District 7 - Mocca Lynne (14) POV. Ochtend in de trein.
Een paar seconden nadat ik een voetstap buiten het gerechtsgebouw had gezet, werd ik verblind door de vele flitsen van de camera's die er op mij waren gericht. Verslaggevers in de meest vreemde kleedei stonden als een zwerm wespen om mij heen en vuurde vragen op mij af.
'Hoe voel je je?'
'Wat voor grote eer is het nu precies om een Tribuut te zijn?'
'Wat verwacht je van het Capitool?'
Ik trok mijn mond niet open en hield mijn gezicht gericht naar voren. Ik durfde niks te zeggen en dat wilde ik ook niet. Ik voelde me enorm oncomfortabel met al die vreemde mensen om me heen en daarbij wilde ik niks stunteligs doen waardoor het gehele Capitool me uit zou lachen.
Voor een moment was ik de vredesbewakers dankbaar die de verslaggevers achteruit duwden, maar toen ik een ijzeren greep op mijn arm voelde werd het me weer duidelijk dat ze dat niet deden uit vriendelijkheid. Puur omdat ze me pas dood wilde zien in de arena en niet hier door verdrukking.
Het luide geklap van de verslaggevers groeide toen ik een deur achter me hoorde open gaan. Ik draaide me om en zag Riley met rood doorlopen ogen en een lijkbleek gezicht in de deuropening staan. Hij had het niet eens geprobeerd te verbergen dat hij had gehuild, want hij huilde nu net zo hard weer door.
Ik wist wel beter.
'Hoe was het afscheid van je familie Riley?' Schreeuwde één verslaggever luid en duidelijk en Riley begon zo waar nog meer te trillen en te huilen als eerst. De verslaggever hield gelijk zijn mond en nam alleen maar met een grote gulzige glimlach een foto van hem.
Ik kon het niet aanzien toen meer verslaggevers gemene vragen op hem begonnen af te vuren. Riley leek steeds meer lijkbleek weg te trekken en zakte al helemaal in elkaar toen een vredesbewaker ook hem bij zijn arm pakte.
We werden hardhandig meegesleept naar de auto waar we met een harde duw in werden gepropt. Elk aan één kant van Armé Duchamp die als een debiel naar alle verslaggevers zat te zwaaien. Hij was duidelijk dol op alle aandacht die hij kreeg en leek er geen genoeg van te krijgen.
'Zwaai dan, straks denken ze nog dat je verlegen bent.' Mompelde hij met een afkeurende blik naar Riley die alleen maar weg probeerde te kijken van de vervelende flitsen van de camera's. De vieze stinkende geur van Armé's parfum kon ik weer in al zijn glorie ruiken en even voelde ik me misselijk worden. De auto kwam zacht ronkend op gang en reed ons door de menigte heen naar het treinstation waar een glanzende Capitool trein op ons stond te wachten.
Het aantal verslaggevers nam af waarna Riley steeds minder begon te trillen. Hij veegde zowaar zelfs zijn tranen van zijn gezicht af. Armé zei geen woord, hij bekeek ons alleen maar met een arrogante blik en trok een paar keer hardhandig zijn neus op. Na een tijdje haalde hij zelfs zijn baby roze zakdoek tevoorschijn uit zijn zak en hield deze voor zijn neus en mond, waarna hij moeilijk begon te ademhalen.
'Het eerste wat jullie gaan doen in de trein is een bad nemen, niks anders.' Voor een extra effect wapperde hij ook nog met zijn hand voor zijn gezicht en kneep daarna zijn neus dicht.
Nee, alsof hij zo lekker rook.
Niet veel later kwam de auto tot stilstand. Verslaggevers kwamen op een rustig drafje onze kant op en droegen allen het symbool van Panem op hun kleding. Er waren ook geen fotocamera's meer, maar alleen nog maar filmcamera's.
Armé duwde ons zowat de auto uit terwijl hij zelf nog even bleef zitten om op adem te komen en zichzelf nog een keertje onder te spuiten met parfum. Hierna kwam hij met een stralende glimlach naar buiten en wuifde met zijn zakdoek naar de camera's.
We moesten op de eerste traptrede van de trein gaan staan zodat de camera's ons goed in beeld konden brengen. Riley huilde niet meer, maar beet hard op zijn onderlip en hield zijn handen in zijn broekzakken zodat niemand kon zien hoe erg hij beefde.
Armé stond voor ons vrolijk naar elke camera te wuiven, zowaar dat mogelijk was. En ik? Ik greep met een stevige hand in mijn broekzak en hield daar de dobbelsteen van mijn oom vast, omdat ik wist dat ik mijn instincten moest volgen. En mijn instincten vertelde mij dat ik er alles aan moest doen om terug te komen. En om dat te doen moest ik beginnen met het publiek voor me te winnen. Dus ik hief langzaam en houterig mijn arm omhoog en zwaaide. Ik zwaaide naar de camera's en de mensen van het Capitool. Ik zwaaide naar mijn martelaars en naar de mensen die zouden juichen als ik iemand af zou maken.
Ik zwaaide naar mijn sponsors.
Een luidde bonk was plots te horen en Armé draaide zich met een grimas op zijn gezicht om. Hij stapte ook de traptrede op terwijl hij ons aan de kant schoof en met zijn zakdoek opnieuw voor zijn gezicht ging wapperen. Ik hoorde hoe hij zacht op een knop drukte en al zwaaiend zag ik de deur van de trein voor me sluiten. Gelijk kwam de trein in beweging en moest ik steun houden aan de muur om niet om te vallen.
'Gelukkig hebben we dat ook weer gehad. Ik heb zo'n hekel aan de media! Vreselijke mensen zijn het. Vreselijk!' Armé liep zonder verder een woord te zeggen tegen ons naar de volgende deur en opende deze met een druk op de knop. Riley liep stil achter hem aan en ook ik volgde snel.
