AN: Nog even een hele korte mededeling vooraf. (:
FF-Schwarz had mij gevraagd om de leeftijden van de Tributen er bij te zetten. Dus het gene tussen de haakjes is hun leeftijd, misschien is het ook wel wat handiger, anders kun je het nogal snel vergeten (: Ik heb dat ook bij de vorige hoofdstukken aangepast. Als jullie het dus ook fijn vinden moeten jullie even FF-Schwarz bedanken haha!

Maar goed, nu door met de nieuwe Boete (de één na laatste!)


District 11 - Avon Freeman (17) POV. Boete dag.

Knagend, kauwend. Tanden die knarsend over vel heen gingen.
Botten die krakend en gebroken over de grond sleepten. Mijn handen voelde warm aan. Als of er kokend water over heen werd gegooid. Brandend, pijnlijk.

Een verre gil die weerkaatste in mijn oren terwijl ik met mijn handen in mijn zij greep. Schreeuwend, jankend. Ik kon niet meer overeind komen. Met een laatste slag uit wanhoop raakte ik de man. Hij viel neer op de grond. Zijn ogen wit en ver weg. Zonder ziel. Als twee glazen bollen die in de ruimte staarde als of daar de hemel was. Als of hij verdiende daar heen te gaan.

Het meisje wat gillend naast mij lag vervormde tot een schim. Haar zwarte gedaante vloog naar me toe en haar ijskoude handen pakte mijn wangen vast. Ik wilde schreeuwen, vechten. Maar ik had geen kracht. Mijn hele lichaam leek te verslappen en ik voelde hoe het bloed uit me weg vloeide.

Als een waterval kwam het op de grond terecht. Het vloeide uit mijn lijf. En ik voelde me leeg, hol. De schim liet mij los en ik viel voorover met mijn gezicht in de warme aarde.

En ik kon geen adem meer halen. Ik stikte langzaam terwijl ik de natte geur van vruchtbare aarde door mijn neus voelde stromen. Ik kon niet meer gillen, ik was te uitgeput.

Ik zou langzaam sterven.


Met brandende longen werd ik wakker. Ik viel met een klap op de grond en kon me voor een paar seconden even niet oriënteren. Ik merkte na een tijdje pas dat ik van mijn bed was afgevallen en mijn hoofd begon pijnlijk te bonken.

'Avon?' De zachte stemmen van mijn zusjes zorgde ervoor dat ik me meer bewust werd van mijn omgeving. De koude stenen vloer liet een brandend gevoel achter op mijn borstkast en met een pijnlijke stem reageerde ik op de roep van mijn naam.

'Alles is oké.' Ik klonk schor. Bijna gepijnigd zelfs, als of ik het niet meer zag zitten. En deels deed ik het ook niet meer.

Die droom achtervolgde me nu al bijna voor precies een jaar. En elke avond werd het erger. Elke avond zag ik de ogen van de dode man voor me zweven. Van de dode vredesbewaker.

Ik hoorde mijn zusjes niet meer en met een grimas op mijn gezicht ging ik weer op bed zitten. Het was ijskoud in de kamer, maar toch had ik de gehele nacht alleen maar met een boxershort aangeslapen. Anders zou ik toch alleen maar badend in het zweet wakker worden van de nachtmerries. En ik had niet genoeg schone kleding om elke dag een fris paar aan te trekken.

Met mijn hand ging ik door mijn half lange bruine haar wat altijd een beetje voor mijn ogen hing. Ik kon er niks aan doen, maar ik durfde mijn ogen niet meer te sluiten. Bang dat ik met mijn donker bruine ogen de witte ogen van de vredesbewaker weer voor me zou zien.

'Avon ben je al aangekleed?' De deur van mijn kamer ging zacht krakend open. Mijn twee identieke tweelingzusjes Abby en Ellis van 12 jaar kwamen binnen lopen en keken me een beetje schuw aan. Ik gaf ze een grote glimlach en daarmee toverde ik er ook al gelijk één op hun gezicht.

'Mam wilde weten of je niet was flauwgevallen of zo.' Giechelde Abby die naar me toe kwam rennen en gelijk naast me op bed neer plofte. Ellis kwam juist zachtjes met een nog steeds wat angstige blik in haar ogen naar me toe.

'Ellis wat is er?' Vroeg ik en liep naar haar toe en pakte haar op. Ze was zo licht als een veertje. Ik ontkende dat het kwam door het voedsel tekort in onze familie, het kwam gewoon doordat ik nogal gespierd was van het harde werk. Ze was niks vergeleken met een zware zak haver.

Ik zette haar naast Abby neer op bed en knielde voor ze neer. Abby haalde haar schouders op en keek snel de andere kant op. Ze wist wel wat er met haar zusje aan de hand was, maar wilde het duidelijk niet vertellen.

Ik ging met mijn hand door Ellis haar bruine haar en ik zag dat er tranen in haar ooghoeken zaten. Ze ging met haar hand over haar neus en probeerde mijn blik te ontwijken.

