Dag 3: Verdeel en Heers.


District 2 – Lerola Aemilia (17) POV. Dag 3: Twee uur 's ochtends.

Mijn nagel schraapte langs zijn wang. Ik kon de angst duidelijk in zijn ogen aflezen. Hij was bang, het was te ruiken. Zijn handen werden strak op zijn rug gehouden, maar ik kon zo al zien dat hij niet van plan was ons aan te vallen. Hij zou nog eerder op z'n knieën vallen, smekend om genade.

Ik nam een stap terug en bekeek zijn gezicht nog eens. Hij zat onder het bloed, daar had Tellas wel voor gezorgd. Zijn kaak werd blauw en zijn rechteroog was gezwollen. Hij ademde onrustig en zijn ogen bleven tussen ons heen schieten. Ik lachte zacht.

'Wat te doen, wat te doen?' Mompelde ik en keek Tellas even kort aan die zijn hamer al half in de lucht had hangen, klaar om de genadeslag te geven.

'Ik kan jullie helpen, ik kan-' Leandros zijn stem werd bruut afgekapt door de stomp van Tellas in zijn maag. Hij klapte dubbel, maar Tellas trok hem weer overeind aan zijn haren. Bloed droop langs zijn mond en ik zag dat hij moeite had met mij aan te blijven kijken, maar ik lachte.

'Helpen, he?' Ik boog voorover en greep zijn kin hardhandig vast. 'Hoe was je dat van plan? Wat heb jij ons te bieden dat wij niet al hebben?' Mijn nagels boorden zich in zijn vel, maar hij staarde me enkel vurig aan.

'Ik had een acht voor een trainingsscore.' Begon hij schor, maar Tellas zijn gelach overstemde hem al snel.

'Dacht je dat we daarvan onder de indruk zouden zijn? Wij hadden een elf.' Tellas gebaarde naar mij terwijl ik Leandros zijn kin langzaam los liet. Mijn nagels lieten schrammen achter, maar het leek hem niet te deren.

'Ik had ook een acht.' Ik draaide me om en hoorde de mompelende, ongeïnteresseerde stem van Caldwell die met zijn armen over elkaar heen achter ons stond. 'Ik zit toch ook bij de Beroeps.' Tellas gromde wat en liet Leandros los waardoor deze op de grond in elkaar zakte.

'Daar kan ik met alle plezier gauw genoeg een eind aan maken.' Antwoordde Tellas boos, maar ik stak mijn arm voor zijn borst voordat hij verder naar hem toe kon lopen. Caldwells ogen flikkerde tussen ons heen en weer, proberend boos te kijken, maar faalde.

'Waarom doen we niet gewoon wat we al een half uur geleden hadden moeten doen, hem afmaken?' Rhine's snauwende stem sneed door de stilte heen terwijl ze ongeduldig heen en weer liep met haar beide zwaarden in haar handen. Ik draaide me langzaam naar haar toe en keek haar met vernauwende ogen aan.

'Laat ik je eraan herinneren dat jij hier niet de baas bent.'

'Laat ik jou eraan herinneren dat we hier in de Spelen zitten. We horen mensen te vermoorden, niet te redden.'

Haar blauwe ogen keken me venijnig aan, maar ik kon zien dat ze bang was voor wat Tellas en ik zouden doen. Ze trilde dan wel niet zoals Caldwell, maar ze snapte dat ze in de minderheid was en dat ze gevaar liep. Ik opende mijn mond om te spreken, maar tot mijn verassing onderbrak Leandros me.

'Deze Spelen zijn niet enkel een gevecht, het is een show. En als jullie mij afmaken geven jullie het Capitool geen show. Jullie hebben me nodig, voor Sponsors.' Hij staarde Rhine recht aan, maar ik zag zijn ogen tussen haar en de achtergrond verschuiven. Ik volgde zijn blik, licht verbaasd, en merkte toen pas op dat er een witte parachute tien meter verderop op de grond lag. Een Sponsorgift met een zwarte twaalf erop geschreven.

Toen ik bleef staren volgde de rest al snel genoeg mijn blik en voor ik het wist rende Caldwell op de parachute af. Zijn gierige handjes grepen het metalendoosje van de grond en probeerden het open te trekken, maar er kwam geen beweging in.

'Aan de kant en laat het mij doen.' Tellas was binnen enkele seconden naast Caldwell en duwde hem ruw op de grond terwijl hij het doosje uit zijn handen rukte. Maar ook zijn sterke handen kregen het niet open.

'Het is voor mij bedoeld, jullie kunnen het niet openen.' Zei Leandros, sterker dan eerst en stond langzaam op. Hij had duidelijk moeite met overeind blijven en toen Tellas hem venijnig het Sponsorgift toewierp viel hij bijna om.

Zonder dat iemand het merkte haalde ik mijn dolk langzaam uit mijn mouw terwijl ik verwachtingsvol toekeek hoe Leandros zijn vinger op de bovenkant van het doosje legde en deze met een zachte klik opende; Sponsorgiften hadden dus vingerafdruk herkenning. Over dat kleine detail kon ik echter niet lang nadenken omdat een wit, klein briefje bedekt met gouden letters tevoorschijn kwam uit het doosje.

