District 9 - Ash Palmer (12) POV. Nacht voor de interviews.
Het geluid van mijn voetstappen werd zacht weerkaatst door de witte muren naast mij. Mijn handen streken langs het oppervlak terwijl ik niks anders zag dan het wit wat zich om mij heen bevond. Het leek eindeloos door te gaan.
Ik trok mijn hand terug van de muur en knoopte mijn badjas wat steviger om mijn lijf heen. Er was geen deur, raam of kier te bekennen, maar toch waaide er een koude, kille wind door de gang heen en ik kon er niet aan ontsnappen. Ik was al tientallen afsplitsingen van de gang ingelopen, maar telkens leidde die nergens naartoe en begon er weer een nieuwe gang. Mijn complete oriëntatie was in de war en ik begon bang te worden. Ik wist niet meer hoe ik terug moest komen in mijn appartement en bijna was ik de reden vergeten waarom ik hier überhaupt was.
Om frisse lucht te zoeken.
Dat plan leek absurd nu ik zag dat er niks anders was dan muren om mij heen. Omdat ik van mijn Begeleider de ramen niet mocht open doen was ik opzoek gegaan naar het dakterras. Maar het zoeken ging me niet goed af. Het enige wat ik tot nu toe had gevonden was een labyrint waarin ik leek opgesloten te zijn. Hadden de bewakers me niet allang op camera's moeten zien? Hadden ze me niet allang moeten oppakken?
Maar ze hadden me niet opgepakt. Ik doolde al lang rond en ik had het gevoel alsof het ontbijt elk moment kon beginnen terwijl ik al zo'n honger had. Mijn maag knorde nog extra om het te bevestigen en ik voelde tranen van wanhoop opwellen in mijn ogen.
Ik had dit niet verdiend. Ik had niks hiervan verdiend! Wat had ik fout gedaan in mijn korte leven om het te verdienen dat ik mee moest doen met de Honger Spelen? Ik had nooit iets fout gedaan.
De warmte van de tranen op mijn wangen zorgde alleen nog maar voor meer wanhoop. Ik onderdrukte een snik en wilde doorlopen toen een luid gezoem de gang vulde. De gil die zich in mijn keel vormde kon ik nog net onderdrukken en ik rende angstvallig terug naar de vorige bocht in de gang en verstopte me met een bonkend hart er achter.
Maar het waren geen grote brute vredesbewakers die het geluid hadden veroorzaakt. Het was een deur die eerder nog onzichtbaar was geweest en die zich nu opende terwijl het geluid vanuit de kamer kwam.
Een koele verfrissende wind waaide mee door de opening en bijna was ik op de deur afgerent in de hoop dat het een uitgang was, maar ik hoorde hoe een ander paar voetstappen nu ook de gang vulde met geluid en hoe er meerdere stemmen begonnen met praten.
'Fantastisch werk. Zoiets is nog nooit gezien in alle jaren van de Spelen. U mag trots op uzelf zijn, Professor.'
Schichtig keek ik wat verder om het hoekje heen klaar om elk moment weg te rennen als ik werd ontdekt, maar de personen die stonden te praten keken mijn kant niet op. Drie van hen hadden lange labjassen aan terwijl de vrouw en man die voor hen stonden uitgedost waren aangekleed.
'Het is zoals u het ons heeft opgedragen mijn Heer en Vrouwe. We hebben niets anders gedaan dan u gehoorzaamt. Er zijn nog een paar kleine aanpassingen nodig voordat we ze los kunnen laten, maar alles is verder gereed. Hier kunt u op rekenen.' De stemmen van de mannen in de labjassen waren monotoon en hun buigingen naar de uitgedoste mensen waren stroef. Ze leken meer machine dan mens en ik voelde hoe het haar over mijn lichaam overeind ging staan.
'Goed, want u weet dat ik niet van teleurstellingen gediend ben. Ik wens u nog een goede nacht.' Voor ik het wist draaide de twee uitgedoste mensen zich om en kon ik hun gezicht zien. Die van de vrouw ging gesluierd in een masker, maar de twee horens op haar hoofd waren te herkenbaar en ik wist meteen wie ze was. De Hoofd Spelmaakster, en ze liep mijn kant op.
Alsof ik werd gestoken door een bloedzoeker trok ik me terug van de hoek en sloeg ik mijn handen angstvallig om mijn mond heen, proberend mijn ademhaling rustig te houden. Maar ik werd niet rustig. Ik kon nergens heen. De gang had geen bochten meer en met mijn blauwe badjas aan viel ik meteen op in de spierwitte gang.
Dus drukte ik mijn kleine lichaam zo hard mogelijk tegen de muur aan, maar ik wist dat het niet zou helpen en ik hoorde de voetstappen steeds dichterbij komen. Als een hard gedreun vulde het mijn hoofd waar het bonkte tegen mijn slapen terwijl er sterretjes op mijn ogen afzoefde. Alles voelde plots veel kleiner aan terwijl ik de muren op mij af zag komen. Ik drukte mijn lichaam nog harder tegen de muur aan terwijl het gebonk in mijn hoofd groeide en groeide.
Plotseling voelde ik onder mijn handen geen muur meer maar een flinterdunne knop. En zonder erbij na te denken drukte ik het in en voelde ik hoe de harde muur achter mij openschoof en er een deur verscheen.
Ik glipte de duisternis in en de deur sloot zich automatisch achter mij zonder ook maar een geluid te maken. En ik hoorde niks meer. Het gedreun was weg en de sterren waren niet meer zichtbaar, want ik zag niks meer. Ik durfde geen lichtknop te zoeken, bang dat ik het alarm zou aanzetten, dus schuifelde ik voetje voor voetje zachtjes naar voren.
De koude vloer onder mijn voeten voelde aan als steen en toen ik nog een kleine stap zette voelde ik hoe er een kleine plas water zich onder mijn voeten bevond. Water! Misschien was dit wel de uitgang naar buiten en was het een plas regen waar ik nu instond!
In een opwelling liet ik een kleine overwinningskreet los en meteen vulde de kamer zich met een fel licht. Onmiddellijk sloeg ik mijn handen voor mijn ogen en bleef ik even zo staan totdat mijn ogen eraan gewend waren. Ik voelde hoe mijn hart in mijn keel bonkte en angstvallig draaide mijn blik zich terug naar het plasje water.
