Even een korte AN vooraf.

Bij het stukje van Lyanna heb ik geschreven terwijl ik luisterde naar de site: Rainy Moods (jullie kennen dat wel neem ik aan?) Ik adviseer het dan ook om het aan te zetten tijdens haar stukje, omdat het toch net iets meer 'magie' eraan toevoegt. (ga gewoon naar google, typ Rainy Moods in en klik op de eerste link die je krijgt. Enjoy, het helpt mij altijd ontzettend bij het schrijven.)

Nu veel plezier met lezen!


District 12 - Lyanna Larone (14) POV. Ochtend en aankomst in het Capitool.

Gebonk weerklonk op mijn deur, maar ik wilde niet uit bed komen. De lakens waren zo heerlijk zacht en het bed was warmer dan ik ooit thuis had meegemaakt. Mijn hoofd zakte in mijn dikke kussen weg, en met een glimlach spelend rondom mijn mond draaide ik me nog een keer om en verborg mijn gezicht in mijn blonde haren.

Ik wilde niet wakker worden. Ik wilde niet ontwaken uit deze heerlijke droom, om daarna keihard terug geslingerd te worden in de realiteit. Een realiteit waarin ik binnen enkele dagen hoogstwaarschijnlijk dood zal zijn.

Opnieuw weerklonk er gebonk op mijn deur en ik verborg mijn hoofd diep in mijn lakens. Ik hield mijn adem in en bewoog me niet. Misschien dacht ik dat ik zo niet meer gezien zou worden, maar diep van binnen wist ik dat het deels door angst kwam. Angst dat iemand mij mijn eigen adem zou ontnemen.

Doffe voetstappen verwijderde zich van mijn deur en langzaam durfde ik weer adem te halen. Ik schoof de deken iets aan de kant en tuurde over de rand heen. Met samengeknepen ogen zag ik door mijn grote raam heen dat de zon zich achter de wolken schuil hield en dat het zachtjes regende. Toen pas hoorde ik het doffe getik van regen die op de trein neer kwam. Langzaam, maar ruw leek het tegen het raam aan te tikken en gehypnotiseerd bleef ik naar de druppels kijken. Ze gleden naar beneden en lieten voor luttele seconden een spoor achter op het raam. Maar hun spoor werd na een tijdje alweer vervangen door nieuwe druppels.

Onbewust schoof ik de dekens nog meer aan de kant terwijl ik rechtop in mijn bed ging zitten. Ik legde mijn hoofd tegen het raam aan en voelde de koelte van het gladde oppervlak door mijn gezicht heen stralen. Met mijn oor ving ik de geluiden nog beter op van buiten waarna ik mijn ogen zachtjes knipperend sloot en mijn armen om mijn benen heen sloeg.

De regen voelde als een beschermlaag die zich plots overal om mij heen bevond. Het waste alles schoon rondom mij en zo leek het dat ook te doen met mijn gedachten. Het hypnotiserende ritme zorgde ervoor dat ik niks anders hoorde dan de vlagen regen die zich boven mij naar beneden lieten storten. Het waste alles schoon.

'Lyanna?' Mijn ogen gingen langzaam open door de zachte stem van Leandros die plots door de kamer galmde. Zijn geklop op de deur volgde al snel en met lichte tegenzin stond ik op van het bed om de deur te openen.

Hij stond met een licht twijfelende blik in zijn ogen voor mijn deur terwijl hij met zijn hand door zijn warrige donkerblonde haar heen ging.

'Ik moest vragen of je kwam ontbijten.' Ik gaf geen antwoord op zijn vraag, maar draaide me alleen maar om en ging op bed zitten terwijl ik weer met een verlangend gevoel naar de regen keek.

'Hoor je dat, Leandros? Dat zachte getik op de trein.' Vanuit mijn ooghoeken zag ik hoe hij twijfelend mijn kamer binnen kwam gelopen en bij mijn voeteneind halt hield.

'De regen bedoel je?'

'Ja.' Antwoordde ik zachtjes dromend en ik veegde met mijn warme hand over het koude oppervlak van de ruit heen. Ik voelde hoe mijn bed bewoog en zag dat hij met zijn ogen gesloten bij het voeteneinde was gaan zitten

'Het klinkt zo ritmisch.' Mompelde hij en ik draaide me naar hem om met een verbaasde blik in mijn ogen. Hij leek precies hetzelfde te denken aan de vredige blik op zijn gezicht te zien, maar misschien deed hij het maar express. Ik wist niet of hij wel te vertrouwen was.

'Zeg maar dat ik eraan kom.' Hij opende zijn ogen en keek me verward aan. Na een tijdje besefte hij pas dat ik het over het ontbijt had. Hij schraapte zijn keel, stond een beetje onhandig op en ging weer met zijn handen door zijn haar heen.

'Natuurlijk.' Mompelde hij waarna hij me nog even aankeek, maar zich daarna ook al snel omdraaide en mijn kamer uitliep.

Ik liep op mijn tenen naar de badkamer toe waar ik mijn kleding van gisteren als een hoopje had neergegooid. Ik wilde het niet meer aantrekken, het liet me teveel aan thuis denken en aan de wanhopige blikken van mijn familie.