'Als je het niet vertelt dan kietel ik het wel uit je!' Ze keek me met grote ogen aan en vernauwde ze daarna tot spleetjes, maar er verscheen toch een kleine glimlach op haar gezicht.

'Dat doe je niet.' Mompelde ze en ik deed mijn armen over elkaar en keek haar met een hooghartige blik aan.

'O nee? Moet jij eens opletten!' Plagend begon ik haar te kietelen en haar schaterende lach zorgde er alleen maar voor dat mijn glimlach nog groter werd.

'Avon sto-hop!' Giechelde ze en Abby probeerde mijn armen weg te duwen, maar voor hun kleine armpjes was ik veels te zwaar. Ellis lag nog steeds gierend van het lachen op bed terwijl ik Abby optilde en over mijn schouder heen legde.

'Kom op Abby, de paarden hebben vast wel zin in een lekkere snack en ik denk dat jij prima voldoet!' Ze begon lachend te gillen en probeerde uit mijn greep te komen waardoor ze na een tijdje op de kop hing.

'De paarden vinden mij helemaal niet lekker! Ze houden alleen van haver.' Ellis kwam plots aangerend en greep mijn benen vast en keek naar me op en stak haar tong naar me uit.

'Oké, oké, ik geef me over.' Ik zette Abby neer die haar giechels onder controle probeerde te houden, maar daardoor alleen de hik kreeg. Lachend keek ik ze aan, maar plots verdween Ellis haar glimlach en staarde vreemd naar me zij.

'Wat is dat?' Vroeg ze zachtjes en wees naar het litteken op mijn zij. Ik keek haar niet aan, maar draaide me alleen maar vlug om en trok het eerste het beste shirt aan wat ik zag liggen.

'Avon?' Ook Abby keek me nu vreemd aan en ik gaf ze een scheve wat gedwongen glimlach.

'Niks. Het is niks.' Ze merkte aan me dat ik het ze niet wilde vertellen dus verlieten ze al snel de kamer met de mededeling dat het ontbijt al klaar was.

Ik bleef even naar de gesloten deur kijken waarna ik mijn shirt optrok en met mijn hand over het litteken ging. De droom kwam plots weer in een flits voorbij en ik huiverde zachtjes. Wat zouden ze wel niet zeggen als ze wisten waarvan ik dat litteken had gekregen.

Ik wilde het niet weten.

Een paar minuten later zat ik stil aan de ontbijttafel terwijl Ellis weer de tranen in haar ooghoeken had zitten. Mijn moeder suste haar toe en probeerde haar wat te laten eten, maar ze raakte het droge brood op haar bord niet aan.

En pas toen ik de bel van het gerechtsgebouw hoorde besefte ik waarom ze zich zo gedroeg. Ze was een week geleden 12 jaar geworden, net zoals Abby. Dit zou haar allereerste Boete worden en ze moest vast en zeker doodsbang zijn.

Ik kon mezelf wel voor mijn hoofd slaan bij de gedachte dat ik haar helemaal niet had gerustgesteld. Ik was de man van het huis, ik was haar grote broer. Ik moest haar beschermen en haar helpen als er iets mis was. En ik was het vergeten.

'Shhh, het komt wel goed lieverd.' Mompelde mijn moeder, maar bij elke klokslag trok ze witter weg. Ellis keek haar even aan en mijn moeder aaide liefkozend door haar haar.

'Wat nou als ik getrokken word?' Mompelde ze en ze begon zachtjes te trillen. Abby zei niks, maar ik wist dat die ook doodsbang was ook al liet ze het niet merken.

'Dat word je niet Ellis en anders zorg ik ervoor dat ik met je mee ga.' Ze keek me plots aan en ik glimlachte haar geruststellend toe.

'Nou, kom op er zal niks gebeuren. Je gaat toch niet bij de pakken neer zitten? Je moet ze laten zien hoe sterk je bent, hoe sterk jullie allebei zijn.' Ik knielde naast ze neer en Abby gaf me een glimlach terwijl Ellis langzaam knikte.

'Beloof je dat je er altijd voor ons zal zijn?' Ik keek haar even aan en schonk haar daarna een warme glimlach.

'Natuurlijk. Ik zal jullie nooit in de steek laten.' Ik stond op en gaf mijn moeder ook een kus op haar wang terwijl ze zachtjes wat tranen van haar wangen weg veegde.

'Veel succes lieverd.' Mompelde ze stilletjes en ik voelde hoe Ellis en Abby allebei één van mijn handen pakte. Mijn moeder gaf hen ook nog een kus waarna we met z'n drieën naar buiten toe liepen.

'Gaan we nog naar Joe?' Vroeg Abby met een grote glimlach en Ellis haar ogen begonnen vrolijk te glinsteren.

'Ik denk dat dat niet nodig is!' Abby en Ellis gierde van plezier toen Joe's stem plots van achteren klonk. Ze lieten mijn handen los en rende naar hem toe en duwde hem zowat omver in de stevige omhelzing die ze hem gaven.

