District 4 - Favian Aurolus (17) POV. Avond voor het Bloedbad.
De koele wind streek langs mijn gezicht en zorgde ervoor dat mijn lichaameen korte rilling gaf van de kou, maar ik wilde niet naar binnen gaan. Mijn laatste rustige moment wilde ik in de buitenlucht doorbrengen. De vrijheid die zich daar bevond was nergens anders te vinden. De muren van mijn kamer voelde aan als een gevangenis die zich met de dag meer tegen mij aandrukte, maar hier op het dakterras kon ik vrij ademen en hoefde ik aan niets te denken.
Met mijn armen leunde ik op de balustrade en hing ik met mijn hoofd boven de diepte. In de straten beneden mij was er feest. Het gejuich klonk dichterbij dan ooit, want iedereen was aan het vieren dat het morgen eindelijk zover was. Morgen zou het eerste bloed gaan vloeien.
Mijn hand vond automatisch mijn haar en met een zucht streek ik het naar achteren, maar de wind blies het al snel weer in de war. Plots vulde het geknars van een ijzeren deur mijn oren en verbaasd draaide ik me om. Ik dacht dat ik de enige was die de weg naar het dakterras had gevonden, maar nu ik Rhine achter mij zag staan in haar blauwe nachtjapon wist ik dat ze me had gevolgd.
Haar blonde haren hadden een goudkleurige gloed gekregen in het licht van de lantarenpalen, maar haar gezicht stond grimmig. Met kleine pasjes liep ze naar me toe terwijl ze een dunne deken om haar schouders heen had geslagen.
'Waarom lig je niet in bed?' Mompelde ze zacht toen ze naast me stond. Haar ellebogen plaatste ze op de balustrade naast mij terwijl ze met haar kin op haar handpalmen rustte.
'Ik kan hetzelfde aan jou vragen.' Schoot ik terug, maar ze gaf geen antwoord. Ze staarde enkel naar de straat beneden ons zoals ik ook al die tijd had gedaan.
'Denk je na over morgen?' Vroeg ze zacht terwijl haar haar ook door elkaar werd gehaald door de wind. Het gaf haar iets aandoenlijks, maar die gedachte verdrong ik snel toen ik mijn hoofd van haar afdraaide.
'Natuurlijk denk ik over morgen. Ik denk over de mensen hier beneden die waarschijnlijk zullen gaan juichen als er morgen iemand doodgaat. Ik denk er over na dat morgen de eerste paar slachtoffers zullen vallen, bruut vermoord. Hoe kan ik daar niet over nadenken?' Ik keek haar weer aan, mijn blik duister, maar ze glimlachte enkel.
'De Spelen horen bij ons leven. Je moet je er niet zo druk over maken. Je bent een Beroeps, die overleven het bijna altijd de eerste dag.' Ze trok de deken nog meer over haar schouders heen en keek me daarna weer strak aan.
'Ik maak me ook niet druk over mezelf. Ik maak me druk over de vele andere Tributen, onschuldige Tributen.' Voor een moment zag ik verbazing in haar ogen, maar er volgde enkel een stilte die werd doorbroken door het juichen van de mensen onder ons.
'Die onschuldige Tributen zullen er geen seconde over twijfelen om jou af te maken als dat hun eigen leven red.' Ik lachte sarcastisch waardoor ze haar hoofd meteen naar me omdraaide.
'Je maakt deel uit van een team Favian, de Beroeps! Je moet je daar naar gedragen!' Viel ze uit, en ze rechtte haar rug en duwde haar deken van haar armen af. De woede die haar gezicht vertekende zorgde er kennelijk voor dat ze de kille wind om ons heen voor even vergat.
'Dus jij zou ze vermoorden? Iedereen die je de afgelopen dagen hebt gezien?' Mompelde ik zacht terug en draaide me nu ook naar haar om. Ze had een boze uitdrukking op haar gezicht, maar in haar ogen zag ik twijfel. Ik zag dwars door haar heen, ze was niet de Beroeps die ze wilde zijn. Ze had nog gevoel in haar zitten wat de rest al lang geleden was verloren.
'Ik zal moorden als dat nodig is ja. En dat zul jij ook moeten doen, wil je bij de Beroeps blijven.' De lach die over mijn lippen heen glipte zorgde ervoor dat ze haar ogen vernauwde en me strak aankeek.
'Je komt bij de Beroeps toch?' Haar stem was snijdend en voor even verdween al het andere geluid om ons heen terwijl we elkaar strak aankeken. Mijn stem was emotieloos toen ik haar antwoord gaf en we hadden het beide niet door toen haar deken van de balustrade werd afgeblazen door de kille wind.
