AN: Als je nog niet alle Tributen uit je hoofd kent raad ik je aan de Tributen lijst op mijn profiel er even bij te pakken, omdat ik niet altijd de namen gebruiken, maar vaker de Districts benoeming. Dit kan dus soms even verwarrend zijn, maar ik hoop dat het het lezen niet stoort.
Voor nu, veel leesplezier!


District 9 - Minarextra 'Mina' Royale (17) POV. Ochtend tweede trainingsdag.

Een ruwe stekende pijn schokte door mijn lichaam heen terwijl ik een tinteling in mijn vingers voelde. Ik probeerde te bewegen, maar mijn lichaam wilde niet luisteren. Mijn mond voelde kurkdroog aan en mijn lippen gebarsten. Ik probeerde ze te bevochtigen met mijn tong, maar de metaalachtige smaak van bloed die zich in mijn mond verspreidde stopte me.

Waar was ik?

Langzaam knipperend probeerde ik mijn ogen te openen, maar de felheid van een grote lamp boven mij liet mijn hoofd duizelen. Opnieuw voelde ik een ruwe schok van pijn door mijn lichaam heen schieten en ik voelde hoe een druppelzweet van mijn voorhoofd over mijn neus heen droop. Mijn ogen begonnen te wennen aan het licht en ik zag de wazigheid van vier witte muren en een kleine deur rondom mij.

'Is daar iemand?' Mijn stem klonk ruw en oud, alsof ik kapot van binnen was. Ik proefde opnieuw de smaak van bloed, maar probeerde het nu zo goed mogelijk te negeren. Ik voelde het zweet nu ook in mijn handpalmen en ik merkte dat ze de ijzeren rand van mijn bed vast hielden. Ik bewoog mijn vingers, maar voelde al snel dat mijn pols niet omhoog kon. Een ruwe grote witte band hield ze vast gebonden aan mijn bedrand terwijl mijn enkels in dezelfde positie zaten.

Een vlaag van paniek golfde door mijn lichaam heen en mijn hoofd begon te bonken. Opeens hoorde ik de geluiden om mij heen. Het gepiep van een monitor en het gepomp en gezuig van verschillende andere apparaten om mij heen. Ik voelde hoe er dingen aan mijn hoofd zaten vast geplakt terwijl er twee kleine buisjes in mijn neus zaten.

'Waar ben ik?!' Gilde ik nu veel hysterischer terwijl er nog een vlaag van angst en paniek door mij heen golfde. Ik probeerde me los te rukken uit de witte banden, maar ik voelde alleen maar een ruwe pijn rondom mijn polsen. Mijn adem begon onregelmatig te worden en het gepiep van de monitor naast me werd steeds harder en ging steeds sneller. Ik gilde, opnieuw en opnieuw terwijl ik zag hoe er dunne buisjes via naalden in mijn armen zaten geprikt. Donkere en onzichtbare vloeistoffen werden in mijn lichaam gebracht en ik wilde ze eruit rukken, ze eraf halen en zorgen dat ze ver van mij weg bleven.

Ik rook opnieuw de geur van bloed en ik merkte dat ik door het worstelen mijn eigen polsen en enkels open had gesneden door de witte banden. Een gil ontglipte opnieuw over mijn lippen en de muren leken op me af te komen terwijl mijn adem steeds gehaaster en pijnlijker werd.

'Help!' Schreeuwde ik uit, maar mijn stem sloeg over en stief weg terwijl mijn keel en longen branden.

Een deur sloeg open en mijn hele lichaam hield zich plots doodstil. Een vrouw op smetloze witte schoenen kwam binnenlopen terwijl haar grote rode gestifte lippen zich in een enorme glimlach hadden gevormd. Haar gebleekte haar zat strak naar achteren in een hoge knot, maar werd deels afgeschermd door een haarkapje waar het embleem van het Capitool in het zwart stond opgedrukt. Haar witte uniform leek gloednieuw terwijl ze een ijzeren dienblad in haar handen hield.

'Goedemorgen!' Haar opgewekte stem was moeilijk te verstaan door haar zware Capitool accent, maar de grote glimlach op haar gezicht verdween niet toen ik niks terug antwoordde.