Elliot stond grijzend naast Joe en zijn zwarte haar viel nonchalant rondom zijn gebruinde gezicht, maar eigenlijk had ik alleen maar oog voor Joe. Zijn blonde haar zat netje naar achteren gekamd, maar zag er toch wat woest uit. Zijn fel blauwe ogen keken vrolijk naar mijn zusjes, maar draaide zich plots naar mij.

Ik voelde een bekende en fijne spanning in mijn buik en de glimlach die hij altijd op mijn gezicht toverde voelde vertrouwd en warm aan.

'Zeg Avon, minder staren meer lopen.' Zei Elliot lachend en klopte op mijn rug en duwde me zachtjes richting het plein.

'Minder staren naar Joe bedoel ik daar dan mee, hé.' Fluisterde hij plots in mijn oor, maar voor ik wat terug kon zeggen overstemde de klokken van het gerechtsgebouw mij.

Het was tijd.


District 11 - Katy Moonway (12) POV. Boete dag.

De wind die woest over het kale veld heen blies leek altijd een andere geur met zich mee te dragen. Waar die ook vandaan kwam.

Langzaam en een beetje schuw stak ik mijn neus in de lucht en sloot ik mijn ogen. Zachtjes snuivend probeerde ik de geur van de wind op te pikken, maar het was een mysterie voor mij waarvan ik wist dat ik hem waarschijnlijk nooit zal ontrafelen.

De bladeren die door de lucht heen zweefden dwarrelden als sneeuwvlokjes naar beneden. Het gaf een prachtig zicht over het grote veld waar ik op stond. En iets binnen in me jubelde zachtjes om de winter, ook al stond de winter bekend om zijn gruwelijke nasleep van dood en verderf.

Plots dwarrelde er een geel blad voor mijn gezicht en snel plukte ik hem uit de lucht.

Mijn bleke vingers streelden het ruwe, breekbare oppervlak van het blaadje en voor een moment vroeg ik me af of de geur van de wind misschien van dit blad af kwam.

Ik bracht hem langzaam naar mijn neus en wilde er aan snuiven, maar de wind stak plots weer op en stool het blaadje van mij en nam het weer met zich mee. Ik keek hoe het gele blad over het grote veld heen vloog en na een tijdje verdween.

'Kon ik maar verdwijnen.' Zuchtte ik zachtjes terwijl ik mijn bruine middel lange haar uit mijn gezicht haalde. Mijn groene ogen zochten de lucht af naar vogels, maar nergens was er één te zien. Zelfs de dieren leken zich te verstoppen voor deze dag.

Langzaam tergend begon ik met lopen door het kale veld heen. De bomen hadden geen bladeren meer en nergens was iets groens te zien. De koude herfst had alles meegenomen. Maar dan ook alles.

Mijn vader, moeder en zusje zaten thuis gretig op mij te wachten. Hopend dat ik iets te eten mee zou nemen naar huis, maar ik wist dat ik ze moest teleurstellen. Er zat nog geen rottende wortel in de grond, laat staan wat oude knollen die we wellicht konden eten. De herfst had mijn baan als bomen klimster meegenomen en mijn ouders verdiende zo weinig dat ze net genoeg geld hadden voor kolen om ons warm te houden. We hadden de afgelopen drie dagen met z'n vieren een oude, bijna rottende kool moeten delen in een vies waterig soepje. Maar het was tenminste iets.

Opnieuw begon de wind weer fiers te waaien en werden er bladeren op het land weggeblazen. Ik zag nog steeds niets eetbaars en mijn maag knorde hard om te laten weten dat mijn zoektocht nutteloos was geweest.

'Hou je stil.' Fluisterde ik naar mijn maag terwijl ik er met mijn koude handen overheen wreef. Mijn dunne kapotte jas hield me lang niet warm genoeg dus besloot ik maar om weer huiswaarts te lopen.

Toen ik uiteindelijk weer bij de straten van de stad aankwam zaten vele mensen bedelend langs de weg. Mensen met zulke diepe groeven in hun gezicht dat ze eruit zagen als 80, maar waarvan ik wist dat ze niet ouder konden zijn dan 30 hielden hun broodmagere kinderen dicht tegen hen aangedrukt. Mensen waren hier langzaam aan het verhongeren en met mijn familie was het niet anders gesteld.

'Katy!' Mijn zusje kwam gierend op me afgerent terwijl ze de krakkemikkige deur open gooide. Ik keek met grote ogen naar de deur en hoopte maar dat hij niet uit zijn schanieren zou vallen, maar mijn zusje haar bottige vingers brachten mijn aandacht weer terug bij haar.

'Heb je eten?' Vroeg ze en ik wist dat ze niet zeurend en smekend over wilde komen, maar toch wogen haar woorden zwaar op mijn geweten.

'Suzy, ik-' Mijn zin werd onderbroken door mijn moeder die mij ook riep. Ze keek me met een kleine glimlach aan, maar toen ze merkte dat ik niet terug glimlachte begreep ze wat er aan de hand was.

'Kom maar.' Ze strekte haar tengere arm uit en ik trok Suzy met me mee naar binnen waar de haard heel zacht en warmteloos knisperde.