Wat op de witte vloer lag was geen regenwater. Ik wist niet of het überhaupt als water gezien kon worden, want het was bijna zo zwart als inkt. Mijn blik volgde het spoor van druppels en nog geen drie meter verder op zag ik waar het van afkomstig was.
Een gigantische tank gevuld met dezelfde vloeistof schermde de complete rechterkant van de kamer af. Lichten sprongen nu ook aan boven de tank, maar alsnog was het moeilijk om door het zwarte water heen te kijken. Waarom stond het daar? Wat moest het Capitool met een tank vol met zwart water?
Bang en verlangend naar een uitgang schuifelde ik zachtjes door langs de grote tank. Een zacht ventilatie geluid vulde de ruimte en het water in de tank begon opeens heen en weer te golven. Ik greep mijn badjas nog beter vast en probeerde zo ver mogelijk naar de andere kant van de kamer toe te lopen, maar al snel bevond zich daar ook een tank en was de ruimte dus compleet gevuld aan beide kanten.
Vanuit mijn ooghoek zag ik wat glimmen op de tank en toen ik er heen liep zag ik dat het een kleine gouden plaat was met één enkel woord erop.
'Ceto's.' Mijn stem was schor en zacht, nauwelijks te verstaan door het plotselinge geklets van water op grond. Ik keek geschrokken opzij en zag dat er opnieuw wat water op de grond was gevallen nog geen meter van waar ik stond. Bang zette ik een paar stappen achteruit ook al wist ik niet waar ik bang voor moest zijn. Het was alleen maar water. Niks meer dan een klein plasje naast mijn voeten.
Een keiharde dreun weerklonk op het glas achter mij en voor ik het wist kwam er nog meer zwart water uit de tank gespat. Gillend struikelde ik achterover en zag ik hoe er een grote vin langs de ruit heen en weer ging waarna er opnieuw een keiharde dreun door de kamer heen galmde.
Meerdere vinnen vormde zich nu langs het glas en sloegen er tegenaan alsof ze het wilde breken. Water spatte over de rand heen en de vloer werd drijfnat. Ik kon mijn gegil niet stoppen, mijn keel was schor maar mijn angst was groter. Ik probeerde achteruit te kruipen, maar het water kwam steeds meer over de rand heen gespat. Ik kreeg het in mijn gezicht en hoestend en proestend probeerde ik het uit mijn mond te houden.
Een groot geschreeuw vulde de kamer, maar het was niet van mij afkomstig. Het klonk vreemd als een hoog gegier wat niet leek te stoppen. Ik klemde mijn handen op mijn oren en sloot mijn ogen terwijl ik het probeerde buiten te sluiten, maar het bleef maar door gaan. Het stopte niet en in mijn hoofd begon het weer te bonken.
Angstig opende ik mijn ogen weer en ik zag hoe er tegen de deur van de kamer aan werd geramd. Het Capitool had me gevonden en nu kwamen ze me halen. Nog banger dan eerst krabbelde ik overeind en begon ik te rennen ook al wist ik niet waarheen. De tanks bleven aan de zijkanten doorlopen en om de zoveel seconden hoorde ik weer een harde dreun tegen het glas en zag ik vinnen voorbij komen, maar ik wilde niet weten wat deze Ceto's waren.
Voor ik het doorhad knalde ik tegen een ijzeren deur aan en begon ik angstvallig aan de deurknop te rukken terwijl ik hoorde hoe het gebonk tegen de andere deur steeds heviger werd. Toen de deur eindelijk openvloog trok ik hem zo snel mogelijk weer dicht.
Het licht van deze ruimte was nog vele male feller dan de vorige, maar de stilte die er heerste was enorm vergeleken bij de vorige ruimte. Ik hoorde de druppels water van mijn kleding op de witte vloer vallen, maar het maakte me niet uit dat ik de grond besmeurde. Het enige wat ik zag was de ronde kamer voor me met een enorm panorama scherm en een maquette die in het midden stond.
Ik wist meteen wat het was. Het was de maquette van de arena. Eén die me precies kon vertellen waar alles zat en hoe de arena in elkaar zat. Maar voordat ik ook maar een stap naar voren kon zetten knalde de deur achter mij open en voelde ik hoe mijn lichaam onder stroom werd gezet. De wereld om mij heen werd zwart, maar ik kon het zware gehijg van de vredesbewakers nog horen.
'Zou hij zich nog iets herinneren van dit hier als hij wakker word?' De brute stem vervaagde langzaam en ergens ver voelde ik een lichte pijn in mijn hoofd.
'Niet als ik zo met hem klaar ben.' Gelach vulde mijn oren en het zweefde om mij heen als een verre droom. Ik kon niks anders horen dan het gelach, maar langzaam stierf dat ook weg. Net zoals al het andere wat ik me kon herinneren van deze nacht. De enige herinnering die overbleef was de tank met zwart water waarin ik leek te verdrinken in mijn slaap.
District 1 - Caldwell Ballantynn (14) POV. Begin van de interviews.
Met een luid geflikker sprongen de podiumlampen aan en groeide het applaus van het publiek. De enorme mensenmassa had zich op de staanplaatsen verzamelt voor het interviewpodium terwijl ze de verschillende namen van de Tributen schreeuwden. Ik voelde hoe er een grijns op mijn gezicht kroop toen ik mijn naam tussen de vele anderen kon horen. Ik greep het gordijn waar ik achter stond beter vast zodat ik nog wat meer naar voren kon leunen om het publiek beter te bekijken.
De eerste paar rijen mensen waren nog te zien, maar daarna veranderde het publiek in een zwarte zee van mensen. Plots voelde ik een hand op mijn bovenarm en werd ik weggetrokken van het gordijn en het uitzicht wat ik had op het publiek.
'Wat ben je aan het doen? Ze hadden je kunnen zien daar, dan was onze hele opkomst verpest!' Ik rolde met mijn ogen toen ik Zara achter mij zag staan met haar armen over elkaar heen geslagen.
'Stel je niet zo aan. Er kan niks fout gaan vanavond.' Ik duwde haar aan de kant met mijn schouder terwijl ik langs haar liep en haar verontwaardigd achter liet. Het publiek begon inmiddels weer hard te schreeuwen en te juichen, omdat Caesar op het podium was verschenen.