'Lees het voor.' Commandeerde ik en Leandros keek me kort schuin aan voordat hij stamelend begon.

'Tweemaal overwinnaar is hij, die bij een overwinning zichzelf overwint. Spaar hem en een ander slachtoffer zal jullie toebehoren. Sinopa Todd, Mentor District 12.'

Voor een korte tijd was het doodstil. Ik voelde ieders ogen op mij rusten terwijl ik alleen naar Leandros staarde. Het briefje was vreemd, zeker voor een Mentor, maar ik snapte de betekenis. Ik kon dit Spel winnen door hem te laten leven, het Capitool zou het niet verwachten. Ze zouden me belonen door mijn vergevingsgezindheid en in tijd zou ik ze alsnog laten zien hoe ik kon moorden. Hem sparen gaf me enkel bonuspunten voor nu en hij had een Sponsorgift voor ons wat nieuwe slachtoffers aanbood. Ik zou winnaar zijn van dit spel nu, maar ook van de Spelen zelf. Tweemaal overwinnaar, omdat ik niet mijn natuurlijke instincten zou volgen. Omdat ik niet zou moorden.

'Wat moet dat beteken-' Tellas eindigde de stilte met zijn geïrriteerde stem, maar ik hief mijn hand op en stopte hem.

'Open het.'

Leandros zijn vingers trilde. Het voorwerp in het ijzeren doosje was verpakt in een zwart zakje, maar toen het eruit gleed kon ik nauwelijks iets zien. De dovende vlammen van het kampvuur gaven net genoeg licht om de contouren ervan te zien. Het was een glanzend, klein doosje met een zilveren opening aan de voorkant.

In een langzame tred liep ik naar Leandros terwijl ik mijn dolk weer terug stak in mijn armhouder. Mijn ijzeren nagels schraapte over het doosje heen en voor kort flikkerde mijn ogen even naar Leandros die me intens aankeek. Met een zachte klik duwde ik de zilveren opening aan de voorkant in en sprong het doosje open.

Een zilveren lemmet bescheen zacht mijn gezicht en tolde rond onder een dun glazen plaatje. Het was een mespunt die rond draaide en daaronder was een oppervlak, wit met bloeddruppels. Een kompas, maar zonder wijzerplaat om aan te geven waar het noorden was. Het diende dus ergens anders voor.

'Mogen wij ook nog weten wat het is?' Snauwde Tellas plots en greep zonder aankondiging het kompas uit mijn handen. Ik reageerde in een reflex, trok mijn dolk en duwde de punt tegen zijn nek aan voordat hij de kans had om het kompas te bekijken. Zijn ogen vernauwden zich en ik kon zien dat hij zijn spieren aanspanden.

'Geef het terug. Nu.' Mompelde ik kalmer dan verwacht, maar Tellas gehoorzaamde niet.

'Wat wilde je doen, mij vermoorden?' Antwoordde hij minachtend en er verscheen langzaam een zelfverzekerde, zieke grijns op zijn gezicht. Ik duwde echter als antwoord mijn dolk verder zijn nek in waardoor er een druppel bloed verscheen.

'Denk niet dat ik het niet zal doen omdat je mijn Bondgenoot bent.' Zijn grijns verdween niet. Hij stapte enkel zelf dichterbij waardoor mijn dolk nog dieper in zijn nek sneed.

'Oh, maar ik ben zoveel meer dan dat.'

Stilte volgde. Ik kon de spanning in de lucht voelen hangen en mijn hand bewoog zich langzaam naar de zijne om het kompas te pakken, maar hij verraste me. Met een ruk pakte hij mijn pols vast en trok me naar zich toe waardoor de dolk van zijn nek afgleed en ik tegen hem stond aangedrukt.

'Bedreig me niet nogmaals, jij bent niet de enige die hier de baas is.' Zijn warme adem drukte tegen mijn oor aan terwijl hij fluisterend het kompas in mijn hand duwde. Ik snoof, trok me uit zijn greep en draaide me om naar de anderen om te zien dat ze ons gespannen aan hadden gestaard.

Een cynische, korte lach ontsnapte van mijn mond en mijn blik verschoof naar Leandros die nog steeds gespannen en moeilijk ademend voor mij stond. Ik zou hem nu kunnen vermoorden. Het Sponsorgift was van mij en hij was onbewapend. Maar iets hield me tegen. Het feit dat hij, een zielige Tribuut met een trainingsscore van een acht, zojuist een gift had gekregen terwijl ik in de afgelopen drie dagen nog niks had ontvangen verontrustte me. Mocht ik hem vermoorden dan zouden de giften van de Capitoolinwoners nog wel eens minder worden, omdat ik een duidelijke favoriet van hen had vermoord. Voor nu moest hij blijven leven. Voor nu hadden we hem nodig.