Toen ik mijn vader op de enige stoel in de kamer zag zitten wist hij al dat ik niks had gevonden. Hij hoefde er niet eens naar te vragen. Suzy trok stilletjes aan mijn mouw en ik aaide haar over haar hoofd heen.

'Maak je maar geen zorgen Suzy, het komt wel goed.' Maar de glimlach die op mijn mond verscheen was niet gemeend. Ik wist zelf niet eens of het wel goed kwam. Of we niet zouden sterven van de honger.

'Ga je maar omkleden Katy, ik maak wel wat te eten.' Ik keek mijn moeder vreemd aan. Eten? We hadden helemaal geen eten. Tenzij ze op het meubilair wilde gaan kauwen wist ik niet wat ze me wilde gaan voorschotelen.

Maar toen ik zag hoe ze haar koperen trouwring afdeed begreep ik wat ze van plan was. Mijn vader stond plots op en pakte haar bij haar handen vast en schudde wild zijn hoofd.

'Nee. Nee! Dat laat ik je niet doen Clair!'

'De kinderen hebben eten nodig Jonathan.' Haar stem was zacht, amper een fluister, maar ik kon elk woord glas helder horen.

'We vinden wel een andere manier! Misschien kan ik wat gratis krijgen, maar-' Mijn moeder legde haar hand op zijn borst en mijn vader hield gelijk op met praten. Ze bleef hem even zwijgend aankijken waarna ze hem een kus op zijn wang gaf en haar mantel over haar hoofd heen legde.

'Ik ben niet lang weg.' Mijn vader keek haar verslagen aan en ik wilde haar tegenhouden, maar de spieren in mijn lichaam wilde niet bewegen.

'Mama?' Ze draaide zich niet om bij Suzy's roep. Ze deed alleen maar de deur open en verdween.

'Katy, wat gaat ze doen?'

'Je moeder... je moeder, gaat eten halen. Ja ze gaat eten halen.' Mompelde mijn vader vaag en wreef over zijn kale achterhoofd.

Suzy glimlachte breed en begon aan mijn mouw te trekken om me mee te krijgen naar onze slaapkamer.

'Je moet je klaar maken Katy! Mama gaat al eten halen, dat hoef jij nu niet meer te doen!' Ze ging eten halen. Ze ging helemaal geen eten halen! Ze ging geld halen door haar lichaam aan te bieden aan een vredesbewaker. Ze zou er hooguit een koperen munt voor krijgen waar ze net een wit brood voor kon kopen. Meer niet. Daarvoor ging zij zichzelf verkopen, als vee.


'Je ziet er prachtig uit.' Mijn moeders stem liet me opschrikken van de kleine kapotte spiegel waar ik inkeek. Haar gezicht was wit weggetrokken en ze had een rode afdruk op haar linker wang staan. Ze wist dat ik het afkeurde wat ze had gedaan. Maar zou ik het later ook moeten doen om mijn kinderen later eten te kunnen geven? Of was deze hele situatie dan voorbij.

'Ik heb soep en brood voor je.'

'Dank je.' Mompelde ik zachtjes en ze liep naar me toe en legde haar hand op mijn hoofd, maar het voelde vies. Maar toch liet ik haar.

'Hoe vaak moet ik me inschrijven?' Ze keek me plots aan via de kleine spiegel en ik zag dat haar ogen verdrietig en wanhopige staan.

'Katy, ik wil niet-'

'Hoeveel keer mama?' Ik draaide me om en keek haar standvastig aan. Ze streelde met haar warme vingers mijn gezicht. Ik wilde niet weten hoe ze warm waren geworden, want alles in dit huis was koud.

'Je bent pas 12 lieverd...'

'Zonder die bonnen overleven we het niet.' Ze keek me smekend aan, maar wist dat ze me niet meer van gedachte kon veranderen.

'Katy, je soep word koud!' Ik keek mijn moeder nog even aan die zachtjes haar hoofd schudde, maar ik deed als of ik het niet had opgemerkt.

Ik toverde een grote glimlach op mijn gezicht en liep mijn zusje tegemoet die met twinkelende ogen en een grote glimlach haar soep naar binnen aan het slurpen was. Mijn vader nam met een asgrauw gezicht kleine slokjes, maar leek het het liefste te willen uitspugen.

'Wel dan moet ik het maar snel opeten hé!' Mijn zusje giechelde toen ik slurpend een hap nam, maar de soep smaakte naar as in mijn mond.

Toch schreeuwde mijn maag om meer en toen ik een hap van het zachte brood nam kreunde ik bijna van genot. Maar plots klonk de luidde bel van het gerechtsgebouw en ik stopte met eten en keek mijn vader aan die naar me staarde.

Suzy was plots ook akelig stil geworden en ik schonk haar een klein glimlachje.

'Ga je mee? Voor je grote zus duimen?' Ze knikte zachtjes en keek me met grote ogen aan. Ze wist wat het klokgeluid inhield en waar het voor stond.

Het was de aankondiging voor de dood van twee nieuwe Tributen.


Avon Freeman (17) POV.