'Hoe voelen we ons?' Ze legde het dienblad op een klein tafeltje naast me neer en ik merkte dat het twee kleine potjes waren en een grote naald. Opnieuw voelde ik een pijn scheut door mijn lichaam heen gaan en golfde er een nieuwe vlaag angst door me heen. Ik begon het benauwd te krijgen en het brandende gevoel van mijn polsen en enkels begon erger te worden.

'Het is acht uur 's ochtends en over een klein uurtje mag je je weer bij je medetributen voegen.' Ze lachte en pakte de spuit van het dienblad af en greep met haar andere hand het glazenpotje vast. Ik wilde niks liever dan die plastic glimlach van haar gezicht afslaan, maar ik lag nog steeds vastgebonden aan het bed.

'Relax voor nu maar even, het is zo gebeurt.' Maar ik deed alles behalve dat. Ik begon zo hard mogelijk te worstelen als ik kon en ik zag een scheur ontstaan in haar glimlach. Haar ogen verstarde en ze probeerde mijn bovenarm stil te houden, maar ik gilde en schoot overeind uit mijn bed en kreeg mijn rechterpols los uit de witte band waardoor ik meteen de spuit uit haar hand mepte.

'Mina, lieverd, kalmeer!' Ze glimlacht niet meer en drukte op een knop aan de muur die ik nog niet eerder had gezien. Voordat ik ook maar wat kon zeggen kwamen er al twee Vredesbewakers binnen die me onmiddellijk terug duwde op mijn bed en mijn polsen extra stevig weer vastbonden. De zuster pakte opnieuw de spuit en vulde hem nu rustig met het goedje uit het glazenpotje.

'Laat me los!' Gilde ik toen ze dichterbij kwam met de spuit, maar een Vredesbewaker duwde al snel zijn hand voor mijn mond zodat ik nauwelijks nog kon ademhalen, laat staan gillen. Een paar seconden later voelde ik hoe de zuster haar ijskoude handen op mijn bovenarm zette en de spuit in mijn arm duwde. Onmiddellijk had ik het gevoel alsof er een vloeistof door mijn arm zich verspreidde en ik wist dat het nu toch geen zin meer had om tegen ze te vechten. Ik ontspande mijn lichaam en keek met een levenloze blik naar boven naar het plafond waardoor ik niet doorhad dat de zuster het tweede potje pakte en deze even later ook in mijn arm leegde.

De Vredesbewakers lieten mij los, maar ik reageerde er niet echt op. De zuster zei niks meer tegen me maar verdween met hen door de deur heen en kwam een minuut later terug met een bundeltje kleding. Ik zag mijn rugnummer er bovenop liggen en de herinnering aan de training van gisteren kwam weer bij me terug.

'Waar ben ik?' Vroeg ik nogmaals met een schorre stem. De grote glimlach verscheen weer op haar gezicht terwijl ze mijn polsen en enkels losmaakte.

'In het verzorgingscentrum van het gebouw waar je verblijft totdat je de arena in gaat, lieverd.' Het trainingscentrum dus, dacht ik stilletjes terwijl ik mijn pols zachtjes bewoog.

'Gisteren tijdens de lunch had je een klein incidentje gehad, maar we hebben ervoor gezorgd dat het niet meer zal gebeuren.' Ze pakte een witte doek en depte het bloed ermee af van mijn polsen. Haar koude vingers zorgde voor rillingen over mijn hele lichaam, maar ik wilde niet laten zien dat ik bang voor haar was.

'Hoe bedoelt u?'

'Je incident, of hoe je het zelf noemde in je slaap, je black-out. Het medicijn van zojuist heeft ervoor gezorgd dat je voor de komende dagen in het Capitool er geen last meer van zult hebben. Totdat je naar de arena gaat natuurlijk, dan is het je eigenlast weer en zal het misschien ook nog voor wat verassingen zorgen.' Ze giechelde en haalde de ijzeren balken rondom mijn bed weg zodat ik op kon staan. Maar ik bewoog me niet. Ik bleef haar alleen maar stil aankijken met een ongelovige blik in mijn ogen. Er was een medicijn tegen mijn vreselijke gedrag? Tegen mijn steeds terug kerende nachtmerrie die zoveel mensen bij mij in het District lastig had gevallen?

'Kom, sta op! Je hebt nog een lange dag te gaan.' Ze lachte opnieuw, pakte het ijzeren dienblad op en verdween door de deur.

