xxMarith:
DISCLAIMER: Dit verhaal is natuurlijk niet van mij, ik heb het alleen vertaald, alle credits en eer en lof gaan naar Kindle-the-Stars! (:


"Never judge a book by its movie."

J.W. Egan


Lizzy was in een goed humeur: ze zat vol geweldig eten zoete drank en was omringd door levendig gezelschap. Zelfs de Dwergen die de afgelopen dagen nogal terughoudend tegen haar gedaan hadden, waren milder geworden na het drinken van verscheidene kroezen van Beorns heerlijke honingwijn. Dori vergat even dat hij boos op haar was en vroeg beleefd of ze nog wat aardappels wilde en Balin schonk haar een soort geamuseerde halve glimlach toen ze een grap maakte. De enige domper op de zomeravond was Thorin die aan het hoofd van de tafel zat: Lizzy dacht dat ze hem in een redelijk goed humeur achter had gelaten na hun gesprek in het weiland, maar nu zat hij piekerend aan tafel en zond haar af en toe onleesbare blikken waar ze niets van begreep.

Ze begon haar relatie met Thorin mentaal te omschrijven als "twee stappen vooruit, één stap terug". Elke keer dat ze een stapje dichterbij een soort vriendschap kwamen, leek het wel alsof er iets gebeurde wat het verpestte. Ze kon alleen met geen mogelijkheid bedenken wat ze in vredesnaam gedaan had om hem te irriteren sinds ze het weiland verlaten had.

Het licht ebde langzaam weg en ze waren bijna klaar met het dessert toen ze Gandalf half rennend over de binnenplaats naar hen toe zagen komen. Hij keek over zijn schouder, terwijl hij met zijn ene hand zijn staf vasthield en er met zijn andere hand voor zorgde dat zijn hoed op zijn hoofd bleef zitten. Hij zag dat ze met hun uitgebreide maaltijd op de veranda zaten en versnelde zijn pas.

'Stelletje dwazen, wat heb ik jullie gezegd over buiten zijn na zonsondergang?' zei de Tovenaar vlug toen hij na een paar passen op de veranda sprong.

Het gezelschap staarde hem verbijsterd aan, maar dat duurde maar even aangezien ze toen plotseling gebrul uit het weiland hoorden komen. Ze keken als één man op en zagen dat een enorme zwarte gestalte zich langs de bomen haastte waar Lizzy eerder die middag had gezeten.

'Vlug, naar binnen!' zei Gandalf dringend. Hij wapperde met zijn handen in een poging om een bevroren Bilbo in beweging te krijgen. 'Schiet op!'

Ze stoven weg en gooiden de banken omver in hun haast om bij de deur te komen. Ze schoten naar binnen en Lizzy werd fors de hal ingeduwd, weg van de zware deuren die dicht geduwd werden. Het hele gezelschap was binnen een paar seconden omgeschakeld van ontspannen naar klaar voor actie, en zij bleef met bonzend hart achter.

Het leek er even op dat alles goed zou komen, maar op het moment dat de deuren bijna dicht waren, ramde iets er als een sloopkogel tegenaan in een poging ze met wild gegrom weer open te drukken. Alle Dwergen zetten zich met hun schouders schrap tegen de deur, worstelend tegen de kracht van de grote beer die nog geen meter van hen verwijderd was. Naast haar trok Bilbo zijn zwaard en Lizzy keek schaapachtig om zich heen op zoek naar Naethring, maar besefte toen dat ze het zwaard samen met haar tas op de veranda had gelaten nadat ze terug was gekomen uit het weiland.

De beer drukte harder tegen de deur en ze ving een glimp op van grote, scherpe tanden en een zwarte neus toen hij zijn snuit naar binnen wist te wringen. De Dwergen gromden van inspanning en ramden hun schouders tegen de deur, waardoor ze hem eindelijk dicht wisten te krijgen en Gloin de hendel ervoor kon schuiven waar ze bijna niet bij konden. Het gegrauw en gekras stopte niet totdat ze de deur ook blokkeerden door een dikke houten plank in de ijzeren steunen aan de zijkanten van de deur te leggen. Daarna werd alles akelig stil.

Een lange minuut ging voorbij waarin het enige geluid het gehijg van het gezelschap was dat weer op adem probeerde te komen. Toen, als op een of ander ongezien teken, draaide iedereen zich om naar Gandalf en begon vragen te stellen.

'Stilte, één vraag tegelijk,' zei de Tovenaar, onmiskenbaar geërgerd door hun plotselinge ondervraging.

'En waar ben jij geweest, als ik vragen mag,' wierp Thorin hem voor toen het gezelschap stil viel, op hetzelfde moment dat Bilbo zijn verbijsterde vraag herhaalde en vroeg: 'Was dat Beorn?' Hierdoor spraken ze opnieuw door elkaar heen, de Hobbit nog steeds met zijn zwaard ongemakkelijk in zijn hand.