Het ijzeren kettinkje wat om mijn nek heen hing maakte een zacht tikkend geluid door mijn vingers die er zachtjes op drumde. Ik probeerde Abby en Ellis te zoeken in het 12 jarige vak van de meisjes, maar door de drukte zag ik ze nergens.

'Het komt wel goed Avon.' Joe die in het vak voor me stond gaf me een geruststellende glimlach, maar ik kon hem niet reflecteren.

'Ze zagen het litteken vanochtend...' Mompelde ik zo zacht dat ik het betwijfelde of hij het had verstaan. Maar zijn verschrikte ogen maakte dat al snel genoeg duidelijk.

Het enige wat mij en Joe scheidde was het lage hek, maar we stonden zo dicht bij elkaar dat ik zijn lichaamswarmte naast me voelde. Het gaf een fijn branderig gevoel af die ik stiekem niet wilde laten verdwijnen.

'Wat zeiden ze?' Vroeg Joe bezorgd. Ik haalde mijn schouders op.

'Ellis vroeg wat het was, maar ik heb gezegd dat het niks is. Ze vroegen niet door.' De herinnering aan vanochtend bracht ook de herinnering van de droom terug. Boos klemde ik mijn kaken steviger op elkaar en begon ik harder op mijn ketting te drummen.

'Avon.' Pas toen Joe mijn naam zei had ik door dat ik naar de grond had staan staren. Ik keek op en ontmoette zijn fel blauwe ogen die me intens aankeken.

'Ik weet dat je slecht slaapt. Je hebt tegenwoordig nog grotere kringen onder je ogen.'

'Sorry.' Zei ik, alsof ik er iets aan kon doen terwijl ik van binnen wist dat ik er machteloos tegenover stond. Een klein glimlachje verscheen op Joe's gezicht.

'Hoe vaak moet ik nog zeggen dat je je niet zo vaak hoeft te verontschuldigen, laat staan voor iets waar je niets aan kan doen?' Hij grijnsde nu breed, en ik kon niets doen dan die grijns over te nemen op mijn eigen gezicht.

'Waarschijnlijk nog honderd keer.' Ik zag dat Joe wat terug wilde zeggen, maar we schrokken op van de plotselinge stilte die zich over het plein verspreidde.

De burgemeester kwam het podium op en begon zijn zegje, maar ik kon mijn aandacht niet bij zijn monotone stem houden en zocht de massa kinderen af naar mijn zusjes.

Ik vond ze na een tijdje in hun vak. Ze stonden tegen elkaar aan geplakt, elkaars handen vasthoudend. Ellis huilde zachtjes, terwijl Abby haar stevig vast bleef houden met haar gezicht koppig omhoog.

'Maak je niet teveel zorgen, die twee redden zich wel.' Hoorde ik Joe's geruststellende stem. Ik knikte, maar had moeite het ook daadwerkelijk te geloven. Ik steunde met mijn handen op het hek. Misschien iets te hard, want mijn knokkels zagen wit.

De burgemeester verdween van het podium en in zijn plaats kwam de districtsbegeleider op. Pyry Aldemar, de 'ijskoning' onder de districtsbegeleiders. Pyry was een lange man, geobsedeerd door ijs en de kleuren wit en blauw. Hij had lang wit haar dat tot zijn middel reikte met ijskristallen erin. Zijn ogen waren een onnatuurlijke lichtblauwe kleur en zijn wimpers waren net zo wit als zijn haar en het zag eruit alsof er verloren sneeuwvlokken in zaten. Hij droeg een misselijkmakende grijns op zijn gezicht met blauwe lippen die ook bedekt waren door sneeuwvlokken. Zijn pak, dat lichtjes blauw was, glinsterde als maagdelijk sneeuw.

'Welkom, welkom,' begon hij in een mierzoete, langzame stem waarvan de rillingen over mijn rug liepen. 'Het is prachtig om jullie zo... levendig te zien.'

We waren allesbehalve levendig. Als vee stond iedereen bij elkaar gedreven.

'Laten we maar beginnen.' Pyry grijnsde nog breder en liep tergend langzaam naar de meisjesbol. Ik zuchtte bibberig en ademde sterk in.

'Rustig, Avon.' Zei Joe in zijn diepe stem, maar ik schudde mijn hoofd. Mijn zusjes konden getrokken worden, mijn bloedeigen zusjes! Hoe kon ik in hemelsnaam rustig blijven?

Plots voelde ik een warmte mijn hand bedekken en ik wist gelijk van wie de warmte afkomstig was.

'Rustig.' Hoorde ik Joe nog een keer zeggen. Ik ademde nog een keer diep uit en liet het hek met moeite los. Joe's hand verving de leegte die het hek achter had gelaten en met onze handen vast keken we naar het podium. Het is niet als het vasthouden van de hand van een meisje. Een meisjeshand is vaak klein, zacht en teer, maar Joe's hand was groot, sterk en geruststellend.

Beschermend.

Ik durfde een blik zijn kant op te werpen, en zag dat hij me met een klein nerveus lachje bekeek, maar toen ik terug glimlachte werd het een grijns en hij kneep nog eens stevig in mijn hand.