Mijn broer had dit zes jaar geleden ook allemaal meegemaakt en het voelde voor mij nu aan alsof hij de gehele tijd bij me was. Toch was het geen fijn gevoel, maar eerder beangstigend. Ik wilde niet zoals hem eindigen, ik wilde blijven leven en ongeschonden thuis komen.

Dus stond ik een paar minuten later met een stoïcijnse blik op mijn gezicht voor de deur die toegang gaf tot de eetcoupe. Door de wazige ruit zag ik hoe Leandros met onze Mentor en Districtsbegeleider aan tafel zat.

De Begeleider herinnerde ik me maar al te goed met zijn half robotachtige lichaam, en de Mentor was me ook niet onbekend. Ze was tenslotte de enige winnaar van District 12 en een levende legende, omdat ze zonder moorden de Spelen had gewonnen. Sinopa Todd was opnieuw Mentor dit jaar, maar het leek haar niks te deren. Ze straalde altijd kracht uit en ook nu zat ze met een rechte rug en een glimlach op haar gezicht naast Leandros.

Zonder dat ik het doorhad had ik mijn hand op de knop van de deur gelegd en ging deze schuivend voor mij open. Alle drie keken ze naar me op en ik voelde hoe het bloed naar mijn wangen steeg. Ik stond niet graag in het middelpunt, maar ik wist nu al dat ik deze komende weken alleen maar in de belangstelling zou staan.

'Hallo Lyanna,' de glimlach op Sinopa's gezicht leek oprecht. 'Fijn dat je er ook bent. Dan kunnen we nu gaan ontbijten.' Ze wuifde naar de bediende die bij de andere deur stond en zachtjes knikte.

'We hebben niet veel tijd, we zullen zo aankomen in het Capitool.' De stem van de Begeleider liet me een beetje schrikken. Ik had hem gisteren tijdens de Boete al gehoord en toen vond ik al dat de stem zo menselijke en aardig klonk. Ik dacht dat ik me dat had verbeeld, maar nu hoorde ik de stem nogmaals en weer liet het me ontspannen en geruststellen. En toen ik de man aankeek had hij zowaar zelfs een grote glimlach op zijn gezicht, maar ik kon er niks aan doen dat er een rilling over mijn rug heen liep bij de aanblik van zijn robotlichaam.

Langzaam nam ik plaats naast Sinopa zodat ik het rondje compleet maakte. De bediendes kwamen opnieuw binnen met zilveren schalen vol met vreemde dingen die ik nog nooit had gezien. Ik had gisteren al een uur lang met open mond de trein zitten bewonderen, maar nu kwamen ook nog eens de vreemde delicatessen van het Capitool erbij.

'Dit zijn lychees, daar heb je granaatappels en dan mijn favoriet nog; drakenfruit.' Sinopa pakte met een grote glimlach een roze uitziende bal met groene stekeltjes. Ze sneed hem in een vlugge beweging open en schraapte met haar lepel de binnenkant eruit.

De tafel stond vol met de meest vreemde fruitsoorten, koekjes, drankjes en ook nog snoep. Leandros pakte met een twijfelende blik een schaal vol met gekleurde koekjes en ik prikte met mijn vork in een gekleurd klein blokje die wit gepoederd was.

'Macarons en Turks fruit. Jullie hebben goede smaak.' Lachte de Begeleider terwijl hij zelf een dampende mok met een bruin goedje erin naar zijn mond bracht.

'Wat is dat?' Vroeg ik zachtjes terwijl ik op de mok wees. De geur die ervan afkwam zetten rook overheerlijk, maar ik kon het niet thuisbrengen.

'Chocolade melk. Hier, probeer wat.' Hij schonk mijn porseleinen mok vol en deed er daarna ook nog een toef van één of ander luchtige room op.

'Jullie kunnen je maar beter vol eten. Dan bouw je wat vet op voordat je de arena ingaat.' Sinopa glimlachte, maar bij de herinnering aan de arena voelde ik me alles behalve vrolijk. De dampende mok chocolade melk voelde opeens een stuk minder fijn aan in mijn handen. Dit alles kwam van het Capitool af, degene die mij de arena instuurden.

Mijn handen zakte langs mijn zij en met een gepijnigde blik keek ik naar de mok die voor me stond te dampen. Plots voelde ik hoe iemand mijn hand vast greep en toen ik naast me keek zag ik dat Leandros me een trieste glimlach schonk, maar het was een glimlach. Eentje die meer op z'n plaats leek dan die van Sinopa.

'Hier je moet ze eens proeven, ze zijn heel lekker.' Leandros liet mijn hand weer los en greep daarmee twee van de gekleurde koekjes die macarons moesten heten. Misschien was hij toch wel een beetje te vertrouwen.

'Goed, nu over zo dadelijk. Jullie zullen in het station aankomen waar zonder twijfel veel mensen zullen zijn. Ik wil dat jullie je voordoen zoals jullie zijn, maar ga niet staan stotteren of stammeren. Leandros, jij moet vooral krachtig ogen. Als iemand die zich niet snel zal laten kennen.'