'Je mag blijven.' Zijn ogen schoten onmiddellijk omhoog en ik hoorde Rhine woedend snuiven, maar ik was nog niet klaar. 'Je moet echter wel bewijzen dat je het waard ben.' Ik wierp het kompas naar hem toe en hij ving het klungelig.

'H-hoe?'

'Bezorg me mijn beloofde slachtoffer zoals op het briefje stond.'

Langzaam leek hij te beseffen waar het kompas voor diende waar ik een paar minuten geleden al achter was komen. Het gaf geen richting aan, maar zou ons wijzen waar de dichtstbijzijnde vijandige Tributen zouden zijn. Het zou ons wijzen naar ons volgende slachtoffer.

Ik gaf het signaal dat iedereen zijn spullen moest pakken en klaar moest zijn voor het gevecht. Leandros bleef hulpeloos aan de zijkant staan totdat ik hem mijn dolk in zijn handen duwde. Het bloed van Tellas zat er nog op en leek hem te verafschuwen, maar ik bleef hem strak aankijken.

'Als je bij ons wilt blijven moet je zoals ons denken. Je zal moeten moorden, vandaag nog.' Zonder hem nog langer aan te kijken stapte ik langs hem heen en liep ik de richting op die het kompas aangaf. Vandaag zou het Capitool zijn slachtoffers ontvangen. En ik zou hun bloed proeven.


District 2 – Tellas Lane (18) POV. Dag 3: Vijf uur 's ochtends.

Zonder een geluid te maken liet ik mijn rugzak van mijn schouders afglijden. Ik voelde Lerola's bezwete lichaam langs dat van mij kruipen en zag hoe haar ogen gefixeerd waren op een punt in de verte. We konden ze beiden zien; onze slachtoffers.

Het schemerde nog, maar ik wist zeker dat als de zon over een uur haar stralen over de bomentoppen heen zou werpen, ze hun dode lichamen in een gloed zou baden. We zouden zo met de twee slapende meisjes klaar zijn, één voor één dood.

Mijn ogen verplaatsten zich van hen naar de jongen die met zijn rug tegen de boomstam aanzat. Een zwaard lag naast hem, schoon van bloed en smerigheid, maar ik wist beter. Zijn gezicht herkende ik maar al te goed. Het behoorde toe aan de onbekende moordenaar die Zara had afgemaakt in het Bloedbad. Hij was David Curtis, iemand die wist hoe hij moest vechten. Een dreiging voor ons.

'Schiet hem neer.' Fluisterde ik zachtjes naar Lerola naast me die haar pijl en boog stevig vast hield. Ze draaide zich naar me om en keek me recht aan.

'Ik dacht dat je wel van een uitdaging hield, of ben je bang dat hij je verslaat net zoals Zara?' Ze glimlachte cynische en richtte haar blik weer op de jongen. 'Ik wil een uitdaging Tellas, zo kan de nieuwe ook laten zien wat hij kan.'

Ik snoof bij de gedachte aan Leandros. Dat wij hem toe hadden gelaten in de Beroeps was één grote grap. Ik kon hem nu nog niet afmaken, omdat hij beschermt werd door Lerola. Maar zo snel als ze haar interesse in hem zou verliezen, zo snel zou ik zijn schedel inslaan. Daar kon hij op rekenen.

Ik grijnsde. Toen ik mijn hoofd naar achteren omdraaide zag ik hem verslapt tegen de boom bij de rugzakken zitten. Hij was niet beter dan een Tribuut van twaalf jaar oud.

'Kom mee, ik heb een plan.' Geschrokken van haar stem draaide ik mijn hoofd terug om Lerola breed te zien grijnzen. Ze kroop achteruit, de heuvel af, en wenkte mij te volgen. Na enkele seconden stonden we bij Rhine die blij leek te zijn dat we eindelijk actie zouden gaan ondernemen. Caldwell stond een eindje verderop en kwam niet dichterbij toe we hem erbij riepen, hij was net zo'n lafaard als Leandros, alleen de laatste verraste me. Uitgeput en bleek liep Leandros naar ons toe om mee te luisteren.

'Tellas begint met de aanval, het moet lijken alsof hij in z'n eentje is zodat ze niet meteen zullen vluchten.' Een lach ontglipte over mijn lippen bij het idee dat ze niet geïntimideerd door me zouden zijn. Elke normale Tribuut zou voor me vluchten, maar niet David. Hij zou terug vechten.

'Als Tellas de aanval begint dan volgen Rhine en Caldwell. Ik en Leandros zullen vanaf de heuvel-'

'Jij en die slappeling zullen vanaf de heuvel wachten totdat wij het moorden hebben gedaan bedoel je zeker. Ben je bang om je handen vies te maken?' Onderbrak Rhine, Lerola snauwend terwijl ze met een vurige blik haar zwaarden voor zich uit stak. Lerola leek niet onder de indruk te zijn en zette een stap naar voren zodat de zwaarden van Rhine tegen haar schouders aankwamen.