'Wie weet, misschien ben ik morgen dood.'
District 2 - Tellas Lane (18) POV. Avond voor het Bloedbad.
De geur van verbrande huid hing als een dunne sluier in de lucht. Het stonk in de gehele kamer naar dode stukken vlees en het bleef me overal achtervolgen. Ik wilde er niet meer aan denken, maar ik kon niet wegkijken van mijn spiegelbeeld. Ik kon alleen maar met lege ogen naar mijn arm en gezicht kijken waar mijn huid was misvormt door brandplekken. Het was afzichtelijk.
De pijn die eerst nog door mijn hele lichaam heen schokte voelde ik allang niet meer. Ik had het verdrongen, het verbannen naar het achterste van mijn gedachten. Ik voelde niks meer. Het enige wat mijn gedachten nog vulde was een grote zwarte leegte die niet overwonnen kon worden. Als een inhoudloos omhulsel staarde ik naar mijn misvormde reflectie in de spiegel. De rechterkant van mijn gezicht ging gehuld in brandwonden, terwijl mijn rechterarm grote stukken huid miste. De doktoren van het Capitool hadden er alles aan gedaan om het zo mooi mogelijk te maken, maar ik wist dat ze niet veel konden doen. Ik zou voor altijd zo blijven.
Met moeite draaide ik me weg van de spiegel en keek ik mijn donkere kamer in. De ramen stonden open, maar ik voelde de wind niet tegen mijn gezicht aankomen. Toch verdreef het de geur van verbrand vlees en kon ik voor even mijn longen vullen met frisse lucht. Te snel werd mijn oog weer naar de spiegel toe getrokken. De donkere lijst veels te bekend, maar ik zag mijn eigen gezicht er niet in weerkaatst. Lerola keek me vanaf de deurpost aan terwijl ik naar haar ogen keek die emotieloos terug staarden.
'Je zou trots moeten zijn.' Haar stem was nauwelijks harder dan een fluister, maar ik verstond haar duidelijk. Haar woorden klonken minder koud dan normaal, maar toch voelde ik een vlaag van woede omhoog komen.
'Trots waarop? Een verminking?' Snauwde ik hard terug en draaide me weg van de spiegel zodat ik haar recht kon aankijken. Ze bewoog niet. Stond als een ijskoud standbeeld naar me te staren met haar donkere ogen.
'Ja. Je zou het moeten dragen als een eer.' Haar voetstappen waren geruisloos. Binnen enkele seconden stond ze recht voor me terwijl onze neuzen elkaar bijna raakten. Ze keek me strak aan en ik schrok toen ik haar vingers langs mijn gezicht voelde glijden. Haar andere hand raakte mijn arm aan, maar ik voelde geen pijn. Ik kon alleen naar haar kijken en haar donkere ogen waar ik geen emotie in kon terug vinden.
'Je bent een moordenaar. En moordenaars dragen littekens als de meest prachtige sieraden. Het laat zien wat ze allemaal al hebben overleefd.' Ik kon haar adem op mijn gezicht voelen, maar ik durfde niet te bewegen. Als versteend stond ik voor haar terwijl haar vingers over mijn wonden heen gleden alsof ze iets dierbaars koesterde.
'Het laat zien dat je onoverwinnelijk bent.' Haar stem stokte in haar keel en plots voelde ik de gespannen sfeer die er tussen ons hing. Haar vingers waren gestopt met bewegen, maar ik kon ze voelen branden op de plekken waar ze rust hielden. Ik kon niet wegkijken van haar ogen. Ik kon haar vingers niet van me afduwen. Ik kon alleen toekijken hoe haar gezicht steeds dichterbij kwam totdat ik haar lippen op die van mij voelde.
Ze waren koud en leken nauwelijks tegen de mijne aan te komen. Toch plaats ik mijn handen automatisch op haar rug en trok ik haar dichter naar me toe. Haar vingers gleden van mijn gezicht af en zette zich met harde nagels in mijn nek, maar ze hield niet op met mij te kussen. Ze verdiepte het juist, werd agressiever en probeer zich meer tegen mij aan te duwen.
Het gevoel van macht dat bezit over mij nam zorgde ervoor dat ik haar harder vast greep. Mijn linkerhand vond haar keel en zonder moeite duwde ik haar naar achteren totdat ze met een knal tegen de spiegel aankwam. De geur van haar haar en de geur van het verbrandde vlees maakte mijn hoofd duizelig, maar ik kon niet ophouden. Ik kon niet stoppen.