Ik verplaatste me naar de kleine rij van Tributen die al klaar stonden om het podium op te lopen. Rhine stond als enige Beroeps verveeld in de rij terwijl haar outfit glinsterde in het licht van het podium. Ze had in tegenstelling tot de andere vrouwelijke Tributen geen rok aan, maar een lerenbroek. Het gouden korset wat ze daarboven droeg was compleet bedekt met schelpen, oesters, parels en slierten zeewier. Allen in de kleuren goud en zilver. Ze gaapte terwijl ze met een strakke blik naar Caesar keek die met gespreide armen op het podium stond terwijl er rozen vanuit het publiek zijn kant op werden gegooid.
Zijn uiterlijk was nog steeds niet veranderd na alle jaren dat hij de Interviews had gepresenteerd behalve dat zijn haar en kleding steeds in andere kleuren kwamen. Voor deze interviews was zijn haar zwart en versierd met lichtgevende gele bolletjes terwijl zijn zwarte glanzende pak gesierd werd door gele lijnen.
'Welkom, dames en heren bij de interviews voor de 68ste Honger Spelen!' Caesars uitspraak werd gevolgd door luid geschreeuw vanuit het publiek. Ik hoorde hoe er achter mij steeds meer Tributen naar de rij werden gestuurd en niet veel later verscheen Zara voor mij die als eerste op moest gaan. Haar zwarte haar was hoog opgestoken terwijl er hier en daar verschillende clipjes in waren gestoken met spiegelstukjes erop. Ze hadden onze outfits gemaakt als een paar en ik walgde nog steeds van de paarse stof waaruit mijn pak was gemaakt.
Zara was in lichte paarse doeken gewikkeld terwijl er een kleine sluier achter haar aansleepte. De voorkant van haar jurk werd bij elkaar gehouden door een grote vlinder op haar borst die bestond uit gebroken spiegelstukjes. Bij mijn pak zat de spiegelvlinder op mijn das en sneed het telkens in mijn hals als ik mijn hoofd draaide.
'Eerst verwelkomen we de Mentoren, Begeleiders en Ontwerpteams waarna we door zullen gaan met onze favorieten Tributen!' Met een grijns keek ik opzij en zag ik hoe mijn eigen Mentor met een grijns het podium opliep en vrijwel weer meteen verdween naar beneden om de eerste rij te bezetten. Sommige Mentoren en Begeleiders waren totaal afgeleid door het geschreeuw van het publiek terwijl anderen lachend, zwaaiden en begerig naar de camera's keken die maar enkele seconden op hun gezicht inzoomden.
'Dan nu het moment waar we allemaal op hebben gewacht, verwelkom de Tributen van de 68ste Honger Spelen!' Als een vloedgolf kwam het gejuich over ons heen terwijl Zara haar eerste stap op het podium zette. Ze glimlachte breed en wuifde naar het publiek terwijl de blik op haar gezicht pure concentratie uitstraalde. Ik volgde haar voorbeeld en stapte ook het podium op waarna ik vrijwel meteen een handkusje naar het publiek wierp en knipoogde naar de rijke dames vooraan in het publiek. Zij hadden immers het meeste geld. Zij waren mijn Sponsors.
De zwarte krukken die waren opgesteld aan de achterkant van het podium hadden elk een cijfer op de zitting waardoor we in juiste volgorde moesten gaan zitten. Het cijfer één pronkte op de eerste twee stoelen en Zara nam al snel plaats op de eerste en sloeg haar benen over elkaar heen waardoor haar jurk verschoof en haar benen bloot kwamen.
'Geef ze nogmaals een warm applaus! De Tributen van de 68ste Honger Spelen!' Schreeuwde Caesar nogmaals en ik voelde hoe Lerola naast mij plaats nam en koel glimlachte naar de vele camera's voor ons. Tellas toonde duidelijk zijn spieren en knipoogde zo vaak naar het publiek dat het leek alsof hij iets in zijn oog had. Wat een amateur.
'We gaan beginnen met het eerste Beroepsdistrict en met onze vrouwelijke Tribuut, Zara Radley!' Voor een kort moment voelde ik hoe ze mijn hand vast pakte en er een kneepje in gaf, maar het was zo vlug dat ik niet zeker wist of ze het werkelijk had gedaan.
Met langzame passen maakte ze haar weg naar Caesar die haar in een rondje draaide toen ze voor hem stond en haar daarna naar de witte fauteuil naast hem begeleidde.
'Hoe voelt dat nou om als eerste op te mogen voor dit geweldige publiek?' Zara lachte vrolijk mee met Caesar en zette een paar verbaasde grote ogen op terwijl ze Caesars hand vastgreep.
'Ik moet zeggen, ik ben een beetje zenuwachtig, maar jullie zullen me vast niks ergs aandoen toch?' Haar vraag werd luidkeels beantwoord door een volmondige nee uit het publiek en lachend klopte Caesar op haar hand.
'Wees maar niet bang, we zullen je beschermen.' Zara giechelde wat totaal niet paste bij het meisje wat ik de afgelopen dagen had gezien bij de trainingsdagen en in ons appartement. Haar interview ging verder, maar sneller als gedacht schalde de luidde zoemer door de lucht heen en waren haar drie minuten voorbij. Met een brede glimlach liep ze terug naar haar kruk terwijl Caesar mij aankondigde, maar ik verstond zijn woorden niet door Zara die zacht in mijn oor fluisterde.
'Verpest het niet voor ons.' Haar woorden verbaasde me en lichtelijk gedesoriënteerd liep ik naar Caesar toe die me een stevige handdruk gaf en me ook naar de witte fauteuil naast hem dirigeerde. Wat bedoelde ze met voor ons? We waren geen team. We hadden nooit afgesproken om samen te overleven in de arena. We waren enkel met elkaar verbonden door de Beroepstroep en ons Districtsnummer. Caesars stem ontwaakte me vanuit mijn gedachten en met een arrogante glimlach keek ik hem aan.
'Ik moet je toch echt als eerste complimenteren met je score. Ik denk dat ik voor vele mensen spreek als ik zeg dat ik die acht niet van je had verwacht.' Het publiek lachte, maar ik was niet geamuseerd. Die opmerking deed pijn en dus keek ik Caesar ook spottend en lichtelijk boos aan.