'Ik wacht op de heuvel omdat ik vanaf daar de meeste schade met mijn pijl en boog kan doen, of ben je te onnozel om dat te beseffen?' Haar stem was zacht, maar ik kon zien dat Rhine haar woede moest verbijten. 'De trainingscentra in District 4 zijn duidelijk van de laagste kwaliteit als ze zulk soort Beroeps voortbrengen.' Lerola snoof en stapte van ons af om haar koker te vullen met meer pijlen, zonder Rhine nog een blik waardig te gunnen die leek te koken van woede.

Ik liep haar achterna en pakte mijn hamer bij de stapel spullen vandaan. Het wapen had nog geen actie gezien, omdat ik in het Bloedbad mijn moorden met een speer en zwaard had uitgevoerd. Maar over iets minder dan een uur zou het ijzeren oppervlak bedekt zijn met het bloed van de drie Tributen. Daar kon ik op rekenen.

Zonder nog langer te wachten kroop ik weer naar de top van de heuvel om te zien of David als enige nog wakker was. Hij zat op precies dezelfde plek als eerst en leek niks in de gaten te hebben. Ergens stelde me dat teleur. Een beetje ophef was altijd leuker en vooral als het van hun kant was. Zij waren notabene de prooi in dit spel.

Ik keek nog één keer achter me waar ik zag dat Lerola haar eerste pijl op haar boog legde, Rhine ongeduldig haar zwaarden tegen elkaar aanwreef en Caldwell bleekjes op de achtergrond met een enkel werpmes in zijn handen stond. Dat had Leandros moeten zijn. Een bang jongetje van veertien die niet durfde te moorden, maar in plaats daarvan had hij plaats genomen naast Lerola met de gegeven dolk in zijn hand.

Het was tijd.

Ik klom over de heuvel heen en zag meteen hoe David overeind schoot en zijn zwaard van de grond afgeritste. Zijn ogen schoten tussen mij en de bomen door, opzoek naar mijn Bondgenoten, maar vond niemand. Hij was te dom om te beseffen dat we een hinderlaag hadden gelegd.

'Wat is dit, geen warm welkom?' Bulderde ik en spreidde mijn armen weid uit, alsof ik een lang verloren vriend begroette. Ik zorgde er echter voor dat hij de zware hamer in mijn handen maar al te goed kon zien. En dat kon hij. Zijn gezicht verbleekte zowaar nog meer en ik kon zien dat hij moeite kreeg met zijn zwaard stil houden. Hij was doodsbang.

'Zullen we de dames maar ook eens wakker maken, dan kunnen ze van het feestje genieten.'

Voor hij antwoord kon geven schopte ik met mijn laars tegen de maag van het meisje wat links van me lag. Happend naar adem werd ze in een schreeuw wakker en kon ik zien dat ze niet ouder dan vijftien kon zijn. Een jonge Tribuut, die waren extra leuk om te vermoorden.

Tranen rolden van haar wangen en eerst keek ze verward op, recht in mijn ogen. Ik grijnsde breed en zag hoe ze verschrikt achteruit probeerde te kruipen richting David. Hij trok haar overeind en fluisterde wat in haar oor wat ik niet kon horen. Maar het meisje knikte en stapte achter hem en legde haar broze handen op zijn schouders.

'Wat schattig, je zou bijna denken dat ik medelijden met haar zou hebben als ik haar keel doorsnijdt, maar helaas.' Ik lachte en ik kon zien hoe David woedend zijn kaken op elkaar klemde om niet te schreeuwen. Verstandige keuze.

Ik draaide me om naar het meisje rechts van me, maar zag echter tot mijn verbazing dat ze al wakker was. Ik herkende haar als Emily uit District 5. Haar groene ogen keken me ijskoud aan terwijl haar verwondde hand een dik zwart touw vasthield. Ik trok mijn wenkbrauwen op en begon te lachen waarvan ze leek te schrikken.

'Wat was je daarmee van plan, me vastbinden?' David gromde en zwiepte zijn zwaard richting mijn hoofd maar ik bukte handig en schopte hem tegen zijn schenen aan waardoor hij bijna achterover viel.

'Ik ben niet bang voor je als je dat soms denkt,' hijgde hij vermoeid terwijl hij zich langzaam weer naar me oprichtte en me recht aankeek met een haat die ik nog niet eerder had gezien. 'Je kunt ons alle drie niet aan, je kunt niks in je eentje.'

'Maar wie zei dat ik alleen was?' Mompelde ik grijnzend en hief mijn armen omhoog ten teken voor Caldwell en Rhine om te komen. Ik zag de blik in Davids ogen veranderen van haat naar pure wanhoop. 'Ik heb een heel leger meegenomen om jou en je vriendinnetjes te verpletteren, en wees er maar zeker van dat het zal gebeuren.'

Het geluid van Rhine's zwaarden die over elkaar heen schuurden vulde de stilte die volgde na mijn uitspraak. Ik kon Caldwells angstige voetstappen ver achter ons horen, maar ik wist dat we dit gevecht ook makkelijk zonder hem zouden kunnen winnen.

Mijn hamer draaide een paar keer om in mijn hand terwijl de grijns op mijn gezicht verbreedde. Met een grom zwaaide ik het machtige zwarte wapen richting David die snel aan de kant dook en zijn Medetributen aan de kant duwde. Het was nu enkel nog een gevecht tussen hem en mij.

