Tussenhoofdstuk 1: Vredesbewakers.


District 2 - Vredesbewaker Gereon Harlow (34) POV. Ochtend op Dag 3 van de Spelen.

Met een ietwat vrolijke tred liep ik het kleine grijze gebouw binnen. Aan de zon te zien, die nog maar net door de ramen heen scheen, was ik als eerste hier. Het zou me niet verbazen als voor de komende twee uur nog geen enkele bewaker zich hier bij me zou melden. Niet dat ik het erg vond. Ik hield van mijn rust in de vroege uren van de morgen en het zorgde ervoor dat ik een groot gedeelte van mijn werk al afkreeg voordat de rest ook nog maar een voet binnen het pand zou zetten.

Ik opende de deur van mijn kleine kantoortje en zag dat alles nog precies zo was als gisteravond toen ik ditzelfde gebouw had verlaten om naar huis te gaan. We waren hier in de kleine kazerne maar met tien man, wat betekende dat al het papierwerk van het hoofdgebouw maar door weinig mensen kon worden behandeld. Het waren lange dagen die ik maakte, maar ze waren bevredigend. Het zorgde voor brood op de plank thuis en daardoor konden mijn twee zoontjes naar school. Iets waar ik vroeger nooit op had durven hopen met mijn armzalige baan in de steenbakkerij.

Met een piepend geluid opende ik het kleine raam naast mijn bureau zodat de muffige geur in het kantoortje wat zou verdwijnen. Het papierwerk dat al in een grote stapel op de uitsorteerkast lag staarde me aan, maar ik was nog niet van plan er aan te beginnen. 's Ochtends wilde ik liever wakker worden met een grote kop koffie en wat frisse lucht, in plaats van saaie beschrijvingen over speciale zaken van Vredesbewakers die ik moest goedkeuren. Het was belangrijk, maar het kon makkelijk nog even wachten.

Nadat ik de koffiemachine had aangezet wierp ik een korte blik op het fotolijstje dat op mijn bureau stond. Mijn vrouw keek me lachend aan terwijl haar zwarte haren in een elegant knotje zaten. Hij was jaren geleden gemaakt op het grote jaarlijkse Vredesbewakers banket, waar ik haar had ontmoet en elke keer als ik er naar keek verbaasde ik me weer over het feit dat ze zo weinig was veranderd sinds die tijd. Haar blauwe ogen straalden nog steeds even veel en de oorbellen die ze op die avond in had droeg ze nu ook, al waren de witte pareltjes al wat doffer geworden. Toch wilde ze niet dat ik nieuwe voor haar kocht, hoe graag ik het ook wilde. Het waren speciale oorbellen die van haar vader de Burgemeester waren geweest en die hij helemaal uit District 4 had laten overkomen voor haar achttiende verjaardag.

Ik glimlachte bij de gedachte aan haar koppige aard, maar schrok op toen de voordeur van de kazerne met een harde klap werd open gedaan. Het lijstje met de foto was omgevallen dus ik zette deze eerst rustig overeind voordat ik degene die naar binnen was komen stormen zou uitfoeteren. Ver kwam ik echter niet met mijn woorden toen ik de bewaker in kwestie in de gang zag staan. Zijn handen waren bedekt met bloed en zijn ogen waren groot van verbazing en schok. Pas na enkele seconden merkte hij mij op en al struikelend liep hij naar me toe terwijl ik zag hoe hij bibberde van top tot teen.

'M-meneer.' Begon hij, maar geen zinnig woord kwam uit zijn mond. Ik greep snel een stoel en drukte hem er ietwat hardhandig in neer. Daarna pakte ik een theedoek bij het koffiezetapparaat weg en duwde die in zijn handen die hij langzaam af begon te deppen.

'Er is een o-ongeluk gebeurd, nee, n-nee het was geen ongeluk. E-een misdrijf, maar we weten niet of ze schuldig is, ik-' Hij stopte weer, zuchtte diep en drukte zijn lippen stijf op elkaar.

'Haal eerst eens diep adem. Waren er anderen bij je?' Mompelde ik rustig terug, maar met een wat strenge ondertoon in mijn woorden.

'Ja, Jenkins vervoert haar nu hier heen. Ze was hysterisch toen we haar tegenkwamen dus ik greep haar vast, maar ze bloedde zo, zo erg. Ik kon er niet naar kijken, het was overal.' Hij begon weer met bibberen en ik zag het kleine beetje kleur wat hij nog in zijn gezicht had verdwijnen. Ik besteedde er echter geen aandacht aan en stond snel op, om wat water voor hem te pakken, maar een tweede harde knal van de deur onderbrak me.

Met grote stappen liep ik meteen naar de deur die ik wat verder opende zodat ik zicht had op de hal. In de gang stonden drie figuren die ook onder het bloed zaten en zwaar aan het hijgen waren. Twee herkende ik als Bewaker Jenkins en Bewaker Odran, maar het middelste en derde figuur had ik nog nooit eerder gezien, maar leek ik wel te herkennen. Haar magere lichaam leek breekbaar in de greep van de twee bewakers en haar kleding was bedekt met bloedspetters. Maar het waren vooral haar zwarte krullende haren die een belletje bij me deden rinkelen, ook al wist ik niet waarom. Haar handen waren zo bloederig dat het rode goedje op de grond droop en ze een spoor achterliet terwijl Jenkins en Odran haar naar me toe sleepte. Ze leek op hen te moeten steunen en haar betraande ogen zagen er dan ook vermoeid uit. Alsof ze elk moment kon inzakken.