Haar nagels drongen nog verder door in mijn vel, maar de pijn liet me niet stoppen. Het zorgde er enkel voor dat ik haar harder terug kuste. Haar lichaam voelde klein en breekbaar terwijl het tussen mij en de spiegel vast zat. Ik had het gevoel alsof ik haar elk moment kon vermorzelen.
De druk die ik uitoefende op haar keel werd groter, maar plots vulde de smaak van bloed mijn mond. Ik voelde hoe ze haar tanden in mijn onderlip zette en zo hard beet dat ik mijn bloed in mijn mond voelde vloeien. Ik opende mijn ogen en zag haar duistere blik terwijl haar lippen ook met bloed bedekt waren. Voor een moment keken we elkaar enkel zo aan totdat ze mijn nek los liet en haar hoofd terug trok. Ze likte haar lippen af, het rode bloed haar tanden besmeurend, maar het leek haar niet te deren. Ze glimlachte enkel kort.
'Geef je nu al op?' Haar vraag verhoogde de spanning die er tussen ons hing. Mijn greep op haar nek versterkte nog meer en ik duwde haar kin omhoog, zodat haar hoofd tegen de spiegel achter haar aankwam.
'Ik zou je nek kunnen breken op dit moment.' Mijn fluisterende stem was dreigend, maar ze moest enkel lachen en greep met haar handen mijn shirt vast en trok me dichter naar haar toe.
'Doe het dan.' Haar stem was schor, maar ik zag de duistere blik in haar ogen. Mijn hand voelde zweterig aan tegen haar nek terwijl ik het opgedroogde bloed op haar lippen kon zien zitten. De greep die mijn vingers uitoefende op haar nek versterkte en ik zag hoe ze hapte naar adem.
'Daag me niet uit.' Siste ik en met nog een laatste duw liet ik haar nek los waarna mijn vinger afdrukken meteen waren te zien in haar nek. Lerola deed echter niets. Ze keek me alleen aan en stapte van me weg terwijl ze haar lippen nogmaals aflikte.
'Kom mee.' Haar stem klonk anders. Meer als de stem die ze gebruikte als we niet alleen waren en ik wist dat ons intense moment voorbij was en niet meer terug zou komen.
Voor een kort moment bleef ik even stil staan, de smaak van bloed in mijn mond negerend, maar haar gestalte verdween al snel om de hoek en mijn nieuwsgierigheid werd geprikkeld. Dus ik volgde, en zag ik hoe Lerola een stoel naar het midden van de kamer sleepte en gebaarde met een ijzeren gezicht dat ik erin moest gaan zitten.
Even twijfelde ik, maar toen ik zag hoe ze de grote spiegel verplaatste waar ik nog geen minuut geleden haar lichaam tegen aan had gedrukt, veranderde ik van gedachten en nam ik plaats. Ze liep achter me langs en ik dacht dat ze haar nagels opnieuw in me nek zou zetten, maar ze deed niks anders dan met snelle voetstappen naar het opbergkastje lopen. Ze opende de la ruw, greep er wat uit, maar sloot het niet. Ze liep enkel terug naar mij, het voorwerp blinkend in haar hand en met een schok besefte ik wat ze vast hield. Een schaar.
In een opwellende gedachte dacht ik dat ze me neer zou steken, maar ze ging enkel achter me staan, me koel aankijkend via de spiegel voor ons. De schaar in haar hand hield ze losjes vast terwijl ze met haar rechterhand opnieuw over mijn littekens heen streek. Ik zag plots mijn eigen reflectie weer in de spiegel, geheel verminkt en verbrand.
'Littekens zijn als sieraden voor een moordenaar,' begon Lerola weer fluisterend, het zinnetje herhalend wat ze eerder ook al had gezegd. 'En je zou ze trots moeten dragen. Je zou ze in alle glorie moeten laten zien aan je vijanden.' Plots voelde ik de schaar tegen mijn wang aangedrukt worden en voelde ik het koude metaal over mijn huid heen glijden. Lerola's vingers hadden zich in mijn haar gewrongen, waarvan de voorste plukken nog altijd voor mijn ogen hingen en dus ook voor mijn littekens. Haar intentie was glashelder en toen ze zachtjes naar me lachte via de spiegel wist ik het zeker.
Ze wilde het afknippen.
Haar vingers voelden plots kokendheet tegen mijn hoofdhuid aan en ik wilde opspringen, maar ze duwde me met een krachtige hand terug in de stoel. Haar glimlach was niet langer op haar gezicht te vinden. Ze keek koelbloedig via de spiegel naar me terug en draaide de schaar naar mijn gezicht toe. De voorste plukken van mijn haar gleden door haar vingers heen en voordat ik het doorhad knipte ze het in een vloeiende beweging af.