Ik hoorde hoe Rhine in de aanval ging tegen de twee meisjes, maar David haalde al snel mijn aandacht terug naar ons gevecht door met zijn zwaard naar voren te steken. Ik pareerde hem gemakkelijk en maakte nogmaals een grote zwaai met mijn hamer naar zijn hoofd. Het geluid van zijn brekende neus was als muziek in mijn oren en lachend schopte ik hem omver. Met een doffe bonk viel hij achteruit en ik bracht mijn hamer omhoog voor de genadeklap. Dit was te simpel.

'Ik had wel meer van je verwacht dan dit!' Het bloed droop over zijn lippen heen en ik zag dat hij moeite had met ademen, maar zijn ogen bleven me vurig aankijken.

'Oh, maar dit is nog lang niet het einde.' Hijgde hij hoestend, 'Mocca, nu!'

Verward staarde ik hem aan, maar voor ik wat kon doen voelde ik hoe een strak touw zich om mijn keel sloot en van achteren werd aangetrokken. Kokhalzend liet ik mijn hamer uit mijn handen vallen en probeerde ik het touw met mijn vingers van mijn nek af te krijgen, maar dat resulteerde enkel in schrammen.

Met een woedende grom draaide ik me om en sleurde ik het touw met me mee waardoor het verslapte. Het jongere meisje Mocca wat ik eerder nog in haar maag had getrapt stond met een lijkbleek gezicht, maar een verbeten blik in haar ogen achter me. Het touw in haar handen. Hoe kon ze denken dat ze mij aankon doormiddel van zo'n domme truc?

Ik rukte het touw tussen haar vingers weg waardoor er rode striemen achter bleven, en met één enkele grote stap stond ik recht voor haar. Mijn hand haalde uit voor ik nadacht en met een harde klap smeet ik haar op de grond neer. Ik wilde naar haar hopeloze lichaam toelopen om haar nog wat brozer te schoppen, maar David tackelde me van achteren en duwde me met mijn gezicht recht in de modder.

Met een klap smeet ik hem van me af en greep ik mijn hamer weer vast. Grommend draaide ik me om, maar David rolde weg en mijn hamer kwam met een dreun op de lege, vochtige grond terecht. Hij krabbelde overeind terwijl ik zijn voeten nog probeerde te grijpen, maar hij was te snel.

'Vuil onderkruipsel!' Schreeuwde ik en ik haalde nogmaals uit met mijn hamer, maar David was te snel. 'Vecht als je een man bent, in plaats van weg te rennen!'

In mijn ooghoeken kon ik zien hoe Rhine in gevecht was met Emily, die haar op afstand hield door stenen te gooien, maar Caldwell stond nog steeds vast gekluisterd aan de grond met bange ogen toe te kijken. Lafaard. Hij zou de volgende zijn die dood op de grond zou liggen na deze drie.

Mocca lag niet meer op de plek waar ik haar had neergesmeten, maar ik wist dat ze zich ergens verstopte. Als een bange hond was ze haar wonden aan het likken terwijl Davids bloed over de grond van de arena heen droop. Hoe vaak hij het ook weg veegde, er kwam al snel weer nieuw dik, rood bloed uit zijn neus zetten.

Ik haalde nogmaals uit met mijn hamer, maar met elke slag die ik maakte stapte hij weg en ontweek mijn aanval. Ik werd ongeduldig, mijn bloed leek te koken in mijn aderen en het liefst wilde ik zijn hoofd verpulveren met mijn handen.

'Uitschot! Vecht dan terug!' Brulde ik, maar hij stapte alleen maar sneller achteruit en probeerde me te ontwijken. Mijn aanvallen werden steeds meer geleidt door mijn woede en ondoordachter. Ik leek niks anders nog te zien dan David en zijn zelfingenomen blik in zijn ogen. Het maakte me ziek van woestheid.

Zijn zwaard blonk plots in de schemering en met een ijzige pijn raakte hij me in mijn bovenarm. Fel haalde ik ook weer uit, maar hij blokkeerde mijn slag snel. Het warme bloed wat over mijn arm heen vloeide negeerde ik terwijl hij eindelijk terug vocht.

Een ijselijke lach vulde de lucht toen David uithaalde naar mijn hoofd. Grijnzend lachte ik mee met de maniakale stem van Lerola terwijl ik Davids ogen zag vullen met angst. Ik kon Rhine geïrriteerd horen grommen, maar mijn ogen fixeerde zich op de heuvel achter David. De heuvel waar Lerola met gespannen pijl en boog opstond.

De mist die met dunne slierten rond haar voeten lag hulde haar schim in een lugubere sfeer. Ik zag de cynisch grijns vanaf hier al op haar gezicht en kon de dodelijke pijl op haar boog zien liggen. Ze wierp een schaduw over de helling heen door de maan die laag achter haar in de hemel hing, maar ik had enkel oog voor de pijl.

De pijl die lachend werd afgeschoten. Recht in Davids rug.