'Wat is de betekenis hiervan? Verklaar jezelf!' Mijn geduld begon op te raken, omdat niks van dit verhaal logisch was. In deze kazerne werd alleen papierwerk gedaan, slachtoffers of misdadigers werden naar het hoofdkantoor gebracht en ik had dan ook geen zin in gezeur van de Hoofdcommandant.

'Meneer, we vonden haar op onze weg hierheen. Ze zat voor een huis, vermoedelijk die van haar, klagelijk te huilen terwijl ze een bebloed mes in haar handen vasthield. We hebben versterking naar het huis gestuurd, maar de kazerne was dichterbij om haar naar toe te brengen. Misschien is ze gewond.' Bij zijn laatste woorden begon de vrouw klagelijk te jammeren en moesten Jenkins en Odran haar beter vast grijpen, omdat ze in elkaar zakte.

'Zet haar in mijn stoel neer en vul daarna een bak met water.' Ze knikte beide stram en sleepte de vrouw naar mijn stoel, waar ze met een doffe plof in werd gezet. Hierna renden de twee mannen snel mijn kantoor uit en stond ook de andere Bewaker op uit zijn stoel.

'Ze is zo rustig. Toen ik haar aansprak, viel ze me bijna aan.' Zijn stem trilde nog steeds en ik kon zien dat hij het allerliefst de kamer zou willen verlaten, maar ik had hem nog geen toestemming gegeven.

'Geef me de theedoek.' Zei ik, maar hij keek mij niet aan terwijl hij het langzaam overhandigde. Hij staarde naar de vrouw die leeg en hol naar de grond bij haar voeten keek. Ik trok me echter niks van haar enge blik aan en begon met de doek haar handen af te deppen. Het was geen bloed van wonden, wat moest betekenen dat het bloed van iemand anders was.

'Mevrouw, uw naam alstublieft. We willen u graag helpen.' Zei ik luid, maar ze leek niet te reageren op mijn woorden. Pas toen Jenkins en Odran terug kwamen met een teil keek ze op en dipte ze vanzelf haar handen in het water. Al snel kleurde dit mee met het bloed, maar ze zei nog steeds geen woord. Haar ogen bleven gericht op de bewakers die alle drie in uniform voor haar stonden in tegenstelling tot ik.

'Laat ons alleen.' Bruusk kwamen de woorden uit mijn mond, maar ze waren niet anders van mij gewend. Met een korte buiging van elk van hen verlieten ze mijn kantoortje en sloten ze de deur achter zich. Ik opende het raam nog wat meer zodat de vrouw misschien meer wakker zou worden van de frisse lucht.

'Wat is uw naam?' Probeerde ik nogmaals en deze keer keek ze wel op toen ik haar aansprak.

'Venera Aemilia.' Haar stem was zacht, maar toch viel het me op dat er geen angst in weerklonk. Enkel verdriet. Aandacht kon ik er echter niet aan besteden, omdat het noemen van haar achternaam opnieuw voor een belletje zorgde die afging in mijn hoofd. Plots wist ik waarom ik in de gang had gedacht dat ik haar herkende.

'U bent Lerola's moeder.' Constateerde ik zachtjes. De District 2 vrouwelijke Tribuut van dit jaar herinnerde ik me maar al te goed en Venera knikte dan ook, maar ik zag de tranen alweer in haar ogen verschijnen. Voordat ze haar mond echter kon opentrekken om iets te zeggen draaide ik me om en greep ik de andere stoel vast waar ik mezelf in plaatste. Met een directe blik keek ik haar aan terwijl ik mijn bovenarmen over elkaar heen sloeg.

'Waarom vertelt u me niet wat er is gebeurd? Hoe het komt dat u onder het bloed voor uw huis zat met een mes in uw handen?' Ze knikte, maar haar blik leek weer ver weg waardoor ik niet wist of ze me wel goed had gehoord. Ze trok haar handen uit de teil die nog steeds ietwat rood waren, maar tenminste niet meer bedekt waren met bloed.

'Zeven jaar geleden beloofde ze me om me te helpen, maar alles veranderde zo snel. Ze is zo'n lief kind, ze doet het niet voor haar plezier.' Mompelde ze zachtjes en ik zag hoe er een paar tranen over haar wangen heen liepen.

'Wie is een lief kind? U moet beginnen bij het begin, en me vertellen wat er is gebeurd.' Mijn woorden waren stram, omdat ik al een vermoedde had dat het over haar dochter Lerola ging. Een lief kind paste echter niet bij de beelden die ik de afgelopen dagen van haar op TV had gezien. Haar sadistische trekjes stonden sterk in contrast met de beschrijving die haar moeder me nu gaf en ik twijfelde er dan ook niet over dat ze tegen me loog.