'Ja, meneer Baggins, dat was Beorn in zijn berenvorm. En Thorin, ik was beersporen aan het volgen,' zei hij tegen de groep in het algemeen, terwijl hij op een van de lage banken ging zitten en op zijn mantel klopte op zoek naar zijn pijp. Deze stak hij vervolgens aan alsof ze nog steeds aan het genieten waren van een zomeravond en niet op adem probeerden te komen nadat ze zojuist waren aangevallen door een enorme beer. 'Zoals je weet, Thorin, ben ik bij het eerste ochtendlicht vertrokken,' vervolgde hij en Thorin knikte erkennend. 'Nadat onze gastheer vertrok dacht ik dat ik hem vanmorgen maar beter kon volgen. Zijn sporen leidden naar het westen, naar de Misty Mountains, en na vele kilometers ook naar de Carrock. Ik geloof dat hij ons verhaal wilde controleren,' besloot de Tovenaar terwijl hij een rookwolkje uit zijn mond pufte.

'Waarom viel hij ons dan aan?' vroeg Bilbo, zijn gezicht gerimpeld van ongenoegen en verwarring. 'En wat als hij de wargs en Goblins hiernaartoe leidt?'

'Ik verzeker je, meneer Baggins, dat doet hij niet. Je moet wel een vlaag van verstandsverbijstering hebben, dat zoiets ook maar even bij je op zou komen,' zei Gandalf vanonder zijn borstelige wenkbrauwen. 'Beorn viel ons aan omdat we na zonsondergang op zijn land waren en omdat ik hem aan het volgen was. Hij moet gedacht hebben dat ik een bedreiging vormde.'

'Maar hij kent ons,' bracht Lizzy in, die zich van de schrik hersteld had en nu nadacht over de implicaties van wat er zojuist gebeurd was – een aanval die in het boek zeker niet was voorgekomen.

'In die vorm vertrouwt hij bijna volledig op zijn instincten, minder op gedachten en gevoelens,' antwoordde hij, terwijl hij rook naar het plafond liet kringelen. 'Vrees niet, nu de deur dicht is zal hij geen tweede poging doen om het huis binnen te dringen, maar ik kan niet met zekerheid zeggen hoe lang we nog welkom zullen zijn. We kunnen maar beter gaan slapen, we vertrekken morgenochtend.'

Er werd wat afgemopperd bij deze aankondiging: de aanval mocht hen dan wel hebben laten schrikken, maar Beorns huis was nog steeds warm en vol met eten en het was duidelijk dat verscheidene van hen graag langer dan één dag hadden willen blijven.

Lizzy wachtte een paar lange minuten totdat de Dwergen klaar waren met praten en zich door de hal begonnen te verspreiden, waarbij de meesten nog steeds argwanende blikken op de vergrendelde en geblokkeerde deuren wierpen. Tenslotte, toen alles stil was, ging ze naast Gandalf zitten. De Tovenaar rookte vredig zijn pijp en leek erg tevreden te zijn over de rookkringen die hij rond de balken liet dansen.

'Dat stond niet in het verhaal,' zei ze zacht en dringend, proberend om hun gesprek niet op te laten vallen.

'Je weet dat er zekere tegenstrijdigheden zijn tussen de versies van het verhaal die jij kent,' reageerde hij om zijn pijp heen.

Ellendige Peter Jackson, dacht Lizzy, en dat zou niet de laatste keer zijn. 'Maar als dit soort dingen blijven veranderen, dan weet ik niet wat er gaat gebeuren,' herinnerde ze hem eraan, een ondertoon van frustratie in haar zachte stem.

'Je kent de hoofdzaken, ik geloof dat dat genoeg is om mee door te komen,' zei hij vrolijk.

'Hoofdzaken,' snoof ze spottend. 'Bijna opgegeten worden door een enorme beerman zou toch echt tot de hoofdzaken moeten behoren, vind je ook niet?'

Gandalf maakte een geamuseerd geluidje bij het zien van haar ergernis, maar gaf verder geen antwoord.

Lizzy streek de zoom van haar jurk glad over haar knieën, in gedachten verzonken. Weten dat gebeurtenissen zouden veranderen was iets heel anders dan ze ook daadwerkelijk zien veranderen. Ze voelde zich onthutst en verloren, en slikte een brok misselijkmakend voorgevoel weg, een voorgevoel dat alles van het ene op het andere moment anders kon zijn en dat ze het met geen mogelijkheid zou kunnen weten totdat het te laat was.