Met een openstaande mond nam ik mijn omgeving in mij op. Ik had nog nooit zoveel verschillende soorten hout gezien. En allemaal glommen ze van top tot teen van de dikke laag lak die er overheen was gesmeerd. Fauteuils waren gedrapeerd met bond en dure stoffen fluweel terwijl de tafels vol stonden met eten. Ik kon Armé's stinkende parfum niet eens meer ruiken. Het enige wat ik nog rook waren de overheerlijke aroma's van het vele eten wat overal om mij heen stond.
Een harde, scherpe, penetrerende lucht vulde plots de kamer en voor een moment proefde ik de smaak er zelfs van achterin mijn keel. Met een kokhalzend gevoel draaide ik mij om en zag de man achter mij staan waarvan ik vanochtend nog een potje leugenaars poker had gewonnen.
Mijn mond viel zowaar dat kon, nog verder open terwijl ik de kleine kalende man in mij opnam. Hij was het echt. Met dezelfde groezelige blik in zijn ogen en de vieze kleding die hij aan had.
'Ah Calvin, ik neem aan dat jij het was die luid op de ruit had staan bonken zonet. Heerlijk, echt fijn. Kunnen we dat ook weer laten ontsmetten.' Armé wierp zijn spierwitte handschoenen in een rode fauteuil waarna hij zelf ook plaats nam in de fauteuil ernaast.
'Noem me geen Calvin, jij opgedofte lappenpop. Mijn naam is Ammon. Niemand hier noemt me Calvin en dat geld ook voor jullie twee, begrepen?' Hij wees half zwalkend met zijn hand richting Riley en mij terwijl hij in zijn andere een fles alcohol vast hield.
Ik kon niks uitbrengen. Ik bleef hem maar aanstaren terwijl ik nog harder in de dobbelsteen in mijn hand begon te knijpen. Herkende hij mij niet? Het meisje wat vanochtend vijf goudstukken van hem had gewonnen?
'Calvin, houdt je gemak. Ze storten al bijna in van angst door jouw aanzicht. Ik zeg het je, die twee zijn dood bij het bloedbad, dat kan ik je verzekeren.' Armé keek Riley en mij niet eens aan bij zijn harde opmerking, maar ging alleen maar onderuit zitten en legde zijn zakdoek op zijn neus.
Mijn mond klapte in één keer dicht terwijl ik hem boos aankeek. Ik balde mijn andere hand nu ook tot een vuist en keek toe hoe Ammon zwalkend naar een fauteuil toe liep om zichzelf daarna erin te laten zakken met het nodige gekreun.
Ik kon ze niet meer aankijken. Ik wilde ze niet eens meer aankijken. De twee mannen die mij hoorde te helpen en te ondersteunen hadden nu al besloten dat mijn lot de dood was. Ik snoof boos en draaide me om terwijl ik hardhandig op de knop van de deur drukte, die veel te langzaam naar mijn smaak open schoof.
'Oh mooi, ze gaat douchen.' Hoorde ik Armé nog op een luchtig toontje zeggen, en als ik met de deur kon smijten, dan had ik dat gedaan.
District 5 - Kevin Jones (17) POV. Middag in de trein.
Stil zaten we met z'n vieren aan tafel. Niemand had tot nu toe nog iets gezegd op Lucien Zalazar na die onze Districtsbegeleider was. En wat hij zat uit te kramen was ook niet helemaal vrolijk.
'Als jullie aankomen in het Capitool wil ik geen ophef. Jullie gaan netjes met de bewakers mee en houden jullie mond de gehele tijd dicht in het Correctiecentrum.' Hij had ons tot nu toe alleen de regeltjes voorgeschreven en mijn bloed begon er steeds meer van te koken.
Hij was een enge griezel met zijn puntige tanden, witblonde haar en violetkleurige ogen. Zijn wandelstok hield hij ook geen moment uit het zicht. Zelfs nu bij de lunch stond die naast zijn stoel en rustte zijn hand er af en toe op.
Onze Mentor had tot nu toe nog geen één keer haar mond open gedaan en ging tegen niks in van wat Lucien zei. Het leek haar allemaal maar best. Ze staarde met haar waterige blauwe ogen alleen maar naar haar bord en verder deed ze niks. Ze at nauwelijks, maar ze staarde wel. Haar huid zag er vies gelig uit en leek flinterdun te zijn.
Ze was duidelijk een morfling verslaafde.
'En wat als we dat niet doen?' Emily's lichte stem klonk plots zacht door de ruimte heen. Het was even stil totdat Lucien zijn ogen naar haar draaide en zijn hand zijn wandelstok sterk vastgreep.
'Dan kan ik je verzekeren, dat jullie niet ver zullen komen in de spelen. Ik zou er zelfs maar niet zo zeker van zijn of jullie het bloedbad dan wel redden.' Emily bleef hem opstandig aankijken, maar hij draaide alleen maar zijn hoofd van haar weg en pakte zijn bestek opnieuw op en ging verder met eten.
'Hij helpt met- met mentorzaken.' Mompelde onze Mentor opeens en ik keek haar vreemd aan. Ze staarde naar de lepel die ze in haar hand had. Ze duwde haar sluike licht bruine haar achter haar oor en haar mond maakte visbewegingen.
'Mable heeft gelijk,' Lucien praatte rustig verder, alsof Mable niks had gezegd. 'zonder mij zullen jullie niet snel overleven, want Mable kan niet veel zelf.' Met dat gezegd liet Mable haar lepel weer zakken en staarde ze weer naar haar bord.
'Dus vertel maar, wat moet ik allemaal weten van jullie.' Hij depte rustig zijn mond af met zijn servet en schoof zijn stoel iets achteruit waarna hij een ijzeren sigaretten doosje uit zijn broekzak pakte en er één aanstook.