Ik wist nu al dat Leandros zich niet zou gaan laten kennen. Hij was dan tot nu toe wel aardig tegen mij, maar ik betwijfelde of dat ook zo zou zijn met de andere Tributen. Iedereen in District 12 had nota bene gezien hoe zijn vriendin werd afgemaakt vorig jaar in de Honger Spelen. Iedereen had gezien hoe boos en verslagen hij eruit had gezien bij de Boete. En nu zou iedereen vast ook zien hoe hij wraak zou nemen.

'Lyanna,' ik schrok op toen Sinopa mijn naam noemde. Ik keek op in haar donker groene ogen en ze glimlachte zachtjes naar me. Alsof ze wist dat ik er niet helemaal bij was met mijn hoofd. 'jij moet vooral je onschuld en je deugden laten zien. Leandros zal dan ook meer optreden als je grote broer dan als je vijand, oké? Mensen moeten denken dat ze jou niet zomaar iets aankunnen doen zonder dat Leandros daar iets tegen doet.' Ik knikte, maar ik wist niet of ik blij was met het plan. Misschien wilde Leandros wel helemaal niet met me samenwerken. Misschien wilde hij wel veel liever met een paar andere, oudere en vooral sterkere Tributen samenwerken.

'Daar is het!' Leandros schoot zowat van zijn stoel af en liep naar het raam toe. Mijn ogen verschoven van Sinopa naar het raam waar ik nu duidelijk het Capitool in de verte zag liggen. Waar de mensen zouden zijn die om onze dood zouden gaan schreeuwen.

'Het spel begint nu al, onthoud dat.' De stem van de Begeleider verviel tot op de achtergrond, want ik kon alleen nog maar naar buiten staren. De gekleurde en vooral vreemde gebouwen zoefden langs, maar voordat ik ook maar kon opstaan reden we een tunnel in en werd alles zwart.

Het spel was nu inderdaad begonnen.


District 6 - Alexander 'Alex' Flemming (18) POV. Aankomst Capitool.

Ik was omringt door idioten.

Niemand van mijn gezelschap leek over hersens te beschikken. Allen hadden ze een doffe, domme, achterlijke blik in hun ogen waardoor mijn interesse in hun karakters al snel was verdwenen. Ze namen de onbelangrijkste dingen serieus en keken over de belangrijke heen. Ik volgde hun gesprekken met een half slapende gedachte en gaf antwoord in de meest simpele vormen.

'Water, overal water... vloed, eb.' Met een geïrriteerde gezicht probeerde ik Yoko's gemompel te negeren. Ik had het praten met haar al gelijk opgegeven toen het me echt duidelijk was geworden dat ze een verslaafde was. Het enige waar ze het tegen zichzelf over had was water. Niks anders.

Ik sloot mijn ogen om haar zeurende, piepende stem buiten te sluiten, maar veel tijd had ik er niet voor. Een harde bonk voor mijn bord liet mijn bestek kletterend van tafel afvallen. Mijn lepel viel geheel in het koude aardbeiensoepje wat onaangetast voor me stond.

'Alex! Let eens op! We hebben het hier wel over levensbelangrijke zaken!' De stem van mijn Mentor dreunde weeral door mijn hoofd heen. Dat mens leek geen zachter niveau te kennen dan het luide geschreeuw wat ze altijd deed. Af en toen dacht ik dat ik permanent doof zou worden door haar stem. Het suisde door de lucht en liet mijn oren piepen. Ik nam aan dat ze het deed om kracht uit te stralen, maar het enige enge wat ze er mee veroorzaakte was het gepiep wat ik 's nachts nog in mijn oor hoorde.

'Ik let op.' Mompelde ik monotoon. Ik zag hoe Colleen vanuit mijn ooghoek me vreemd en afkeurend aankeek, maar het maakte me niks uit. Zij had deze gesprekken misschien wel nodig, maar ik niet. Haar hoofd was misschien wel gevuld met meel, maar die van mij niet.

Ik had hersens.

'Je let helemaal niet op, je zit half te slapen. Als ik niet je Mentor was, dan had ik allang gedacht dat je de strijd had opgegeven.' Ze probeerde me met een ijzeren blik aan te staren, maar ik staarde alleen maar terug met een nuchtere blik in mijn ogen.

'Denk je dat ik niet oplet, omdat ik soms niet naar jouw ridicule adviezen luister?' Ik keek van haar weg en staarde recht in Colleen's grote bruine ogen. Ze keek verbaasd, maar haar blik veranderde al snel in een wat hardere.

'Je kunt niet zonder mijn adviezen overleven, Alex!' Mijn Mentor verhief haar stem nog meer, maar ik liet het niet merken dat ze me er kapot mee irriteerde. Rust en stilte was het enige wat ik wilde. Rust, stilte en een kamer voor mijzelf alleen om kalm in te kunnen nadenken.

'Ik denk dat ik prima kan overleven zonder jouw adviezen, aangezien ze nergens over gaan. Ik denk dat ik best de eerste dag in de arena doorkom. Ik denk dat jij mij niet veel kan maken, aangezien als mensen mij willen sponsoren ze dat gewoon kunnen doen, want jij moet het doorgeven. Anders kom jij ook in slecht licht te staan.'

