xxMarith:
DISCLAIMER: Alleen de vertaling is van mij, het fantastische verhaal is van Kindle-the-Stars!


"No man is offended by another man's admiration of the woman he loves; it is the woman only who can make it a torment."

Jane Austen, Northanger Abbey


De stem van Elizabeth trok Thorin terug uit de strijdwoede die over hem was neergedaald. De wetenschap dat zij veilig was zorgde ervoor dat de waas ietwat helderder werd en hij aarzelde, starend naar Azogs laffe aftocht. Hij had werkelijk overwogen om achter de Bleke Ork aan te gaan en af te maken wat decennia geleden voor de poorten van Moria al gedaan zou moeten zijn, ongeacht het risico dat hij daarbij zou lopen. Toen hij besefte dat hij als enige nog buiten was en dat de rest zich allemaal had teruggetrokken in de veiligheid van het fort, keerde hij zijn wraak voorlopig de rug toe en jogde vlug naar de open deuren.

Zodra hij over de drempel stapte zag hij dat Elizabeth paniekerig naar hem op zoek was. Haar ogen vonden de zijne en haar gezicht klaarde op van opluchting toen hij de veiligheid van het fort binnenstapte en de deuren achter hem dicht begonnen te zwaaien. Hij liep direct naar haar toe, wilde zeker weten dat ze ongedeerd was na haar dwaze handelingen op de klif. Zijn hart had in een golf van paniek samengeklemd toen hij haar had zien rennen en zich van het pad had zien gooien, haar armen sierlijk boven haar hoofd gestrekt tijdens haar duik in het water.

Ze was druipnat en rilde en haar kleren kleefden als een tweede huid onthullend aan de rondingen van haar lichaam. Ze moest haar schoenen hebben uitgetrapt toen ze onder water was, want haar voeten werden enkel bedekt door sokken die natte afdrukken op de stenen vloer achterlieten. Haar ene arm was besmeurd met zwart Orkbloed en hij besefte dat ze minstens tegen één Ork had moeten vechten, hoewel ze gelukkig ongedeerd leek te zijn.

Hij trok zijn jas uit en hing hem om haar schouders. 'Doe nooit, maar dan ook nooit meer zoiets doms,' zei hij streng, met zijn vingers nog steeds in de bontrand van de mantel gewikkeld om hem dicht om haar heen te trekken. Haar haar was donker van het water en drupte over zijn vingers; haar slordige staart was losgeraakt door haar duik en haar haar hing nu nat en warrig over haar rug.

Hun gezichten bevonden zich dicht bij elkaar door hun gelijke lengtes en ze hoefde haar ogen nauwelijks op te slaan om hem aan te kijken. Ze glommen, ondanks de groeiende duisternis nu de deuren dichtvielen. 'Het heeft gewerkt, toch?' zei ze, een zweem van een ondeugende glimlach op haar gezicht.

'Dat doet er niet toe,' gromde hij, terwijl hij de kraag van de jas gebruikte om haar lichtjes naar zich toe te trekken om zijn ongenoegen te benadrukken, waardoor ze op haar tenen naar voren kantelde en het bont van zijn jas langs zijn borstplaat wreef. Haar mond viel verbaasd een stukje open bij deze handeling en ze legde haar koude handen op die van hem. Bij haar aanraking werd hij zich plotseling van bewust van de menigte mensen en stemmen om hen heen en hij liet haar abrupt los.


'Waarom duurde het in Mahals naam zo lang, Fain?' snauwde Lothi toen de deuren dichtzwaaiden. Hij beende naar de commandant van de wacht, die een zware en glimmende wapenuitrusting droeg in plaats van de gehavende en veelgebruikte wapenuitrustingen van de rest van de krijgers.

Fain hield zijn hoofd scheef alsof hij een vogel was die een worm bestudeerde. Zijn gezicht en kaak waren zwaar aanwezig onder zijn grote zwarte baard en dikke wenkbrauwen, hoewel zijn ogen helder en scherp waren. 'We wisten niet dat jij je ook in het gezelschap bevond totdat je voor de deuren stond,' zei hij op een bedrieglijk neutrale toon, onaangedaan door de woedende en kletsnatte Dwerg die voor hem stond.

'Maar het kwam niet bij je op om onze familie toch maar te helpen?' wilde Lothi weten, terwijl hij woest het water uit zijn gezicht veegde.

'Onze familie?' herhaalde hij onschuldig. Hij wierp een blik op Thorins gezelschap en zijn ogen bleven hangen bij de Hobbit. Koning Thorin en de vrouwe die zijn leven had gered stonden er niet bij; Lothi keek vlug rond en zag dat ze dicht bij elkaar stonden en een intens gesprek voerden. De vrouw droeg nu Thorins jas en hij had zijn vingers in de stof gewikkeld om haar dicht tegen zich aan te houden. 'Het eerste wat we zagen toen we het gezelschap echt konden zien was een mensenvrouw die een Elvenzwaard droeg. Ik zag geen reden om de levens van onze krijgers te riskeren voor vreemdelingen, en al helemaal niet tegen Azog,' ging Fain verder.

'Dat was een verkeerde beslissing, commandant,' zei Lothi zacht en dreigend, opnieuw peinzend over de rol van de vrouw in het gezelschap. Hoe vreemd en onmogelijk het idee ook was, gezien de manier waarop zij en Thorin bij elkaar stonden en het feit dat ze eerder die ochtend het koninklijke teken had gedragen, was het erg waarschijnlijk dat Fain er bijna voor had gezorgd dat de verloofde van hun Koning, of op zijn minst de vrouw die hij het hof probeerde te maken, voor hun poorten zou sterven.

Er schoot een gevaarlijke flits door Fains ogen, de eerste echte emotie die hij toonde. 'Let op je toon, wachtpost,' gromde hij. 'Je mag dan wel de zoon van een heer zijn, maar ik sta niet onder jou.'

'Nee, je staat onder mij,' zei een bekende en zware stem. Lothar, de vader van Lothi, stampte de entreehal binnen en zijn lange dienstmantel sleepte imponerend over de vloer. Zijn vaders ogen vonden de zijne, namen even de tijd om zijn zoon te bestuderen en zich ervan te verzekeren dat hij ongedeerd was, en toen richtte hij zijn snijdende blik op de commandant van de wacht. 'Wat is er hier allemaal aan de hand?'

Er viel een stilte.

