AN: Hier is het dan! Het lang verwachtte Bloedbad! Ik waarschuw jullie nu alvast dat dit een lang, maar dan ook erg lang hoofdstuk is. Het heeft een inhoud van 8 POV's die bij elkaar gemiddeld een lengte hebben van 2200 woorden.
Ik hoop dat jullie ervan genieten en dat jullie het een hoofdstuk vinden wat waard is om zo lang op te wachten! Ik geef jullie de tip om de Tributenlijst erbij te pakken als je nog niet iedereen uit je hoofd kent. Soms gebruik ik namelijk District benaming in plaats van de werkelijke namen.
Wel, zonder jullie nog langer op te houden presenteer ik voor jullie, het Bloedbad:
Ragnarok: Ondergang van de Machten.
District 5 - Emily Harrison (16) POV. Begin van het Bloedbad.
Met een kloppend hart voelde ik de harde wind tegen mijn gezicht aankomen toen mijn startplaat uit de buis werd geduwd. Voor even zag ik niks anders rondom mij heen dan dikke mistwolken, maar gauw genoeg verscheen de Hoorn des Overvloeds in mijn blikveld en kon ik de andere Tributen zien.
Ik voelde hoe ik onregelmatiger adem ging halen toen ik hun gezichten goed bekeek. Ze waren puur moordend en ze beken de andere Tributen alsof ze maaltijden waren. De klok die boven de Hoorn hing gaf aan dat we nog zestig seconden hadden voordat de mijnen werden gedeactiveerd en de eerste doden zouden gaan vallen. Zestig seconden voor mij om David te vinden en een vluchtroute te bedenken zonder dat iemand me bruut zou vermoorden.
Een grote bliksemschicht verlichtte plots het platform waar iedereen opstond en met nog een harde knal erachter begon het te regenen. Binnen een paar seconden was ik doorweekt en voelde ik hoe mijn voeten grip probeerden te vinden op de grond onder mij. Maar mijn voeten vonden echter niks anders dan een glibberig metalen platform.
De Hoorn lag vijftig meter van mij en de andere Tributen vandaan, maar verder kon ik niet kijken door de grijze wolken die nog steeds om ons heen hingen. In een angstvlaag draaide ik mijn hoofd om achter mij te kijken, maar ook daar bevond zich niets anders als mist en een diepte waarvan de bodem niet te zien was. De ladder die achter mijn startplaat hing was maar voor enkele meters te zien waarna hij werd opgeslokt door de massa aan wolken.
Het platform rinkelde zacht door de regen die hard op ons neerstortte. Naast me hoorde ik hoe iemand zijn jas dicht ritste en toen ik mijn hoofd draaide ontmoette ik de ogen van iemand die ik niet wilde zien. Zara, uit District 1, stond nog op geen vier meter afstand van mij terwijl haar ogen steenhard en moordend naar mij keken. Haar gezicht was vertekent in haat en haar haren plakten tegen haar wangen aan.
De paniek die ik omhoog kon voelen borrelen kreeg ik niet onderdrukt toen ik mijn hoofd van haar weg draaide. Angstvallig begon ik David te zoeken, maar de enige gezichten die ik tegen kwam waren die van andere Tributen en niet van hem.
'Dertig seconden.' De monotone stem van de Spelmaakster werd opgevolgd door nog een bliksemschicht en voor een kort moment blonken alle voorwerpen voor de Hoorn. Mijn ogen vonden verschillende wapens en voor even twijfelde ik of dat niet mijn beste kans was om te overleven. Om naar voren te rennen en te grijpen wat ik kon grijpen, maar ik zou andere Tributen tegenkomen. En dat zouden Tributen zijn die maar al te graag mijn keel zouden willen doorsnijden.
'Twintig seconden.'
De secondes leken steeds sneller weg te tikken dan eerst en ik kon mijn hart in mijn keel voelen kloppen. Het metalen platform rinkelde steeds harder door de regen, maar ik hoorde niks anders dan de aftelling en Zara's gehijg wat meer leek op dat van een wild beest wat me elk moment zou gaan afmaken.
De paniek die ik voelde leek mijn keel dicht te knijpen en voor mijn gevoel kon ik nauwelijks nog ademhalen. Alles leek te snel te gaan en ik kon David maar niet vinden in de mist. Mijn voeten vonden geen steun op mijn startplaat en ik was bang dat ik er elk moment van af zou vallen in de diepte achter mij.
'Tien seconden.'
Mijn haar plakte tegen mijn nek aan terwijl ik de regen uit mijn ogen probeerde te houden. Een luidde gong vulde plots de lucht en ik merkte hoe mijn benen ongecontroleerd in beweging kwamen. Ik wist niet waar ik heen moest, of wat ik moest doen. Mijn enige Bondgenoot was nergens te vinden en ik kon het gehijg van Zara in mijn rug horen.
Mijn ogen vonden een kleine rugzak, maar voordat ik mijn vingers kon uitstrekken om het te pakken voelde ik hoe een paar handen mijn jas vastgrepen en me met een harde ruk naar achteren trokken.
Met een keiharde knal belandde ik op het platform en zag ik het vertrokken gezicht van Zara boven mij hangen. Ze had niks in haar handen. Geen enkel wapen hield ze dreigend boven mijn hoofd klaar om me mee neer te steken, maar dat leek haar niet te stoppen.
'Je bent een snelle renner Emily, kijk nu maar eens of je nog zo snel wegkomt!' Haar schreeuwende stem werd opgevolgd door een harde bliksemschicht terwijl haar ogen vuur spoten toen ze zich op mij neerstortte.
Haar handen vonden mijn keel zonder moeite en voor ik iets kon doen voelde ik haar lange nagels in mijn vel boren. Ik probeerde naar lucht te happen, maar haar handen klemden zich alleen sterker om mijn keel heen.
'Probeer dan te vluchten, probeer het dan!' Snauwde ze door op elkaar geklemde kaken heen terwijl ik haar van me af wilde schoppen, maar ze bewoog voor geen centimeter. Ik probeerde met mijn handen haar vingers van mijn keel af te rukken, maar ze drukte enkel verder met haar nagels mijn vel in waardoor ik mijn warme bloed langs mijn nek voelde druipen.
Ik probeerde naar zuurstof te happen, maar er kwam niks anders naar binnen dan de regendruppels die uit de lucht vielen. Het voelde alsof mijn ogen elk moment uit mijn kassen konden vallen en de druk die er op mijn hoofd was zorgde voor een enorme duizeligheid. Mijn handen leken hun werkvermogen te verliezen en in totale paniek sloeg ik met mijn laatste kracht in Zara's gezicht.
Voor even voelde ik hoe haar handen verslapten en kon ik rasperig ademhalen. Ik probeerde haar weer van mij af te schoppen, maar ze reageerde enkel met een harde schreeuw en een nog hardere greep op mijn keel. Mijn handen vonden haar gezicht nogmaals, maar voordat ik mijn vingers in haar ogen kon zetten beet ze met haar tanden in mijn hand.
'Schreeuw dan!' Krijste ze terwijl ze mijn bloed in mijn gezicht spuugde. Haar linkerhand liet mijn keel kort los en greep mijn hand waarin ze had gebeten. Ik voelde hoe haar nagels zich in de wonden drongen en ze mijn vingers vastpakte en omdraaide met een luid gekraak. Voor ik ook maar kon schreeuwen van de pijn greep ze mijn hoofd vast en knalde die met mijn slaap naar links toe tegen de metalen plaat onder ons.
De stekende pijn die als elektriciteit door mijn hoofd heen schoot zorgde ervoor dat ik voor even niks meer kon voelen en horen. Ik zag enkel de kleine rugzak naast ons waar ik voor het gevecht naartoe was gerend om te grijpen.
Met grote moeite strekte ik mijn hand er naar uit en probeerde ik niet te schreeuwen in pijn toen mijn gebroken vinger de draaglus van de rugzak vastgreep. Ik voelde hoe mijn lichaam langzaam opgaf, maar dit zou mijn laatste kans zijn om Zara van mij af te krijgen. Mijn vingers grepen de rugzak beter vast en met een pijnlijk kreun sloeg ik het zo hard ik kon tegen Zara's hoofd aan.
Haar harde kreet vulde mijn oren terwijl ik voelde hoe mijn keel werd verlost uit haar ijzeren greep. Hoestend draaide ik me op mijn zij, maar haar klauwende handen vonden mijn jas opnieuw. Ze stortte zich nog harder dan eerst op mijn lichaam en haar handen krasten over mijn nek heen.
Met een hysterisch gehijg greep ze mijn haren vast en knalde mijn hoofd nogmaals hard tegen het platform aan. Ik voelde mijn warme bloed over mijn hoofd heen druipen, maar ik was te woedend om het op te merken. Mijn gehele lichaam was uitgeput en ik voelde mijn hoofd en lichaam bonken met pijn. De tranen die over mijn wangen heen liepen waren nauwelijks voelbaar door de regen die nog steeds keihard uit de lucht kwam vallen. Op Zara's gezicht verscheen echter een grijns van overwinning en ik kon zien hoe ze haar handen voor de laatste keer weer tot klauwen vormde terwijl ze mijn nek opnieuw vastgreep.
Maar haar ijzeren greep om mijn nek kwam niet. Het enige wat volgde was het geluid van metaal wat door vlees heen sneed en haar grote ogen die me verbaasd en vol pijn aankeken. Haar blik volgde de mijne naar haar buik waar een punt van een zwaard doorheen stak, compleet bedekt met haar rode glimmende bloed.
'H-hoe,-' Verder dan dat woord kwam ze niet wat ze stotterend probeerde te zeggen. Een straaltje bloed droop van haar kin af terwijl haar lichaam zacht schokte. Met nog een laatste beweging spuugde ze een lading bloed uit over mijn borst en viel daarna dood naast me neer.
Hysterisch ademhalend probeerde ik onder haar vandaar te kruipen terwijl ik het warme bloed op mijn borst probeerde te negeren, maar een hand greep mijn schouder vast en draaide me om. Angstig dacht ik het gezicht van mijn volgende aanvaller te ontmoeten, maar ik vond enkel het lijkbleke gezicht van David terwijl hij me zachtjes dwong op te staan.
'Ik dacht dat je dood was,' De blik in zijn ogen viel me niet op, want ik voelde alleen nog maar hoe paniek en hysterie door mijn lichaam heen schoten. 'We moeten gaan Emily.' Zijn warme hand sloot zich om mijn goede heen en hij trok me vlug mee naar de dichts bijzijnde touwladder. Op zijn rug had hij het kleine rugzakje waar ik Zara mee had geslagen en in zijn hand blonk een lang zwaard.
Ik kon mijn longen voelen branden terwijl ik de ladder afklom. De wolken die ons langzaam insloten en mijn gebroken vinger maakte het niet beter. Mijn wereld leek te draaien. Alles was glibberig en pijnlijk wat ik vastpakte terwijl ik nergens naartoe kon kijken door de mist. In al mijn paniek probeerde ik sneller naar beneden te klimmen, maar de hysterie zorgde ervoor dat ik mijn oriëntatie kwijt was. Ik dacht mijn voet in een tree van de ladder te zetten, maar ik vond enkel de gure lucht.
Mijn lichaam schoot weg voor ik er erg in had en de gil in mijn keel werd bruut afgebroken door de harde klap waarmee ik op de grond belandde. Met een schok besefte ik dat de grond waar ik op lag bedekt was met grafstenen die een kilte uitstraalden die me tot op het bot verkleumde.
Gillend schoot ik overeind, maar Davids warme handen hielden me tegen toen ik weg wilde rennen. Hij keek me echter enkel zwijgend aan en pakte me aan mijn hand mee de mist in. Opzoek naar een schuilplaats waar we konden beginnen met overleven.
District 2 - Tellas Lane (18) POV. Begin van het Bloedbad.
Zijn gezicht was lijkbleek terwijl zijn ogen steeds van de Hoorn weer terug naar mij schoten. Ik kon zo zien dat hij zijn opties duidelijk aan het overwegen was, maar de angst was te duidelijk zichtbaar in zijn ogen. Hoe langer ik hem aanbleef kijken hoe meer die angst leek te groeien en hoe meer mijn handen verlangden om zijn keel dicht te knijpen.
De regen die hard kletterend op ons neerkwam zorgde ervoor dat zijn blonde krullen tegen zijn voorhoofd aanplakten. De blik in zijn bruine ogen leek meer op dat van een angstig dier wat in een val was gelopen terwijl mijn stalen ogen hem ondoordringbaar bleven aankijken. Ik wilde laten weten dat hij mijn eerste slachtoffer zou zijn. Kevin Jones zou de eerste zijn die ik zou gaan vermoorden in dit Bloedbad.
'Twintig seconden.' Er verscheen een grijns op mijn gezicht bij de woorden van de Spelmaakster. Ik draaide mijn hoofd weg van Kevin en mijn ogen vonden de Hoorn en alle schatten die het bezat. Door de dikke mistwolken kon ik niet verder kijken dan dat, maar de bliksem zorgde ervoor dat de wapens glommen. Mijn ogen gleden over het glibberige metalen platform voor me heen en ik zag plots het blinkende heft van een groot strak zwaard wat nog geen twintig meter van mij verwijdert was.
Ik kon Kevins bewegingen plots luid en duidelijk horen alsof al mijn zintuigen waren versterkt. Mijn ogen bleven echter naar het glimmende zwaard staren die daar niet lag zonder reden. De Spelmakers gaven me een duidelijke opdracht en ik was zeker niet van plan die te gaan negeren. Ik moest Kevin doden.