Ik had geen zelfvoldane glimlach op mijn gezicht toen ik merkte dat mijn Mentor niks meer terug zei, maar mij alleen maar met samengeknepen ogen aankeek. Het enige wat ik voelde was voldoening en een klein beetje enthousiasme, omdat ze haar mond eindelijk dicht hield.

'Volgens mij is dat juist het punt waar jij door dood zal gaan. Je denkt te veel.' Voor het eerst fluisterde ze en de gehele kamer leek plotseling doodstil te zijn. We reden de donkere tunnel van het Capitool binnen, maar niemand lette er echt op.

'Je zult denken dat je veel meer weet dan andere Tributen, terwijl dat eigenlijk helemaal niet zo is. Je zult denken dat je gaat overleven, maar eigenlijk ben je de eerste dag al morsdood.' Yoko begon weer zachtjes met mompelen, maar mijn Mentor besteedde er geen aandacht aan. Ze keek mij alleen maar aan met een kleine zelfvoldane glimlach op haar gezicht.

'Dus je zult vanaf nu gewoon luisteren naar wat ik zeg, en de dingen doen die ik zeg.' Ze begon weer luid te praten en ik werd ijzig kalm.

'Waarom zou ik luisteren naar de regels van mijn moordenaars? Waarom zou ik me daaraan houden? Zoals je al zei; ik ben al zo goed als dood. Dan kan ik beter doen wat ik denk dat ik moet doen, niet?' Yoko stond plots op en liep met een vreemd hupje naar het raam. We zaten nog steeds in de schemering van de tunnel, maar zij begon nu al met zwaaien.

'Hoe wil je dan overleven? Je weet niks van hier af en aan je lichaamsbouw te zien zul je echt niet goed zijn met wapens.' Ik dacht voor een moment dat mijn Mentor elk moment kon gaan schuimbekken, maar ze deed niks. Ze bleef me maar aankijken. Strak en steenhard.

'Kennis is een wapen. En ik ben van plan me zwaar te gaan bewapenen.' Ik duwde mijn stoel achteruit en wilde de coupe verlaten, omdat deze discussie voor mij voorbij was, maar de trein ging plots hard op de rem en Yoko begon sneller te zwaaien.

'Ze komen! Ze komen!' Mompelde ze hard en het gepiep van de remmen leek zelfs haar stem niet te maskeren. Fel vaal licht vulde plots de coupé en voor een moment zag ik even niks. Colleen beschermde haar ogen ook door haar handen ervoor te houden, maar al snel werd het licht minder.

Een zacht, maar veraf klinkend geluid vulde de coupé en toen ik opkeek zag ik waar het vandaan kwam. Honderden mensen in de meest vreemde kledij stonden met grote onnatuurlijke glimlachen op hun gezicht te juichen. Voor ons.

Ze zwaaiden, gooiden rozen en bloemen. Ze grepen elkaar enthousiast vast en maakte foto's met de meest vreemde camera's die ik ooit had gezien. Yoko begon steeds harder te zwaaien, maar ik verroerde geen vin. Dit waren mijn moordenaars. De mensen door wiens gejuich de Honger Spelen nog steeds werden uitgevoerd.

'Colleen, ga zwaaien, ze moeten denken dat je van ze houd.' Onze Mentor verhief haar stem nog meer en liep zelf ook met een aanstellerige glimlach naar de ruit. Ze repte geen woord over mij.

Colleen gehoorzaamde, maar glimlachte niet. Ze ging met een nuchtere blik in haar ogen voor het raam staan en wuifde zachtjes. Mensen begonnen harder te juichen en ik zag hoe vredesbewakers een pad maakte door de mensen massa heen.

'Denk eraan, blijf kracht uitstralen.' Onze Mentor legde haar hand op Colleen's schouder en keek mij ook even kort aan en wenkte met haar hoofd naar mij. 'Kom mee. We gaan.'

De deur ging met een harde druk op de knop open en ik voelde hoe een warme aangename lucht de trein binnen stroomde. Het gejuich van de mensen kwam als een klap ons tegemoet en ik greep met mijn hand in mijn zak waar ik mijn pincet nog in had zitten. Mijn Districts aandenken.

'Kijk niet zo zenuwachtig.' Schreeuwde mijn Mentor luid in mijn oor, maar ik betwijfelde of Colleen en Yoko het konden horen door het luidde gejuich. Ik was absoluut niet zenuwachtig, maar zo kwam ik nou eenmaal over. Mijn bleke gezicht zorgde er ook vast voor dat ik er bang uitzag, maar ze zullen nog wel merken dat ik dat absoluut niet was.

Yoko ging ons zwaaiden voor terwijl ze vreemd met haar ogen naar de mensen toe knipperde. Ze pakte hun bloemen aan en gaf die door naar ons. Colleen en ik hadden al snel onze handen vol met de meeste vreemde bloemen die ik ooit had gezien. We waren geen eens een Beroepsdistrict, maar toch werden we behandelt als sterren.