'Haar vader is altijd al bruut geweest. Bij de geboorte van mijn vijf zoons was hij dolgelukkig, maar Lerola was voor hem niet belangrijker dan de straatstenen. Ik ben altijd te bang geweest om er iets van te zeggen. Hij sloeg haar, deed haar zoveel pijn met zijn bijtende woorden en ik deed er niks tegen.' Ik zag hoe ze haar handen in haar schoot vouwde en het viel me op hoe broodmager de vrouw voor me eigenlijk was. Haar zwarte krullende haren glansde niet zoals de haren van mijn vrouw en haar ogen hadden geen vrolijke sprankeling erin zitten. Ze waren dof, alsof ze dood was.

'Op haar tiende kwam ze ooit naar me toe om me te vertellen dat ze voor me zou zorgen. Dat ze ervoor zou zorgen dat we niet meer zo hoefden te leven en dat we over een paar jaar alles achter ons konden laten. Natuurlijk nam ik haar woorden niet voor echt aan, want wie kon er nou ingaan tegen de wil en wet van mijn man?' De laatste woorden over haar man kwamen snauwend uit haar mond en ik zag hoe ze de spieren in haar magere lichaam aanspande.

'Mevrouw Aemilia, dit is niet relevant voor het feit dat u hier opeens naar binnen werd gesleept door mijn collega's, compleet met bloed bedekt. Ik wil graag een verklaring daarvoor, niet voor uw verleden die er niet toe doet.' Mijn stem was luid en krachtig, maar geen enkel woord leek tot haar door te dringen. Ze bleef me met dezelfde doffe blik aankijken, alsof ze doof was voor alles rondom haar heen. Ze begon weer met vertellen alsof ik nooit een woord had gezegd, alsof ik niet aanwezig was.

'Al snel merkte ik dat ze eigenlijk bedoelde dat ze zou gaan trainen net zoals haar broers. En met haar trainingen zou ze gaan winnen in de Spelen, zodat we daarna met z'n tweetjes in de Winnaarswijk konden gaan wonen. Het was zo'n mooie droom, maar haar vader verbrak deze telkens. Hij haatte haar voor de manier waarop ze was. Hij walgde van haar en hij is de reden waarom ze zo is geworden!' De haat in haar stem was onmiskenbaar en na een kleine stilte vervolgde ze op zachtere toon. 'Ze was zo'n lief meisje.'

Haar handen bibberde in haar schoot, maar om de paar seconden balde ze deze om tot vuisten. Haar ogen bleven me aankijken ook al voelde het voor mij aan alsof ze dwars door me heen keek. Haat begon haar gezicht te vertekenen en ik wist niet of ik bang moest zijn voor haar of medelijden moest hebben.

'Ze werd gemeen, richtte haar haat op dieren af. Ze vermoordde elk huisdier dat we hadden en gaf er geen zier om als ze haar broers hiermee pijn deed. Ze lachte er zelfs om. Hij had haar veranderd in een monster. Het is zijn schuld dat ze nu zo is, en dat ze nu mensen vermoord. Het is allemaal zijn schuld! Dit komt allemaal door hem!' Haar schreeuwende stem maakte me alert en ik legde vrijwel automatisch mijn hand op de knuppel aan mijn riem. Ze merkte het niet op, ze begon alleen maar haar handen vaker tot vuisten te ballen terwijl haar ogen vuur in zich kregen. Ik kon enkel toekijken hoe ze steeds meer rechtop ging zitten totdat ze me wel strak aankeek in mijn ogen, en haar blik was precies dezelfde als die van haar dochter op TV; angstaanjagend.

'En vanochtend, toen op TV te zien was hoe die ene Tribuut werd vermoord door haar Beroepstroep, zag ik dat zij het niet was. Het was hij die haar zo had gemaakt. Het was mijn Lerola niet meer. Het waren zijn handelingen die zij had verricht, het waren zijn woorden die ze uitsprak. Hij was de moordenaar.' Ze rees langzaam op uit haar stoel en met tranen van haat over haar wangen heen keek ze me woedend aan. Maar ik was niet van plan om angstig in mijn stoel te blijven zitten. Ik was een Vredesbewaker, een man van de wet en orde. En ik hoorde met haar misdaden af te rekenen.

'Dus wat? U stopte de zogenaamde manipulatie van uw man door op hem in te hakken met uw mes?' Verwoorde ik bruusk en ik rees op uit mijn stoel terwijl ik boven haar uit dreigde, maar haar blik bleef hetzelfde. Ze bleef staan waar ze stond en de woorden uit haar mond gingen niet in op die van mij.

'Dus ik stopte hem, want alles was beter dan met hem in dat rottende huis te zitten! Hij sloeg me met een vlakke hand op mijn wang, omdat zijn ontbijt nog niet klaar was, maar ik stopte hem!' Ze begon maniakaal te lachen en ik greep de knuppel uit mijn riem, maar ze dook niet achteruit. Haar lichaam stelde zich alleen maar meer defensief op alsof ze zich in haar eigen wereld van woede bevond.

'Ik zorgde ervoor dat hij ophield met haar verwoesten. Ik zorgde ervoor dat hij nooit meer tegen haar zou kunnen schreeuwen en dat hij mij nooit meer zou kunnen slaan. Ik zorgde ervoor dat hij dood op de grond kwam te liggen! Ik greep mijn keukenmes en ik hakte keer op keer op hem in, totdat hij niet meer overeind kwam! Totdat er geen woord meer over zijn lippen heen kwam en totdat hij niet meer ademde! Ik hakte op hem in totdat ik nergens meer in kon hakken.'