'Tien seconden.' Mijn spieren spanden zich aan en ik voelde mijn brandwonden aan mijn huid trekken. De maniakale grijns die op mijn gezicht zat groeide enkel toen ik de luidde gong door de arena hoorde galmen en ik Kevins voetstappen naast die van mij kon horen.
Ik voelde hoe mijn schoenen moeite hadden met het gladde oppervlak van de plaat, maar ik kon niet stoppen. Het gedreun van mijn voetstappen bonkte in mijn hoofd, maar ik luisterde er niet naar. Mijn oren volgden enkel het geluid van Kevin die naast mij rende en duidelijk ook bij het zwaard probeerde te komen. Hij had beter moeten weten.
Mijn rechterhand had zich al gevormd naar het heft van het zwaard, omdat ik wist dat ik de enige was die dat wapen zou gaan gebruiken. Ik was de enige vandaag die Kevin ermee zou neersteken en niemand anders. De grote brandwonden op mijn huid voelde vreemd aan onder de koude druppels van de regen, maar het was zijn schuld dat ik ze in de eerste plaats had. Het was Kevins schuld dat ik mijn hele leven lang als een verminkt persoon moest rondlopen. Het was zijn eigen schuld dat ik over enkele seconden zijn keel genadeloos zou gaan doorsnijden.
De lucht werd plots gevuld door luid geschreeuw en ik werd me ervan bewust dat er nog meer mensen vermoord moesten worden. Ik versnelde mijn pas en wilde over een nutteloze rugzak heen springen die voor het zwaard lag, maar de hengsels ervan zorgde ervoor dat ik met een harde klap op het platform viel. Mijn hoofd kwam met een knal in een plas terecht en ik kon de ijzige regen tegen mijn wangen aanvoelen prikken, maar de woede die in mij opborrelde was groter.
De voetstappen die ik door het platform heen kon horen dreunen waren genoeg voor mij om een woedende schreeuw los te laten. Maar voordat ik overeind kon komen hoorde ik het ijzeren geschraap al van het zwaard wat werd opgepakt van het platform.
Kevin stond met een lijkwit gezicht twee meter voor mij met het zwaard in zijn beide handen geklemd. Zijn knokkels waren wit door de druk die hij uitoefende op het handvat. Ik probeerde hem recht aan te kijken, maar ik zag dat zijn ogen enkel naar de brandwonden keken die hij had veroorzaakt.
'Laat me lopen of ik steek je neer.' Zijn stem was nauwelijks verstaanbaar door de regen die met luid getik op het platform viel. Ik kon zijn handen vanaf hier al zien beven terwijl hij schichtig om zich heen keek naar de andere Tributen.
'Denk je dat ik dat zou doen? Ik kan je verpulveren met één hand.' Gromde ik boos terug en ik schopte de lussen van de rugzak van mijn voeten af. Hij nam wat twijfelende stappen achteruit terwijl ik langzaam opstond van het platform met mijn handen gevormd tot vuisten die ik in gedachten duizendmaal in zijn gezicht stompte.
'Denk je dat je me aankunt? Jij zal de gene zijn die over enkele seconden morsdood op de grond ligt.' Ik voelde hoe mijn woede mijn lichaam nog meer opvulde terwijl ik langzaam een paar stappen zijn kant opzette. Het zwaard in zijn handen begon nog meer te beven, maar hij staarde niet langer naar mijn brandwonden. Hij keek me recht in mijn moordlustige ogen aan.
'Ik waarschuw je!' Schreeuwde hij nu luider, maar ik hoorde de angst achter zijn woorden. Met elke stap die ik naar hem toe zette kon ik zijn gezicht witter zien wegtrekken totdat ik uiteindelijk zo dicht bij hem stond dat de punt van het zwaard in mijn borst prikte.
'Waarschuwen voor wat? Ik ben nergens bang voor en al zeker niet voor een lafhartige rebel.'
Voordat de woorden mijn mond uit waren smeet ik mezelf naar hem toe om zijn kraag vast te kunnen pakken. Het zwaard kwam klem te zitten tussen onze borsten, maar hij kon er geen kracht op uitoefenen, omdat hij vast zat in mijn houdgreep.
Ik voelde hoe hij onder mij vandaan probeerde te wurmen, maar ik stompte hem enkel hard in zijn maag en greep zijn haren vast. Met een harde ruk trok ik zijn hoofd naar achteren waardoor hij luid schreeuwde, maar het zwaard liet hij niet los. Door de beweging voelde ik het lemmet enkel in mijn onderarm snijden en verbeet ik de pijn door hem nogmaals hard in zijn maag te stompen. Hij kreunde luid en boog voorover zodat ik hem makkelijk omver kon schoppen.
Zijn lichaam kwam met een bonk in een plaswater terecht en ik zag een straaltje bloed uit zijn mond lopen, maar ik had geen genade. Met grote zware passen beende ik naar hem toe terwijl ik voorover boog om hem nogmaals omhoog te trekken. Het water spatte in zijn gezicht, maar hij keek me alleen boos aan en probeerde bij me vandaan te kruipen. Ik pakte hem enkel bij zijn kraag vast en trok hem terug als een bang dier wat voor me probeerde te vluchten.
'Je kunt nergens meer heen.' Lachte ik sadistisch, maar zijn uitdrukking werd alleen maar bozer. Hij wierp het zwaard plots weg waardoor ik hem verschrikt losliet en naar het zwaard toe wilde rennen, maar ik voelde hoe twee handen mijn voeten vast pakten en me onderuit trokken op het gladde platform.
Met een smak belandde ik in de plas naast hem en hoorde ik hem overeind krabbelen als de laffe rebel die hij was. Woedend schreeuwde ik zijn naam, maar ik had geen kans om nog iets te zeggen, omdat hij met zijn zwarte laarzen keihard in mijn gezicht trapte.
Voor een kort moment voelde ik helemaal niks meer en was de wereld om mij heen een grote witte vlek. Pas toen ik de stekende pijn in mijn hoofd voelde, groeide mijn bewustzijn en merkte ik dat er warm bloed over mijn lippen heen droop.
Voetstappen weerklonken gehaast langs mij heen en nogmaals hoorde ik het schrapende geluid van metaal op metaal en zag ik nog net hoe Kevin Jones ervandoor ging met mijn zwaard.
Enkele seconden lang kon ik alleen ongeloof voelen, maar al snel voelde ik een ontembare ongelofelijke woede oprijzen uit het binnenste van mijn borst. Een oorverdovende schreeuw rees op uit mijn keel en overstemde alle geluiden van vechtende Tributen, maar het kon me niet schelen. Het onmogelijke was gebeurd en het enige wat ik kon doen was mijn vuist met enorme kracht tegen het steenharde platform aanslaan. Er kwam geen beweging in, maar ik stopte niet. Ik kon niet stoppen. Ik bleef mijn arm opheffen en sloeg nogmaals en nogmaals op het metaal in, maar er veranderde niets. Enkel de plas water die erop lag kleurde langzaam rood door het bloed wat uit mijn kapotte vingers stroomde, maar ik voelde niks anders dan woede. Er was alleen woede.
Met een schokkerige beweging hief ik mijn hoofd op en zocht ik de dichtstbijzijnde Tribuut op die het verdiende om nu meteen dood te gaan. Ik moest iemand vermoorden. Dat was mijn taak en daar moest ik in slagen.
Ik zag een jongen met zijn rug naar mij toestaan terwijl hij een rugzak en een speer opraapte, maar ik kon de situatie niet inschatten. Ik voelde enkel de pulserende kracht die door mijn aderen en hoofd heen stroomde en die me vertelde dat ik nu meteen iets moest vermoorden. Ik moest moorden.
Binnen enkele seconden was ik bij de jongen en voor ik het doorhad had sloot mijn linkerhand zich al om zijn keel terwijl ik met de andere de speer uit zijn hand rukte. Ik hoorde zijn geschreeuw en smeekgebeden niet. Ik hoorde enkel mijn eigen stem die brulde dat hij dood ging.
Zijn arenakleding was doorweekt van de regen terwijl het cijfer drie op zijn bovenarm glom, maar het kon me niks schelen dat ik Jack vast had. Hij moest dood. Ze moesten allemaal dood.
De speer die ik in een knellende greep in mijn hand had blonk in mijn ooghoek. Jack gilde nog steeds in mijn greep, maar ik bracht enkel de speer naar zijn borst en stook deze zo vaak en zo hard mogelijk in zijn lichaam. Het bloed doordrenkte zijn gehele arenakleding dat aan flarden werd gescheurd door mijn vele steken. Ik hoorde hem krijsen van de pijn terwijl zijn ogen mij aanstaarden. Maar het waren niet de ogen van Kevin die me nu aanstaarden vol pijn, angst en paniek. Het waren de ogen van een andere nutteloze Tribuut.
Voor ik het doorhad voelde ik opeens hoe Jacks lichaam levenloos in mijn handen hing en hoe ik met een scheurend geluid de speer opnieuw uit zijn lichaam trok. De punt was geheel met bloed bedekt, maar de regen spoelde het er maar al te snel vanaf. Mijn bloeddorst was echter nog niet gestild en ik kon enkel begerig rondkijken naar mijn volgende slachtoffer, maar het platform liep al langzaam leeg.
In een ruk draaide ik me om en kon ik nog net een kleine jongen met blonde krullen bij de rand van het platform zien staan terwijl hij iemand achter zich aansleepte. De blonde krullen op zijn hoofd deden me teveel denken aan Kevin, maar dit keer was het niet Kevin die de woede in mij opriep, maar de jongen die in levende lijve bij de rand stond.
De speer in mijn hand voelde plots gloeiend heet aan en zonder te twijfelen wierp ik het in de richting van de jongen. Ik keek begerig toe hoe de speer door de lucht heen scheurde en richting mijn Beroepsgenoot ging. Ik keek toe hoe hij Caldwell elk moment zou gaan doorboren.
District 1 - Caldwell Ballantynn (14) POV. Midden van het Bloedbad.
Het geschreeuw wat mijn oren vulde klonk heel anders dan ik altijd had gedacht. Het geluid van iemand die pure angst voelde en die op het punt stond om dood te gaan drong door tot in het binnenste van mijn lichaam waar het zich nestelde en bleef door echoën, maar ik stoorde me er niet aan. Het resulteerde enkel in een glimlach op mijn gezicht terwijl ik over het platform heen rende.
Dat geluid van iemand die aan het sterven was zorgde ervoor dat mijn voetstappen niet meer te horen waren. Het platform wat bedekt was met plassen was een hinderlaag, maar zorgde niet voor vertraging. Mijn hele lichaam was gevuld met energie en mijn ogen konden enkel naar het doel staren wat ik voor ogen had. De Hoorn des Overvloeds.
De wapens en kratten die daarin lagen waren beschermt tegen de harde flarden van regen, maar blonken desalniettemin even hard. Het koude ijzer wat tegen de muur aanhing in de vorm van wapens leek mijn naam te schreeuwen. Ik wist dat ik degene was die al die wapens hoorde vast te houden en ze hoorde te gebruiken. Want ik was degene die het snelste was van alle Tributen bij elkaar.
Mijn handen vonden de wapens eerder dan ik doorhad. De Hoorn diende als een afdak tegen de regen en voor even bleef ik enkel staan op de droge plek met de twee messen in mijn handen. Ze waren ijskoud, maar klaar om iemand te verwonden. Bijna gehypnotiseerd staarde ik ernaar en voelde ik de glimlach op mijn gezicht groeien om enkel gelijk weer te verdwijnen door de harde bonk die plots achter mij klonk.
Met een ruk draaide ik me om en zag ik Rhine compleet doorweekt en hard hijgend achter mij staan. Haar blonde haren plakten tegen haar gezicht aan, maar mijn ogen werden getrokken door de boog die ze in haar handen had geklemd en de koker met pijlen op haar rug.
'Sta je nou te schuilen voor de regen?' Snauwde ze fel en ik merkte dat ze al een pijl op de pees van de boog had liggen. Klaar om te schieten.
'Ik verzamel wapens, wat de meeste Tributen doen in het begin van een Bloedbad.' Gromde ik geïrriteerd terug, maar ik kon de angst tegen mijn borst aan voelen drukken. Haar ogen hadden een blik in zich die nauwelijks te ontrafelen was, maar ik was er zeker van dat de pijl niet voor mij was bedoelt. Dat kon niet zo zijn, geen Beroeps zou mij vermoorden.
Toch bleef ze me stil aanstaren terwijl de regen boven onze hoofden hard op de Hoorn neerkwam. Het leek zo idioot om elkaar zwijgend aan te staren terwijl er een enorm gevecht bezig was waar we ons eigenlijk in hoorde te mengen. Rhine hoorde iemand anders stil te bedreigen en niet mij. Ze hoorde daar buiten bezig te zijn met vechten en mensen te vermoorden.
Plots spande ze de boog aan en richtte haar pijl recht op mijn hoofd. Mijn complete lichaam leek te verstijven en de messen vielen kletterend uit mijn handen. De zekerheid van mijn overwinning verdween en ik kon alleen nog maar angst door mijn lichaam heen voelen gieren. Haar blik was koelbloedig, maar ik kon er niet van wegkijken. Haar lippen bewogen, maar de woorden die ze uitsprak bereikten mijn oren niet. Ik kon enkel naar de pijlpunt kijken die klaar lag om mijn hoofd te doorboren.