District 7 – Mocca Lynne (14) POV. Dag 3: Vijf uur 's ochtends.

De schreeuw van Emily wees me er als eerste op dat er iets mis was, maar toen het gelach van Lerola nogmaals volgde wist ik dat ik me niet langer kon verstoppen. De boom die voor mijn bescherming had gezorgd was nu als een marteling, omdat ik niet kon zien wat er gebeurde. Met elke lach van Lerola leek mijn lichaam nog meer pijn te doen. Met elke schreeuw van Emily voelde ik me nog beschaamder, omdat ik stond te schuilen. Omdat ik niet vocht.

'Maak hem af, Tellas!'

Mijn lijf verstijfde bij die woorden. Ik leek niet meer te kunnen bewegen terwijl mijn benen onder mijn lichaam trilde. Het feit dat ik nog steeds wapens tegen elkaar hoorde knallen bracht me hoop. David was nog niet dood.

Langzaam schuifelde ik achter de boom vandaan, maar mijn hoop werd gelijk de grond in geboord. David was lijkwit weggetrokken terwijl zijn zwaard in zijn handen beefde, maar het enige waar mijn ogen naar konden kijken was de pijl die bloedend in zijn rug zat. De pijl die hem doodde. Ik wilde gillen, krijsen en schreeuwen, maar plots zag ik Tellas staan. Breed grijnzend, klaar om de hamer op Davids hoofd neer te laten komen.

'Kijk uit!' Gilde ik zonder er over na te denken, maar het zorgde ervoor dat Tellas stopte met zijn aanval. Zijn ogen draaide zich naar mij om en ik voelde mijn hele lichaam in elkaar krimpen. Het voelde alsof zijn hamer al op mijn lichaam neerkwam. Mij dodend en er voor zorgend dat ik nooit meer thuis zou komen.

Struikelend zette ik een paar stappen achteruit en angstig keek ik toe hoe Tellas hoog boven mij uit torende. Zijn lichaam blokkeerde het maanlicht en voor even dacht ik dat ik al dood was, maar het blinkende licht wat het zwaard van David weerkaatste zorgde ervoor dat ik terug kwam in de werkelijkheid.

Iemand greep me vast voordat ik kon beseffen dat David door vocht met de pijl in zijn rug. Emily hees me overeind en probeerde me mee te trekken, maar mijn lichaam weigerde in beweging te komen.

'Denk maar niet dat je nogmaals aan mij ontkomt door je stomme trucjes!' Een meisje met blond haar en fel blauwe ogen verscheen plots voor ons. Haar zwaarden zaten onder modder en ik kon er deuken in zien zitten.

'Mocca ren!' Schreeuwde Emily die me hardhandig richting de bomen duwde. Ze bukte snel en greep een handvol kiezelstenen die ze naar het meisje wierp. Deze verdedigde zich grommend en gilde woedend om haar bondgenoot.

'Caldwell, kom hier lafaard!'

Verward probeerde ik op te staan en te vluchten, maar mijn lichaam werkte niet mee. Alsof ik in shock verkeerde viel ik bij elke stap die ik probeerde te zetten op de grond. Ik probeerde me staande te houden aan de boom, maar een paar handen duwde me in de modder.

Bang en angstige wilde ik wegkruipen, maar ik werd ruw weer overeind getrokken terwijl het snijvlak van een mes tegen mijn keel werd aangedrukt. Onmiddellijk stopte ik met worstelen en voelde ik hoe mijn aanvaller me beter vast greep. Ik werd op mijn knieën gedwongen, maar de handen die het mes vast hielden beefden zo enorm dat het mes tegen mijn keel aan trilde.

'Probeer niet te ontsnappen en ik doe je niks.' Fluisterde een stem in mijn oor, maar ik kon de angst er duidelijk in horen. Ik draaide mijn hoofd iets zodat ik mijn aanvaller kon zien en zag een jongen achter me staan van ongeveer mijn leeftijd. Blonde krullen en gif groene ogen die er waterig uitzagen. Ik herkende hem als de District 1 jongen Caldwell, degene die net werd uitgemaakt voor lafaard door z'n bondgenoot.

Ik schrok op toen ik plots geschreeuw achter ons hoorde. Emily werd slepend aan haar haren naar ons toe getrokken en uiteindelijk ook op haar knieën gedwongen door het meisje. Ze zaten voor ons, maar ik kon zo al zien dat Emily gewond was. Zonder na te denken probeerde ik op te staan, maar Caldwell trok me weer terug op de grond en duwde het mes trillend tegen mijn keel aan.

'Dit heeft lang genoeg geduurd, maak er een einde aan!' Schreeuwde het meisje hard terwijl ze haar zwaarden tegen Emily's keel aandrukte. Ik volgde haar blik naar voren en zag dat David hijgend en zwetend nog met Tellas in gevecht was. Tellas deed er echter geen moeite voor om te winnen, maar leek het enkel leuk te vinden om zijn tegenstander zo te zien strijden voor zijn leven. Ik probeerde uit alle macht mijn tranen binnen te houden. Ik kon het niet aan om te zien hoe David langzaam stierf voor het plezier van Tellas. Voor het plezier van het Capitool.