'Dus jij gaat er meteen vanuit met jouw domme Capitool hersens dat een veertienjarige, gekozen jongen niet een goede score kan halen?' De arrogante ondertoon in mijn stem werd alleen maar versterkt door Caesars verbaasde blik. Hij had duidelijk niet dit weerwoord verwacht.
'Nee, integendeel, ik-' Hij probeerde zich er uit te praten, maar ik liet het niet toe. Heel Panem zou te weten komen dat ik niet zomaar een simpele Tribuut was die zich omver liet praten door een gemanipuleerde talkshow host.
'Ik zal je wat vertellen, ik ben de winnaar van de 68ste Hongerspelen. Over enkele weken zullen alle tributen achter mij enkele meters onder grond liggen en wordt de kroon op mijn hoofd gezet, of ik nou veertien en gekozen ben of niet.' Het publiek wist duidelijk niet hoe hier op te reageren. Hier en daar werd er wat geklapt terwijl ik ergens anders zacht geroezemoes ontstond.
'En hoe ben je van plan dat te gaan doen? Al deze Tributen achter je zullen toch echt eerst vermoord moeten worden. Wil je dat allemaal zelf gaan doen?' De minachtende ondertoon in Caesars stem was de druppel en met een boze blik ging ik wat meer rechtop in de fauteuil zitten.
'Dat zielige bundeltje Tributen achter mij bedoel je? Heb je ze wel goed bekeken? Eén voor één zijn het zwakkelingen die door het zachtste zuchtje wind omver zullen worden geblazen.' Ik lachte, maar het publiek deed niet met mij mee. Ze zouden vast teveel onder de indruk zijn geweest om nog te kunnen reageren dus grijnsde ik dan ook breed de camera in en sloeg mijn armen over elkaar.
'Je bent wel erg zeker over je zaak.' Grijnsde Caesar en ik merkte hoe sommige mensen zachtjes lachten, maar ik trok me er niks van aan. Ik wist dat ik ging winnen. Daar had ik dit stomme interview niet voor nodig.
'Dat ben ik zeker.' Snoof ik achteloos en draaide mijn gezicht weg van Caesar om even kort achter me te kunnen kijken. Tellas zat nauwelijks nog op zijn kruk als het niet voor Lerola was die haar arm voor zijn borst hield. Zijn blik was dodelijk en zijn handen grepen de zijkant van zijn kruk vast alsof hij het wilde wurgen. Lerola keek me echter rechtstreeks aan met haar ijskoude blik terwijl ze Tellas nog steeds op zijn kruk hield.
Ik negeerde haar ogen en zag Rhine achteloos naast Tellas zitten met een minachtende uitdrukking op haar gezicht terwijl Favian naast haar ongeïnteresseerd vooruit zat te staren alsof hij diep nadacht. Ik lachte en wendde mijn blik van hen af en wilde weer naar Caesar kijken, maar niet voordat ik Zara nog op haar kruk zag zitten.
Haar blik kruiste de mijne, maar ze draaide zich vrijwel meteen van me weg, maar ik kon de tranen in haar ogen zien glinsteren. We waren duidelijk geen team meer. Gelukkig.
'Volgens mij weten we onderhand al precies hoe jij in elkaar zit, Caldwell.' Caesar lachte, maar ik zag dat het niet echt gemeend was. Ik lachte enkel arrogant terug en stond meteen op toen de luidde zoemer afging en het einde van mijn interview was gemarkeerd. Het flauwe applaus van het publiek nam ik niet op als belediging, maar eerder als een compliment. Ze zouden mij tenminste herinneren.
Ik negeerde Lerola die opstond toen ik aankwam lopen, maar ik voelde haar ogen op mij branden. Het kon me niks schelen hoe haar interview zou gaan. Ik zou toch winnen. En zij zou over een paar weken dood zijn, ongeacht of ze nu charmant zou zijn bij Caesar of niet.
Ik volgde de rest van de interviews dan ook niet. Ik kon alleen maar verlangend wachten tot het moment daar was dat ik van deze vreselijke kruk afmocht en ik eindelijk zou kunnen laten zien wat ik waard was. Om te laten zien dat ik zou overwinnen. En dat moment was morgen, bij het Bloedbad.
District 5 - Kevin Jones (17) POV. Locatie onbekend. Enkele uren na de interviews.
Het Tl-licht flikkerde boven mijn hoofd en mijn ogen vonden de glanzende metalenplaat van de tafel. Ik voelde het koude angstzweet nog in mijn nek staan en de zweterige handpalmen van de vredesbewaker op mijn schouders rusten. De vier grijze muren om mij heen zorgde voor een drukkend en benauwd gevoel waardoor ik het liefst wilde schreeuwen, maar mijn keel was kurkdroog en ik leek mijn stem verloren te zijn.
Het tafelblad blonk in het flikkerende licht, maar mijn blik werd getrokken door de man voor mij. In zijn lange dunne vingers hield hij een zilveren aansteker. Hij speelde ermee, draaide het rond in zijn hand en liet het metaal ervan het licht opvangen. De glinstering reflecteerde in mijn ogen en op de muren waardoor de ruimte nog kleiner leek, maar ik kon mijn ogen niet van de aansteker afhouden. Als een geobsedeerd persoon volgde ik het voorwerp terwijl de man voor mij een kleine lach over zijn lippen liet ontsnappen.
'Ik weet dat dit niet van jouw is,' Mompelde hij terwijl de aansteker tussen zijn vingers rond bleef draaien en er een uitdagende glimlach op zijn gezicht verscheen. Ik ontweek zijn blik en probeerde mijn ogen af te wenden van de aansteker, maar zijn kleine lach trok mijn aandacht naar hem terug. 'Ze vonden Mable huilend achter het podium terwijl ze vertelde dat ze haar aansteker was kwijtgeraakt aan een mutilant. Maar jij en ik weten allebei dat er geen mutilanten achter het podium waren. Alleen dieven, zoals jij.'
De man likte zijn lippen en tikte met de aansteker tegen zijn wang. Het licht zorgde ervoor dat zijn gele ogen glansden en voor een moment leek het alsof er echt vuur achter wakkerde. Hij lachte opnieuw kort en keek me verwachtend aan, maar ik wilde hem niet dit spelletje van macht laten winnen. De greep van de vredesbewaker op mijn schouder versterkte toen ik meer overeind ging zitten, maar ik was niet van plan om op te staan. Ik wilde de man alleen recht aankijken en de angst en woede in zijn ogen zien verschijnen.