De flitsen van camera's en het luide geschreeuw werd steeds erger en na een paar seconden hoorde ik een luid gezoem naast mijn hoofd. Toen ik mij omdraaide zag ik een zwevende camera in de lucht vlak bij mijn hoofd hangen. De lens stelde zich scherp en voor ik het wist werd er een microfoon naar mij toe geduwd.

'Alexander Flemming! Een paar korte vragen!' De man die de microfoon vast hield had wit met zwart geverfd haar en had zijn paarse pak versierd met allemaal groene veren. Zijn tanden glinsterden in gouden kleuren en voor even was ik sprakeloos.

'Hoe beviel de treinreis je? Ben je blij dat je eindelijk in het Capitool bent? Kijk je al uit naar de Strijdwagens vanavond?' Ik probeerde de vragen te registreren in mijn hoofd en er normaal antwoord op te geven, maar het gejuich, geschreeuw en de flitsen om mij heen maakte het een stuk moeilijker om te concentreren. Meer interviewers begonnen half tegen me te schreeuwen en duwde microfonen mijn richting op. Ik kon ze niet meer verstaan terwijl ze door elkaar aan het roepen en gillen waren. Het liefst zag ik ze allemaal verdwijnen. Dit interview gedoe was absoluut niks voor mij, ik had de behoefte helemaal niet om mijn mening sterk naar voren te brengen.

Ik wilde alleen maar rust en stilte om me heen.

Het luidde geluid van metaal wat over metaal heen schoof vulde de ruimte en het volume van de interviewers daalde. Een enorme deur voor ons had zich geopend en er stonden vredesbewakers naast die stoïcijns voor zich uitkeken. Zonder dat iemand ons ook maar begeleidde liepen we met z'n vieren naar de enorme deur. Gelijk toen ik als laatste over de marmeren drempel heen liep begon de deur weer achter ons te sluiten.

We waren nu werkelijk gevangen in het Capitool.


District 11 - Avon Freeman (18) POV. Correctie Centrum

'Kleding uit.'

Zonder enige waarschuwing werd mijn kleding van mijn lijf afgetrokken en binnen luttele seconden stond ik spiernaakt in de witte kamer. Een rilling die over mijn hele lijf heenliep zorgde ervoor dat ik mijn armen voor me sloeg, maar de stylisten trokken deze al snel weer weg.

'Draai je om.'

Commodus, de hoofdstylist stond breedgeschouderd voor mij en keek me dreigend aan. Zonder twijfel zou hij me wat aandoen als ik niet zou luisteren. Dus ik ging op automatische piloot en deed zonder te zeuren of te zuchten wat hij zei. Zijn hulpjes, Velena en Seflen begonnen in kleine rondjes om mij heen te lopen. Hun onnatuurlijk grote en gekleurde ogen bekeken elk stukje lichaam van mij en wat er maar te zien viel.

'Hoe kom je aan dat litteken?' Velena's zachte piepende stem brak de ijzige stilte die in de ruimte hing. Haar warmen handen gleden plots over mijn zij heen en in een flits zag ik de droom weer terug komen die ik gisternacht nog had.

'Een ongeluk.' Loog ik glashard. Ze mochten de waarheid niet weten. Niemand wist de waarheid op Elliot en Joe na.

'Het ziet er eerder uit als een messteek van geweld. Eentje die je op zou kunnen lopen in de arena.' Seflen's begon zich er nu ook mee te bemoeien en niet kort daarna liep Commodus in een paar grote stappen mijn kant op. Hij duwde Velena en Seflen aan de kant en boog dicht naar het litteken toe.

'Het ziet er inderdaad niet uit als een litteken veroorzaakt door een ongeluk. Vertel op.' Hij wuifde naar Velena en Seflen die zonder een woord zich omdraaide en naar de ijzeren kasten aan de wand hingen.

'Het was een ongeluk.' Met mijn kaken stevig op elkaar geklemd hield ik mijn leugen vol, maar Commodus zag er dwars doorheen. Mijn meestal zachtaardige aard had plaats gemaakt voor de mechanische ik. Alles ging nu op autopiloot en zo beschermde ik mezelf ook. Als ik hier wilde overleven dan moest ik een gesloten boeken zijn. Niemand kon hier iets over mij weten van mijn echte leven, want dan zou ik een zwakte hebben.

'Dat is geen litteken van een ongeluk! Dit is gebeurd in een gevecht! Wij moeten zulk soort dingen weten voor je presentatie naar de mensen toe. Of wil je het soms allemaal maar zelf uitzoeken?' Velena en Seflen kwamen weer aanlopen met in hun handen doekjes, een potje zalf en een grote spuit met een groen goedje erin. Ik gaf geen antwoord op Commodus zijn vraag, maar draaide mijn hoofd van hem af en keek Velena en Seflen vragend aan.

'Om je litteken te vervagen, zodat hij niet te zien zal zijn bij de strijdwagens.' Commodus snoof, maar zei niks meer. Hij wenkte alleen bruut met zijn hoofd naar een ijzeren tafel en gooide een dunne badjas tegen mijn borst aan. Opgelucht trok ik hem aan en nam ik plaats op de ijzeren tafel. Opnieuw werd mijn zij ontbloot en ik voelde Velena's warme handen weer over het litteken heen strijken.