Als Beorns huis al anders was, dan vreesde ze wat ze in Mirkwood wel niet tegen konden komen. Ze dacht dat ze de betoverde rivier en de Elven gemakkelijk aan zou kunnen (hoewel het waarschijnlijk een goed idee zou zijn om de Dwergen te waarschuwen over het feit dat Bombur in de rivier zou vallen – het was iets kleins dat niet veel zou veranderen, maar wat de laatste helft van hun reis een stuk gemakkelijker zou maken), maar het idee dat ze reusachtige spinnen tegen zouden komen joeg haar doodsangsten aan.

Als ze het zich goed herinnerde werd Thorin gevangen genomen door Elven voordat de anderen de spinnen tegenkwamen; misschien kon ze de gebeurtenissen zo regelen dat zij op de een of andere manier samen met hem gevangen werd genomen, zodat ze niet tegen de spinnen hoefde te vechten.

Dan, helemaal aan de andere kant van het bos en Meerstad, was er natuurlijk ook Smaug en de Slag van de Vijf Legers waar ze rekening mee moest houden.

'Denk je dat ik het ze moet vertellen?' wierp ze er plotseling uit, waardoor de Tovenaar zich naar haar omdraaide en haar vragend aankeek. 'Over de slag, de Arkensteen, alles?'

'Nee, je hebt er goed aan gedaan om de toekomst geheim te houden,' antwoordde Gandalf, zijn stem diep en peinzend. Hij moest de twijfel op haar gezicht gezien hebben, aangezien hij vervolgde: 'Elizabeth, als Thorin wist dat Bilbo de Arkensteen zou stelen, bij gebrek aan een beter woord, hoe zou hij reageren?'

Ze dacht hier even over na en wierp een blik op Thorin, die samen met Balin en Dwalin in het schemerduister zat te roken. Ze wist dat Thorin een opvliegend karakter had en dat, als het waar was wat er in het boek stond, de Arkensteen hem dierbaarder was dan zijn eigen hart. 'Hij zou Bilbo waarschijnlijk achterlaten, hij zou hem in ieder geval nooit meer vertrouwen,' zei ze met een droevige zucht toen het tot haar doordrong.

'Precies, en Bilbo's aanwezigheid is iets wat zowel Thorin als zijn gezelschap dringend nodig heeft,' zei Gandalf. 'Je moet de gebeurtenissen zichzelf laten ontplooien en ik vertrouw erop dat je dit ook zult doen in mijn afwezigheid.'

Ze knikte langzaam, haar blik nog steeds op Thorin gericht. Hij leunde half achterover in zijn stoel met zijn voeten op de rand van de open haard, schijnbaar starend in het vuur, met één hand om de kop van zijn pijp. Het licht flakkerde en viel in zijn ogen, en het deed Lizzy denken aan hoe hij zich in Bag End over de open haard had gebogen en zacht had gezongen, al die maanden terug aan het begin van hun reis.

'Je zit nog ergens anders mee,' merkte de Tovenaar op, die haar met een wijze blik had zitten bestuderen.

Ze beet op haar lip en liet hem even tussen haar tanden glijden voordat ze antwoord gaf, nog steeds zonder weg te kijken van Thorin. 'Toen je me hierheen bracht zei je dat je het niet prettig vond dat Dain Koning werd, en dat je wilde dat ik dat veranderde. Ik… Ik denk dat ik Fili en Kili wel kan redden, ik zal Thorin er gewoon van moeten overtuigen om ze niet te laten vechten in de strijd, maar…'

'Maar?' drong hij aan toen ze stopte.

Ze draaide zich naar hem om, een ondertoon van wanhoop in haar stem. 'Ik weet dat hij de goudziekte krijgt en ik weet niet wat er gaat gebeuren nu Azog erbij betrokken is, maar… denk je dat ik hem ook zou kunnen redden?'

Er viel een lange stilte.

'… Nee,' zei Gandalf uiteindelijk, haar ernstig aankijkend vanonder de rand van zijn hoed.

Haar mond viel half open – zo'n bot antwoord had ze niet verwacht van de Tovenaar. 'Nee?' herhaalde ze, terwijl ze zich met grote ogen weer terugdraaide naar Thorin.

'Thorin zal zijn hebzucht en zijn trots moeten overwinnen als hij wil slagen én Koning wil worden. Hoewel zijn lot niet met zekerheid vastligt, is dat niet iets wat iemand zelf gemakkelijk kan veranderen,' legde Gandalf troostend uit, die peinzend haar blik volgde. Terwijl ze toekeken zei Balin iets tegen Thorin en de stugge koning glimlachte bijna, een duidelijke uitdrukking op zijn getekende gezicht.

'Is er niets wat ik kan doen?' vroeg ze zachtjes. Er welde een pijnlijk gevoel in haar op bij de gedachte aan zijn dood.