'Stelen is tenminste niet zo laag als haar volspuiten met medicijnen waardoor ze de mutilanten in de eerste plaats ziet. Ik denk dat het Capitool niet echt iets kan opmerken over dieven als ze zelf elk jaar drieëntwintig kinderen vermoorden.'
Ik voelde de nagels van de vredesbewaker verder in mijn vel boren, maar de man voor mij liet niks merken. Zijn expressie was nog steeds uitdagend en hij liet de aansteker weer rondtollen op zijn hand.
'Je klinkt behoorlijk als een rebel daar, Kevin.'
'Misschien ben ik dat ook wel.'
De stilte in de ruimte leek opeens duizend keer zo zwaar te wegen als van te voren. De man was gestopt met het ronddraaien van de aansteker en keek me nu strak aan. De vredesbewaker had zijn andere hand ook op mijn schouder geplaatst en drukte me harder naar beneden mijn stoel in.
'Je vond het zeker vreselijk slim van jezelf om je interview in een vuurzee te veranderen.' De stem van de man was ijskoud en zijn ogen verlieten nooit mijn gezicht, maar ik was nu degene die breed terug grijnsde.
'Dat vond ik zeker.'
Enkelen uren eerder.
Ik voelde hoe de handen van mijn stylist zich nogmaals over mijn bovenarmen bewogen terwijl ze zacht naar me glimlachte via de spiegel voor ons. Haar ogen verlieten nooit de stof van het pak dat ik aanhad, opzoek naar enige kleine foutjes of pluisjes die ze er nog af kon plukken.
'Iedereen zal het mooi vinden.' Mompelde ik zacht, maar ik probeerde haar niet gerust te stellen. Ik wilde alleen maar dat ze haar handen van mijn lijf afhaalde. Handen die al zo velen andere Tributen hadden aangeraakt en die nu dood onder de grond lagen. Handen die ook hadden meegewerkt aan de Honger Spelen en ik verachtte ze.
Ze knikte, maar trok alsnog een keer mijn kraag recht terwijl ze zenuwachtig op haar lippen begon te bijten. Een luidde bel schelde plotseling door de kamer heen en ze knikte opnieuw naar niemand in het bijzonder.
'We moeten gaan. De interviews gaan zo beginnen.' Haar stem was schor en haar ademhaling gehaast, maar ikzelf voelde compleet niks. Het interview was wel het laatste van mijn zorgen. Morgen was het Bloedbad, de dag dat de eerste Tributen hun dood zouden gaan vinden. En ik kon zo'n Tribuut zijn.
Ik hield mijn mond stijfjes dicht in de lift terwijl Emily, haar stylist, Mable en Lucien ook naar binnen liepen en de lift in beweging kwam. Ik kon de straten van het Capitool door de glazenwand heen zien, maar het verbaasde me niet dat de straten zwart zagen van de mensen en dat overal gigantische televisieschermen hingen. De sponsoren zouden vandaag extra goed opletten. Niks zou hen ontgaan.
'Je ziet er goed uit.' De fluisterende stem van Emily klonk oprecht, maar ik kon haar geen compliment teruggeven. Ik wilde niet vriendelijk worden met andere mensen, want vriendelijkheid was dodelijk hier, maar haar stylist had duidelijk de moeite gedaan om Emily herinnerbaar te laten zijn voor de Sponsors. Haar strakke rode jurk was kort, maar de lange rok die aan de achterkant was bevestigd golfde met haar lichaam mee waardoor ze wat bovennatuurlijks kreeg. Mijn zwarte pak had zelf ook roodaccenten, maar we waren geen paar. Dat zouden we nooit worden.
De lift opende zich en meteen kwam het enorme geluid van buiten op ons af. Duizenden mensen hoorden we klappen, juichen, gillen en lachen terwijl Caesar Flickerman al bezig was met de opening van de show. Ik zag hoe de andere Tributen al in een lijn werden gedirigeerd en al snel werden Emily en ik ook meegesleept.
De Mentoren, Begeleiders en Stylisten stonden ook in een rij te wachten voor ons terwijl ze zachtjes met elkaar stonden te smoezen. Zij zouden de eerste rij voor het podium in beslag nemen, maar ze zagen er niet zenuwachtig uit. Ze waren kalm, arrogant of totaal gefocuste op andere dingen zoals Mable.
In haar dunne handen flikkerde iets in de lichten van het podium terwijl haar vingers er overheen bleven wrijven alsof het een dierbaar object was. Haar ogen waren er compleet op gefocuste en toen er plots een kleine vlam verscheen tussen haar vingers wist ik wat het was. Een aansteker.
Ze schrok zelf kennelijk erg van de vlam, want de aansteker viel met een zacht gerinkel op de grond en schoof onder het grote rode gordijn achter ons. Ik zag haar verbaasd en angstig rond kijken terwijl er piepende geluiden uit haar keel kwamen zetten, maar de luidde muziek overstemde haar stem al snel. Ik bukte en greep de aansteker onder het gordijn vandaan, maar toen ik me omdraaide om het terug te geven aan Mable zag ik dat ze met de andere Mentors het podium op werd gedirigeerd.
De aansteker voelde nog warm aan in mijn hand terwijl de zilveren behuizing glinsterde in mijn ogen. Het was een mooie aansteker, één die vast een fortuin heeft moeten kosten en toen ik Mable eindelijk kon zien op haar stoel zag ik dat ze ook half in paniek was.
Maar Caesar kondigde ons aan en het publiek begon nog harder te schreeuwen. Ik voelde een harde duw in mijn rug en zag hoe Zara als eerste het podium opliep met Caldwell achter haar aan. Allebei breed glimlachend, maar met een compleet andere blik in hun ogen. Ze namen plaats op de eerste krukken en keken de zwarte zee van mensen voor het podium in. Ik zag de twee krukken met het nummer vijf erop en schoof benauwd de aansteker in de zak van mijn broek waar ik hem nog kon voelen branden van warmte.