Haar woorden waren zo vol met haat en verachting dat ik haar ongelovig aanstaarde terwijl ze vol trotsheid voor me stond. Ze huilde, maar lachte cynisch tegelijkertijd en keek me ietwat verwachtingsvol aan. Hoorde ik mijn knuppel op te heffen en haar neer te slaan, zodat ik andere mensen van haar kwaad beschermde? Of moest ik haar enkel terug in haar stoel drukken en haar naar deze wereld terug brengen met mijn oordeel. Mijn gedachte was bewolkt met duizenden vragen, maar ik kon geen antwoorden geven. Ik kon haar alleen maar aanstaren.

Pas toen mijn kantoordeur met een harde ruk werd open gedaan en ik vijf bewakers van het hoofdgebouw in de deuropening zag staan kon ik mijn blik bij haar weghalen. Ze hadden de boeien al in hun handen, maar Venera bleef me aanstaren. Pas toen één van de bewakers zijn hand op haar rug legde leek ze te beseffen wat er gebeurde.

Met één hysterische schreeuw probeerde ze weg te komen, maar ze kwam niet verder dan een paar stappen voordat ze hardhandig tegen de muur werd aangedrukt door drie bewakers en een vierde haar boeide. Haar geschreeuw was het enige wat volgde terwijl ze langzaam werd meegesleept naar de uitgang van het gebouw.

Jenkins kwam stram en met een verbitterde blik naast me staan en toen ze haar eindelijk bij de deur hadden gekregen keek ze pas naar ons om.

'Ik neem aan dat ze dus schuldig is aan moord?' Vroeg hij en ik knikte stram terwijl ik naar haar bleef kijken.

'Maar ik denk niet dat het haar schuld is dat ze zo is geworden. Je familie kan je omvormen tot alles, zelfs tot een moordenaar.' Venera schreeuwde opnieuw terwijl ik me afvroeg of ze mijn woorden misschien had gehoord. Met een laatste haatvolle blik verscheen ze uit ons beeld en kon ik eindelijk mijn ogen afwenden van de deur. Jenkins vroeg me wat, maar ik negeerde zijn vraag en draaide me om naar mijn bureau waar de teil met rood water nog steeds opstond.

Bij dat aanzicht zag ik haar dochter ook weer voor me en dat beeld liet me de rest van de dag niet met rust. Ik kon alleen maar wensen dat ze niet verder zou komen dan de laatste acht en dat haar moeder dus ook niet zou blijven leven. Ik kon alleen maar wensen dat ik nooit meer een familie mee zou hoeven maken die zo gebaseerd zou zijn op haat jegens elkaar.


District 4 – Vredesbewaker Iyovana 'Iyov' Valdis (21) POV. Late ochtend op Dag 3 van de Spelen.

'Wakker worden zonneschijn!' Met een luide klap liet ik mijn knuppel tegen de tralies van de kleine cel aankomen. De jongen die daarvoor nog stil en bewegingsloos op de hoop stro had liggen slapen, kwam nu kreunend overeind terwijl hij geïrriteerd in zijn ogen wreef.

'Je kunt me ook nooit een dag uit laten slapen hé?' Vroeg hij en ik snoof waarna ik hardhandig zijn dienblad met pap en vies water door de kleine opening heen schoof.

'Lafaards hebben het recht niet om uit te slapen.' Mompelde ik minachtend terug en ik draaide me van hem af zodat ik niet hoefde aan te zien hoe hij het voedsel gulzig in zijn mond zou proppen. Vrijwel automatisch nam ik plaatst in de enige stoel in de lange gang en plaatste ik mijn modderige laarzen op het bureau. Ik zakte onderuit, zette mijn handen achter mijn hoofd waarvan mijn kort geschoren haren in mijn palmen prikte, en bekeek mijn gevangene.

Hij leek teveel op zijn broer. Zijn blik was nadenkend, maar doordringend en zijn zwarte haren vielen precies op dezelfde manier voor zijn ogen. Enkel zijn oogkleur verschilde. Favians ogen waren op TV altijd kenmerkend amberkleurig geweest terwijl die van Ilias zo dof grijs waren dat het hem een doods uiterlijk gaf.

'Je bent afzichtelijk, weet je dat?' Vertelde ik terwijl ik met mijn ogen rolde en toekeek hoe hij de pap en het water naar binnen schrokte. Hij keek niet eens op bij mijn opmerking, hij bleef enkel door eten alsof dat het enige was wat er nog toe deed. Ergens kon ik het hem ook niet kwalijk nemen. Het was de enige maaltijd die hij op een dag kreeg, dus het was vrij logisch dat hij zich gedroeg als een smerig zwijn.

'Alsof jij er zoveel beter uitziet.' Zei hij uiteindelijk nadat hij kennelijk zijn grote hap pap had doorgeslikt. Hij veegde de etensresten van zijn mond af door middel van zijn mouw, en ik trok verafschuwd mijn lip omhoog.

'Ik heb tenminste manieren, van jou is dat niet te zeggen.' Snoof ik, maar ik vervolgde snel op een serieuzere toon. 'Maar ik ben hier niet om met je te discussiëren.' Hij kroop weer terug op zijn stro bed en ging met zijn rug tegen de muur aanzitten, terwijl hij zijn armen om zijn opgetrokken knieën heen sloeg.