'Wat wil je weten?' Vroeg ik met een lichte irritatie in mijn stem. Lucien begon zwaar op mijn zenuwen te werken. Hij was net zo erg als het Capitool zelf. Het kon hem niks schelen dat we binnen enkele dagen dood konden zijn, het enige wat hem wat uitmaakte was of hij profeit van ons zou hebben.
'Ik wil weten hoe jij jezelf denkt te gaan redden in de arena. Waar je goed in bent en waar je slecht in bent. Ik wil je ergste nachtmerries weten en de dingen die je moed geven.' Hij boog wat dichter naar me toe en blies zijn stinkende rook uit in mijn gezicht, maar ik bewoog niet.
'Ik wil weten waarvan je gaat huilen als een kleine baby.' Met een gemene grijns zakte hij weer terug in zijn stoel terwijl hij opnieuw van zijn sigaret rookte.
Vanuit mijn ogenhoeken keek ik Emily schuin aan die nu ook naar haar bord staarde. Ze had haar lippen dicht op elkaar gedrukt en haar handen gebald tot vuisten in haar schoot liggen.
'Dus, vertel het me maar.' Zijn pafferige stem maakte me ziek van binnen. Het bracht de beelden terug van Kelly, Hugo en Renee bij de Boete. Mijn grootste angst was dat één van hen zou worden getrokken. Dat één van hen zou worden vermoord.
'Ik heb zwemangst.' Ik keek op en zag hoe Emily met strakke ogen Lucien aankeek. Haar onderlip trilde zachtjes, maar ze bleef hem sterk aankijken.
'Ik kan niet zwemmen. Ik ben bang voor water.' Mompelde ze opnieuw en Lucien zuchtte luid waardoor er een rookwolk uit zijn mond kwam zetten. Hij drukte zijn sigaret hardhandig uit op zijn half opgegeten eten wat nog op zijn bord lag. Het siste zachtjes en de zwarte as vermengde zich met de jam.
Hij klakte drie keer met zijn tong en schudde zijn hoofd heen en weer waarna hij opstond en zijn wandelstok vast greep.
'Er is bijna altijd wel water in een Arena, Emily, lieverd. Jij zult het niet lang gaan overleven.' Hij liep naar een raam toe waar hij met gefronste wenkbrauwen uitkeek. Opnieuw stak hij een sigaret aan, maar Emily bleef met een harde blik naar zijn stoel kijken.
'Ik ben snel en heb veel plantenkennis. Daarbij denk ik dat ik zwaard vechten snel zal kunnen leren.' Lucien begon te lachen, maar ik bleef Emily aankijken. Ik kreeg langzaam medelijden met haar en wilde niks liever dan Lucien een flink klap in zijn gezicht verkopen.
'Zwaard vechten? Een meisje zoals jij die in drie dagen leert zwaard vechten?' Hij klikte opnieuw met zijn tong en liep weer terug naar de tafel. 'Lieverd, zoals ik al eerder zei; je gaat het niet lang uithouden in de arena. En met dat lichaam van je en je onflatteuze karakter zal je ook niet snel sponsors krijgen.'
Emily keek weg, maar ik zag hoe ze haar armen strak rond haar middel heen trok. Ik voelde plots Lucien zijn ogen op mijn gezicht branden en met op elkaar geklemde kaken draaide ik me naar hem om. Ik keek recht in zijn violet kleurige ogen en gaf hem niet de kans om zijn vraag aan mij te stellen.
'Ik denk dat jij maar eens naar je eigen zwaktes moet gaan kijken. Je angst dat wij op een dag het Capitool naar beneden zullen brengen en jouw lijk als een trofee op de brandstapel gooien. Ik denk dat jij van binnen doodsbang voor ons bent en de kracht die wij bezitten.' Ik boog me naar hem toe en tikte zijn ijzeren pakje sigaretten van tafel af.
'Ik denk, dat jij eens je flinke grote achterbakse Capitool mond moet dicht houden.' Zijn hand met zijn sigaret erin was halverwege zijn mond gestopt. Hij keek me met een intense blik aan, maar ik wendde me van hem af en schoof mijn stoel met een flinke duw achteruit en stond op.
'Je denkt dat je zo groot bent Kevin, maar eigenlijk ben je gewoon een klein knulletje met een te groot ego.' Lucien spatte mijn naam uit en hij drukte opnieuw zijn sigaret uit in zijn eten. Hierna stond hij ook op en keek me recht aan.
'Je hebt een stel veel te kleine hersens om te snappen dat we je op het punt hebben waar we je elk moment kunnen vermorzelen als een tor. Ik kan je sneller executeren dan dat jij het woord Capitool uit je mond krijgt geperst.' Hij spatte het laatste woord naar me toe en draaide zich met een flinke knal van zijn wandelstok om en liep de coupe uit.
'Dat had je beter niet kunnen doen.' Verbaast draaide ik me om naar Mable die me met haar waterige blauwe ogen zacht aankeek, maar er was ook een spoor van angst in haar ogen te bekennen.
'Je weet niet met wie je hier te maken hebt Kevin.' Fluisterde ze opnieuw alsof ze bang was dat ze werd afgeluisterd.
'Hoe bedoel je?' Vroeg Emily dringend en Mable begon aan het tafellaken te peuteren terwijl ze zenuwachtig de kamer rondkeek.
'Hij kan je echt vermorzelen bij de spelen.' Fluisterde ze opnieuw, maar met een dringendere toon in haar stem. Ze begon rasperiger adem te halen en zachtjes heen en weer te schommelen op haar plek.
'Ik denk niet dat ze ons nog veel aankunnen doen. Eén van ons zal toch al binnen drie weken dood zijn.' Emily leek plots veel vastberadener en stond ook op van haar stoel. Maar Mable schudde alleen maar met haar hoofd terwijl ze steeds dwangneurotischer heen en weer begon te schommelen. Haar vingers leken aan het tafelkleed te krabben en voor een moment dacht ik dat er tranen in haar ogen verschenen.