'Buk dan idioot! Of ik schiet je ook neer!' Het woord schieten zorgde ervoor dat ik uit mijn trance ontsnapte en ik door kreeg wat ze tegen me schreeuwde. Trillend zakte ik zonder enige beheersing als een hoopje ellende in elkaar terwijl ik nog net kon zien hoe er een meisje met een mes achter mij hysterisch aan kwam rennen. Maar Rhine schoot niet. Ze keek enkel kalm toe hoe het meisje steeds dichterbij kwam rennen terwijl haar zwarte haren tegen haar wangen aan kletste, nat van de regen.
'Jullie hebben mijn enige bondgenoot vermoord! Jullie hebben Jack vermoord!' Haar hysterische stem werd gefrankeerd door haar gejank wat duidelijk boven de regen te horen was. Ik kon haar voetstappen door de plaat heen horen en ik wist dat ze elk moment voor de krat kon verschijnen waar ik achter zat. Ze zou me elk moment kunnen vermoorden en mijn hele lichaam voelde de paniek die dat met zich meebracht.
'Schiet dan!' Schreeuwde ik naar Rhine terwijl ik mijn angst niet onder bedwang kon houden. Ik trilde en ik kon mijn tranen over mijn wangen heen voelen lopen ook al wist ik niet dat ik huilde. Maar Rhine reageerde niet op mijn woorden. Ze richtte haar blik enkel naar voren en liet de pees van haar boog los waardoor haar pijl met een noodvaart naar voren schoot en het meisje wat boven mij verscheen doorboorde.
Voor even stond ze daar, het cijfer tien op haar outfit blinkend in het licht van de bliksemschicht die hard achter ons weerklonk. De pijl zat midden tussen haar ogen waaruit het licht verdween en een waas van dood overheen viel. Haar lichaam hevelde over en kwam met een harde bonk op mij terecht.
Hysterisch gillende schopte ik haar dode lichaam van mij af en krabbelde overeind terwijl ik tegen de kratten achter mij aanbotste. Ik voelde Rhine's ogen op mij gericht en ik merkte dat ik nog steeds aan het huilen was.
'Wat sta je te kijken?' Snauwde ik naar haar, maar er verscheen enkel een minuscule glimlach op haar gezicht voordat ze plots wegkeek en ik de tijd had om mijn tranen verwoed weg te vegen van mijn gezicht.
'Ga je wapens verzamelen, waar je zo goed in bent en zorg dat je niet in de problemen raakt.' Haar stem was commanderend, maar ik kon er niks tegenin brengen. Ze liep enkel naar het meisje toe, draaide haar lichaam om en rukte de pijl uit haar hoofd waardoor er een enorme plas bloed voor mijn voeten verscheen.
Misselijk van het schouwspel keek ik toe hoe ze de pijlpunt afsmeerde aan de outfit van het meisje waardoor de tien bedekt raakte met bloed. Ze besteedde er geen aandacht aan dat dit meisje ook een naam had. Het leek haar niks uit te maken dat dit meisje een leven had gehad in District 10, maar dat ze nu echter dood voor mijn voeten lag. Rhine liep enkel zonder nog maar één keer om te kijken weg om daarna te verdwijnen achter de Hoorn.
Verstijfd stond ik daar, kijkend naar het bloed terwijl ik de dode ogen van het meisje probeerde te negeren. Opnieuw weerklonk er een luidde bonk en ik rukte mijn ogen weg van haar om te zien hoe Ash, het kleine jongetje uit District 9 met grote ogen voor mij stond. Hij was compleet doorweekt terwijl zijn ogen gevuld waren met angst en ik het idee had dat hij elk moment kon instorten en kon gaan janken. Maar zijn blik bleef niet op mij gericht. Zijn ogen vonden Melissa en ik zag hoe hij verstarde en compleet wit wegtrok terwijl hij zijn mond opentrok om te gillen.
Ik handelde voordat ik het zelf doorhad. Mijn handen sloten zich om zijn nek en met een ruk trok ik hem naar achteren toe en duwde ik hem tegen de muur aan van de Hoorn. Hij reageerde alleen door keihard te gaan staan schreeuwen om zijn leven.
'Houd je mond dicht!' Gilde ik terug, maar het gejank werd alleen maar erger. Zijn ogen leken zijn kassen uit te puilen en ik greep het kleine zwaard wat naast hem aan de muur hing vast en hield het tegen zijn keel aangedrukt. Maar hij hield niet op. Het werd alleen maar erger en erger terwijl mijn hand weigerde om door te drukken.
'Alsjeblieft! Ik heb niks misdaan!' Hij bleef gillen terwijl ik voelde hoe mijn greep steeds meer verslapte. In mijn gedachte stak ik hem wel duizend keer neer, maar mijn lichaam weigerde te handelen. Ik kon niet moorden.
Ik had niet door dat ik hem zowat compleet had losgelaten totdat Ash mijn handen vastpakte en me begon te bedanken dat ik zijn leven spaarde. Ik gromde woedend en knalde hem nogmaals hard tegen de muur aan waardoor hij weer begon te gillen. Boos wierp ik het zwaard aan de kant en trok ik Ash mee aan zijn kraag naar buiten. Als ik hem zelf niet kon vermoorden, dan zou ik het wel anders doen.
De regen die me plots weer doorweekte zorgde ervoor dat Ash nog moeilijk kon tegenstribbelen. Ik sleepte hem achter mij aan terwijl zijn voeten geen grip konden vinden op het platform. Zijn hysterische smeekbeden zouden te horen zijn in de hele arena en ik wist dat iedereen me zo kon zien en dus ook zo weer kon vermoorden.
'Houd je mond, zei ik!' We hadden de rand van het platform bereikt, maar hij hield niet op met schreeuwen. Ik draaide me boos om, van plan om hem een klap te verkopen zodat hij zijn mond dicht zou houden. Maar ik zag Ash niet voor me zitten. Ik zag alleen Tellas veertig meter verder op staan terwijl hij een speer recht mijn kant op gooide.
In een reflex trok ik Ash omhoog van de grond en duwde ik de jongen naar voren zodat ik zijn lichaam als een schild gebruikte. Het geluid van de speer die met een klap in Ash zijn borst terecht kwam doorbrak al het andere en ik kon de bebloede speerpunt door de achterkant van zijn lichaam zien steken. Uit de wond droop enorm veel bloed terwijl Ash met een doffe plof dood neerviel op de grond. Zijn geschreeuw eindelijk gesmoord.
Ik kon echter niet naar zijn lichaam blijven staren doordat Tellas met grote boze passen mijn kant op kwam gerend. Ik zag zo al wat zijn intentie was en opnieuw voelde ik mijn angst omhoog borrelen, maar voordat ik kon reageren stond hij al met zijn massieve lichaam voor mij. Zijn handen gebald tot vuisten en zijn blik op moordend.
'Die speer had jou moeten doorboren.' Gromde hij woedende en zijn linkerhand greep me bij mijn kraag vast en trok me boos omhoog zodat ik op mijn tenen moest gaan staan.
'Laat me los! Je mag me helemaal niet aanvallen, we zijn Bondgenoten!' Schreeuwde ik terug, maar mijn stem klonk hees doordat mijn keel werd dichtgeknepen. Ik hapte naar adem, maar Tellas lachte enkel en tilde me nog meer van de grond af waardoor ik nu met mijn voeten enkele centimeters boven de grond bungelde.
'Ik vermoord wie ik wil vermoorden en op dit moment ben jij mijn slachtoffer.' Zonder waarschuwing liet hij me los waardoor ik met een harde knal op de grond viel en aan zijn voeten in elkaar zakte. Hij greep de speer vast en rukte deze uit Ash terwijl ik probeerde weg te kruipen, maar hij drukte me tegen de grond aan door zijn voet op mijn rug te plaatsen.
'Wacht, wacht!' Gilde ik, maar hij oefende meer kracht uit met zijn voet op mijn rug waardoor mijn adem me werd ontnomen. Ik verwachtte elk moment het koude metaal in mijn lichaam te voelen, maar een stem doorbrak de angst.
'Jongens, hou eens op met spelen en kom kijken wie ik heb gevangen! Ze wilt jullie doodgraag ontmoeten.' De lachende stem van Lerola zorgde ervoor dat Tellas zijn voet van mijn rug afhaalde. Toen pas merkte ik dat het complete platform verlaten was en er geen vechtende Tributen meer waren. Ik wilde meteen overeind krabbelen maar ik voelde hoe de koude speerpunt in mijn nek werd geplaatst en me dwong om op de grond te blijven liggen.
'Wees maar niet bang. Jou vermoord ik later nog wel.' Tellas zijn stem was zacht, maar de dreiging in zijn woorden was duidelijk aanwezig. Toch voelde ik hoe de speerpunt van mijn nek werd verwijdert en hoe hij met zware passen van mij wegliep terwijl ik achterbleef in de koude regenplas op het platform.
District 7 - Riley Yohan (13) POV. Midden van het Bloedbad.
Ik wist dat de luidde zoemer al meer dan een paar seconden geleden was afgegaan. Ik had het zelf gehoord en had zelf gezien hoe iedereen was weggerend, maar toch stond ik hier. Op mijn startplaat. Doodstil, alsof ik bevroren was en geen enkele kant op kon terwijl mijn binnenste schreeuwde dat ik moesten maken dat ik wegkwam nu het nog kon. Maar ik verroerde me niet.
Mijn ogen bleven het platform maar scannen. Opzoek naar dat ene bekende gezicht wat er voor zou kunnen zorgen dat ik uit mijn trance zou ontsnappen, maar ik vond haar niet. Ik kon Mocca niet vinden. Ik zag alleen de andere Tributen voor me, maar hun gezichten die vertrokken waren door haat, paniek en pijn brachten geen angst voor mij met zich mee. Het was alsof ik niet eens echt aanwezig was hier. Ik had in het Capitool al aanvaard dat ik het Bloedbad niet zou overleven. Dat hadden Ammon en Armé ook al die tijd gezegd. Zo hadden alle Tributen mij aangekeken, zo hadden de Spelmakers mij behandelt. Maar nu stond ik hier. Op mijn startplaat terwijl mijn hart bonkte in mijn borst en mijn lichaam nog steeds intact was. En het feit dat ik leefde beangstigde me meer dan het feit dat ik elk moment kon sterven.
Het gegil wat om de zoveel seconden de lucht vulde leek eindeloos door te gaan. Ergens diep van binnen wist ik dat ik doodsbang moest zijn, omdat ik elk moment vermoord kon worden, maar het gevoel kwam niet. Ik bleef stilstaan op mijn plaat terwijl niemand mij leek op te merken. Niemand keek me aan. Niemand zou ook maar er even bij stil staan dat ik misschien ook nog zou leven. Enkel Mocca, maar zij was nergens te vinden.
Mijn ogen scanden het platform nogmaals. Ik zocht wederom de gezichten af van de Tributen, maar vond nu geen levend gezicht. Een paar ogen staarden mij rechtstreeks aan terwijl er een waas van dood overheen gevallen was. Haar lippen hadden hun kleur al verloren en over haar kin droop steeds wat bloed wat daarna al snel weer werd weggespoeld door de regen, maar dat maakte het niet minder luguber. Zara's ogen bleven me maar aanstaren en hoe graag ik ook wilde wegkijken, ik kon het niet. Het was huiveringwekkend en plots voelde ik me helemaal niet meer veilig op mijn startplaat. Mijn adem kwam met korte stoten piepend uit mijn keel terwijl ik het gevoel had alsof ik over mijn hele lichaam trilde. Ik moest hier weg. Weg van de ogen van Zara en weg van de levende nachtmerrie waarin ik me plotseling bevond.
Mijn voetstappen dreunden op het platform en ik had het idee alsof iedereen me plots weer zag staan. Alsof ik honderden ogen op me had gericht waarvan elk paar me het liefst nu meteen zou willen afmaken. Paniek omvatte mijn hart en ik dacht de ogen van Zara in mijn rug te voelen branden. Haar dode lichaam wat in een plas van koud regenwater lag was het enige wat niet bewoog rondom mij. De schimmen die de Tributen waren leken om mij heen te cirkelen en me in te sluiten terwijl ik de wapens kon zien blinken in hun handen.
Al rennend probeerde ik een uitweg te vinden, maar het kwam niet bij me op dat de ladders achter de startplaten de enige uitwegen waren. Mijn gedachte was enkel gevuld met het dode lichaam en de mist die rondom het platform zweefde.
Het geluid van naderende voetstappen zorgde ervoor dat ik mijn hoofd in een schok omdraaide in de hoop dat ik Mocca zou zien. Maar het was niet Mocca. Het was Alex uit District 6 die een rugzak op zijn rug slingerde en me heel even kort aankeek waarna hij snel wegrende. Zijn voetstappen waren zowat geruisloos, maar zonder erover na te denken snelde ik achter hem aan. Hij was één van de weinige Tributen die geen angst bij mij opwekte en waarvan ik wist dat hij niet aan vechten deed. Tijdens de trainingsdagen had hij slechts bij leeronderdelen gezeten en daardoor wist ik zeker dat hij hersens had. En met hersens kon ik een uitweg en misschien zelfs Mocca vinden.
Hij leek het te merken dat ik hem volgde, want hij begon sneller en minder gecontroleerd te rennen. Zijn hoofd draaide hij om de paar seconden even achterom, maar hij kon me net niet zien. Ik wist niet of hij een wapen had, maar hij leek me niet de persoon om iemand genadeloos af te maken. Dus ik bleef hem volgen. Als een schaduw bleef ik aan zijn hielen plakken totdat hij bij de rand kwam en er zonder moeite vanaf klom.