Stram trok ik mijn knieeën op en ik merkte meteen dat mijn polsen en enkels niet het enige waren wat pijn deed. Door mijn rug schoten opnieuw pijnsteken toen ik mijn benen over de zijkant van het bed heen schoof. Ik merkte dat er een verband overheen zat en toen mijn vingers er zachtjes overheen probeerde te gaan schoot er opnieuw een schok door mijn rug heen.

'Nog vijfentwintig minuten totdat de training begint.' Een mechanische robotachtige stem galmde door de kamer heen en ik wist zeker dat de zuster en de Vredesbewakers meekeken door allemaal camera's.

Zonder al te veel te bewegen trok ik mijn trainingsuniform aan en zag ik dat er een tandenborstel, tandpasta en een borstel bij de wasbak in de hoek lagen. Ik poetste voor tien minuten lang mijn mond om de smaak van bloed maar uit mijn mond te krijgen. Met de borstel kamde ik mijn haar wat steiler en liet ik het voor mijn ogen hangen zodat ik mensen hun blikken kon ontwijken.

Ik hoorde de deur opnieuw openen en zag dat de twee Vredesbewakers voor mij stonden te wachten. Met een stramme pas en een nog steeds pijnlijke rug liep ik naar ze toe waarna ze de deur voor mij open hielden zodat ik de gang in kon lopen. Deze gang was ook wit, net zoals mijn kamer van zojuist was. Het was smetteloos en zag er veel te steriel uit. Het deed pijn aan mijn ogen om er naar te kijken dus richtte ik mijn blik maar op mijn handen waar ik mijn mouwen overheen had getrokken.

Het was niet ver lopen totdat we voor een ijzeren deur stonden waar boven een bordje hing met de naam trainingsruimte erop. De linker Vredesbewaker hield zijn hand op een zwarte plaat naast de deur waardoor deze vrijwel meteen openschoof.

'Probeer niet weer iets uit te halen.' Mompelde de rechter verveeld, maar voordat ik wat kon antwoorden schoven ze me door de deur heen en sloot deze meteen achter mij. Alle Tributen waren zo te zien al bij onderdelen bezig en niemand had mij nog opgemerkt.

Ik had geen idee wat ik gisteren had gedaan tijdens mijn aanval. Het enige wat ik me nog kon herinneren was de geur van de konijnenbout en de scharlaken rode saus die er overheen was gegooid. Mijn maag draaide zich vrijwel opnieuw om toen ik eraan terug dacht, maar ik slikte het weg en zette langzaam wat stappen richting de onderdelen.

Na een tijdje begonnen de andere Tributen mij op te merken. Eén voor één draaide ze hun hoofden mijn richting op totdat vrijwel iedereen mij aankeek. De meeste met een angstaanjagende bange blik in hun ogen, maar sommige keken ook agressief terwijl er maar drie waren die mij mild en vrijwel zonder interesse aanstaarden. Het meisje uit District 8, het meisje uit District 2 en de jongen uit District 4.

Ik zag Ash alleen aan de tafel bij camouflage zitten en ik zette een paar stappen naar hem toe en glimlachte, maar het enige wat hij deed was opstaan en me doodsbang recht aankijken.

'Ik ben je Bondgenoot niet meer, Mina. Niemand hier is je Bondgenoot.' Mompelde hij bibberend en ik wist dat de hele zaal het had gehoord. Ik merkte hoe mensen langzaam hun hoofden van mij afwendde terwijl Ash me aanbleef kijken terwijl zijn lichaam bibberde.

'Ash, ik-'

'Niemand, Mina! Niemand!' Ik hoorde geen gelach en geen gemompel, maar ik wist dat iedereen het met hem eens was.

Ik was alleen.


District 11 - Katy Moonway (12) POV. Middag tweede trainingsdag.

'Voel de balans in je hand als je het mes vast houd, zorg dat je grip goed is.' De trainer verplaatste mijn vingers over het heft van het mes heen terwijl ik hem stoïcijns aankeek.

'Hou hem niet te strak vast, maar hou je pols stijf. Zet je voeten een kleine meter achter elkaar neer, linkervoet voor.' Hij duwde met zijn eigen voet tegen de mijne aan en draaide mijn schouders zijwaarts.