'Je snapt het niet. Hij weet waar jullie vandaan komen. Waar je familie woont, wat ze hebben gezegd bij je afscheid en wie voor jou het meest dierbaar is... Je snapt het niet.' Ze stond op en toen pas merkte ik hoe broodmager Mable was. Ze had haar armen krampachtig om haar middel heen geslagen en krabde zachtjes aan haar armen. Emily en ik zeiden beide niks, want we wisten allebei niet wat we hiervan moesten denken.
Maar plots flitste de beelden van Kelly, Hugo en Renee weer door mijn hoofd. En ik snapte dat hij veel meer de touwtjes in handen had dan wij drieën bij elkaar. Hij had de macht om op elk moment van de dag een paar vredesbewakers de bevelen te geven onze familie gevangen te nemen of zelfs erger. Te vermoorden.
Een koud gevoel leek zich over mijn gehele lichaam te verspreiden toen ik me dit realiseerde. Ik draaide me om naar Emily en langzaam zag ik de realisatie ook op haar gezicht verschijnen.
'Wat moeten we doen?' Vroeg Emily nu schorder dan eerst en Mable draaide zich langzaam naar ons om. Ze keek ons weer aan met haar waterige ogen en voor een moment vroeg ik me af of Lucien haar familie ook om het leven had gebracht, omdat ze niet naar hem had geluisterd.
'Je moet naar hem luisteren. Dat is het enige wat je hoeft te doen. Luisteren.' Het enige wat ik na die zin nog hoorde waren Lucien's voetstappen die zich verwijderden van de deur en de harde bonk van zijn wandelstok.
Hij had ook naar ons staan luisteren.
District 4 - Rhine Overton (17) POV. Avond in de trein.
Happiness can be found in the darkest of times, if one only remembers to turn on the light.
Het stond er heel ligt ingegraveerd en door het vele dragen was het al bijna helemaal weggesleten. Maar ik kon het nog steeds helder zien. Als of het voor mijn ogen zweefde en ik de woorden in mijn hoofd hoorde. Ik draaide de ring nu langzaam rond tussen mijn wijsvinger en mijn duim. Ik tikte er soms zachtjes op met mijn nagel en dan klonk het heel even alsof er een hoog zacht ringend geluid uit kwam, maar ik wist dat ik het me verbeelde. Misschien kwam het door het zachte gezoem van de trein op de achtergrond, maar ik verweet het nog steeds aan mijn verbeelding.
Toen ik was wakker geworden herinnerde ik me even niet meer dat ik in de trein zat op weg naar het Capitool. De trein was namelijk geruisloos, op het zachte gezoem na, en het schommelde ook niet zachtjes heen en weer. Het was doodstil. Toen ik na de Boete ernaartoe werd geleid had ik niet met veel ongeloof naar alles zitten kijken, omdat ik al wist dat het Capitool graag nog even aan de Tributen liet zien dat ze rijker en vooral machtiger waren dan ons. Ik was dus in de trein gestapt en was zonder een woord tegen iemand naar mijn kamer gelopen en was in bed gaan liggen met mijn Oma's ring in mijn hand. Ik had een paar uurtjes geslapen. Zonder dat ik het door had was ik uitgeput geweest vanochtend bij de Boete.
En de gedachte aan vanochtend herinnerde me aan Favian.
Favian. Ik had hem niet gezien gisteren. Niet dat ik dat erg vond. Dat moment dat we samen stonden op het podium was al erg genoeg geweest. Hij had me diep aangekeken met een emotie die ik niet wilde zien in een mede Tribuut. Ik was nu een Tribuut voor District 4. En dat betekende dat ik automatisch in de Beroeps troep zou zitten. En dat zorgde ervoor dat ik een moordenaar zou worden. Een moordenaar die hem misschien ook om het leven zou moeten brengen. Ik kan dat niet doen als ik medelijden voor hem zou gaan voelen.
Met een zucht en een geïrriteerde blik naar niets in het bijzonder duwde ik de zachte lakens van me af. De schemerige zonnestralen die zachtjes door de ramen van mijn kamer heen vielen leken het tapijt goud te kleuren. De zonsondergang zag er altijd vreemd uit naar mijn gevoel. De bomen en velden van groen die voorbij flitsten ontgingen aan mijn ogen, omdat ik meer gefixeerd was op mijn kledingkast.
De kast was breder dan mijn bed en het hing vol met zoveel verschillende kleuren, modellen en stoffen dat ik er haast duizelig van werd. Ik wilde het liefst gewoon mijn kleding hebben uit mijn eigen kast. Mijn heerlijk strakke leren broek, witte tops en vooral mijn zachte zwarte vesten. Maar niks daarvan hing in de kast. Het viel me toen pas op dat er bijna alleen maar jurkjes en rokjes in de kast hingen, op een paar pyjamabroeken na dan.
Verdomme.
Met een zachte klap duwde ik de kastdeuren weer dicht en liep in mijn onderbroek en bh naar de badkamer toe. Misschien als ik me zou gaan douchen kon ik het opbrengen om in een jurkje te gaan ontbijten.
De licht turkoois gekleurde jurk die ik aan had hing losjes om mijn lichaam heen en leek met mijn lichaam mee te deinen als de golven mee deinde met de zee. Ze hadden hier werkelijk alles gebaseerd op mijn District. En dat irriteerde me mateloos.
Ik was van nature een introvert persoon, en ik kon het dan ook niet opbrengen om aan mijn familie te denken. Maar het Capitool had andere plannen. En het leek als of ze me al langzaam wilde martelen met alle subtiele hints die mij aan thuis zouden kunnen laten denken. Ik wilde er niet aan toegeven. Dus ik trok de jurk na mijn wasbeurt aan en hief mijn hoofd hoog op en keek arrogant naar mezelf in de spiegel. Ik wilde niet aan thuis denken. Niet meer.
'We hebben dus zo te zien twee late vogels.' De deur schoof automatisch open voor mijn neus, maar ik schrok niet toen ik Epona's lichte stem de kamer hoorde vullen. Ik keek haar niet vragend aan toen ze me weer haar vreemde glimlach schonk.