'Het zal aanvoelen alsof het brand, maar dat betekend dat het werkt.' Met de doekjes maakte ze het litteken schoon waarna ze de zalf er overheen wreef. Een warm gevoel begon zich te verspreiden en Seflen's handen leken opeens ijskoud te zijn toen hij de naald in mijn zij prikte.

Het gevoel werd nog heviger, maar ik gaf geen kik. Ik greep de randen van de tafel stevig vast met mijn handen en hield mijn kaken stijf op elkaar. Ze begonnen mijn benen te wassen en al snel volgde mijn haar en mijn armen. Alles werd geperfectioneerd en mijn huid voelde na een paar minuten al rauw en ruw aan van al het geschrobd. Elk velletje huid leek weg te zijn geschuurd en mijn gezicht begon enorm te tintelen toen Velena er een paarse crème op aanbracht.

'Je hebt mooie ogen.' Complimenteerde ze me zachtjes. Haar felroze ogen keken recht in mijn bruine en voor een moment glimlachte ik kort, maar al snel wendde ze haar blik weer van mij af en ging ze verder met de crème.

'Je hebt mazzel dat je gespierd bent, jongen. Anders zou je kostuum een totale flop zijn geweest.' Bromde Commodus, alsof hij niet toe wilde geven dat hij me zowaar zelfs een compliment gaf. Ik grijnsde, maar besefte tegelijkertijd dat door zijn opmerking ook gelijk duidelijk was dat ik weinig aan zou hebben vanavond. En Katy dus ook niet.

In de treinreis had ik haar leren kennen als een meisje dat veel te snel was opgegroeid. Ze gedroeg zich als een zestienjarige en dacht ook als een volwassene. Ze leek sterk en krachtig te ogen, maar ze leek ook in zoveel opzichten zwak en jong. Ze leek een strijd met zichzelf te voeren en daarmee herinnerde ze me zoveel aan Abby en Ellis. Ze had niet veel tegen mij gepraat en leek zich meer afstandelijk te gedragen terwijl ik haar juist graag wilde helpen.

'Dit ga je leuk vinden.' De stem van Commodus liet me opschrikken uit mijn gedachten. Ik draaide mijn hoofd en keek hem aan terwijl hij met een brede grijns toekeek hoe Seflen een doorzichtige plakkerige crème aanbracht op mijn buik en borst. Het was enorm verkoelend en het voelde zelfs fijn aan, maar toen hij witte stroken eroverheen begon te plakken werd ik argwanend.

'Wat is dat?' Commodus keek me lachend aan en schonk me een mierzoete glimlach die eerder gemeen aanvoelde.

'Dat merk je wel.' Seflen streek alle strips glad en Velena pakte een uiteinde van één strip vast. Voordat ik ook maar kon protesteren trok ze met een grote kracht de strip van mijn borst af. Voor een paar seconden voelde ik niks, maar mijn huid begon daarna te schreeuwen en te branden van de pijn. Ik zag een beetje bloed verschijnen en voor een moment wilde ik haar en Seflen van me afduwen. Ze waren compleet gek en gestoord! Waarom zouden ze dit in godsnaam iemand aandoen?

Ik zag Commodus gemeen naast me staan terwijl hij grijnzend toekeek, maar ik wilde hem niet laten zien dat ik in pijn was. Ik wilde hem niet laten zien dat hij me wat aankon doen. Dus hield ik mijn kaken op elkaar geklemd en greep ik de ijzeren zijkanten van de tafel vast. Velena trok de volgende strip eraf en na een paar minuten had ze ze allemaal gehad.

'Vet het maar in.' Ik werd van de tafel afgetrokken en Velena en Seflen begonnen mijn hele lichaam in te vetten. Mijn huid kalmeerde wat en het leek niet meer zo enorm te branden. Ik kreeg opnieuw mijn badjas naar me toe gegooid waarna Commodus voor het eerst rondjes om heen begon te lopen.

'Je ziet er zowaar nu zelfs menselijk uit, niet meer een goor beest uit een District.' Hij begon bulderend te lachen en Seflen deed zachtjes mee, maar Velena hield haar mond stijf dicht.

'Je zou je nu zelfs knap kunnen noemen.' Seflen knipoogde vreemd naar me en ik kon er niks aan doen, maar ik voelde het bloed naar mijn hoofd toe stijgen. Commodus rolde met zijn ogen en wenkte naar Velena terwijl hij Seflen een duw tegen zijn schouder aangaf waardoor deze stopte met naar mij staren.

'Kom we gaan Gavina halen.' Ik wist onmiddellijk al wie dat was. Mijn ontwerpster. De gene die ervoor ging zorgen of ik er over een paar uur ronduit belachelijk uit zou zien of dat ik nog redelijk normaal in de strijdwagen kon stappen.

Ze verdwenen al snel door een deur en lieten mij achter in de koude, kille, witte kamer. Ik trok de badjas nog steviger om mijn lichaam heen en wenste voor een raam zodat ik naar buiten kon kijken. Nog steeds ging ik op automatische piloot en ik liet mijn gedachten dan ook nergens naar toe gaan. Ik moest alleen maar denken aan het Capitool en hoe ik me vanavond moest gaan gedragen.