'Je kunt hem niet redden, Elizabeth,' zei Gandalf, die een hand lichtjes op haar schouder liet rusten. 'Maar als hij het probeert, is er misschien een kans dat hij zichzelf kan redden.'


Een paar uur later, toen Balin en Dwalin al naar bed waren gegaan na hun pijp en gesprek bij het vuur, keek Thorin rond in de hal op zoek naar Elizabeth Darrow, hopend dat zij niet ook al naar bed was gegaan. Hij vond haar in hetzelfde duistere hoekje als waar ze gisteravond de katjes had geprobeerd te lokken, waar ze nu op de grond zat met verscheidene jonge katjes op haar schoot. Haar normaal gesproken gladde voorhoofd was gerimpeld door een bedenkelijke frons terwijl ze afwezig een van de katjes aaide, dat zich zo dicht mogelijk tegen haar hand drukte. Ze zat in de kleermakerszit met haar blauwe jurk uitgespreid om haar heen, en haar blote voeten kwamen net onder de stof vandaan.

Het was eigenlijk vreemd dat de onfatsoenlijkheid van zulke kleren hem nu niets meer kon schelen. Als hij gezien had hoe een Dwergenvrouw zoiets droeg, zou hij haar ongetwijfeld hebben vermeden en ervoor gezorgd hebben dat hij haar niet hoefde te spreken of aan te kijken. Elizabeth droeg het echter niet om verleidelijk te zijn, ze droeg het met zo'n argeloze onschuld dat hij haar er niet om kon veroordelen.

Hierdoor dwaalden zijn gedachten af naar haar wereld, de wereld waar het acceptabel was voor vrouwen om zulke kleren te dragen en zelfs een minnaar te nemen. Een wereld waar vrouwen schijnbaar niet zo beschermd of gerespecteerd werden door mannen. Hij had er nog nooit echt over nagedacht, maar nu, nu hij haar bekeek vanaf zijn plek bij het vuur, bedacht hij zich hoe groot de culturele verschillen tussen hen eigenlijk waren.

Zo was het bijvoorbeeld duidelijk dat ze nog nooit een wapen had aangeraakt, laat staan had gehanteerd, voordat ze naar Middle Earth was gekomen. De meeste Dwergen, ook de vrouwen, hadden een basiskennis van wapens die hen net als lezen en schrijven aangeleerd was, zelfs als ze ervoor kozen om niet daadwerkelijk door te gaan met trainen. Gezien haar tengere bouw, evenals zijn eerste impressie dat een zuchtje wind haar omver zou kunnen blazen (een mening die hij sinds die tijd had bijgesteld), vond hij het vreemd dat ze helemaal niet getraind was in enige vorm van zelfverdediging. Misschien waren de gevaren in haar wereld anders, waren dat gevechten die gestreden werden met woorden in plaats van wapens.

Sommige Dwergenvrouwen werden gezien als trots en gereserveerd, hooghartig door het feit dat ze konden kiezen tussen meerdere mannen die om hun liefde streden, maar Elizabeth was openhartig en zorgeloos, had nauwe banden gevormd met het grootste gedeelte van het gezelschap, ook al kende ze hen nog maar een paar maanden. Ze had er altijd op gestaan om door hen gelijk behandeld te worden en geen voorkeursbehandeling te krijgen, wat in hun cultuur gezien werd als normale hoffelijkheid. Ze had verscheidene leden van het gezelschap afgesnauwd en iets verteld over een concept dat ze feminisme noemde, als ze een poging gedaan hadden om haar tassen te dragen of haar klusjes te doen in het kamp.

Het moest moeilijk voor haar geweest zijn, besefte hij nu voor het eerst: ze moest niet alleen haar weg vinden in een volkomen nieuwe wereld, ze moest zich ook een weg banen door de onduidelijkheden van een nieuwe cultuur en nieuwe gebruiken, een cultuur die berucht was om zijn geslotenheid als het ging om de omgang met andere soorten.

Het licht van het vuur werd weerkaatst door de zilveren haarkraal, het teken van haar acceptatie in de Vuurbaardstam: ze had zich in het gezelschap weten te nestelen en hij wist zeker dat ze de uitdaging aan zou grijpen en zich eventueel ook in hun stammen zou weten te vestigen, ondanks de weerstand die ze ongetwijfeld voor haar voeten zou krijgen. Ze bevond zich in een moeilijke positie, aangezien ze hier niet was voor de materiële beloningen of met de drijfveer om een thuisland te heroveren, zoals zij. Ondanks haar sarcastische opmerkingen, terloopse gemok en een paar van hun geschreeuwde discussies, vond hij dat ze zich in hun wereld met indrukwekkende gratie had weten te handhaven, en hij had het gevoel alsof hij haar misschien niet genoeg eerbied en respect had getoond.