Het missende bord, bestek en een paar missende broodjes was al uitleg genoeg. Favian was hier ook al geweest, maar was zo te zien gelijk alweer weg gegaan. Epona klopte plots op de stoel naast haar en ik zag hoe ze weer kaarsrecht op de hare zat. Net zoals bij de Boete.
Ik daar in tegen, ging een beetje stug tegen mijn gevoel in naast haar zitten. Ik voelde haar oranje kleurige ogen op me en ik had er een hekel aan. Haar hoekige lichaam gaf een signaal af dat zei dat ze me een minderwaardig persoon vond. Dat ze zichzelf boven me zag staan. Ze opende haar mond en haar oranje lippen vormde zich naar de woorden.
'Dus late vogel, vertel het me maar.' Ik zei niks. Ik hield me muisstil en pakte een zacht broodje. Ik kon hem zo fijnknijpen als ik wilde en iets binnen in me wilde dat heel graag.
'Vertel wat, Epona?' Het broodje maakte een zachte plof toen het op mijn bord viel. De man die was binnen komen lopen, liep heel langzaam en zachtjes richting onze tafel. Zijn ogen vielen me gelijk op. Ze waren olijfgroen en ze stonden op keihard en ijskoud, en zo begon de kamer nu ook langzaam aan te voelen.
Logan Foster. Mijn mentor. Mijn redding in de Spelen.
Hij had een strak en stevig bruusk gezicht. Zijn kaaklijn was scherp en zijn neus groot en hoekig alsof hij al vele keren was gebroken. Zijn huid had een donkere kleur alsof hij al jaren lang onder de zon had gewerkt. En zo was het ook. Hij was al behoorlijk oud want ik zag de grijze plukken in zijn golvende bruine kapsel zitten en in zijn korte dikke baard. Hij pakte de leuning van de stoel stevig vast en ging er met een snelle beweging in zitten. Hij had zijn blik al die tijd op Epona gericht, maar toen keek hij plots naar mij. En ik voelde me opeens nietig.
'Jij hoeft ons helemaal niks te vertellen toch? Want wij weten nu al dat je niks waard bent.' Zijn stem was rasperig en hard. En zo kwam zijn opmerking ook aan. Mijn neus gaten werden wijder toen ik boos ademhaalde. Hij kende me niet eens, maar had nu al zijn oordeel klaar staan.
'Ik ben veel meer waard dan dat u denkt hoor.' Met mijn tanden op elkaar geklemd klonk het boos in mijn oren. Maar hij pakte alleen maar een broodje met een geamuseerde blik in die koude ogen van hem en lachte kort maar krachtig.
'Lieverd. Heb je het nog niet geaccepteerd dat je hoogstwaarschijnlijk na drie dagen al dood bent?' Ik hoorde Epona zachtjes naast me snuiven terwijl ze haar broodje begon te dippen in een kom soep. Mijn handen balde zich tot vuisten en eentje greep mijn mes stevig vast.
'Logan, ze kan het niet hebben. Ik zou maar gewoon ophouden als ik jou was.' Mompelde Epona luchtjes, maar met een zwaar cynische ondertoon erin. Ik pakte mijn mes woedend op en wilde ze het liefst laten zien wat ik er wel niet mee kon doen, maar ik wist dat het niet verstandig was. Ik smeet het mes dus boos neer en het kletterde op mijn bord waarna het op de grond viel. Ik schoof mijn stoel in een vlugge beweging achteruit en liep richting de eerste beste deur die ik zag.
'Zie je wel. Gekozen tributen zijn altijd nietsnutten. Vrijwilligers zijn de enige goede...' Hoorde ik Epona nog zeggen waarna de schuifdeur achter mij dicht ging en ik alleen nog maar het zachte gezoem van de trein hoorde.
Mijn handen waren weer normaal geworden en ik was weer rustig. Als ik me ergens over opwond was dat best bijzonder aangezien ik normaal altijd rustig was. Het was dus duidelijk dat Epona en Logan me tot nu toe mateloos hadden geïrriteerd.
'Ook een goede avond.' Mijn hoofd schoot zowat omhoog en ik schrok op toen ik Favian rustig op zijn bed zag zitten.
Oh.
Zijn wenkbrauwen had hij opgetrokken in een vragende expressie, maar hij zag er niet geamuseerd uit. Zijn zwarte half lange golvende haar kwam tot iets boven zijn schouders terwijl hij het nonchalant uit zijn gezicht schudde. Zijn amber kleurige ogen keken mij nog steeds vragend aan en toen ik zijn blik probeerde te ontwijken merkte ik dat hij alleen in zijn pyjamabroek op bed zat.
Ik keek al snel weer op van zijn gespierde boven lijf, maar ik moest niet blozen. Integendeel. Ik was geërgerd. Waarom was hij niet aangekleed om te gaan praten met Logan over de Spelen. Was hij dan niet gebrand om hier levend uit te komen? Om tenminste nog de eerste paar dagen te overleven.
Ik mompelde geen goede avond terug. Ik keek hem alleen maar aan en vouwde mijn armen overelkaar terwijl ik tegen de deur aanleunde.
'Waarom ben je niet aangekleed?' Hij haalde zijn schouders op en bleef op bed zitten.
'Ik ben geen avond persoon .' Ik snoof en hij keek me nuchter en een beetje observerend aan.
'Waarom ben je hier?' Nu keek hij mij aan met een lichtelijk geërgerde blik en ik verplaatste mijn blik van zijn gelaat naar het raam waar het landschap nog steeds voorbij raasde en de zon inmiddels was ondergegaan.