Het zachte geschuif van een deur die open ging liet me opschrikken. Ik draaide me om en keek hoe niet Commodus, Velena en Seflen opnieuw binnenkwamen, maar de meest vreemde vrouw die ik ooit in mijn leven had gezien.

Haar ogen waren compleet rond en niet langwerpiger zoals normale ogen waren. Ze waren diep, donker bruin met een grote zwarte pupil. Haar spierwitte haren waren naar achteren gekamd en enorm met volume omhoog gezet. Hier en daar zaten er zelfs wat witte veren en kraaltjes doorheen, maar de rest van haar gezicht en lichaam verbaasde me nog het meest. Haar huid was porseleinkleurig en enorm hoekig en vlak. Ze leek geen wenkbrauwen te hebben en haar neus ging schuil samen met haar mond achter een gele snavel die puntig naar voren stak. Haar handen waren dezelfde kleur geel als haar snavel en haar nagels waren lang en puntig waardoor ze meer op klauwen leken.

'Hallo Avon.' Haar zware Capitool accent haalde me uit mijn extase moment en even moest ik met mijn ogen knipperen om weer op aarde te komen.

'H-hallo.' Mompelde ik stotterend terug. Ik kon mezelf wel voor mijn hoofd slaan. Ik moest me sterk en niet zwak presenteren, maar hier stond ik dan. Stotterend en vol verbazing mijn ontwerpster aan te gapen.

Ze keek me even aan en hief daarna haar arm sierlijk op naar de deur waar ze uit was gekomen. Ik merkte dat haar jurk compleet uit witte veren bestond en dat ze net vleugels had toen ze haar arm spreidde.

'Ga je mee?' Ik knikte en volgde haar stil naar de deur die opnieuw voor haar openschoof. Haar snavel bewoog nauwelijks terwijl ze praatte en ik vroeg me af hoe ze ermee kon eten.

'Vanavond zijn de strijdwagens zoals je natuurlijk al weet, en ik wil graag het kostuum met je doornemen.' We kwamen een kamer binnen die veel warmer en zachter leek te zijn dan de kamer waar ik net nog in was. Eén muur bestond zelfs compleet uit glas waardoor ik het gehele Capitool kon overzien.

'Neem plaats, alsjeblieft.' Ik liet me terugzakken in een purperrode fauteuil en keek toe hoe Gavina naar een grote spiegel toe liep in de hoek van de kamer.

'Avon, waar denk jij aan als je aan je thuis District denkt?'

Ze wilde natuurlijk woorden horen zoals fruitplukkers, platteland, boeren en akkerbouw, maar ik dacht aan niets van dat. Ik dacht aan mijn familie, aan Abby en Ellis, aan Elliot en aan Joe, maar dat kon ik niet zeggen. Daar mocht ik niet aandenken en over praten. Dus ik slikte stevig en opende mijn mond om de woorden te fluisteren waar andere mensen aan zouden denken bij District 11.

'Ik denk dan aan platteland, boeren, akkerbouw en graan. Alles wat eigenlijk met akkerbouw te maken heeft.' Ze knikte enthousiast en duwde de spiegel dichter naar het zitgedeelte toe.

'Inderdaad! En wij hebben ons vooral gefocust op het mysterieuze van akkerbouw.' Ik kon niks bedenken bij het mysterieuze van akkerbouw. Wat was er nou mysterieus aan? We werden onderdrukt door het Capitool en moesten enorm veel werken voor bijna geen geld. Mensen gingen dood op de velden, maar daar vond ik niks mysterieus aan, want het kwam duidelijk door het Capitool.

'Graancirkels!' Schreeuwde ze enthousiast en ze liep op haar hogen hakken naar een andere deur die ze schuivend open deed waarna er een enorme inloopkast verscheen.

'We gaan jullie omtoveren tot graancirkels! En jullie zullen zo mooi en mysterieus zijn dat de mensen wel meer over jullie moeten te weten komen!' Ze lachte, maar ik kon haar gezicht niet zien. Het enigste wat ze deed was de kledingkast inlopen en terugkomen met enkel een strakke goud kleurige boxershort.

'Dat is het kostuum?' Ik keek haar vol verbazing aan, maar ze schudde wild met haar hoofd.

'Natuurlijk niet! Dit is alleen het begin! Hier, hup, trek het maar aan!' Ze gooide de boxershort naar me toen en opende een andere deur voor me waar ik stroef naartoe liep.

Een paar uur later stond ik naast Katy terwijl we beiden nauwelijks iets aanhadden. Ons haar was naar achteren toe gekamd en compleet goud gespoten zodat het glansde en leek te golven als we bewogen. Katy had nog een laurierenkrans, ook compleet van goud, in haar haar zitten, maar ze leek er totaal niet blij mee. We hadden alleen onze boxershort aan en Katy dan nog haar bandeau bh. We waren voor de rest helemaal onder geverfd en gespoten met een mat gouden kleur. Het zat zelfs in mijn neus en oren, en mijn tanden hadden ook een speciaal goud laagje gekregen.