'Fain, ik vroeg je iets,' herhaalde Heer Lothar streng.

Fain klemde zijn kaken op elkaar, maar deed toch een stap naar voren om antwoord te geven. 'We waren ons bewust van een groep Orks buiten de poorten, maar zagen hen niet als bedreiging. Dit gezelschap,' zei hij, licht snerend, 'daalde af van de Trappen van Gamril en werd onmiddellijk aangevallen. Wij wisten echter niet wie ze waren en waar hun loyaliteiten lagen. De eerste persoon die we zagen tussen de vreemdelingen was een mens en ik zag daarom geen reden om de deuren te openen en levens op het spel te zetten.'

'Je zag dat het grootste gedeelte van het gezelschap uit Dwergen bestond en je vond toch dat het verstandig was om alle hulp te weigeren?' kwam koning Thorin woedend tussenbeide vanaf zijn plek naast de vrouw, hoewel zijn handen de bontkraag van haar jas abrupt loslieten en ze zachtjes terugkantelde op haar voeten. 'Een weerloze vrouw vraagt om jullie hulp en ze wordt genegeerd vanwege haar soort?' voegde hij er op een zacht grommende toon aan toe terwijl hij naar hen toe kwam om boven Fain uit te torenen, die zich niet bewust was geweest van de aanwezigheid van hun koning in het gezelschap.

'Weerloos?' hoorde hij de vrouwe Elizabeth ietwat verontwaardigd zeggen, hoewel ze genegeerd werd.

'Ik – mijn heer Koning, ik had me niet gerealiseerd…' zei de commandant, duidelijk geschokt, en zijn gezicht verbleekte alsof hij een geest had gezien.

'Dat blijkt,' zei Thorin scherp terwijl hij woedend naar de commandant staarde.

'Thorin,' zei Lothar, die zijn hoofd respectvol naar hun koning boog, een ondertoon van verbazing in zijn stem.

'Lothar,' erkende de koning op zijn beurt, zich richtend tot de heer van het fort nu Fain zijn aandacht niet meer waard was. 'Dat is lang geleden.'

'Inderdaad,' beaamde zijn vader, die zijn verbazing goed wist te maskeren. 'Wat brengt u naar mijn vesting, heer Koning?'

'Dat is een lang verhaal en iets wat beter op een rustigere plaats verteld kan worden,' zei Thorin gebiedend, waarna hij omkeek naar zijn gezelschap, dat bij elkaar stond en waarvan velen nog steeds hun wapens gereed hielden. 'Mijn mannen zijn moe en hongerig, zouden zij mogen eten terwijl wij praten?' vroeg hij, hoewel het meer een eis was dan een vraag.

'Natuurlijk, we zullen ons terugtrekken in mijn studeerkamer,' zei Lothar bereidwillig. Toen wierp hij nogmaals een blik op Lohti. 'Vindt u het goed als mijn zoon zich bij ons voegt?' Lothi was hier blij mee, aangezien hij graag meer wilde weten over de reis van de koning. Hij begreep zijn vaders redenen voor het verzoek: niet alleen werd hij opgevoed en getraind om ooit het fort over te nemen, maar zijn vader zou ook zijn kant van het verhaal willen horen over de tocht met het gezelschap over de Trappen en de handelingen van Fain.

Thorin gaf een kort knikje.

'Uitstekend. En breng uw… metgezellin met u mee,' zei hij, aangezien zijn scherpe ogen de aanwezigheid van Vrouwe Elizabeth naast de koning zeker hadden opgemerkt. 'Ik ben bijzonder nieuwsgierig om haar verhaal te horen over wat er voor de poorten gebeurd is.'

Lothi dacht dat hij haar nerveus zag slikken, hoewel ze wel haar schouders rechtte en achter Thorin aan door het bijeengeroepen garnizoen stapte en de entreehal uitliep. Ze was een ongebruikelijk, maar imponerend figuur met haar grote jas, druipend natte haren en gebrek aan schoenen.


Thorin was zich ervan bewust dat Elizabeth zich ongemakkelijk voelde toen de heer van het fort zo nadrukkelijk de aandacht op haar vestigde. Na de woorden van heer Lothar waren alle ogen op haar gericht en aangezien het garnizoen dat hen was komen helpen, de commandant van de wacht en hun gezelschap allemaal in de entreehal verzameld waren, werd ze flink bekeken. Hij zag dat ze een blik wierp op de rest van het gezelschap, nerveus slikte en zich toen zichtbaar herpakte en hem achternaliep. De wandeling naar het kantoor van Lothar was niet lang, maar ze liepen dieper de berg in, door bewerkte en gekerfde tunnels, warm verlicht door het flakkerende kaarslicht dat door de stenen weerkaatst werd.

De decoratie was lang niet zo mooi als hij zich herinnerde van Erebor, aangezien dit een fort was in plaats van een paleis, maar desalniettemin waren de vloeren prachtig gekerfd met herhalende patronen en waren de muren ingelegd met zilver, dat bij de rand van het plafond de omtrek vormde van Dwergenrunen en in knooppatronen door de gang wentelde.

Ondanks het aanvankelijke gebrek aan gastvrijheid bij hun ontvangst, voelde Thorin de spanning in zijn schouders verminderen bij deze vertrouwde omgeving. Hij was niet meer in Ered Mithrin geweest sinds vlak na de val van Erebor, als jonge prins, maar het leek erg op zijn eigen hallen in Ered Luin. Voor het eerst sinds hij vertrokken was voor dit avontuur voelde hij iets van de vertrouwdheid van thuis.

Hij merkte dat Elizabeth niet langer naast hem liep en keek over zijn schouder. Ze was gestopt en liet haar vingers over een van de zilveren knopen glijden, haar gezicht als betoverd. 'Elizabeth,' riep hij zachtjes, plotseling beseffend dat dit de eerste keer was dat ze ooit in Dwergenhallen was geweest. Hij wilde haar bijna niet storen nu ze zo in beslag werd genomen.

Ze keek op van haar tastende verkenning van de muur en kwam weer naar hem toe. 'Dit is… het is ongelooflijk,' fluisterde ze, haar ogen opgeheven naar het bewerkte plafond.

Thorin kon een glimlachje niet tegenhouden bij haar bijna kinderlijke verwondering. Dit was een simpele gang in een fort, bestemd om praktisch te zijn in plaats van groots. De patronen waar ze zo door in beslag werd genomen reikten niet dieper dan de uiterste oppervlakte van de kunst der Dwergse architectuur en het was niets vergeleken bij zijn thuis. 'Wacht maar tot je Erebor ziet,' zei hij zachtjes. Toen het erop leek dat ze nog langer wilde blijven staan om de muren te bestuderen nam hij haar bij de arm om haar in beweging te houden en ze volgden Lothar en Lothi, die een stukje voor hen liepen in de gang.

Ze liepen een grote kamer binnen met een dik vloerkleed en schilderijen aan de muren. Een enorm haardvuur verwarmde de kamer en zorgde ervoor dat het warm en verwelkomend was. Er stonden twee diepe, zachte stoelen voor het bureau en Thorin, wetend dat Elizabeth had staan huiveren in de entreehal, leidde haar naar de stoel die het dichtst bij het vuur stond voordat hij zelf ging zitten. Lothar nam plaats achter zijn grote en ietwat rommelige bureau. Zijn zoon bleef achter hem staan, zijn handen ineengehaakt achter zijn rug, in een duidelijke poging om formeel te lijken, ook al was hij net zo doorweekt als Elizabeth.

Er stond een dampende en verleidelijke kan met koffie op het bureau, samen met een paar mokken, een kannetje melk en een pot suiker. Lothar gebaarde naar het dienblad. 'Zou u het drinken in willen schenken, vrouwe?' vroeg hij en Thorin knipperde verbaasd met zijn ogen. In hun cultuur kregen Dwergenvrouwen van hoge komaf vaak de rol van schenkers tijdens feesten en vieringen, een ceremoniële positie gezien de rol van de vrouw als hoofd van het huishouden: zij zou eerst de heer van de hallen serveren om te laten zien dat er niets mis was met het eten en dat het geschikt was voor hun gasten. Die traditie was geleidelijk doorgesijpeld naar hun etiquette: iemand toestaan om je iets te drinken in te schenken was een teken dat je hem of haar vertrouwde om er niets schadelijks mee te doen.

Thorin zag de irritatie oplaaien in haar ogen en besefte dat ze in haar wereld niet zulke gebruiken hadden. 'Het wordt beschouwd als een eer,' zei hij heel zachtjes en nadat ze even naar hem op had gekeken stemde ze ermee in om de koffie in te schenken. Lothi en Lothar keken met grote interesse toe naar deze korte woordenwisseling.

Ze schonk vier kopjes koffie in en haar vingers bewogen geluidloos en sierlijk over het dienblad. Ze keek vragend naar de twee Dwergen aan de andere kant van het bureau en ze knikten ten teken dat ze hen hun koffie zwart kon overhandigen. Vervolgens roerde ze melk en suiker door de twee kopjes die het dichtst bij hen stonden en gaf er een aan hem, waar hij haar dankbaar voor was – nadat ze op rantsoenen in het wild hadden geleefd genoten ze allebei duidelijk van deze kleine luxe.

Lothar nam een slokje van zijn drinken voordat hij het zorgvuldig op het bureau voor hem zette en zijn handen in elkaar vouwde. 'Nu, ik zou bijzonder graag horen hoe u op zo'n spectaculaire manier op mijn drempel bent geëindigd, heer Koning,' zei hij, waarna zijn ogen nadrukkelijk naar Elizabeth gleden. 'En met zulke… intrigerende metgezellen.'

Lizzy omklemde haar kopje zoete melkkoffie met beide handen en liet de warmte in haar verkoelde vingers sijpelen. Thorins grote jas en de hitte van het vuur naast haar slaagden er goed in om haar weer op te warmen na haar duik in het ijzige smeltwater, hoewel haar kleren nog steeds onaangenaam vochtig aanvoelden en ze bang was dat ze water drupte op de goede stoelen van Heer Lothar. Ze hoefde op dit moment echter niet veel te zeggen en kon dan ook in stilte van haar drinken genieten.

Thorin was begonnen aan een verslag van hun avontuur en liet weinig achterwege. Hij vertelde tot in detail over hun plan om de berg te heroveren en hoe ze elkaar een paar maanden geleden allemaal in de Shire hadden ontmoet. Hij beschreef haar als een vrouw uit een andere wereld en een vriendin van Gandalf, die uitgenodigd was om zich op zijn verzoek bij het gezelschap te voegen, hoewel hij niets vertelde over haar voorkennis. Vervolgens vertelde hij wat er tot nu toe allemaal was gebeurd op hun reis en de andere twee Dwergen luisterden in stilte – Lothars gezicht was uitdrukkingloos en onmogelijk om af te lezen, maar Lothi's mond hing lichtelijk open toen Thorin vertelde over hun aanvaringen met trollen, Goblins, pratende adelaars en mannen die in beren konden veranderen. Lizzy kon zijn verbazing goed begrijpen; nu ze al hun avonturen zo hoorde kon ze nauwelijks geloven dat ze al die dingen zelf ook gedaan had.

Toen ze het punt bereikten waarop het gezelschap de wachtposten op de Trappen van Gamril tegen was gekomen, werd Thorin beleefd onderbroken door Lothar, die Lothi vroeg om het verhaal te vervolgen. Lothi vertelde hoe hij haar en Bilbo had geblinddoekt voor hun tocht op de Trappen, wat hem een goedkeurend knikje van zijn vader opleverde, en beschreef toen hoe hij in het meer was gevallen en hoe Lizzy hem had gered.

Daarna deed Thorin zijn verzoek om boten zodat het gezelschap over de zijrivier kon varen die in de berg ontsprong en zich bij de bosrivier voegde. Ze waren net aan het overleggen hoeveel boten er nodig waren en dat ze zo snel mogelijk wilden vertrekken toen ze commotie hoorden vanaf de gang.

' – zou me nog niet kunnen schelen of hij in een vergadering zit met Mahal zelf, ik wil mijn man zien!' hoorden ze een vrouw schreeuwen voordat de deur openvloog met de kracht van een tornado en luid tegen de muur sloeg terwijl er een Dwergenvrouw naar binnen stormde. Het was de eerste Dwergenvrouw die Lizzy ooit had gezien: ze had donker haar, was rijk gekleed en ongeveer één meter veertig lang. Haar baard was niet wat ze had verwacht – hij was veel fijner dan de baarden van mannen; donker en zacht en hij begon dik bij haar bakkebaarden en werd richting haar kin steeds dunner. Haar ogen gleden door de kamer en zagen Lothi al vlug achter het bureau staan.

'Ristil!' riep hij uit, waarna hij om het bureau heen stapte en haar in zijn armen trok.

Ze kuste hem over zijn hele gezicht en haar handen gleden over hem heen om te kijken of hij gewond was. 'Gaat alles goed, heb je pijn?' vroeg ze zachtjes, waardoor Lizzy het gevoel kreeg dat ze een intiem moment verstoorden, ook al was de vrouw degene geweest die het kantoor binnen was gestormd.

De vrouw werd gevolgd door een klein kind, een jongetje dat zo ongeveer vier jaar oud moest zijn. 'Papa, je bent thuis!' zei het jongetje gelukzalig, waarna hij op Lothi afrende en zijn armen hoog de lucht instak om opgetild te worden.

'Ja, ik ben thuis,' zei Lothi met een glimlach terwijl hij het jongetje optilde. 'En het gaat prima, lieverd,' voegde hij eraan toe, aangezien Ristil hem nog steeds controleerde op verwondingen.

Ze klampte haar handen vast in de natte stof van zijn tuniek. 'Er gaan overal geruchten rond, ze zeggen dat je van de klif bent gevallen – '

'Dat is ook zo,' zei hij en hij knikte naar Lizzy. 'Deze vrouwe heeft mijn leven gered. Ik zou verdronken zijn door het gewicht van mijn wapenuitrusting als zij er niet geweest was.'

Ristil draaide zich naar haar om en zag voor het eerst dat zij en Thorin ook in de kamer zaten. Haar ogen waren donkerbruin, maar erg helder en priemend toen ze Lizzy bestudeerde. 'Dus het is waar, er is een mens in het fort,' zei ze op neutrale toon. Het enthousiasme dat ze een paar seconden daarvoor nog had vertoond was opmerkelijk afwezig in haar toon.

'Ristil, dit is vrouwe Elizabeth Darrow en koning Thorin Oakenshield,' zei hij en de mond van zijn vrouw viel open toen ze haar blik verplaatste naar Thorin. 'Heer Koning, vrouwe, dit is mijn vrouw Ristil en mijn zoontje Raes,' voegde Lothi er voor hen aan toe, terwijl hij van de een naar de ander gebaarde met zijn hand.

Thorin knikte hen simpelweg toe, maar Lizzy schonk hen haar vriendelijkste, meest bekoorlijke glimlach. 'Aangenaam u te ontmoeten,' zei ze, zo charmant als ze kon.

'Het is ook aangenaam om u te ontmoeten, vrouwe,' zei Ristil langzaam, elk woord voorzichtig afmetend. 'Als ik de geruchten moet geloven, heeft u indrukwekkend werk geleverd buiten de poorten.'

Ze werden onderbroken toen Raes aan zijn vaders haar trok om zijn aandacht te trekken. 'Is hij een echte koning?' vroeg het jongetje, zijn grote ogen gericht op Thorin. 'Zoals de oude koningen in Erebor?'

'Precies zoals de oude koningen in Erebor,' zei Lizzy, waarna ze de boos kijkende Thorin met een glimlachje aankeek.

Raes verplaatste zijn blik naar haar en keek erg verward. Hij bestudeerde haar een poosje met het soort nieuwsgierigheid dat alleen kinderen kunnen vertonen, en richtte zich toen tot zijn vader. 'Waarom heeft zij geen baard, papa?'

Lothi keek even paniekerig en draaide zich naar haar om. 'Het spijt me, hij bedoelt het niet beledigend,' zei hij bezorgd.

Lizzy lachte, allesbehalve beledigd. 'Het geeft niets, kinderen zijn van nature nieuwsgierig,' zei ze. Ze zette haar lege mok op het bureau en boog toen naar voren om het kleine Dwergje aan te spreken. 'Ik heb geen baard omdat ik een mens ben. Bij mensen krijgen alleen de mannen een baard, niet de vrouwen.' Ze glimlachte naar het jongetje. 'Je vindt vast dat ik er heel raar uitzie, of niet?'

Raes lag met zijn hoofd op de vochtige schouder van zijn vader en knikte schuw. Toen beet hij op het puntje van zijn tong en stak voorzichtig zijn hand uit om haar kin aan te raken, zijn vingertjes zacht en nieuwsgierig op haar gezicht. Toen trok hij zijn hand giechelend terug.

Grijnzend stak Lizzy haar hand uit en deed hetzelfde, voelend aan de donkere donshaartjes die al op de kin van het jongetje begonnen te groeien. 'Dat is een hele mooie baard die je daar hebt groeien, Raes,' zei ze.

Raes keek heel trots bij deze woorden. 'Ooit wordt hij net zo lang als die van grootpapa,' zei hij, wijzend op Lothar, wiens kastanjebruine baard lang genoeg was om in zijn riem te kunnen steken. De heer van het fort keek aandachtig naar de uitwisseling, zijn handen voor zijn lippen gevouwen en zijn ellebogen steunend op het bureau. Lizzy zag dat zijn ogen nu een stuk goedkeurender stonden dan toen dit overleg net begonnen was.

'Vader, zou ik geëxcuseerd kunnen worden?' voeg Lothi, die duidelijk tijd door wilde brengen met zijn gezin.

Lothar knikte. 'Ja, maar zoek eerst je moeder op en vraag haar om ervoor te zorgen dat de beste kamers klaargemaakt worden voor Thorin en vrouwe Elizabeth,' beval hij. 'En de rest van het gezelschap natuurlijk,' voegde hij er even later aan toe.

Lothi knikte ten teken dat hij het begreep en boog zijn hoofd toen respectvol naar zowel Lizzy als Thorin voordat hij zich terugtrok uit de studeerkamer, zijn arm gehaakt in die van Ristil. Raes keek over zijn vaders schouder toen hij wegliep en zwaaide vrolijk naar Lizzy voordat de deur achter hen dichtviel.

Het drietal werd alleen achtergelaten en Lothar schonk voor hen allemaal nog een kopje koffie in uit de kan. De stenen kan had het gloeiend heet gehouden, ondanks de tijd die was verstreken sinds ze in zijn kantoor gearriveerd waren. 'Een goed verhaal, heer koning,' zei hij, terwijl hij melk en suiker toevoegde aan de mokken van haar en Thorin. 'Ik wens u veel geluk bij uw poging en ik zal u graag helpen door uw gezelschap van boten te voorzien,' zei hij terwijl hij hen de mokken overhandigde. 'Er is echter één deel van uw verhaal dat u niet verteld heeft, een deel dat ik bijzonder graag zou willen horen.'

'Is dat zo?' vroeg Thorin, die één wenkbrauw vragend optrok.

Lothar liet zijn ellebogen weer op de tafel rusten en zette zijn wijsvingers tegen zijn kin. 'Jazeker…' zei hij, zijn strenge, versmalde ogen gefixeerd op Lizzy. 'Denk niet dat het mij ontgaan is dat deze intrigerende jongedame hier het teken van de Vuurbaarden draagt.'


De geur van goed gekookt eten was absoluut hemels, dacht Kili toen het gezelschap meegenomen werd naar de grote hal, waar verscheidene tafels gedekt waren voor de maaltijd. Achterin de zaal stond een lange tafel die volstond met koude vleessoorten, broden en grote schalen geroosterde groentes. Er was een grote pot die vanuit de keukens naar boven was gebracht die vol zat met gloeiend hete, heerlijke vleesstoofpot, warm gehouden door gloeiende kooltjes. Hij kon een glimlach niet onderdrukken: dit was slechts simpel voedsel dat bedoeld was voor een alledaagse lunch, en toch was het beter dan zelfs het beste voedsel dat ze in het wild gegeten hadden. En er gingen nu al geruchten rond over een feestmaal dat gepland stond voor die avond, dankzij het eervolle bezoek van de koninklijke familie aan het fort.

Over geruchten gesproken, hij was zich goed bewust van de fluisteringen en heimelijke blikken die het gezelschap overal volgden. Hun nogal dramatische aankomst was één ding, maar het feit dat hun gezelschap de heersende lijn van Durin bevatte, evenals een mensenvrouw en een Hobbit (twee soorten die de meeste Dwergen nog nooit hadden gezien, afgezonderd in dit fort als ze waren) zorgde ervoor dat ze het onderwerp van gesprek waren. Dit maakte het gezelschap echter niet zoveel uit. Ze gingen zitten en aten samen, genietend van een stevige lunch en lachend om Bilbo's verwonderde blikken door de grote hal.

Kili was op weg om nog een keer op te scheppen toen hij stemmen hoorde op het moment dat hij langs een tafel Dwergen liep. Hij herkende de spreker als Fain, de commandant van de wacht die hen bijna de toegang tot het fort had geweigerd. Aan de tekenen van de kleine groep kon hij ze herkennen als leden van de IJzervuiststam, dezelfde stam als waar zijn verre neef Dain bij hoorde: Dains moeder, Nain, was getrouwd met iemand uit de IJzervuiststam in de IJzeren Heuvels, waardoor Dain zowel een IJzervuist was als een Langbaard, evenals een afstammeling van Durin. Hij was zelfs Thorins erfgenaam na Kili zelf.

'….mensenvrouwen slechts goed zijn voor één ding en dat is een goeie neukpartij achterin een herberg tijdens het reizen,' zei Fain en de groep barstte in lachen uit, niet beseffend dat Kili binnen gehoorafstand was. 'Dat is waarschijnlijk waarom ze haar in het gezelschap houden, een handige hoer om onderweg te gebruiken.'

Kili bleef stokstijf staan toen hij besefte dat ze het over Lizzy hadden en zijn knokkels waren wit in zijn greep om de randen van zijn bord. Hij zette zijn bord langzaam op een nabije lege tafel en stapte op de groep af.

'Maar goed, ik had ook geen hogere waarden verwacht van een groepje bannelingen zoals zij,' voegde Fain eraan toe, waarop de meesten aan de tafel instemmend knikten. De commandant van de wacht zag Kili's vuist niet eens aankomen totdat hij met een misselijkmakend gekraak zijn neus raakte.


Lothar luisterde met zijn vingers tegen zijn lippen gedrukt naar Thorin, die langzaam opnieuw begon te spreken. Het duo had verbaasd geleken dat hij had opgemerkt dat Vrouwe Elizabeth het teken van zijn stam droeg, alsof het vlechtje niet over haar schouder hing zodat iedereen het kon zien. De koning vertelde hoe ze haar voor het eerst hadden ontmoet, dat ze alleen geweest was, ver weg van huis en zonder vrienden. Op advies van Gandalf, een Tovenaar over wie ze allemaal hadden gehoord, hadden ze haar toegelaten tot hun gezelschap en daar had ze al vlug hechte vriendschappen gevormd met verscheidene leden van de groep. Hij beschreef Bifur, een ietwat terughoudende Vuurbaard die mentaal niet helemaal gezond was en alleen maar Khuzduls kon praten. Dit had de vrouw echter niet tegengehouden en ze had met hem gepraat in een taal die erg leek op de Iglishmêk. Nu, nadat ze hun aanbod aangenomen had, deed ze erg haar best om Khuzduls te leren, hun geheime en beschermde taal – het vertrouwen dat Thorin kennelijk in haar had door toe te staan dat ze de taal leerde zei heel veel over zijn mening over de vrouw.

Vervolgens beschreef hij hoe de Gebroeders Ur, Vuurbaarden uit Ered Luin, haar hadden aangeboden om een deel van hun familie te worden en hij voegde eraan toe dat hij vermoedde dat als zij dit niet gedaan hadden, het waarschijnlijk niet lang geduurd had voordat zijn neven, de prinsen, een gelijksoortig aanbod gedaan hadden.

Alles bij elkaar genomen vond Lothar dat hij deze jonge vrouw die het leven van zijn zoon gered had niets kwalijk kon nemen. Na hun eerste kennismaking leek ze beleefd en vriendelijk genoeg, maar het was een hele andere vraag of hij traditie wilde doorbreken en de eerste stamoudere wilde worden die een niet-Dwerg toestond in een stam, waarmee hij ongetwijfeld het grootste gedeelte van de Dwergen in het fort ongunstig zou stemmen.

Hun overleg werd wederom verstoord door een nieuwe commotie op de gang. Er klonk een haastig klopje en toen werd de deur open geduwd. Fain werd sissend en sputterend naar binnen geschoven, als een kat die zich verbrand had, met een indrukwekkende bloedneus. Hij werd bij zijn nekvel vastgegrepen door een Dwerg die Lothar herkende als Dwalin, aangezien hij hem een keer ontmoet had na de verwoesting van Erebor. Ze werden gevolgd door de jongste prins die mokkend achter hen aanliep met een bloedlip.

Zowel Thorin als Vrouwe Elizabeth sprongen overeind bij de aanblik van de gewonde prins. 'Kili, gaat het wel?' vroeg ze bezorgd, terwijl ze hem naar haar stoel leidde.

'Het gaat prima, Lizzy,' gromde hij, terwijl hij zijn tong uitstak om het bloed op zijn lip te proeven. Lothar besefte dat Lizzy een afgekorte versie moest zijn van haar naam, wat de intimiteit tussen haar en de jonge prinsen benadrukte en overeenkwam met Thorins verhaal. Ze knielde naast hem neer en deed een poging om naar zijn verwonding te kijken.

'Wat is er in Mahals naam gebeurd?' donderde Lothar, die overeind kwam en woedend naar de twee gewonde Dwergen staarde. Er gebeurde vandaag veel te veel naar zijn mening.

'Ik zal u vertellen wat er gebeurd is!' snauwde Fain boos, zich losrukkend uit Dwalins greep. 'Deze miezerige prins hier viel me zonder reden aan in het midden van de eetzaal.'

'Is dat waar?' vroeg Thorin, met een strenge blik naar zijn neef.

'Nee,' zei Kili, die onderuitgezakt in zijn stoel zat maar desalniettemin hatelijk naar Fain staarde. 'Ik had een hele goede reden om hem aan te vallen in het midden van de eetzaal.'

'Kili,' zei Thorin waarschuwend, zijn afkeur duidelijk zichtbaar in de harde lijnen van zijn gezicht.

'Hij sprak slecht over Lizzy en ons gezelschap, oom,' zei de jonge prins, die opkeek naar het gezicht van de koning. 'Hij noemde haar – ' Hij aarzelde, wierp een blik op haar en mompelde toen het woord hoer in het Khuzduls.

Thorins gezicht verduisterde onmiddellijk en zijn hand verschoof in de richting van zijn zwaard. Vrouwe Elizabeth trok haar wenkbrauwen op. 'Ik neem aan dat dit een woord is dat ik nog niet gehad heb in mijn Khuzdullessen,' zei ze op neutrale toon vanaf haar plek naast Kili's stoel.

'Is dit waar?' wilde Lothar van Fain weten. Zijn antwoord was een mokkende, schuldige stilte. Hij zuchtte en liet zich weer in zijn stoel zakken. 'Fain, je hebt me genoeg ontstemd voor vandaag. Als je zo denkt over onze gasten dan houd je die gedachten voor jezelf, begrepen?'

'Ja, heer,' mompelde Fain opstandig.

'We hebben het later wel over je gedrag, in de tussentijd keer je terug naar je post. Ik wil tot vanavond niets meer van je horen.'

'Ik loop wel even met hem mee,' gromde Dwalin, die de commandant van de wacht zo ongeveer de studeerkamer uitschoof.

'Waarom ben je een gevecht begonnen?' vroeg Vrouwe Elizabeth toen ze weg waren, nog steeds proberend om naar zijn gespleten lip te kijken. 'Ik wist dat de Dwergen me waarschijnlijk niet zo zouden mogen, het maakt me niet zoveel uit hoe ze me noemen.'

Kili zuchtte en greep haar pols toen ze probeerde om bloed van zijn gezicht te vegen. 'Lizzy…' zei hij, op zachte, liefhebbende toon. 'Ik… ik weet dat je thuis je eigen broers hebt en dat de Gebroeders Ur nu je familie zijn, maar…'

'Maar?' drong ze zachtjes aan toen hij aarzelde en met een hand over zijn gezicht wreef, duidelijk twijfelend over zijn woorden.

De jonge prins slikte en richtte zijn ogen weer op de vrouw die naast hem knielde. 'Ik weet dat we niet echt je familie zijn, maar… jij bent de enige zus die ik heb, Lizzy,' zei hij met een bedroefd glimlachje. 'En als iemand je beledigd dan zal ik je eer verdedigen,' zei hij ferm, beschermend. Toen sloeg hij zijn ogen neer en keek naar zijn schoot. 'Maakt dit me weer een suffie?' vroeg hij met zelfspot, hoewel Lothar niet wist wat dat woord betekende.

Ze vocht duidelijk tegen een glimlach bij zijn woorden. 'Ja, Kili, dit maakt je absoluut een suffie,' zei ze met een zweem van speelsheid. 'Maar dankjewel,' voegde ze eraan toe, terwijl ze zich naar voren boog om hem vluchtig op zijn wang te kussen. 'Ik ben ook trots om jou mijn broer te kunnen noemen, weet je.'

Voor het eerst sinds hij de studeerkamer binnen was gekomen glimlachte Kili echt en trok haar in een vlugge, vertrouwde omhelzing. Lothar kon niet anders dan terugdenken aan Thorins woorden over de hechte banden die de vrouw met het gezelschap had gevormd, aangezien hij het bewijs recht voor zich zag. Thorin schraapte zijn keel en het duo liet elkaar los. 'Elizabeth, zou je ons even alleen kunnen laten?' vroeg hij.

Lothar begreep dat Thorin even alleen met zijn neef wilde praten en stond ook op. 'Vrouwe Elizabeth, zal ik u naar de slaapvertrekken brengen? Er worden ongetwijfeld kamers voor u klaargemaakt waar u een bad kunt nemen en droge kleren aan kunt trekken.'

Ze glimlachte naar hem, duidelijk blij met zijn voorstel. 'Dat zou fantastisch zijn, dank u wel.'

Lothar knikte naar Thorin. 'Voelt u zich vrij om gebruik te maken van mijn studeerkamer.'

Thorin boog zijn hoofd in erkenning en Lothar hield de deur open voor vrouwe Elizabeth. Ze bleef even staan bij Thorin toen ze door de kamer liep om te vertrekken. 'Wees niet te hard voor hem,' zei ze streng, terwijl ze de koning gemakkelijk en zelfverzekerd in zijn ogen keek. Thorin reageerde hier niet op, behalve door haar aan te kijken, maar ze moest iets in zijn ogen gezien hebben aangezien ze knikte alsof er iets besloten was en toen de kamer uit schreed.

Lothar verborg een glimlach terwijl hij haar naar de slaapvertrekken escorteerde en haar vragen beantwoordde over het fort en de betekenissen van het snijwerk op de muren. Een mensenvrouw uit een andere wereld die praktisch een zus was voor de prinsen en geen enkel probleem had met het uitdelen van bevelen aan hun koning… ja, ze was absoluut intrigerend.


Thorin leunde tegen Lothars bureau met zijn armen over elkaar geslagen en keek streng naar zijn jongste neef. Kili zat onderuitgezakt in zijn stoel en wachtte somber op de preek die hij ongetwijfeld verwachtte te krijgen. Het was een hele poos stil, waarbij Kili angstig naar hem op bleef kijken om vervolgens zijn ogen weer neer te slaan. Dit was een tactiek die hij bij zijn beide neven gebruikt had toen ze opgroeiden: weigeren om een woord te zeggen totdat zij eerst iets zeiden. De laatste keer dat hij Kili zo schuldig had zien kijken was toen hij ergens anders had geoefend met boogschieten dan op de veilige schietbaan en bijna iemand verwond had.

Uiteindelijk slaakte Kili een zucht. 'Ben je erg boos op me, oom?' vroeg hij bezorgd terwijl hij naar hem op keek.

Thorin zocht zijn woorden zorgvuldig uit voordat hij sprak. 'Als jouw koning verwacht ik dat je je gedraagt op een manier die passend is voor mijn erfgenamen. Dat betekent ook dat je geen gevechten begint met onze bondgenoten,' zei hij streng.

Kili staarde beschaamd naar zijn schoot.

'Maar…' voegde Thorin eraan toe terwijl hij van het bureau naar zijn neef toe liep om naast hem te gaan zitten. 'Als jouw oom en als vriend van Elizabeth… zeg ik goed gedaan,' zei hij, waarmee hij Kili zo verraste dat hij met open mond naar hem opkeek. 'Hoe hij haar noemde was onvergeeflijk.'

Kili knipperde vlug met zijn ogen terwijl hij deze woorden verwerkte. 'Dus jij en Lizzy zijn nu vrienden?' vroeg hij na een lang moment van stilte.

Thorin keek hem bars aan – dat was niet wat hij gewild had dat zijn neef uit zijn toespraak zou halen. Kili grijnsde naar hem. 'Dat is goed. Na Goblinstad was ik een beetje bang dat het nooit meer goed zou komen tussen jullie.'

Terugdenkend aan zijn woede en de manier waarop hij haar na Goblinstad behandeld had, voelde Thorin iets opwellen dat erg leek op schaamte. Elizabeth had zijn toorn die dag niet verdiend en hij had haar daarvoor nooit echt zijn excuses aangeboden. 'Ze is…' zei hij in een poging om zijn vriendschap met hun adviseur te omschrijven. 'Ze is een ongebruikelijke vrouw, maar ik begin haar deugden in te zien.'

Kili grijnsde nog steeds. 'Nou, je bent niet de enige,' zei hij opgewekt. 'Wist je dat Beorn om haar hand gevraagd heeft?'

'Pardon?' zei Thorin scherp. Zijn gedachten kwamen met een ruk tot stilstand bij dit nieuwtje. Beorn had Elizabeth om haar hand gevraagd? De beerman was niet meer dan een paar uur aanwezig geweest tijdens hun verblijf in zijn huis, maar dat was blijkbaar genoeg geweest om te beslissen dat hij haar als zijn vrouw wilde. Het idee was belachelijk.

'Het schijnt dat hij haar gevraagd heeft om bij hem te blijven en kinderen met hem te krijgen of zoiets,' zei Kili terwijl zijn gedachten tolden en zijn ogen de reactie van zijn oom zorgvuldig bestudeerden. 'Ik ken echter geen details.'

Thorin knikte afwezig, in gedachten verzonken. 'En ze heeft hem afgewezen?' controleerde hij bij Kili, zich plotseling afvragend of ze van plan was om terug te keren naar Beorns hallen aan het einde van hun missie.

Kili snoof geamuseerd. 'Natuurlijk.'

Thorin liet zijn beide ellebogen op de armleuningen van zijn stoel rusten en sloeg een hand over zijn kin, diep in gedachten. Hij wist dat Elizabeths gezicht en gestalte redelijk mooi konden zijn als ze niet bevuild was van het reizen, maar de wetenschap dat ze door anderen als begeerlijk werd gezien was… verontrustend.

'Oom?' zei Kili zacht en Thorin besefte dat hij een paar lange minuten stil was geweest. Hij dwong zichzelf niet meer te denken aan hun adviseur. 'Het… Het spijt me heel erg dat ik je zo voor het blok gezet heb,' zei hij, terugkerend naar hun oorspronkelijke onderwerp.

'Ik denk dat ik het vervelender had gevonden als je niet op was gekomen voor je vriendin en ons gezelschap,' zei hij eerlijk tegen zijn neef, op dat moment beseffend hoe jong hij nog was. 'De les die je hieruit moet leren is dat er betere manieren zijn om geschillen op te lossen dan met je vuisten.'

Kili knikte dat hij het begreep en Thorin kwam overeind. 'Goed, heb je al gegeten?'

'Een beetje, maar toen raakte ik ietwat afgeleid,' zei hij wrang, starend naar de gekneusde knokkels van zijn rechterhand.

'Kom, dan gaan we wat eten zoeken,' zei Thorin, die hem voorging en Lothars studeerkamer uitliep.

Kili kwam gehoorzaam achter hem aan en zijn goede humeur keerde terug. 'Blijkbaar wordt er een feest gehouden vanavond,' vertelde hij tijdens het lopen. 'Muziek, dansen, alles zit erbij.'

Thorin glimlachte bij zijn woorden. Zijn neven hadden allebei te snel op moeten groeien tijdens dit avontuur en ze verdienden de kans op wat vrolijkheid.


De kamer – of beter gezegd suite – waar Lothar haar heen bracht was absoluut prachtig en bevatte een slaapkamer, een zitkamer en een badkamer met een enorme koperen badkuip. Net zoals in Lothars studeerkamer was elke centimeter van de koude stenen vloer bedekt met weelderige, fijn geweven vloerkleden en hingen er mooie schilderijen aan de muur, hoewel deze een stuk vrouwelijker waren. De hoofdkleuren waren rood, bruin en goud, wat de kamer heel warm en uitnodigend maakte. Er bevond zich ook een groot en vrolijk knapperend haardvuur in de zitkamer dat de lucht aangenaam verwarmde, zodat ze Thorins grote jas niet langer zo strak om haar vochtige kleren hoefde te trekken om warm te blijven.

De laatste keer dat ze in zo'n mooie slaapkamer was geweest was maanden geleden in Rivendell geweest, maar waar de Elven hielden van open ruimtes, gaasachtige stoffen en zijden lakens, was het bed hier bedolven onder zacht uitziende vachten, wollige dekens en uitnodigend dikke kussens.

Vorstelijk, was het woord dat bij Lizzy opkwam.

Er zaten drie Dwergenvrouwen in de zitkamer. Ze had Ristil al ontmoet, maar Lothar stelde haar vlug voor aan de andere twee vrouwen, zijn vrouw Autha en dochter Amma. Autha was een stevige en statige vrouw en haar aanwezigheid was absoluut dominerend met haar volle baard en indrukwekkende sieraden. Amma was daarentegen schuw en verlegen: Lizzy zag de gelijkenis met Lothi in haar kastanjebruine haar, dat in mooie krullen over haar rug viel, hoewel zij er een aantal jaar jonger uitzag.

'Dus u bent de mensenvrouw die het hele fort doet gonzen als een verstoord wespennest,' zei Vrouwe Autha, die het voor elkaar kreeg om met opgetrokken neus op haar neer te kijken, ook al was ze een paar centimeter kleiner dan Lizzy. Ze snoof minachtend. 'Ik had verwacht dat u langer zou zijn.'

'Het spijt me u teleur te moeten stellen,' zei Lizzy behoedzaam. Ze wist niet goed hoe ze op die opmerking moest reageren.

'U stelt mij niet teleur,' zei ze ferm met priemende blik. 'U heeft het leven van mijn zoon gered en daarvoor zijn we u onze dank en gastvrijheid verschuldigd.' Bij dit laatste klonk haar toon bijna spijtig. 'U zult zien dat de badkuip reeds gevuld is en dat er kleren op het bed zijn klaargelegd. Mijn dochter, Amma, heeft aangeboden om u een rondleiding door het fort te geven zodra u klaar bent met uw bad,' besloot ze. Bij deze woorden sloeg Amma haar ogen neer en vermeed oogcontact met Lizzy.

'Dank u wel, vrouwe,' zei ze, hoewel ze betwijfelde dat Amma een dergelijk aanbod had gedaan, aangezien het leek alsof ze elk moment de kamer uit kon stormen van verlegenheid, nerveus frummelend aan de zoom van haar jurk. Het was vast moeilijk om de dochter te zijn van een vrouw met zo'n aanwezigheid en krachtige persoonlijkheid.

Met een rondleiding in het vooruitzicht werd Lizzy al gauw alleen achtergelaten in haar tijdelijke slaapkamer. Ze controleerde de temperatuur van het badwater en vond het net iets te heet, dus besloot ze de kamer te verkennen terwijl het afkoelde. De drie kamers waren met elkaar verbonden via bogen in plaats van deuren, hoewel er een scherm was dat het zicht op de badkamer blokkeerde als iemand vanuit de zitkamer naar binnen keek. Wat erg interessant was was dat er een grote houten deur in de zitkamer was die op slot zat toen ze hem probeerde te openen. Ze zag echter nergens een sleutel, dus haalde ze haar schouders op en ging verder met rondkijken.

Er werd duidelijk niet vaak in geleefd, want de kamer bevatte geen huiselijke kleinigheden die een kamer normaal gesproken persoonlijk maakte voor een bewoner. Hij was echter fraai versierd met prachtige decoraties van steen, kristal en glas. Maar wat haar het meest interesseerde waren de grote kaarsen die op verscheidene plaatsen brandden, de enige verlichting in een kamer zonder ramen. Ze werden half bedekt door bollen van gekleurd glas, die warme kringen van rood, oranje, blauw en groen licht in de kamer wierpen.

Na een paar minuten was het bad genoeg afgekoeld om erin te stappen, dus liet ze haar vochtige kleren bij het vuur hangen om te drogen en hing Thorins jas aan het scherm. In tegenstelling tot de Elven, die de voorkeur gaven aan helder, geurend water toen ze in Rivendell een bad had genomen, zat dit bad vol met bubbels. Ze dook meteen met haar hoofd onder water en staarde een paar minuten lang op haar rug naar het prachtige plafond, terwijl de bubbels om haar gezicht dansten en het geluid misvormd werd door het water in haar oren.

Uiteindelijk begon het water koud te worden en ging ze rechtop zitten, waarna ze haar handen boven haar hoofd strekte en zich uitrekte totdat ze iets hoorde knakken in haar rug.

Toen stopte ze en dook instinctief ineen in de badkuip. Ze dacht dat ze een slot had horen omdraaien. Net toen ze wilde besluiten dat het het water in haar oren moest zijn geweest, hoorde ze het zachte maar onmiskenbare gekraak van een deur die open werd geduwd. Haar hart bonsde en haar ogen gleden naar Naethring, die onschuldig tegen het kamerscherm leunde. Nee, ze beeldde het zich niet in: het gekraak van de deur werd gevolgd door het zachte gebons van langzame voetstappen.

Er was iemand in haar kamer.


Kindle-the-Stars:
…Sorry, ik hou nu eenmaal erg van cliffhangers!

Reviews zijn welkom, als jullie nog meer Dwergenheadcanons hebben die jullie willen zien in Ered Mithrin, laat het me dan even weten!

Daarnaast kunnen jullie alle updates en sneak peeks volgen en vragen stellen op mijn tumblr ~kindle-the-stars


xxMarith:
Ohh, sorry sorry sorry het is echt veel te lang geleden dat ik een nieuw hoofdstuk heb gepost. No worries, ik heb deze vertaling zeker niet in de steek gelaten en dat ben ik voorlopig ook echt niet van plan. Het is vakantie, dus echt een goed excuus heb ik niet voor het lange wachten, maar ik moet eerlijk bekennen dat ik een poosje de flow van dit verhaal kwijt was geraakt en besloten had dat ik me maar beter even kon richten op iets anders in plaats van koppig door te vertalen, want dat zou het verhaal geen goed doen, trust me.

Maaaar, vandaag kwam the feeling ineens terug en aangezien ik dit hoofdstuk eigenlijk klaar had en het alleen nog moest proeflezen (wat hard nodig was, oh my zoveel rare fouten) is hier een nieuw hoofdstuk (:

Ik ga niets beloven over een volgende update, maar ik hoop dat het niet heel lang zal duren!