'Laat hem gaan!' Jankte ik, maar het enige wat volgde was een klap tegen mijn hoofd van Caldwell. Tranen brandden in mijn ogen en de wereld draaide om me heen. Ik registreerde vaag het geluid van een pijl die werd afgeschoten, maar pas toen ik Emily hoorde gillen besefte ik wat er gebeurde.

David strompelde op zijn plek terwijl een tweede pijl zich in zijn schouder had geboord. Ik kon Tellas en Lerola horen lachen, maar ik had enkel oog voor David die door zijn knieën zakte. Speeksel en bloed droop van zijn kin af en hij leek de wereld om zich heen niet meer op te merken. Jankend probeerde ik om genade te smeken, maar niemand leek me te horen.

'Drie pijlen moet genoeg voor je zijn, nummer drie.' Lerola's cynische stem kwam steeds dichterbij terwijl ze langzaam naar ons toe liep. David die hijgend op z'n knieën zat hief langzaam zijn hoofd op en keek recht in haar koolzwarte ogen. Nog geen meter van hem af spande ze haar boog opnieuw en haar lippen bewogen, maar de woorden kwamen niet bij me aan. Emily's gegil bereikte mijn oren niet. Ik kon enkel toekijken hoe ze de derde pijl los liet en deze met een oorverdovend geluid in Davids ribben kwam.

'NEE!' Gilde ik, maar niemand besteedde er aandacht aan. Het leek alsof de hele wereld om ons heen stil was gelegd en ik enkel nog Davids pijnkreten kon horen. Hij was nog niet dood, ze lieten hem lijden.

Woorden werden opnieuw uitgesproken door Lerola. Een jongen die ik nog niet eerder had gezien werd bij de groep gehaald terwijl zijn gehandhaafde gezicht lijkwit was weggetrokken. Ik zag hoe de pijl en boog in zijn armen werd geduwd, maar zag zijn handen oncontroleerbaar trillen.

'Maak hem af en je mag bij ons blijven.' Alsof ik uit een roes werd gehaald kwamen die woorden als een klap op mijn oren terecht. Ik keek angstig naar de jongen. Het cijfer twaalf stond op zijn kleding en dus hoorde hij officieel niet bij de Beroeps. Hij moest zich bewijzen door mijn bondgenoot af te maken.

Bevend werd er een pijl op de boog gelegd. Ik zag hoe Davids ogen zich opnieuw op het wapen focuste. Zijn ogen die nog leven in zich hadden. Mijn adem versnelde toen ik toekeek hoe de jongen uit twaalf de boog spande en op David richtte. Het mes van Caldwell wat tegen mijn keel aandrukte leek plots te gloeien en zonder na te denken stootte ik met mijn ellenboog in zijn maag.

Hij klapte dubbel en het mes viel dof op de grond voor mij neer. Ik twijfelde niet, greep het wapen en sprong op. Alles leek in slow motion te gaan. Het wapen brandde in mijn hand en het meisje voor me draaide zich verward om. Ik dacht niet na. Ik stak het mes in haar schouderblad terwijl ik haar omver duwde. Mijn bloedende vingers vonden de gespalkte hand van Emily, maar het geluid van een pijl die werd losgelaten zorgde ervoor dat mijn lichaam bevroor.

'Grijp ze!'

Een kanonschot volgde na de snauwende woorden van Lerola, maar Emily hees me overeind en trok me mee. Ik kon niet zien wie er dood was gegaan. Behendig griste ik onze rugzak van de grond waar we hadden geslapen en hijgend rende ik door. Ik dacht de zware voetstappen van Tellas achter ons te horen, maar toen ik achterom keek zag ik het meisje die ik had verwond op de grond liggen terwijl Lerola over haar heen boog. Caldwell was neergeslagen door Tellas en de jongen uit District 12 zat met zijn handen in zijn haar gebukt op de grond naast het slappe lichaam van David. Hij was dood.

Wij waren ontsnapt.

Voor tien minuten lang durfden we niet te stoppen met rennen. Toen zijn foto aan de hemel verscheen verscheurde het mijn hart dat ik David naar me zag glimlachen. Ik keek snel weg en rende door terwijl tranen in mijn ogen prikten. Pas toen de zon haar stralen over de arena heen wierp merkte ik hoe uitgeput mijn lichaam was en dat ik zo niet door kon blijven rennen. Het kleverige bloed van het meisje wat nog steeds op mijn vingers zat zorgde ervoor dat mijn maag zich omdraaide en kokhalzend zakte ik neer. Emily draaide zich om, maar opende haar mond niet.

Het geluid van de rugzak die werd opengemaakt herinnerde me eraan dat mijn keel kurkdroog was en dat ik nog niks had gegeten. Een paar minuten later aten we samen een paar droge crackers en dronken we wat water uit de fles die bijna leeg was. Maar het hielp niet tegen het pijnlijk gevoel wat op mijn borst rustte. David was dood en we waren onze enige wapens kwijt geraakt. Het zwaard en het touw.