'Maak je maar geen zorgen, dat kun je er zo afhalen!' Dat hadden ze me verzekerd, maar hoeveel ik er ook met mijn vingers overheen wreef, het ging absoluut niet weg.

En nu waren Seflen en Velena bezig met graancirkels over ons lichaam te tekenen in glitterend goud. We leken net op een vreemde aliens, maar dat was ook vast de ironie erachter.

'Klaar! Oh, echt geweldig! Jullie zullen schijnen!' Gavina duwde een bosje granen in onze handen en maakte nog twee laurierkransen vast om onze enkels. We kregen gelukkig geen schoenen aan, maar moesten blootsvoets naar de lift toelopen.

'Bereid je maar voor.' De lift sloot voor ons en zonder dat ik er wat aankon doen voelde ik het enthousiasme en de spanning door mijn lijf heen gieren.

Het was tijd voor de Strijdwagens en de andere Tributen.


AN: Oeh spannend! Het is bijna tijd voor de Strijdwagens! Ik heb jullie Avon's en Katy's kostuum cadeau gedaan, omdat ik gewoon wat wilde delen.
Nu even uitleg over zijn kostuum, want ik begrijp als sommige van jullie zoiets hebben van: Heh? Graancirkels? Is District 9 geen Graan?

Klopt. District 9 is oorspronkelijk Graan, maar niet op mijn lijst. Ik heb namelijk wat Districten een beetje aangepast, omdat ik het gewoon niet echt vind kloppen. Graan en Akkerbouw zijn voor mij namelijk nogal heel erg hetzelfde. Vooral als je bedenkt dat District 11 enorm groot is, waarom zouden ze dan ook geen Graan verbouwen? District 9 heb ik dus Metaalbewerking gegeven, omdat ik dit veel meer vond missen bij de Districten. Ook heb ik District 5, wat normaal Energie is veranderd in Olie en Petroleum, aangezien ze dit ook mistte en ik Energie weer heel dicht bij District 3 vind staan. Daarnaast is Olie en Petroleum ook een vorm van Energie.

Hopelijk vinden jullie dit niet erg (:

Nu verder over de drie POV's die jullie hebben gelezen.
Lyanna vond ik dat die een beetje een overgang nodig had van haar angst naar verbazing voor het Capitool, want ik wilde haar absoluut geen huilebalk maken over haar broer en de kinderen in het bos etc. Dus heb ik haar begin een beetje poëtisch geopend en wat meer afgesloten met echt iets typisch. Hopelijk hebben jullie bij haar stukje ook naar Rainymoods geluisterd (:
En nog even over haar en Leandros, je kunt het idee krijgen dat ik misschien de intentie heb hun een koppel te maken. Dat heb ik dus absoluut niet. Lyanna is namelijk ook maar veertien en Leandros zeventien. Ik wilde ze gewoon een band geven, aangezien ze beide iemand hebben verloren aan de Spelen en ik dit echt zie als iets dat ze sterk maakt. Ik weet nog niet of ze ook echt gaan samenwerken, dat moet ik nog even zien. Ik heb namelijk echt nog nauwelijks een idee wie er gaan samenwerken...

Alex! (: Zijn stukje vond ik erg leuk, maar het voelde wel een beetje stroefjes rond het midden. Dus vertel me vooral wat je van zijn stuk vond, want ik vind dat hij en zijn Mentor beide best goede punten hebben qua hun argument. De twee uitspraken van Alex over 'Kennis is een wapen' en 'Waarom zou ik luisteren naar de regels van mijn moordenaars', zijn quotes die SirWalsingham had ingestuurd, omdat hij dat mooi bij Alex vond passen (ik ook heel erg) Dus als jullie ook iets weten wat mooi bij je personage zou passen, stuur het vooral door! (Echt heel graag!)

En dan Avon nog. Avon is echt één van de weinige Tributen die ik compleet op autopiloot zie gaan in het Capitool aangezien hij van zichzelf vind dat hij niet aan zijn familie etc. mag denken. Dat mag hij pas doen als hij (misschien) wint. Vertel me vooral wat je vond van zijn ontwerperster Gavina! En natuurlijk ook van zijn stukje ;)

Dan nu de puntentelling nog:

LaFlorine - 28 Punten.
Greendiamond123 - 32 Punten.
MyWeirdWorld - 36 Punten.
SirWalsingham - 24 Punten.
FF-Schwarz - 20 Punten.
MadeByMel - 18 Punten.
TeenReadToo - 18 Punten.
JoyMainhood - 11 Punten.
LauraTwilightHungerGamesHPfa n - 18 Punten.
Sharonneke95 - 20 Punten.
Cicillia - 18 Punten.
Leakingpenholder - 25 Punten.
Florreke - 19 Punten.
LeviAntonius - 30 Punten.

Ik kijk uit naar jullie reviews! Laat me weten wat je van het hoofdstuk vond! En als je nog ideeën hebt voor de Spelen (arena, outfits, Ceasar's haarkleur etc.) Laat het me weten!

Liefs,
Jade