'Nee, je bent hier om me te laten zien hoe mijn broer het doet in de Spelen en om me om de zoveel seconden duidelijk te maken dat wanneer hij dood gaat, ik dat ook zal gaan.' Mompelde hij wrang en de glimlach die op mijn gezicht verscheen zorgde ervoor dat hij van mij wegkeek.

'Precies, ik had het zelf niet beter kunnen zeggen.' Ik uitte een korte lach waarin ik de afstandsbediening pakte en ik de kleine tv op het bureautje aanzette. Onmiddellijk verscheen het embleem van het Capitool in beeld en ik kon bijna horen hoe Ilias zijn kiezen op elkaar knarste. Niet veel later vulde het geluid van vogels en drassige grond het gevangenis blok en was te zien hoe een paar Tributen door de arena heen slopen. Ik zapte snel verder naar het kanaal waarop Favian en zijn nieuw verkregen Bondgenoot op te zien waren, en liet hem daarop staan. Ilias moest dit de hele dag aanzien en op het moment dat zijn broer dood neer zou vallen op de grond, zou het moment zijn dat ik Ilias zijn keel zou mogen doorsnijden. Iets waar ik erg naar uitkeek.

De stem van Favian vulde even later de ruimte terwijl hij begon te converseren met zijn Bondgenoot. Ilias zijn blik werd nog chagrijniger en uiteindelijk staarde hij met een woedende blik naar het scherm. Hij had vaak de afstandsbediening uit mijn handen proberen te grijpen, maar zijn handen kwamen niet eens in de buurt van mij door de dikke tralies.

'Hoe voelt het nou, om vast te zitten doordat je broer mee doet aan de Spelen? Als hij nog hier in het District was geweest had ik je meteen af mogen maken, maar deze opsluiting maakt alles zoveel interessanter.' Grijnsde ik gemeen en Ilias stuurde me een giftige blik, maar ik wist dat ik een gevoelige snaar had geraakt.

'Hoe voelt het nou, om de enige vrouwelijke Vredesbewaker te zijn van District 2 en dan dit rot klusje uit te voeren? Babysitten op een gevangene, ze zullen je wel heel hoog in het vaandel hebben staan.' Snauwde hij terug en mijn amuserende blik sloeg in één klap om in een venijnige. Ik haalde mijn voeten met een ruk van de tafel af en drukte boos mijn geweer tussen de tralies door. Recht op hem gericht.

'Wacht maar af jochie, straks ben jij degene die krijst om de genade van een vrouw.' Zei ik door op elkaar geklemde kaken heen en ik zag zijn blik even verschuiven naar angst, maar al snel genoeg keek hij me alweer woedend aan.

'Als mijn broer tot de laatste acht komt zal er weinig zijn om af te maken, en dat weet jij ook Iyov. Als hij bij de laatste acht komt wordt er een interview met mij gehouden en kun je me niet meer afmaken, omdat het Capitool me dan kent. Dan mag je geen haar meer op mijn hoofd krenken.' Ik gromde en drukte mijn geweer nog eens extra door, maar hij bewoog niet. Hij bleef me strak aankijken met die irritante alwetende blik van hem. Het liefst had ik hem toen en daar neergeschoten, maar ik zou zelf ook de kogel krijgen als ik dat zou doen. En dat zag ik toch echt niet zitten.

'Valdis! Wat denk je dat je aan het doen bent?' Met een ruk draaide ik me ietwat geschrokken om terwijl ik het geweer vrijwel gelijk achter me verborgen hield. Met mijn hand salueerde ik naar de commandant voor me die me achterdochtig en minachtend aankeek. Hij had geen idee hoe graag ik die blik van zijn gezicht wilde afslaan.

'Als ik dat geweer nog een keer in de buurt zie bij de gevangene ben jij de volgende die de kracht ervan zal voelen, begrepen?'

'Ja, meneer!' Schreeuwde ik, en ik kon Ilias bijna horen lachen, maar ik durfde hem geen dodelijk blik te sturen. Ik kon enkel naar mijn commandant staren die zich zuchtend omdraaide en de trap omhoog weer opklom waardoor hij Ilias en mij weer alleen liet.

Vrijwel meteen vulde het gegniffel van Ilias de ruimte en ik stuurde hem een woedende blik, maar hij hield niet op.

'Wacht maar totdat jij die kogel in je lichaam zal voelen, lafaard.' Gromde ik, maar Ilias was niet onder de indruk. Hij schonk me enkel een gemene scheve grijns en liet zich terug vallen in de hoop stro.

'Als mijn broer bij de laatste acht komt, of de Spelen geheel wint ben jij de enige die de kogel van dat stomme geweer van je zal voelen. Jij hebt dan gefaald en ze zullen er niet over twijfelen om je af te schieten. Dus ik zou maar oppassen met je minachtende woorden.' Hij lachte opnieuw, draaide zijn hoofd naar mij om en keek me recht aan. 'Jij bent net zo een gevangene hier als dat ik dat ben.'

Ik gromde nogmaals naar hem en negeerde zijn woorden zo goed mogelijk als ik kon. Ik moest er niet opletten wat die lafaard allemaal zei, het waren maar woorden en ze konden onmogelijk waar zijn. Hij was de enige van ons twee die dit jaar dood neer zou vallen. En ik zou degene zijn die daarvoor zou zorgen.