Mijn haar viel zonder geluid in mijn schoot. De bruine kleur ervan dof terwijl ik voelde hoe de volgende pluk ook werd afgeknipt. Het geluid van de schaar leek oorverdovend, maar ik stopte Lerola niet. Ik keek enkel toe via de spiegel hoe ze met haar behendige vingers mijn haar kort knipte zodat mijn complete gezicht zichtbaar werd. Niemand zou mijn littekens nog kunnen omzeilen.
'We zijn zo onverwoestbaar zoals we onszelf achten.' Haar plotselinge stem was kil, overstemde nauwelijks het geluid van de schaar die nog steeds mijn haar afknipte. 'We kunnen iedereen aan.'
De blik in haar ogen vertelde me dat ze niemand ongedeerd zou laten in de Spelen. We zouden elkaar beide zo afmaken als het zou moeten, maar voor nu waren we nog even elkaars gelijken. Voor nu waren we nog elkaars Bondgenoten.
'We moeten vechten tot de laatste man.' Mompelde ik zacht terug. Ze keek op, haar ogen vonden de mijne en ze glimlachte zacht.
'We zullen vechten tot de laatste druppel bloed.'
Mijn vingers vonden de plek waar de volgchip in mijn huid was geïnjecteerd. Ik voelde een kleine bobbel en een pijnscheut door mijn arm toen ik er op drukte. Niets meer dan dat. Als ik over een mes zou beschikken had ik het er zo uit kunnen snijden, zo simpel was het. Enkel een kleine snee en een druppel bloed.
De voetstappen van mijn stylist waren geruisloos. Pas toen haar schaduw over mij heen viel merkte ik haar en het bundeltje kleding in haar handen op. Ze begroette me, legde het bundeltje naast me neer en keek me even strak aan.
'Ben je er klaar voor?' De lach die op haar gezicht verscheen vertelde me dat ze mijn antwoord al wist. Natuurlijk was ik er klaar voor, ik was er mijn hele leven al klaar voor. Ik had mijn hele leven getraind om te moorden.
'Goed zo. Ik heb je arenaoutfit meegenomen, trek het aan.' Ze draaide zich om, en drukte op een knop in de betonnen muur van de kamer. De lichten werden feller en er verscheen een spiegel uit de muur. Ik draaide me ervan weg en trok mijn kleding uit totdat ik uiteindelijk naakt in de kille kamer stond. Ik voelde haar ogen op mij branden, maar trok me er niks van aan. Mijn littekens waren geen punt van schaamte meer. Ze mocht ze bekijken zoveel ze wilde.
Uit het bundeltje kleding pakte ik een zwarte boxershort en een zwart shirt waarna ik de kakigroene broek ook aantrok. Alles was van een dunne stof waardoor meteen duidelijk werd dat het klimaat warm zou zijn.
Ik grijnsde en greep mijn donkergroene blouse waarna mijn styliste aankwam lopen en de zwarte jas naar me uitgestrekt hield. Ik trok het allemaal aan, deed de dunne nauwe sokken over mijn voeten en knoopte de veters van mijn rijglaarzen dicht. Als laatste overhandigde ze me een paar zwarte griphandschoenen.
Mijn ogen vonden die van haar en ik keek haar vragend aan. Ze lachte enkel kort terug en trok ze over mijn handen heen waarna ze gebaarde dat ik op moest staan.
'Je bent er klaar voor.' Haar stem klonk trots terwijl ze mijn jas dicht ritste en mijn kraag recht trok. 'Het zal een arena zijn met een warm klimaat. Bereid je maar voor op watertekort, maar drink niet al het water wat je tegen komt.'
Haar blik verduisterde en voor even keken we elkaar alleen zo aan totdat een mechanische vrouwenstem aankondigde dat het tijd was. Er verscheen een metalen plaat uit de vloer en de lichten in de kamer begonnen zich automatisch te dimmen.
'Succes Tellas.' Mompelde ze nog waarna ze mijn jas los liet en ik me omdraaide naar de startplaat. Klaar om te beginnen met de taak waar ik mijn hele leven voor had getraind. Klaar om te moorden.
Er verscheen een glazen buis rondom mij en voor even gebeurde er niks totdat ik voelde hoe ik omhoog werd geduwd. De kamer waar ik me in had voorbereid verdween samen met mijn stylist uit mijn blikvelden maakte plaats voor duisternis. Na een paar seconden opende echter een luik boven mijn hoofd en werd ik verder omhoog geduwd.