'Wijs met je linkerarm naar je doel, en verplaats dan je gewicht van je achterstevoet naar je voorste terwijl je het mes werpt.' Ik voelde het koude staal in mijn handen en richtte mijn blik op de dummy die recht voor mij stond. De rode schijven op zijn lichaam gaven licht en ik hief mijn linkerhand langzaam op naar de schietschijf op zijn borst. Ik nam een flinke ademteug en bracht mijn rechterarm van achteren naar voren terwijl ik mijn gewicht verplaatste. Ik voel het mes uit mijn hand glippen en ik kon het bijna in slow motion door de lucht heen zien vliegen.

'Probeer het nog eens.' Ik hoorde de stem van de trainer eerder voordat ik zag dat mijn mes de dummy niet had geraakt.

'Hoe kan dat?' Mompelde ik verbaast. 'Ik had toch alles goed gedaan?'

De trainer lachte en overhandigde me een nieuw mes terwijl hij de oude ophaalde. Toen hij terug kwam hield hij het voor mijn gezicht en keek me recht aan. Zijn donkergroene ogen hielden een bepaalde warmte vast die ik niet gewend was te zien in de ogen van mensen.

'Niet alles lukt gelijk de eerste keer. Toen je hebt leren lopen viel je de eerste paar keer ook op de grond, niet waar? Maar als je oefent en het blijft doen, dan zal je op een gegeven moment zelfs kunnen rennen.' Hij draaide zich in een soepele beweging om en wierp het mes in een vlugge beweging naar de dummy toe. De rode zoemer boven het hoofd van de dummy gaf aan dat het een dodelijke worp was, maar ik kon alleen gehypnotiseerd naar het mes kijken wat recht in het hoofd van de dummy stak.

'Probeer het nogmaals.' Hij plaatse mijn vingers opnieuw goed rondom het heft van het mes en knipoogde naar me. Met een vreemde gevoel staarde ik hem voor een tijdje aan waarna ik me van zijn gezicht afwendde. Ik zette mijn voeten weer juist en wierp het mes opnieuw. Hij kwam in het schouderblad vast te zitten, maar de zoemer ging niet af.

'Zie, je leert al.' Hij haalde de messen opnieuw op, maar ik voelde me gefrustreerd.

'Ja, maar niet snel genoeg.' Ik vouwde mijn armen over elkaar heen en keek toe hoe hij de twee messen er in een soepele beweging uithaalde.

'Alles komt op z'n tijd.' Ik snoof, maar pakte het uitgereikte mes wel weer aan.

'Ik heb geen tijd meer over.' Mompelde ik terug en ik zag dat hij wat terug wilde zeggen, maar een stem onderbrak hem.

'Waarvoor niet?' Ik voelde hoe een warme hand op mijn schouder werd gelegd en ik wist onmiddellijk wie er achter me stond. Ik hoefde me niet eens om te draaien om te weten dat het mijn Districtspartner Avon was.

'Nergens voor.' Bromde ik terug. Het enige wat hij de afgelopen dagen had gedaan was zich bezorgt tegenover mij opstellen en me storen op momenten wanneer ik absoluut niet gestoord wilde worden. Ik wist dat hij zijn zusjes miste, de twee twaalfjarige meisjes die huilend voor mij in het vak hadden gestaan bij de Boete, maar dat was nog geen reden om mij nu ter vervanging van hen te zien.

Ik schudde zijn hand van mijn schouder af en keek de trainer even met een schuine blik aan. Hij schonk me een milde glimlach en gebaarde weer naar me dat ik mijn lichaam in de goede positie moest draaien. Ik pakte het mes weer op de juiste manier vast, maar voordat ik ook maar mijn arm naar achteren kon brengen onderbrak Avon me weer.

'Heb je geen zin om naar de survivaltechnieken te gaan?' Zijn stem was zacht, maar het verbrak mijn concentratie. Ik draaide me snel naar hem om en wees met mijn meshand naar zijn borst waardoor hij snel een stap achterruit zette.

'Nee Avon! Ik heb geen zin om met je naar de survivaltechnieken te gaan!' Ik voelde de hand van de trainer op mijn schouder maar schudde hem af.