Terwijl hij toekeek liep Fili aan haar voorbij en overhandigde haar zwijgend een verse kroes bier voordat hij haar weer in stilte achterliet, waardoor hij een afwezige, dankbare glimlach kreeg die de bezorgde rimpels in haar voorhoofd even gladstreek. Toen Thorin getuige was van dit simpele, gemakkelijke tafereel, voelde hij een kleine steek van schuldgevoel om zijn oorspronkelijke veroordeling van haar gemakkelijke vriendschap met Fili en Kili. Het was iets dat haar plezier had gedaan aan het begin van hun reis, toen ze min of meer op zichzelf stond en gescheiden was van haar thuis.

Hij trok zijn voeten terug van de rand van de open haard, stond op en liep langzaam door de hal naar haar toe. Vlak voor haar bleef hij staan, zodat ze naar hem op moest kijken om zijn gezicht te zien, en haar frons werd onverklaarbaar dieper toen ze hem zag. 'Je zei dat we hier veilig zouden zijn,' zei hij zachtjes, zodat hij de Dwergen die al naar bed waren gegaan niet zou storen.

'We hadden hier ook veilig moeten zijn,' zei ze vlug, verdedigend, en ze klonk nogal geïrriteerd door deze schijnbare fout in haar kennis.

'Maar je had het mis,' wierp hij haar voor, zijn duimen in zijn riem gestoken.

'Ik ben niet onfeilbaar, Thorin!' zei ze, nu onmiskenbaar geïrriteerd – het was niet zijn bedoeling geweest om een discussie met haar te beginnen.

'Dat weet ik, maar…' Hij ging naast haar zitten en leunde met zijn rug tegen de muur, net als zij. 'Dingen kunnen veranderen, dingen veranderen al,' zei hij, goed kijkend naar haar reactie. Ze fronste van ongenoegen en het katje op haar schoot duwde tegen haar hand, eisend dat ze door zou gaan met aaien.

Toen Elizabeth kettingreacties aan hem had uitgelegd, had ze gezegd dat alles in n keer anders zou zijn als je één ding veranderde. Tijdens zijn gesprek met Balin en Dwalin had hij zich afgevraagd in hoeverre de zaken zouden veranderen nu hij besloten had zijn gezelschap naar Ered Mithrin in het noorden te leiden en of dat er op de een of andere manier voor gezorgd had dat Beorn hen aanviel, een gebeurtenis die zij overduidelijk niet had verwacht.

Hij had zich ook afgevraagd hoe ze zou reageren als hij haar over hun nieuwe route zou vertellen: tot nu toe had hij zijn plan nog niet met de rest van het gezelschap gedeeld, aangezien hij niet wilde dat iemand per ongeluk iets liet vallen waar Gandalf bij was. Hij betwijfelde of ze zijn besluit wel zo leuk zou vinden.

Hij wierp een blik op haar en merkte dat ze hem aanstaarde. Haar hoofd was gekanteld en haar losse haar viel als een waterval over haar ene schouder. Ze keek vlug weg toen ze oogcontact maakten en het zag eruit alsof ze in haar hoofd ergens mee bezig was, te oordelen naar haar samengeperste lippen en de rimpel tussen haar wenkbrauwen terwijl ze het spinnende katje op haar schoot aaide.

'Wat is er?' vroeg hij nieuwsgierig, merkend dat ze ergens mee zat. Sinds ze de Carrock verlaten hadden was er iets veranderd in hoe ze met elkaar omgingen, een duidelijke poging van hen allebei om te proberen vrienden te worden.

Ze keek weer naar hem op en haar ogen stonden zowel verdrietig als bedenkelijk. Het grootste gedeelte van de tijd was Elizabeth zo levendig en energierijk, maar nu leek ze diep in gedachten te zijn verzonken. Het was op momenten zoals deze, wanneer haar gezicht vervuld was van droevige voorkennis, dat hij vergat hoe jong ze eigenlijk was.

Ze slaakte een diepe zucht. 'Ik ga naar bed,' zei ze zachtjes, zijn vraag ontwijkend. Ze drukte haar lippen eventjes tegen de vacht van het wriemelende katje en zette het diertje op de grond, om vervolgens op te staan zodat haar jurk om haar knieën zwaaide. 'Welterusten, Thorin,' voegde ze er zachtjes aan toe terwijl ze op hem neerkeek. Toen trippelde ze zonder verder nog iets te zeggen naar de slaapverhoging.

Thorin bleef nog even op de grond zitten, diep in gedachten verzonken met zijn rug tegen de muur, voordat ook hij besloot om zich terug te trekken.