Met een rood hoofd en ineenstrengelende handen keken we hoe Pyry een naam pakte uit de meisjesbol. Ik zou Joe nodig moeten hebben. Voor elk jaar wanneer mijn zusjes mee moeten doen aan de Boete.

Ik zou hem voor altijd nodig hebben.


Katy Moonway (12) POV.

Ik mocht niet bang zijn. Ik kon me toch maar vier keer inschrijven en er waren oudere meisjes die hun naam er misschien wel over de 40 keer in zouden hebben.

Ze zouden mijn nooit kiezen. Nooit.

Maar toch bekroop een onbekende angst mij van achteren. Als of er iets gaande was. Als of ik diep van binnen al wist dat er iets goed fouts zou gaan.

Pyry die op het podium zijn hand in de glazen bol van de meisjes had gestoken schonk ons zijn letterlijk ijskoude blik en liep daarna met een vlugge trend terug naar de microfoon. Hij ontvouwde het papiertje zonder zuchtten of vloeken. Hij deed het snel, smetloos.

Twee meisje voor me namen samen met hem een diepe ademteug. Hun handen waren verstrengeld en ze hielden zich aan elkaar vast als of ze elkaars hoop waren. Ik stond hier zonder iemand waarop ik kon vertrouwen. Zonder iemand die het voor mij op zou nemen, mocht ik gekozen worden.

'De vrouwelijke Tribuut van dit jaar zal zijn,' hij wierp nog een laatste blik op ons vak en toverde een misselijkmakende grijns op zijn gezicht. Ik werd er ziek van.

'Katy Moonway!'

In slow motion zag ik zijn lippen de woorden vormen die uiteindelijk mijn naam omvatte. Ik kon geen enkele spier in mijn lichaam bewegen. Mensen keken me niet aan, omdat nauwelijks iemand wist wie ik was.

Ik was een 12 jarige. Een onbekend Tribuut. Maar vooral was ik verdoemd. Ik was 12.

'Nee Katy! Niet Katy!' Mijn zusje kwam gillend aangerent uit het publiek terwijl mijn moeder met een hoofd zo wit als een laken achter haar aan kwam gestormd. Maar het was al te laat. De vredesbewakers duwde mijn zusje al hardhandig op de grond en ik voelde een plotselinge woede opkomen. Ik duwde het hek aan de kant, maar besefte daarna pas dat ik hiermee blijk gaf aan de oproep.

Doodstil stond ik plots op mijn plaats en keek hoe mijn moeder over mijn zusje heen was gebogen.

'Ga weg en wel nu meteen! Of ik geef je een nog hardere klap dan vanochtend.' Gromde de vredesbewaker en de rode handafdruk op mijn moeders wang leek opeens als een signaal alle alarmen af te zetten in mijn hoofd.

Hij was de vredesbewaker waaraan mijn moeder haar lichaam had verkocht. Hij was de gene die haar had geslagen.

Met een gil wilde ik naar hem toe rennen. Hem slaan, schoppen, krabben. Maar bovenal pijn doen, omdat hij mijn familie meer pijn had gedaan dan wie dan ook.

Maar ik kwam niet ver. Een andere vredesbewaker greep mijn armen vast en sleepte me richting het podium terwijl ik wild probeerde tegen te stribbelen. Ik zag veel mensen naar me staren, maar het maakte me niks uit. Als ze wat om me gaven dan hadden ze er wel wat aangedaan dat ik naar de Honger Spelen werd gestuurd. Maar ze deden niks. Ze staarden maar.

Ze keken toe hoe ik werd weg gesleept.


Avon Freeman (17) POV.

Dat kon Ellis of Abby zijn geweest. Maar ze waren het niet. Het was een ander 12 jarig meisje die precies op ze leek. En ze had ook een familie die haar niet kwijt wilde.

Het verscheurde mijn hart toen haar zusje gillend haar probeerde te bereiken. En toen de vredesbewakers haar meesleepte kneep ik nog harder in Joe's hand dan dat ik de hele tijd al had gedaan.

'Goed nu we een... geweldig, meisjes Tribuut hebben gaan we door met het mannelijke!' En mijn wereld stond weer stil als of alles was bevroren. Wat moest ik doen als Joe zou worden gekozen? Elliot was al veilig, die was 19. Maar Joe. Ik zou zijn hand nooit los laten.

Pyry was de enige die bewoog in mijn wereld van ijs. En toen hij het papiertje uit de bol haalde daalde mijn lichaamstemperatuur compleet.

'Onze mannelijke Tribuut zal zijn,' het verbaasde me dat Joe de gene was die stevig in mijn hand kneep. Ik durfde hem niet aan te kijken. Ik wilde de blik in zijn ogen niet zien als het gebeurde wat ik vreesde. Ik wilde hem niet zijn dood tegemoet zien gaan.

'Avon Freeman!' En plots veranderde mijn ijskoude wereld in eentje die in vuur en vlam stond. Joe's hand was als het sterkste touw verstrengeld met mijn hand. Het branderige gevoel van zijn huid op de mijne leek mijn gehele lichaam te verwarmen. Ik kon hem niet aankijken, ik durfde hem niet te horen spreken. Bang voor wat hij zou zeggen.