'Ik heb helemaal geen zin om ook maar iets met je te doen! Heb je het nou nog niet door? Ik wil je bondgenoot niet zijn! Ik red het prima op mezelf, ik heb niemand zijn hulp nodig!' Ik voelde hoe mijn handpalmen begonnen te zweten en hoe mijn hart harder begon te kloppen.

'Katy-' Ik onderbrak hem en wees nogmaals met mijn mes richting zijn borst.

'Ga gewoon weg Avon! Nu!' Ik wees met mijn mes van zijn borst naar de zijkant toe, maar zonder dat ik het doorhad glipte het mes uit mijn hand. Ik zag het suizend door de lucht heen gaan terwijl de trainer achter mij nog schreeuwde, maar ik zag het alleen maar recht op het speerwerperonderdeel afgaan en de Tributen die daar stonden.

'Kijk uit!' Schreeuwde Avon en de grote jongen uit District 2 keek met een dodende, geïrriteerde blik op, maar het meisje achter hem trok hem aan zijn shirt naar achteren. Het mes ging vlak langs zijn borst en raakte daarna vijf meter verderop de muur waar hij trillend in bleef steken.

'Raak niks aan! Ik ga het mes halen en dan wil ik jullie hier beide weg hebben!' Schreeuwde de trainer. De warmte was uit zijn ogen verdwenen en het enige wat ik nog zag was woede. Ik kon niks zeggen, maar voelde al vrijwel meteen hoe Avon mij meetrok aan mijn bovenarm.

'Laat me los!' Snauwde ik net iets te hard en ik trok mijn arm los uit zijn greep waardoor ik mijn balans even verloor en een paar stappen achteruit moest zetten. Ver kwam ik niet, want ik voelde plots hoe mijn hak op een paar tenen kwam te staan en mijn rug tegen een brede borst aanknalde.

'Kijk is wat we hier hebben, Lerola. Uitschot uit District 11.' Ik draaide me om en zag de twee Beroeps uit District 2 recht voor mijn neus staan. Tellas, stond met een grote gemene grijns op zijn gezicht terwijl Lerola, naast hem ons ijskoud recht aankeek.

'Wat zullen we met ze doen? Ook een mes naar hun borst gooien? Of ze in de afvalbak proppen, waar ze thuis horen?' Tellas lachte ruw en ik merkte hoe ik angstig een paar stappen achteruit zette. Ik voelde Avon zijn hand op mijn schouder en ik merkte hoe hij beschermend voor mij ging staan, maar ik ging er niet tegenin. Angst nam zijn bezit over mij terwijl ik toe keek hoe Lerola haar handen steeds van vuisten naar klauwen maakte. Het zag er met haar afgevijlde ijzeren vingernagels luguber uit en het maakte me misselijk.

'Dat mes was een ongeluk, daar konden we niks aan doen.' Avon mompelde niet langer meer zoals hij al die tijd bij mij had gedaan, maar hij praatte echt hard en met kracht. Alsof hij genoeg had van alles om hem heen.

'Een ongeluk?' Fluisterde Lerola die een stap naar voren zette. Ze trok lichtjes één mondhoek omhoog zodat ze een vreemde enge glimlach op haar gezicht kreeg die me de kriebels gaf. 'Misschien gooien wij ook wel per ongeluk een mes jullie kant op.' Ze snoof en Tellas haalde van achter zijn rug een werpmes vandaan. Precies hetzelfde model waar ik een paar minuten geleden nog mee had staan oefenen.

' Je mag geen wapens bij je hebben buiten de trainingsgebieden.' Zei Avon hard, maar Tellas begon alleen maar te lachen terwijl hij het mes beter vast greep.

'En wat wil je doen dan? De Vredesbewakers er bij halen? Of je vriendje?' Plots zag ik de blik in Avon zijn ogen veranderen en langzaam zette ik wat stappen naar achteren zodat hij weer beschermend voor me stond. Ik hoorde hoe zijn ademhaling oppikte en zag hoe zijn lichaam zich aanspande.

'Ik waarschuw je nog één keer. Stop dat mes weg.' Tellas begon te bulderen van het lachen, maar Avon verroerde geen vin. Hij bleef Tellas alleen maar doordringend aankijken met een harde blik in zijn ogen terwijl ik langzaam zijn onderarm vast pakte.