Ik zei opnieuw niks terug en hij stond op en ging aan de zijkant bij het raam staan alsof hij niet wilde opvallen. Het viel me toen pas op dat hij een tatoeage bij zijn torso had. Net boven zijn pyjamabroek liep een twintig centimeter lang stuk die gevuld was met een zelfde afbeelding van een vogel die leek te vliegen. Daarboven was in sierlijke letterlijks een tekst geschreven. Ik kneep mijn ogen samen om het te kunnen lezen terwijl ik zijn borst van boven zachtjes op en neer zag gaan van zijn ademhaling.
'Not all those who wander are lost.' Ik mompelde het heel zachtjes, maar hij draaide gelijk zijn hoofd om en keek me stil aan.
Ik merkte niet dat ik stopte met adem halen toen hij me weer met precies dezelfde blik aankeek als de dag ervoor op de Boete. Ik staarde terug, maar plots draaide hij zijn hoofd weer naar het raam en fronste. Hij leek opeens diep verzonken te zijn in gedachten en ik voelde me niet langer geërgerd. Eerder een beetje vreemd. Alsof ik zijn persoonlijke gedachte en gevoel had verstoord met mijn aanwezigheid. Ik liet mijn armen dus zakken en draaide me om en opende de deur zachtjes waarna ik naar buiten stapte en ik hoorde hoe de deur achter mij sloot.
Epona en Logan zag ik niet meer zitten. Inplaats daarvan zag ik een bediende de tafel afruimen waarna hij mij opmerkte en me roerloos aan bleef kijken. Ik wist niet zo goed wat ik moest doen en wat ik wilde doen. Wilde ik hier wachten tot later deze avond wanneer we de Boetes terug zouden kijken en afgeblaft worden door Logan of zou ik naar hem toe gaan en laten zien dat ik wel wat meer was dan een lieverd.
Ik besloot het tweede te doen en negeerde de bediende toen ik langs hem heen liep richting de deur die zou leiden naar het gangpad. Ik hoefde niet lang te zoeken naar zijn vertrek. Ik zag al snel een deur openstaan en toen ik naar binnen gluurde stond Logan bij zijn bureau. Hij keek niet eens op toen ik binnen kwam en ik de deur met een zachte druk op de knop sloot. Ik nam geen diepeteug adem om moed te verzamelen, want die had ik al.
'Ik ben goed in zwaard vechten en kan sneller en langer rennen dan de meeste mensen. Mijn werpkunsten met messen zijn scherp en ik kan me zo vermommen als ik dat nodig zou achten.' Hij keek me niet aan, want dat was ik niet waard voor hem. Het enige wat hij deed was zijn hand opsteken en zijn rug rechten.
'Heb je ooit iemand vermoord?' Scherp en snel was zijn vraag en voor een moment wist ik niet wat ik moesten zeggen totdat hij al voor mij antwoordde.
'Niet dus. Heb je ooit al iemand zwaar verwond?' Hij keek me opeens aan met die ijskoude olijfgroene ogen van hem en hij kon zo door mij heen zien. Hij lachte weer ruw en hard terwijl hij het boek dicht sloeg dat op zijn bureau lag.
'Ook niet dus. Heb je überhaupt ooit wel eens iemand gepijnigd?' Mijn ogen flitsten even van zijn gelaat naar zijn hand en toen ik weer opkeek lachte hij smerig en vies.
'Goed, goed. Dan is er toch nog hoop.' Het moment dat ik iemand ooit serieus en lichamelijk pijn had gedaan kwam als een flits terug en ik sloot mijn ogen even waarna ik hem weer ruw hoorde lachen.
'Wie was het?' Ik schrok toen ik zijn stem vlak naast mijn oor hoorde en ik voelde de vreemde warmte die zijn lichaam afstraalde naast het mijne.
'Mijn vader.' Het kwam er niet mompelend uit en al helemaal niet fluisterend. Nee. Ik voelde me opeens anders vanbinnen. Logan leek mijn gedrag goed te keuren en ik voelde me niet vreemd bij de gedachte dat ik ooit mijn vader gepijnigd had.
Logan keek me aan en hij legde zijn grote hand op mijn wang en de warmte ervan gaf mij de rillingen, want het klopte helemaal niet met zijn beeld.
'Ik zal je helpen in de Spelen, maar luister dan wel naar alles wat ik zeg.' Ik knikte niet. Ik keek hem alleen maar aan. Hij draaide zich plots om en maakte een gebaar richting de deur.
'Ik zie je bij de evaluatie.' En zonder dat ik hem nog maar aankeek, liep ik met ingehouden adem de deur uit. En toen de deur achter mij dichtviel kon ik alleen nog maar naar de maan staren die zacht door de ruit heen scheen. De plek op mijn wang waar hij me had aangeraakt voelde opeens akelig koud aan, maar het warme gevoel van binnen ging niet weg.
Hij zou mij helpen.
District 2 - Lerola Aemilia (17) POV. Herhaling van de Boetes in de trein.
Zijn ravenzwarte haar zat golvend naar achteren toe gekamd, terwijl zijn jonge gezicht geen enkele emotie liet zien. Zijn dof blauwe ogen waren gericht op het bloedrode vlees op zijn bord, en zijn lijkbleke handen sneden het langzaam en netjes in dunne plakjes.
Wodan Caddock. Mijn mentor van achtentwintig jaar, en mijn persoonlijke held.
Met een zachte glimlach op mijn gezicht keek ik toe hoe hij het rode vlees aan zijn vork spietste en het naar zijn kleurloze lippen bracht. Zijn puntige tanden lieten het sap rijkelijk uit het vlees vloeien en voor een moment hield ik mijn adem in, omdat het op bloed leek dat over zijn kin heen droop. Ik had nog nooit een prachtigere beeld gezien, dan de man die nu koelbloedig het vlees zat op te eten.
Ik hoorde Althea's kinderachtige stem en Tellas zijn vragen niet meer op de achtergrond. Ik hoorde niks meer, behalve het krasserige geluid van de messen en vorken die over de borden heen schraapten. Ik zag niks meer op het bloedrode sap van het vlees na, en mijn ijzeren nagels die er vol plezier in prikte. Ik stelde me het konijntje weer voor van vanochtend en hoe het had gekrijst onder mijn handen voor genade. Hoe ik het had laten smeken om een vlugge dood.