Maar, omdat ik niet naar hem kon kijken keek ik vooruit. Recht in de gezichtjes van Ellis en Abby. In de gezichtjes van twee doodsbange meisjes die huilend en snikkend naar me terug staarde. Twee gezichtjes die ik nooit zou vergeten.

'Avon Freeman?' Mijn warme lichaam bleek me plots te dwingen om te bewegen, maar Joe's hand hield me tegen en ik moest me hoofd wel draaien.

Er kwam geen enkel geluid uit mijn keel bij de hartverscheurende blik die hij me gaf. Hij leek zich met alle macht aan mijn hand vast te klauwen en de tranen rolde over zijn wangen heen als een laatste afscheid. Hij zei niks, maar zijn stilheid was woorden genoeg.

Plots voelde ik een paar ijskoude klauwen de hem van mijn shirt grijpen. Toen pas kwam er geluid uit mijn keel en schreeuwde ik verschrikt.

'Los laten!' Gilde een vredesbewaker, maar Joe begon alleen maar harder in mijn hand te knijpen terwijl ik werd weg getrokken van hem en onze band. Ik probeerde me verwoed aan het hek vast te grijpen. Met alle macht wilde ik bij hem blijven, ik wilde zijn hand niet vervangen door leegte en koutte. Ik wilde zijn warmte bij me hebben.

Joe moest steeds verder over het hek heen buigen naarmate de vredesbewakers me verder weg probeerde te trekken, maar hij liet niet los. Hij begon nu ook te schreeuwen en de vredesbewakers die onze handen los probeerde te krijgen begonnen steeds roder aan te lopen.

Ik wist binnen in dat het een verloren zaak zou zijn. Ze zouden winnen. Ze zouden ons van elkaar afscheuren zonder een greintje medelijden. Het zou ze niks uitmaken.

En toen was er plots het harde geluid van een houten knuppel die werd neergeslagen op bot.

En ik voelde zijn vingers niet meer. Zijn warmte die door mijn lijf heen liep was weg. Ik zag alleen nog maar de rode waas en het wit van bot wat uit zijn pols stak.

'Meekomen zei ik!' De koude klauwen die me vast grepen en meesleurde naar het podium voelde als gif angels tegen mijn brandende huid aan. Ik wilde me omdraaien, schreeuwen, gillen, janken zelfs! Maar ik kon niet. Ik werd gedwongen het podium op geduwd en ik zag helemaal niks meer. De verblindende lichten van de camera's namen mijn zicht weg en het gegalm van de Begeleider zijn speech nam mijn gehoor weg.

Ik was blind voor iedereen.


Katy Moonway (12) POV.

Het schuddende en bibberende lichaampje van mijn zusje klemde ik stevig tegen me aan. Ik wist niet wat te zeggen of wat te doen. Ik was compleet verdoofd. Vanochtend had ik me sterk gevoelt. Oud en volwassen zelfs. Maar nu voelde ik me als een nietig klein vogeltje opgesloten in een kooi.

Mijn ouders wisten duidelijk ook niet wat te zeggen. Ze zaten maar naast me. Huilend en snikkend terwijl hun warme armen om mij heen waren geslagen. Ze wisten niet wat te zeggen.

Wat moest je dan ook zeggen tegen je dochter van 12 die letterlijk haar dood werd ingestuurd? Wat kon je als laatste afscheid zeggen, want geen enkel woord was genoeg om de pijn te verzachten die mij en hen te wachten stond.

Wat kon ik zeggen?

Niks. Helemaal niks.

Ik kon niks zeggen. Ik kon daar maar zitten. Hun knuffels en tranen in ontvangst nemen als afscheidcadeautjes die ik mee zou nemen mijn graf in.

'Het is tijd.' De vredesbewaker die met een enorme grijns op zijn gezicht in de deuropening stond leek totaal geen medelijden te hebben. Ik vroeg me dan ook af of hij ook maar in bezit was van een enkele emotie. Blijkbaar niet.

'Nee, alsjeblieft niet onze dochter. Ik doe alles, alstublieft!' Begon mijn moeder zachtjes, maar haar woorden werden steeds hysterischer. Ze begon snikkend en snotterend in elkaar te zakken terwijl ze haar handen voor haar gezicht had geslagen. Mijn vader greep haar vast en probeerde haar overeind te krijgen, maar ik zag dat hij aan het einde was van zijn energie. Hij was uitgeput.

'Hou het bij je.' Mijn zusje duwde snikkend haar kleine kettinkje in mijn handen waarna ze werd meegetrokken door de vredesbewakers samen met mijn ouders. Ik opende mijn hand en zag daarin een kleine kettinkje liggen met een hangertje van een half maantje eraan.

Ik kon niks zeggen.


Avon Freeman (17) POV.

De muren leken op me neer te vallen. Als bakstenen die me dood zouden stenigen. Ik wist niet wat te doen. Alles leek plots zo klein, zo benauwd, zo gevangen.