'Of anders?' Kreeg Tellas uit zijn keel geperst voordat hij weer verder ging met lachen. Iets in me verwachtte dat Avon, Tellas naar zijn keel zou vliegen, maar hij deed niks. Hij keek hem alleen maar aan en toen draaide hij zich in één keer om terwijl hij mij ook mee trok aan mijn hand. Ik had verwacht dat ik een huiveringwekkende schreeuw zou horen van Avon, omdat Tellas het mes had gegooid. Of dat Tellas tegen ons zou gaan schreeuwen, maar ik hoorde geen van beide. Het enige wat ik kon horen was het zachte en ijskoude gesis van Lerola.

'Jullie bloed zal als eerste vloeien. Wacht maar af.'

Alles rondom mij heen viel stil. Ik hoorde Avon zijn voetstappen niet meer ook al trok hij me nog steeds mee. Ik hoorde Tellas en Lerola hun gelach niet meer en ik hoorde de andere Tributen in de zaal niet meer. Het enige wat ik nog hoorde was mijn eigen hart dat luid in mijn keel bonkte, want ik wist precies wat ze bedoelde.

Mijn bloed zal als eerste vloeien in het Bloedbad. Mijn bloed zal als eerste de grond rond de Hoorn des overvloeds rood kleuren en aan Lerola's handen plakken.


District 7 - Riley Yohan (13) POV. Avond tweede trainingsdag.

Met mijn knieeën opgetrokken tot aan mijn borst leunde ik met mijn warme wang tegen de verkoelende muur aan. Het kussen wat naast me lag had een diep donkere rode kleur. Ik wilde er niet naar kijken en wilde het al helemaal niet tegen me aan hebben. Met mijn voeten duwde ik het kussen van het bed af en trok ik mijn knieeën snel weer tot aan mijn borst op. Ik had alle lichten uitgedaan en behalve de lichten van de straat die door mijn raam heen schenen verlichtte niks mijn gezicht. Ik hield van de duisternis die er om mij heen was. Het slokte dingen op en zorgde ervoor dat ik niks meer kon zien. Het nam alle angsten die ik had weg en het sloot zich om mij heen als een beschermende deken. Normale mensen zochten het licht op als ze bang waren, maar ik niet het. De duisternis was voor mij een plek waar ik even aan niets hoefde te denken. Waar ik voor niks bang hoefde te zijn.

Met mijn vingers streek ik zachtjes over mijn nek heen waar ik de kleine wondjes voelde die Mina daar in had gezet met haar nagels. Ik voelde een rilling over mijn rug heen gaan bij de gedachten aan haar gezicht die zo enorm vertrokken was in een gestoorde blik. Ik probeerde mijn knieeën nog meer op te trekken en mijn gezicht erachter te verbergen, maar ik was te klein.

Zo voelde het al de hele week. Alsof ik te klein was voor alles. Niemand had mij nog een Bondgenootschap aangeboden naast Mocca. En ook al huilde ik ontzettend vaak en deinsde ik terug voor elk gevaar, ze bleef bij me en beschermde me.

Met een zachte tik gingen de lichten plots weer aan en schermde ik mijn ogen gelijk af voor het brandende gevoel van verblindheid wat erop volgde. Een gevoel van onbehagen bekroop me en voor een moment hief ik mijn hoofd op uit mijn schoot om Armé met een verveelde geïrriteerde blik in zijn ogen in de deuropening te staan.

Hij hield een grote groene appel in zijn handen en nam er een grote hap van. Ik zag zijn gele tanden in het glanzende oppervlak verdwijnen en het zure sap droop van zijn wit gepoederde kin af op de schone vloer.

'Waar ben jij in vredesnaam mee bezig?' Zijn sarcastische, snauwende stem werd opgevolgd door een spottend lachje terwijl hij luid smakkend zijn appel opat. Ik gaf geen antwoord waardoor hij met zijn ogen rolde en de appel voor me op het bed gooide.

'Kom mee. Calvin wilt iedereen in de eetzaal hebben. Vast en zeker om zijn goede manieren tijdens het eten te bewonderen.' Hij begon schaterend te lachen en draaide zich van mij weg en liep de deur uit. Met een goor gevoel keek ik naar de appel die half afgekloven midden op het bed lag. Zonder er nog naar om te kijken liep ik snel de kamer uit en botste ik bijna tegen Mocca aan in de gang.

'Gaat alles wel goed?' Vroeg ze en ik knikte snel om een reeks vragen te vermijden.