'Geef ze nogmaals een warm applaus! De Tributen van de 68ste Honger Spelen!' Iedereen stond voor een kruk en ik voelde de golf van lawaai onze kant op komen. Als een klap sloeg het op mijn oren en ik probeerde te glimlachen, voor sponsors te zorgen of om Mable blij te maken, maar ik kon het niet. Ik kon het echt niet. Mijn gezicht vertrok en ik voelde hoe haat mijn gelaatstrekken vertekende. De woede voor het gejuich van drieëntwintig kinderen hun dood was teveel en ik balde mijn vuisten boos achter mijn rug.
Een koele wind trok achter ons langs en een hard gewapper vulde de lucht terwijl iedereen plaats nam op zijn krukken. Niet al te opvallend draaide ik mijn hoofd wat naar rechts en zag ik een enorme vlag achter ons hangen die het complete podium in beslag nam. De kleur was zwart en het gouden symbool van het Capitool domineerde de hele achtergrond. Het blonk in het licht en golfde mee met de windvlagen waardoor het opbolde en met luid gewapper weer tegen het podium aankwam.
Caesar kondigde Zara aan die glimlachend plaatsnam op de witte fauteuil naast hem. Haar interview en die van haar partner, Caldwell gingen in een vlaag aan mij voorbij en ik hield mijn blik dan ook gericht op de vlag in plaats van op hen. De Beroeps konden me niks schelen. Ik vond ze even afschuwelijk als het Capitool zelf en ze mochten van mij dan ook wegrotten in de grond in plaats van de andere onschuldige kinderen.
Een kleine twintig minuten later werd Emily naar de interviewstoelen gehaald, maar ik keek niet toe hoe ze charmant lachte en grapjes maakte over van alles en nog wat. Ik bleef naar de vlag staren. De vlag die stond voor onderdrukking, voor moord. Het hoorde daar niet te hangen. Het hoorde nergens te hangen. Het hoorde af te branden samen met het Capitool.
De aansteker in mijn zak leek plots weer te branden en ik kon de vlam in Mable's hand weer voor me zien. Ik hoorde de vlag opnieuw achter mij wapperen terwijl mijn klamme hand het koude metaal van de aansteker vond. Plots voelde ik het zweet overal op mijn lichaam staan en was ik bang dat het zichtbaar was in de felle lampen boven het podium, maar Caesar ging ongestoord verder met zijn interview van Emily. Niemand staarde me aan, niemand merkte het op dat mijn hand de aansteker stijf en krampachtig vast hield. De luidde zoemer die over het podium heen schalde gaf aan dat de tijd om was van Emily en glimlachend liep ze terug naar haar kruk.
Het was nu mijn beurt.
Caesar kondigde mij aan en stroef stond ik op en liep naar hem toe. Hij stak zijn hand naar mij uit, maar mijn eigen hand hield de aansteker vast, dus knikte ik naar hem en nam plaats in de grote witte fauteuil. Even leek hij van zijn stuk te zijn gebracht, maar hij herstelde zich al snel en maakte er een flauwe grap over. Hij stelde zijn eerste vraag en ik gaf antwoord, maar ik wist niet wat ik zei. In mijn gedachte hoorde ik alleen het gewapper van de vlag achter mij en voelde ik de aansteker in mijn hand.
'Caesar,' mijn eigen stem verbaasde me nu ik hem luid en duidelijk hoorde en ook Caesar keek me vreemd aan dat ik hem midden in zijn eigen zin onderbrak.
'Ik heb nog iets speciaals voor jou, het publiek en het Capitool. Een cadeau van mij, voor jullie.' De glimlach op mijn gezicht voelde goed aan. Als voorproefje van de gerechtheid die ik zou laten zien. Het Capitool moest branden. Het liefst de hele stad. Want als die niet zou branden, zouden wij als Tributen straks branden in de arena. En ze zouden ervoor juichen.
Caesar verbaasde blik werd begroet door luid gejuich en geschreeuw van het publiek. Ik rees op uit mijn stoel en liep op de grote vlag achter het podium af. Het immens grote symbool staarde me aan en de glimlach groeide op mijn gezicht. Ik verstond de vraag van Caesar niet meer, maar hoorde alleen het geluid van de aansteker die ik uit mijn broekzak haalde en aanstak. Mijn andere hand greep de vlag vast en voor ik het wist zag ik hoe de kleine vlam in de aansteker oversloeg.
Ik voelde de warmte van de vlam op mijn gezicht en zag hoe het de vlag verzwolg in zijn greep. Ik hoorde de eerste gil uit het publiek opreizen en de glimlach op mijn gezicht groeide. De vlammen grepen om zich heen en het gouden symbool werd erdoor opgevreten, maar lang kon ik niet genieten van mijn uitzicht.
Een enorme vredesbewaker gooide me omver terwijl hij me hardhandig tegen de grond aansmeet. Ik hoorde zijn geschreeuw om versterking niet. Ik hoorde alleen het grote geschreeuw en gegil uit het publiek terwijl Caesar ze probeerde kalmeren. Ik hoorde iemand bevelen uitroepen dat de camera's uitmoesten, maar ik wist dat heel Panem mij had gezien. Heel Panem had toegekeken hoe het symbool van onderdrukking en moord in een vuurzee opging.
Plots voelde ik een harde knal tegen mijn hoofd aan en al het geluid stierf weg. Ik zag nog net hoe de vlag naar beneden viel en door de wind werd meegesleurd, maar daarna werd alles zwart.
Toen ik mijn ogen weer open deed zag ik de schelle flikkering van het Tl-licht boven mij en voelde ik de harde handen van een vredesbewakers op mijn schouders. Mijn ogen vonden het metalen tafelblad terwijl een man voor mij de aansteker van Mable ronddraaide in zijn vingers. De glimlach die rondom zijn mond speelde maakte me duidelijk dat ze me hier de hele avond vast zouden houden als dat nodig was om alles te weten te komen.
District 6 - Colleen 'Jammy' Dunmore (16) POV. Einde van de interviews.
Ik kon de geur van de vlammen nog in de lucht ruiken. Ik kon de warme walmen ervan nog in de wind voelen die steeds weer over het podium heen waaide. Ik kon de angst in de ogen van de mensen in het publiek nog zien, bang voor nog een actie, voor nog een rebel, maar ik kon mijn eigen emoties niet meer voelen. Ik merkte de angst die diep binnen in mij zat niet meer. Ik voelde het zweet op mijn lichaam niet meer. Ik zag alleen Caesars stalen glimlach en de vale lampen op het podium terwijl hij mijn naam schreeuwde en een applaus van het publiek afdwong.