Even bleef ik stil staan. Twijfelend of ik boven hem naar beneden moest klimmen zodat hij me kon zien maar ik hem niet kwijt zou raken, of wachten tot hij onder de mist rand was en hopen dat ik hem daarna nog steeds kon vinden. Ik koos voor het tweede, aangezien ik in het nadeel zou zijn mocht hij me van beneden zien. Ik zou het namelijk niet weten en hij zou me makkelijk bij mijn enkels kunnen vastpakken en me naar beneden kunnen trekken. Die dreiging was er namelijk wel.
De wind sterkte aan en met bibberende handen greep ik de ladder vast en klom ik naar beneden. De mist om mij heen zorgde voor een beklemmend gevoel en mijn adem versnelde. De treden van de touwladder waren glibberig door de regen, maar gelukkig zorgden mijn handschoenen ervoor dat ik beter grip had. Ik kon voelen dat Alex nog steeds ook aan de ladder hing, maar toen het geschud op hielt wist ik dat hij weg was. Zijn voetstappen waren niet te horen en in de angst dat ik hem kwijt zou raken klom ik sneller naar beneden.
Mijn voeten raakten de grond eerder dan verwacht. Toen ik omhoog keek kon ik het platform geen eens meer zien, maar de dreiging van de doden lichamen die daarop lagen was er nog steeds. In de paniek dat ik hier zo snel mogelijk weg wilde komen probeerde ik Alex te vinden. Het enige wat ik echter vond waren flarden mist en een vreemd soort plaveisel onder mijn voeten.
Het was niet van ijzer zoals het platform was, maar van steen en voor even dacht ik dat ik me misschien kon bevinden in de ruïnes van een oude stad. Ik wreef de regen uit mijn ogen om het plaveisel beter te kunnen bekijken, maar geloofde niet wat ik zag. Mijn handen grepen de ladder beter vast door de angst die door mijn lichaam heen schoot terwijl ik begon te hyperventileren. De wereld leek te draaien. Ik moest hier weg, ik kon hier niet langer blijven. De grafstenen die als doodaankondiging onder mijn voeten lagen waren zo luguber dat ik mijn maaginhoud omhoog voelde komen. De ingekerfde tekst maakte me nog misselijker en met een gorgelend geluid spuugde ik mijn braaksel er over uit.
Met het duizelige gevoel wat steeds erger werd wilde ik het liefst in elkaar zakken. De zure lucht van mijn braaksel zorgde ervoor dat ik nog meer begon te kokhalzen. Ik voelde hoe mijn hand zijn grip verloor op de touwladder en voor ik het wist kwam ik met een bonk op de grond terecht terwijl mijn hoofd in mijn maagsap lag. De regen zorgde ervoor dat het langzaam wegspoelde en de letters weer zichtbaar werden. Ik kon even alleen maar zo blijven liggen en de wereld om mij heen zien tollen terwijl de letters duidelijk voor mij zichtbaar bleven.
'Hodie mihi cras tibi.' De woorden kwamen fluisterend uit mijn mond, maar verdwenen al veel te snel uit mijn blikveld toen ik een klein figuur in de mist van mij weg zag rennen. Haar donkerbruine haren kwamen maar tot aan haar schouders terwijl op haar outfit dezelfde zeven glom als op die van mij. Het was Mocca.
De zure doordringende geur die weer mijn neus in boorde zorgde ervoor dat de wereld stopte met draaien en ik me er bewust van werd dat ik in mijn eigen braaksel lag. Krabbelend en half huilend schoot ik overeind terwijl ik met mijn handschoenen over mijn gezicht heen wreef om het weg te krijgen, maar de geur bleef. Ik wist dat ik me daar niet op hoorde te concentreren. Ik hoorde me te focussen op Mocca die langzaam steeds meer verdween in de mist.
Mijn benen kwamen in beweging voor ik het doorhad. Het geluid van mijn voeten op de grafstenen probeerde ik te negeren, maar het bonsde luid in mijn hoofd. Mocca rende steeds harder door en leek meer en meer te verdwijnen. Ik wilde haar naam schreeuwen, maar mijn verstand zei dat dat het domste was wat ik kon doen. Andere Tributen konden mij dan zo vinden. Ik kon enkel mijn pas versnellen en haar proberen in te halen. Mijn keel brandde en ik voelde mijn tranen over mijn wangen heen lopen. Pijn stak in mijn voeten, maar ik moest Mocca inhalen. Ik moest haar vastgrijpen. Zij was de enige die me al die tijd had geholpen en die ik vertrouwde. Met haar had ik nog kans om verder te komen in deze Spelen. Met haar had ik een kans om te winnen.
Haar gestalte werd steeds onduidelijker door de mist die haar opslokte. Ik stak mijn hand voorruit in de hoop dat ik haar vast kon pakken, maar ik vond niks anders dan regendruppels. Ik kreeg haar naam niet uit mijn keel geperst en rende dus wanhopig door. Haar kleine voeten versnelde opnieuw en ten einde raad keek ik toe hoe ze verdween in de grijze wolken voor mij.
Ik bleef door rennen. Er moest een eind komen aan deze mist en dan zou ik haar kunnen zien. Ik wist het zeker, ik zou haar vinden. Ze kon niet zomaar weg zijn. Ze kon me niet alleen hebben gelaten. We hadden een bondgenootschap gesloten en daarbij hadden we beloofd elkaar te helpen. Alle Tributen hadden gezien hoe we altijd samen hadden gewerkt bij de trainingsdagen. Ze wisten dat Mocca bij mij hoorde, ze kon me niet hebben verraden.
Het geluid van opspattend water zorgde ervoor dat ik stopte met rennen. De mist voor mij verdunde meer en ik kon een vaag silhouet uitmaken van een groot eiland voor mij. Mijn voeten echter stonden in de inktzwarte zee die het grote eiland aan de overkant en mij gescheiden hield. Het water dat doodstil voor mij heen en weer golfde was zo zwart dat ik betwijfelde of ik er doorheen kon zwemmen. Het was een akelig gezicht om het steeds zachtjes over de grafstenen heen te zien spoelen. Toch maakte ik me zorgen om iets anders dan om de grafstenen. Mocca had hier moeten staan. Ze kon totaal niet zwemmen en het water wat voor mij lag had voor haar een obstakel moeten zijn. Maar er was hier niemand aan de rand te bekennen. Zelfs geen doden.
Plots zag ik iets in mijn ooghoeken bewegen en angstig zette ik nog een paar stappen verder te zee in zodat het water nu tot aan mijn knieën kwam. Even was er niks anders dan het geluid van voetstappen, maar al snel genoeg verscheen er een lang en mager figuur bij de rand. Op zijn rug had hij een rugzak terwijl hij zijn blik op het eiland hield gericht. Het was Alex. De jongen die ik was kwijt geraakt bij de ladder, maar die ik nu weer levend voor me zag staan. De jongen die mij kon helpen.
Met de grootste passen die ik kon maken rende ik achter hem aan toen hij van mij afrende langs de rand. Waar was hij naar opzoek? Er was hier niets meer dan het inkt zwarte water en de grafstenen onder onze voeten. Een uitweg vinden zou lang duren ook al werd de mist met de minuut steeds dunner. Maar Alex had hersens. Hij had vast al een uitweg gevonden en het enige wat ik kon doen was weer als een schaduw achter hem aanrennen.
Het water naast mij spatte om de zoveel seconden even op en ik kon zweren dat ik iets zag bewegen. Toch bleef ik er vlak naast rennen, omdat Alex dat ook deed totdat hij plots stopte en linksaf sloeg. Ik wilde bijna zijn naam schreeuwen en vragen of hij gek was dat hij zomaar in het water rende, maar er klonk geen gespat. Het enige geluid wat volgde was het geluid van knerpende kleine steentjes onder schoenzolen. Het was een pad dat net zo zwart was als het water en ik had het nooit gezien als Alex er nu niet overheen rende met een enorme snelheid.
Ik glimlachte bitter. Er was een uitweg en ik was er zeker van dat Mocca het ook had gevonden. Zij kon op dit eiland zijn tenzij er meer uitwegen waren natuurlijk. Ik zou het pas te weten komen als ik Alex zou volgen en het eiland zelf zou gaan verkennen. Dus ik deed precies dat.
Ik volgde en hoopte op een minder luguber eiland dan die van het platform. Ik volgde en hoopte dat ik de volgende dag zou overleven.
District 8 - Joy Mainhood (16) POV. Midden van het Bloedbad.
In mijn hoofd kon ik het geklap van de Capitoolse mensen horen. Hun stemmen die onze namen zouden schreeuwen zou oorverdovend zijn geweest als ik er zelf was. Maar ik was niet op een groot plein in het Capitool, ingesloten door vele andere mensen met de meest rare kleding. Ik stond hier, in de arena. Op de plek die nu door duizenden mensen werd bekeken. Ik stond op mijn startplaat terwijl de regen mij doorweekte en mijn ogen maar naar één enkel punt bleven staren.
Het moment dat de zoemer ging was een waas. Mijn lichaam kwam in beweging en ik voelde hoe mijn gezicht een dodelijk blik op zich kreeg. Compleet anders dan ik me al die dagen voor had gedaan. Ik was nu geen zielig meisje meer, ik was een moordmachine geworden.
Ik had mijn zinnen niet op een wapen of een rugzak gezet zoals de meeste andere Tributen wel hadden gedaan. Mijn blik was gevestigd op het gezicht van een jongen die lichtelijk verloren in de buurt van zijn startplaat stond. Hij was duidelijk verward en probeerde zijn bondgenoten te vinden, maar ik zou dat moment bruut onderbreken. Hij zou nooit de grond onder de startplaat bereiken, ik zou er persoonlijk voor zorgen dat hij niet verder zou komen dan dit Bloedbad.
Ondanks de regen voelde ik het koude zweet over mijn rug heen druipen. Het gevoel dat ik eindelijk kon doen waar ik goed in was, voelde zo euforisch aan dat ik manisch begon te lachen. Het geluid van mijn eigen stem dat zo sterk in contrast stond met het gegil van andere mensen, zorgde ervoor dat ik mijn pas versnelde. Mijn moment was hier en niemand zou verwachten dat het meisje dat een drie haalde bij de Spelmakers Scores zo meteen iemand bruut zou gaan vermoorden. Niemand zou verwachten dat ik deze Spelen zal gaan winnen. Niemand zou verwachten dat ik in dat proces Aroms keel zou gaan doorsnijden.
'Je bent een lafaard, ik weet dat je het niet kunt. Je kunt niet moorden.'
Ik slipte tot een halt door de stem die plots in mijn hoofd echode. Mijn luidde gelach stierf weg, maar de donker blauwe ogen van Arom vonden mij toch. Hij zag er niet langer verloren uit, maar stelde zich defensief op terwijl hij me woedend aankeek.
'Kom je mij vermoorden, net zoals je bij de rest wilt gaan doen?' Schreeuwde hij boos, maar ik was niet door zijn woorden verrast. Hij zou ze nog wel gaan berouwen op het moment dat ik hem dodelijk verwond op de grond achterlaat.
'Ik had je slimmer geacht dan dat, Arom.'
'Dat is toch wat je van plan bent, of niet?' Zijn snauwende uitspraak zorgde ervoor dat er sliertjes speeksel uit zijn mond vlogen. Hij had zo een wild dier kunnen zijn door de paniek en woede die in zijn ogen te zien was.
'Mijn plan is om te winnen en daarbij jou uit de weg te ruimen. Iets wat ik al veel eerder had willen doen.' Ik bewaarde mijn kalmte terwijl mijn uitgelatenheid van eerder totaal was weggevaagd. De stemmen in mijn hoofd waren vermindert tot verre fluisteringen en alleen Arom en ik bestonden nog. De spanning tussen ons werd hoger met elke seconde die passeerde. Ik kon hem zien twijfelen of hij moest aanvallen, maar hij bleef breed geschouderd op zijn plek staan. Hopend om intimiderend over te komen, maar niks was minder waar. In mijn ogen was hij al dood.
De luidde bliksem die door de lucht heen schoot was mijn startsein. Mijn gehele lichaam drong zich naar voren en mijn gekromde vingers sloten zich om zijn hals. Ik hoorde hem naar adem snakken, maar ik gaf hem geen tijd om lucht naar binnen te krijgen. Met een knal duwde ik hem tegen het platform aan en liet zijn hals los om hem te slaan, maar hij verraste me door mijn handen in een ijzeren greep vast te pakken.
Met een grom draaide hij me om waardoor ik nu degene was die op het ijskoude natte platform lag. Zijn greep verstevigde om mijn polsen en hij probeerde ze naast mijn hoofd naar beneden te drukken, maar ik liet het niet gebeuren. Ik schreeuwde luid, spuugde in zijn gezicht waardoor hij mijn polsen van schrik los liet en duwde hem hardhandig van me af. Ik krabbelde hijgend overeind en veegde mijn mond aan mijn klets natte mouw af.
'Je wilt geen bloed zien, Joy. Je weet dat rennen beter is dan vechten. Je bent een lafaard.'
Ik gromde woest en rende in een paar passen weer op Arom af, maar hij was sneller. Hij schoot overeind, greep twee messen die op een rugzak lagen en gooide het eerste mes meteen mijn kant op. Ik probeerde nog weg te duiken, maar de brandende pijn in mijn schouder zorgde ervoor dat ik struikelde en met een klap in een plas water viel.