Opnieuw werd Lizzy als eerste wakker na een lange nacht waarin ze maar was blijven woelen en draaien, ondanks de relatief comfortabele stromatrassen die Beorn hen had gegeven. Uiteindelijk was ze in de vroege ochtenduurtjes in slaap gevallen, toen de kitten die ze met immense hoeveelheden room voor zich had weten te winnen bij haar was komen liggen en zich had opgekruld tot een kalmerend, spinnend warm balletje. Desondanks waren haar dromen verontrustend geweest, hoewel ze ze in het ochtendlicht niet meer kon herinneren.

Ze kroop uit haar slaapzak, rimpelde haar neus bij het zien van de diepe vouwen in haar jurk en maakte per ongeluk het slapende katje wakker, dat vlug wegrende nu hij wakker was. Afgelopen nacht had ze niet anders gekund dan in haar jurk slapen, aangezien haar kleren nog buiten hingen om te drogen en ze haar rugzak op de veranda had laten staan. Ze vroeg zich af wat er met die kleren gebeurd was, of ze er nog zouden hangen na de aanval van Beorn. Ze stapte op blote voeten van de verhoging en opnieuw kwamen er een paar honden op haar af om haar te begroeten, met kwispelende staarten en uitgestoken tongen.

Ze zat op de grond geknield en was bezig een van de honden over zijn buik te wrijven toen ze verrast werd door een diepe, rommelende stem achter zich. 'Ze mogen jou wel.'

Ze draaide zich vlug om op haar knieën en zag dat Beorn over haar heen gebogen stond – hij was kennelijk stilletjes genaderd. Hij had nog steeds geen shirt aan en vertoonde dus trots zijn bijzonder harige borst en grote spieren. Hij hurkte naast haar neer en begon de hond ook liefhebbend te aaien. 'Het was niet mijn bedoeling je te laten schrikken,' voegde hij eraan toe met een zweem van een glimlach onder zijn grote baard.

'Je bent terug,' zei ze schaapachtig, zich herstellend van haar eerste verbazing.

'Ik was gisteravond al terug, voor het geval je dat niet gemerkt had,' zei hij met een wrange en veelbetekenende blik. 'Ik hoop dat ik je niet heb laten schrikken, jongedame.'

'Nee, helemaal niet,' loog ze met geforceerde luchtigheid.

Beorn schonk haar een voorzichtige glimlach.

'Oké, ja, ik was doodsbang,' verbeterde ze met een schaapachtige grijns.

'Ik heb niet altijd evenveel controle in die vorm,' zei hij. Het was geen verontschuldiging, het was een uitleg.

'Ik begrijp het,' antwoordde ze met een knikje bij zijn woorden.

Hij gaf haar een knikje terug ter erkenning en ging toen weer staan, waarna hij een grote, verweerde hand naar haar uitstak om haar ook overeind te helpen. 'Ik geloof dat deze van jou zijn,' zei hij, gebarend naar de tafel. Ze keek op en zag dat haar schone kleren netjes opgevouwen waren en naast haar rugtas en zwaard bij een van de versierde tafelpoten lagen.

'Ja, bedankt,' zei ze, knipperend met haar ogen van verbazing.

Een van de honden wreef met zijn kop langs Beorns dijbeen, op zoek naar aandacht. Beorn wreef hem over zijn oren. 'Ze hebben me verteld dat je met ze gespeeld hebt, en dat je vrienden bent geworden met de katten,' zei hij zonder op te kijken terwijl hij zachtjes aan de oren van de hond trok.

'Ik hoop niet dat je dat erg vindt,' zei ze vlug, zich herinnerend dat Gandalf haar had verteld hoe beschermend Beorn was als het om zijn dieren ging.

'Waarom zou ik dat erg vinden?' vroeg hij, met een ondertoon van verbijstering in zijn ruwe stem. 'Ze mogen jou meer dan de Dwergen, hoewel ze wel vinden dat je vreemd ruikt.'

'Ik neem aan dat dat geen compliment is,' zei ze, haar lippen samenpersend.

'Het is wat het is,' zei Beorn, die haar zowel nieuwsgierig als veelbetekenend aankeek. Zijn donkerbruine ogen leken veel te veel te zien. Ze vroeg zich af of het zo duidelijk te zien was dat ze uit een andere wereld kwam, zelfs nu ze al enkele maanden in Middle Earth was. 'Heb je al gegeten, jongedame?' vroeg hij, toen hij haar voldoende had bekeken met zijn ringschattende blik.

'Nog niet, nee,' antwoordde ze.