Mijn voeten bewogen automatisch. Ik voelde hoe er een glimlach op mijn gezicht kroop en hoe mijn klamme hand naar het publiek zwaaide en wuifde, alsof er niks was gebeurd. Maar er was wel degelijk wat gebeurd en het publiek wist het, net zoals de sponsors. Alles was nu anders. Ik moest mijn complete strategie omdraaien om nog iets uit mijn interview te kunnen halen en dat was allemaal Kevin zijn schuld.
Toen die vlag naar beneden was gestort hadden de schreeuwen van het publiek mijn oren gevuld, maar ik was kalm gebleven. Ik had toegekeken hoe de vlag op de Beroeps was gevallen en hoe Zara, Caldwell en Lerola ervan waren gevlucht, maar hoe Tellas onder zijn bijtende vlammen was begraven.
Zijn pijnlijke geschreeuw had elke schreeuw uit het publiek overstemd en pas toen voelde ik hoe de paniek opborrelde in mijn lichaam en hoe ik angstvallig naar achteren was gerent, om maar niks meer te hoeven horen en te zien. Maar het had niet geholpen. Ik had gezien hoe ze hem onder de vlag vandaan hadden getrokken, maar hoe zijn pak nog in brand had gestaan bij zijn rechter arm en hoe zijn gezicht was getekend door een enorme brandwond aan de zijkant. Ik had gezien hoe hij schreeuwend zijn handen op zijn gezicht had gelegd en hoe hij de vredesbewakers had weggeduwd. Ik had gezien hoe Lerola op hem af was gerent terwijl ze hem beet pakte bij zijn pak, haar eigen handen ook brandend, maar hoe hij kalmeerde en werd afgevoerd.
Daarna was alles zo snel gegaan dat het een waas leek in mijn herinnering. Ik kon me alleen nog herinneren hoe ik me voelde toen ze me vertelde dat ik zo weer op moest. Dat ik gewoon moest doorgaan met mijn interview en dat morgen alsnog het Bloedbad zou zijn. Hoe had ik ook kunnen denken dat door één zo'n domme actie de hele Spelen zouden stoppen? Het zou altijd doorgaan. Altijd.
Ik schrok wakker van Caesars koele hand die mijn warme vastpakte en er rustig een kus op drukte waarna hij me nogmaals voorstelde aan het publiek. Ik nam het geklap en gejuich in ontvangst en glimlachte matig terwijl Caesar me naar mijn stoel begeleidde.
'Ten eerste moet ik je toch echt complimenteren op je jurk! Wat een prachtwerk van je ontwerper! Kun je ons er wat over vertellen?' Ik keek de zaal in en Caesar gebaarde me om op te staan zodat iedereen mijn jurk kon bewonderen. Ik walgde van het idee dat ze het mooi vonden en spreidde met een bitter gevoel de rok uit terwijl het publiek zachte klapte. Ik voelde mijn vingers verkrampen terwijl ze de rok vast hielden en met een droge keel opende ik mijn mond.
'Mijn ontwerper noemt het de bloedjurk.' Mijn stem klonk harder dan gedacht terwijl ik het gevoel had dat ik fluisterde.
'Ik zie waarom, maar ik mag toch hopen dat het geen echt bloed is?' Caesar lachte om zijn eigen grap en het publiek deed uitbundig met hem mee. De jurk voelde vies aan in mijn handen, de rode stof onder mijn handen besmet en het liefst wilde ik de jurk van mijn lijf afscheuren. De bovenkant was nog wit, maar hoe verder naar beneden de rok viel hoe roder het werd, totdat het bij mijn enkels bijna zwart was. Het leek alsof ik vanaf mijn middel gewond was en dat de jurk doordenkt was met mijn eigen bloed. Ik walgde bij het idee dat het misschien wel echt zou kunnen gebeuren morgen bij het Bloedbad en dat de mensen er dan even hard om zouden juichen als dat ze nu deden.
'Wie weet, misschien wel. Ik denk dat dat juist het geheim erachter is.' De mensen lachte om mijn grap ook al had ik het niet zo bedoelt. Caesar pakte mijn hand weer vast en trok me zachtjes terug in mijn stoel waarna hij zijn andere hand ook op mijn hand legde. De lach op zijn gezicht was verwarrend, maar ik bleef hem kalm aankijken. Niemand mocht zien dat ik vanbinnen het liefst hier weg wilde. Weg van alles. Ze moesten denken dat ik hier wel de hele dag over mezelf zou kunnen praten.
'Over geheimen gesproken Colleen, ik denk dat ik voor heel Panem spreek als ik zeg dat ik wel wat meer geheimen van jou te weten zou willen komen, toch?' Caesars vraag werd begroet door gejuich en gefluit uit het publiek, dus ik lachte met ze mee terwijl ik probeerde het gevoel van onbehagen te onderdrukken.
'Dus vertel eens, waar moeten jou medetributen nou echt bang voor zijn als ze jou tegenkomen in de arena?' Caesars vraag zorgde ervoor dat het gehele plein stil viel en mijn stem verbrak deze stilte niet. Ik wist niet wat te antwoorden. Mijn score was een zeven geweest, maar konden de Beroeps en de andere Tributen met een hogere score daar nou echt bang door zijn?
'Volgens mij is er iemand een beetje nerveus.' Lachte Caesar terwijl hij eindelijk mijn hand los liet en naar mij knipoogde. 'Laat ik de vraag anders stellen, wat zijn jouw sterke punten?'
'Is het wel zo slim om dat te vertellen?' Het publiek lachte, maar ik keek Caesar juist serieus aan. 'Straks weet iedereen hoe ze mij kunnen verslaan, en ik was nog niet van plan om gelijk vermoord te worden.' Mijn harde woorden zorgde ervoor dat iedereen even kort stil bleef en ik een geheimzinnige glimlach op mijn gezicht tevoorschijn toverde.
'Jullie zullen maar tot morgen moeten wachten.' Het publiek floot en Caesar greep grijnzend mijn hand weer vast, maar zijn hand voelde niet langer koel en kalmerend aan. Het brandde tegen mijn eigen huid aan en het liefst wilde ik mijn hand terug trekken.