Dat zweerde ik op mijn leven.


District 2 - Vredesbewaker Flynn Madoc (19) POV. Namiddag op Dag 3 van de Spelen.

De huizen in de Winnaarswijk waren altijd een plezier voor het oog geweest. Van kinds af aan bestudeerde ik ze al graag, ook al wist ik toen al dat ik er nooit in zou komen te wonen. De Spelen winnen was niet voor mij weggelegd gezien het feit dat ik al flauw viel bij het zien van bloed. Nee, mijn toekomst had altijd in de meest simpele baan gelegen: patrouille lopen. Het Hoofdgebouw van de Vredesbewakers had er ook zo over gedacht toen ik me onder dwang van mijn vader had aangemeld. Volgens hem moest elke man met een wapen om kunnen gaan, en gezien het feit dat ik nooit de Spelen had gewonnen was dit de enige andere eerbiedwaardige carrière voor mij geweest.

Ik kon het niet meer met hem oneens zijn. Hoe leuk ik het ook vond om hier elke dag van acht uur 's ochtends tot zes uur 's avonds rond te lopen, het was nog steeds iets wat ik onder dwang deed. Het geweer wat ik dan ook mee hoorde te dragen liet ik altijd thuis. Ik durfde het ding niet eens op te pakken, bang dat ik met een simpele fout mezelf dood zou schieten, of nog erger; een Winnaar.

Een zucht ontsnapte over mijn lippen en met mijn hand ging ik dan ook als vanzelf door mijn rode kort geknipte haar heen. De laag hangende zon schrijnde op mijn hoofd en ik kon het zweet langs mijn lichaam voelen druipen. Het Vredesbewakers pak moest verboden worden in de warme zomerdagen van District 2. Ik wist niet of de andere Districten ook dit weer hadden, maar ik had nu al medelijden met mijn mede-Bewakers. Dit was puur lijden.

Ik veegde het zweet van mijn voorhoofd af en mijn ogen vonden als automatisch het huis aan mijn linkerkant. Ik herkende het maar al te goed. Het was het meest nieuwe huis in de vijfde straat van de Winnaarswijk en was een paar jaar geleden extra bijgebouwd, omdat we teveel Winnaars hadden en te weinig huizen. Nu woonde Wodan Caddock er, Mentor van District 2, die zich nu in het Capitool bevond om zijn Tributen te helpen. Niet dat hij er veel werk van maakte. Het gerucht had het dat hij meer tijd besteedde aan zijn Capitoolse liefdes en bewonderaars dan aan zijn eigen Tributen die op leven en dood vochten voor overleving. Er was dan ook al tien jaar geen nieuwe Winnaar voor District 2 geweest, wat een record was, omdat hij zo laks was in zijn Mentortaken.

Bij de gedachte aan deze Spelen keek ik weg van zijn huis en focuste ik mijn ogen op het mooi bijgehouden gazon ervoor. Ik keek nauwelijks naar de Spelen als ik niet moest, omdat ik niet tegen de lugubere moorden kon van de vele Tributen. Ik was liever hier; in mijn wijk, om patrouille te lopen. Een taak die ik zeer serieus nam tijdens de Spelen. Oude Winnaars hadden er een gewoonte van gemaakt om tijdens die weken soms nogal eens gek te gaan waardoor ik vaak genoeg midden in de nacht wakker werd van hun geschreeuw of gescheld. Twee nachten geleden had ik nog een Winnaar van zevenveertig jaar die een stoel door haar raam heen had gegooid, omdat ze dacht dat er iemand haar huis was binnen gedrongen.

De hele wijk was wakker geworden en ik moest iedereen geruststellen. Iets wat me niet bepaald was gelukt waardoor ik ze het uiteindelijk maar onderling heb laten uitvechten. Het waren allemaal oud-moordenaars natuurlijk, dus het was er gevaarlijker voor mij om daar tussen te staan dan dat zijzelf gevaar liepen.

Met mijn gedachtes ver weg sloeg ik de hoek om naar de vierde straat van de wijk, maar deze werden vrijwel meteen verstoort. Ik kwam onhandig tot een halt terwijl ik recht in de gifgroene ogen van het meisje voor mij keek. Het was verboden om voor niet-Winnaars de wijk te betreden zonder toegangspas, maar toch stond een niet-Winnaar hier nu voor me zonder toegangspas om haar nek. Ze kon niet ouder zijn dan achttien en haar extreem doorzichtige jurk vertelde me gelijk de reden waarom ze hier was.

Ik probeerde echt mijn ogen ferm op haar gezicht gericht te houden en haar streng aan te kijken, maar ik kon er niks aan doen. Bijna automatisch gleden ze over haar lichaam heen en voelde ik hoe mijn hoofd langzaam steeds roder aanliep met elk stukje lichaam wat ik aanschouwde.

'Bevalt het je wat je ziet?' Vroeg ze snauwerig en met een ruk schoot mijn hoofd weer omhoog. Ze zette haar hand in haar zij en keek me verwachtingsvol aan, maar er kwam geen enkel woord uit mijn keel. Ik kon alleen maar wat vreemde klanken uitbrengen en roder aanlopen. Ze was duidelijk niet onder de indruk en ze snoof dan ook minachtend. Op dat moment leek mijn stem ietwat terug te keren en kon ik pieperig tweemaal hetzelfde woord uit mijn keel geperst krijgen.