Het gekletter van bestek dat op tafel werd neergegooid liet me opkijken. Wodan was opgestaan en depte zijn kin af met zijn spierwitte servet. Rode strepen bleven achter op het zachte oppervlak en voor een moment had ik de neiging om het servet te pakken en mijn eigen mond er ook aan af te vegen.
Maar ik hield me in en stond samen met Tellas en Althea ook op van de tafel en veegde mijn ijzeren nagels in het proces daarbij af aan het tafel kleed. Een rode klauw was het effect dat achterbleef en met een hele kleine cynische glimlach op mijn gezicht volgde ik Althea en Wodan naar de TV kamer waar we de herhaling van de Boetes gingen bekijken.
'We zullen zien wie we allemaal moeten vermoorden.' Tellas zijn fluisterende stem klonk zacht naast mijn oor, en toen ik mijn hoofd draaide keek hij me met een kleine grijns aan. Het verbaasde me dat hij tegen mij sprak aangezien de laatste keer dat ik tegen hem sprak het de bekende leus was van de Honger Spelen.
Moge de kansen immer in je voordeel zijn.
En daarbij duwde ik mijn ijzeren nagels zo hard mogelijk in zijn vel. Ik had gedacht dat hij een lompe achterlijke jongen was die hier alleen maar was om zijn spieren te laten zien, maar kennelijk wilde hij dus ook werkelijk tot actie overgaan.
We kwamen aan in een coupe waar de gordijnen al bij dicht zaten en de TV al aanstond op de goede zender. Ceasar Flickerman zat in al zijn glorie naast Claudius Templesmith, terwijl zijn haar in de felste kleuren van de regenboog was geverfd. Van de onderkant van zijn haar tot de bovenkant liep het, en bij zijn voorhoofd eindigde het in een diepe violet kleur. Zijn wenkbrauwen en lippen hadden ook een regenboogkleur terwijl zijn gezicht spierwit was gepoederd. Zijn zilverkleurige pak glinsterde zachtjes en toen hij zijn stropdas wat aantrok zag ik dat deze bij beweging ook de kleur van de regenboog kreeg.
'Welkom allen, en vrolijke 68ste Honger Spelen!' We gingen met z'n vieren op de grote zwarte bank zitten en met strakke ogen staarde ik naar het scherm. Ceasar begon gelijk met zijn praatje en probeerde er een paar slechte grappen tussendoor te gooien terwijl Claudius vrijwel zijn mond dicht hield.
Tellas en ik zouden er nu achterkomen met welke mensen wij de Beroepstroep zouden gaan vormen en wat onze slachtoffers zouden worden. Wie we allemaal zouden gaan afmaken en welke mensen ik vol plezier zou gaan martelen.
'We gaan meteen beginnen met de Boete van District 1!' Ceasar en Claudius vervaagden en in beeld kwam het stadsplein van District 1. Het volkslied klonk luid uit de boxen van de TV en op het podium kwam de districtsbegeleider Berlinda Zwart.
'Vind je haar uitstraling nou niet geweldig Claudius?' Mompelde Ceasar zachtjes op de achtergrond, omdat haar mantelpakje ook uit elke kleur van de regenboog bestond. Claudius gniffelde alleen maar wat en al snel liep Berlinda naar de bol met de papiertjes van de vrouwelijke kandidaten erin.
'Zara Radley!' Een vijftienjarig meisje kwam langzaam uit een vak gelopen en liep langzaam het podium op. Niemand riep iets, het gehele plein was stil. Vanuit mijn ooghoek keek ik Tellas aan die met een gefronste blik naar het scherm staarde, maar we zeiden beide niks.
Niet veel later was de jongens Tribuut ook bekend. Caldwell Ballantynn een viertienjarige jochie dat werd uitgelachen door de mensen uit zijn vak. Ook geen vrijwilliger.
Ik perste mijn lippen stijf op elkaar en Tellas sloeg zijn armen over elkaar heen en leunde achterover. Hier waren we allebei niet al te blij mee. Het was een eerste indruk, maar als nog waren het jonge kinderen die geen vrijwilliger waren en waarmee wij de beroepstroep moesten vormen.
District 4 kon maar beter niet tegenvallen.
Onze Boete kwam en ging en er kroop zowaar een glimlach op mijn gezicht toen ik zag hoe Tellas en ik over het plein heen schreeuwde dat wij vrijwillig wilde gaan. Alle andere Tributen die dit nu ook zaten te kijken waren vast geïntimideerd, en dat was de bedoeling ook.
District 3 kwam in beeld en de roze zuurstok van een districtbegeleider pakte een briefje uit de vrouwelijke kom en las hem luid en duidelijk voor.
'Mayline Chima!' Plots was er een flits in het beeld en was het volgende beeld opnieuw het podium, maar nu met het meisje erop. Ze hadden niks laten zien van het moment dat ze er naar toe liep of hoe haar reactie was.
'Er was een kleine technische fout bij de Boete in District 3, maar gelukkig hebben we de rest van de Boete er wel op staan. Helaas wel zonder geluid, dus we hebben voor dit korte stukje ondertiteling.' Mompelde Claudius met een monotone stroeve stem.
Een paar seconden stond de naam Jack Chamberlain onderin het beeld en liep er een jongen vanuit het zeventienjarige vak naar voren toe. Het beeld bleef daarna even happeren waarna we gelijk het podium van District 4 zagen.
Opnieuw keken Tellas en ik met vernauwde ogen naar een beroepsdistrict Boete waar geen vrijwilligers in voorkwamen. Favian Aurolus en Rhine Overton stonden als twee gekozen Tributen op het podium en daarna werd het beeld weer zwart en gingen we over naar District 5.