De enige andere gedachten die door mijn hoofd heen spookte was die van mijn zusjes en van Joe. Mijn moeder was thuis gebleven om op het huis te passen, maar ik wist dat ze het nieuws elk moment zou horen. En ik durfde niet te denken aan hoe zij zich zou voelen.

'2 Minuten. Niet meer.' De deur die plots werd geopend voelde als een frisse, maar koude wind die me tegemoet kwam.

Mijn zusjes stonden niet twijfelend in de deuropening, maar rende gelijk op me af en omhelsde me zoals ze nog nooit eerder hadden gedaan. De ketting die om mijn hals hing voelde opeens vreemd warm aan en ik wist waarom.

De ketting had hun namen erin gegraveerd op een ijzeren plaatje samen met die van mijn moeder. Dit zou mijn enige herinnering nog aan hen zijn. Mijn enige houvast om het te overleven in de arena en terug te komen.

De volledige twee minuten gebruikte ik om hen gerust te stellen en ze te knuffelen, maar het ging veels te vlug voorbij. De vredesbewaker die ze meenam wenkte naar een andere bezoeker in de hal en ik durfde niet te hopen op Joe, omdat mijn teleurstelling te groot zou zijn als hij het niet was.

Elliot's gezicht was de eerste die ik zag, maar daarna kwam een lijkwitte en met bloed besprenkelde Joe binnen. Hij leunde op Elliot en hij ademde zwaar. Maar hij was hier.

Zonder een woord nam ik hem en Elliot in een knuffel waarvan de tranen over mijn wangen heen rolde. Hun warmte vloeide weer als een branderig, maar heerlijk gevoel door mijn lijf heen.

'Je moet beloven dat je terug komt!' Zei Joe gesmoord en rasperig tegen mijn schouder aan. Ik drukte hem alleen nog maar meer tegen me aan, maar durfde niks terug te zeggen. Ik wilde geen beloftes maken die ik niet waar kon maken.

'Help mijn zusjes zo af en toe, oké?' Elliot knikte toen ik terug trok van de knuffel, maar Joe bleef me aanstaren met een emotie in zijn ogen die ik nog nooit eerder bij hem had gezien.

'Avon, beloof-'

'Het is tijd, meekomen of we breken je andere arm ook.' Ik keek hem met pijnlijke ogen aan terwijl hij nog een keer mijn naam schreeuwde, maar de deur die sloot nam alle rumoerigheid met zich mee en het was weer doodstil in de kamer.

En het leek weer als of ik verpletterd zou worden door de bakstenen.

Bakstenen van schuld.


Oké, ik wil eerst even iets duidelijk maken voordat ik met de echte AN begin. (:

Ja, Avon is Homo. En Nee ik accepteer geen gezeur, geflame of geklaag daarover. Als je er niet tegen kunt dan heb je heel spijtig pech. Zo is het karakter nou eenmaal en ik ga er vanuit dat iedereen het gewoon kan accepteren en het misschien zelfs wel leuk vind. Zo niet, dan kan ik helaas mededelen dat ik het toch niet verander hoeveel iemand er ook over klaagt. Als iemand er niet tegen kan, leest die gene maar een ander verhaal. (:

Zo, en nu door met de lieve AN!

Eén na laatste hoofdstuk mensen! We zijn er bijna doorheen met de Boetes! Ik zit hier zelf al juichend achter mijn laptop, dus jullie vast ook wel haha.
Ik kan helaas niet garanderen wanneer het volgende hoofdstuk erop zal staan aangezien ik voor dit hoofdstuk gewoon een dag vrij heb moeten nemen van school om het af te krijgen. Je inspiratie raakt namelijk nogal op na 20 Tributen te hebben gehad.

Ik wil nog even een heel erg groot bedankje voor MyWeirdWorld die me enorm met dit hoofdstuk heeft geholpen. Ze heeft er zelfs een deel van geschreven en ik ben haar daar enorm dankbaar voor aangezien ik op een stuk gewoon compleet vast zat! Dus jullie hebben dit hoofdstuk ook echt te danken aan haar! :)

Viel het trouwens iemand op dat dit hoofdstuk behoorlijk lang was? Ik kon het gewoon niet korter maken, alles moest er gewoon in haha. Maar ik denk niet dat jullie een lang hoofdstuk erg vinden of wel?

Nou, hier nog even de punten telling:

LaFlorine - 25 Punten.
Greendiamond123 - 26 Punten.
MyWeirdWorld - 28 Punten.
SirWalsingham - 15 Punten.
FF-Schwarz - 17 Punten.
MadeByMel - 13 Punten.
EllaTaglof - 11 Punten.
JoyMainhood - 9 Punten.
LauraTwilightHungerGamesHPfa n - 16 Punten.
Sharonneke95 - 6 Punten.
Cicillia - 16 Punten.
Leakingpenholder - 25 Punten.
Florreke - 15 Punten.
LeviAntonius - 7 Punten.

Dat wordt flink sponsoren volgens mij (:
Ik kijk uit naar jullie review met daarin jullie mening natuurlijk!

Liefs,
Jade