'Maar als je een geheim verteld zullen de Sponsors het misschien wel heel erg interessant vinden om te weten. Het kan in je voordeel werken, zodat je de juiste spullen krijgt toegestuurd.' De sluwe grijns die op Caesars gezicht kroop zorgde ervoor dat het publiek nog harder ging fluiten. Zijn vraag was gemeen en zijn spel was vuil, en ik was niet van plan om mee te spelen. Maar Sponsors waren Sponsors en die konden mijn leven redden in de arena.
Mijn lichaam vulde zich met twijfel terwijl ik naar het publiek keek waar ik de verwachtingsvolle blikken van de toeschouwers kon zien. Hen zou ik tevreden moeten stellen als ik deze Spelen ooit zou willen winnen, en hetgeen wat ze op dit moment wilden, was een antwoord.
'Ik ben bang voor hoogtes, al mijn hele leven lang.' De woorden leken bijna zonder emotie uit mijn mond te vallen, alsof ik moest toegeven aan de macht van het Capitool. Er ontstond een geroezemoes in het publiek en vanuit mijn ooghoeken zag ik Caesars uitdrukking veranderen. Er verscheen een grijns op zijn gezicht, want hij had door dat het hem was gelukt. Het lukte hem altijd.
'Maar hoe ben je van plan om dat te gaan oplossen in de arena? Stel dat je van een klif moet afdalen of dat je in een boom moet klimmen om je eigen leven zeker te zijn.' Vrijwel meteen viel het publiek stil na Caesars opmerking en ik voelde dat alle ogen op mij waren gericht. Ik probeerde een antwoord te zoeken, maar mijn keel leek opgedroogd te zijn en mijn stem kon ik niet gebruiken. Langzaam voelde ik het bloed naar mijn hoofd stijgen en kon ik het zweet op mijn voorhoofd voelen. Ik wist zeker dat elk ander Tribuut achter de schermen stond te grijnzen om mijn stilte terwijl ze nu allemaal wisten wat mijn zwakke plek was.
'Of hoop je er maar gewoon op dat er geen bomen en kliffen zullen zijn?' Caesar lachte uitbundig en het publiek deed even hard met hem mee, maar het was niet de grap waar ze om lachte. Het was mijn vernedering en mijn stommiteit.
Ik opende mijn mond om nog wat terug te zeggen maar een luid gezoem schalde over het podium heen en dat betekende dat mijn tijd om was. Caesar trok me overeind uit mijn stoel terwijl hij mijn hand nog voor een laatste keer vastpakte en ik kon nog net een kleine glimlach op mijn gezicht toveren terwijl het publiek lachend voor mij klapte. Maar het was niet zo uitbundig en hard zoals het bij de andere Tributen was geweest en ik besefte me dat het voor de Sponsors helemaal niks had uitgemaakt dat ik mijn hoogtevrees had prijsgegeven. Ik had er alleen voor gezorgd dat ik nu een makkelijker slachtoffer was voor mijn medetributen.
Ik probeerde mijn glimlach op mijn gezicht te houden terwijl ik wegliep van het podium, maar toen ik Alex bij het gordijn zag staan met zijn zelfvoldane glimlach op zijn gezicht kon ik het niet meer aan en voelde ik hoe er boze tranen in mijn ogen opwelden. Ik wilde langs hem heen lopen, hem totaal negerend, maar toch had hij de kans om op een bittere sarcastische toon iets in mijn oor te fluisteren waarna hij in een onverschillige houding naar Caesar toeliep.
'Heel slim Colleen, om iedereen je grootste zwakte te laten zien, echt een geweldig plan.' Ik leek vastgenageld te zijn aan de grond terwijl hij plaatsnam naast Caesar. Ik kon enkel met een boze blik naar hem staren, beseffend dat ik het werkelijk totaal voor mezelf had verpest.
AN: Het één na laatste hoofdstuk tot aan het Bloedbad en ik ben heel erg blij dat ik het nog heb kunnen posten, aangezien ik over een paar uur op vakantie ga naar Griekenland. (:
Ik ben dan ook tot 3 uur 's nachts bezig geweest met schrijven om het af te krijgen, want ik moest het gewoon af hebben aangezien ik voor twee weken afwezig ben en dus niet zou kunnen updaten in die tijd.
Voor de hoofdstuk wil ik twee mensen heel erg bedanken namelijk, MyWeirldWorld voor het helpen bedenken van Kevins stukje. We hebben er samen flink op zitten brainstormen en zij is er uiteindelijk zelf ook mee aan de gang gegaan en heeft er een uitgebreidere One-shot over geschreven (In het Engels) over de ondervraging van Kevin en deze kunnen jullie op haar profiel lezen (Zeker doen!)
En dan nog LeviAntonius die me vannacht heeft bijgestaan tot 3 uur tijdens het schrijven en aan hem hebben jullie dit hoofdstuk dan ook te danken, anders was het nooit afgekomen voor mijn vakantie.
Dan nu nog de puntentelling!:
LaFlorine - 31 Punten.
Greendiamond123 - 41 Punten.
MyWeirdWorld - 51 Punten.
SirWalsingham - 37 Punten.
FF-Schwarz - 30 Punten.
MadeByMel - 23 Punten.
TeenReadToo - 22 Punten.
JoyMainhood - 12 Punten.
LauraTwilightHungerGamesHPfa n - 21 Punten.
Sharonneke95 - 20 Punten.
Cicillia - 18 Punten.
Leakingpenholder - 31 Punten.
Florreke - 20 Punten.
LeviAntonius - 51 Punten.
Jannaatjee - 1 Punt.
NoxSelkirk - 2 Punten.
Ik verklap alvast de POV's voor het volgende hoofdstuk want dat zijn er maar twee: Tellas Lane District 2 en Favian Aurolus District 4. Dat wordt de avond voor het Bloedbad en dan het Bloedbad zelf! Ik heb de POV's daarvoor ook al geselecteerd, maar die blijven nog even geheim, maar het word een erg lang hoofdstuk haha.
Nu zou ik heel graag willen weten wat jullie van het hoofdstuk vonden en wat jullie gedachtes zijn over deze vier Tributen. Laat het me weten in je Review!
Liefs,
Jade