District 5 was niet speciaal. Twee zeventienjarige Tributen die er niet bijzonder uitzagen, en ook niet bijster sterk of moedig. Eerder als twee dieren die naar de arena werden gestuurd om afgemaakt te worden.
District 6 was precies hetzelfde. Ook oudere Tributen, waarvan de jongen zo mager, bleek en slungelig was dat ik zeker wist dat ik hem met een zachte duw omver zou krijgen. Het enige amuserende aan de Boete was de Districtsbegeleidster die ontzettend in de war leek te zijn dat ze de helft van haar plichten fout deed. Althea zat dan ook naast me terwijl ze trots haar borst wat vooruit stak en haar kin in de lucht hief. De grote arrogante glimlach op haar gezicht bleef de gehele tijd zitten.
Bij District 7 kregen Tellas en ik allebei een gemene grijns op ons gezicht en toen ik hem aankeek wist ik dat we precies hetzelfde dachten. Jonge kinderen. Van dertien en veertien jaar oud. Heerlijk om langzaam af te maken, want die krijsten het hardste. Riley van dertien stond nu al op het podium te huilen, dus dat zou nog wat worden in het Capitool als hij Tellas en mij tegen het lijf zal lopen.
Ik verwachtte dat District 8 gelijk zou komen, maar plots kwamen Ceasar en Claudius weer in beeld met brede grote grijnzen op hun gezicht geplakt. Als of ze iets wisten wat wij niet wisten.
'District 8, dames en heren, is het volgende District dat aan de beurt is voor herhaling. We willen graag uw interesse prikkelen door alvast te vertellen dat u wat bijzonders staat te wachten.' Lachend verdwenen ze weer van het scherm en District 8 kwam in beeld.
Ik boog mij iets meer naar het scherm toe en tikte zachtjes met mijn ijzeren nagels op mijn knie. De begeleider sprak luid en duidelijk de naam uit van de vrouwelijke Tribuut.
'Julia Dennis!' Maar nog geen tien seconden daarna schelde een felle stem over het plein heen. 'Ik bied me aan!' Mijn vingers hielden op met tikken en mijn wenkbrauwen schoten omhoog. Een vrijwilliger in een niet beroepsdistrict? Dat kwam nooit voor.
Het meisje wat het podium op liep zag er krachtig en moedig uit. Geen één of andere zwakkeling die zou flauwvallen bij het geringste beetje bloed. Nee, zij zag eruit als een vechter. Als een moordenaar.
'Arom Rijzendwater!' De Begeleider had niet eens naar de naam gevraagd van het andere meisjes, maar was gelijk doorgegaan met de jongens. Boos begon ik weer met tikken op mijn knie. Ik wilde weten hoe ze heette. Ik wilde snappen waarom ze dit had gedaan.
District 9 kwam in beeld en geïrriteerd liet ik me terug zakken op mijn plek. De Boete ging aan mijn ogen voorbij, het enige wat me opviel was dat het meisje flink werd uitgejoeld en de jongens Tribuut opnieuw een zielig klein ding was van twaalf jaar.
District 10, 11 en 12 kwamen ook in een snelle reeks van beelden langs. Alsof de filmmakers het ook liever voorbij wilde hebben. Niemand had toch ooit oog voor de zwakkere Districten, die bijna nooit een winnaar voort brachten.
En dat zou dit jaar niet anders zijn.
AN:
Het eerste niet Boete hoofdstuk! Oh wat was dat heerlijk om te schrijven zeg. Dit hoofdstuk bestaat echt uit de eerste vier POV's, ik hou bij welke POV's ik al wel heb gebruikt en welke niet, zodat elk karakter even veel "leestijd" krijgt, om het zo maar te zeggen, als de andere.
Volgende hoofdstuk zal de tweede dag van de treinreis zijn + aankomst Capitool en waarschijnlijk ook het Correctie Centrum. Oh ik krijg er echt steeds meer zin in!
Nu nog wat opmerkingen over dit hoofdstuk.
Kevin's stukje voelde een beetje vreemd aan terwijl ik dat schreef, maar toch ben ik er wel tevreden mee. Ik hoop dat jullie het niet vreemd of slecht vonden lezen, maar juist dat jullie geprikkeld zijn door de gebeurtenis met Lucien (Wat een griezel trouwen hé?).
Lerola's stukje was gewoon een stukje wat ik perse vanuit haar POV wilde doen. Ik weet dat het vast wat saai moet zijn geweest, omdat het natuurlijk over de Boetes ging, maar het was noodzakelijk om dat ook aan jullie te laten lezen. Ook moet je er niet iets van denken dat sommige Tributen wat meer werden besproken bij haar dan andere. Dit is gewoon een reflectie van haar karakter en hoe de Tributen voor haar waren, dat heeft dus niks met mijn mening te maken ;) Niet dat jullie plots gaan denken dat ik sommige Tributen saai of dom vind of zo. Dit was puur Lerola's gedachte haha!
Nu voor de puntentelling:
LaFlorine - 25 Punten.
Greendiamond123 - 30 Punten.
MyWeirdWorld - 34 Punten.
SirWalsingham - 21 Punten.
FF-Schwarz - 18 Punten.
MadeByMel - 16 Punten.
EllaTaglof - 11 Punten.
JoyMainhood - 10 Punten.
LauraTwilightHungerGamesHPfa n - 18 Punten.
Sharonneke95 - 20 Punten.
Cicillia - 16 Punten.
Leakingpenholder - 25 Punten.
Florreke - 17 Punten.
LeviAntonius - 27 Punten.
En ik wil nog even MyWeirdWorld bedanken, die deels mijn spelling checkt en me steunt tijdens het schrijven.
Nu hoop ik vooral op jullie reviews met meningen erin! Vertel me wat je van het eerste niet-Boete hoofdstuk vond! En laat me vooral weten wat jullie van Mocca, Kevin, Rhine en Lerola vonden!
Liefs,
Jade