'Kom, we moeten zoveel mogelijk afstand tussen ons en de Beroeps creëren.' Emily's stem klonk gevoelloos, maar ik wist dat zij zich de dood van David nog meer aantrok dan ik. Het was haar Bondgenoot geweest vanaf het begin. Zij zou met hem de Spelen hebben doorstaan, maar nu hij dood was leek die opdracht plots onwerkelijk.

'Hoe overleven we nu?' Het was een vraag die ik eigenlijk niet wilde stellen en ik had er meteen spijt van toen ik Emily's verbitterde blik zag.

'Door te blijven vechten voor ons leven.'

Ze hees de rugzak op haar rug en negeerde de bloedvlekken die mijn vingers op haar hand hadden nagelaten. Kort keek ze me aan en trok me overeind waarna we in stilte verder liepen. Pas na een klein uur werd deze stilte onderbroken door de luidde knal van een kanonschot.

IJs leek langs mijn rug te lopen toen ik de foto aan de hemel zag verschijnen. Emily haalde diep adem, maar keek meteen weer weg en stapte door. Ik kon me daarentegen niet verplaatsen. De ogen, het haar en de blik herkende ik maar al te goed op de foto. Ik wist echter niet of ik blij moest zijn dat deze persoon dood was.

Ik wist niet of ik blij moest zijn dat er een Beroeps gestorven was.


AN:

Wat een hoofdstuk zeg! Ik moet zeggen dat ik er best plezier in had om dit te schrijven, hoe erg dat ook is voor David. We hebben een nieuwe dode, maar de actie en verhaallijnen die dat met zich meebracht waren te leuk om er niet van te genieten! En zoals jullie vast en zeker hebben gemerkt, komt er volgend hoofdstuk zelfs nog een dode bij. Iemand van de Beroeps, jullie mogen raden wie het is!

Voor nu is uit District 10 – David Curtis (18)overleden. Hij is gewond geraakt door drie mensen, Lerola heeft de meeste schade gedaan, maar degene die hem dus uiteindelijk heeft vermoord is Leandros Patterson uit District 12! Wat denk ik ook best een speciale wending is. Hij is nu namelijk officieel Beroeps!

Er zijn nu nog 15 Tributen over!:
District 1: Caldwell
District 2: Lerola, Tellas
District 4: Rhine, Favian
District 5: Emily, Kevin
District 6: Alex
District 7: Mocca, Riley
District 9: Mina
District 11: Katy, Avon
District 12: Lyanna, Leandros

Verder over het hoofdstuk ben ik best tevreden met de lengte. Ik merk dat mijn hoofdstukken minder lang worden, maar persoonlijk vind ik dat wel fijner. De hoofdstukken worden bondiger en spannender, wat er ook meteen voor zorgt dat ze eerder worden geupdate!

De Puntentelling:

LaFlorine - 37 Punten.
Greendiamond123 - 48 Punten.
MyWeirdWorld - 63 Punten.
SirWalsingham - 57 Punten.
FF-Schwarz - 42 Punten.
MadeByMel - 38 Punten.
TeenReadToo - 28 Punten.
LauraTwilightHungerGamesHPfan - 29 Punten.
Sharonneke95 - 40 Punten.
Cicillia - 18 Punten.
Leakingpenholder - 33 Punten.
Florreke - 23 Punten.
LeviAntonius - 10 Punten. (Heeft Leandros gesponsord met 65 punten!)
NoxSelkirk - 16 Punten.
Azmidiske87 - 16 Punten.
Serenetie-ishida - 14 Punten.
Evalovespeeta - 6 Punten.
Marie999 – 6 Punten.
xXHungerGamesFanXx – 2 Punten.

Nu nog de laatste kleine vraagjes die ik graag beantwoord zou willen hebben in jullie reviews:
- Wie denken jullie dat de Beroeps is die dood is gegaan?
- Wat vinden jullie ervan dat Leandros bij de Beroeps zit?
- Wat vonden jullie van de gehele scene rond de dood van David?

En als laatste nog de vraag of jullie geïnteresseerd zijn in een nieuwe soort SYOT? Ik ben namelijk met LeviAntonius samen een SYOT begonnen die anders is dan de normale SYOT's en er zijn veel plekken over! Dus ga vooral even naar de hoofdpagina van Hongerspelen NL om te kijken, de inleiding staat er ook al op en invul formulieren staan op mijn en zijn profiel! Het verhaal staat op LeviAntonius zijn profiel en heet: Panem et Circenses!

Ik wil LeviAntonius dan ook nog even bedanken voor de hulp die ik altijd van hem krijg, en jullie als reviewers ook nog een keertje extra bedanken dat jullie me blijven laten weten wat jullie van het hoofdstuk vinden. Ik, maar ook vooral andere schrijvers hier op Fanfiction, vinden namelijk dat de lezers wat zijn afgenomen. Ik vind het dus zeer fijn als ik reviews ontvang zodat ik weet dat de 68ste Honger Spelen nog steeds gewaardeerd wordt!

Liefs,

Jade