'Kom dan mee en eet met mij. Ik zou graag nog meer van jouw verhalen horen,' zei hij, terwijl hij haar meevoerde naar de veranda, waar ze geen enkel bewijs kon vinden van de ravage die ze de avond daarvoor hadden achtergelaten. De banken stonden allemaal overeind en de tafel zakte bijna door onder het gewicht van een rijkelijk ontbijt.

Het duurde niet lang voordat verscheidene leden van het gezelschap ook naar buiten kwamen om zich bij hen te voegen in het vroege ochtendlicht, waarbij een aantal van hen Beorn behoedzaam aankeek. Toen Bilbo de deur uit stommelde en de slaap uit zijn ogen wreef, schoot Beorn in de lach en porde hem nogal disrespectvol in zijn buik, waarop de kleine Hobbit de enorme man een blik van ongelovige verontwaardiging toewierp. ''t Klein konijntje wordt weer mooi rond door de room en honing,' grinnikte hij, om vervolgens met een enorme zwaai van zijn hand naar de tafel te gebaren. 'Kom en eet nog wat meer!'

Ze aten allemaal totdat ze vol zaten en luisterden naar Beorns verhaal over wat hij gedaan had terwijl hij weg was. Hij vertelde hen dat hij de waarheid van hun verhaal was gaan controleren en dat hij erg onder de indruk was nu hij wist dat alles echt gebeurd was. Hij beloofde hen ook voedsel, pony's en proviand voor hun tocht door Mirkwood, iets waarmee hij een flink stuk steeg in de achting van de nog steeds behoedzame Dwergen.

Zodra ze klaar waren lieten ze de dieren de tafel afruimen en liepen toen achter Beorn aan over de binnenplaats naar een van zijn grote schuren. Hij liet hen zijn grote voorraden uitrusting en wapens zien en ze werden allemaal goed uitgerust voor de komende reis. Degenen die rugzakken verloren hadden, kregen nieuwe rugzakken voor het dragen van de talloze potten met ingemaakt fruit en de tweemaal gebakken broden, die hun proviand zouden zijn tijdens hun reis door het bos. Ze brachten de ochtend door met inpakken en de voorbereidingen voor hun vertrek.

Tenslotte gaf hij hen ook bogen, met de mededeling dat ze handig waren om te hebben, ook al betwijfelde hij dat ze in het bos van Mirkwood iets zouden vinden dat geschikt was om te eten.

'Mijn eigen boog?' zei Lizzy toen Kili de bogen onder het gezelschap verdeelde. De boog die hij haar overhandigde was licht, zowel in kleur als gewicht, en was onversierd. Hij had een geleidelijke curve, in tegenstelling tot Kili's boog, die een sterke kromming had en bijna hoekig was.

'Gemaakt van esdoornhout, dus hij is erg buigzaam,' zei Kili, die de boog met een kritisch oog bestudeerde terwijl hij hem aan haar gaf. 'Die van mij is van taxushout, dus die moet met meer kracht naar achteren worden getrokken. Aangezien jij niet zo sterk bent, zou deze gemakkelijker moeten zijn om te gebruiken.' Hij overhandigde haar ook een koker met perfect gevederde pijlen. 'Ze zeggen dat het twaalf pijlen kost om aan een nieuwe boog te wennen – schiet de koker leeg en kijk maar eens of je denkt dat deze bij je past.'

Nadat ze Beorn om toestemming had gevraagd, ging ze naar buiten en probeerde de boog uit, waarbij ze de zijkant van een van de houten bijgebouwen als doelwit gebruikte. Om haar heen liepen de Dwergen heen en weer om hun tassen en proviand in te pakken, ondertussen luisterend naar Beorn die vertelde over de gevaren en dat ze geen water moesten drinken in Mirkwood en niet van het pad moesten dwalen.

De boog was licht en soepel en gemakkelijk naar achteren te trekken zonder de wonden op haar rug te verergeren. Hij leek goed in haar hand te liggen en nu besefte ze voor het eerst hoe zwaar en stug Kili's boog was, bijna niet te hanteren door het gewicht. Ze ging in de houding staan, nam een moment om te wennen aan de nieuw boog in haar handen en vuurde toen de eerst pijl af, tevreden met de snelheid waarmee hij wegschoot van de boog. In een paar minuten tijd schoot ze de koker leeg en het ging verrassend nauwkeurig, in vergelijking met haar vorige pogingen.

Zodra ze klaar was draaide ze zich om naar Thorin, die een stukje verderop op zijn hurken zat en door zijn tas zocht. 'Niet slecht, toch?' vroeg ze, gebarend naar de schuur waar ze op had geschoten. De pijlen staken allemaal vlakbij elkaar uit het hout, met een diameter van ongeveer een meter – voor het eerst was geen enkele pijl al voor het doelwit op de grond terecht gekomen en ze zaten allemaal redelijk in de buurt van waar ze op gericht had.