Het mes viel kletterend naast me neer en voor even keek ik enkel naar het water wat langzaam rood kleurde door het bloed wat uit mijn schouder droop. Al snel genoeg voelde ik een paar handen op mijn rug en trok Arom me aan mijn haren omhoog. Krijsend probeerde ik hem van me af te slaan, maar hij duwde enkel het koude metaal van zijn tweede mes tegen mijn keel aan waardoor ik als bevroren bleef stil staan. Zijn koude lippen drukte hij tegen mijn oor aan en hij duwde het mes harder in mijn vel.
'Dat toneelstuk van je heeft niet gewerkt, niet bij mij.' Gromde hij en ik voelde het heft nog verder mijn huid ingaan, maar ik merkte het nauwelijks.
'Ben je nou werkelijk zo dom om te denken dat ik jou mijn plan laat verpesten?' Mijn stem was sissend, maar hij liet zich er niet door intimideren. 'Denk je nou werkelijk dat ik jou dit gevecht laat winnen?'
Ik knalde met mijn elleboog zo hard mogelijk in zijn maag en rukte me uit zijn greep toen hij dubbel klapte. Ik voelde hoe een pluk haar uit mijn hoofd werd getrokken, maar de pijn negeerde ik. Arom stond nog steeds te hoesten van de klap, maar ik besteedde er geen aandacht aan. Enkel het mes wat eerst nog in mijn schouder had gestoken, maar nu in een plas water lag, had mijn aandacht.
Ik rende er naartoe, greep het glibberige heft vast en draaide me in een ruk terug naar Arom. Hij stond nog steeds met zijn hand over zijn maag heen, maar hij keek me weer vastberaden aan. Zijn mes draaide hij een paar keer rond in zijn hand voordat hij hem stevig vast greep en met grote passen naar mij toe kwam. Ik begroette hem enkel met een grijns op mijn gezicht terwijl ik mijn handen kon voelen jeuken om hem neer te steken.
Met een luidde grom stak hij als eerste toe, maar ik ontweek hem snel. Zijn arm die nog uitgestrekt was greep ik vast waardoor ik deze makkelijk achter zijn rug kon duwen. Hij schreeuwde terwijl ik het bot in zijn schouder kon horen kraken, maar ik ging door. De grijns op mijn gezicht groeide terwijl hij uit mijn greep probeerde te komen. Zijn onhandige voetstappen waren luid en we kwamen steeds dichter bij de rand van het platform waar de mist nog steeds naast zweefde.
'Je hoeft enkel van de rand te springen en je bent verlost van alles.'
De gure wind die opstak en de stem in mijn hoofd zorgde ervoor dat mijn grip verloste. Ik voelde hoe Arom draaide in mijn greep terwijl hij zijn hand los rukte uit de mijne. Zijn koude vingers sloten zich om mijn nek en met een harde knal belandde ik opnieuw op het platform.
'Zie je al in dat je hebt verloren?' Snauwde hij terwijl hij mijn nek nogmaals hard vast greep en mijn hoofd over de rand van het platform heen duwde. Ik kon het metaal in mijn nek voelen steken, maar het bracht geen angst met zich mee. Ik begon enkel weer te lachen waardoor hij me nog bozer aankeek.
'We hebben beide verloren, Arom.' Mijn hand sloot zich steviger om mijn mes heen terwijl ik Arom dichter naar me toe trok. Mijn koude lippen drukte ik hard tegen zijn oor aan en ik hief mijn mes boven zijn rug omhoog.
'We zijn beide dood.'
De steek waarmee ik het mes in zijn rug plantte klonk zo hard dat ik voor even niks anders hoorde. Het warme bloed wat ik over mijn vingers kon voelen druipen zorgde ervoor dat ik het heft los liet en Arom van me af probeerde te duwen. Mijn vingers vonden echter niet een koud dood lichaam, maar een warme levende hand die nog steeds een mes stevig vast hield.
'Inderdaad, we zijn beide dood.' Zijn stem was fluisterend voor het eerst, maar het geluid van het mes dat in mijn eigen vlees werd gestoken was zoveel luider dat ik het uitschreeuwde. De pijn die zich verspreidde door mijn lichaam verdween maar niet en ongelovig staarde ik in Aroms donkere ogen. Hij zei echter niets, greep enkel mijn hals weer beter vast en trok me voor een deel overeind waarbij ik me krampachtig aan hem vast klampte.
Ik hing nu zover over de rand heen dat de angst voor die val groter was dan de pijn in mijn maag waar het mes instak. Het branderige gevoel van mijn maagzuur wat mijn ingewanden aantastte was duizelingwekkend, maar ik liet Arom niet los. Hij was degene die eerder dood hoorde te gaan. Ik was de winnaar in dit spel.
In zijn ogen zag ik dat zijn lichaam het bijna opgaf. Zijn greep werd steeds minder en mijn stem die krakend uit mijn keel kwam bereikte zijn oren niet. Zijn blik werd leeg en ik voelde hoe zijn spieren verslapten. Voor even leek ik gewichtloos totdat ik voelde hoe ik mijn lichaam over de rand heen hevelde en ik Arom met mij mee de diepte onder het platform introk.
District 11 - Avon Freeman (17) POV. Einde van het Bloedbad.
Ik kon mijn litteken onder mijn shirt voelen kloppen terwijl ik tot op het bot was verkleumt. Het voelde alsof er bloed uitdroop, maar ik wist dat het onmogelijk was. Na een jaar kon het litteken onmogelijk open zijn gegaan, en het gevoel van bloed moest een illusie zijn. Het was maar regen, bleef ik mezelf vertellen. Maar de angst dat er elk moment een wapen in mijn lichaam zou kunnen worden gestoken was veel groter dan die kleine geruststelling.
Met mijn hand op mijn zij waar het litteken klopte, rende ik over het platform heen. De paniek in mijn hoofd zorgde ervoor dat ik gedesoriënteerd bleef rondrennen. Ik wist dat het gevaarlijk was om langer op het platform te blijven dan nodig was, maar ik moest Katy vinden. Ze had me nodig, ook al had zij het zelf al die tijd ontkent. Ze was niet sterk genoeg om dit in haar eentje te doen en dat wist iedereen. De Beroeps hadden haar zelfs nog bedreigt tijdens de trainingsdagen en dat was mijn fout. Ik kon haar niet ook nog eens dood laten gaan door mijn doen.
Mijn gehijg werd luider en luider met elke stap die ik zette. Het litteken plakte aan mijn shirt terwijl ik er wanhopig tegenaan bleef drukken in de hoop dat er niks mee aan de hand was. Al die tijd had ik het verborgen gehouden voor iedereen. Niemand wist welk verhaal erachter zat en het kon niet zo zijn dat het nu opeens zou gaan opvallen. Ik kon het me niet veroorloven dat het Capitool te weten zou komen hoe ik het had gekregen of dat ik het litteken überhaupt heb. Dan zouden deze Spelen voor mij hoe dan ook eindigen in een houten kist onder de grond met mijn dode lichaam erin.
'Katy!' Ik had het idee dat duizenden hoofden mijn kant opdraaide, maar ik was op het randje van wanhoop. Mijn Mentor zou me een achterlijke imbeciel zonder hersens hebben genoemd, omdat ik haar naam schreeuwde. Als iets gevaarlijk was, was het wel laten weten waar je staat en wie je zoekt. Maar ik kon niks anders. Haar kleine fragiele lichaam zou onder het platform kunnen liggen, gebroken en levenloos. De gedachte ervan maakte me misselijk. Ze was al die tijd als mijn kleine zusje geweest, ook al was ik voor haar misschien niet haar grote broer. Ik kon het desalniettemin niet aan om haar ooit gewond voor me te zien.
Plots verscheen er een rode waas voor mijn ogen en knalde ik hard tegen iemand op. Voor even dacht ik dat ik bloed in mijn ogen had, maar de pijn kwam niet. Ik voelde enkel hoe er een klein, dun lichaam boven op die van mij lag terwijl haar ademhaling hyperventilerend tegen mijn borst aankwam. Haar haren lagen over mijn hoofd heen verspreid, maar toen ik kreunde van de pijn in mijn zij en haar haren aan de kant wilde schuiven, schoot ze overeind alsof ze werd gestoken door een bloedzoeker.
Haar gezicht was lijkwit en vertrokken van doodsangst. Bloed kleefde op haar lippen in dezelfde kleur als haar haar terwijl ze trillend en bevend voor me stond. Het was Mina, het meisje wat iemand had aangevallen in de trainingsruimte. Het meisje dat bezeten leek te zijn.
Ik probeerde overeind te komen, gelijk werd haar blik weer naar mij getrokken en schoot ze een stuk opzij alsof ik haar vijand was. Ze dook nog net niet in elkaar terwijl ze weer op haar lippen begon te bijten waardoor er nog meer bloed verscheen. Ze zag er zo zielig uit, zo breekbaar. Alsof ze door een zuchtje wind dood omver zou vallen.
Ik strekte mijn hand naar haar uit in de bedoeling haar een glimlach te schenken, maar ze schoot alleen maar verder achteruit totdat ze bijna bij de rand van het platform was en ik bang was dat ze zou vallen.
'Raak me niet aan!' Gilde ze hysterisch en voor een moment leek er een waas voor haar ogen te vallen. Ze klemde haar handen tegen haar oren aan, krijste nogmaals, maar leek niet op te letten terwijl ze nogmaals achteruit stapte. Ik probeerde nog naar haar uit te reiken, maar ik zag haar lichaam al in de mist achter het platform vallen.
Geschokt snelde ik naar de rand toe terwijl mijn hart in mijn keel leek te kloppen. Mijn handen leken versteent toen ik de rand vastpakte om naar beneden te kunnen kijken. De gure wind blies in mijn gezicht en ik zag haar rode haren wapperen in de wind. Met twee handen hing Mina aan de touwladder die achter het platform hing. Haar ogen stonden op verdrietig, bijna alsof ze het erg vond dat ze niet helemaal naar beneden was gevallen. Maar die gedachte verwierp ik snel.
'Pak mijn hand!' Schreeuwde ik hard en haar hoofd schoot omhoog. Haar lichtblauwe ogen keken me droevig aan en toen ze haar bebloede lippen van elkaar haalde kon ik haar schorre stem bijna niet verstaan.
'Vlucht, nu het nog kan.' En zonder me nog een keer aan te kijken klom ze naar beneden, de mist in.
Even bleef ik boven de rand hangen, ongelovig naar de ladder starend. Maar al snel bereikten de stemmen en het geschreeuw van de andere Tributen mijn oren weer en wist ik dat er nog steeds gevaar dreigde. Voor mij en voor Katy, wie ik nog steeds niet had gevonden.
'Katy!' Schreeuwde ik nogmaals, maar mijn stem stokte in mijn keel toen ik haar zag staan. In haar handen hield ze een klein mes krampachtig vast, alsof ze ook werkelijk van plan was die te gaan gooien. Zonder na te denken rende ik naar haar toe en greep ik haar vast bij haar kleine schouders. Ik drukte haar in een omhelzing tegen me aan, maar ze worstelde zich er al snel weer uit.
'Wat doe je nog steeds hier idioot? Ik dacht dat je ging vluchten!' Haar stem zo bars en gemeen drong niet tot me door. Het enige wat in mijn hoofd weerklonk was dat ik mijn zusje had gevonden.
De glimlach brak op mijn gezicht toen ik me realiseerde wat ik zojuist dacht. Ze was mijn zusje niet, ze zou ook nooit mijn zusje worden. Ze leek alleen op mijn twee zusjes van thuis die ik zo enorm veel miste, maar verder was er compleet geen vergelijking tussen hen. Mijn handen verslapte en langzaam liet ik haar los waardoor ze uit mijn greep wurmde en snel wat afstand van me nam. Ze opende haar mond om nog iets naar me te snauwen, maar ik onderbrak haar met een wat bleker gezicht dan eerst.
'Klim naar beneden en wacht daar op me. Ik kom zo achter je aan.'
'Hoezo, en waarom denk je dat ik naar je zal luisteren? Ik kan zelf wel-'
'Katy, luister voor deze ene keer gewoon even!' Voor de eerste keer klonk er boosheid in mijn stem, maar ik had geen geduld en tijd meer om met haar te discussiëren. Ze perste haar lippen stijf op elkaar terwijl ik me omdraaide om nog een rugzak te zoeken zodat we nog een kans hadden om te overleven.
Mijn adem veranderde weer in gehijg tot ik een rugzak in beeld kreeg die bijna pijn deed aan mijn ogen. De kleur aan de buitenkant was zo enorm fel geel, dat niemand het nog durfde om het op te pakken. Maar een rugzak die gevaarlijk was om mee te nemen, was meestal wel goed gevuld en dat woog op dit moment meer dan de risico's die het met zich meenam.
Ik strekte mijn arm uit om de draaglus te grijpen, maar er viel een schaduw over mij en de rugzak heen. Een hand met perfect gemanicuurde nagels kraste over mijn arm heen en snaaide de rugzak weg recht voor mijn ogen. Ik wilde schreeuwen dat ik hem eerder had, maar de hand bevroor midden in de lucht en de schaduw die nog steeds over mij heen hing verdween niet.
'Avon?' Een bibberende stem die ik maar al te goed kende was het enige wat volgde. Ik keek op en schrok lichtelijk van het betraande gezicht wat boven mij hing. Mayline keek me wanhopig aan terwijl haar gezicht onder met uitgelopen mascara zat en ze trilde van top tot teen. Maar voordat ik kon reageren liet ze zichzelf in mijn armen vallen en begon ze zo luidruchtig te snikken dat ik het idee had dat elke Tribuut het kon horen.