'I-ik, ik-'

'Jij wat?' Onderbrak ze me fel en ze sloeg haar armen over elkaar heen waardoor haar borsten van mijn zicht werden onttrokken.

'Ik ben b-bewaker hier, en ik wil graag je t-toegangspasje zien.' Stotterde ik nog steeds rood aangelopen, maar ik stook mijn hand naar haar uit en had genoeg zelfbeheersing om deze niet te laten trillen. Ik zag haar ogen vernauwen, maar vrijwel meteen verdween de giftige blik op haar gezicht en veranderde deze in een speelse.

De rode kleur die ik een beetje had verloren kwam tien keer zo hard terug en haar vingers die zich om de mijne heen vlochten maakte het er niet makkelijker op. Ze beet op haar lip, kruiste haar benen voor haar en ik had weer al het uitzicht op haar lichaam die ik zo hard mogelijk probeerde te ontwijken met mijn ogen. Maar het was onmogelijk. Het meisje was beeldschoon.

'U kent me toch wel meneer de Bewaker? Ik ben hier voor zaken, ik mag gratis naar binnen.' Ze lachte verleidelijk, tekende wat cirkels met haar vingers op mijn handpalm, maar ik kon haar enkel aangapen. De Bewakers stem in mijn hoofd schreeuwde luid dat ik mezelf bijeen moest schrapen en haar moest arresteren, maar mijn lichaam kwam niet in beweging. Ik was machteloos.

'U wilt me vast wel naar de uitgang begeleiden, toch?' Vroeg ze zoetjes, maar toen ze haar hand op de knuppel aan mijn riem legde kwam ik terug in de realiteit. Ik wist niet waar ik de kracht vandaan haalde om mijn hand uit die van haar te trekken en haar streng aan te kijken, maar het lukte me. En dat was iets waar ik me nu niet over ging verwonderen.

'Ik zal enkel uw pasje bekijken.' Zei ik zo hard mogelijk en de zelfverzekerde blik in haar ogen zag ik breken terwijl de giftige blik weer even terug kwam.

'Maar meneer toch, ik wil enkel-'

'U wilt enkel uw pasje laten zien ja. U mag de wijk niet betreden zonder.' Ik verbaasde mezelf meer en meer, maar het meisje leek mijn tekort aan zelfvertrouwen niet op te merken. Haar blik verdonkerde enkel nog meer en ze zette een ietwat dreigende stap mijn richting op.

'Ik heb geen pasje. Ik ben hier op verzoek van een paar Winnaars om hun lasten in deze weken te verminderen.' Haar woorden klonken arrogant, maar ik kon meteen zien dat ze er moeite mee had om toe te geven dat ze haar lichaam verkocht voor geld. Ik had eigenlijk ook niet anders verwacht, gezien het feit dat haar jurk zo doorzichtig was dat ze net zo goed niks had kunnen dragen. Toch waren de woorden opgedroogd in mijn keel en kon ik geen antwoord geven op haar bekentenis. Ze trok haar wenkbrauwen op en de speelse glimlach verscheen weer op haar gezicht.

'Ik kan het goed met u maken, weet u? Ik kan de last op uw schouders ook wat verlichten, het enige wat u me moet beloven is dat u me niet aangeeft. Dat zou u een meisje zoals mij toch nooit aandoen?' Haar vingers streken langs mijn keel en ze knipoogde zachtjes naar me. Haar armen spreidde ze zo langzaam uit dat ik mijn ogen onmogelijk van haar lichaam weg kon houden en ik voelde dan ook hoe het bloed opnieuw naar mijn hoofd toe stroomde.

'Een meisje zoals mij wilt u toch niet opsluiten in een kille cel? Helemaal alleen, zonder mannelijk gezelschap.' Ze draaide haar zilverblonde haar om een vinger heen en leunde weer naar me toe waardoor mijn hand tegen haar lichaam aankwam. Alsof ik mezelf brandde trok ik geschrokken terug en ze begon zachtjes te lachen.

'Wees maar niet bang, ik zal rustig aan doen. Ik weet precies waar bepaalde mannen van houden, ik weet precies hoe-' Haar lippen raakte bijna mijn wang, maar in een reflex zette ik een stap terug en keek ik haar ongelovig aan. Ze stopte midden in haar zin en keek me verwarrend aan, maar mijn gedachten waren een warboel. Ik voelde hoe mijn hele lichaam stijf was en ik haar met grote ogen aankeek terwijl mijn stem krakend uit mijn keel kwam.

'Uw naam.'

'Mijn naam?' Vroeg ze ongelovig en verward. Een stijf knikje was het enige wat er bij mij afkwam en geïrriteerd en ongelovig zette ze haar handen opnieuw in haar zij.

'Hoezo wilt u die weten, ik-'

'Voor de boete die u van mij krijgt voor het betreden van verboden terrein. Ik zal u niet aangeven.' Bibberend en na een paar verkeerde handelingen greep ik het kleine zwarte notitieboekje uit mijn broekzak. Vrijwel onmiddellijk sloeg ze haar armen weer over elkaar heen en keek ze me met een nog ongelovigere blik aan.