Hij bekeek het met een kritische, vluchtige blik en knikte ten teken dat hij het ermee eens was. 'Inderdaad. Je bent nu al bijna twee maanden aan het oefenen, het werd wel eens tijd dat je met een beetje precisie begon te schieten,' zei hij, waarna hij wegliep om te kijken hoe de geleende pony's bepakt werden met hun tassen.

Lizzy rolde met haar ogen en begon haar pijlen op te halen, die ze moeizaam uit het hout moest trekken. Kili kwam haar helpen en bekeek elke pijl om te controleren dat ze de punten niet beschadigd had, voordat hij ze weer in de koker deed. 'Vergeet dat hele "onder de berg" gedeelte, jouw oom is de koning van de verdraaide complimenten,' zei ze, terwijl ze een pijl uit het hout trok met meer kracht dan misschien nodig was.

Kili reageerde met een korte, daverende lach en toen werden ze teruggeroepen naar de groep. De pony's en Gandalfs geleende paard waren allemaal opgezadeld en klaar om te vertrekken. De ochtend was nog niet half voorbij, maar Thorin wilde zo snel mogelijk op pad zijn.

Beorn wachtte tot ze gecontroleerd hadden of ze al hun spullen hadden en tot ze allemaal op hun pony's zaten voordat hij afscheid nam en hen vroeg om de pony's terug te sturen zodra ze de bosrand bereikten. Hij herinnerde hen er ook nogmaals aan om niet van het pad af te dwalen en geen water te drinken dat ze in Mirkwood gevonden hadden. 'Ik wens jullie een goede reis en jullie zijn altijd welkom in mijn huis, mochten jullie deze kant nog eens opreizen,' voegde hij er met opgewekte vriendelijkheid aan toe.

Ze bedankten hem met een heleboel 'tot uw diensten', maar hij negeerde hun bedankjes en benaderde Lizzy, die haar nogal felle pony probeerde te kalmeren. Ondanks dat zij hoog op de pony zat en hij op de grond stond, torende Beorn ver boven haar uit. Hij bedaarde de pony zonder enige moeite door een hand op zijn nek te leggen en nam Lizzy's hand lichtjes in de zijne om zich vervolgens naar haar toe te buigen. 'Goede reis, vrouwe,' zei hij, zacht genoeg dat alleen zij tweeën het konden horen. Hij omvouwde haar hand met zijn beide handen. 'En mocht je ooit moe worden van die Dwergenkoning van je, kom dan vooral terug, dan zullen we tientallen kinderen krijgen die met onze dieren kunnen spelen.'

Ze staarde hem aan en knipperde met haar ogen – één keer, twee keer, drie keer – voordat ze een vlugge blik op Thorin wierp. 'Bedankt, ik zal het onthouden,' wist ze uit te brengen met een nogal verstikte en verraste stem, zich herinnerend hoe Beorn gedacht had dat ze Thorins vrouwe was toen ze elkaar voor het eerst hadden ontmoet.

De beerman glimlachte naar haar vanonder zijn ruige baard en liet haar hand los. Toen gaf hij haar pony een voorzichtig zetje in zijn flank, waardoor het dier in beweging kwam en de anderen achterna stapte, die al op weg waren naar de poort aan de andere kant van het weiland. Ze keek achterom op het moment dat ze de rand van zijn weilanden bereikte en hij stak een hand op als afscheidsgroet, maar verdween uit het zicht toen het gezelschap zich naar het noorden keerde, richting de bosrand van Mirkwood.


Kindle-the-Stars:
Thorin is niet slim bezig, hij heeft Lizzy niets verteld over zijn nieuwe plannen – hier gaat ze niet blij mee zijn!

Reviews en opbouwende kritiek zijn welkom!

Dit is een vraag die ik een poosje terug ook al gesteld heb, maar nu we Goblinstad en Beorns huis verlaten hebben, ben ik nieuwsgierig of jullie meningen misschien veranderd zijn… wat verwachten jullie te zien of wat willen jullie zien wat betreft de relatie tussen Lizzy en Thorin?

Daarnaast kunnen jullie alle updates en sneak peeks volgen en vragen stellen op mijn tumblr ~kindle-the-stars.


xxMarith:

Sorry sorry sorry voor de late update, ik had een familieweekend waar ik natuurlijk helemaal niet meer aan had gedacht vorige week, maar goed, hier dan toch hoofdstuk 23. Ik heb wel veel vertaald het afgelopen weekend (hoewel ik het bij een gebrek aan computer allemaal maar op losse blaadjes heb geschreven, je kunt je dus voorstellen wat een papierchaos ik had toen ik terugkwam) dus het volgende hoofdstuk komt sowieso zondag weer.