Haar natte goudblonde krullen plakte tegen mijn wangen aan, maar ik had geen tijd om er aan te denken. Ik trok haar van me af en keek haar even kort zwijgend aan. Ze probeerde haar gezicht schoon te vegen, maar de zwarte vlekken werden steeds erger.
'Arom is dood, ik- ik zag het met mijn eigen ogen gebeuren. Hij vi-viel van de rand van het platform af met Joy.' Nog luider dan eerst begon ze weer te huilen en het liefst wilde ik haar mond dicht drukken zodat ze zou ophouden, maar ik staarde haar zwijgend aan. Ze had al die tijd aan Arom gekleefd alsof ze de beste vrienden waren, maar nu was ze haar enige Bondgenoot kwijt en dus ook haar kleine kans om te overleven. Alleen zou ze binnen een paar dagen dood zijn, misschien zelfs in een paar uur. Eerlijk gezegd verbaasde het me zelfs dat ze nu nog niet dood was.
'Kom mee,' Mijn stem was luid maar kraakte des te meer. 'We moeten gaan.' Ik greep haar hand vast en voelde haar nagels in mijn vel prikken. Even leek ze te struikelen, maar ze greep alleen de rugzak beter vast en rende snel achter me aan. Het platform raakte steeds leger en ik wist dat uiteindelijk de Beroeps ons zouden zien. Dat moment wilde ik graag vermijden, want ik wist dat de Spelen dan snel over zouden zijn voor ons.
Ik durfde niet voor een derde keer Katy's naam te roepen. Het bracht nu teveel risico met zich mee, en dat deed het eerst al.
'Waar wachten we op?' Vroeg Mayline zachtjes, maar ik kon de angst achter haar woorden duidelijk horen.
'Ik zoek iemand.'
'Je hebt mij al gevonden, laten we gaan nu het nog kan!' Maar ik bewoog niet, hoeveel Mayline ook aan mijn hand trok. Het enige waar ik oog voor had was de dunne plas bloed die op de plek lag waar zojuist nog Katy had gestaan.
'Avon, alsjeblieft!' Haar handen grepen mijn arm beter vast, maar ik kon het niet geloven. Katy kon niet dood zijn. Ze moest nog leven, ze was altijd zo sterk geweest, zo dapper. Ze kon niet vermoord zijn. Niet Katy. Niet mijn zusje.
Plots kwam er beweging in mijn benen en ik voelde hoe Mayline me meetrok naar de rand van het platform. De mist nam ons zonder geluid in zich op, maar in mijn hoofd schreeuwden stemmen om mijn aandacht. De enige stem die ik echt verstond was die van Katy.
'Je hebt me verlaten Avon! Je hebt me dood laten gaan!'
Haar stem mengde zich met die van mijn zusjes die ik thuis achter had gelaten zonder iemand die voor ze kon zorgen. Ik voelde niet hoe ik tree na tree afdaalde met Mayline. Ik voelde enkel hoe schuld mijn lichaam vulde en de mist ons langzaam van het zicht onttrok.
District 2 - Lerola Aemilia (17) POV. Einde van het Bloedbad.
Het gevoel van mijn botte ijzeren nagels die ik in haar lippen zette was bevredigend. Haar stem werd er hard door gedempt en grijnzend keek ik dan ook toe hoe ze jankend onder mij lag. Haar armen had ik naast haar lichaam gedrukt door middel van mijn benen en haar kleine lichaam kon niet onder dat van mij vandaan.
'Je wilde geen hulp, je zult het dus ook nooit krijgen.' Mompelde ik zachtjes tegen haar oor aan waardoor ze alleen nog maar meer begon te huilen. Ik kon haar bloed onder mijn handpalm voelen plakken en voor even wilde ik het kunnen ruiken, maar ik wist beter dan mijn hand weghalen. Ik wilde haar vriendjes niet waarschuwen. Zij was mijn slachtoffer, zij was mijn nummer één.
Het mes in mijn handen was ijskoud terwijl de regen de grip erop moeilijker maakte. Maar dat weerhield me er niet van om mijn slachtoffer niet extra te pijnigen. Ze verdiende het. Ze had het al uitgelokt bij de Trainingsdagen en vandaag was de dag dat ik mijn wraak zou krijgen. En Katy zou het voelen ook.
Haar gedempte gejank hield op toen ik het mes tegen haar ooglid aan plaatste. Ik kon de angst zien groeien en er verscheen een grijns op mijn gezicht.
'Bang om iets dierbaars te verliezen?' Mompelde ik zachtjes en ik draaide het lemmet zo rond dat het zacht tegen haar oog aan schuurde. Het moest wel pijn doen, ik kon voelen hoe ze bloed tussen haar lippen door perste terwijl ze weer begon met schreeuwen. Ik duwde het mes enkel verder door zodat het nu echt in haar oog stak en ze meteen ophield met bewegen.
'Ik zou maar niet teveel bewegen als ik jou was, straks verlies je meer dan je wilt.' Mijn mes trok een bloedende streep van haar oog naar haar neus. 'Ik wilde je genade tonen en je vlug afmaken. Breng me niet op een andere gedachte, Katy.' Met een ziekelijke grijns hief ik mijn hand op en plantte ik het mes hard in haar rechter wang. Haar complete gezicht vertrok van pijn en haar ogen trokken dicht waarna ik voelde hoe ze met al haar kracht haar mond open wilde rukken en wilde schreeuwen, maar ik liet het niet toe. Ik ging alleen maar door. Ik bleef snijden totdat er zoveel bloed op haar gezicht zat dat ik niet meer kon zien wat ik deed.
Mijn nagels rekten mee met haar lippen en grijnzend keek ik toe hoe ze haar ogen opende die bloed doorlopen waren. Ze tolden rond in haar kassen alsof ze niet meer wist waar ze was, alsof alles om haar heen pijn en angst was. Ik boog enkel mijn gezicht naar voren totdat mijn lippen haar bloedende wang raakten.
Het voelde warm en dik aan toen ik met mijn tong haar bloed weg likte. De smaak was me bekend, maar zorgde nog steeds voor een vreemde rilling die door mijn gehele lichaam heen liep. Het bloed bleef uit de wond lopen, maar ik kon mijn werk weer zien. Mijn mes draaide zich weer om in mijn hand en ik kon de regen op Katy's wang zien vallen, maar zij leek er niks van te merken. Ze keek me enkel zo afschrikwekkend aan dat ik betwijfelde of ze nog zou leven als ik mijn werk af zou maken.
Ik wrong mijn mes weer in de wond, maar ze deed geen moeite meer om te gillen. Mijn nagels hadden zich diep genoeg in haar lippen gedrongen dat ze er gaatjes in zou hebben. Het bloed begon weer te vloeien, maar ik hoefde nog maar twee sneeën te zetten om klaar te zijn met mijn doel. Nog maar twee sneeën voordat het cijfer één op haar wang zou schitteren. De één van mijn eerste slachtoffer.
Plots schoot het geluid van een pijl langs mijn hoofd en met een ruk keek ik op in de regen. Ik kon het warme bloed van Katy op mijn gezicht voelen, maar ik veegde het niet weg. Ik keek alleen maar recht in de ogen van Colleen die tien meter van mij afstond terwijl ze onhandig een boog hanteerde. Met een ruk haalde ik mijn mes uit Katy's wang en trok ik mijn nagels uit haar lippen. Geruisloos stond ik op en keek ik toe hoe Colleen opnieuw een pijl op haar boog probeerde te spande.
Mijn voetstappen waren vlug en ik kon het bloed van mijn kin af voelen druipen. Mijn vingers die ook onder het bloed zaten hadden zich al uitgestrekt in klauwen. De woede die binnenin aan mijn borst krapte schreeuwde om losgelaten te worden, maar ik wilde mijn kalmte niet verliezen. Colleen zou mijn nummer twee zijn. Ze verdiende het om te lijden en woede zou ervoor zorgen dat ik mezelf zou verliezen. Ik wilde elk moment van pijn, angst en paniek meemaken in haar ogen terwijl ik het cijfer twee in haar wang zou kerven. Ik wilde haar bloed proeven.
'Denk je dat je me aankunt, twee?' Ik hief mijn mes op terwijl ik toekeek hoe Colleen nog steeds aan het prutsen was met haar pijl en boog. Ik was nu nog maar één stap verwijderd van haar bleke gezicht. Ik was nog maar één stap verwijdert van haar dood.
'Ik overwin zelfs de dood!' Met een ruk haalde ik uit, maar Colleen bukte handig terwijl haar pijl en boog op de grond kletterde. Een paar druppels bloed waren van mijn mes op haar voorhoofd beland, maar ik zag nog geen snee in haar smetteloze wang.
'Ik zal je laten voelen wat pijn lijden inhoudt.' Snauwde ik venijnig en wierp mezelf op haar. Mijn mes sneed in haar bovenarm en ik hoorde haar kermen van de pijn. Ze zette angstig wat passen achteruit, maar ik bleef tegen haar aanduwen met mijn mes waardoor ze struikelde en met een harde klap op het platform viel.
Voor even bleef ik boven haar hangen. Onze ogen bleven elkaar strak aankijken, maar die van haar straalden doodsangst uit terwijl ik haar moordlustig aankeek. Het bloed rond mijn mond was bijna geheel weggevaagd door de regen, maar het hare zou gouw genoeg Katy's bloed vervangen.
Haar gekrijs vulde de lucht toen ik me op haar wierp en haar armen tegen de grond aandrukte met mijn knieën. Ik nam de moeite niet om haar te bedreigen of om haar stil te houden. Ze was al bang genoeg. Mijn bloederige vingers grepen het mes nog steviger vast en met een enorme grijns drukte ik hem in haar wang. Het vlees wat kapot scheurde door mijn beweging was een bevredigend geluid en al lachend ging ik door met mijn werk. Colleen bleef echter gillen en schreeuwen terwijl ze onder mij vandaan probeerde te komen. Ik drukte alleen maar mijn mes verder door totdat ik voelde hoe ik compleet door haar wang heen gesneden was. Het bloed werd steeds erger en erger, maar ze bewoog zoveel dat ik het onmogelijk kon weg likken. Ze was te lastig.
Pas toen het bloederige cijfer twee op haar wang stond gekerfd trok ik terug en haalde ik mijn mes uit haar wang. De tranen die over haar wangen heen liepen verdwenen in haar diepe wond, maar ik was nog niet klaar met haar.
Mijn hoofd schoot omhoog en ik draaide me bijna geheel om, om terug te kijken naar Katy. Mijn ogen vonden echter niks meer dan een plas bloed op het platform wat steeds dunner werd door de regen die zich ermee vermengde. Voor even kon ik er alleen maar naar staren totdat ik voelde hoe een monsterlijke schreeuw uit mijn keel opwelde en ik me woest terug draaide naar Colleen. Mijn lichaam bewoog eerder dan ik dacht en het geluid van mijn mes die in haar arm belandde was bevredigend. Natuurlijk was mijn mes lang niet genoeg om haar complete arm eraf te hakken, maar ik was tot de helft van het bot gekomen. Haar geschreeuw versterkte en grijnzend keek ik toe hoe ze jankend en kwijlend onder mij lag te vergaan van de pijn.
Ik keek weer op in de zware regen en merkte dat het platform leeg was gelopen. Ik zag alleen nog maar Tellas staan die zijn voet op Caldwells rug had geduwd en zijn speer in zijn nek drukte.
'Jongens, hou eens op met spelen en kom kijken wie ik heb gevangen! Ze wilt jullie doodgraag ontmoeten.' Mijn stem was vol leedvermaak en toen Tellas zich omdraaide en me zag zitten verscheen er ook een grote grijns op zijn gezicht. Hij liep echter niet meteen naar me toe. Toen Caldwell op wilde staan drukte hij zijn speer opnieuw in zijn nek en zag ik zijn lippen bewegen, maar ik kon zijn woorden niet horen.
Met grote passen en een enorme grijns op zijn gezicht kwam hij even later naar me toegelopen. Zijn brandwond aan de zijkant van zijn gezicht glom door de regen, maar het maakte hem knapper. Het was zijn sieraad die hij nu vol trots droeg.
'Wat hebben we hier?' Mompelde hij en hij duwde de punt van zijn speer in de wond op Colleens wang die opmerkelijk nog steeds bij bewustzijn was. Haar gezicht was lijkwit door al het bloed wat ze had verloren, maar ze bezat de kracht nog om te schreeuwen toen Tellas zijn speer verder doordrukte.
'Wat ben je met haar van plan?' Grijnsde hij naast me en hij trok zijn speer ruw uit haar wang waarna hij een grove trap tegen haar arm gaf.
'De Spelen zijn een show, het Capitool verdient goede entertainment.' Ik kon de Capitoolse mensen horen schreeuwen in mijn hoofd bij de opmerking. De Sponsors moesten wel al hun geld nu op mij in gaan zetten. Ik had ze het meeste bloed en de grootste show gegeven. Ik was de beste moordenaar van deze Spelen.
Tellas begon bruut te lachen en ik hoorde andere voetstappen ook naderen. Ik stond op van Colleen en wierp het bloederige mes aan de kant. Rhine had zich met een grimmige en ietwat boze blik bij ons gevoegd, maar toen haar blik over Colleen heen gleed keek ze me vol walging aan. Het kon me niks schelen, zij zou over een paar dagen net zo eindigen; met een mooi rood cijfer in haar wang gekerfd.