'Een boete? Dat wilt u me voorschrijven, omdat ik hier ben om te werken?' Snauwde ze, maar ik gaf haar geen antwoord en ik ontweek haar blik. Ik zocht enkel mijn pen en draaide deze open waarna ik haar pas weer aandurfde te kijken.

Voor even was dat het enige wat volgde. Haar gifgroene ogen die mijn hazelnootkleurige aankeken, maar daarna verscheen er weer een glimlach op haar gezicht en pakte ze weer een pluk haar die ze begon rond te draaien.

'Silver Ragbone, Bewaker. U hebt vast wel van me gehoord.' Mompelde ze en ze probeerde verleidelijk op haar onderlip te bijten, maar ik keek meteen weer weg. Natuurlijk had ik van haar gehoord, hoe dom had ik kunnen zijn om niet eerder te beseffen dat zij het was. Ze stond bekend in het District als iemand die de harten van alle jongens op hol sloeg, het gerucht ging zelfs rond dat de mannelijke Tribuut uit District 2 van dit jaar, Tellas Lane, zich voor haar had aangemeld. Winnaars vielen bij haar in de smaak.

Met een slecht te lezen handschrift schreef ik haar naam op en de som geld, maar de rest van haar gegevens had ik niet. Voordat ik haar dit ook maar kon vragen voelde ik hoe een hand de pen uit de mijne haalde en hoe een andere hand zich in mijn nek legde.

'Ik betaal nu wel meteen Bewaker, als u het niet erg vind.' Het notitieboekje kwam met een doffe plof op de grond en ik kon alleen maar toekijken hoe ze zich vooroverboog terwijl ze haar lippen hard op die van mij drukte. Haar handen vonden hun weg naar mijn kraag en mijn gehele lichaam leek te verslappen terwijl ze mij de bosjes introk. Mijn protesten verdwenen samen met mijn macht om haar te stoppen en het enige wat dan ook nog volgde was een kreun die over mijn lippen ontsnapte in de warme avondlucht.


AN:

Gelukkig Nieuwjaar iedereen! Ik hoop dat jullie een hele fijne kerst hadden en dat jullie een geweldig, goed en mooi 2014 te wachten staat.

Het eerste tussenhoofdstuk dus! Deze was al een tijdje geleden geschreven, maar ik kan hem nu dan toch eindelijk posten. De drie Tributen die met deze Vredesbewakers in connectie staan zijn: Lerola, Favian en Tellas.

Lerola: Haar achtergrond verhaal wilde ik al een hele tijd duidelijk maken, omdat ik denk ik voor haar persoonlijkheid een flinke uitleg verschuldigd ben. Vandaar dat haar stukje het langst was. Het feit dat ze zo gestoord, gek, cynisch en moordlustig is moest een rede hebben. Iemand wordt niet zomaar zo vanuit zichzelf. Haar moeder heeft dus verteld wat daarvoor de verklaring is en ik denk dat dit erg goed aansluit bij hoe Lerola handelt in bepaalde omstandigheden (zoals in het volgende hoofdstuk ook te merken is).

Favian: Zoals jullie je vast en zeker nog herinneren van zijn Boete was Favian behoorlijk in paniek toen zijn broertje Ilias niet kwam opdagen bij de Boete. Favian heeft dan ook in het Capitool met Logan (zijn mentor) er nog een flinke ruzie over gehad net voor de strijdwagens. Dit verhaal moest dus ook zeker goed duidelijk gemaakt worden en zoals jullie nu dus weten zit Ilias gevangen. Zijn overleving hangt af van die van Favian en hetzelfde geld eigenlijk ook voor Iyov.

Tellas: Van hem weten we enkel wat af van Silver door zijn Boete, maar ze zal nog meer terugkomen omdat ze uiteindelijk een belangrijke rol gaat spelen in het verhaallijn van de mentoren. Zij was dus deels een hele grote rede waarom Tellas naar de Spelen is gegaan, en haar achtergrond verhaal vond ik dus ook zeer belangrijk (en ook erg leuk om te schrijven). Flynn is stiekem mijn favoriete Vredesbewaker uit dit hoofdstuk haha ;).

Het volgende hoofdstuk zal weer afspelen in de arena en als jullie goed hebben gelezen in dit hoofdstuk heb ik al een kleine tip gegeven. Er zal een dode zijn! Wie dat is komen jullie dan achter, ik verklap nog niks, enkel dat jullie niet gelijk uit moeten gaan van het meest voor de hand liggende.

De puntentelling:

LaFlorine - 37 Punten.
Greendiamond123 - 44 Punten.
MyWeirdWorld - 63 Punten.
SirWalsingham - 54 Punten.
FF-Schwarz - 42 Punten.
MadeByMel - 36 Punten.
TeenReadToo - 28 Punten.
JoyMainhood - 12 Punten.
LauraTwilightHungerGamesHPfan - 29 Punten.
Sharonneke95 - 40 Punten.
Cicillia - 18 Punten.
Leakingpenholder - 31 Punten.
Florreke - 23 Punten.
LeviAntonius - 69 Punten.
NoxSelkirk - 12 Punten.
Azmidiske87 - 13 Punten.
Serenetie-ishida - 12 Punten.
Evalovespeeta - 4 Punten.

Tot het volgende hoofdstuk en mijn goede voornemen van dit jaar zal zijn vaker updaten haha,

Jade