De harde wind bevond zich plots overal om me heen terwijl er een grijns verscheen op mijn gezicht. Mijn spieren spanden zich aan en met gulzige ogen nam ik mijn omgeving in mij op. Opeens galmde de luidde stem van Claudius Templesmith door de arena heen en zag ik de andere Tributen om mij heen ook op hun startplaten staan.
'Dames en heren, de 68ste Honger Spelen zijn begonnen!'
AN:
Het is zover! Het laatste hoofdstuk van het Capitool! Nu is het eindelijk zover! Het Bloedbad!
Ik wil niet teveel vermelden in dit hoofdstuk, enkel dat ik heel erg uitkijk naar jullie reacties op de twee stukjes. Favian is wat korter aangezien hij al eerder een POV had gehad, en dit echt het enige was wat ik echt bij hem wilde schrijven. En ik denk juist doordat het zo kort is het sterk is.
En dan Tellas. Hier zeg ik maar niks over, ik denk dat ik dat maar aan jullie overlaat haha. Dan nu nog jullie Puntentelling en het Sponsorsysteem wordt uitgelegd, plus de Poll nog!
De Puntentelling:
LaFlorine - 32 Punten.
Greendiamond123 - 42 Punten.
MyWeirdWorld - 54 Punten.
SirWalsingham - 40 Punten.
FF-Schwarz - 33 Punten.
MadeByMel - 25 Punten.
TeenReadToo - 22 Punten.
JoyMainhood - 12 Punten.
LauraTwilightHungerGamesHPfa n - 23 Punten.
Sharonneke95 - 20 Punten.
Cicillia - 18 Punten.
Leakingpenholder - 31 Punten.
Florreke - 21 Punten.
LeviAntonius - 54 Punten.
Jannaatjee - 1 Punt.
NoxSelkirk - 4 Punten.
Azmidiske87 - 3 Punten.
Serenetie-ishida - 3 Punten.
Het Sponsorsysteem, gebaseerd op die van LeviAntonius! Hier is het dan, de regels ten opzichte van jullie als Sponsors. Voor elk speciaal item is er een aantal punten nodig van jou als reviewer om dit te kunnen sponsoren aan de Tributen.
75 Punten - Speciale Capitool Items. Dit kan variëren van hightech wapens tot aan Capitoolse medicijnen of zelfs speciaal gemaakte voorwerpen voor de Tribuut naar keuze.
70 Punten - Grote Wapens. Zwaarden, speren, pijl en boog, drietand etc.
55 Punten - Normale medicijnen. Medicijnen die niet de garantie hebben dat ze de wonden kunnen helen of de Tributen kunnen beter maken, maar wel een grote kans hebben.
45 Punten - Kleine wapens. Dolken, messen, gifpijltjes etc.
30 Punten - Survival kit of First aid kit. Survival kit bestaat uit fleswater, brood, touw en een lap plastic voor één persoon. Firts aid kit bestaat uit verband, jodium, fleswater, en een lap plastic voor één persoon.
20 Punten - Voedsel. Kleine maaltijden zoals soep, brood, gedroogd vlees etc.
10 Punten - Water. Eén fles water voor één persoon.
De punten hebben kans om omlaag te gaan, mocht er nauwelijks gesponsord worden, maar daarbij hebben jullie ook de kans om jullie punten te bundelen. Zou je dus dezelfde Tribuut willen Sponsoren als een andere lezer, dan mogen jullie je punten bundelen (in overleg met mij natuurlijk) en dan bereik je gelijk al hogere items. Ook zal ik een limiet leggen op de items. Willen twee mensen bijvoorbeeld een groot wapen sponsoren in hetzelfde hoofdstuk, dan zal de eerste die dit aangaf het alleen mogen doen. Aangezien ik niet wil dat de Tributen erbij zitten alsof het kerst is en alles leuk en geweldig is in de arena. Dus het kan zijn dat ik een item van je weiger, en dan behoud je natuurlijk ook gewoon je punten.
Dan het volgende hoofdstuk eindelijk Het Bloedbad! Waar jullie en ik zo lang naar uit hebben gekeken! Ik heb dan ook een Poll geopend waarin je me kunt vertellen welke twee Tributen je het leukst vind en waarvan je wilt dat ze het Bloedbad overleven. Dit zal misschien mijn keuze beïnvloeden qua de Tributen die nu dood gaan.
Nog even een bedankje voor MyWeirldWorld en LeviAntonius, die me altijd goede kritiek geven tijdens het schrijven.
Ik kijk uit naar jullie reacties op dit hoofdstuk! And may the odds be ever in your Tributes favour,
Jade