'Waarom wilt Ammon ons spreken denk je?' We liepen de hoek om en kwamen in de woonkamer uit. De gehele kamer was in lavendel kleuren bedekt. De stoelen waren okergeel en de tafels waren van een diepe donkere paarse kleur die iets weg had van modder.

'Is zijn naam niet Calvin?' Mompelde ik zachtjes. Mocca haalde haar schouders op en duwde een glazen deuropen die toegang gaf tot de kleine eetzaal.

'Hij is onze mentor en vroeg of we Ammon wilde noemen. Dan doe ik dat ook.' Ik liep door de deuropening heen en zag hoe Ammon aan het hoofdeinde van de grote eikentafel zat. Zijn bord volgeladen met kippenpoten en aardappels terwijl er in zijn kleine baard allemaal stukjes eten zaten. Hij schreeuwde naar een bediende dat hij meer bier wilde en ik kon vanaf hier al zien dat hij dronken was.

Armé zat aan het uiteinde van de tafel en keek met een afzichtelijke blik toe hoe Ammon hard boerde en schaterde van het lachen toen zijn glas omviel. Toen hij ons zag staan versoberde zijn blik iets, maar toen de bediende zijn glas opruimde en hem daarna opnieuw vulde had hij daar alleen nog maar oog voor.

'Oh, kom vooral het feestje bij wonen. We hebben het al zo gezellig.' Zei Armé sarcastische en Ammon lachte opnieuw hard terwijl hij de bediende die naast hem stond een harde klap op haar billen gaf zodat ze een gil uitliet.

'Armé, ik heb je altijd al bewonderd voor je eerlijkheid.' Bromde Ammon hard en pakte daarna een kippenpoot die hij met zijn gele tanden begon af te kloven.

'En ik heb je altijd al bewonderd voor je tafelmanieren.' Armé lachte vals en depte met zijn grote servet zijn roodgestifte lippen af waarna hij naar ons wees dat we plaats moesten nemen aan de tafel. Mocca en ik gingen precies in het midden van de tafel zitten zodat we niet in de gore lucht van Ammon zouden zitten of in de bedwelmende van Armé.

Er werd een bord met een stomende soep voor mij neergezet en voor een moment hoorde ik mijn maag luid knorren. Ik zag Mocca ook al gretig wat bruin brood in haar soep dippen en niet veel later was mijn bord al compleet leeg.

'Hoe ging jullie training vandaag?' Bromde Ammon terwijl hij nogmaals een glas bier achterover sloeg en daarna weer had schreeuwde om de bediende.

Ik hield mijn mond stijf dicht en keek Mocca even aan die zachtjes naar me glimlachte. Daarna draaide ze zich naar Ammon om en vertelde hem dat er niks verkeerds was gebeurd en dat we veel hadden geleerd. Hij knikte en boerde weer hard waarna hij zijn bord aan de kant schoof en wat voorover naar ons toe leunde.

'Oh vertel vooral verder. We zijn allen zo geïnteresseerd.' Mompelde Armé, maar hield zijn mond dicht toen Ammon hem een moordende blik gaf. Een geamuseerde glimlach speelde rondom zijn mond terwijl hij zijn servet in zijn kraag stopte.

'Wat hebben jullie van de andere Tributen gezien?' De borden werden weggehaald en Armé pakte een groene appel van de schaal af. Mijn maag draaide zich lichtelijk om bij de gedachte dat zijn oude nog op mijn bed lag.

'De Beroeps waren zoals de vorige dag. Ongeïnteresseerd in ons en vooral gefocust op hun wapens. En verder is er niks speciaals gebeurt.' Mompelde Mocca en Ammon bromde iets wat voor niemand van ons te verstaan was. Ik kreeg een nieuw bord voor me met daarop een stoofschotel terwijl Ammon en Armé zonder bleven.

'Goed, dan gaan we de plannen voor morgen bespreken. Morgen is het tijd om te laten zien wat je kunt. De Spelmakers zullen goed letten op jullie vaardigheden en ga dan ook niet iets moeilijks doen wat je toch niet goed kunt. Doe alleen het nodige. Daarna stop je en loop je weg. Misschien hebben jullie dan nog enige kans op een hoog cijfer.' Armé lachte spottend, maar zei verder niks. Ik keek Mocca opnieuw even aan, maar ze richtte haar blik al snel op haar eten.

