is een flink aantal maanden geleden geschreven en ik vond het een leuk detail om te laten staan (: