AN.

Jup even een AN vooraf, omdat ik even wat duidelijk wil maken over dit hoofdstuk. Het begin van het vrouwelijk tribuut start met een schuin geschreven gedicht in het Engels. Ik wil even duidelijk maken dat het dus echt een gedicht is wat het Tribuut zelf heeft geschreven, in het verhaal zelf vond ik namelijk niet echt een goed moment om dit uit te leggen. (Het staat wel uitgelegt, maar je leest er heel makkelijk overheen.)
Ook is dit gedicht express in het Engels gedaan, omdat ik het in het Nederlands gelijk minder mooi vind passen. Dit gedicht is eigenlijk ook meer een zang, wellicht kennen jullie het. Je kunt het nummer dus opzoeken op Youtube (Tik in: Gollum's Song - Emiliana Torrini) Je hoeft het niet onder het lezen te luisteren, want ik vind het nummer er niet echt helemaal bij passen het ging mij meer om de tekst.

Wel nu ik dat heb duidelijk gemaakt, wens ik jullie veel lees plezier!


District 9 - Minarextra "Mina" Royale (17) POV. Boete dag.

Where once was light, now darkness falls.
Where once was love, love is no more.
Don't say goodbye.
Don't say I didn't try.

'Freak! Je bent gestoord en eng! Je hoort opgesloten te zitten in een inrichting! Daar hoor je thuis!'

De zoute tranen die over mijn wangen heen rolden voelden al lang niet meer pijnlijk aan. Maar het gelach. Het gelach van de meisjes voor mij. Dat gonsde door mijn hoofd en sneed als een klein dun mes langs mijn ruggengraat. En daar stak het bovenin extra hard in mijn hart.

Ik haalde rasperig adem en wilde wat zeggen, maar ik wist niet wat.

'Ga weg! Voordat je me aanraakt jij vies gedrocht! Ga terug naar je familie, bij de andere gekken daar hoor je thuis!' Het gedreun van hun schoenen op de naakte aarde, bonkte door mijn hoofd. Er was een stevige steek in mijn borstkast en plots leken al mijn zintuigen zich te verbeteren. Ik kon het gesnuif horen van het konijn wat het meisje vast hield waarvan ze bang was dat ik het zou aanraken. Zelfs het nietigste geluidje werd hoorbaar: pezen en spieren die zich spanden, het geruis van haarlokken in de wind en adem die uit de longen werd geblazen.
Maar mijn neus was nog het ergst. Diep binnen in mijzelf wist ik wat er gaande was, maar ik kon er niet tegen vechten. En toen was er die geur. Die sterke metaalachtige geur die nooit te ruiken was als het niet aan het oppervlak was. Maar ik rook het.

Bloed.

En alles werd plots zwart. Ik hoorde alleen nog maar een ver gegil wat eerder in mijn oren klonk als een zacht en heerlijk melodie van zang. De geur van bloed wat nu over mijn handen heen liep bracht me in een uitzinnige roes, een roes die me tegelijkertijd blij maakte, maar diep van binnen doodsbang.

Ik hoorde het konijn in de verte schreeuwen onder mijn handen, maar ik ging door. Gillend, jankend. Toen was er een pijnscheut in mijn rug, sterk, brandend. Maar het maakte mij alleen maar sterker en ik wilde alleen maar door gaan. Voor mijn zintuigen mengde alles zich tot één geheel: het bloed, het geschreeuw. Het was een waanzin die mij dronken maakte waarin ik mij een toeschouwer voelde die alleen niks kon zien. Maar ik voelde het warme bloed over mijn vingers heen lopen en het rook in mijn neus als de heerlijkste bloem.

Iets binnen in mij jubelde hard. En ik wist van wie het afkwam. En ik wist wat het was.

Het Beest.

These tears we cry, are falling rain.
For all the lies you told us.
The hurt, the blame!
And we will weep to be so alone.
We are lost. We can never go home.


Het zachte bed waarop ik lag was een hele geruststelling. Ik opende mijn mond en zuchtte luid. Mijn ogen sloot ik en ik probeerde me te herinneren wat er was gebeurd, maar het enige wat ik me kon herinneren is de metaalachtige geur van bloed.

Elke keer. Elke keer is dat het enige wat ik mij kan herinneren.

'Mina?' Mijn moeders hoofd verscheen om de deur heen, maar ze praatte niet verder. Het enige wat ze deed is naar mijn handen staren en mij daarna vreemd aankijken.

'Lieverd, heb je je vader gisteren nog geholpen in de slagerij?' Ik begreep niet wat ze bedoelde totdat de oh zo bekende geur mij weer tegemoet kwam. Ik draaide mijn hoofd langzaam richting mijn handen, maar ik wilde eigenlijk niet weten wat er aan de hand was.

Maar ik zag het toch. Opgedroogd, rimpelig en stinkend rood bloed. Over mijn hele handen heen. Mijn kleding had ik niet aan, want die lag op een hoopje naast mijn bed, maar ik wist dat daar ook bloedvlekken in zaten.

De blik waarmee ik mijn moeder aankeek zei al genoeg. Ik had mijn vader niet geholpen in de slagerij. Ik had weer een black-out gehad, maar was wel in mijn bed beland. En dat was zeldzaam.

Al sinds een hele jonge leeftijd heb ik black-outs waarin ik niet meer weet wat ik doe en wie ik ben. Het enige wat er dan door mijn hoofd heen gonst is dat ik iedereen het liefste pijn wil doen en ook zo lang mogelijk. De kinderen uit het District durven mij niet eens meer aan te kijken en durven al helemaal niet meer bij mij in de buurt te komen, maar ze schreeuwen van een afstand. Ze schreeuwen. Ze schreeuwen gemene dingen die meer pijn doen dan elk wapen in de wereld.

'Oh lieverd toch...' Mompelde mijn moeder terwijl ze snel met een haperende ademhaling naar de badkamer rende. Ik wilde mijn handen naar mijn hoofd brengen, maar de rode kleur stak zo fel af dat ik begon te gillen. Doodsbenauwd en geschokt.

Ik was het nog steeds niet gewend. En het zal ook nooit wennen ook.

Mijn moeder kwam mijn kamer niet binnen om mij gerust te stellen. Ik hoorde haar nergens meer. Maar ik hoorde wel boze stemmen vlak voor mijn raam.

'Dat kind hoort in het gekkenhuis! Ik eis dat ze daarheen wordt gestuurd en wel onmiddellijk!'

'Alstublieft, ze kan er zelf ook niks aan doen. Het is niet haar schuld.' Mijn moeders smekende stem klonk zachtjes en wanhopig. Ze keek de andere ouders die voor haar stonden bang aan als of ze dacht dat ze haar elk moment zouden aanvallen. Ik kende die mensen. Dat waren de ouders van de kinderen bij mij in de klas. De kinderen die schreeuwden.

'Ze heeft het konijntje van mijn dochter zonder medelij opengereten! Dat noem ik schuldig aan moord!' Ik wilde het niet meer aanhoren. Ik wilde het niet meer horen dat ik konijnen bloed over mijn handen en kleding had zitten. Maar het stelde me wel gerust. Het was geen mensen bloed, het was maar van een dier afkomstig.

Ik stond op en liep geluidloos naar de badkamer toe waar een half vol gelopen bad op de grond stond. Ik ging mijn moeder niet halen, maar stapte zo al in het bad en bleef even roerloos zitten waarna ik langzaam en zachtjes over mijn handen begon te wrijven met een groot stuk zeep. De zeep nam langzaam de kleur van het bloed aan, maar het verliet mijn handen en daar ging het om. Ik wilde het niet als schuld aan mijn handen dragen. Ik droeg de herinnering aan bloed al op mijn hoofd.

Mijn rode haar viel lang en een beetje sluiks tot aan mijn middel. Het was kaarsrecht, zonder een golfje erin. Mijn blauwe ogen zochten nog naar plekken op mijn lichaam waar misschien bloed kon zitten, maar ze zagen niks. Ik was behoorlijk dun, ook al verdiende mijn vader genoeg om ons altijd eten te kunnen geven. Ik had ook niet echt vrouwelijke vormen, dus misschien lag het daaraan.

Mijn moeder kwam met een wit gezicht binnen lopen, maar kon het opbrengen om mij een glimlach te schenken.

'Hier lieverd.' Ze bleef me zo noemen. Na 17 jaar noemde ze me nog steeds zo. Ik was nog steeds haar lieverd, ondanks alle dingen die ik in mijn leven heb gedaan. Ondanks alle problemen en pijn.

Ze hield een handdoek uitgestrekt voor zich en ik stapte uit het bad en liep er zo recht in. Ze gaf me nog een glimlach, maar het bracht de twinkeling niet in haar ogen die ik normaal altijd zag. Ik begon me af te drogen waarna ik na een tijdje een zachte klop op de deur hoorde. Mijn moeder gaf me mijn Boete kleding aan maar glimlachte niet meer.

De zachte turkoois gekleurde blouse die van zijde was leek mijn vingers te strelen. Hij had geen mouwen, maar wel prachtig mooie gouden knoopjes rond de hals. Ik trok hem snel aan en mijn moeder overhandigde mij mijn witte rok. Ik haatte de kleur wit. Ik zag er daardoor altijd nog bleker en fragieler uit dan dat ik al oogde. Terwijl ik helemaal niet zo fragiel was. Als ik even niet aan mijn black-outs dacht die elk moment konden plaatsen vinden dan was ik een vrolijk, dapper en normaal meisje. Ik was dus helemaal niet zo fragiel, maar best wel sterk.

Ik trok de jurk ook aan en trok hem over de blouse heen tot aan mijn taille. Hij kwam aan de achterkant tot aan mijn enkels maar aan de voorkant liep hij wat korter op zodat ik er niet overheen zou struikelen. Mijn moeder begon door mijn haar te kammen en deed het in een vissengraat vlecht waarna ze even naar me bleef staren.

'Kom. Je vader is vast al op ons aan het wachten.' Ze pakte mijn hand vast, maar ik voelde hoe ze lichtjes trilde. De mensen die tegen haar hadden staan schreeuwen vanochtend hadden haar banger gemaakt voor deze dag dan dat ze normaal was.

Ik zou nu normaal met mijn vader aan het schaken zijn geweest. Oh wat hou ik van dat spel. Ik kon me daar helemaal in verliezen en de hele wereld eventjes vergeten. Maar nu zag ik mijn vader mistroostig op zijn stoel zitten terwijl hij me aankeek. Met zijn blauwe ogen die ik van hem had geërfd.

'Geen van jouw daden zullen er ooit voor zorgen dat we minder van je houden Mina. Onthoud dat, oké?' Hij kuste me op beide wangen en ik glimlachte naar hem. Een brede glimlach, eentje die ik echt meende. En toen ik naar mijn moeder opkeek zag ik dat haar ogen weer twinkelde. Zelfs op de dag van de Boete.


District 9 - Ash Palmer (12) POV. Boete dag.

Het grote meer klotste en schuimde toen ik er in sprong. Het water ging voor mijn lichaam aan de kant en nam me op als of ik bij hen hoorde. Vissen schoten snel van mijn lichaam weg en ik voelde met mijn tenen aan het zand wat zo zacht was als fluweel. Met mijn vingers ging ik door de ranken heen van verschillende planten.

Ik herkende alles. Het was altijd hetzelfde. Niks veranderde hier, zoals het hoorde.

Bellen ontglipten van mijn mond en neus toen ik mij afzette tegen de bodem en met een snelle beweging van mijn armen binnen een paar seconden aan het oppervlak kwam. Ik haalde diep adem en opende mijn ogen om de nog zacht schijnende zon te verwelkomen.

Het was muisstil om mij heen. Het water golfde zachtjes van mij weg en vormde waterkringen in het water die uit elkaar dreven. Ik ging met mijn hand door mijn blonde haar en krabde even aan mijn kruin waarna ik lachte en in een vlugge beweging weer onder water dook.

Het water kon je niet echt schoon noemen. Het was troebel en als ik mijn ogen open deed prikte het verschrikkelijk, maar het was het enige schone meer wat nog in de buurt was. Voor het lassen van metaal was namelijk veel verkoelend water nodig en kleine meertjes waren perfect. Dit was het enige meer dat niet werd gebruikt door de fabrieken.

Ik draaide me vloeiend om in het water en liet me op mijn rug drijven. Ik hoorde vogels zachtjes kletteren en besefte me dat de zon achter de dikke wolken was verdwenen. Zuchtend zwom ik terug naar de kant waar mijn kleding op een hoopje lag samen met een kleine handdoek die zoveel gaten had dat hij wel uit elkaar moest vallen als ik hem op zou pakken.

Maar dat deed hij niet en ik droogde me er langzaam en rustig mee af. Ik schudde met mijn blonde haren zodat de druppels in het rond vlogen. Ik kamde het met mijn handen naar voren zodat het over mijn voorhoofd heen viel en op een schattig manier voor mijn donker bruine ogen hing. Aan mijn puntige kin hing nog een druppel en mijn dunne lippen smaakte naar het water uit het meer.

Ik trok mijn witte shirt en zwarte broek aan en keek nog even naar het meer waarna ik besloot toch maar naar huis te gaan. Normaal bleef ik minstens een uur lang zwemmen, maar dat was op een normale dag. En vandaag was nou niet bepaald normaal.

Ik had er weken lang nachtmerries over gehad, maar vannacht van alle nachten had ik rustig geslapen.

Zachtjes zuchtend liep ik het stijgende pad op richting thuis. Terwijl ik mijn blonde haar naar voren bleef kammen met mijn vingers vroeg ik me af hoe vaak ik me moest gaan inschrijven voor genoeg eten. Ik had totaal geen verstand van het bonnen systeem aangezien dit mijn eerste Boete was.

Mijn eerste Boete.

Ik zuchtte nogmaals luid en keek op toen de zon weer even door de wolken heen scheen. Ik zag mijn kleine huis staan tussen de grote bomen en glimlachte toen ik mijn vader zag worstelen met een bijl.

'Pap, dat doe ik wel.' Grijnzend pakte ik de bijl van hem over en sloeg het stuk hout kapot. Mijn vader Nabu keek me met een kleine glimlach aan en depte het zweet van zijn voorhoofd met een kleine zakdoek af.

Ik hield erg van houthakken. Bijna net zo erg als dat ik van zwemmen hield. Als ik dat niet elke ochtend kon doen dan werd ik zo chagrijnig dat niemand me nog zou herkennen als de onschuldige verlegen jongen die ik normaal altijd was.

Plots kwam er geblaas en gemiauw boos achter de boomstam vandaan waar ik op stond te hakken. Mijn kat kwam met zijn gelige ogen over de rand heen kijken en keek me boos aan. Kennelijk had ik een stuk hout op hem gegooid en daar was ik niet blij mee.

'Niet zo chagrijnig kijken Kruimel, daar krijg je rimpels van.' Lachte ik en als het mogelijk was keek Kruimel mij alleen nog maar bozer aan. Zijn fel hing in grote plooien rond zijn gezicht zodat hij alleen maar bestond uit één en al rimpel. Zijn naam had hij te danken aan het feit dat we geen geld hadden om hem normaal kattenvoer te geven en dat hij dus altijd alle restjes en kruimels van ons kreeg. En dat was niet veel.

'Ash! Ga je maar klaar maken voor de Boete.'

De Boete.

Ik slikte en legde de bijl neer terwijl ik zachtjes knikkend naar mijn vader naar binnen liep. Ik zag de nachtmerries weer voorbij flitsen. Ik droomde altijd hetzelfde. Ik stond op het plein terwijl er een enge groene man op het podium stond en die na een paar seconden mijn naam riep. Ik was dan een Tribuut geworden.

Elke keer was het die droom. Mijn vader wist er niks van af, want ik had hem er niet over verteld, omdat hij vroeger altijd zei dat als je één droom meerdere keren had hij uitkwam. Iets wat ik in dit geval dus absoluut niet wilde.

In de badkamer aangekomen haalde ik een natte doek over mijn gezicht en nek en trok mijn vieze kleding uit. Op mijn tenen lopend liep ik naar mijn eigen kamer toe en pakte het eerst de beste nieuwe kleding stuk eruit en trok het aan.

Ik wreef in mijn ogen en haalde even diep adem waarna ik mezelf streng toesprak dat ik me niet zo zielig moest gedragen. Maar het hielp niks. Ik bibberde over mijn gehele lijf heen en ik wist zeker dat ik zo wit was als mijn shirt.

'Ash, ben je klaar? Het is tijd.' Mijn vaders donker bruine ogen keken me medelijdend aan en voor een moment wist ik niet wat ik moest zeggen. Ik liep dus naar hem toe en knuffelde hem terwijl ik mijn tranen probeerde binnen te houden.

'Pap, ik ben bang.' Mompelde ik zachtjes. Ik vroeg me af of ik wel verstaanbaar was aangezien ik mijn gezicht tegen zijn shirt had aangedrukt. Ik voelde zijn hand plots over mijn haar heen gaan en zijn andere over mijn rug.

'Rustig, maar Ash. Er zal je niks gebeuren.' Hij trok mij van zich af en gaf me een warme glimlach. Hij glimlachte niet vaak en het was zeldzaam als ik het hem zag doen. Dus hij moest wel gelijk hebben.

'Je moeder zei vroeger altijd dat ze wist dat je later sterk en groot zou zijn. En dat je je door de Boetes heen zou slaan.' Zijn ogen kregen opeens een verdrietige blik bij het noemen van mijn moeder. Ze was drie jaar geleden overleden samen met mijn twee kleinere zusjes aan een onbekende ziekte. We hadden geen geld voor een dokter en al helemaal niet voor medicijnen. Ze stierven na elkaar op dezelfde dag. Mijn vader had nog nooit zoveel gehuild en ik zag hem daarna nog maar nauwelijks glimlachen.

Hij woelde nog een laatste keer door mijn haar waarna hij mijn hand pakte en we naar buiten liepen om naar de Boete te gaan.

Mijn gebibber werd er niet minder op naarmate we steeds dichter bij het stadsplein kwamen. Mijn vader en ik woonde aan de rand van de stad waar het niet druk was zodat we in rust en vrede konden leven. We kregen dan ook niet veel mee van de gebeurtenissen die zich hier voordeden. Ik was dan ook nog nooit eerder naar een Boete geweest, omdat het geen nut had volgens mijn vader.

Ik zag verschillende meisjes haastig pratend op hoge hakken naar het plein toe rennen terwijl ze elkaars handen vast hadden. Als of ze elkaar niet los durfde te laten. Ik hoorde steeds meer geluiden van mensen die haastig, boos, verdrietig of wanhopig liepen te fluisteren. Het stelde me niet echt gerust. Ik werd er juist meer zenuwachtig van dan dat ik al was.

Ik had het niet eens door toen ik aan mijn nagels begon te bijten en mijn knieën steeds meer begonnen te knikken. Ik kon nauwelijks over de steeds dichter wordende mensen massa heen kijken aangezien ik nogal klein was, maar toen ik de schermen zag bleef ik abrupt stil staan.

Natuurlijk had ik ze wel eens gezien op de tv waar iedereen in het District verplicht naar moest kijken, maar om er nu echt zelf voor te staan was nog veel angstaanjagender. Vooral, omdat de man uit mijn dromen er met zijn groene haar er groot opstond terwijl hij glimlachend met een kleine kalende man stond te praten.

'Ash?' Vroeg mijn vader stilletjes en bleef naast me stil staan terwijl ik met grote ogen naar het scherm keek. Mijn kleine hand in zijn grote ruw voelde opeens klam en zweterig aan. Ik liet hem los en begon ook aan die hand op mijn nagels te bijten.

'Ash, kom op. Je moet je inschrijven.' Ik keek hem aan en schudde zachtjes mijn hoofd heen en weer. Konden we niet gewoon weg gaan? Konden we ons niet gewoon thuis verstoppen?

'Ik kan niet met je mee daarnaar toe. Kom op, je moet het zelf doen. Denk maar aan wat mama altijd zei vroeger.' Hij gaf me een zetje naar de rij met jongens. Ik zette langzaam een paar stappen in die richting, maar draaide me nog even om om mijn vader aan te kijken. Hij gaf me opnieuw een glimlach en wuifde daarna naar de rij. Ik knikte en begon weer langzaam wat stappen te zetten richting de rij.

Ik kon dit wel aan. Ik kon dit overleven. Ik was sterk. Precies zoals mama het altijd had gezegd.


Minarextra "Mina" Royale (17) POV.

Het voelde vreemd, stroef, maar ook een beetje bevredigend aan dat ik nu tussen de mensen massa stond. Als of ik niks verschilde van hen. Als of ik normaal was.

De Burgemeester die stilletjes het verdrag stond te prevelen was een kleine kalende man die eruit zag als of hij al veels te lang had gewerkt en zwaar overspannen was. Ik keek hem recht aan zodat ik de ogen om mij heen niet zou opmerken. De meisjes die altijd tegen me schreeuwden probeer zo ver mogelijk van mij af staan. En ik vertelde mezelf dat het niet was vanwege mijn gedrag, maar omdat het warm was en het daarom niet fijn was om tegen elkaar aan te staan.

Ik kneep mijn ogen even dicht en opende ze daarna waarna ik met een scherpe blik naar het podium keek. Mijn ogen moesten even wennen aan de felle zon die opeens achter de wolken vandaan was gekomen waardoor ik het niet merkte dat de Begeleider op was gekomen.

Hij droeg een grijs pak met vele oranje strepen er over heen lopend als of het vuur streepjes waren. Las streepjes op metaal om precies te zijn. Wat bij ons District paste. Zijn donker groene haar was half lang en het viel golvend om zijn hoofd. Groen. Mijn lievelingskleur.

Ik glimlachte zwakjes en richtte mijn blik weer naar de begeleider die breed grijnsde en zijn armen weid open had. Als of hij de mensen hier wilde omhelzen. Als of hij zijn slachtoffers een laatste groet wilde geven.

'Welkom, bij de Boete van District 9! En wat een prachtig District is het toch! De inwoners zullen er dan ook heel trots op zijn.' Zijn Capitool accent was extreem en zijn handen zaten vol met vreemde ringen die alle kleuren leken te hebben.

'Ik zal jullie niet langer in spanning laten. We gaan beginnen met de meisjes.' Hij knipoogde onze kant op, maar het was er niet een die smerig over kwam. Het kwam echt eerlijk vrolijk over en het was aanstekelijk. De glimlach die zich vormde rondom mijn mond leek niet geforceerd te zijn, maar zag er wel misplaats uit tussen al de meisjes om mij heen die zo bang en mistroostig keken.

'De vrouwelijke Tribuut voor de 68ste Honger Spelen zal zijn...' Hij ontvouwde het papiertje en keek er heel kort naar waarna hij één blik wierp op ons vak en zijn armen weer weid opensperde. Hij leek net een vogel en ik keek gefascineerd naar zijn gele lippen die zich in slow motion leken te bewegen en de naam vormde van het meisje.

'Minarextra Royale! Gefeliciteerd!' Het bleef doodstil in mijn hoofd. Ik keek niet met ongeloof, verdriet of woede naar de Begeleider. Neen. Ik kon alleen doodstil naar de verte staren terwijl ik over geen enkele emotie bleek te beschikken.

En toen was er die schreeuw. Die zo bekende schreeuw. De schreeuw van de meisjes naast me. Ik voelde hun koude haatvolle blikken op mij gericht, maar het mes wat normaal mijn hart leek te doorboren was er niet. Ze waren verleden tijd geworden.

Dit was mijn kans om uit het District weg te komen. Mijn kans om van mijn hel op aarde te ontsnappen. Van mijn vaders slagerij te ontsnappen, waar ik de dieren zonder medelijden afslachtte omdat ik de gezichten van de meisjes voor me zag. Ik kon ontsnappen van alles.

Maar ik moest het misschien bekopen met mijn leven. En ik moest het nu al bekopen met mijn familie. Opeens kwamen de emoties in mijn lijf terug als een keiharde klap in mijn maag. Ik zou misschien dood gaan.

Het gedicht wat ik tussen mijn black-outs had gehoord leek opeens helder voor mijn ogen te staan. Ik moest me vast pakken aan het hek waardoor de vredesbewakers mij ook vast konden pakken. Ik rekte mijn andere hand nog uit naar de meisjes naast mij. Maar niemand wilde hem pakken. Niemand wilde mij helpen. Ik stond er alleen voor.


Ash Palmer (12) POV.

Ik schrok op van de schreeuwende geluiden die uit het meisjes vak kwamen. Maar het was niet van het meisje wat als Tribuut naar voren moest komen.

Nee. Het waren de meisjes die naast haar stonden die haar uit stonden te joelen en te lachen. Ik vroeg me af waarom. Hoe konden ze zo gemeen zijn tegen iemand anders die zo'n vreselijk lot tegemoet moest gaan?

Het meisje met de rode haren werd meegevoerd door de vredesbewakers die er niks aan deden om het gejoel te stoppen. Maar toen bleef het plots niet meer bij de meisjes die naast haar stonden. Langzaam begonnen meer mensen mee te klappen en te juichen. Zelfs te gillen van plezier.

Een ijskoude rilling liep over mijn rug heen toen er zelfs jongens uit mijn vak mee begonnen te klappen. Mijn vak. Twaalfjarige stonden hier te juichen om een meisje wat hoogstwaarschijnlijk dood zou gaan. Iedereen genoot ervan.

Ik werd misselijk toen het meisje op het podium stond en er een bom van geklap en gejuich uitbrak. Uit haar eigen vak en het publiek kwam het nog het meest. Ik draaide me om en zag mensen met enorme glimlachen op hun gezicht staan.

Behalve één vrouw en één man. De vrouw was in elkaar gezakt op de grond en bedekte haar gezicht met haar handen. De man stond er roerloos naast en zag eruit als of hij het liefst iedereen om hem heen wilde afslachten.

'Stilte alstublieft, ik snap dat u enthousiast bent!' De grijnzende begeleider leek het geweldig te vinden dat er mensen stonden te juichen in een District dat geen beroeps voort bracht. Zijn uiterlijk maakte mij alleen maar nog misselijker en de droom beelden flitsten langs mijn ogen voorbij.

'Goed, we zullen verder gaan met het mannelijke Tribuut!' Het werd in één klap stil. De Begeleider liep met een nog vrolijkere hups naar de jongens bol toe en greep er in één keer een papiertje uit.

'Dames en heren, het mannelijke Tribuut voor de 68ste Honger Spelen zal zijn,' Het gekraak van het papier leek pijn te doen in mijn oren en ik had nauwelijks nog nagels over om op te bijten.

'Ash Palmer!'

Mijn moeders woorden leken te echoën in mijn hoofd. Beloof me dat je altijd sterk en dapper zult zijn. Maar mijn naam was genoemd. Mijn lot was bezegelt. Ik was een Tribuut geworden.

Ik was nooit sterk of dapper geweest. Nooit. Ik was iemand die vluchtte voor zijn angsten en ze uit de weg ging.

Vluchten.

Ik keek naar de Begeleider die nogmaals mijn naam omriep en ik vroeg me af wat ze zouden doen als ik hier nu van deze plek weg zou rennen de bossen in. De zucht die over mijn lippen ging leek wel een eeuwigheid te duren. Ik draaide me om en wilde het hek aan de kant duwen om te gaan rennen.

Maar toen zag ik mijn vader staan. De blik in zijn ogen zette mijn hele wereld stil en voordat ik het doorhad werden mijn armen vastgegrepen door twee vredesbewakers. Ik bleef hem aankijken terwijl ik achteruit werd getrokken om naar het podium te lopen.

Zijn bruine ogen hadden nog nooit zo bang en triest gestaan. En ik wilde het liefst wat naar hem roepen, maar toen merkte ik dat meer mensen mij zo aankeken. Dat bijna alle mensen mij zo aankeken. En nu juichte ze niet meer. Ze joelde en gilde niet meer. Ze klapte zelfs niet meer. Het was zo stil op het plein dat mijn tegen stribbelingen moesten klinken als het hardste gebonk.

Ik voelde iedereen zijn ogen op mij toen de vredesbewakers ruw mijn hoofd opdraaide en me richting het podium duwde. Ik kon het niet aan, het gevoel dat iedereen mij bekeek maakte me alleen nog maar banger.

'We hebben onze twee Tributen dames en heren! Het daverend applaus heeft u al gegeven dus ik zal niet meer van u vragen dan een vriendelijk groet. Wens ze geluk!' Nog maar een paar mensen klapte zachtjes, maar het was nauwelijks te horen toen ik de hand schudde van het meisje met de rode haren. Ik was helemaal van de wereld. Ik wilde alleen nog maar mijn vader spreken.


Hyperventilerend keek ik naar elk raam waar ik mogelijk uit kon ontsnappen, maar ze waren allemaal beschermt door tralies. Alle muren leken op mijn af te komen en pas toen de deur open ging en mijn vader binnenkwam leek de kamer niet meer rond te draaien.

'Pap!' Ademde ik en rende naar hem toe. Hij pakte me zo stevig vast dat ik bijna geen adem meer kon halen. We bleven zo voor een lange tijd staan, maar het leken maar een paar seconden.

'Hier hou dit bij je. Hij was vroeger van mij. Ik had hem aan je moeder gegeven toen we verkering hadden.' De tranen die over zijn wangen heen liepen trokken mijn aandacht niet meer. De armband die in mijn hand lag wel. Hij blonk in het vale licht wat zacht door de ramen heen scheen. Het waren blinkende donker grijze steentjes die naast elkaar waren vast gebonden.

Ik keek mijn vader nog even aan, maar begon langzaam te snikken toen ik zag hoe er vredesbewakers bij de deur stonden. Klaar om hem mee te nemen.

'Ik zal je missen zoon.' Fluisterde hij en de vredesbewakers pakte hem bij zijn armen vast. Ik liet de armband op de grond vallen en snotterend probeerde ik de vredesbewakers van hem af te duwen.

'Nee! Nee! Laat me niet alleen! Alsjeblieft!' Ik werd met een keiharde klap terug geduwd en de deuren sloten met een harde bonk die nog lang na echode in mijn hart.

Ik was gebroken.


Minarextra "Mina" Royale (17) POV.

Mijn moeder was voor mij neergezakt en zat huilend met haar hoofd in mijn schoot. Haar tranen belandde in mijn witte rok en ik kon niks anders doen dan met mijn hand door haar haar heen strijken en haar proberen te gerust stellen.

Mijn vader keek me niet aan. Hij staarde met een holle blik naar het raam boven mij terwijl hij zijn vuisten woedend had gebald.

'Shh. Het is goed.' Mompelde ik zachtjes. Mijn moeder keek op en haar gezwollen rode ogen hielden elke emotie vast waarover ze kon beschikken.

'Het is een bevrijding mam. Ik ben eindelijk weg van mijn hel op aarde.' Ze zei niks en ik wist waarom. Ze begreep me niet. Ze begreep niet dat ik de dood over mijn leven hier in het District verkoos. En ik beschuldigde haar er ook niet van dat ze het niet begreep.

Niemand begreep mij.

'Het is tijd.' De brute vredesbewaker begon mijn vader al mee te nemen.

' Geen van jouw daden zullen er ooit voor zorgen dat we minder van je houden!' Hoorde ik hem nog schreeuwen en de andere vredesbewaker begon mijn moeder ook mee te nemen. Ze probeerde zich aan mij vast te klemmen, maar ik pakte haar handen vast en keek haar recht aan en gaf haar een glimlach.

'Leef gelukkig.' Mompelde ik nog en twee tellen later was ze verdwenen. De houten deur viel dicht en ik bleef even roerloos zitten.

Niemand begreep mij. En ik had niks of niemand nodig die mij herinnerde aan mijn District. Ik zou zonder overleven.

En zo zat ik hier alleen. Met de zon zacht schijnend op mijn gezicht.

In vrijheid.


Jup. I know. Er is alweer een konijntje dood. De tweede al en de Spelen zijn nog niet eens begonnen :') -Evil Laughter-

Erhm. Oké. Nu we dat ook weer hebben gehad gaan we door met de echte AN. :)

Ik wil héél graag jullie mening weten over deze twee karakters. Aangezien Mina best extreem is, en Ash misschien te veel lijkt op Riley (Ik hoop van niet!). Ik heb heel erg mijn best gedaan op hun stukjes en ik hoop dan ook heel erg dat jullie er tevreden mee zijn.

Ook snap ik dat de Boetes langzamerhand nogal.. erh.. saai worden aangezien het steeds het zelfde is. Ik probeer het zo gevarieerd mogelijk te houden, maar als jullie vinden dat ik daar niet mijn best op doe, vertel me dat dan even dan kan ik daar wat beter op letten.

Goed de punten van de vorige reviews:

LaFlorine - 20 Punten.
Greendiamond123 - 18 Punten.
MyWeirdWorld - 20 Punten.
SirWalsingham - 10 Punten.
FF-Schwarz - 12 Punten.
MadeByMel - 10 Punten.
EllaTaglof - 11 Punten.
JoyMainhood - 6 Punten.
LauraTwilightHungerGamesHPfa n - 13 Punten.
Sharonneke95 - 6 Punten.
Cicillia - 12 Punten.
Leakingpenholder - 20 Punten.
Florreke - 12 Punten.
LeviAntonius - 3 Punten.

Jullie kunnen straks behoorlijk sponsoren volgens mij haha.
Ik heb trouwens alle strijdwagen costuums af! (Jippiee) Als ik goed zou kunnen tekenen, had ik ze op papier gezet... maar ja, dat kan ik niet haha. Ik zal ze zo uitvoerig mogelijk beschrijven als de tijd daar is voor de strijdwagens! Vinden jullie het trouwens erg als ik ze niet zo vreselijk cliché maak zoals in de boeken? Ik heb mijn fantasie namelijk nogal zijn gang laten gaan haha.
En hebben jullie al zin in de Capitool hoofdstukken? Ik namelijk echt héél erg! Ik kan eigenlijk niet meer wachten!

Nog een laatste mededeling: Ik zal voor ander halve week niet kunnen updaten aangezien ik dit weekend super druk heb met werk en inpakken voor mijn intro week en de dagen daarna zit ik op één of andere achterlijke locatie zonder internet. Zucht. Ik ga denk ik dood.
Er is dus ook een kans dat ik niet reageer op reviews aangezien ik daar gewoon nauwelijks tijd voor heb, maar dit betekend niet dat ik ze niet lees en er heel erg blij mee ben (:

Zucht. School begint meer. Het is nu 1 uur 's nachts en ik ben nu down, dus vrolijk me op met een lieve review! Ik kijk er naar uit en laat je mening weten! En denk ook aan het punten verdienen, ik hou van kritiek dus geef me die ook als je iets niet goed vind aan het hoofdstuk/verhaal.

Liefs,

Jade