'Wat als we nergens uitzonderlijk goed in zijn?' Mompelde ik zachtjes, maar ik durfde niet op te kijken naar Ammon om zijn blik te ontmoeten.

'Dan wordt je vannacht maar ergens uitzonderlijk goed in! Of je kunt het bekijken bij de Spelen! Denken jullie dat iemand jullie zal gaan sponsoren als je er al klein en zielig uitziet en ook nog eens lage cijfers haalt? Capitool mensen houden van overlevers, van vechters en van brute mensen! Ik hoop dat je dat zielige gedoe van je maar snel aan de kant schuift, want anders ben je over een paar dagen dood!' Hij gooide zijn bierglas aan de kant en sloeg boos met zijn vuist op tafel waarna er opnieuw een harde boer omhoog kwam.

'Je bent altijd zo vriendelijk Calvin, je vormt het lichtpuntje in de zielige levens van deze Tributen.' Armé gooide zijn afgekloven appel voor zich neer en stond op waarna hij een glas wijn van de dranktafel haalde die in de hoek stond.

'Hoe goed ze ook zullen presteren bij de Spelmakers morgen,' Hij lachte even schamper en draaide zich daarna naar ons om met een groot glas in zijn hand. 'ze zullen toch sterven bij het Bloedbad. En dat weet iedereen.' Hij boog zijn hoofd naar Mocca en keek mij daarna recht aan terwijl hij zijn glas hoog in de lucht hief en knipoogde.

'Santé, monsieur.' Hij dronk het glas in één keer leeg waarna hij zich omdraaide en met een klap van de deur de kamer verliet om ons achter te laten in een depressievere bui dan dat we deze hele week waren geweest.


AN: Deze update ging dus veel sneller dan de vorige keer! Hopelijk de volgende ook, dan kunnen jullie blijven doorlezen.

Nog even over dit hoofdstuk. Ik wist toen ik het vorige hoofdstuk schreef al meteen dat ik dit hoofdstuk wilde openen met Mina, omdat ik natuurlijk ook haar kant wilde laten zien van de aanval die ze had en ik wilde duidelijk maken wat er met haar is gebeurd. Nu heeft ze dus een medicijn gekregen dat er voor zorgt dat ze tot het Bloedbad geen aanvallen meer zal krijgen. Daarna is het uitgewerkt en zal ze er in de arena weer last van hebben.

Ik wilde dit hoofdstuk toch nog een beetje Beroeps erin hebben en bij Katy wilde ik duidelijk maken dat ook al voelt ze zich al zo volwassen, ze is nog steeds maar twaalf jaar oud en kan dus ook nog steeds doodsbang zijn. Tellas en Lerola hebben daar dus mooi even gebruik van gemaakt en ik wil dan ook graag weten wat jullie daarvan vonden!

Bij Riley wilde ik dolgraag Armé en Calvin/Ammon er weer in brengen, omdat ik dat toch echt twee heerlijke personages vind zonder dat dat mijn bedoeling was. Het woord wat Armé trouwens op het einde gebruikt (Santé) is proost in het Frans.

Voor nu de puntentelling:

LaFlorine - 29 Punten.
Greendiamond123 - 37 Punten.
MyWeirdWorld - 45 Punten.
SirWalsingham - 31 Punten.
FF-Schwarz - 25 Punten.
MadeByMel - 21 Punten.
TeenReadToo - 21 Punten.
JoyMainhood - 12 Punten.
LauraTwilightHungerGamesHPfa n - 20 Punten.
Sharonneke95 - 20 Punten.
Cicillia - 18 Punten.
Leakingpenholder - 28 Punten.
Florreke - 20 Punten.
LeviAntonius - 39 Punten.
Jannaatjee - 1 Punt.

We zijn goed op dreef met de punten volgens mij!

Laat me vooral jullie gedachten weten over de Tributen in dit hoofdstuk en wat jullie ervan vonden. Ook heb ik alweer wat nieuwe dingen op Tumblr gezet, dus daar kun je ook altijd nog even naar kijken en voor de rest hoop ik snel weer een nieuw hoofdstuk te posten en dat zal het Score hoofdstuk zijn!

May the odds be ever in your favour,

Jade