'Waarom heb je haar nog niet afgemaakt?' Vroeg ze met afgunst duidelijk hoorbaar in haar stem. Ik antwoordde haar niet, ik liep naar de Hoorn en greep een dik, lang touw die op één van de kratten lag.
'Ik ben van plan iets leuks met haar te doen.' Mompelde ik zachtjes en ik wierp het touw naar Tellas toe die het behendig ving. 'Knoop een strop voor me.' Hij keek me even verward aan totdat hij leek te snappen wat mijn plan was. Colleen die nog steeds op de grond lag staarde naar het touw en haar ogen werden groter met elke handeling die Tellas verrichtte. Uiteindelijk lag ze half te hyperventileren toen Tellas een ronde strop aan het uiteinde van het touw had hangen. Precies groot genoeg voor haar nek.
'Waar zijn de anderen? Ze willen dit niet missen.' Mijn lachende stem werd meteen gestaakt toen ik Rhine weg zag kijken en ze haar armen over elkaar heen sloeg.
'Favian is ervandoor gegaan.' Mompelde ze boos, alsof ze het niet toe wilde geven. Tellas gromde wat, maar ik stopte hem toen hij naar Rhine toe wilde lopen.
'Heeft je vriendje je achtergelaten?'
'Hij is mijn vriendje niet! Hij heeft ons laten zitten, voor het geval je het nog niet doorhad!' Snauwde ze boos terug en ze wierp haar pijl en boog boos naast die van Colleen neer. Ik draaide mijn hoofd om naar Tellas die zijn knokkels knakte en me met een duidelijk blik aankeek dat hij haar nu dolgraag wilde afmaken.
'We zullen hem wel weer vinden, wees gerust.' Mompelde ik meer tegen Tellas dan tegen Rhine. Ze snoof en keek weer met walging in haar ogen naar Colleen die ons gesprek niet leek te volgen. Ik negeerde haar blik en draaide me om naar de plek waar Caldwell eerst nog had gelegen. Nu stond hij echter met zijn armen over elkaar een paar meter achter ons.
'Ik kan hem nu gelijk voor je afmaken.' Fluisterde Tellas in mijn oor, maar ik hield hem opnieuw tegen.
'Voor nu hebben we een sterke groep nodig,' Zei ik hard genoeg voor Caldwell om ook te horen. 'We hebben elkaar nog nodig.'
'Nodig? Hij heeft niet eens iemand vermoord in het Bloedbad!' Schreeuwde Tellas onmiddellijk en ik kon horen hoe hij zijn speer beter vast greep. Klaar om Caldwell te doorboren.
'Dat had ik wel als jij die speer niet naar me had gegooid, idioot!' Snauwde Caldwell even boos terug, maar hij zette snel wat passen angstig terug toen Tellas een stap naar voren deed.
'Hou je in, je krijgt je kans nog wel.' Fluisterde ik opnieuw in zijn oor en hij relaxte wat. Mijn ogen begonnen het platform opnieuw af te scannen opzoek naar Zara totdat ik haar lichaam dertig meter van ons vandaan zag liggen. De mist om het platform werd steeds dunner en ik kon haar zilverkleurige ogen zien glanzen in de regen. Ze staarden me levenloos aan en ik snoof lachend waardoor de andere ook haar kant opkeken.
'Tenminste één lastig iemand minder.' Mompelde ik en ik trok het touw uit Tellas zijn handen. In een snelle beweging trok ik het over Colleens nek heen waardoor ze onmiddellijk haar goede hand naar haar keel bracht om me tegen te houden. Ik trok het touw enkel strakker aan en lachte sadistische toen ze wanhopig aan haar eigen nek begon te krabben om het touw losser te krijgen.
'Waar jij heen zult gaan zul je eeuwig blijven, twee.' Mompelde ik in Colleens oor die weer begon met huilen. Rhine onttrok zich aan het aanzicht van Zara's dode lichaam en keek me weer met afgunst aan. Ik wenkte naar haar dat ze Colleens voeten moest vastpakken, maar ze bleef koppig op haar plek staan met haar armen over elkaar geslagen.
'Ik denk er niet aan je te helpen bij je sadistische martelpartijtjes. Als je haar zo graag wilt ophangen dan doe je dat maar lekker zelf. Laat mij er buiten.' Met een laatste snauw greep ze haar boog weer op en liep ze met snelle voetstappen naar de Hoorn om de kratten te inspecteren. Voor ik wat naar haar kon schreeuwen voelde ik al hoe iemand anders Colleens voeten optilde en keek ik recht in de ijsblauwe ogen van Tellas.
Ik verbeet mijn woede jegens Rhine en trok Colleen op aan haar armen waardoor haar arm nog meer uitscheurde en ze weer begon met schreeuwen. Tellas lachte en staarde me met een begerige grijns aan. Ik glimlachte mild terug, want voor mij was de kus van gisteren eenmalig en hoefde ik het niet te herhalen.
'Vanwaar dat cijfer op haar wang?' Zijn stem was stil genoeg zodat de anderen het niet konden horen. Ik volgde zijn blik en keek naar haar bebloede wang waar ik het cijfer twee met mijn mes had ingekerfd.
'Elk van mijn slachtoffers heeft een speciaal cijfer.'
'Waar is nummer één?' Hij viel bijna om toen ik stopte met lopen en hem dodelijk aankeek. Hij begreep meteen dat het een niet te bespreken onderwerp was. Dat Katy was ontsnapt betekende niet dat ik haar uiteindelijk niet zou vermoorden, maar alsnog wilde ik er niet aan denken. Ze had met haar koude dode lichaam op dit platform moeten liggen.
'Hoeveel nummers heb je in totaal?' Vroeg hij grijnzend toen ik weer langzaam begon met lopen. Het gekerm van Colleen negeerde we beide compleet totdat we bij de rand van het platform stonden en we haar met een harde knal op het metaal lieten vallen.
'Ik heb geen hoeveelheid. Het enige wat vast staat is dat jij mijn laatste nummer bent en dan is er enkel nog mijn overwinning.' Voor even keken we elkaar alleen maar strak aan totdat er een grote grijns op Tellas zijn gezicht kroop en hij uitbundig begon te lachen. Ik kon mezelf er niet van weerhouden om ook een kleine glimlach te tonen terwijl ik toekeek hoe hij het uiteinde van het touw om een startplaat heen bond.
'A-alsjeblieft, ik smeek jullie, alsje-' Colleens stotterende stem zorgde ervoor dat Tellas abrupt ophield met lachen en nogmaals tegen haar opengesneden arm aantrapte.
'Houd je mond dicht of we zorgen ervoor dat je nog meer gaat schreeuwen.' Ik keek bewonderend toe hoe hij haar naar de rand toeschoof terwijl Colleen zich aan alles probeerde vast te klampen. Maar het platform was te glibberig. Al snel lag ze zo dicht bij de rand dat ik met een klein duwtje haar in de diepte zou sturen. Met een klein duwtje zou ze dood onder het platform hangen.
'Wees niet bang voor je hoogtevrees, je zal de grond nooit bereiken.' Mijn stem was zacht, maar ik wist dat Colleen mijn woorden luid en duidelijk had verstaan. Ze begon weer met smeken, maar Tellas en ik hadden geen medelijden. We plaatsten beide een hand in haar zij en met het minste beetje kracht keken we toe hoe ze gillend van de rand af viel en de strop om haar nek werd aangetrokken.
Het gekraak van haar nek die brak was een geluid dat nog lang in mijn hoofd door echode. Haar lichaam die levenloos heen en weer bungelde in de dunne mist was mijn aankondiging voor de andere Tributen. Iedereen mocht weten dat ze mij moesten vrezen. Iedereen mocht weten dat ik gevaarlijker was dan de dood.
District 12 - Lyanna Larone (14) POV. Einde van het Bloedbad.
De harde schreeuw die doordrenkt was van doodsangst galmde hard door de lucht heen. Mijn lichaam probeerde nog harder voort te bewegen, maar ik was uitgeput. Ik kon niet meer en de regen maakte het er niet makkelijker op. Het gegil was na één korte, harde stoot opgehouden, maar ik hoorde het nagalmen in mijn hoofd. Steeds weer totdat het een mantra werd en ik de tranen over mijn wangen voelde lopen. Ik kon niet meer. Ik was uitgeput en ik was het zat om weg te rennen voor vijanden die ik niet zag.
'Leandros.' Hijgde ik vermoeid, maar de jongen voor me draaide zich niet om. Hij bleef doorrennen over het zwarte pad wat de zee naast ons scheidde. Het onheilspellende donkere eiland voor ons zag er niet veel beter uit dan de andere die we vanaf hier konden zien. Het kleine grafstenen eilandje was omringt door zes eilandjes die in een cirkel eromheen lagen en elk met elkaar verbonden waren door zwarte grindpaden. Ook het grafstenen eilandje had zes paden naar elk eilandje maar de paden werden om de zoveel seconden even overspoelt door de zee. Iets binnen in mij schreeuwde dat we hier weg moesten komen, maar het gegil wat in mijn hoofd echode was harder. Ik was doodsbang en wilde niet meer verder. Het liefst wilde ik neerzakken op de plek waar ik nu stond. Het liefste wilde ik opgeven.
Had mijn broer dit ook allemaal meegemaakt? Had mijn broer zes jaar geleden ook alle horrors en vreselijke gebeurtenissen gezien en gehoord toen hij in de Honger Spelen was gekomen? Hij had de eerste dag net als ik overleefd, maar was daarna vermoord door zijn Bondgenoot. De jongen die voor mij rende met zijn warrige blonde haren vertrouwde ik meer dan wie dan ook in deze arena, maar zou hij erover twijfelen om mijn keel door te snijden als het erop aankwam? Zou Leandros mij vermoorden?
Mijn overpeinzingen zorgde ervoor dat ik niet oplette waar ik rende. Ik voelde pas hoe iets kouds zich om mijn enkel heen sloot toen het al te laat was. Met een harde klap kwam ik neer op het zwarte grind en voelde ik hoe ik achteruit werd getrokken richting de zee.
De gil in mijn keel leek teveel op het gegil in mijn hoofd en ik begon hysterisch om me heen te spartelen in de hoop dat ik los kwam. Maar hetgeen wat mijn enkel vast had liet niet los. Het trok me alleen maar verder richting de zee.
'Leandros! Help!' Zijn grijze ogen ontmoette de mijne en vergrote vrijwel onmiddellijk. Voordat ik nogmaals kon gillen smeet hij onze rugzak al op de grond en rende hij naar me toe. Ik kon de golven tegen mijn benen aanvoelen klotsen en plots was de kracht waarmee ik de zee in werd getrokken velen malen groter. Leandros zijn warme handen bereikten de mijne toen ik tot aan mijn middel in de zee was getrokken.
'Laat me niet los!' Schreeuwde hij, maar ik was alles van plan behalve dat. Ik klampte me zo erg aan hem vast dat ik bang was dat ik zijn hand brak, maar ik durfde niet los te laten. Hetgeen wat mijn been vast had bleef doortrekken waardoor ik het gevoel had alsof mijn been eraf werd getrokken. Het wikkelde zich steeds meer om mijn voet heen zodat het meer en meer kracht kreeg bij het trekken.
Leandros werd langzaam ook meegetrokken de zee in en verloor zijn grip die hij had op mijn handen. De regen was vervaagd tot motregen, maar mijn handpalmen waren zo zweterig dat ik hem nauwelijks nog vast kon houden.
Plots kwam het beeld van mijn broer weer in mij op, die vermoord werd door zijn Districtsgenoot. Trok ik Leandros zo ook niet de dood in terwijl hetgeen wat mijn enkel vast had alleen mij wilde? Vermoorde ik hem zo ook niet indirect? Hij had een kans op winnen terwijl ik vanochtend nog had gedacht dat ik niet door het Bloedbad heen zou komen. Zijn leven was meer waard dan dat van mij.
'Leandros laat me los.' Mijn stem was dwingend, maar alsnog hoorde ik het bibberen erin duidelijk. Ik zag zijn ogen die mij geschokt aankeken, maar ik wilde niet wegkijken. Hij moest doorhebben dat mijn leven dat van hem niet waard was.
'Laat me los!'
'Ben je gek geworden?' Schreeuwde hij terug, maar ik voelde al hoe mijn lichaam langzaam opgaf. Mijn vingers verslapte en ik zag nog net hoe hij zijn mond opende totdat het zwarte water van de zee mijn zicht overnam. Mijn warme zweterige handen werden zonder die van Leandros het water ingetrokken en vrijwel meteen draaide ik mezelf om in het ijskoude water en keek ik recht in het gezicht van het wezen wat mij vast had.
Het water was verrassend doorschijnend, maar dat maakte mijn angst er niet minder op. Het wezen wat mij recht aankeek had haar meterslange, dunne, groene tong om mijn enkel heen gewikkeld waardoor haar vlijmscherpe tanden duidelijk zichtbaar waren. Ze had een menselijk hoofd, maar grote kieuwen zaten aan de zijkant van haar hoofd. Haar haren bestonden uit golvend wit haar terwijl haar huidskleur as grauwig was. Ik kon haar klauwende handen op mij afzien komen, maar ik kon enkel angst in mijn lichaam voelen opborrelen.
De vliezen tussen haar vingers waren plakkerig toen ze mijn hoofd vastgreep en ik schrok toen ik zag dat ze geen benen had zoals ik, maar een enorme witte vin. Ze deed me onmiddellijk denken aan de wezens waar mijn moeder me vroeger vaak over had verteld in verhalen voor het slapen gaan. Ze was een zeemeermin, een mythisch wezen.
Het gegil wat plots mijn oren vulde was zo monsterlijk dat ik mezelf niet meer kon horen schreeuwen. Ik wilde mijn handen op mijn oren drukken, maar mijn longen werden alleen maar gevuld door water waardoor ik krampachtig omhoog probeerde te zwemmen naar het oppervlak. Maar het wezen hield me op mijn plek met haar klauwende handen terwijl haar gezicht steeds dichterbij kwam en ze haar messcherpe tanden ontblote.
Ik kon zwarte vlekken op me af zien schieten en voelde hoe mijn lichaam hunkerde naar frisse lucht. Mijn handen sterkte zich uit naar boven, maar ik voelde niks anders dan het water om mij heen. Het wezen was nu zo dichtbij dat onze neuzen elkaar raakten. Ze was ijskoud en het liefste wilde ik haar van me afduwen, maar mijn lichaam had geen kracht meer over en gaf langzaam op. Ik sloot mijn ogen en dacht nog net de zilveren flikkering van iets in het oppervlak te zien, maar ik had al opgegeven. Ik wist al dat ik dood was.
Het gevoel van iemands lippen op de mijne was hetgeen waardoor ik wakker werd. Was het het wezen? Nee dat kon het niet zijn, ik voelde het water niet langer rondom mij. Mijn hand strekte zich uit en met mijn vingers tastte ik mijn omgeving af. Ik voelde kleine steentjes onder mijn handpalm wegrollen en ik werd me plots bewust van de enorm pijn die door mijn borst heen schoot.
Met een ruk schoot ik overeind en hoestte ik een lading water uit dat uit mijn keel kwam zetten. Ik probeerde mijn ogen te openen, maar het beeld was veel te wazig. Was dit mijn dood? Waren de lippen die ik had gevoelt van iemand die over mij waakte? Of was het allemaal een hallucinatie geweest?
Nogmaals voelde ik een brandende steek in mijn longen en proestte ik totdat ik geen lucht meer over had. Ik opende mijn ogen nogmaals en zag de zee naast mij heen en weer golven terwijl er een witte vin voor even boven water kwam.
Met een gil krabbelde ik achteruit en ik herinnerde me plots weer alles wat er was gebeurd. Het water en de zilveren flikkering boven mijn hoofd. Pas toen ik zijn warme handen geruststellend op mijn arm voelde wist ik dat het Leandros was die me had gered. Hij had me van het wezen in het water gered. Hij had me mond-op-mond beademing gegeven om mij lucht te geven en me daardoor van de dood verlost.
'Gaat het?' Zijn stem was schor en de blik in zijn ogen vertelde me dat hij bang was dat ik opnieuw ging gillen. Ik knikte, maar kon het beeld van het wezen niet uit mijn hoofd krijgen. De pijn die nogmaals door mijn lichaam heen schoot zorgde ervoor dat ik voorover boog en pijnlijk kreunde. Ik hoorde hoe zijn voetstappen zich van mij verwijderde en hoe hij de rugzak oppakte.
'We moeten gaan, we zitten midden in het zicht. Het zal niet lang duren totdat iemand ons zal vinden.' Ik voelde zijn warme handen weer op mijn schouders maar ik durfde niet op te kijken, bang om het wezen weer te zien.
Leandros moest me overeind helpen en ik zwalkte op mijn benen toen ik eindelijk stond. Mijn enkel was rood en zat onder met rare vlekken van de tong van het wezen. Ik voelde me misselijk, maar de zoute smaak van het zeewater in mijn mond miste. Het was toch zee waarin ik was beland? Of was het onze waterbron voor deze Spelen? Dat zou niet zo kunnen zijn, de kleur ervan was zo onheilspellend als de donkere wolken boven onze hoofden. De Spelmakers moesten er iets achter gezocht hebben en ik wist zeker dat de hoeveelheid water die ik binnen had gekregen me niet ongeschonden zou laten.
Strompelend liep ik met mijn arm om Leandros verder het pad af totdat we uiteindelijk de rand van het eiland bereikten. De bomen waren hoog en de bladeren hadden een onnatuurlijke donkere kleur groen, maar het was er ook warmer. Zo warm dat ik mijn jas uit wilde trekken en ik het zweet over mijn rug kon voelen druipen.
Leandros dacht kennelijk hetzelfde, want hij gooide de rugzak op de grond en trok zijn jas uit en propte deze samen met mijn jas in het voorvak. De grond onder onze voeten was drassig, maar niet zo dat we erin weg zakten. Het moest beteken dat er genoeg water op het eiland zou zijn, tenminste; dat hoopte ik.
We vervolgden onze weg langzamer dan normaal en liepen het dicht gegroeide bos in. Veel bomen hadden hun wortels ver boven de grond uitsteken waardoor er kuilen onder hun stam waren gevormd en er dus verschillende schuilplaatsen waren. Maar nergens was een normale waterbron te vinden.
'Leandros, ik kan niet meer. Laten we hier rusten.' Met een bibberende hand wees ik naar de boom links van ons die zijn wortels zo verstrengeld had dat het ons zou afschermen van vijandelijke ogen. Hij knikte en hielp me met rustig neerkomen op de zachte grond. De rugzak legde hij naast me neer en hij haalde de inhoud eruit; een enkele slaapzak, een plasticzeil, een lege fles, een paar crackers en een pan met een bebloede onderkant. Vragend keek ik hem aan bij het laatste item en hij lachte duister.
'Ik moest je van dat ding redden met iets, dit was het dichtste wat bij een wapen in de buurt kwam.' Mompelde hij en hij greep de slaapzak en het grondzeil. Hij liep naar onze nieuwe schuilplaats toe en legde alles neer zodat we konden uitrusten terwijl hij de rest van onze spullen veilig opborg. Ik kon hem horen terwijl hij bezig was, maar ik was te moe om mijn hoofd om te draaien. Deze dag had zijn tol van mij geëist en ik kon alleen maar recht voor me uit staren naar het platform waar omheen de mist langzaam wegtrok. De tranen die geruisloos over mijn wangen heen rolden, waren niet van pijn, maar van vermoeidheid. Ik voelde me vies en smerig en had idee dat mijn longen in brand stonden. Misschien was ik wel vergiftigd door het water, ik wist het niet. De angst van een naderende dood zorgde ervoor dat ik mijn knieën dicht tegen me aantrok. Snikkend bleef ik op mijn plek zitten totdat mijn oog werd getrokken door iets bij het platform.
Eerst dacht ik dat het misschien iets was wat in de bomen hing, maar naarmate ik langer staarde realiseerde ik me dat het iets was wat aan het platform hing. Het wiegde mee in de windvlagen en voor even dacht ik dat het misschien een uitgerolde rugzak was. De wind draaide en ik had het idee dat mijn bloed in mijn aderen stolde toen ik me realiseerde wat het was.
Een menselijk lichaam hing aan een strop onder het platform heen en weer te wiegen in de wind. Alsof ik dacht dat er niks erger was dan doorklieft te worden door een zwaard! Dit schond alle menselijkheid waarvan ik dacht dat die wel bestond in de Tributen. Dit was monsterlijk, en ik wilde dan ook niet weten wie het was die onder het platform heen en weer wiegde.
De misselijkheid die bij mij opkwam resulteerde in duizeligheid en voor even dacht ik dat ik zou flauwvallen. Leandros zijn naam kreeg ik niet over mijn lippen heen, bang dat het lijk in mijn gedachten in hem zou veranderen. Ik kon enkel doods vooruit staren totdat er verschillende hovercrafts boven het platform verschenen en iemand het touw doorsneed en het lichaam opving.
Ik krabbelde overeind en probeerde recht te blijven staan toen ik de schuilplaats inliep. Het zag er beter uit dan ik had kunnen wensen, maar het lichaam in de wind bleef in mijn hoofd rondspoken alsof het daar ook aan een touwtje hing. Uitgeput liet ik me op de deken vallen niet eens denkend aan het feit dat Leandros daardoor op de grond moest slapen. Mijn dromen namen me al snel over, maar ze waren niet gevuld met fijne herinneringen aan thuis. Ze waren gevuld met het lichaam dat aan een touw boven mijn hoofd bungelde.
Klaar om me te verpletteren.
AN: Wat een hoofdstuk zeg. Jullie willen niet weten hoe blij ik ben dat ik dit eindelijk kan posten! Ik heb er iets minder dan twee maanden over gedaan om te schrijven, dus ik hoop dat het wachten het waard was.
Dit zal een lange AN worden, aangezien ik behoorlijk wat dingen wil uitleggen aan jullie. Natuurlijk ten eerste dat ik de mensen enorm wil bedanken die hun Tributen hebben ingestuurd, maar die helaas in dit Bloedbad zijn omgekomen. Voor een SYOT is de kans dat jou Tribuut wint natuurlijk klein, dus ik hoop dat niemand boos is vanwege mijn keuze om deze Tributen te "vermoorden". Ik heb er in de loop van alle voorafgaande hoofdstukken heel erg over nagedacht en heb jullie als lezers ook vaak geraadpleegd welke Tributen jullie leuk en minder leuk vonden. Ook mijn eigen ervaring qua schrijven over de Tributen telde natuurlijk zwaar mee en uiteindelijk is het dus deze dodenlijst geworden:
District 1 - Zara Radley. - Vermoord door David Curtis District 10.
District 3 - Jack Chamberlain. - Vermoord door Tellas Lane District 2.
District 6 - Colleen Dunmore. - Vermoord door Lerola Aemilia District 2.
District 8 - Arom Rijzendwater. - Vermoord door Joy Mainhood District 8.
District 8 - Joy Mainhood. - Vermoord door Arom Rijzendwater District 8.
District 9 - Ash Palmer. - Vermoord door Tellas Lane District 2.
District 10 - Melissa Crejak. - Vermoord door Rhine Overton District 4.
Ja, in totaal dus zeven doden. Wat ik genoeg vond voor het Bloedbad aangezien ik natuurlijk ook nog mensen over wil houden voor de spelen zelf haha. Dan heb ik hier nog de lijst met de zwaardere gewonden:
District 2 - Tellas Lane: Gebroken neus en een snee in zijn onderarm.
District 5 - Emily Harrison: Gebroken ring- en pinkvinger, hersenschudding en kneuzingen in haar nek en rug.
District 11 - Katy Moonway: Doorboorde lippen en een wang met een ingekerfde één erin.
District 12 - Lyanna Larone: Verdrinking verschijnselen, mogelijke vergiftiging en licht gekneusde enkel.
Dat zijn echt alleen de zware gewonden, de mensen met lichte tot middelmatige verwondingen heb ik niet opgeschreven, omdat dat vrijwel iedereen is die nog leeft haha.
Ik heb nog één lijstje voor jullie met de mensen die nu nog leven en die ook bij elkaar of alleen zijn op dag 1 van de 68ste Honger Spelen:
De Beroepstroep: Caldwell, Tellas, Lerola en Rhine. (District 1, 2 en 4)
Bondgenootschap 1: Mayline en Avon. (District 3 en 11)
Bondgenootschap 2: Emily en David. (District 5 en 10)
Bondgenootschap 3: Leandros en Lyanna. (District 12)
Onbekend Bondgenootschap: Alex en Riley. (District 6 en 7)
Alleenstaander: Favian. (District 4)
Alleenstaander: Kevin. (District 5)
Alleenstaander: Mocca. (District 7)
Alleenstaander: Mina. (District 9)
Alleenstaander: Katy. (District 11)
Pfew! Behoorlijk wat lijstjes dus! Ik zal jullie verder niet weerhouden van jullie reviews schrijven haha, want ik heb nog maar één mededeling: Ik heb een introductie geschreven die nu te lezen is als eerste hoofdstuk van dit verhaal! (Deze is erg belangrijk, dus laat me weten wat je ervan vond!) Hierdoor is de AN die ik had geschreven dus verdwenen en kun je op dit hoofdstuk gewoon met je gebruikersnaam reviewen!
Daarbij wil ik nog even LeviAntonius en MyWeirdWorld bedanken voor hun hulp tijdens dit grote hoofdstuk en natuurlijk jullie als reviewers die me door alle hoofdstukken hebben gesteund!
Ik heb alleen voor jullie nog de Puntentelling en ik hoop op veel leuke, lange, en geweldige reacties! Laat me alles weten wat je dacht tijdens dit hoofdstuk! Wat je vind van wat ik tot nu toe heb vrijgegeven van de arena en wat je natuurlijk van de doden en de gevechten vond, maar nog het belangrijkste: Of dit hoofdstuk aan je verwachtingen heeft voldaan! Laat het me weten in je review!
Liefs,
Jade
Puntentelling:
LaFlorine - 32 Punten.
Greendiamond123 - 44 Punten.
MyWeirdWorld - 57 Punten.
SirWalsingham - 42 Punten.
FF-Schwarz - 36 Punten.
MadeByMel - 27 Punten.
TeenReadToo - 28 Punten.
JoyMainhood - 12 Punten.
LauraTwilightHungerGamesHPfan - 25 Punten.
Sharonneke95 - 26 Punten.
Cicillia - 18 Punten.
Leakingpenholder - 31 Punten.
Florreke - 21 Punten.
LeviAntonius - 57 Punten.
NoxSelkirk - 6 Punten.
Azmidiske87 - 5 Punten.
Serenetie-ishida - 5 Punten.
Evalovespeeta - 2 Punten.
